Langzaam word ik wakker van een zonnestraal die tussen de spleet van de gordijnen door kruipt. Aan de binnenkant van mijn oogleden schijnt een rode gloed: een combinatie van het felle ochtendlicht op een veelbelovende lentezondag en bloed dat door de adertjes stroomt. Hoe laat zou het zijn? Voor mij in elk geval nog veel te vroeg. Langzaam komen de andere zintuigen ook weer in actie. Ik proef de vieze smaak in mijn mond, alsof er in mijn slaap een klein knaagdier naar binnen is gekropen om daar het loodje te leggen. Bij elke klop van mijn hart voel ik een golf van pijn van achter naar voor door mijn schedel trekken. Met nog steeds gesloten ogen kom ik een stuk overeind en ruik aan het jurkje dat ik nog aan heb. Een geur van verschaald bier en sigaretten. Met een kreun laat ik mijn hoofd weer in het kussen vallen en probeer de film van de gebeurtenissen van gisteravond af te spelen.

Het is een uur of acht. Ik sta jurkjes te passen voor een avondje stappen, wanneer er wordt aangebeld. Ik loop naar de deur en zie door het kijkgaatje dat Martin, mijn huisbaas voor de deur staat. Hij verhuurt dit huis, waar ik met drie huisgenoten woon, terwijl hij zelf het huis ernaast bewoont. Ik glimlach wanneer ik de deur open doe. “Hey, Martin, wat ben je vroeg!” zeg ik enthousiast. “Ik verveelde me. Kom ik ongelegen?” “Een beetje, maar het komt goed. Ga maar vast zitten, dan kom ik straks, wanneer ik wat voor vanavond heb uitgezocht.” Hij knikt kort en loopt de gezamenlijke woonkamer in terwijl ik terug naar mijn slaapkamer loop. Ik kies een blauw jurkje en werk mijn make-up bij. Dan vergezel ik Martin in de woonkamer. Mijn huisgenoten gaan elk weekend terug naar de dorpjes waar ze vandaan komen. Martin is al een aantal jaar weduwnaar en op zaterdagavond ook steevast alleen thuis. Korte bezoekjes voor kleine vragen veranderden in een vast ritueel, samen naar ‘Wie is de Mol’ kijken en wijn drinken voor het begin van de stapavond.

Ik kom beneden en zie Martin zitten op de bank. Hij heeft alvast twee glazen rood ingeschonken en de televisie aangezet. Ik ga naast hem zitten en pak een glas, terwijl hij het andere pakt. “Proost, op een mooie avond!” zeg ik met een brede lach. Martin lacht naar me terug. “Ga je je deze keer gedragen? Vorige week moest ik je nog bijna uit mijn vijver halen. Toegegeven, er zijn geen vissen overleden van je braaksel, maar goed kan ‘t niet zijn. En je mag dan niet heel zwaar zijn, ik ga je niet weer die trap op tillen. Daar ben ik echt te oud voor.” Ik begin een beetje te blozen. “Martin, ik beloof dat het niet zo erg uit de hand loopt. Ik had een beetje liefdesverdriet en daarom had ik misschien een paar wijntjes te veel op. Nu ben ik helemaal over die klootzak heen en wordt het gewoon een gezellige avond met de meiden, zonder gekke acties.” “Mooi,” bromt Martin, en hij kijkt me even quasi-streng aan, “want als het weer zo uit de hand loopt, ga je over de knie!”

De eerste keer dat hij een dergelijke opmerking maakte, had ik het wel even gek gevonden. Wat was het ook alweer? O ja, we zaten aan de wijn, net als nu, en bespraken de voortgang van de studie. Ik liet weten dat er een vak was dat ik niet gehaald had. Ik had er totaal mijn best niet meer voor gedaan en was de avond voor het tentamen nog uit geweest. Martin keek me streng aan, “Nou ja zeg, die studentes van tegenwoordig. Af en toe een pak voor de broek zodat ze weer gemotiveerd zijn, dat hebben ze nodig.” Ik was even stilgevallen, maar nadat hij me kort had aangekeken, was hij er niet verder op doorgegaan. Vanaf dat moment maakte hij in gesprekken regelmatig verwijzingen naar een “ouderwets pak slaag”, “corrigerende tik” of “billenkoek”. Het werd eigenlijk een beetje ons dingetje. Soms reageerde ik geschokt, soms uitdagend en we moesten er beide vreselijk om lachen, zeker toen we mijn huisgenoot Bart in totale schok naar ons zagen staren nadat ik met een beteuterde blik over Martins schoot was gaan liggen om een paar gespeelde tikken te ontvangen!
Terug naar gisteravond. Ik kijk Martin aan en steek mijn tong uit. Hij zucht diep. “Ik meen het wel Caro, doe je een beetje voorzichtig?” Ik zie dat hij het meent en ik stel hem gerust. Niet veel later nemen we afscheid. Ik werk mijn make-up nog een keer bij, controleer mijn outfit in de spiegel en ga ook zelf de deur uit. Op de fiets ga ik naar Janneke. Onderweg kom ik Pien al tegen en Willemijn en Amina treffen we in het flatje van Janneke. Het wordt al snel gezellig, we drinken een paar wijntjes en we zingen wat ontzettend valse liedjes. Tegen half 12 vertrekken we richting de stad. “Niet naar de Mariposa deze week, lieverds, ik heb geen zin om Geoffrey tegen te komen met z’n sletje,” roep ik wanneer we de trap aflopen. De meiden zwijgen, ze hebben ook geen zin in een herhaling van vorige week. Eenmaal op de fiets zit de sfeer er weer gauw in en nauwelijks 15 minuten later worden we door de uitsmijter van de Brass Bar binnengelaten.

We drinken cocktails, we dansen op de blokken, er wordt een hoop gelachen. Heerlijk, gewoon even met zijn vijven, geen gezeik van stomme, onvolwassen jongens. Plots tikt Pien Janneke aan en wijst. Janneke kijkt even bedenkelijk en trekt aan mijn pols. “Kom, we gaan,” zegt ze. “Nee, we zijn er pas net, kom we blijven!” schreeuw ik terug. Ze zwijgt even, en blijft bezorgd kijken. Wat zou er aan de hand zijn? Ik draai me om en daar staat hij. Geoffrey. Met dat vieze wijf Angela, te bekken, midden op de dansvloer. Ik staar ze even aan, tot hij zijn tong weet los te rukken en me een vette knipoog geeft, met een smerige glimlach erbij. Wat een lul is het ook! Ik storm de tent uit, met mijn vriendinnen in mijn kielzog, steek de straat over en ga bij De Kajuit naar binnen. “Drie bier, en doe mijn vriendinnen ook wat!” schreeuw ik tegen de barman. De tijd om lekker wat te drinken voor de gezelligheid is voorbij. Nu is de tijd om te zuipen.

Amina probeert me te kalmeren, maar het helpt niet meer. Ik denk alleen maar aan Geoffrey. Maanden heeft hij met me zitten flirten en net als ik hem ook leuk begin te vinden, gaat hij met Angela. Ze is niet eens knap, wat ziet hij in haar! De beelden en herinneringen worden vager. Hoeveel bier ik uiteindelijk precies op heb, weet ik niet. Ik denk dat ik ook nog iemand op z’n bek gepakt heb, misschien zelfs meerdere personen (m/v), maar ik kan me geen gezichten meer voor de geest halen. Wel weet ik dat we aan het eind van de avond de kroeg uit gezet worden. Tijdens de fietsrit naar huis zwabber ik over de hele weg, maar de meiden zorgen dat ik thuis aankom. “Bedankt, het was gezellig! En dood aan Geoffrey!” schreeuw ik, met de sleutel al in het slot. “Ssst!” maant Pien nog, maar het is te laat. Ik ben te ver heen.

Eenmaal binnen hang ik mijn jas op, raap ‘m van de grond en hang ‘m dan echt op. Dan ga ik de trap op. Na een paar treden verlies ik mijn evenwicht en met een grote zwaai val ik drie treden naar beneden. Gelukkig heb ik de leuning goed vast, anders zou ik helemaal naar beneden zijn gevallen. Met een luide klap kom ik weer op de trap terecht. “Shit!” schreeuw ik en begin daarna te lachen. Niet in staat om op te staan, blijf ik onderaan de trap zitten. Dan hoor ik weer de sleutel in het slot. “Martin!” schreeuw ik enthousiast wanneer ik de deur open doe, “Ik kom de trap niet op. Kom je bij me zitten?” Hij blijft in de deuropening staan. Hij lijkt geïrriteerd, en zo klinkt hij ook. “Caro, wat hadden we nu afgesproken? Jij zou je gedragen vanavond. Moet je eens kijken hoe je er nu bij zit, je kleren onder het bier, helemaal bezopen. Je had je ernstig kunnen bezeren met die trap, de volgende keer heb je niet zo veel geluk.”

Ik kijk hem even aan. Of het de strenge toon is, of gewoon omdat we altijd grapjes maken, ik weet het niet, maar ik trek een pruillip. “Het spijt me Martin, ik ben heel stout geweest en ik verdien billenkoek.” Ik sta op en draai me om, waarbij ik me buk en mijn billen naar hem uitsteek. Dan begin ik te lachen en draai ik me terug, bijna mijn evenwicht weer verliezend. Martin lijkt even van slag, maar speelt het spelletje dan mee. “Ik geloof het ook Caro, jij hebt een lesje nodig. Maar niet nu, nu ben je dronken en komt er niks binnen. Morgenvroeg kom ik langs en ga je over de knie. Eerst maar eens slapen. Kom, ik help je.” Met die woorden pakt hij me vast rond mijn middel en helpt hij me de trap op. “Ik help je wel uit dat vieze jurkje” zegt hij, maar ik weiger. “Ik ben zo moe, ik wil slapen.” Hij denkt even na, en tilt me dan in bed. “Ik meen het Caro, morgen kom ik langs en dan ga je over de knie. Dit kan zo niet langer,” zegt hij terwijl hij me instopt. “Ja, meneer,” mompel ik en val dan in een onrustige slaap.

Ik stap uit bed. Overal spierpijn. Ik rek me een paar keer uit, en loop naar de keuken. Ik vul een groot glas met kraanwater en drink het in één keer leeg. Daarna volgt een tweede glas, en een derde, tot de vieze smaak langzaam begint te verdwijnen. Vervolgens drink ik nog een beetje extra om 2 paracetamol mee door te spoelen. Dan ga ik terug richting bed, waarbij ik onderweg eerst nog even de jurk in de hoek smijt en een extra lang wit T-shirt aantrek. De gordijnen trek ik nog even goed dicht, zodat de zon niet meer tussen de kier door kan schijnen. Deze keer duurt het wat langer voor ik in slaap val, maar uiteindelijk lukt het wel.

Hoeveel later het precies is, weet ik niet, maar ik word wakker van een geluid bij de deur. Eerst ben ik nog een niet helemaal alert, tot ik voetstappen de trap op hoor komen. Meteen zit ik rechtop in bed. Een indringer, in een studentenhuis? Of is het Ron die terug is van zijn ouders? Wel een gekke tijd, zo vroeg op zondagochtend al. De stappen komen steeds dichterbij en ook al zijn er vast logische verklaringen, mijn hart bonkt inmiddels in mijn keel. Ik hoor hoe de klink wordt vastgepakt, ik zie hoe die naar beneden geduwd wordt, maar ik blijf verstijfd zitten in bed. De deur zwaait open en in de deuropening verschijnt … Martin?

“Hey, Martin, wat doe jij hier?!” breng ik uit, een mengeling van verbazing en verontwaardiging. Martin zegt echter niets. Hij staat wijdbeens in de deuropening, recht zijn rug en vouwt zijn armen over elkaar. “Volgens mij weet jij precies waarom ik hier ben.” Hij blijft me afwachtend aanstaren terwijl ik probeer te graven in mijn geheugen. Mijn huur heb ik zeker op tijd betaald en ik kan me niet voorstellen dat ik ooit zo gek ben geweest om te zeggen dat we op zondagochtend wel samen konden gaan rennen. Hij blijft me echter zo streng aankijken, af te wachten tot ik wat zeg. Ik denk terug aan vannacht en … nee! Hij zou toch niet bedoelen …

Ik voel dat ik wit wegtrek en Martin ziet het ook, want hij trekt een wenkbrauw op om aan te geven dat mijn gedachte blijkbaar de juiste is. “Martin, dat kun je niet menen, ik ben een volwassen vrouw, die krijgen toch niet …” het lukt me niet om de zin af te maken, maar met een rode kop hoor ik dat Martin dat wel lukt. “Op hun billen? Als je je zo gedraagt als gisteren, dan is dat precies wat je nodig hebt.” Ik slik. Hij meent dit echt! “Martin, ik weet dat we er altijd grapjes over maken. Dit is ook een grapje toch?” probeer ik nu. Martin blijft me strak aankijken. Na een pauze die oneindig lang lijkt te duren, maar die waarschijnlijk niet langer dan 10 seconden is, begint hij langzaam en duidelijk te spreken. “Caro, ik maak geen grapje. Ik meen het serieus. Na een eerdere waarschuwing kom je midden in de nacht dronken thuis. Je had je nek wel kunnen breken op die trap hier. Heb je daar al eens over nagedacht? Dat ik zondag de deur open doe, of Ron als die straks thuiskomt, en jou dan onderaan de trap vind, dood.” Bij het horen van zijn woorden voelt mijn mond steeds droger aan. In mijn gedachten zweef ik boven mijn levenloze lichaam en bij dat idee voel ik een golf van schuldgevoel.

Martin voelt aan wat in me omgaat en neemt de volgende stap. “Zo te zien begin je te beseffen in wat voor gevaar je jezelf hebt gebracht. Nu ga ik ervoor zorgen dat je dat nooit meer zult doen. Sta op.” Zwijgend doe ik wat hij zegt. Met mijn handen frunnik ik aan de zoom van mijn shirt en ik staar naar de grond. Heel langzaam gaat mijn blik omhoog, waarbij ik uitkijk dat ik niet per ongeluk oogcontact maak. Vreemd, het hele idee om Martin nu aan te moeten kijken voelt erger dan zijn aankondiging dat ik op mijn billen ga krijgen Hij legt wat kleren van de stoel in de hoek op de grond en neemt vervolgens plaats. “Kom, Caro, aan deze kant,” zegt hij, terwijl hij met zijn rechterhand een aantal keer op zijn bovenbeen tikt. Aarzelend schuif ik naar hem toe. Mijn hart bonkt met een hartslag van minstens 140. Wanneer ik naast hem sta, voel ik zijn blik op mij gericht. Ook al heb ik wel eens voor de grap over zijn knie gelegen, het voelt nu ineens wel heel onwennig. Ik weet echter wat hij verwacht en met mijn handen naar voren buig ik over hem heen. Toen ik eerder voor de gein over Martins knie lag, voelde dat grappig. Het moment duurde maar even, na enkele seconden stond ik lachend weer overeind. Nu lijkt de tijd oneindig traag te gaan. Ik voel me onzeker en ontzettend kwetsbaar. Dan voel ik Martins warme hand op mijn billen. Mijn shirt is bij het liggen een stuk omhoog geschoven, zodat ik alleen nog door mijn ondergoed beschermd wordt.
“Klaar?” De vraag is simpel, het antwoord niet. Aan de ene kant hoeft het niet te beginnen, aan de andere kant moet het zo snel mogelijk voorbij zijn. “Klaar,” bevestig ik met een schorre kraak in mijn stem. Direct komt de eerste klap neer. Geen scherpe, brandende pijn zoals in mijn ernstigste vermoedens, maar duidelijk voelbaar. Al snel volgen er meer, in een duidelijk ritme: links, rechts, links, rechts. Mijn eerdere gedachten over ‘beschermen’ blijken op de dunne stof van mijn onderbroek niet bepaald van toepassing te zijn. Langzaam maar zeker neemt de pijn toe. Ik probeer zo stil mogelijk te blijven liggen, maar het valt niet mee. Dan doorbreekt hij het ritme, met enkele harde klappen na elkaar op dezelfde bil en ik trap met mijn been omhoog. “Voeten op de grond,” beveelt Martin, zonder emotie in zijn stem, en ik duw mijn tenen diep het zeil op de vloer in. Even later houden de klappen plots op.

Even ben ik in verwarring. Zijn we al klaar? Natuurlijk, ik voel ‘t wel, maar tegelijkertijd heb ik niet het idee dat ik heel zwaar gestraft ben. Ineens voel ik wat over mijn billen glijden en in een reflex schiet ik met mijn hand naar achter. “Niet mijn onderbroek!” roep ik. Mijn pols wordt in stevig vastgepakt en ik moet loslaten. “We hebben vaak genoeg hierover gepraat dat je weet dat echte billenkoek altijd op de blote billen gegeven wordt, Caro.” Nou ja, dat is wel vaak voorbij gekomen wanneer we erover schertsten, maar ik had niet verwacht dat ik ooit de praktijk zou meemaken. Met een zucht geef ik mijn verzet op en niet veel later gaat Martin verder in hetzelfde tempo. Iedere keer als mijn voeten van de grond afkomen, probeer ik ze weer terug te duwen. Steeds vaker komen er korte kreetjes uit mijn mond als een extra gevoelige plek wordt geraakt, daar lijken er trouwens steeds meer van te zijn.

Weer stopt hij met slaan, maar voordat ik opgelucht kan ademhalen, laat hij duidelijk merken dat we nog niet klaar zijn. “Opstaan, Caro, en handen gevouwen achter je rug,” zegt hij. Zodra ik sta, staat hij zelf ook en zet hij de stoel een klein stukje verder de kamer in. Met grote ogen zie ik hoe hij zijn brede leren riem losgespt en met een geluid dat me kippenvel bezorgt door de lussen van zijn broek haalt. “Handen op de zitting,” is de nieuwe opdracht. Ik schuifel, met mijn onderbroek op mijn enkels, naar de stoel en doe wat Martin zegt. Ik knijp mijn ogen dicht als ik het koude leer op mijn achterste voel. Dan knalt de riem hard neer. Wat doet dit zeer! Het is niet te vergelijken met het pak slaag dat ik net gekregen heb. Ik vlieg overeind en begin met beide handen te wrijven. “Kom Caro, niet zo aanstellen,” zegt Martin streng. “Maar het doet zeer!” klaag ik. Ik krijg te verstaan dat dat nu eenmaal zo hoort, en ergens weet ik dat ook. Langzaam plaats ik mijn handen weer op de stoel, vastberaden om vol te houden. Bij de tweede klap draai ik met mijn heupen, maar ik blijf in positie. Martin bromt goedkeurend en haalt nog eens uit. Zo zet hij langzaam mijn hele achterwerk in lichterlaaie. Ik wil het niet, maar door de pijn vormt zich een eerste traan in mijn ooghoeken.

“Caro, ik hoop dat je hier wat van leert,” begint Martin te preken terwijl hij door blijft slaan. “Je brengt jezelf in gevaar, en waarom? Om een stomme jongen die je niet ziet staan? Daar ben je veel te leuk voor.” Of het komt doordat zijn woorden door pijnlijke klappen onderstreept worden, weet ik niet, maar het komt wel echt binnen. Ook al ben ik nog redelijk stil, de tranen lopen nu over mijn wangen. Hij heeft gelijk, die lul Geoffrey is het niet waard dat ik me daar zo druk om maak en al helemaal niet dat me wat overkomt. “Nog 10, dame, zet je schrap” kondigt Martin nu aan. Bij elke klap wip ik op mijn tenen, draai ik met mijn heupen en stromen de tranen verder, maar ik houd het vol. Martins riem valt op de grond, hij legt zijn hand op mijn schouder en ik kom overeind. Hij opent zijn armen en ik sluit me in zijn omhelzing. Snikkend leg ik mijn hoofd op zijn schouder en daar blijf ik, tot ik weer tot rust ben gekomen.

Langzaam kom ik weer terug in het hier en nu en daarmee word ik me ook bewust van mijn naaktheid. Met een lichte blos trek ik mijn ondergoed weer aan en daarna pak ik ook snel even een nieuw jurkje uit de kast. “Gaat het?” vraagt Martin, met een soort ouderlijke bezorgdheid in zijn stem. Ik geef ‘m een kort glimlachje om duidelijk te maken dat ‘t goed zit. “Ik dacht dat we altijd grappen maakten als we het hierover hadden.” Martin moet lachen. “Dat was ook wel zo, maar stiekem heeft het me altijd al geïnteresseerd. Ik denk dat het, op sommige momenten, echt kan helpen. De manier waarop jij met me meedoet als we het erover hadden, deed me vermoeden dat jij hetzelfde idee hebt.” “Ik heb er nooit zo over nagedacht, maar het lucht wel op,” geef ik toe. “Zullen we even gaan lunchen? Dan kunnen we het hier uitgebreid over hebben.” Ik begin weer te blozen, maar knik. Zo te voelen hebben we nog veel te bespreken.

Geef een antwoord