Verder en verder gaat ze door de gangen. De bewaker opent met een sleutel van zijn bos een deur, ze lopen verder door beter verlichte en mooier geschilderde gangen. Ze stoppen bij een grote houten deur en de bewaker klopt aan. “Binnen,” klinkt het van de andere kant. De deur zwaait open en ze ziet een man zitten met kort, staalgrijs haar. Hij doet zijn bril af als ze binnenstapt. “Ah, jij moet Sanne zijn.” Hij klinkt vriendelijk. Met een klein knikje wenkt hij naar de bewaker, die haar handboeien afdoet, geruisloos de kamer verlaat en de deur sluit. De man staat op en loopt naar haar toe. Hij strekt zijn hand naar haar uit en stelt zich voor. “Vincent Donkervoort.” Aarzelend neemt Sanne zijn hand aan. Ze durft nog niet te spreken en Vincent vervolgt zijn verhaal. “Het spijt me dat je hier zo open en bloot moet staan, maar dat is onderdeel van onze intakeprocedure. Ik heb begrepen dat je ontsnapt ben uit het kamp, klopt dat?” Sanne knikt. “Ik denk dat je even met twee woorden antwoord moet geven.” Hij klinkt en oogt nog vriendelijk, maar er zit een scherp randje aan zijn stem. “J-ja meneer Donkervoort,” antwoordt ze nu. Vincent oogt tevreden.

Dan begint hij aan zijn monoloog. “Toen je hier door de poort kwam, heb je zien staan ‘Gehoorzaamheid is ons grootste goed’. Wij geloven dat de delinquenten die hier binnenkomen weer moeten leren gehoorzamen om hun plaats in de maatschappij terug te kunnen vinden. Gehoorzamen aan autoriteit, het volgen van de ongeschreven regels die we met elkaar hebben afgesproken. Om dat te bereiken, hanteren we hier een strikte discipline. Dat betekent lijfstraffen, en niet van dat vrijblijvende, slappe gedoe als in dat kamp waar je vandaan komt. Om te beginnen ga ik demonstreren hoe hier elke ochtend de dag gestart wordt en elke avond de dag wordt afgesloten.” Met die woorden pakt hij een houten stoel en gaat zitten. “Kom!” zegt hij kort en hij klopt op zijn dijbeen. Voorzichtig stapt ze naar hem toe. Wanneer ze dicht genoeg bij is pakt hij haar arm en trekt haar over zijn schoot. Hij begint direct met slaan, direct gemeen hard ook. Ze voelt hoe zijn hand elke vierkante centimeter van haar zitvlak weet te raken, terwijl hij intussen blijft praten. “Dit gebeurt dus elke dag, elke ochtend, elke avond. Bij uitzonderlijk goed gedrag kunnen sessies vervallen. Aan de andere kant, wanneer er een terugval is, wanneer je over de schreef gaat, volgt er straf. En zoals je zo dadelijk zult merken is dit nog geen straf.”

Dan houdt de waterval aan klappen weer op en wordt ze overeind geholpen. Het gloeit al goed, al heeft ze zeker erger meegemaakt. Toch kijkt ze niet uit naar het idee om dit tweemaal daags mee te maken, blootgegeven voor een van de bewakers. “Kijk jongedame, zo hoort een tijdige herinnering aan de essentie van deze plaats er dus uit te zien” zegt Vincent smalend. Hij wijst op een spiegel in de kast naast zijn bureau. Ze ziet hoe haar billen een egale lichtrode gloed hebben gekregen. Haar wangen kleuren op soortgelijke wijze als ze weer beseft hoe naakt en weerloos ze hier staat. “Zoals ik al zei, was dit geen straf. Straf volgt in de ruimte hiernaast. Volg mij.”

Sanne volgt Vincent door een tussendeur naar een privé-kantoortje naast zijn hoofdkantoor. Daar ziet ze een houten stellage staan in het midden van een verder lege kamer. Aan de muur hangen verschillende strafinstrumenten, het ene nog angstaanjagender dan het andere. “Dit is een replica van de banken die in de gevangenis staan opgesteld. Daar staan er vijf, zodat we met meerdere stoute dames tegelijk kunnen afrekenen. Deze hier is alleen bedoeld voor de intake. Bij de intake krijgt iedereen een voorproefje van onze strap, die bedoeld is voor de correctie van de meest voorkomende overtredingen.” Terwijl hij het zegt, wijst bij naar de muur. Daar hangt een gevaarte van zwart leer, misschien 8 centimeter breed en 75 centimeter lang. Aan het ene eind is een handvat bevestigd, in het andere eind zijn enkele ronde gaten gemaakt. Ze schrikt als ze het ding ziet. Dat moet zeker heel veel pijn gaan doen! Toch weet ze ook zeker dat er geen ontkomen aan is.

“Ik wil dat je naar voren stapt , met je voeten tegen de buitenkant van de achterste houten poten gaat staan en voorover buigt.” Ze volgt de aanwijzingen op en gaat liggen over het kussen. Even later voelt ze hoe aan haar voeten getrokken wordt. Ze probeert achterom te kijken en ziet hoe Vincent gehurkt achter haar staat. Haar enkels worden tegen de bank getrokken en met een leren band vastgemaakt. “Handen naar beneden en de poten vastpakken” klinkt de volgende aanwijzing, en even later worden ook haar polsen vastgemaakt. Daarna voelt ze hoe een leren band rond haar middel getrokken wordt. Het volgende geluid kan ze niet helemaal thuisbrengen, maar het zou het geluid kunnen zijn van een strap die van de muur gehaal wordt. “Je krijgt tien klappen” luidt het vonnis. Ze houdt haar adem in.

De strap suist door de lucht en komt met een enorme kracht naar op het achterste van Sanne. Alle lucht wordt uit haar longen geperst en ze schreeuwt het uit. De sensatie van het inferno, van alle prikkelingen tegelijk, doen haar hersens op tilt slaan. Net op het moment dat ze weer begint te beseffen waar ze zich bevindt, komt de tweede klap. Ze probeert overeind te komen, maar de banden rond haar polsen houden haar tegen. Na de derde probeert ze met ademhalingsoefeningen weer een beetje de concentratie te hervinden. Nu krijgt ze pas door wat een enorm oppervlak de strap bewerkt. Het lijkt wel de grootste en sterkste hand ooit, die haar onderrug tot haar bovenbenen, links en rechts, in een keer weet te bereiken. Het lukt om de volgende klappen op te vangen, maar bij elke volgende klap wordt haar weerstand minder. Wanneer de laatste klap geweest is, loopt er een traan over haar wangen. Toch voelt ze zich nog sterk, ze heeft het overleefd.

“Normaal gesproken zouden we nu klaar zijn, ware het niet dat je hier niet onder normale omstandigheden bent binnengekomen. Jij bent hier omdat je ontsnapt bent. Dat is geen gedrag dat we hier zullen tolereren.” Ze tilt haar hoofd omhoog en probeert hem door de ruimte te volgen. Hij stopt recht voor haar neus en haalt een lange stok van de muur. “Deze prison cane gebruiken we voor de zwaardere overtredingen. Je krijgt vier tikken van mij. Dat klinkt niet veel, maar ik ben er zeker van dat het genoeg is om ervoor te zorgen dat jij niet meer zult ontsnappen.” Met die woorden gaat hij weer achter haar staan. Zachtjes tikt hij met de cane tegen haar billen en haalt dan uit. Ze schrikt van de withete streep die plots over haar billen gaat. Heel even, voor een milliseconde, denkt ze dat dit het is, dat ze het wel kan hebben. Dan komt de volle pijn en het volle besef binnen van wat haar is aangedaan. Niets had haar op deze pijn kunnen voorbereiden! Vincent weet echter precies wat voor uitwerking zijn instrument heeft, en legt op dat moment een tweede streep, vlak onder de eerste. Nu reageert Sanne’s lichaam wel direct. Ze schreeuwt, ze trekt aan de banden, maar ze komt niet overeind. Bij de derde streep duwt ze haar heupen hard in de bank en richt zich tegelijkertijd op. Het lukt haar wonderbaarlijk genoeg om een paar centimeter overeind te komen, maar niets helpt. De tranen schieten in haar ogen. Ook al is het er nog maar een, ze hoopt vurig dat de laatste slag niet komt. Haar gebeden worden niet verhoord. Snikkend en verslagen ligt ze even later op de bank.

De rest van de intake ervaart ze in een waas. Of ze de pijn uit haar billen gewreven heeft of stokstijf is blijven staan, of Vincent nog verder gepreekt heeft of niet, ze zou het niet kunnen zeggen. Ze komt pas weer een beetje terug op aarde als ze in haar oranje overal naar haar cel begeleid wordt. De celdeur zwaait open en ze wordt onceremonieel naar binnen geduwd. Wanneer de deur dicht is, trekt ze onmiddellijk haar kleren uit. Ze heeft t liever koud dan dat die stof nog langer aan haar billen kleeft. Heel voorzichtig, maar eigenlijk niet voorzichtig genoeg, gaan ze over haar billen. Ze voelt vier tramregels dwars over haar achterwerk lopen, en haar billen voelen beurs, dik en ongetwijfeld blauw. Heel voorzichtig gaat ze op haar zij liggen. Als ze het bord met eten ziet staan, beseft ze pas hoe laat het is. Langzaam schuift ze het tafeltje met het bord naar zich toe. Het glas water drinkt ze in een teug leeg. Ze kijkt naar haar bord. Grijze aardappelpurée, veel te lang doorbakken tartaar en slappe boontjes. Het maakt nu niet uit, want alles gaat er wel in, maar dit lijkt slechts een voorbode van alle ellende te zijn.

Halverwege haar maaltijd hoort ze de bewakers langskomen. Met lange tussenpozen worden de cellen afgeteld. Dan wordt haar deur geopend. “Handen tegen de muur, tijd voor de dagafsluiting” zegt de bewaker onbewogen. Sanne kijkt hem smekend aan. “Alsjeblieft, ik ben net aangekomen en het doet al zo’n pijn!” De bewaker lijkt niet onder de indruk. “Dat is niet mijn probleem, dame.” Wanneer een nieuwe traan over haar wangen rolt, strijkt hij met de hand over zijn hart. “Omdat je hier nieuw bent dan. Ga maar even op je buik liggen.” Ze rolt op haar buik en de bewaker komt naast haar zitten. Hij begint te slaan, maar niet op haar billen maar haar binnen. Die zijn vandaag niet eerder bewerkt. Toch is er weinig nodig om haar opnieuw te breken en al snel rollen de tranen over haar wangen. Gelukkig staat de bewaker gauw op, aait een keer over haar hoofd en loopt dan naar buiten om de deur te sluiten.

Even later gaat het licht uit. Sanne eet de laatste hapjes van haar maaltijd in het donker op. Zo voorzichtig als ze maar kan trekt ze een deken over zich heen. Ze bidt tot alle entiteiten die ze kent, God, Allah, de sterren, dat ze morgen weer in het kamp wakker wordt. Met tranen in haar ogen valt ze in slaap.

Geef een antwoord