Jantine kijkt wat afwezig voor haar uit. In haar ooghoek ziet ze de gids druk gebarend uitleggen. Na de lange reis met het krappe minibusje is de concentratie een beetje weg. Ook hijgt ze nog wat na van de flinke klim. Op een hoogte van drie kilometer herstel je ook niet zo gauw van een inspanning. Ze pakt haar flesje, neemt een slok, en probeert zich te concentreren op het verhaal van de gids.

‘The local indigenous people were farmers. They cultivated over 3000 different kinds of potatoes!’.

Weer dat verhaal over de die aardappelen. Elke uitstap die ze maakt, wordt het genoemd. Het aantal aardappelen is ook iedere keer anders. Het zijn er hoe dan ook meer dan in de supermarkt. Vermoeid richt ze haar aandacht weer op de omgeving.

Dan ziet ze een groot stenen tableau. Het is ongeveer tachtig centimeter hoog. Halverwege het tableau zaten enkele stenen lussen. Plots geïntrigeerd staart Jantine naar het blok. ‘Ah yes, the sacrifical stone’ zegt de gids achter haar. ‘Sacrificial stone’? vraagt Jantine verbaasd. ‘Yes, we don’t know much about the native culture. Some believe this stone was used for human sacrifice’. Jantine rilt. Toch heeft ze zo haar twijfels. ‘What about those cuttings at the bottom?’ vraagt ze de gids. ‘Those are for the feet’ legt de gids uit. Jantine denkt even na. ‘If those are for the feet, doesn’t that mean the victim is bent forward?’ ‘That’s true, and it’s most confusing for our scientists. If the victim was bent forward, the heart couldn’t have been cut out’.

‘Do you know what the loops are for?’ vraagt Jantine, die niet aan uitgesneden harten wil denken? ‘That’s also a matter of debate. They could have been used to tie up the victims arms but again, this could only be done when the victim is bent forward. It remains a mystery’. De gids blijft even staren en spreekt de groep weer aan. ‘Let’s continue downstairs please!’.

Terwijl de groepsleden een voor een de steile stenen trap afdalen, blijft Jantine nog even hangen. Wanneer iedereen uit het zicht is, loopt ze weer naar het blok. Ze denkt niet aan mensenoffers. Toen ze het blok zag, dacht ze meteen aan wat anders. Ze gaat voor het blok staan en zet haar voeten in de inkepingen. Langzaam buigt ze zich voorover. Ze voelt de koude steen door haar dunne shirt heen wanneer ze langzaam op de steen gaat liggen.

Plots vormt een mist rondom haar polsen, bij de gaten in het stenen plateau. De mist trekt door de lussen en rond haar polsen. Ze voelt de lucht langs haar handen stromen. Gefascineerd blijft ze kijken naar de vreemde lucht, die steeds donkerder wordt. Ineens lijkt de lucht te materialiseren. Er vormt een cirkel rondom haar polsen, door de lus. Jantine probeert haar handen terug te trekken, maar ze komt niet door de zwarte lucht. Ze trekt aan de lucht en bedenkt dan dat het geen lucht meer is. Om haar polsen zitten twee zwartleren riemen, die haar vasthouden. Ze probeert haar benen op te tillen. Ook haar enkels lijken vast te zitten, al ligt ze zo ver voorover dat ze deze niet meer kan zien. Volkomen weerloos ligt ze nu op het altaar. Net als ze om hulp wil roepen, ziet ze uit haar rechterooghoek een verschijning naderbij komen.

‘Wie ben je?’ vraagt Jantine. De verschijning geeft geen antwoord. ‘Who are you? Let me go!’ schreeuwt Jantine, nu wat urgenter. De verschijning maakt weer geen geluid. Ze probeert om te kijken, maar nu ze gebonden is kan ze niet zo ver draaien. De verschijning staat nu vlak achter haar. Er gaat een scherpe pijn door haar hoofd als ze hard aan haar haren getrokken wordt. Ze hapt naar adem en haar hoofd komt van de steen. Terwijl ze haar mond open heeft, wordt een stuk leer tussen haar tanden geduwd. Ze voelt hoe het stuk leer met een touw achter haar nek wordt vastgebonden. Ze probeert te schreeuwen, maar er komt niet meer dan een gedempt, onverstaanbaar geluid uit haar mond. Ze raakt in paniek; niemand zal haar komen halen bij deze afgelegen tempel!

Lang kan Jantine niet nadenken over haar verlatenheid, want ze voelt hoe de verschijning langzaam haar zomerjurk omhoog tilt, tot over haar billen. Ze rukt aan de riemen, maar die zijn stevig en zitten goed verankerd. Ze schreeuwt het uit, maar het geluid wordt gedempt en vervormd. Terwijl ze worstelt, voelt ze hoe haar onderbroek naar beneden wordt getrokken, tot in haar knieholtes. Ze probeert door haar knieën te zakken, maar dat lukt niet op het stenen tableau. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes. ‘Ik word verkracht in een vreemd land!’ spookt door haar hoofd, en de paniek neemt toe.

Tot haar verbazing, gebeurt er niets. Voorzichtig doet ze haar ogen open. Voor haar staat een man, met een inheems uiterlijk. Hij draagt een lang, wit gewaad met gouden banden. Voor zijn gezicht draagt hij een gouden masker met ingewikkelde versieringen. Op de wangen van het masker staat een soort bolvormig hartje, getekend in rode steen. De ogen die door het masker naar haar staren, staan streng en hard. Dan kijkt Jantine verder naar beneden. In de linkerhand draagt de gestalte een grote spiegel. In de rechterhand draagt hij een grote, bruinleren riem. Bij het uiteinde loopt de riem in twee tongen uiteen. Ze heeft geen idee waar de voorwerpen voor dienen, maar wanneer ze het probeert te vragen, weet ze weer hoe onverstaanbaar ze nu is. De koele wind die af en toe tegen haar billen waait en haar kippenvel bezorgd, herinnert haar er ook aan hoe weerloos ze erbij ligt.

De verschijning kijkt van haar weg, richting de ondergaande zon. Hij begint te reciteren, in een taal die Jantine niet verstaat. Steeds luider spreekt hij richting de zon. Dan stop hij plots. Hij legt het leer voor haar neer op de steen. Met een stapel kleinere stenen zet hij de spiegel zo neer, dat de onderstaande zon wordt weerkaatst. Daarna knielt hij voor de spiegel. De verschijning prevelt tegen de spiegel. Wanneer de zon nog lager staat, weerkaatst deze exact in het midden van de spiegel. Dan verschijnen er, tot verbazing van Jantine, boven de weerkaatsing, 5 cirkels op de spiegel. Ze lichten zachtjes op, alsof er kleine led-lampjes achter zitten. Onder de weerkaatsing verschijnen 12 verticale streepjes.
De verschijning loopt naar de steen. Jantine probeert terug te deinzen, maar komt niet verder dan een paar centimeter met haar bovenlichaam. Tot haar opluchting pakt hij alleen het stuk leer. Hij loopt verder tot vlak achter haar. Ze probeert om te kijken, maar ze krijgt hem niet in beeld. De verschijning begint weer tegen de zon te preken. Dan licht het meest rechtse streepje plots felgroen op. Ze hoort een felle knal en dan voelt ze het; haar billen lijken plots in brand te staan!

In een reflex probeert ze haar handen terug te trekken om haar achterste te beschermen. Ze trekt aan de leren riemen, maar komt niet los. Dan volgt een tweede klap. Ze zuigt haar longen vol met lucht en probeert achter zich te kijken. Ze ziet alleen het einde van het stuk leer door de lucht scheren. Ze knijpt haar ogen dicht, voor ze het leer weer voelt exploderen tegen haar arme billen. Wanneer ze haar ogen weer opendoet, valt haar blik op de spiegel. Drie streepjes zijn inmiddels verdwenen. Nadat de volgende verschroeiende klap is neergedaald, verdwijnt er weer een streepje. Jantine begint weer aan de riemen rond haar polsen te trekken wanneer ze beseft wat haar nog te wachten staat.

Keer op keer komt het leer neer op het weerloze achterste van Jantine. Ze probeert haar billen aan de kant te bewegen, maar ze zit vast tegen de steen. Haar handen trekken aan de riemen, maar die geven geen krimp. Ook haar voeten krijgt ze niet aan de kant, om te vluchten of om af te weren. Bij elke klap volgt een gedempte kreet, niet bevredigend maar alles wat ze kan doen. ‘Houd alsjeblieft op, ik houd dit niet vol!’ schreeuwt het door haar hoofd. Ze kijkt op en ziet dat ze nog 17 klappen te gaan heeft. Klappen waar ze met geen mogelijkheid aan kan ontsnappen. Ze knapt. De spanning in haar lijf verdwijnt. Ze huilt grote tranen op de steen onder haar wang. Ze voelt alleen nog de pijn, schroeiend en steeds weer opvlammend.

Het laatste groene lichtje verdwijnt van de spiegel. Het duurt even voor Jantine doorheeft dat de pijn niet meer toeneemt. Langzaam komen de gedachten terug in haar hoofd. Ze kijkt voorzichtig op en ziet de man die haar zo toetakelt weer luidkeels naar de zon bidden. Dan draait hij zich op naar Jantine. Ze krimpt ineen. ‘Nee!’ schreeuwt het in haar hoofd en haar weerstand komt terug. Ze kijkt de man recht in de ogen aan. Zijn ogen staan nu veel zachter. Hij loopt naar toe en maakt de knevel in haar mond los. ‘Let me go, bastard!’ schreeuwt Jantine. Hij besteed geen aandacht aan haar en loopt weg, achter haar. Ze wil zich omdraaien en merkt dat haar handen plots vrij zijn. Ze kijkt naar haar polsen en ziet dat de riemen verdwenen zijn. Ze komt overeind en voelt een scheut van pijn door haar lichaam stromen. Ze beweegt zich nu iets langzamer. Voorzichtig probeert ze naar achter te stappen en merkt ze dat haar voeten ook vrij zijn. Ze draait zich om. Geen spoor meer van de man die net nog voor haar stond te preken.

Dan beseft ze dat haar ondergoed nog om haar knieën hangt. Met een rode blos trekt ze het slipje omhoog. Boven aangekomen merkt ze hoe gevoelig haar billen zijn voor aanraking. Voorzichtig voelt ze met haar handen. De aanraking voelt goed, verzacht. Zachtjes maakt ze, met beide handen naar achter, kleine cirkels. Als de pijn wat is gaan liggen, doet ze haar rokje goed. ‘Ik moet de groep vinden’, bedenkt ze zich terwijl het verstand steeds verder terugkeert. Het zal even duren voor ze volledig doorheeft wat hier gebeurt is. ‘Niemand hoeft dit voorlopig te weten!’ denkt ze, haar tanden op elkaar.
Ze volgt een smal rotspad naar beneden. Een keer verliest ze haar evenwicht en komt haar linkerbil in aanraking met de rotswand. Een hoog gilletje, meer van schrik dan van pijn, ontsnapt aan haar lippen. Ze herpakt zich en loopt door naar beneden. Daar aangekomen ziet ze de groep bij een oude rotswoning. De gids is midden in een verhaal. Zodra ze elkaar zien, knipoogt hij naar haar. Daarna vervolgt hij zijn verhaal.

Na afloop van het verhaal, lopen de groepsleden naar verschillende hoeken van de woning. De gids geeft aanwijzingen aan een vrouw van middelbare leeftijd, en loop dan naar Jantine toe. ‘Did you like your study of the temple?’, vraagt hij? ‘What do you mean?’ vraagt Jantine. ‘You were gone so long, I thought you were studying the true purpose of the temple’. Jantine kijkt de gids strak aan. ‘What do you mean, is there anything you’re not telling me?’. ‘No, I told you everything I know’, zegt de gids, maar zijn brutale glimlach vertelt wat anders. ‘Have you seen the sun today? The way it’s bright, read colors stand out in the sky? It’s looking to be a beautiful summer’.

Geef een antwoord