Sannes langste dag (8)

Verder en verder gaat ze door de gangen. De bewaker opent met een sleutel van zijn bos een deur, ze lopen verder door beter verlichte en mooier geschilderde gangen. Ze stoppen bij een grote houten deur en de bewaker klopt aan. “Binnen,” klinkt het van de andere kant. De deur zwaait open en ze ziet een man zitten met kort, staalgrijs haar. Hij doet zijn bril af als ze binnenstapt. “Ah, jij moet Sanne zijn.” Hij klinkt vriendelijk. Met een klein knikje wenkt hij naar de bewaker, die haar handboeien afdoet, geruisloos de kamer verlaat en de deur sluit. De man staat op en loopt naar haar toe. Hij strekt zijn hand naar haar uit en stelt zich voor. “Vincent Donkervoort.” Aarzelend neemt Sanne zijn hand aan. Ze durft nog niet te spreken en Vincent vervolgt zijn verhaal. “Het spijt me dat je hier zo open en bloot moet staan, maar dat is onderdeel van onze intakeprocedure. Ik heb begrepen dat je ontsnapt ben uit het kamp, klopt dat?” Sanne knikt. “Ik denk dat je even met twee woorden antwoord moet geven.” Hij klinkt en oogt nog vriendelijk, maar er zit een scherp randje aan zijn stem. “J-ja meneer Donkervoort,” antwoordt ze nu. Vincent oogt tevreden.

Dan begint hij aan zijn monoloog. “Toen je hier door de poort kwam, heb je zien staan ‘Gehoorzaamheid is ons grootste goed’. Wij geloven dat de delinquenten die hier binnenkomen weer moeten leren gehoorzamen om hun plaats in de maatschappij terug te kunnen vinden. Gehoorzamen aan autoriteit, het volgen van de ongeschreven regels die we met elkaar hebben afgesproken. Om dat te bereiken, hanteren we hier een strikte discipline. Dat betekent lijfstraffen, en niet van dat vrijblijvende, slappe gedoe als in dat kamp waar je vandaan komt. Om te beginnen ga ik demonstreren hoe hier elke ochtend de dag gestart wordt en elke avond de dag wordt afgesloten.” Met die woorden pakt hij een houten stoel en gaat zitten. “Kom!” zegt hij kort en hij klopt op zijn dijbeen. Voorzichtig stapt ze naar hem toe. Wanneer ze dicht genoeg bij is pakt hij haar arm en trekt haar over zijn schoot. Hij begint direct met slaan, direct gemeen hard ook. Ze voelt hoe zijn hand elke vierkante centimeter van haar zitvlak weet te raken, terwijl hij intussen blijft praten. “Dit gebeurt dus elke dag, elke ochtend, elke avond. Bij uitzonderlijk goed gedrag kunnen sessies vervallen. Aan de andere kant, wanneer er een terugval is, wanneer je over de schreef gaat, volgt er straf. En zoals je zo dadelijk zult merken is dit nog geen straf.”

Dan houdt de waterval aan klappen weer op en wordt ze overeind geholpen. Het gloeit al goed, al heeft ze zeker erger meegemaakt. Toch kijkt ze niet uit naar het idee om dit tweemaal daags mee te maken, blootgegeven voor een van de bewakers. “Kijk jongedame, zo hoort een tijdige herinnering aan de essentie van deze plaats er dus uit te zien” zegt Vincent smalend. Hij wijst op een spiegel in de kast naast zijn bureau. Ze ziet hoe haar billen een egale lichtrode gloed hebben gekregen. Haar wangen kleuren op soortgelijke wijze als ze weer beseft hoe naakt en weerloos ze hier staat. “Zoals ik al zei, was dit geen straf. Straf volgt in de ruimte hiernaast. Volg mij.”

Sanne volgt Vincent door een tussendeur naar een privé-kantoortje naast zijn hoofdkantoor. Daar ziet ze een houten stellage staan in het midden van een verder lege kamer. Aan de muur hangen verschillende strafinstrumenten, het ene nog angstaanjagender dan het andere. “Dit is een replica van de banken die in de gevangenis staan opgesteld. Daar staan er vijf, zodat we met meerdere stoute dames tegelijk kunnen afrekenen. Deze hier is alleen bedoeld voor de intake. Bij de intake krijgt iedereen een voorproefje van onze strap, die bedoeld is voor de correctie van de meest voorkomende overtredingen.” Terwijl hij het zegt, wijst bij naar de muur. Daar hangt een gevaarte van zwart leer, misschien 8 centimeter breed en 75 centimeter lang. Aan het ene eind is een handvat bevestigd, in het andere eind zijn enkele ronde gaten gemaakt. Ze schrikt als ze het ding ziet. Dat moet zeker heel veel pijn gaan doen! Toch weet ze ook zeker dat er geen ontkomen aan is.

“Ik wil dat je naar voren stapt , met je voeten tegen de buitenkant van de achterste houten poten gaat staan en voorover buigt.” Ze volgt de aanwijzingen op en gaat liggen over het kussen. Even later voelt ze hoe aan haar voeten getrokken wordt. Ze probeert achterom te kijken en ziet hoe Vincent gehurkt achter haar staat. Haar enkels worden tegen de bank getrokken en met een leren band vastgemaakt. “Handen naar beneden en de poten vastpakken” klinkt de volgende aanwijzing, en even later worden ook haar polsen vastgemaakt. Daarna voelt ze hoe een leren band rond haar middel getrokken wordt. Het volgende geluid kan ze niet helemaal thuisbrengen, maar het zou het geluid kunnen zijn van een strap die van de muur gehaal wordt. “Je krijgt tien klappen” luidt het vonnis. Ze houdt haar adem in.

De strap suist door de lucht en komt met een enorme kracht naar op het achterste van Sanne. Alle lucht wordt uit haar longen geperst en ze schreeuwt het uit. De sensatie van het inferno, van alle prikkelingen tegelijk, doen haar hersens op tilt slaan. Net op het moment dat ze weer begint te beseffen waar ze zich bevindt, komt de tweede klap. Ze probeert overeind te komen, maar de banden rond haar polsen houden haar tegen. Na de derde probeert ze met ademhalingsoefeningen weer een beetje de concentratie te hervinden. Nu krijgt ze pas door wat een enorm oppervlak de strap bewerkt. Het lijkt wel de grootste en sterkste hand ooit, die haar onderrug tot haar bovenbenen, links en rechts, in een keer weet te bereiken. Het lukt om de volgende klappen op te vangen, maar bij elke volgende klap wordt haar weerstand minder. Wanneer de laatste klap geweest is, loopt er een traan over haar wangen. Toch voelt ze zich nog sterk, ze heeft het overleefd.

“Normaal gesproken zouden we nu klaar zijn, ware het niet dat je hier niet onder normale omstandigheden bent binnengekomen. Jij bent hier omdat je ontsnapt bent. Dat is geen gedrag dat we hier zullen tolereren.” Ze tilt haar hoofd omhoog en probeert hem door de ruimte te volgen. Hij stopt recht voor haar neus en haalt een lange stok van de muur. “Deze prison cane gebruiken we voor de zwaardere overtredingen. Je krijgt vier tikken van mij. Dat klinkt niet veel, maar ik ben er zeker van dat het genoeg is om ervoor te zorgen dat jij niet meer zult ontsnappen.” Met die woorden gaat hij weer achter haar staan. Zachtjes tikt hij met de cane tegen haar billen en haalt dan uit. Ze schrikt van de withete streep die plots over haar billen gaat. Heel even, voor een milliseconde, denkt ze dat dit het is, dat ze het wel kan hebben. Dan komt de volle pijn en het volle besef binnen van wat haar is aangedaan. Niets had haar op deze pijn kunnen voorbereiden! Vincent weet echter precies wat voor uitwerking zijn instrument heeft, en legt op dat moment een tweede streep, vlak onder de eerste. Nu reageert Sanne’s lichaam wel direct. Ze schreeuwt, ze trekt aan de banden, maar ze komt niet overeind. Bij de derde streep duwt ze haar heupen hard in de bank en richt zich tegelijkertijd op. Het lukt haar wonderbaarlijk genoeg om een paar centimeter overeind te komen, maar niets helpt. De tranen schieten in haar ogen. Ook al is het er nog maar een, ze hoopt vurig dat de laatste slag niet komt. Haar gebeden worden niet verhoord. Snikkend en verslagen ligt ze even later op de bank.

De rest van de intake ervaart ze in een waas. Of ze de pijn uit haar billen gewreven heeft of stokstijf is blijven staan, of Vincent nog verder gepreekt heeft of niet, ze zou het niet kunnen zeggen. Ze komt pas weer een beetje terug op aarde als ze in haar oranje overal naar haar cel begeleid wordt. De celdeur zwaait open en ze wordt onceremonieel naar binnen geduwd. Wanneer de deur dicht is, trekt ze onmiddellijk haar kleren uit. Ze heeft t liever koud dan dat die stof nog langer aan haar billen kleeft. Heel voorzichtig, maar eigenlijk niet voorzichtig genoeg, gaan ze over haar billen. Ze voelt vier tramrails dwars over haar achterwerk lopen, en haar billen voelen beurs, dik en ongetwijfeld blauw. Heel voorzichtig gaat ze op haar zij liggen. Als ze het bord met eten ziet staan, beseft ze pas hoe laat het is. Langzaam schuift ze het tafeltje met het bord naar zich toe. Het glas water drinkt ze in een teug leeg. Ze kijkt naar haar bord. Grijze aardappelpurée, veel te lang doorbakken tartaar en slappe boontjes. Het maakt nu niet uit, want alles gaat er wel in, maar dit lijkt slechts een voorbode van alle ellende te zijn.

Halverwege haar maaltijd hoort ze de bewakers langskomen. Met lange tussenpozen worden de cellen afgeteld. Dan wordt haar deur geopend. “Handen tegen de muur, tijd voor de dagafsluiting” zegt de bewaker onbewogen. Sanne kijkt hem smekend aan. “Alsjeblieft, ik ben net aangekomen en het doet al zo’n pijn!” De bewaker lijkt niet onder de indruk. “Dat is niet mijn probleem, dame.” Wanneer een nieuwe traan over haar wangen rolt, strijkt hij met de hand over zijn hart. “Omdat je hier nieuw bent dan. Ga maar even op je buik liggen.” Ze rolt op haar buik en de bewaker komt naast haar zitten. Hij begint te slaan, maar niet op haar billen maar haar benen. Die zijn vandaag niet eerder bewerkt. Toch is er weinig nodig om haar opnieuw te breken en al snel rollen de tranen over haar wangen. Gelukkig staat de bewaker gauw op, aait een keer over haar hoofd en loopt dan naar buiten om de deur te sluiten.

Even later gaat het licht uit. Sanne eet de laatste hapjes van haar maaltijd in het donker op. Zo voorzichtig als ze maar kan trekt ze een deken over zich heen. Ze bidt tot alle entiteiten die ze kent, God, Allah, de sterren, dat ze morgen weer in het kamp wakker wordt. Met tranen in haar ogen valt ze in slaap.

Sannes langste dag (7)

Met het duet van Sonny en Cher wordt Sanne wakker. Zoals elke ochtend is er geen spoor meer van de veldslag die gisteren op haar achterwerk heeft gewoed. Ze kleedt zich weer aan en pakt daarna de spullen die ze op haar mentale lijstje heeft gezet. Ze kamt haar haar en neemt haar dagelijkse ontbijt. Het groeten van de kassière slaat ze vandaag over, want als haar plan goed uitpakt, heeft ze niets van haar nodig. Ze schrokt haar ontbijt naar binnen en is zo zelfs de scène van het gooien met het dienblad voor. Ze haalt nog wel even wat fruit en loopt langs de moestuin met haar opréchte excuses voor de bewaker. Voor de zekerheid belooft ze zelfs de komende maand in de tuin te komen werken. Net als de afgelopen dagen strijkt hij met de hand over zijn hart en laat hij haar ongeschonden gaan.

Eerst werkt ze de meest lucratieve adressen af, om aan voldoende contant geld te komen. Dan loopt ze de wijk uit en volgt ze de weg langs de rand van het dorp. Ze blijft deze weg enkele kilometers volgen, tot haar enkelband begint te piepen. Nu ze weet waar de grens ligt, draait ze om en loopt ze weer terug het dorp in. Ze gaat zitten in het eetcafé en wacht op Daan. Deze keer spreekt ze hem aan. Hij gaat er gewillig op in. Ze weet inmiddels welke onderwerpen ze kan aansnijden om zijn aandacht te trekken. Met haar hand gaat ze, gespeeld per ongeluk, naar zijn arm die op tafel ligt en ze raakt deze zachtjes aan. Haar gebaren spiegelen die van Daan. Hij is zichtbaar geïnteresseerd. Dan kijkt ze plots verschrikt. “Hoe laat is het?” vraagt ze in lichte paniek. Daan kijkt op zijn horloge. “Half twee, hoezo?” “O nee!” roept Sanne uit, “ik kom te laat en dan word ik gestraft! Mag ik soms je fiets lenen? Ik breng ‘m morgen terug!” Even twijfelt Daan, maar dan besluit hij haar te vertrouwen en pakt zijn sleuteltje.

Sanne fietst terug naar de rand waar ze net is geweest. Ze pakt haar tasje en haalt een schaar tevoorschijn. Met de snijvlakken begint ze de enkelband los te snijden. Langzaam springen de vezels uit elkaar, tot ze een kwartier later eindelijk de hele band open heeft. De band begint onmiddellijk te piepen. Ze pakt de band en gooit deze over de grens. Dan stapt ze op haar fiets en rijdt zo snel mogelijk terug naar het dorp. Door de kleine steegjes en de afgelegen wegen steekt ze over naar de andere kant van het dorp en daar neemt ze een zandweg naar de volgende plaats. Ze blijft rijden en rijden tot ze daar aankomt. Van haar geld koopt ze een flinke fles cola en drinkt die half leeg nog voor ze heeft afgerekend. Achter de kassière hangt een ouderwets klein tv’tje waarop de lokale omroep wordt afgespeeld. Ineens ziet ze haar gezicht voorbijkomen. Lijkbleek gooit ze een briefje op de toonbank en in het weglopen schreeuwt ze dat ze het wisselgeld mogen houden. Snel springt ze op haar fiets en rijdt ze naar de volgende plaats.

Halverwege de volgende zandweg ziet ze een grote houten blokhut. Aan het bord te zien is deze van de scouting, maar de hut is nu verlaten. Hier kan ze wel even onderduiken. De fiets neemt ze ook mee naar binnen en voor de zekerheid legt ze nog wat extra takken voor de deur, zodat het lijkt alsof de hut al wat langer niet meer gebruikt is. Ze wacht, doodstil. Moet ze door, moet ze blijven wachten? Is het genoeg als ze hier wacht tot de volgende dag? Dan hoort ze een geluid, in de verte. Was dat een sirene? Het geluid komt dichterbij. Heel voorzichtig kijkt ze uit een van de raampjes. Het geluid wordt steeds luider en even later schiet er een politiewagen voorbij. Gelukkig, ze hebben haar nog niet gevonden. Alleen, het geluid komt terug! En er zijn meer sirenes! Met open mond ziet ze dat vier politiewagens met loeiende sirene en zwaailichten parkeren voor de blokhut. Als bevroren blijft ze zitten. Ze kan geen kant meer op!

Niet veel later wordt ze, met haar handen geboeid op haar rug, richting een van de wagens geduwd. De achterdeur wordt geopend door een van de agenten en haar collega duwt haar lomp naar binnen. Ze nemen beide plaats aan haar zijde. Een derde agent neemt plaats achter het stuur en woordeloos vertrekken ze. Sanne wordt misselijk. Waar brengen ze haar heen? Het lijkt net of ze haar gedachten hardop heeft uitgesproken, want net op dat moment begint de agente te spreken. “Je begrijpt wel dat je niet teruggaat naar het kamp na wat jij vandaag hebt uitgespookt. Ontzettend dom trouwens. Je weet zeker niet dat zowat elke fiets in het dorp is uitgerust met een antidiefstalzender?” Ze voelt zich inderdaad ontzettend dom. Waarom had ze niet wat langer nagedacht? “Waar gaan we heen?” vraagt ze met een klein stemmetje. “Dat weet je zelf toch wel?” zegt de agente schamper. “Wanneer je de regels van je vonnis breekt, ga je naar het zwaarbeveiligde opvoedingsgesticht. Misschien weten ze je daar wel in het gareel te krijgen!”

De rest van de rit zwijgt ze. Al wekenlang weet ze op elk moment van de dag precies wat er gaat gebeuren en wou ze dat ineens alles anders zou lopen, maar op de achterbank van de politiewagen verlangt ze vurig terug naar de stabiliteit en betrekkelijke veiligheid van haar herhalende dag. Na wat volgens het dashbordklokje een half uur is, maar in haar hoofd uren lijken te zijn, komt de wagen tot stilstand voor een enorm hek. Daarnaast ziet ze twee wachttorens en dikken bakstenen muren met rollen prikkeldaad erbovenop. Door een deur in de muur naast het hek komt een bewaker naar de wagen. De kleding is dezelfde als die van de bewakers in het kamp. Wat afwijkt, is het dikke vest dat onder de kleding schuilgaat en het semiautomatische wapen dat nonchalant gedragen wordt. De agent achter het stuur draait zijn raampje open en beantwoordt de vragen van de bewaker. Die schijnt even met zijn zaklamp naar de achterbank. Sanne knijpt haar ogen dicht van het felle licht. De bewaker lacht rauw, trekt zijn kop terug uit het raam en wuift naar een collega in de linkertoren. Even later rolt het hek langzaam en met een krakend geluid open. De bewaker bij de wagen slaat op het dak als teken dat ze naar binnen mogen en langzaam rijdt de wagen de binnenplaats op.

De deuren van de wagen gaan open en de agenten stappen uit. Sanne schuift op haar billen opzij, zodat ze ook kan uitstappen. Ze staat op en wordt direct aan beide kanten aan haar arm gepakt. Met z’n drieën naast elkaar lopen ze over de binnenplaats richting een grote, stalen poort. In een boog boven de poort staat de tekst ‘Gehoorzaamheid is ons grootste goed’. Een andere bewaker, die net zo dreigend oogt als zijn collega buiten de poort, drukt op een knop en de poort zwaait open. Binnen zijn er slecht verlichte betonnen gangen met grijze verf aan de muren. Ze wordt steeds verder meegevoerd, naar een klein kamertje. Daar wordt ze op een eenvoudige houten stoel gezet. Voor haar staat een even eenvoudige houten tafel. Een van de agenten maakt haar handboeien los en maakt vervolgens haar enkel vast aan een stalen ring die tussen de poten van de stoel in het beton is verankerd.

Helemaal alleen met haar gedachten wacht ze daar. In een poging om niet meer na te denken over de ellende waarin ze is beland, probeert ze zich te concentreren op de geluiden die ze door het beton hoort. Geschreeuw, gegil, gelach, maar zonder enige cohesie. Ineens zwaait de deur open en komt een gezette vrouwelijke agent binnen. Ze neemt plaats tegenover Sanne en legt een aantal spullen op tafel. Met een pen in de hand, zonder oogcontact te maken, begint te vragen te stellen die niet klinken als vragen. “Naam, leeftijd, adres.” Sanne geeft antwoord, al is ze soms moeilijk te verstaan. Dan wordt er een inkt gepakt, “Duim en wijsvinger van beide handen.” Ze is een beetje verbaasd. “Jullie hebben deze toch al van het kamp?” vraagt ze zachtjes. Voor het eerst wordt ze aangekeken door de duidelijk geïrriteerde agente. “Jij doet gewoon wat je gevraagd wordt. Dat bijdehante gedrag is precies de reden waarom je hier nu zit.” Sanne zwijgt en zet haar vingerafdrukken op het vel.

Weer zijn er gangen, donker, kil. De agent die haar deze keer heeft opgehaald is klein van stuk met een dikke buik. Hij trekt haar mee alsof hij zijn prijswinnende poedel aan de jury laat zien. Dit is vast de enige manier waarop hij ooit aan een mooie vrouw mag komen, denkt ze nog. Eindelijk gaan ze weer naar binnen. Tegen de muur staat een stalen bank met daarboven een kapstok. “Uitkleden” beveelt hij met een grijns. “A..alles?” stottert Sanne. Ze wil haar lichaam helemaal niet laten zien aan deze engerd. “Ja, alles ja, en een beetje vlot. We hebben niet de hele dag!” Voorzichtig doet ze de jurk over haar hoofd. Dan trekt ze haar schoenen en sokken uit. Daarna maakt ze haar BH los en laat die op de grond vallen. Bij haar ondergoed aarzelt ze even, maar als de bewaker haar aankijkt en hard met zijn vlakke hand op de muur slaat, geeft ze zich over. Met haar handen beschermend voor haar borsten en geslacht kijkt ze naar de grond. “Tegen de muur, gezicht naar deze kant,” klinkt het. Daar ziet ze hoe hij een brandslang van de muur haalt en op haar richt. Hij haalt een hendel over en de slang begint te rommelen. Dan spuit het water met grote kracht haar kant op. Ze wordt tegen de muur gesmeten door het water en ook de straal zelf doet pijn. Ze voelt hoe hij de straal over haar lichaam beweegt. Vooral bij haar borsten voelt ze de pijn, en het spatwater in haar gezicht geeft het gevoel dat ze verdrinkt. “Omdraaien!” klinkt het bevel en even later voelt ze de pijn op haar rug, haar billen, haar benen. In een keer is de straal uit. Druipend, met haar handen nog tegen de muur, staat te wachten op wat komen gaat. Ellendiger heeft ze zich nog nooit gevoeld.

De kleine bewaker neemt haar nu mee voor de medische keuring. Ze heeft zich nog even mogen afdrogen, maar loopt nu poedelnaakt door de gang. De volgende kamer waar ze binnenstappen is een dokterspost. De bewaker wijst naar een toilet in de hoek van de kamer. “Als je nog moet gaan, moet je het nu doen.” Hoe beschamend het ook is, ze heeft al uren niet meer geplast. Met een rood hoofd gaat ze, ze voelt de ogen op haar huid branden. Daarna wordt ze naar een met leer beklede tafel begeleid. Als ze daarop, ligt merkt ze dat de bewaker haar nog steeds aanstaart en ze probeert de andere kant op te kijken. De ruimte is koud en haar tepels worden stijf. Ze kleurt rood als ze beseft hoe ze er nu bijligt. Dan stapt de arts binnen. Hij zwijgt en trekt latex handschoenen aan. “Mond open,” geeft hij aan en kijkt haar in de mond. Dan luistert hij naar haar hart met de stethoscoop. Het instrument voelt koud en kil op haar huid. Dan begint hij haar te betasten, onder haar oksels, onder haar borsten. Hij draait zich om en pakt een fles waaruit hij een doorzichtige gelei op zijn vingers spuit. “Voeten tegen je billen en benen uit elkaar” geeft hij aan. Met tegenzin volgt ze de aanwijzing op. Ze knijpt haar ogen dicht als hij met zijn vingers bij haar naar binnen gaat. Klinisch zoekt hij naar verborgen voorwerpen in haar vagina. Dan trekt hij zijn vingers terug, neemt zijn handschoenen af en gooit die weg. Direct pakt hij een nieuw paar en smeert ook die in. “Benen omhoog en vasthouden.” Zo mogelijk nog kwetsbaarder voelt ze hoe nu haar anus gecontroleerd wordt. Tot slot wordt er een thermometer ingebracht. Ze wacht in deze positie tot de dokter tevreden is. Dan wordt ze weer geboeid en afgevoerd.

Sannes langste dag (6)

Op weg naar de directeur maakt Sanne een mentale samenvatting van de afgelopen dagen. Tenminste, voor haar waren het dagen, voor alle andere mensen is het steeds dezelfde dag. Een dag waarop iedereen erop gebrand lijkt om haar een pak slaag te geven. Een dag die zich al vijftien keer herhaald had. Langzaam is het haar echter gelukt om haar leven aangenamer te maken. Na een aantal mislukte pogingen vond ze de sleutel tot de bewaker in de morgen. Wanneer ze wat fruit voor hem meenam, zo goed mogelijk haar excuses aanbood en beloofde de komende week elke dag in de moestuin te komen werken, wilde hij haar vergrijpen wel door de vingers zien.

Daarna kwam natuurlijk het gedeelte waarbij ze geld kon verdienen. Ze weet nu precies welke huizen het meeste geld opleveren en waar de bewoners niet thuis zijn. Ze heeft ook geleerd bij welk huis ze niet even de weg mag afsnijden door de tuin om sneller bij de buren te komen. Haar handen gaan automatisch naar de zoom van haar jurk als ze terugdenkt aan hoe ongenadig hard de heer des huizes haar met de haarborstel van zijn vrouw er van langs had gegeven. Het was niet zo erg als de paddle van de directeur, maar het kwam toch dichtbij.

Bij het eetcafé weet ze dat ze beleefd moet blijven tegen Daan, net als tegen de andere gasten in de zaal trouwens. Om de een of andere reden komt die undercover bewaker altijd op het slechtste moment binnen. In feite komt hij altijd om dezelfde tijd, het is haar eigen schuld dat ze haar acties of uitbarstingen soms wat ongelukkig timet. Het was wel een geluk dat Daan een betere gesprekspartner bleek dan ze oorspronkelijk had gedacht. Hij had een leuke muzieksmaak en soms konden ze lang genoeg praten om ook een wat dieper gesprek te kunnen voeren. Het was echter niet gemakkelijk om dat niveau van voren af aan weer te bereiken bij een volgende eerste ontmoeting, maar ze wordt er wel steeds bedrevener in.

Bij de gymles heeft ze inmiddels ook een goede strategie ontdekt. Met een grapje over haar bilpartij, al dan niet ongeschonden, weet ze meestal wel de aandacht van Nadine te trekken. Tijdens trefbal heeft ze haar laatste worp geperfectioneerd. Ze weet de bal van Nadine nu in de lucht te raken, zodat de gymleraren niet geraakt worden. Daardoor verliest ze het spel wel. Daar wil ze nog wel aan werken. Misschien is het mogelijk de bal zo te raken, dat die weer terugkomt in haar handen. Hoe dan ook, als ze in de gymzaal Nadine weet duidelijk te maken dat zij haar een stevig pak slaag heeft weten te besparen, heeft ze weer een gesprekspartner voor het eten. Gisteren, als je daarvan kan spreken, is ze er zelfs achter gekomen dat wanneer ze ’s morgens en ’s avonds heel vriendelijk doet tegen de kassière, ze nog een betere maaltijd voor hen beiden kan regelen. In bed heeft ze nu dus altijd een beetje crème als verlichting na haar gesprek met de directeur.

Daar zat nu ook net de crux: het was haar nog niet gelukt om het gesprek met de directeur goed af te sluiten. Ze had al van alles geprobeerd: gevlei, gehuil, beloftes om het beter te doen, gesmeek. Haar beste resultaat was vier klappen van de kleine paddle. Dat deed duidelijk minder zeer dan die grote, maar leuk was anders natuurlijk. Belangrijker nog, iedere keer beleeft ze nog steeds dezelfde dag opnieuw en ze is overtuigd dat dit pas anders gaat zijn als ze ongeschonden bij de directeur uit zijn kantoor kan stappen.

Zodra ze binnen is, gaat ze voor openheid. Ze heeft gemerkt dat dat helpt. “Meneer, ik moet iets bekennen,” zegt ze gedwee. De directeur trekt zijn wenkbrauw op. “Vertel eens Sanne, wat heb je op je lever?” Ze barst los, over hoe ze de buurtbewoners heeft opgelicht, hoe ze er is ingeluisd door gemene mannen, die haar gedwongen hebben om dit te doen en gedreigd hebben naaktfoto’s van haar te publiceren, hoeveel spijt ze heeft. Ze dwingt zichzelf te huilen en kijkt hem met een bedroefd gezicht aan. Het lijkt te werken! Dan begint hij te praten. “Ik ben heel blij dat je uit jezelf naar me toe komt. Laten we morgen kijken wat we kunnen doen zodat je niet meer gechanteerd wordt.” Ze knikt met hem mee. “Wat ik wel een aandachtspunt vindt, is dat je niet naar mij toe bent gekomen met deze problemen. Je hebt deze weken voor mij verborgen gehouden. Daarom krijg je van mij een kleine les mee, om je te laten weten dat je eerlijk en open moet zijn over je problemen. Je kunt niet alles alleen oplossen.”

Alles wordt zwart voor haar ogen. Gaat die gek haar nu slaan, terwijl haar verhaal duidelijk aangeeft dat ze er niets aan kan doen? Ze staat op. “Nee, niet weer met de dat stuk rothout, ik heb niets gedaan!” Ze is woedend. De directeur kijkt teleurgesteld terug. “Je hebt me aardig om de tuin weten te leiden. Ik dacht dat je oprecht spijt had van je daden, maar je probeert alleen maar onder je straf uit te komen. Ik denk dat hier wat stevigere maatregelen nodig zijn. Naar de andere kant van het bureau en er overheen buigen!”

Een half uur later ligt ze weer op haar zij op het bed terwijl ze een klodder crème in de gevoelige huid masseert. Vijftien klappen met de grote paddle heeft ze uiteindelijk gekregen, vijftien! Het is om moedeloos van te worden. Die man is gewoon verschrikkelijk. Wat ze ook probeert, hij slaat haar altijd en zo zal ze altijd deze dag blijven herhalen. Het moet radicaal anders. Ze begint te plannen en gaat over haar opties. Ineens schiet er wat te binnen. Natuurlijk, waarom heeft ze daar niet eerder aan gedacht? Dit moet de oplossing zijn! Met een gelukzalige glimlach valt ze in slaap, klaar voor haar laatste herhalende dag.

Sannes langste dag (5)

Met een rotgevoel zit ze even later in de eetzaal. Alles doet nu weer pijn en ze moet nog naar de directeur. Ze wordt een beetje misselijk als ze eraan denkt. Dat ze voor de tweede dag op rij chili geserveerd krijgt, helpt ook niet. Na een paar happen stopt ze met eten. Hoe moet het nu verder? Het is haar duidelijk niet gelukt om er beter vanaf te komen dan gisteren. Misschien zal het gesprek bij de directeur beter gaan dan gisteren, aan de andere kant had ze nu niemand om mee te praten en ook geen crème om voor verlichting te zorgen.

Zou ze morgen weer dezelfde dag beleven? Zo ja, wanneer houdt die cyclus dan op? Ze heeft al een manier gevonden om haar zaakjes beter te regelen, maar ze is ook al twee keer geslagen en daar komt nog een keer bij. Misschien is het ook de bedoeling, van wat het ook is dat ervoor zorgt dat ze deze dag herhaalt, dat ze de perfecte dag beleeft, een dag waarop ze niet gestraft wordt en al haar zaakjes beter weet te regelen. Ze kan natuurlijk ’s ochtends direct op de bewaker afstappen en haar excuses aanbieden. Dan zou hij haar vast wel sparen. De gymles dan, hmm, die wordt nog lastig. Klikken is in elk geval geen goed idee gebleken. En elke dag hetzelfde gesprek voeren is niet alles, maar gisteren was het gezelliger met Nadine aan de eettafel dan vandaag alleen.

In gedachten verzonken staat ze op. Ze loopt naar de rekken om haar bord vol eten op te ruimen. Het volgende moment ligt ze languit op de grond. Het is ineens doodstil. Voorzichtig kijkt ze omhoog, en staart dan recht in de ogen van een van de bewakers. Zijn broek zit onder de chili en hij kijkt allesbehalve blij. “Handen tegen de muur,” zegt hij kortaf. “Het ging per ongeluk, ik, ik struikelde alleen!” zegt ze in paniek. De bewaker zwijgt alleen en wijst met uitgestrekte arm naar de muur. Verslagen loopt ze naar de aangewezen plek en neemt haar positie aan. Binnen een paar tellen is ze weer ontbloot en gaat de bewaker aan de slag. De leren paddle die hij hanteert brandt enorm en ze schreeuwt het uit. Wanhopig probeert ze haar billen te beschermen. Ze danst opzij en plaatst haar handen voor het doelwit. Smekend kijkt ze naar de bewaker. Die zucht alleen en wenkt een van zijn collega’s, een enorme kerel. “Even meewerken,” zegt hij met een gemeen lachje. Haar handen worden tegen de muur gedrukt, zodat ze haar bovenlichaam niet meer kan bewegen. Alleen het schreeuwen biedt nu nog verlichting tegen de klappen.

Met mistige ogen steekt ze het plein over op weg naar de directeur. Het is allemaal zo oneerlijk! Aan dat laatste pak slaag kon ze helemaal niets doen en bij de gymles was ze te grazen genomen omdat ze wilde voorkomen dat ze een onterechte straf kreeg. Toegegeven, hoe ze Jamie manipuleerde om haar fruit te geven was niet heel fraai en misschien is dat nog wel een terechte straf, maar dat was er dus slechts een van de drie. Het doet zo’n pijn allemaal en het zal nog veel erger worden. Gelukkig handelt ze deze keer met voorkennis. Geheel ontkennen heeft geen zin, dat weet ze alvast.

Het gesprek ontvouwt zich net als de dag ervoor. Deze keer besluit ze echter niet te ontkennen wanneer de vraag komt wat ze in het dorp uitspookt. “Ik bied de bewoners van het dorp contracten aan, geen hele goeie contracten…” De directeur is even uit het veld geslagen door deze onverwachte bekentenis. “Eum, ja, dat, dat hadden wij ook ontdekt. Je licht mensen op, in feite!” herstelt hij zich. Sanne knikt. “Ja, maar ik ga er mee stoppen!” De directeur briest. “Dat lijkt me wel het minste! Het is heel goed dat je nu tot inkeer komt, maar je hebt wel al weken gedaan alsof je je leven ahad gebeterd, terwijl je al die tijd onschuldige mensen aan het oplichten was, met je vlotte praatjes en je onschuldige blik. Ik ga ervoor zorgen dat jij je ook aan je voornemen houdt om te stoppen met dit malafide gedrag. Je zult leren hoe het is om op een juiste manier met je medemensen om te gaan, en dat leerproces begint nu.”

Ze ziet hoe hij vandaag de middelste paddle van de muur afhaalt. Stiekem is ze een beetje opgelucht, want hoeveel pijn deze paddle ook gaat doen, het is al beter dan gisteren. “Naar de andere kant van het bureau en er overheen buigen,” commandeert hij. Heel even komt er een gekke gedachte in haar op: Zzu hij nu precies hetzelfde zeggen, omdat de dag zich herhaalt of heeft hij gewoon maar een beperkt arsenaal aan standjes en commando’s? Een duidelijk “Nu!” brengt haar terug in de realiteit. Als ze voorover staat, merkt ze dat de stof van deze jurk beter blijft liggen. Even later staat ze in dezelfde positie als 24 uur geleden. “Negen klappen,” krijgt ze te horen. Toch een soort van winst. Dat positieve gevoel is na één klap verdwenen. God, wat doet het pijn! Het is gewoon niet voor te stellen en niet te onthouden hoe het voelt. Gelukkig heeft ze zich wel beter voor weten te bereiden en kan ze de rand van het bureau nu wel vasthouden.

Het patroon van gisteren herhaalt zich. Ze wordt een keer alleen op haar linkerbil geslagen en er volgt weer een klap van onder naar boven, zodat ze geplet wordt tegen het bureau. In haar hoofd telt ze weer af. Bij de op een na laatste klap voelt ze een nieuwe pijn: hij heeft bijna onder haar billen en op haar benen geslagen. Totaal verrast door deze nieuwe strategie schreeuwt ze het uit. “Au, kut, dat is gemeen!” Ze draait zich om en kijkt de directeur aan, die stoïcijns terugkijkt. “Dat is dus vloeken, die gaat opnieuw.” Sanne ontploft: hij deed het er gewoon om. “Dat is niet eerlijk, je sloeg veel te laag.” De directeur verheft zijn stem. “Luister dame, zo praat je niet tegen mij. Dat je zo reageert, geeft wel aan dat je ik nog niet klaar met jou ben. Je krijgt er twee extra, en als je niet heel snel gehoorzaamt, komt daar nog wel wat bij.” Even staart ze hem aan, maar dan wendt ze haar ogen af en draait ze zich om. Wat een eikel. Maar ze kan niets doen. Nog vier klappen, net als gisteren. Even volhouden, niet boos worden, dit kan ze.

De volgende klap landt, en de brand laait weer op. Voordat ze het goed en wel doorheeft, landt de volgende. Het effect van de twee tikken vlak na elkaar is overweldigend. De derde tik in drie seconden zorgt voor kortsluiting in haar hoofd en als de vierde direct daarna volgt gaan de sluizen open. Weer ligt ze snikkend op het bureau, weer heeft de directeur van haar gewonnen. Alles wat daarna komt, is slechts een waas. Morgen niet weer, is het enige waar ze aan kan denken.

Terug op haar kamer bekijkt ze de schade. Het ziet er net zo uit als haar mentale foto van de dag ervoor. Het voelt ook net zo ellendig. Ze besluit er maar twee koude natte washandjes op te leggen. Morgen moet alles anders. Ze moet voorkomen dat ze nog eens straf krijgt. Hoe, dat weet ze nog niet, maar dit is verschrikkelijk. Gedachten malen door haar hoofd, plannen worden afgewogen en beoordeeld. Langzaam komen de vermoeidheid van deze nieuwe zware dag en het herstellen van alle schade aan haar lijf samen. Ze drijft weg en valt in een diepe slaap.

Sannes langste dag (4)

De volgende dag schrikt Sanne wakker van haar wekker. Met een diepe zucht rolt ze van haar buik op haar rug. Dan komen de eerste gedachten aan gisteren binnen en van schrik duwt ze zich met haar handen een klein stukje van het bed. Geen druk op haar billen, dat is vast nog heel gevoelig! Opeens beseft ze dat ze helemaal geen pijn voelt. Voorzichtig glijdt ze met haar vingers onder haar achterwerk. Het lijkt niet meer zo gevoelig te zijn. Behoedzaam gaat ze op haar zij liggen en kijkt ze achter zich. Het ziet er ook niet rood uit, in feite heel normaal eigenlijk. Ze waagt het erop en gaat rechtop zitten. Huh, dat voelt beter dan ze had verwacht. Ze staat op en drukt haar wekker uit. Vanavond moet ze even op zoek naar een andere zender, want dit stokoude nummer draaiden ze gisteren ook al. In de spiegel bekijkt ze haar achterkant. Het ziet er eigenlijk wel goed uit! Wat een wonderspul is die sheaboter, dit had ze al veel eerder moeten weten! Ze gaat op zoek naar het bakje waar misschien nog wat restjes inzitten. Nergens te bekennen. Nou ja, ze weet ook niet meer precies wat ze gisteren allemaal nog gedaan heeft voor het slapengaan. Ze kan het Nadine wel even vragen, voor de volgende keer die er natuurlijk niet zal komen als het aan haar ligt.

Ze pakt een rood jurkje uit de kast en kleedt zich aan. Vervolgens kamt ze haar haar en loopt ze naar de eetzaal. ‘Dinsdag: Chili con carne’ leest ze op het bord. Blijkbaar is het te veel moeite om netjes de dag van vandaag en het nieuwe dagmenu op te schrijven. Ach ja, wanneer je minimaal betaalde en minimaal gekwalificeerde krachten inzet, kun je ook niet meer verwachten, relativeert ze. Met de ingrediënten voor haar bakje yoghurt en haar glas jus op het dienblad rekent ze weer woordeloos af. Vandaag moet ze dus alle mensen in het dorp met een abonnement dat met haar is afgesloten langs om excuses aan te bieden. Ze houdt er helemaal niet van om excuses aan te bieden. Ja, het komt er makkelijk uit als het nodig is om ergens onderuit te komen. Dat is hier niet het geval. Ze heeft wel spijt, maar dan met name dat ze betrapt is. Ze moet het gewoon iets slimmer aanpakken, allemaal. Het computersysteem in de bibliotheek kunnen ze vast monitoren, of ze doen het via de wifi in het kamp. Het is vast allemaal niet legaal onder de datawetgeving, maar bij de rechter heb je vast geen sterke zaak als je aangeeft dat je administratie van de wurgcontracten op illegale wijze is gelekt in de gevangenis waar je vastzat voor eerdere, soortgelijke vergrijpen. Hoe ze dat slimmer aanpakken gaat doen, is voor later. Vandaag volgt eerst haar gang naar Canossa.

Ze zet haar dienblad weer in het rek en ziet dat, net als gisteren, een gevangene met zijn handen tegen de muur wordt gezet nadat hij met een dienblad gegooid heeft. Sterker, het lijkt wel dezelfde gevangene als gisteren! Hoe dom kun je zijn zeg? Als je er gisteren niet mee wegkwam, waarom zou het dan vandaag wel lukken? En wat schiet je er überhaupt mee op? Ze krimpt wel even in elkaar als ze de eerste klappen ziet neerkomen. De herinneringen aan gisteren zijn nog vers, ook al voelt ze er niets meer van. Ze loopt naar buiten en bedenkt dan dat ze geen fruit heeft. Met een zucht draait ze zich om en haalt nog even twee appels, die ze keurig afrekent.

Op weg naar de poort van het kamp komt ze weer langs de moestuin waar ze tot gisteren nog een gratis tussendoortje wist te scoren. Plots komt Jamie op haar af gestapt. “Sanne, ik heb wat aardbeien voor je apart gehouden” zegt hij enthousiast. Ze geloof haar oren niet. “Sst, gek, wat doe jij nou, je hebt toch gezien dat ik daar gisteren voor gestraft ben!” bijt ze hem toe. Hij kijkt haar met een niet-begrijpende blik aan. Ongelofelijk, wat is die gast dom. Opeens voelt ze een hand op haar schouder. “Dus jij zorgt ervoor dat hier elke dag de aardbeien verdwijnen met je smoesjes over daklozen, kleine dievegge!” Ze draait zich om en kijkt recht in de ogen van de bewaker die haar gisteren ook al gestraft heeft.

Ze weet even niet wat ze moet zeggen. Wat gebeurt hier precies? Waarom doen Jamie en deze bewaker zo raar? “Je hebt niks te zeggen he? Blijf staan!” beveelt de bewaker. Ze ziet hoe hij weer een tak afbreekt en van blaadjes ontdoet. “Voorover,” beveelt hij als hij terugkomt, maar Sanne weet nog niet hoe ze moet reageren. Ze staat compleet verstijfd, verbijsterd over wat er precies aan de hand is. Pas als hij haar bij haar arm vastpakt, komt ze weer terug op aarde. “Maar je hebt me gisteren al gestraft, ik wil dit fruit niet meer, Jamie kwam het gewoon naar me brengen.” De bewaker kijkt haar geïrriteerd aan. “Ik weet niet wat voor rare smoesjes jij hebt, maar als ik je gisteren al gestraft zou hebben, zou ik dat wel weten. Nu voorover, voor ik je naar de directeur begeleid.”

Al met al snapt ze er nog steeds niets van, maar de directeur wil ze vandaag even niet zien en zeker niet met de mededeling dat ze geweigerd heeft een pak slaag van een van de bewakers te ondergaan. Dat is bij voorbaat al volslagen kansloos, zelfs al was de oorspronkelijke straf nog zo onterecht. Ze geeft zich over en buigt voorover. Alweer voelt ze dat haar jurk op haar rug gevouwen wordt en haar ondergoed wordt strakgetrokken tussen haar billen. Dan komt het verschrikkelijke zwiepen tegen haar billen, haar zitvlak en haar benen. Ze is heel blij dat ze zo goed genezen is na gisteren, want dit doet op zichzelf al weer pijn genoeg! Het lijkt zelfs wel of hij nog langer en harder slaat dan gisteren. Wanneer het eindelijk voorbij is, wrijft ze weer over haar pijnlijke kont en bedankt de bewaker. Wie weet wat er nog gebeurt als ze dat vergeet…

Als de bewaker weg is, loopt ze in gedachten verzonken naar buiten. Ze baalt enorm dat het weer niet gelukt is om zonder straf de dag door te komen. Alleen, hoe komt dat nu eigenlijk? Jamie en die bewaker reageerden echt enorm vreemd, alsof ze gisteren helemaal vergeten waren. In de eetzaal was het bord niet aangepast met het menu van vandaag. En die jongen die zijn dienblad gooide, dat was ook dezelfde jongen als een dag ervoor. Ze loopt door de poort en loopt langs de krantenkiosk. Haar oog valt op de kranten in de etalage. Dinsdag 23 juli staat er, niet alleen op de eerste krant maar op alle kranten. Verward loopt ze naar binnen. “Excuus, welke dag is het vandaag?” vraagt ze de verkoper. “Het is vandaag dinsdag. Zeg, gaat het wel goed meisje?” “Ja, prima,” mompelt Sanne en ze loopt weer naar buiten. Dit kan helemaal niet! Hoe kan het nu dezelfde dag als gisteren zijn? Toch lijkt alles erop te wijzen dat het zo is. Ze lijkt de enige te zijn die weet dat deze dag al een keer geweest is.

Ze besluit de proef op de som te nemen en de huizen af te gaan die ze gisteren heeft bezocht. Als ze fout zit, zal ze er toch langs moeten om excuses aan te bieden en de contracten te ontbinden. Na bij de eerste vier huizen gevraagd te hebben of ze haar herkennen, weet ze het zeker; het is voor de tweede keer dinsdag 23 juli en zij lijkt de enige te zijn die dat weet. Dit levert echter direct weer een hoop nieuwe vragen op. Waarom is dit gebeurd? Is er een bepaalde reden voor? Waarom is zij als enige op de hoogte dat deze dag al is gebeurd? Last but not least: wat nu? Hoe langer ze erover nadenkt, hoe meer ze inziet dat het in elk geval een kans is om het slimmer aan te pakken dan gisteren. Tegelijk weet ze dat ze zich hoe dan ook bij de directeur zal moeten melden. Dat bewijs was al verzameld. Onwillekeurig gaan haar handen naar haar billen, die de gevolgen weer zullen moeten dragen.

Contracten afsluiten gaat niet meer, dan laat ze sowieso een digitaal spoor na. Ze besluit naar de kiosk te gaan en zich een kladblok en een pen aan te schaffen. Daarna belt ze aan bij een van de huizen waar ze gisteren, of ja, vandaag, ook al succes had. Ze weet de man des huizes met wat gedraai en knipperen met haar wimpers te verleiden. Deze keer zorgt ze niet voor een afgesloten contract, maar maakt ze een afspraak voor een sponsorloop. Ze kriebelt wat onzinnige gegevens op haar kladblok, terwijl de man zijn portemonnee trekt en haar een flink bedrag aan contant geld uithaalt. Natuurlijk is dit niets vergeleken met de bedragen die ze hier kan verdienen met een goed contract, maar het is nog altijd ruim voldoende om goed van te kunnen leven in dit dorp.

Rond 12 uur stapt ze weer vermoeid het eetcafé van het dorp binnen. Ze bestelt weer een omelet en gaat zitten. Ze kijkt opzij en ziet weer een jongen zitten. Shit, Daan, helemaal vergeten. Ze heeft onmiddellijk door dat het oogcontact voor hem weer een uitnodiging is om bij haar aan te sluiten. Ditmaal besluit ze het gesprek maar uit te zingen. Semi-beleefd antwoordt ze op al zijn vragen, maar ze luistert niet echt naar wat hij te zeggen heeft. Als haar omelet op is, excuseert ze zich. Dat lukt niet zonder een belofte hem de volgende dag weer voor de lunch te ontmoeten. Nou ja, niet erg denkt ze. Als het morgen woensdag is, wimpel ik hem dan wel af. Als het dinsdag is, ben je dit gesprek weer vergeten. Ze lacht van binnen.

Ze besluit niet terug naar de bibliotheek te gaan, maar nog een extra ronde door het dorp te maken om nog wat extra geld binnen te harken. Met zakken die bulken van het briefgeld gaat ze een paar uur later op weg naar haar sportles. In de zaal ziet ze Nadine zitten. Gisteren, of vandaag misschien, hadden ze een hartstikke leuk gesprek gehad, maar nu kent ze haar natuurlijk niet. Tijdens het omkleden merkt ze dat ze ook niet aangesproken wordt. Terugdenkend aan het gesprek van gisteren, beseft ze dat haar billen er nu niet zo erg uitzien omdat ze dat tweede pak slaag heeft weten te voorkomen. Ze probeert nog zelf het gesprek te openen met een halfhartig “Hoi”, maar Nadine zegt alleen hoi terug terwijl ze naar haar schoenen blijft staren.

Tijdens de gymles denkt ze na over wat er gisteren gebeurde. Iemand gooide die bal, al dan niet toevallig precies wanneer zij haar worp plaatste tijdens de eindfase van het trefbal. Ze besluit om het potje weer serieus te spelen, maar dan anders te reageren. Net als ze haar worp wil plaatsen, houdt ze in en plaatst ze een schijnbeweging. Ze kijkt opzij en ziet Nadine een bal recht naar de twee leraren gooien, waarbij de voorste vol in zijn gezicht geraakt wordt. “Jij! Waarom gooide jij die bal naar mijn hoofd!” schreeuwt de leraar terwijl hij met een priemende vinger naar haar wijst. “Ik was het niet!” brengt ze uit. “Ik had deze bal al die tijd vast. Het was Nadine,” zegt ze, en ze wijst naar haar klasgenote. De leraar draait onmiddellijk richting Nadine. “Jij, handen tegen de muur!” schreeuwt hij naar haar. Daarna dient hij de 25 klappen toe die ze zelf eerder heeft gehad.

Na afloop van de les kleedt ze zich uit. Ze ziet af en toe dat Nadine met een blik die kan doden naar haar staart. Ze probeert weg te kijken en stapt onder de douche. Plots ziet ze hoe de andere dames die staan te douchen verdwijnen. Ze probeert om de hoek te kijken waar ze zo snel naartoe gaan, en kijkt dan recht in de ogen van een withete Nadine die dreigend op haar af komt. Ze probeert te vluchten, maar ze kan geen kant op. “Omdraaien en met je handen tegen de muur,” zegt Nadine, terwijl ze met haar gymschoen in de ene hand zachtjes tegen haar andere hand tikt. “Jij gaat merken wat er gebeurt met klikspanen.” Wanhopig probeert Sanne haar situatie nog uit te leggen. “Ik moest wel wat zeggen, anders kreeg ik de schuld!” roept ze uit. “Niks mee te maken, je verlinkt elkaar niet,” gromt Nadine terug. “Nu zet je je handen tegen de muur en accepteer je je straf, anders maak ik je verblijf hier een hel. Ik kan ervoor zorgen dat de directeur je elke dag onder handen neemt. Zeg ‘t maar.”

Sanne ziet geen verdere opties meer en doet wat haar gezegd is. Ze zet haar handen tegen de muur en wacht op de eerste klap. Wanneer die komt, is ze verbaasd over hoeveel pijn het doet. Ze heeft wel eens gehoord dat het meer pijn doet als de billen nat zijn en dat lijkt geen leugen. Verder slaat Nadine met alle kracht en agressie die ze in zich heeft. Haar achterste wordt heter en heter. “Het spijt me, het spijt me, het spijt me,” schreeuwt Sanne uit, tot Nadine eindelijk stopt. “Laat dat een les voor je zijn, niet meer klikken!” zegt ze hijgend. Daarna laat ze Sanne alleen achter in de douche.

Sannes langste dag (3)

Het is nog lekker zwoel buiten als Sanne het plein oversteekt naar het kantoor van de directeur. Ze is bijna vergeten wat voor een rotdag dit was. Eenmaal binnen klopt ze op de deur. “Binnen,” klinkt het direct. Ze opent de deur en stapt naar binnen. Daar zit de grote baas van dit circus. Een lange man, met een natuurlijke uitstraling van zowel rust als overwicht. Hij kan goed luisteren, had ze gemerkt, maar ook gemeen hard slaan. “Sanne, ga zitten,” zegt hij, zonder op te kijken van zijn papieren. Sanne neemt plaats in een plastic stoel voor zijn grote houten bureau. Zijn bureaustoel staat net 20 cm hoger, had ze bij eerdere bezoeken al gemerkt, zodat hij altijd op je neerkijkt. Een slim trucje, zeker bij de wat agressievere jongens en meisjes in dit kamp.

“Sanne, vertel eens over afgelopen week,” trapt hij af. Sanne begint te vertellen over haar week, de lessen die ze gevolgd heeft en de dingen die ze geleerd heeft, of zou hebben. Met enige aarzeling vertelt ze ook dat vandaag niet zo goed was gegaan. Waarschijnlijk heeft hij nog niet alles gehoord, maar anders kon het gesprek van de week erop wel eens lastig worden. “Hmm, nou dat klinkt alsof het goed gaat, he,” valt de directeur haar op het eind in de rede. Sanne knikt. “Toch is er iets waar ik het met je over wil hebben. Vanuit het dorp hoorde ik klachten dat je abonnementen voor telefoons aan het verkopen was. Klopt dat verhaal?”

Ze denkt razendsnel na. Gaat ze voor ontkennen? Zegt ze dat ze onder druk stond om dit te doen? Biecht ze alles op? Ze besluit voor de eerste optie te gaan. “Hè, nee, dat was ik niet. Ik ga wel elke dag het dorp in hoor, maar ik ga langs bij de ouderen. Ze zijn soms zo eenzaam he.” Ze ziet hoe de directeur opgelucht ademhaalt. “Nou, dat is fijn om te horen, ik was even bang dat je niet zo snel vooruit was gegaan als dat ik gehoopt had. Dan zijn we hier wel klaar denk ik voor deze week.” Sanne staat op. Daar is ze nog goed vanaf gekomen! Ze draait zich om en hoort de directeur weer. “Wacht, nog een klein dingetje. Wil je even met me meekijken op het scherm?” Ze loopt om het bureau en kijkt mee. Ze ziet een hoop schermen openstaan, met Excelformulieren. “Misschien kun jij zeggen wat hier aan de hand is,” vraagt de directeur haar. “Waar kijk ik naar, klopt een van de formules niet?” Dan wordt ze plotseling lijkbleek. Dit zijn haar formulieren! Hij heeft haar complete administratie, van alle wurgcontracten die ze de afgelopen weken heeft afgesloten! Met een bang gezicht kijkt ze opzij, recht in het nu wel heel strenge gezicht van de directeur. Die staat op en torent een flink stuk boven haar uit. Als een hertje in de koplampen blijft Sanne stokstijf staan.

“De afgelopen weken heb jij mooi weer gespeeld en gedaan alsof je herboren bent, maar al die tijd heb jij besteed aan het oplichten van onschuldige mensen, met je vlotte praatjes en je onschuldige blik. Maar ik heb je door, dame! Er zal iets serieus bij jou moeten veranderen wil jij nog op een nuttige manier bijdragen aan deze maatschappij. Mijn taak is om voor die verandering te zorgen. Meiden zoals jij zijn mijn specialiteit. Alle gedachten dat je mij kunt inpalmen of kunt bedwingen kun je wel vergeten. Je kunt buigen, of ik zal je breken. Hoe dan ook ga je niet zo verder. Je zult leren hoe het is om op een juiste manier met je medemensen om te gaan, en dat leerproces begint nu.” Met die woorden draait hij zich om naar de muur. Daaraan hangen drie houten paddles. Hij kiest de grootste en haalt deze van het haakje.

“Naar de andere kant van het bureau en er overheen buigen,” commandeert hij. Met lood in haar schoenen volgt ze het commando op. Ze voelt hoe haar jurk weer op rug gelegd wordt. Deze keer glijdt de stof direct naar beneden. “Dat wordt niks, uittrekken!” Heel langzaam trekt Sanne haar jurk uit en legt deze over de plastic stoel. Dan buigt ze weer voorover. Ze voelt hoe haar onderbroek tot op haar enkels getrokken wordt. “Je benen een stap uit elkaar en handen aan de rand van het bureau. Je krijgt twaalf klappen. Als je loslaat, telt de klap niet mee. Als je vloekt, telt de klap niet mee. Heb je dat begrepen?” “Ja meneer,” zegt ze heel zachtjes. Ze voelt zich heel klein, veel kleiner dan de vorige keren dat ze hier was en kleiner dan toen ze werd veroordeeld. Ze voelt het hout zachtjes op haar billen rusten. Dan wordt de paddle opgetild, met een zoef terug naar beneden gebracht en voelt ze een explosie in haar zitvlak, erger dan ze ooit heeft gevoeld. Direct springt ze met een schreeuw overeind en begint als een bezetene te wrijven. De directeur kijkt haar onbewogen aan. “Ik meende wat ik zei. Ik ga jou niet de show laten runnen. Voorover, bureau vasthouden, we zijn nog bij nul.”

Heel langzaam buigt Sanne weer in positie. Eigenlijk is nog niets van de pijn verdwenen, wanneer het ritueel van de eerste slag weer van voor af aan begint. Bij de tweede slag weet ze met veel moeite het bureau vast te houden. Met een plof laat ze haar adem ontsnappen. “Dat was dus een,” stelt de directeur koeltjes vast. Ook bij de volgende klappen gebruikt ze haar ademhaling om de pijn op te vangen. Tussendoor hijgt ze en schudt ze met haar billen heen en weer, voor zover haar positie dat toelaat, in een poging het hellevuur uit te bannen. Ze merkt dat haar rechterbil zo mogelijk nog meer pijn doet dan de linker. Blijkbaar is ze niet de enige die dat in de gaten heeft, want nummer zes en zeven landen alleen op haar linkerhelft. Daarna is de pijn gelijkmatiger verdeeld, hoewel dat geen enkele troost biedt. Nummer acht, flits, pijn. Alleen het gevoel in haar billen bestaat nog, voor de rest is er niets. Dan komt ze weer langzaam terug op aarde, tot de volgende slag landt en alles weer pijn is.

Nog vier klappen bedenkt Sanne. Nog vier, nog een dan nog maar drie, nog twee en dan zijn we op de helft van dit stukje, nog drie en ik hoef er nog maar een. Dan landt de volgende. Deze is anders dan de vorige, deze komt van onder en raakt haar hard onder beide billen, zodat ze omhoog en naar voren wordt gedrukt tegen de rand van het bureau. Ze staat op haar tenen en komt dan hard op haar hakken naar beneden. “Fuck fuck fuck!” schreeuwt ze uit. “Die doen we opnieuw,” klinkt het laconiek. Nu springen de tranen in haar ogen. De pijn is alleen maar erger geworden en ze is niks dichterbij gekomen. Bij de volgende klap is haar verzet gebroken. Haar bovenlichaam ontspant en ze ligt verslagen over het bureau. De tranen stromen over haar wangen. De laatste drie klappen zijn hard, maar ze reageert nauwelijks meer. Ze hoort ook niet hoe de paddle op het bureau wordt gelegd. “Overeind komen en aankleden,” registreert ze wel achter in haar hoofd, maar het duurt even voor ze reageert. Dan trekt ze haar onderbroek op over haar opgezette billen en trekt ze haar jurk weer aan.

“Ik hoop dat je hier van leert, jongedame. In elk geval ga je vanaf morgen alle mensen langs om de contracten te laten ontbinden en je excuses aan te bieden, is dat duidelijk?” Sanne knikt, praten lukt nog niet. “Verder wil ik jou morgen weer zien, en dan gaan we samen kijken hoe het hier verder moet. Volgens mij ben je een slimme dame, en is het zonde dat je je tijd met dit soort zaken verdoet. Ook helder?” Opnieuw knikt ze. “Dan is het voor jou tijd om naar je kamer te gaan en te gaan slapen, over een half uur gaan de deuren dicht. Ik zie je morgen.” Woordeloos loopt Sanne het kantoor uit, op weg naar haar kamer. Ze loopt stijfjes en ze grijpt aan de zijkant de stof van haar jurk vast om zoveel mogelijk het contact met haar billen te voorkomen. Op haar kamer aangekomen trekt ze direct haar kleren uit. In de spiegel ziet ze het slagveld. De streepjes van vanmorgen zijn zo goed als verdwenen, maar daar vallen haar ogen niet op. Enorme dieprode vlekken staan op beide billen, met een grote ovale, bijna grijze plek aan de rechterkant en een kleinere, soortgelijke vlek op de linkerbil. Voorzichtig voelt ze eraan. Het is heel gevoelig en ze krimpt ineen. Nogmaals legt ze haar hand erop, nu nog iets voorzichtiger. Het is bijna alsof ze haar hartslag in haar achterste kan voelen.

Dan denkt ze aan Nadine en haar tip van vanmiddag. Ze grijpt in de zak van haar jurk en haalt het bakje met boter tevoorschijn. Voorzichtig gaat ze op bed liggen en trekt haar knieën naar haar borst. Met haar vrije hand doopt ze haar vingers in de boter en begint langzaam te smeren. Hoewel de pijn intens blijft, vindt er wel een zekere koeling plaats, waardoor het gevoel langzaam wat draagbaarder wordt. Tenminste, zolang ze geen druk uitoefent, merkt ze als ze op haar andere zij gaat liggen. Ook deze kant smeert ze zorgvuldig in, met een extra laag over de pijnlijke plekken waar ze zit. Langzaam maar zeker verandert de pijn in een gloed, die op zekere hoogte te hebben is. Ze is uitgeput, merkt ze. Langzaam valt ze in slaap.

Sannes langste dag (2)

Chagrijnig loopt Sanne door de poort naar buiten. Ze loopt langs de krantenkiosk de wijk in. Ze heeft ‘t gevoel dat iedereen haar nastaart, vooral de mannen, en dat iedereen de streepjes op haar benen kan zien. Stom ook, ze had voorzichtiger moeten zijn, dan had ze nu nog fruit gehad en niet dat akelige gevoel van achteren. Haar humeur heeft ook effect op haar zaken. Het sexy, onschuldige meisje uithangen zit er niet helemaal in en ook haar babbel is niet zo vlot als die kan zijn. Er zijn wel een paar mensen die zich laten verleiden tot een onnodig en uiteindelijk duur abonnement, maar ook wel heel veel afwijzingen. Vermoeid van alle afwijzingen, het vele lopen en het verwerken van haar pak slaag besluit ze om 12 uur in het dorp te gaan lunchen.

In een klein eetcafé bestelt ze een omelet. Ze gaat op een bankje zitten in een hoekje van het café, ver van de andere eters. Ze merkt dat een jongen van haar leeftijd naar haar kijkt. Als ze terugkijkt, zwaait hij naar haar Op zich ziet hij er wel leuk uit, met zijn zwarte haar en zo te zien lange en gespierde lichaam, maar hij ziet er ook wel sullig uit. Sowieso zijn al die dorpelingen echt een beetje achterlijk. Snel pakt ze het menu en begint alles uiterst aandachtig door te lezen. Helaas laat de jongen zich niet ontmoedigen door het gebrek aan aandacht. Hij gaat zelfs op de bank tegenover haar zitten. “Hoi, ik ben Daan,” zegt hij enthousiast en hij steekt zijn hand uit. “Sanne,” zegt ze beleefd, maar enigszins kortaf als ze de hand aanneemt. “Leuk je te ontmoeten, Sanne. Ik zie je wel eens door het dorp lopen. Je verblijft in het kamp toch? Mag ik vragen hoe je daar terecht gekomen bent?” Eigenlijk niet, denkt ze, maar ze geeft hem antwoord. Daarna begint hij allerlei vragen te stellen, over hoe ze de handel precies aanpakte, of ze geen spijt heeft, bla bla.

Normaal gesproken was het geen probleem geweest om hier goed mee om te gaan, maar de waardeloze ochtend die ze had gehad en het branderige gevoel in haar billen en benen, zelfs op deze zachte bankjes, zorgden ervoor dat ze heftiger reageert dan ze wil. “Daan, Daan was het toch he? Ik zou het heel erg op prijs stellen als je weg zou gaan zodat ik in rust mijn omelet op kon eten. Zou je weg willen gaan?” Enigszins beledigd kijkt hij terug. “Ik stel teveel vragen he?” probeert hij nog. Sanne houdt zich niet meer in. “Nee, ik vind je gewoon een beetje een creep, net als die gekke dorpsgenoten van je. Laat me met rust!”

“Sanne Jacobs!” hoort ze van een tafel rechts naast haar. Ze kijkt opzij. Nee! Ze heeft weer niet opgelet en nu blijkt er een undercover bewaker uit het kamp naast haar te zitten. Hij staat op en slaat zijn armen over elkaar. “Volgens mij zijn er afspraken over hoe we ons gedragen als we het dorp ingaan, en deze toon staat duidelijk niet in die afspraken. Meekomen jij.” Met één beweging trekt hij haar aan haar bovenarm omhoog en door de zaal. Spottend wordt ze door de andere gasten nagekeken tot ze in de keuken aankomt. “Handen op het aanrecht en bukken,” beveelt de bewaker. In een ooghoek ziet ze hoe hij een flinke pollepel van de muur haalt. Achter hem doet een aantal koks alsof ze hard aan het werk zijn, terwijl ze stiekem naar het beginnende spektakel proberen te kijken. Weer wordt haar jurk omhoog geslagen. “Zo zo, niet de eerste keer vandaag zo te zien. In dat geval…” Met die woorden trekt hij haar ondergoed tot haar knieën naar beneden. Dan begint hij te slaan. Ze voelt direct de harde klappen op haar billen, in een moordend tempo aangebracht. Ze draait met haar heupen en gaat op een been staan om aan de pijn te ontsnappen. “Niks ervan!” zegt de bewaker en hij pakt haar vast in haar zij. Ze gilt het uit van de pijn. “Ga je je gedragen?!” vraagt de bewaker “Ja, ja, het spijt me, au, stop!” gilt ze terug. “Niks van, ik wil zeker weten dat dit de laatste keer is.” Met die woorden haalt hij nog een paar keer hard uit. Sanne haalt de hoogste noten in een poging de pijn weg te schreeuwen. Dan is ‘t gelukkig klaar. “En nu je excuses maken tegen die jongen!” hoort ze, terwijl ze nog staat uit te hijgen. Ze trekt haar ondergoed weer op, waarbij ze voelt dat haar billen een stuk gezwollen zijn. Met tranen in haar ogen loopt ze het café weer binnen. Ze kijkt zoveel mogelijk naar de grond, maar ze weer zeker dat iedereen naar haar staart. “Het spijt me Daan, ik had niet zo lullig mogen doen,” mompelt ze. “Nou, matig geluidsniveau maar het kan ermee door,” zegt de bewaker. “Kom maar met mij mee, dan gaan we terug naar het kamp.”

Zwijgend zit ze in het busje. Bij elke drempel voelt ze de pijn in haar billen weer hevig terugkomen. Ze heeft ‘t idee dat hij er expres zo hard overheen rijdt, maar ze besluit niks te zeggen. Wie weet wat die engerd dan nog met haar gaat doen! Gelukkig is het ritje naar het kamp niet heel lang. Nadat ze is uitgestapt, staart ze het busje nog boos na. Met een zucht besluit ze maar naar de bibliotheek te gaan. Daar zijn computers waarop ze haar illegale praktijken kan bijhouden. In lange spreadsheets noteert ze waar ze geweest is, welke huizen nog een keer bezocht kunnen worden omdat er niemand thuis was, en wat de reacties waren bij de huizen waar iemand had opengedaan. Ze noteert de geschatte leeftijd, het geslacht, haar inschatting van het etnisch profiel, allemaal om een schets te krijgen van het ideale slachtoffer.

Met een enigszins hersteld humeur slaat ze haar bestand op en sluit de computer af. Het is tijd om naar haar verplichte sporttijd te gaan. Alle jongens en meisjes waren ingedeeld in groepen met een vaste tijd op de dag. Daar kregen ze nog ouderwets sportles van een leraar met een fluitje, een iets te korte broek en een veel te strak shirt voor het lichaam dat misschien ooit strak was geweest, maar nu vooral moest zwoegen onder de extra kilo’s die komen bij het bereiken van de middelbare leeftijd. De gymles is bedoeld om saamhorigheid en discipline bij te brengen, en te zorgen voor een gezonde geest in een gezond lichaam. Verder lijkt het voor enkele leraren ook een uitstekende kans om naar mooie vrouwenlichamen te kijken en excuses te zoeken om onderdelen daarvan ook hardhandig te bewerken, maar Sanne is tot nu toe altijd ontsnapt aan die aandacht. Dat heeft er vast mee te maken dat ze hier niet op de achtergrond blijft, maar vrij fanatiek is. De meisjes die achteraan lopen, krijgen er regelmatig van langs, maar zij die hun best doen worden nog aardig gespaard.

Sanne kleedt zich om, zonder te praten met de andere dames in de kleedkamer. Ze vouwt haar jurk op en legt deze in de locker. “Wow, jou hebben ze goed te pakken gehad!” hoort ze achter zich. Ze draait zich half om en ziet een medegevangene naar haar kont staren. Ze kijkt naar beneden en ziet een stukje van de rode contouren en de dunne vage streepjes op haar been. Ze haalt haar schouders op. “Mwa, viel mee” zegt ze stoer. “Bij mij zie je het niet zo snel” lacht het meisje. Ze draait zich om, trekt haar ondergoed een stukje naar beneden en laat haar billen zien. Op die donkere huid zie je inderdaad niet zoveel rood, maar wel enkele donkergekleurde strepen. “Nee, maar je voelt ‘t vast wel!” zegt Sanne. Het meisje pruilt even en begint dan te lachen. “Helaas wel. Dit was voor het uitschelden van een van de bewakers. Wat heb jij gedaan?” Sanne denkt even na en besluit min of meer eerlijk te zijn. “Ik wilde wat fruit en dat mocht niet, en ik mocht ook geen lastige dorpelingen afwijzen, blijkbaar.” “Blijkbaar,” beaamt het meisje. “Nadine,” stelt ze zich voor. “Sanne,” antwoordt Sanne. Ze kleden zich verder aan en lopen samen de sportzaal in.

Na het inlopen staan er al twee lotgenoten tegen de muur voor een portie met de slipper. Sanne niet, want die weet wel dat ze voorop moet blijven lopen. Tijdens de turnoefeningen ziet ze hoe drie meisjes in handstand tegen de muur worden gezet en worden geslagen omdat ze teveel met elkaar aan het giechelen waren. Op het eind wordt er trefbal gespeeld. Stiekem vindt ze dat wel leuk. Hier kan ze haar agressie kwijt zonder dat het problemen oplevert. Tijdens het spel gooit ze de ene na de andere tegenstander uit. Er zijn nog maar twee dames over aan de overkant, maar zij is alleen. Met een katachtige sprong weet ze een bal te vangen. In een beweging stapt ze door en gooit de bal hard tegen een van haar tegenstanders. Een tegen een! Ze ziet hoe de bal naar de zijkant rolt, naar een paar leraren die met elkaar aan het kletsen zijn. Ze kijkt de bal na en ziet tot haar schrik dat er een andere bal keihard tegen het hoofd van de dikste leraar wordt gegooid. Ze kijkt verschrikt terwijl de leraar zich naar haar omdraait.

“Jij! Waarom gooide jij die bal naar mijn hoofd!” schreeuwt de leraar terwijl hij met een priemende vinger naar haar wijst. “Ik, ik was het niet,” stamelt ze. “Smoesjes jongedame, en aan je benen te zien misdraag je je wel vaker. Misschien dat ik wel voor beter gedrag kan zorgen. Naar de kant, handen tegen de muur!” Ze probeert het nog een keer. “Ik was het echt niet, ik gooide de bal tegen haar aan!” Ze wijst naar haar tegenstandster. “Ik heb genoeg van jouw gesputter, meewerken of je kunt je melden bij de directeur,” dreunt de leraar. Met een misselijk gevoel loopt ze naar de kant. Drie keer op een dag! En deze keer kon ze er echt niets aan doen. Ze neemt de positie aan die haar is opgedragen. De leraar gaat achter haar staan en trekt met een lompe beweging haar sportbroekje en ondergoed tot halverwege haar dijen. Dan slaat hij haar hard met de gymschoen die speciaal voor dit doeleinde wordt gehanteerd door de leraren. Het nare gevoel in haar billen, dat langzaam was gaan liggen na haar aanvaring bij de lunch, komt onmiddellijk weer terug. Ze probeert nog stil te blijven, maar de afgemeten klappen die op volle kracht worden uitgedeeld maken dat onmogelijk. Ze schreeuwt het uit van de pijn. Alles voelt witheet en ze knijpt haar ogen hard dicht in een poging aan de werkelijkheid te ontsnappen. Na 25 klappen is het eindelijk voorbij. Gelukkig is dit ook het einde van de les, zodat niet met haar beurse billen nog verder moet sporten.

Onder de douche na de les voelt ze hoe de hoe de warme druppels over haar rug naar beneden lopen. Daar aangekomen voelen ze al gauw te heet. Snel smeert ze wat water onder haar oksels en zet de kraan koud. Ze draait zich zo dat haar billen recht onder de koude straal staan. Eindelijk wat verlichting. Het kan haar niet schelen wat de andere meiden denken. Gelukkig is ze zeker niet de enige die ervan langs heeft gekregen, en de rest heeft geleerd dat leedvermaak hier vaak maar heel even leuk blijft. Met tegenzin gaat ze na vijf minuten onder de douche vandaan. Als ze niet weg zijn voor de volgende groep arriveert, is dat een nieuwe reden voor straf. Als ze haastig haar kleren aantrekt, ziet ze dat Nadine nog bij de deurpost staat. “Heb je iemand om mee te eten?” vraagt ze. Sanne twijfelt even. Ze eet vaak alleen, maar ze kan nu wel wat afleiding van dat akelige gevoel gebruiken. Samen lopen ze richting de eetzaal.

Nadine begint direct te kletsen over haar verblijf tot nu toe, wat ze gedaan heeft om hier te komen en uiteraard, het favoriete onderwerp van alle gevangen, hoe verschrikkelijk het er is. Tot nu toe heeft Sanne nog niet veel contact gemaakt, maar het vrolijke gekletst van Nadine werkt aanstekelijk. Daarnaast is het wel fijn dat iemand even het gesprek maakt in plaats van dat ze alleen in een hoekje gaat zitten, omdat ze wel wat afleiding van haar zeurende achterwerk kan gebruiken na deze zware dag. Om 6 uur sluiten ze samen aan in de rij voor de chili. Met een grote lepel worden ze om de beurt opgediend. Daarna zitten ze met lange tanden aan hun eten. Chili is zeker niet de beste maaltijd die hier wordt geserveerd.

“Ik heb nog wel een gouden tip voor je,” zegt Nadine tijdens de vanillevla die ze als toetje hebben gekregen. “Dit kun je zeker wel gebruiken vandaag.” Ze haalt een potje met crème tevoorschijn. “Wat is dat?” vraag Sanne nieuwsgierig. “Dit is sheaboter. Het is enorm hydraterend en werkt tegen rimpels, maar daarvoor zijn we misschien nog wat jong. Belangrijker is dat als je dit op je billen smeert, ze lekker afkoelen en sneller herstellen. Volgens mij kun je dat na vandaag wel gebruiken,” zegt Nadine met een lachje. Sanne kan er inmiddels ook wel weer om lachen, een klein beetje. “Ja, vandaag was een dag om gauw te vergeten. Mag ik wat van je lenen?” “Tuurlijk!” zegt Nadine, en ze likt het bakje vla schoon om vervolgens er met haar vingers wat crème in te doen. Vervolgens vouwt ze de aluminiumfolie weer dicht. “Hopelijk kun je het zo goed bewaren, maar iets beters heb ik niet.”

Ze tafelen nog even na, tot Sanne aangeeft dat ze door moet. “Vanavond heb ik mijn wekelijkse afspraak met de directeur” kondigt ze aan. “Oei, moet je je zorgen maken na vandaag?” zegt Nadine verschrikt. “Neuh, dat zal wel meevallen. Over het algemeen heb ik me gedeisd gehouden en als ik me een beetje berouwvol opstel over vandaag, denk ik niet dat er nog straf bij gaat komen. Ik denk dat ik hem inmiddels wel redelijk heb overtuigd van mijn inzet om mijn leven te beteren.” Bij de laatste zin trekt ze een engelachtig gezicht en weet Nadine aan het lachen te maken. “Nou, veel succes dan en fijne avond. Misschien tot morgen?” “Ja, misschien wel, en fijne avond!”

Sannes langste dag (1)

Stipt om 7 uur ’s ochtends gaat Sannes wekker. Het ouderwetse ding dat ze gebruikt omdat haar telefoon is afgenomen, begint onmiddellijk een oud deuntje te spelen. Ze kent het wel ergens van. Ze gaat rechtop zitten, wrijft de slaap uit haar ogen en zingt mee met de paar regels refrein die ze kent. “I got you babe.” Dan stapt ze in haar slippers en loopt naar de oude, houten kleerkast. Ze bekijkt zich eens goed in de spiegel. Haar lange kastagnebruine haar zit behoorlijk in de war. Daar moet ze straks even met een borstel doorheen. Ze maakt de knoopjes van haar pyjama een voor een los. Daaronder komt een welgevormd lichaam tevoorschijn, niet slank maar ook niet dik. Ze pakt een bh die ze de vorige dag over de deur van de kledingkast heeft gehangen. Ze had geluk, vond ze zelf, dat ze al vroeg een mooi stel had gekregen. Belangrijker, ze wist ook hoe ze ze in kon zetten. Ze had menig man al het hoofd op hol weten te krijgen. Zo wist ze overal mee weg te komen. Nou ja, tot voor kort dan toch.

Ze trekt haar pyjamabroek uit en schopt deze aan de kant. Even draait ze met haar heupen voor de spiegel. Voor die paar mannen die niet overtuigd zijn wanneer ze even voorover buigt om ze een blik op haar decolleté te gunnen, is een kleine show met haar billen de druppel om hen naar haar pijpen te laten dansen. Ze heeft een mooie kont, met een flinke ronding boven een stel volle dijbenen. Om te stellen dat elke latina jaloers zou zijn, is misschien overdreven, maar klachten zouden ze niet hebben. Uit de kast pakt ze een vrij kort, zwart jurkje en trekt dit aan. Een panty hoeft ze niet aan. Het is veel te warm en bovendien zijn ze onmogelijk over haar enkelband te krijgen. Fluitend loopt ze naar haar nachtkastje en pakt haar haarborstel. Terwijl ze naar beneden loopt, begint ze haar lange haar te kammen.

Beneden loopt ze de eetzaal binnen. ‘Dinsdag: chili con carne’ staat op het krijtbord met het dagmenu. “Ugh, inspiratieloos” zegt ze binnensmonds. Ze pakt een dienblad van de stapel en begint haar ontbijt bij elkaar te pakken. Liefst eet ze elke dag hetzelfde. Een bakje yoghurt met wat druiven, walnoten en havervlokken met daarbij een glas sinaasappelsap. Bij de kassa wordt ze vrolijk gegroet door de dame die haar bediening aanslaat. De vrolijke “goedemorgen” wordt door Sanne niet beantwoordt. Zoals elke dag eigenlijk. Alleen maar irritant dat ze het überhaupt blijft proberen, denkt Sanne. Tenminste, als het dezelfde vrouw is. Ze heeft niet genoeg opgelet om daar zeker van te zijn. Ze houdt haar cliëntenpas voor de scanner en loopt zonder verder contact door. Met haar dienblad loopt ze naar een klein tafeltje in de hoek en begint haar ontbijt op te eten. Haar blik houdt alle andere jongeren in de ruimte op grote afstand.

Vrienden hoeft ze niet te maken. Liefst is ze hier zo snel mogelijk weg. Dat betekent lieftallig glimlachen naar de leiding en verder zo min mogelijk contact met leeftijdsgenoten. In principe kan ze hier dan binnen een paar maanden weer naar buiten wandelen en verdergaan met haar leven. Het was de bedoeling dat ze hier wat zou leren, had de rechter gezegd, maar dat had ze direct al gedaan: eenmaal buiten moest ze haar zaken gewoon wat beter verbergen, vooral voor haar ouders. Drie maanden terug woonde ze nog bij hen op zolder en wisten zij niets van de handel in illegale elektronica die ze runde. Het grootste deel was ook makkelijk te verbergen geweest. Door haar lichaam in te zetten wist ze genoeg domme mannen voor haar karretje te spannen om het zware werk te doen. Op een avond had ze echter haar administratie open laten staan toen ze naar school ging. Haar bemoeizuchtige moeder had tijdens het schoonmaken op haar computer lopen neuzen en toen ze thuiskwam, stonden haar ouders al met een medewerker van de plaatselijke rechtbank op haar te wachten. Met welgetimede huilbuien wist ze de straf te minimaliseren, maar het lukte haar niet om alles te laten verdwijnen. Daarom zat ze nu in deze minimum security-hel voor jongvolwassenen op het verkeerde pad.

Natuurlijk kan ze haar imperium niet zo lang negeren. Hier kan ze geen telefoons opslaan zonder op te vallen, maar in het dorp naast het kamp waar ze verblijft, wonen een hoop ouderen die goedgelovig genoeg zijn om fictieve abonnementen te nemen. Voor ze erachter komen dat de extra kosten de pan uit rijzen, is ze hier al lang vandaan. Daarnaast heeft ze de rol van dom, vrolijk meisje goed genoeg onder de knie om te zorgen dat niemand zou bedenken dat zij zelf de spin in het web is. Deze ochtend heeft ze ook weer tijd voor een rondje. In het dorp zijn ze gewend dat delinquenten aan de deur komen. Dat is onderdeel van het low-security-concept waar het kamp deel van uitmaakt. De gedachte is dat samenleven in de maatschappij een positief effect heeft op de rehabilitatie van de veroordeelden. Van dat vertrouwen weet ze goed misbruik te maken.

De andere helft van het concept is iets vervelender. Sinds enkele jaren mogen lijfstraffen namelijk weer ingezet worden. Anders gezegd: ze krijgt billenkoek als ze zich niet gedraagt. Gestraft als een klein meisje dat met een correctie op het rechte pad moet worden gebracht. De eerste dagen vond ze het moeilijk om niet uit haar vel te springen wanneer ze weer in een of andere zweverige les terecht was gekomen. Na een paar, achteraf gezien, kleinere botsingen met het kamppersoneel, werd ze gesommeerd zich bij de directeur van het kamp te melden. Hij deed zich voor als een vriendelijke man die het beste met haar voor heeft, maar de manier waarop hij haar zitvlak met een stuk hout had bewerkt nadat hij klaar was met zijn preek over oplichting buiten de muren en haar onveranderde gedrag daarbinnen, was alles behalve vriendelijk geweest. Sindsdien vloog ze onder de radar en had ze verdere straffen weten te vermijden. Maar schijn bedriegt: ze heeft niets geleerd, behalve dan misschien beter te verbergen wat ze doet.

Ze zet het dienblad met de lege bakjes en het gebruikte bestek in het rek. Een paar meter verderop ziet ze een medegevangene met zijn handen tegen de muur en zijn broek op zijn enkels. Met een leren paddle wordt duidelijk gemaakt dat gooien met het dienblad geen verstandige keus is. Sanne haalt haar neus op. Er zijn wel wat interessante, intelligente mannen, maar de meesten zijn slechts dommekrachten, bedoeld om het zware werk te doen en het nadenken aan anderen over te laten. Kijk nou, wat haalt zo’n kleine rebellie nu eigenlijk uit? Je kunt nergens heen, overal zijn wel gezagsdragers en je verliest altijd. Bizar dom, eigenlijk. Je moet gewoon zorgen dat je niet opvalt, dat is veel gemakkelijker.

Ze loopt de eetzaal uit en naar de uitgang van het kamp. Ze denkt na over hoe ze het dadelijk gaat aanpakken. Haar vlotte babbel heeft altijd wel veel succes, maar met haar haar draaien en op een lolly zuigen doet het ook altijd wel aardig. Alles hangt een beetje van de doelgroep af. Onderweg loopt ze naar het schuurtje bij de moestuin. Over haar schouder kijkend loopt ze naar de achterkant en lokt Jamie, die al naar haar toeloopt. “Alsjeblieft Sanne, ik heb weer aardbeien voor je klaargezet voor de daklozen in het dorp.” “Dankjewel!” Antwoordt ze met haar liefste glimlach. Dat ze zo elke dag gratis fruit heeft voor haar dag in het dorp, vertelt ze er niet bij. Ze pakt een aardbei en stopt deze in haar mond. Dan voelt ze plots een hand op haar schouder. “Dus jij zorgt ervoor dat hier elke dag de aardbeien verdwijnen met je smoesjes over daklozen, kleine dievegge!”

Ze draait zich om en kijkt recht in de ogen van een van de bewakers. Shit! Ok, damage control. “Het spijt me meneer, ik dacht dat het hier mocht.” Even ziet hij een blik van twijfel. Dan verharden zijn ogen. “Niks van! Je kunt die jongens wel om je vingers winden, maar mij niet. Blijf staan!” Ze ziet hoe hij wegloopt en met een heggenschaartje een tak afknipt. Met een paar handige bewegingen ontdoet hij de tak van blaadjes en zijtakjes. Hij zwiept een paar keer met de tak en kijkt tevreden naar de baan die het uiteinde beschrijft. “Voorover!” Commandeert hij, “Ik zal je leren misbruik te maken van onze jongens en om fruit te jatten.” Sanne gehoorzaamt. Dit is een verloren zaak. Haar streak van ongeschonden dagen komt ten einde. Hij voelt dat hij haar jurk dubbelvouwt op haar rug. Een klein beetje waardigheid blijft behouden, haar ondergoed wordt slechts strakgetrokken tussen haar billen. Ze voelt hoe hij de tak tegen haar billen houdt en dan neer laat zwiepen. Voordat ze de volledige, brandende pijn heeft geregistreerd, heeft hij nog eens geslagen. In een moordend tempo laat hij de tak op haar billen zwiepen. Ze wiebelt heen en weer en heeft moeite om te blijven staan. Langzaam gaat de pijn naar beneden, tot halverwege haar benen. Het schroeit verschrikkelijk en de tranen springen in haar ogen. Gelukkig is het voorbij nadat hij haar billen een tweede keer met een dozijn vlotte striemen heeft bezocht. Haar benen blijven deze keer gespaard. Ze mag weer overeind komen en begint als een bezetene haar billen te wrijven. Het helpt iets, maar niet zoveel als ze zou willen. “Bedankt meneer,” weet ze nog uit te brengen wanneer hij met zijn tweede preek klaar is, maar van binnen vervloekt ze deze bemoeial. Gelukkig is het buiten zonnig en is er nog genoeg tijd om van de dag te kunnen genieten.

Sannes langste dag

Sanne zit haar straf uit in een open gevangenis. Elke dag lijkt wel hetzelfde..

Inhoudsopgave

De dame in de bibliotheek

Daar staat ze, in de gang van de lokale bibliotheek; misschien wel de mooiste vrouw die ik ooit gezien heb. Een gebronsd gezicht, lange zwarte haren en volle rode lippen. Haar ogen zijn aangezet met mascara, maar haar make-up is niet overdreven. Ze draagt een kort, zwart jurkje, dat haar vormen zeer nauw volgt. Aan de bovenkant is de vorm diep uitgesneden. Haar volle borsten lijken bijna uit de stof te barsten. Dan buigt de jurk naar binnen, om haar middel en weer naar buiten over haar brede heupen. Nog voor de helft van haar volle bovenbenen houdt het jurkje op. Daaronder is alleen nog een stel hoge rode naaldhakken te zien. Ik kan deze observaties maken, omdat ze diep in gedachten verzonken in een boek staart. Plots kijkt ze op en richt haar blik op mij. Betrapt probeer ik mijn ogen af te wenden, maar ze stapt op me af.


Ik probeer een smoes te bedenken, maar er schiet me niet direct iets te binnen. Nu vluchten zou ook heel gek overkomen. Nu ze dichterbij komt, lijkt ze niet echt boos. Onbewust gaan mijn ogen toch een stukje naar beneden. Ze loopt niet gewoon deze kant op: ze wiegt heen en weer met haar heupen. Misschien komt het door de pumps, misschien omdat ze weet dat mannen naar haar staren als ze zo loopt. Ook haar borsten bewegen mee op de beat. Binnen de stof van de jurk gaan ze bij elke stap een klein stukje op en neer. Wat een prachtige vrouw! Dan slaat lichte paniek toe. Wat moet ik zeggen?! Voor ik het weet staat ze naast me. Ze brengt het boek dat ze vast had naar voren en wijst naar een van de pagina’s. “I’m new to country and I want to learn all words. What is this word?” vraagt ze me. Ze heeft ook nog een prachtige stem. Even ben ik afgeleid, daarna buig ik voorover om te zien waar ze naar wijst. Het lijkt erop dat ze een Nederlands woordenboek heeft gepakt. “Billenkoek” zeg ik. “Bielekoek?” probeert ze me te herhalen. “No, billenkoek” probeer ik nog eens. “Billenkoek!” zegt ze overtuigend, en ik feliciteer haar met haar snelle vooruitgang in de Nederlandse taal.

Ze begint te lachen. “What funny word! What does it mean, this ‘billenkoek’?” Ze lacht opnieuw om haar eigen uitspraak. “It means you get to lie over someone’s lap and get smacked on your behind,” probeer ik uit te leggen. Ze fronst naar me. “Do you know what a spanking is?” vraag ik, maar ze schudt haar hoofd. “I don’t understand, why would you get smacked?” zegt ze. “To punish someone, or for fun,” probeer ik. Dat lijkt niet te helpen. “How can same thing be punishment and fun?” Het lijkt zelfs wel of ze een beetje pruilt. “I really want to learn language!” klaagt ze.

Een duivels plan komt in me op. Het is een gewaagde vraag, maar hoe vaak krijg je nu een dergelijke mogelijkheid? De kans is vrij groot dat ze boos wordt, me in mijn gezicht slaat of direct naar de bibliothecaris stapt. Gelukkig spreekt ze geen fantastisch Engels, dus ik kan altijd nog claimen dat ik haar verkeerd begrepen heb. “I can help you, if you want? I can give you an example. Then you’ll understand what it means” Ze begint te stralen. “You do that for me? Thank you!” Een beetje verrast door haar bevestiging moet ik nu direct doorpakken. “Sure, I’m glad to help you master our language! It is a bit hard to explain in this library, though. Would you mind coming to my apartment so I can explain it?” Dat blijkt geen enkel probleem. “Yes, I will go with you. Thank you so much for helping me!”
Onderweg naar buiten zorg ik dat ik een halve stap achter haar komt te lopen door beleefd ruim baan te maken voor een man die ons tegemoet gelopen komt. Dat geeft me de kans om ook naar haar achterkant te staren. Zo mogelijk is dit uitzicht nog interessanter dan haar toch al imposante voorgevel. Haar volle billen spannen de zwarte stof stevig op en haar wiegende heupen doen de twee halve manen steeds opkomen en weer ondergaan bij elke stap. Ik ben nooit gelovig geweest, maar inmiddels vraag ik me af welke oneindige grootheid ik moet bedenken voor wat hij, of zij, vandaag op mijn pad gebracht heeft.

“I live close by, we can walk there,” leg ik uit en ze glimlacht naar me terug. “What is your name?” Een standaardvraag, maar als ze dadelijk over mijn knie ligt, zou het wel raar zijn als ik niet eens weet hoe ze heet. “Chiara” zegt ze. “And what name do you ‘ave?” “Robbert,” antwoord ik. Ze probeert mijn naam te herhalen. “RRRobbert,” rolt van haar tong en ik lach om het prachtige geluid. “You are from?” is mijn volgende opening. “Italy. I come here from Palermo, but not much work there. That is why I come to Holland. But, to be able to work, I need to speak Holland language.” “Dutch,” verbeter ik haar. Ze kijkt me verbaasd aan, dus ik verduidelijk mezelf. “The Holland language, it is called Dutch. We say ‘Nederlands’.” Weer herhaalt ze me. De uitspraak gaat haar niet slecht af.
Ik rommel wat met mijn sleutels en open dan de deur. Ze volgt me naar binnen. “Don’t mind the mess,” verontschuldig ik me, terwijl ik een stapel kleren aan de kant schop. Heel veel ruimte heb ik niet in mijn appartement. Eigenlijk is het ook een beetje een groot woord voor een studio van 35 vierkante meter. “It’s ok,” lacht ze naar me. Ik krijg het idee dat Chiara dingen al snel ok vindt. Gezien de ruimte die ik haar nu kan bieden, is dat niet erg. “Do you want something to drink, cappuccino?” vraag ik als een echte gastheer. “No, no coffee after eleven,” zegt met een blik van afgrijzen. “Do you have any wine, white?” Ik knik en loop naar het keukentje. Daar open ik een fles en schenk twee glazen in. Ik geef haar glas aan, dat ze dankbaar aanpakt. “Cheers!” zeg ik, en we klinken de glazen tegen elkaar. “Salute,” antwoordt ze en ze neemt een goeie slok.
Op de bank hebben we het verder over koetjes en kalfjes. Hoe ze hier gekomen is (met de trein), wat ze voor werk doet (ze is verpleegkundige), of ze nog familie heeft (2 oudere broers en een zusje). Dan drinkt ze haar glas leeg en herinnert me aan de reden voor haar komst. “So, RRRobbert, are you going to explain to me ‘billenkoek’?” Ik meen een ondeugende twinkeling in haar ogen op te merken, maar misschien zit dat alleen in mijn hoofd. “Certainly!” zeg ik enthousiast. Dan sta ik op van de bank en pak ik een stevige eetstoel. “I will sit here, and you can come and lay down over my lap.” Ik neem plaats, Chiara staat op en loopt naar me toe. Het getik van haar hakken op de laminaatvloer is het enige geluid dat in de studio nog te horen is. “Like this?” vraagt ze, terwijl ze in een vloeiende beweging over mijn schoot gaat liggen. Met de toppen van haar vingers steunt ze op de grond, terwijl ze met haar hoge hakken haar voeten op de juiste plaats houdt.
Wat een uitzicht! Een prachtig gevormd vrouwenlichaam, voor mijn neus op een presenteerblaadje met het absolute hoogtepunt, haar fraaie achterwerk, ook als hoogste punt voor mijn neus. Hoe heb ik dit zo kunnen verdienen! Mijn gemijmer wordt onderbroken door Chiara. “Is ok, no? I lie down so you can smack my behind?” Voor zover ik nog aanmoediging nodig had, draagt ze nog even haar steentje bij door met haar billen heen en weer te wiebelen. “Of course,” zeg ik met schorre stem, “Of course, yes perfect. I will start gently.” Met een afgemeten klap begin ik aan mijn uitleg van het begrip ‘billenkoek’. Terwijl ik mijn hand optil om de wederhelft te bedienen, merk ik dat de massa onder haar jurkje nog heel even natrilt. De andere kant kent precies zo’n effect en al gauw vind ik een mooi ritme, waarbij de ene bil geraakt wordt, precies op het moment dat de ander weer tot stilstand is gekomen.
Al snel volgen er kleine gilletjes uit de mond van de dame die over mijn schoot is gedrapeerd. “Ai, ie, ai,” klinkt het zachtjes, maar ze blijft verder stoïcijns liggen. Na een paar minuten stop ik en even heb ik mijn twijfels. Kan ik nog verder gaan? Expliciete toestemming lijkt me op dit punt toch de verstandigste weg. “We’ve just finished the first stage, do you want to continue or do you want to leave?” Ze hijgt een klein beetje als ze me antwoord geeft. “Please continue, I want to learn complete meaning.” Dat laat ik me geen twee keer zeggen. “Alright Chiara, just lift your hips for me please.” Ze volgt mijn aanwijzingen direct op. “Like this?” Dat is inderdaad uitstekend. Met beide handen grijp ik de zoom van haar jurkje, en trek deze met duim en wijsvinger langzaam omhoog. Onderaan haar billen aangekomen moet ik even iets harder trekken, voor haar billen met een schokje onder de stof vandaan schieten. “You can lie down again,” zeg ik, wanneer jurk stof tot boven haar stuitje geschoven is.
Een klein driehoekig stukje stof beschermt nu nog haar vrouwelijke charmes. Aan de randen is een lichtroze tint te zien, het resultaat van enkele minuten hard werken. “Time for round two!” zeg ik enthousiast. Al gauw zit ik in hetzelfde ritme. Gefascineerd kijk ik hoe haar achterste begint te bewegen onder de metronoom die mijn hand is. Na elke klap wordt de zojuist geraakte helft door een subtiele beweging met haar heupen iets naar boven gekanteld. Even later danst haar achterste vrolijk weer de andere kant op. De gilletjes blijven ook komen, alleen nu net een klein beetje luider. Verder blijft ze nog steeds onverstoord op mijn schoot liggen. Haar handen blijven aan de grond, en haar voeten blijven ook staan waar ze staan.
Aangezien ik toch al verder ben gekomen dan ik ooit had durven dromen, besluit ik vol goede moed verder te gaan. “That was round two. Time for a little break. But first, could you lift your hips again, please?” Gehoorzaam doet ze weer wat ik zeg, en ik pak haar onderbroekje aan beide kanten vast om ook dit kledingsstuk, uiterst langzaam, van het doelwit te verwijderen. Halverwege haar prachtige dijen laat ik het los. Mijn blik kleeft inmiddels aan haar achterwerk. Aan de bovenkant van haar bilpartij is een omgekeerde driehoek vanaf haar rug, en daarna een scherpe scheiding tussen de bolronde vormen aan elke kant van haar lichaam. Op die beide helften is inmiddels een donkerroze gloed te zien, egaal verdeeld over beide kanten. Zachtjes begin ik haar billen te kneden en even later hoor ik een nieuw geluid, als van een zachtjes spinnende kat.
Aan al het goede komt echter een eind, en ik heb een taak om deze naar wijsheid dorstende dame verder te onderwijzen. Al snel heb ik hetzelfde ritme weer gevonden. Op prachtige wijze dansen haar beide billen onder mijn hand. Het lijkt soms wel alsof ze naar boven komen, om mijn vingers te begroeten. De gilletjes en kreuntjes zijn nog wat harder en dat volume gaat verder omhoog wanneer ik wat harder ga slaan. Er verschijnen steeds afdrukken op haar billen, die onmiddellijk weer wegtrekken, maar wel overgaan in een steeds rodere gloed. Wanneer ik het pak slaag nog wat verder opvoer, begint haar lichaam meer te bewegen. Ze gooit haar lange haren van links naar rechts en even later begint ze te trappelen met haar benen. Na een flinke klap onderaan haar rechterbil vliegt een van de pumps met een fraaie boog door de kamer. Niet veel later volgt de andere helft van het paar. Gelukkig is er weinig van waarde dat geraakt kan worden.
Mijn gewillige slachtoffer hijgt, steunt, gilt en kreunt erop los, maar ze klinkt nog niet echt in paniek. Nu haar benen alle kanten opvliegen, een bewijs van haar lenigheid, heb ik ook een goed uitzicht op haar edele delen. Daar glinstert duidelijk wat vocht, een verdere bevestiging dat ze nog van haar les Nederlands kan genieten. Ik besluit te beginnen aan de grande finale. Het tempo gaat nog iets omhoog, de klappen worden nog wat harder. Ik voel het aan mijn hand, maar dat leed heb ik graag over voor deze ervaring. Dan buigt ze haar rug, strekt een hand naar achter en houdt deze voor haar bips. “Oeh, I think I understand now!” brengt ze uit. Ik besluit met enige spijt dat ze haar les zo geleerd heeft. Ik laat haar los en met een sierlijke beweging staat ze op. Met twee handen begint ze over haar achterste te wrijven. Haar ogen twinkelen ondeugend.

“You were right, that was fun! You enjoyed, that, no? I feel you, in my belly.” Ze wijst naar mijn broek en ik word me plots bewust van mijn parate geslachtsdeel. Ik bloos er een beetje van. “’ere, let me ‘elp you.” Achteloos laat ze haar slipje van haar benen glijden terwijl ze op me afstapt. Als versteend kijk ik toe hoe ze mijn knoop en rits losmaakt en mijn ondergoed aan de kant schuift, zodat mijn penis als een slang tevoorschijn schiet. Ze zakt op haar knieën, kijkt me even aan en neemt hem vervolgens in haar mond. Met diepe halen beweegt ze haar lippen over mijn schacht. Even denk ik dat ik gek word, of misschien droom. Ik knijp mezelf en weet dan zeker dat dit echt gebeurt. Dan pakt ze haar handen erbij en speelt daarmee met de onderkant van mijn penis, terwijl haar mond gestaag doorgaat. Ik voel mijn hoogtepunt naderen wanneer ze plots stopt.
Even twijfel ik. Moet ik zeggen dat ze door moet gaan, dat ze niet op dit moment kan stoppen? Die gedachte zet ik van me af en ik neem haar uitgestoken hand aan. Zo volg ik haar naar mijn bed aan het eind van de studio. Ze laat mijn hand los en gaat op haar rug op het bed liggen. Dan kijkt ze me verleidelijk aan. “I enjoyed your billenkoek, RRRobbert, I need you to help me too.” Ze spreidt haar benen, de hint is volkomen duidelijk. Mijn kleren vliegen door de kamer, in sneltreinvaart gaat een regenjasje aan en ik werp me op haar. Ze strekt haar benen in de lucht wanneer ik op haar lig en ik glijd soepel naar binnen. Haar billen voelen nog warm tegen mijn bovenbenen. Mijn ritmegevoel is nog niet verdwenen, maar nu werken we samen. Onze lichamen werken als een machine, steeds sneller, steeds harder, tot ik het niet meer houd. Ik kom klaar met een gevoel als een explosie en stort dan op haar lichaam ineen. Totaal vermoeid rol ik van haar af. Ik merk niet eens dat ik in slaap val.
Hoeveel later ik wakker word, weet ik niet. Het kan niet heel lang zijn, maar meer dan een paar minuten. In mijn ooghoek zie ik Chiara. Ze heeft haar kleren weer aangetrokken en ook haar haar weer gemodelleerd. Ze maakt zich klaar om te vertrekken. Even twijfel ik of ik haar niet wil stoppen, maar dan bedenk ik dat dit eigenlijk wel een prima einde van een prachtige middag is. Ze haalt nog wat uit haar tas. Eerst zie ik niet wat het is, maar wanneer ze het papier uitrolt, zie ik het wel: een landkaart. Een kaart vol met kruisjes, waar nu een kruisje door Nederland bijkomt. Dan ruimt ze haar spullen op. Net voor ze vertrekt kijkt ze nog even richting het bed. Ik knijp snel mijn ogen dicht, maar wanneer ik ze weer open, zie ik dat ze me aankijkt. Ze geeft me een knipoog. Ze draait zich om en loopt naar buiten.