Zoals Elaine voorspeld had, was Lana de volgende dag weer helemaal zichzelf op het werk. Ze zag verschillende patiënten en haalde haar financiële achterstand in. Ze had een paar keer met dr. Hayes te maken en al deze contacten verliepen beleefd en professioneel. Het enige verschil was dat ze geen grapjes maakte, zoals ze normaal gesproken constant deed. Tussen de middag besloot ze samen met Elaine in het restaurantje op de hoek van de straat te lunchen.

Toen Lana de deur uit stapte, zag ze een jongeman tegen de muur van het gebouw naast de kliniek geleund staan. Ze herkende hem onmiddellijk als degene die de vorige ochtend binnen was gekomen en er zo onverwachts vandoor was gegaan. Lana bedacht zich dat ze niet eens wist hoe hij heette. Ze glimlachte naar hem toen ze hem passeerden, bang dat hij opnieuw de benen zou nemen als ze hem aan zou spreken. Hij keek even op om vervolgens weer ineen te duiken. Terwijl ze hun weg vervolgden legde Lana aan Elaine uit wie die jongeman was.

‘Ik ben ervan overtuigd dat hij wel terugkomt’, zei Elaine. ‘Maar hij is nu nog in shock’.

‘Dat weet ik. En hij is niet de eerste die zo reageert’, reflecteerde Lana. ‘Maar het maakt dat ik me machteloos voel’. Ze huiverde toen een koele herfstwind opstak.

‘Lana, hoe vaak moet ik je nog zeggen dat je je alles niet zo persoonlijk moet aantrekken? Je hoort niet op deze afdeling, je zou op de revalidatie of op de ortho of iets dergelijks moeten werken, waar de patiënten niet allemaal gedoemd zijn te sterven’.

‘Maar ik voel me op mijn plaats in de kliniek. Ik heb het gevoel dat ik het verschil kan maken in het leven van iemand. Ik bedoel, ja, ze zullen waarschijnlijk doodgaan, maar niet vandaag en ook niet morgen. De meesten hebben nog jaren voor zich en ik wil helpen om te zorgen dat dit betekenisvolle jaren worden’. Ze stapten het warme restaurantje binnen en vonden achterin een vrij tafeltje. Het was een populair etablissement onder werknemers, het was er schoon, het eten was goed en het ademde een ontspannen sfeer uit die in schril contrast stond met de chaos van de stad.

‘Iedere keer als een patiënt komt te overlijden, voelt het alsof je zelf een beetje doodgaat’, zette Elaine de discussie voort. ‘Ik dacht dat je een acute depressie inschoot toen Lennie overleed’.

‘Het was zo’n lieve jongen. Maar ik heb hem alleen in het laatste jaar van zijn ziekte gekend. Acht jaar eerder was de diagnose al gesteld. Dat is heel lang’. Een serveerster kwam de bestelling opnemen, Elaine koos een salade en Lana bestelde patat met een hamburger.

‘Kijk eens wie we daar hebben’, zei Elaine. Lana draaide zich om en zag dr. Hayes in de richting van hun tafeltje lopen. Hij bleef aan het hoofd van de tafel staan en keek hen beiden lachend aan.

‘Mag ik jullie gezelschap komen houden?’, vroeg hij en Lana vroeg zich af hoe hij zou reageren als ze ‘nee’ zouden zeggen. Voordat ze echter kon antwoorden, nam Elaine het woord. ‘Natuurlijk, dokter Hayes, gaat u zitten. We hebben echter al wel besteld.

Lana glimlachte toen Elaine op de bank doorschoof in de richting van de muur om plaats te maken. De serveerster verscheen op het moment dat dr. Hayes ging zitten en ze voegde zijn bestelling bij die van hen, met veel meer geestdrift dan ze bij de vrouwen gedaan had.

Het is walgelijk, dacht Lana. Vrouwen behandelen hem alsof hij God is. Het was haar opgevallen dat de meeste vrouwen onder het personeel op de kliniek ook al een oogje op hem hadden. Ze sloofden zich uit om hem van koffie te voorzien, om aantekeningen te maken als hij een patiënt onderzocht of stelden hem vragen waar ze zelf het antwoord wel op wisten om vervolgens ieder woord van hem gretig in zich op te nemen. Velen van hem waren de laatste tijd met kortere rokjes en zwaardere make-up op het werk gekomen. Lana droeg nooit make-up.

Ze concentreerde zich weer op het gesprek. Dr. Hayes vertelde een verhaal over een patiënt die hij eens gehad had, toen hij tijdens zijn opleiding op de spoedeisende hulp werkte in een Afrikaans ziekenhuis werkte. De man klaagde over pijn in zijn onderbeen. Hij vertelde dat de pijn begonnen was toen hij het gras aan het maaien was en het was zo erg geworden dat hij naar het ziekenhuis gekomen was om er naar te laten kijken. Zijn been was zo snel opgezwollen dat hij zijn broek niet eens meer uit kon krijgen. Dr. Hayes had hem op de behandeltafel laten liggen en had zijn schoenen en sokken uitgedaan, terwijl een verpleegster zijn broekspijp afgeknipt had. Plotseling kronkelde een slang tevoorschijn, waardoor iedereen in de onderzoekskamer terugdeinsde. De patiënt, nog onbewust van de slang, had zich verontschuldigd voor de geur van zijn voeten.

Elaine lag helemaal dubbel van het lachen. Lana grijnsde even en begon vervolgens geïnteresseerd in haar tasje te rommelen – ze vond het maar een slap verhaal. Toen werd hun eten gebracht en begon Lana gretig aan haar hamburger, terwijl ze Elaine vertelde dat ze de hele ochtend al rammelde van de honger. Dr Hayes sneed zijn kipfilet zorgvuldig in stukjes en proefde ieder hapje alsof het zijn laatste zou zijn. Elaine trok de salade naar zich toe en begon geestdriftig over haar neef te vertellen.

Lana zag hoe dr. Hayes met opgetrokken wenkbrauwen naar haar bord keek. ‘Is er iets met mijn eten aan de hand’, vroeg ze snedig.

De dokter keek haar aan. ‘Ik zat net te denken’, sprak hij langzaam, ‘dat het niet een bijster gezonde maaltijd is’.

‘Jeetje mina”, Lana keek hem geërgerd aan. ‘Volgens mij heb ik u helemaal niet om een mening gevraagd’.

‘Dat deed je wel’. Zijn ogen begonnen te glimmen en zijn mondhoeken krulden omhoog.

Elaine barstte in lachen uit. ‘Dat klopt, dat deed je inderdaad, Lana!’

Lana kon een glimlach niet onderdrukken, ook al ergerde ze zich aan de mening van de dokter waar ze niet omgevraagd had. ‘Nou ja, ik denk dat ik er zelf om gevraagd heb, alleen had ik een dergelijk antwoord niet verwacht. Maar ik ga me niet verontschuldigen voor wat ik gegeten heb. Mijn cholesterolspiegel is een plaatje en ik krijg genoeg beweging’, verontschuldigde ze zichzelf. Dr. Hayes grinnikte, wat haar ergernis alleen nog maar deed toenemen.

‘Nou ja, ik heb tenminste lekker gegeten’. Lana keek naar de half opgegeten kipfilet van de dokter en vervolgens naar de nauwelijks beroerde salade van Elaine. Ze zag de gekwetste gezichtsuitdrukking bij haar vriendin. ‘Ik bedoelde…jou niet, het spijt me, Elaine. Ik heb bewondering voor je dat je je zo strikt aan je dieet houdt, echt waar’.  Lana had er een kleur van. Wat een nare man, dacht ze, hij brengt het laagste in me naar boven.

Elaine glimlachte. ‘Excuses aanvaard, Lana. We zullen over een jaar of tien eens zien wie het gezondst is, OK?’ Ze keek dr. Hayes aan om bevestiging te zoeken, die bevestigend knikte.

‘Je bent een schrander meisje, Elaine’, glimlachte hij.

En dat ben ik niet, dacht Lana. Dat is wat hij impliciet bedoeld. Lana zei niets en kauwde op haar frietjes. Elaine begon weer over de heldendaden van haar neef. Niet lang daarna vertrokken ze met zijn allen en liep Lana achter Elaine en de dokter aan die in een geanimeerd gesprek verwikkeld waren.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

Elaine zou moeten trouwen en kinderen krijgen, dacht Lana. Ze had al drie jaar hetzelfde vriendje, maar het hoge woord was er nog steeds niet bij hem uit. Lana had haar al eens gezegd dat ze hem eens een duwtje in de goede richting moest geven, maar Elaine wilde zich niet opdringen. Lana vond dat er weinig van Peter uit ging. Hij was rustig en ingetogen, het tegenovergestelde van de druistige en praatgrage Elaine. Een typische effectenhandelaar. Peter was lang en slank en had donker haar terwijl Elaine aan de mollige kant was en rood krullend haar had. Ze waren nog nooit met elkaar naar bed geweest, volgens Elaine. Lana geloofde haar…ook al wist ze dat Elaine geen maagd meer was.

Ze hadden samen op school gezeten en waren in het eindexamenjaar verliefd op elkaar geworden. Na hun schooltijd waren Elaine en haar vriend langzaam uit elkaar gegroeid. Lana’s vriend had haar willen verbieden naar het examenfeest te gaan, maar Lana was toch gegaan, ze wilde het mooiste feest van het jaar niet missen. Vervolgens had ze hem buiten met een eerstejaars betrapt. Ze had hen natgespoten met de brandslang. Vanaf dat moment bestond hij niet meer voor Lana.

****

Lana stond de volgende avond voor de spiegel en bracht zorgvuldig de rode lippenstift aan. Ze deed een stapje achteruit om het effect beter te kunnen beoordelen en herkende zichzelf nauwelijks. Ze had een glanzend, goudkleurig jurkje zonder schouderbandjes aan, haar lange haar had ze opgestoken en ze droeg hoge hakken. Ze glimlachte. Ze droeg bijna nooit make-up, maar ze had vanavond zin om de beest uit te hangen. Ze werkte nog maar een week met dr. Hayes samen en kon zich al niet langer inhouden. En hoewel ze geen nieuwe blunders had begaan, had ze zich erg lopen inhouden en had ze haar best gedaan de aandacht niet op zich te vestigen. Ze had geen zin om zich bij dat ijskonijn –want zo was ze over hem gaan denken- in de kijker te werken. Hij was rechtlijnig en onvermurwbaar. Hard en meedogenloos. Hij had vandaag een verpleegster geschorst omdat ze te laat kwam zonder eerst te bellen. Lana vond dat een waarschuwing ook wel voldoende geweest was.

De verpleegster in kwestie, Sandra, had in de file gestaan en wilde niet van de weg af om te kunnen bellen. Het was niet veilig. Sandra was haastig vertrokken, nadat ze Lana en Elaine had verteld wat er gebeurd was. De rest van de dag was de sfeer gespannen geweest. Geen geroddel en geen grapjes zoals dat normaal gesproken wel altijd het geval was. Zelfs Elaine, die normaal gesproken niet om woorden verlegen zat, was stilletjes. Lana trok een grimas naar zichzelf in de spiegel. Vanavond zal ik me niet meer druk maken over mijn werk, hield ze zich zelf voor en liep de keuken in om wat te drinken te pakken.

Ze woonde alleen in haar tweekamer appartement. Het was klein, maar van alle gemakken voorzien en ze betaalde een behoorlijk bedrag aan huur, het was een klein nieuwbouwwijkje waar je je veilig op straat kon bevinden zonder dat je je zorgen hoefde te maken over de criminaliteit. Ze was hier twee jaar geleden komen wonen, nadat haar broer Chip, getrouwd was. Chip was de jongste van haar drie oudere broers. De andere twee, Nathan en Karl waren eveneens getrouwd en woonden in nabijgelegen steden.

Lana glimlachte toen ze zich bedacht wat een kreng ze soms voor haar broers geweest moest zijn, toen ze samen opgroeiden in een ouderlijk huis vol liefde en plezier. Omdat zij de jongste was, en ook nog eens een meisje, hadden haar ouders haar gruwelijk verwend. Zij en Karl, de oudste, hadden vaak geruzied toen ze tieners waren, maar gek genoeg waren ze nu het meest close van de vier. Lana was toen gelukkig. En ze was nog steeds gelukkig, hield ze zichzelf voor terwijl ze het glas jus d’orange opdronk wat ze ingeschonken had. Toen de deurbel ging liep Lana naar de woonkamer om open te gaan doen.

Toen ze de deur opendeed, deed Ron een stapje achteruit en keek haar goedkeurend van top tot teen aan. ‘Wauw’, zei hij met een lage stem. ‘Je ziet er nu heel anders uit’.

‘Vind je het wel mooi?’, vroeg ze terwijl ze zich langzaam omdraaide. Met een brede glimlach pakte Ron haar handen in de zijne en bracht ze naar zijn lippen.

‘je bent even mooi als altijd’, mompelde hij, terwijl hij haar handpalmen kuste. ‘Kom, ik heb gereserveerd in ‘Prinsheerlijck’’.

‘Oh, heb je opslag gekregen?’, grapte ze terwijl ze haar jas aantrok, in de wetenschap dat ‘Prinsheerlijck’ bekend stond om zijn excellente kaart en zijn exorbitante prijzen. Ze deed de deur op slot en ze gingen op weg naar zijn auto, Lana trok haar jas stevig tegen zich aan vanwege de snijdende wind.

‘Tja, zo ongeveer. Ik heb vandaag een nieuwe klant aan de haak geslagen, die me in een week meer moet gaan opleveren dan ik normaal in een week verdien’. Hij toverde een brede grijns tevoorschijn.

‘Nou, gefeliciteerd!’, riep ze terwijl hij de deur van zijn grijze auto voor haar openhield. Ze liet zich in de auto glijden en merkte op dat het er godzijdank nog behaaglijk warm was van zijn ritje hier naar toe. Lana bestudeerde de zijkant van zijn gezicht toen ze naar het restaurant reden. Hij zag er goed uit, dacht ze. Ron was geen Adonis, maar hij zag er goed uit met zijn donkerblonde haar en de expressieve wenkbrauwen boven de diepgelegen ogen en de rechte neus. Hij praatte over de jongens van het koortje en wat ze de laatste tijd zoal geleefd hadden. En Lana merkte dat haar gedachten afdwaalden naar haar werk, maar ze dwong zichzelf om bij de les te blijven en zich beter op het verhaal van Ron te concentreren.

Ze genoten van een heerlijk viergangen diner en besloten na het dessert naar de lounge te gaan, waar het behoorlijk druk was. Ze vonden een klein bankje achterin en gingen verschillende keren de dansvloer op, voordat ze de uitgang opzochten. Lana voelde zich lekker toen ze naar de auto van Ron liepen. En hij kon die avond zijn ogen bijna niet van haar af houden. Ze gingen al drie maanden met elkaar uit en hij had nog niet één keer geprobeerd haar te kussen. Toen ze bij de auto aankwamen, hield Ron het portier open, maar Lana bleef even staan en draaide zich naar hem toe en keek hem verwachtingsvol aan.

‘Dankjewel Ron’, zei ze zacht. ‘Het was een heel gezellig etentje’.

‘Graag gedaan, liefje’. Hij glimlachte naar haar, deed een stapje terug en haastte zich vervolgens naar zijn kant van de auto. Lana ging zitten, trok de deur dicht en vroeg zich af wat er met hem aan de hand was. Ze was al met verschillende mannen uitgeweest en ze hadden allemaal geprobeerd haar te kussen tijdens hun eerste afspraakje, maar waren nooit verder gekomen dan een kus op de wang en een knuffel. Nu ze Ron gevonden had, en zich voldoende tot hem aangetrokken voelde om met de gedachte te spelen met hem naar bed te gaan, leek het of hij helemaal geen behoefte had aan lichamelijk contact. Die blik die ze hem daarnet had gegeven had haar nog nooit in de steek gelaten. Ze vroeg zich even af of het aan de zware make-up zou liggen die ze droeg, maar hij had haar tijdens vorige afspraakjes ook al niet aangeraakt. Misschien was hij wel homofiel. Nee, al zijn vrienden waren of wel getrouwd of vrouwengek en in zijn flat (hij had haar ooit meegenomen naar zijn flat voor een goed gesprek zonder seks nadat ze naar de bioscoop geweest waren) waren allemaal zaken te vinden die doorgaans bij vrijgezellen aangetroffen konden worden, zoals stapels playboys en posters aan de muren met schaars geklede dames. Misschien lag het wel aan haar. Speelde ze de rol van ‘hard to get’ net te overtuigend? Nee, want hij nam steeds weer contact met haar op en vroeg haar steeds weer mee uit, dus wat zou hij meer van haar willen dan iemand voor een goed gesprek en met hem mee te gaan naar zijn koortje?

Ron liet zijn hand op de console tussen de beide autostoelen rusten, en Lana legde haar hand voorzichtig op die van hem. Hij keek haar aan en glimlachte, en trok zijn hand onder die van haar vandaan op hem er vervolgens bovenop te leggen. Nou, dat was tenminste een begin, dacht ze. Even later waren ze thuis en liep hij nog even mee naar haar appartement toen ze hem voor koffie uitnodigde. Terwijl ze aan de keukentafel zaten, praatten ze een poos over oude films. Het viel Lana op dat zijn hand een beetje trilde toen hij zijn mok koffie oppakte. Na een kwartier stond hij op om weg te gaan. Hij zei dat hij de volgende ochtend al vroeg een afspraak had. Lana liep met hem mee naar de deur. Maar toen hij naar de deurklink reikte, ging ze voor hem staan.

‘Ron’, zei ze, ‘je vergeet wat’. Lana keek hem aan door haar wimpers.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

‘Wat?’ Hij staarde haar een beetje verdwaasd aan. Jeetje, moest ze hem dan alles voorkauwen? Ach, wat kan het ook schelen, dacht ze en deed haar armen om zijn nek en duwde haar wang tegen zijn borst. Hij deed zijn armen om haar middel en trok haar nog dichter tegen zich aan. ‘Mmmm…dit is lekker’, mompelde hij. Lana glimlachte en draaide haar gezicht naar het zijne toe. Hij boog zich voorover en zijn lippen maakten voorzichtig contact met de hare. Dit was stukken beter, genoot ze. Ze kon nog een lichaamsdeel van hem voelen reageren. Ze wilde zich daar tegen hem aandrukken, maar ze hield zich in, bang dat hij af zou haken als ze dat zou doen. Lana duwde haar lippen nog steviger tegen ze zijne. Plotseling duwde hij haar weg en deed een stap achteruit. Lana keek hem opgewonden aan, maar zag de paniek op zijn gezicht.

‘Het…het spijt me, Lana’, slaagde hij uit te brengen. Hij stond bewegingsloos stil en zijn armen hingen slap langs zijn lijf.

Lana deed ook een stapje achteruit en staarde hem verbaasd aan.

‘Het is…het heeft niets met jou te maken, Lana. Ik kan het echt niet uitleggen op dit moment. Dat kan gewoon niet… dat wil zeggen…ik kan het gewoon niet…weet je’. Hij tastte naar de deurklink, maar bleef staan. Lana deed haar armen over elkaar en wachtte af. ‘Ik…ik kan niet eens lekker met je zoenen, Lana’. Hij leek met de één of andere onbekende angst in gevecht te zijn, toen veranderde zijn gezichtsuitdrukking tot afschuw. ‘Ik…ik heb AIDS, Lana’. Ron rukte de deur open en rende de galerij af, Lana verbaasd achterlatend.

Het duurde even voordat ze zich bedacht dat ze de deur dicht moest doen tegen de kou. Ze deed hem op slot en liep mechanisch naar de douche. Ze liet het water over haar lichaam stromen en draaide de kraan steeds een beetje heter. Ze waste haar make-up weg met zeep. De telefoon ging een paar keer, maar ze deed geen poging deze op te nemen. Uiteindelijk kalmeerde ze, deed de televisie aan, trok de stekker van de telefoon eruit en viel tenslotte tijdens het late NOS journaal in slaap.

*****

Lana werd de volgende ochtend laat wakker op de bank en sprong in paniek omhoog om zich klaar te maken voor het werk. Tegen de tijd dat ze de badkamer bereikte herinnerde ze zich twee dingen, het was zaterdag en Ron had AIDS. De kliniek was wel op zaterdag geopend, maar ze had geen dienst. Haar ogen vulden zich met tranen toen alle opgekropte emoties een uitweg zochten. ‘Oh God, het was echt waar. De enige man op de wereld waar ze zich echt door aangetrokken voelde, ging waarschijnlijk dood. En ze had hem niet eens een afscheidkus gegeven. Lana liep naar de telefoon en draaide zijn nummer, maar hij nam niet op. Hij had al heel vroeg een afspraak had hij gezegd, herinnerde ze zich. Ze hoopte dat hij niet iets doms zou doen. Ze had gisteravond de telefoon op moeten nemen, maar ze was toen te veel van haar stuk. Lana liep weer terug naar de badkamer en maakte zich klaar voor haar Taikwondo les, die om tien uur zou beginnen. Misschien kon ze daardoor wat van alle stress kwijtraken, bedacht ze.

Te telefoon ging en ze haastte zich hem op te nemen.

‘Lana?’, hoorde ze een mannenstem zeggen, maar het klonk niet als Ron.

‘Ja?’, ze wachtte even.

‘Je spreekt met dr. Hayes. Het spijt me dat ik je thuis lastig val, maar ik zoek een verpleegkundige die vandaag kan invallen’. Lana hoorde het met stijgende verbazing aan. Geen sprake van, dacht ze. Ze moest zich inhouden om hem niet de waarheid te vertellen.

‘Het spijt me, maar ik heb vandaag allemaal afspraken, dr. Hayes’.

‘Tja, maar we hebben een groot probleem hier. Iemand heeft voor vandaag veel te veel afspraken gemaakt. Als er geen hulp komt, moeten we ze naar huis sturen. Kun je misschien voor een paar uurtjes uit de brand helpen?’ Lana dacht aan al die mensen die hun behandeling nodig hadden. Het was toch al een hele klus om ze naar de kliniek te laten komen, het mocht niet voorkomen dat ze onverrichter zake naar huis werden gestuurd.

‘Goed dan’, zuchtte ze. ‘Ik ben er over een uurtje’. Ze hing op en belde de sportschool om Taikwondo af te zeggen. Het is al negen uur. Ze deed een vest aan, een laboratoriumjas en een jack en vertrok.

De kliniek was lawaaierig en chaotisch toen Lana binnenstapte. Ze kon Sarah van de receptie bijna niet eens zien, zoveel mensen stonden er voor de balie. Ze kwamen allemaal hun beklag doen en Sarah probeerde ze tevergeefs te kalmeren. Lana liep langs het groepje heen op weg naar de kleedkamer. Even later was ze terug en pakte een stapel nummertjes van een bureau en begon deze aan de wachtenden uit te delen totdat iedereen er een had.

‘Wil iedereen alsjeblieft even gaan zitten’, riep ze luid boven de menigte uit. Mensen draaiden zich om en keken haar aan en liepen vervolgens langzaam naar de rijen met stoelen in de wachtkamer. ‘Wanneer uw nummer geroepen wordt, meldt u zich bij de balie. We zullen ons best doen iedereen zo snel mogelijk te helpen’. Ze keek naar Sarah die nu alleen maar voor zich uit zat te kijken in de richting van de voordeur. Geërgerd liet ze haar weten, ‘vooruit, roep de eerste hierheen’. Sarah deed snel wat haar gevraagd werd en Lana liep naar een van de deuren waarachter de behandelkamers zich bevonden. Ze begon de spullen klaar te zetten en vroeg zich ondertussen af wat de andere verpleegkundigen tot nu toe gedaan hadden. Ze trof ze aan in het laboratorium waar ze dr. Hayes hekelden voor wat hij een dag eerder gedaan had. ‘Het kan snel veranderen’, dacht ze.

‘Ha Lana’, zei Cora.

‘Ik snap niet dat jij op je vrije dag gekomen bent’, zei Elaine.

‘Ja hoor! Waar ben jij mee bezig?  Een wit voetje halen?’, lachte Stella. Lana keek het lab eens rond. Het deed haar aan een kippenhok denken.

‘Nee. Ik ben gekomen om patiënten te behandelen. En waarom zijn jullie hier?’, vroeg ze. Vervolgens draaide ze zich om en liep naar buiten om haar eerste patiënt te zien. Ze dacht nog even dat ze wel heel veel op dr. Hayes geleken had, maar drukte deze gedachte weer weg, toen ze aan de onthutsende bekentenis van Ron moest denken. Een uur en zeven patiënten later, pauzeerde Lana om koffie te halen. Het viel haar op dat alle anderen nu ook aan werk waren. De eerdere chaos had plaatsgemaakt voor een georganiseerde, nog steeds wat rumoerige situatie. Op zaterdag hadden patiënten vaak gezelschap van kennissen. Werkende ouders hadden hun kinderen bij zich. Volwassenen namen hun partners mee. Af en toe lag er iemand in de armen van hun geliefde in een poging de steeds veranderende staat van hun ziekte te verwerken.

Lana opende het dossier en bekeek de labuitslagen van een jongman die Paul heette. Zijn CD4[i] waarde was 400, wat een stuk beter was dan de vorige keer. De concentratie aan virussen was afgenomen. Ze glimlachte en dacht dat hij wel blij zou zijn als hij het goede nieuws hoorde. Een luide stem achter haar liet haar schrikken en toen ze zich omdraaide zag ze een ouder, klein, dik mannetje met een rood gezicht wilde gebaren met zijn handen maken.

‘Ik dokter nodig die taal spreekt’, zei hij met een zwaar buitenlands accent. Lana keek hem even aan en probeerde te achterhalen welke taal hij sprak. ‘Jij niet horen?’, schreeuwde hij.

‘Dees dokter spreekt taal niet!’ Toen zag Lana dr. Hayes een paar meter achter de oude man staan.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

‘OK’, zei Lana kalm. ‘Welke taal spreekt u?’

‘Nee-der-lands’, hij sprak iedere lettergreep luid en duidelijk uit. ‘Dit ies Neederland! Waarom dokter geen Neederlands?’ Lana staarde de man stomverbaasd aan, toen dr. Hayes besloot zich ermee te bemoeien.

‘Ik spreek ook Nederlands, meneer Iglo’, zei hij.

‘Oh nee, niet zo! U zei tegen ons, maar niet Nederlands’, ging meneer Iglo onverstoorbaar verder. ‘Mijn zoon, u zegt, mijn zoon erg ziek. Wij vragen u waarom en u spreken dan andere taal!’ Lana keek gefascineerd toe hoe het gezicht van dr. Hayes steeds roder werd, toen de oude man doorging.

‘Het spijt me verschrikkelijk’, begon dr. Hayes. ‘Laten we het opnieuw proberen. Gaat u mee naar de onderzoekskamer?’

‘Ziet u nu wel?”, schreeuwde de man. ‘Wat is woord? On-der-zouks-kam-her?’

‘Laten we weer naar het kamertje gaan waar we net ook waren’, zei dr. Hayes.

‘U spreekt Neederlands halluf’. Meneer Iglo begon een beetje te kalmeren. ‘Ik al luistert voor tien minoeten, maar niet begrijp’. Hij haalde diep adem en keek de dokter aan, maar liep vervolgens achter hem aan de hal in. Lana moest haar lachen inhouden. Dr. Hayes bleek per slot van rekening ook maar eens mens te zijn.


Lana keek weer in het dossier wat voor haar lag. Paul was nog maar zesentwintig jaar oud en was drie jaar geleden op HIV positief gediagnosticeerd. De ziekte was nog maar twee jaar in de inactieve fase, toen de eerste symptomen van AIDS zich begonnen te openbaren. (bij sommige mensen duurde deze latente fase wel langer dan tien jaar). Hij was aan een nieuw soort behandeling begonnen en de resultaten leken hoopvol. Paul was een succesvolle vertegenwoordiger wiens loopbaar nog niet te lijden had onder de ziekte. Hij was een grote en donkere verschijning, hoewel hij te mager was omdat hij niet genoeg at. Lana stapte de behandelkamer binnen en was niet verbaasd daar twee jongemannen aan te treffen.

‘Lana!’, riep Paul enthousiast. ‘Mijn favoriete verpleegster’, legde hij aan de andere man uit. ‘Ik wil je graag voorstellen aan mijn vriend, Jim’. Lana glimlachte en schudde hem de hand. ‘Jim wil wat meer weten over de ziekte die ik onder de leden heb’.

Jim keek een beetje onwennig en legde de situatie uit, ‘Ik wil later graag de zorg voor Jim voor mijn rekening nemen, als hij het zelf niet meer kan’. Paul bleef glimlachen, hoewel zijn ogen zijn verdriet verraden.

‘Jim denkt dat ik ieder moment om kan vallen’, grapte hij. ‘Daarom wil hij wat meer van de ziekte weten’.

Lana verzamelde wat informatief foldermateriaal en gaf ze aan Jim. ‘Je zou kunnen beginnen dit te lezen’, zei ze. ‘En je bent van harte welkom hier, iedere keer als hij hier naar toe moet’.

‘En, wat voor nieuwe behandelingen heeft u vandaag weer voor me in petto om me mee te martelen?’, vroeg Paul gelukkig. ‘Krijg ik de ademhalingsbehandeling weer?’

Lana moest lachen. ‘Nee hoor, je weet dat die toch maar een keer in de maand is? Verder heb ik het idee dat de dokter goed nieuws voor je heeft. Laat me even je vitale functies controleren, dan zal hij zich zo wel melden’. Paul werkte goed mee en Lana verliet de behandelkamer. Ze verbaasde zich dat hij er zo vrolijk onder bleef. Sommige mensen raakten erg depressief en kwamen er nooit meer overheen. Anderen vonden het kennelijk een uitdaging om het gevecht met de ziekte aan te gaan en zagen het als een nieuwe start van hun leven. Maar Paul was wel met afstand de meest goedgehumeurde patiënt die ze ooit tegen gekomen was. Geen wonder dat hij zo’n goede vertegenwoordiger was.

Lana zag nog een aantal patiënten en ging toen even pauze houden in de kantine, waar ze Elaine aan een tafeltje zag zitten. Elaine keek op en zie, ‘het spijt me van vanmorgen, Lana. We waren allemaal zo boos op het ijskonijn dat we de patiënten helemaal vergeten waren’. Lana lachte toen ze de bijnaam hoorde die ze voor de dokter bedacht had.

‘Dat is ook de enige reden waarom ik gekomen ben, Elaine. Ik was ook boos op hem’. Lana had ook geen medelijden met hem. ‘De wachtkamer is bijna leeg. Zullen we gaan lunchen?’

‘Ok, ik ben bijna zover’. Elaine liep naar de hal om nog wat metingen bij een van de patiënten te verrichten en Lana ging achter een van de tafeltjes zitten om het dossier bij te werken. Ze had een paar regels geschreven toen ze opkeek en zag hoe dr. Hayes in de deuropening naar haar stond te kijken. Ze schreef gewoon verder.

‘Lana, ik wilde je bedanken dat je vandaag gekomen bent. De hele stemming keerde ten positieve toen jij er was’, zei hij.

Lana keek niet van haar werk op. ‘Ik heb hen alleen maar even opgescherpt’, zei ze met een lage stem.

‘En je hebt structuur in de rij wachtenden gebracht. En je hebt alles klaargezet. En je raakte niet overstuur toen meneer Iglo aan je bureau stond te fulmineren’, voegde hij eraan toe. Lana zei niets en bleef door schrijven. ‘Hoe dan ook, nogmaals bedankt’, zei hij en liep weer naar de volgende behandelkamer. Lana zuchtte. Ik wil zijn bedankjes helemaal niet, dacht ze. Ze las haar aantekeningen nog een keer door en hield het toen voor gezien. ‘Ze had in het dossier van een jonge vrouw geschreven, ‘patiënt laat blijken dat zij de bijwerkingen van de medicijnen begrepen heeft en graag gedaan’

Geef een antwoord