De labuitslagen wezen uit dat Lana negatief was. Haar vreugde werd echter snel overstemd door de waarschuwing van Adam dat ze de medicijnen nog 30 dagen door moest slikken. Het was nog maar een week geleden dat ze blootgesteld was aan het AIDS virus en ze was het nu al helemaal zat om zoveel water te moeten drinken. En dan te bedenken dat er mensen waren die dat vrijwillig een levenlang volhielden.

Zaterdagochtend vroeg arriveerde Lana bij het huis van Adam met haar financiële huishouding netjes in twee mappen die ze in een kartonnen doos meedroeg. Steven deed de deur open en pakte de doos van haar aan toen ze de hal instapte.

‘Adam zit in zijn kantoor’, zei Steven met een hoofdknik in die richting. Lana deed haar jas uit, hing deze aan de kapstok en liep achter hem aan. Het huis rook naar verse citroenen en ze vroeg zich af waar dit vandaan kwam.

Steven zei dat hij de vorige dag na school de vloeren geboend had. ‘Als ik flink meehelp in de huishouding, dan is Adam minder aan schoonmaakkosten kwijt’.

Lana glimlachte tegen hem. Hij was zo ambitieus en wilde zo graag op zijn manier iets terugdoen. Ze verbaasde zich er opnieuw over hoe een dergelijk milieu zo’n geweldige jongeman voortgebracht had. Toen ze de studeerkamer binnenstapte hield ze even haar pas in toen ze zag hoe Adam over een bureau gebogen zat wat bezaaid lag met paperassen. Een paar stapels waren zo hoog dat ze hem bijna niet kon zien.

‘Hoi’, groette ze terwijl ze naar zijn kant van het bureau liep.

Adam keek op met een diepe rimpel in zijn voorhoofd. Deze rimpel verdween op het moment dat hij haar zag. Hij schoof zijn stoel naar achteren, stond op, rekte zich uit en strekte vervolgens zijn armen naar haar uit. Zij stapte naar hem toe en zuchtte genotvol toen hij haar dicht tegen zich aan trok.

‘Ik ben al even bezig, maar ik ben bijna klaar’, liet hij weten.

‘Wat ben je aan het doen?’

‘Ik ben alle rekeningen en financiële overzichten aan het uitzoeken. Ik had alles rechtstreeks vanuit de brievenbus in dozen gedaan. Daar betaal ik nu de rekening voor’.

Lana grinnikte bij de gedachte dat Adam, zijn boekhouding niet op orde had. Op de een of andere manier paste dat helemaal niet bij hem.

‘En daarbij, Robert heeft me vanmorgen al drie keer vanuit de kliniek gebeld. Ik dacht dat hij met zijn kennis en ervaring geen moeite zou hebben me te vervangen, maar hij vraagt overal mijn advies over, van wat hij voor moet schrijven tot welke labwaarden binnen de normale grenzen horen’.  Robert Hurley was een arts in opleiding die door Adam tijdelijk had ingehuurd voor twee dagen per week. Nu de kliniek op rolletjes liep en steeds meer winst ging maken, was het bestuur ermee akkoord gegaan dat er ondersteuning voor Adam ingehuurd werd. Het was een non profit organisatie die nooit winst gemaakt had, tot Adam aan het roer kwam.  Het bestuur was erg tevreden met de laatste resultaten. Als dit het bedrijfsleven betrof, dan was winst maken het belangrijkste oogpunt en zouden extra kosten bovenop het reguliere budget nooit toegestaan zijn, tot het volgende budgetjaar. Adam wist dit uit ervaring en het was een van de belangrijkste reden waarom hij voor deze specifieke baan gekozen had. Extra winst betekende meer werknemers, meer materiaal en meer apparatuur als dat noodzakelijk was. Er waren geen eindejaarsuitkeringen of winstdelingen die ervoor zorgden dat de zorg uitgehold werd.

‘Maar hij zou gisteren met je meelopen zodat je hem in zou kunnen werken’, zei Lana.

‘Ja, ik heb hem laten zien waar hij alles kon vinden, hij heeft mijn spreekuur meegemaakt. Ik dacht dat dit wel genoeg zou zijn, maar blijkbaar is dat niet het geval. Het is zelfs zo, als wij niet afgesproken hadden, was ik er naar toe gegaan om orde op zaken te stellen’.

‘Adam, als je denkt dat hij je nodig heeft, ga er dan in vredesnaam naar toe! Dit kan nog wel even wachten’, bood Lana aan.

Zijn dankbare blik verwarmde haar hart. ‘Weet je het zeker? Ik weet dat dit heel belangrijk voor je is’.

‘Dat is het ook. Maar het kan nog wel even wachten. De patiënten niet. Wil je dat ik deze papieren voor je uitzoek terwijl je weg bent?’

Adam kneep even in haar hand. ‘Nee liefje…ga jij maar lekker wat voor de televisie ontspannen tot ik weer terug ben’.

‘Ik vind het niet erg hoor en het zal ons later veel tijd schelen’, bood ze nogmaals aan.

Adam draaide zich om en keek naar de grote stapels papier. ‘Tja…als je het echt niet erg vindt?’

‘Nee!’ Lana ging op zijn stoel zitten en schoof naar het bureau. ‘Heb je toevallig dossierdozen in huis?’

‘Daar op de vloer’, wees hij. ‘Daar liggen nog drie nieuwe dozen. Ik heb ze vorig jaar aangeschaft en ze nooit gebruikt’.

‘Ga jij nu maar, dan zorg ik dat het allemaal in orde is als je terug bent’. Lana lachte toen hij haar met een brede grijns aankeek en haar een kus op haar wang gaf en daarna in de richting van de voordeur liep. Een uur later hoefde ze nog maar een doos papieren uit te zoeken en ze zou klaar zijn. Ze typte een lijst met verschillende categorieën die hij nodig zou hebben, sorteerde deze op alfabet en schreef ze vervolgens op de dozen.

‘Hallo?’ Lana schrok op toen een man de kamer binnen kwam lopen. Hij hield zijn pas in toe hij haar zag, en vroeg, ‘Wie bent u?’

‘Ik ben…ik ben Lana, en wie bent u?’, vroeg ze nog steeds een beetje in de war van zijn verschijning.

‘Tom Hayes’, zei hij en deed een stap naar voren en stak zijn hand uit. Lana schudde deze en zag vervolgens vage overeenkomsten tussen hem en Adam.

‘Bent u de vader van Adam?’

‘Ja. Is hij thuis?’

‘Dat was hij wel, maar hij is voor een poosje naar zijn werk vertrokken. Zal ik hem voor u bellen?’

De man haalde een mobiele telefoon uit zijn zak tevoorschijn. ‘Nee, doe geen moeite, dat doe ik zelf wel’, zei hij en ging op de leren bank bij de open haard zitten. Lana kon niet naar de bank kijken zonder het beeld dat Adam haar daar een pak op haar blote bips had gegeven. Met een blos op haar wangen ging ze weer zitten en ging verder met haar werk.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

‘Dag, jongen’. Lana moest wel meeluisteren, zo luid klonk zijn stem. ‘Ik ben bij jou thuis – en je vriendin, Lana, zit hier met haar neus in jouw papieren’.

Lana trok verbaasd haar wenkbrauwen op, maar keek niet op.

‘Nou ja! Hoe kon ik dat nu weten?’ Lana voelde hoe zijn ogen op haar gericht waren. ‘Werkelijk! Nou goed, dan ga ik maar naar huis om je moeder het nieuws te vertellen!’ Na een korte pauze zei Tom, ‘kom morgenavond dan maar met haar eten…OK…dag’.

Tom Hayes stond op, klapte zijn mobieltje dicht en liep naar het bureau om een blik op de papieren te werpen. Lana verwachtte dat hij zou feliciteren of iets dergelijks, maar ik plaats daarvan bulderde hij, ‘Jeetje, hij vertrouwt je echt overal mee, is het niet?’

Lana hield haar adem in bij deze nauwelijks gefundeerde belediging en hield zich in om niet uit te halen in zijn richting. Hij moest per slot van rekening even verrast zijn als haar omdat hij tot een paar minuten geleden klaarblijkelijk niet van haar bestaan had afgeweten.

‘Ja. We gaan binnenkort trouwen. Ik heb mijn eigen papieren meegenomen en Adam heeft me gevraagd die van hem uit te zoeken’.

‘Jouw papieren? Ben je een rashond?’ Tom moest om zijn eigen stompzinnige grapje lachen. Lana keek hem koeltjes aan.

‘Ik ben bang van niet. Ik ben maar een verpleegkundige, voorheen een verwende rijkeluisdochter’.

‘Oh ho! Zit dat zo? Ik moet toegeven, je hebt wel pit!’

‘Ik heb veel meer dan pit alleen, maar ik ben bang dat je me eerst wat beter moet kennen voor je daar achter komt’.

Tom Hayes boog zich voorover om haar beter in zich op te kunnen nemen. Lana voelde de drang om op te springen en zich in de oost vleugel te barricaderen, maar ze staarde even hard terug tot hij overeind kwam, zich omdraaide en zonder nog een woord te zeggen de kamer uitliep.

Tja, dat verliep verre van vlekkeloos, dacht Lana. Haar hart ging tekeer toen ze zich probeerde te ontspannen. Ze hoorde de voordeur met een klap dichtslaan en even later stak Steven zijn hoofd om de hoek van de deur.

‘Wie was dat?’, vroeg hij.

‘De vader van Adam. Hij deed niet erg aardig’, antwoordde Lana. Ze kneep haar lippen stijf op elkaar.

‘Ik hoorde hoe jullie met elkaar praatten. Ben toen hier naar toe gekomen, maar hij was al weg voor ik er was’.

‘Gezien zijn houding is dat waarschijnlijk maar goed ook. Ik ben blij dat jullie elkaar misgelopen zijn’.

‘Lana, hij is toch niet de eigenaar van dit huis, toch?’

Lana keek hem even onderzoekend aan. ‘Nee! Het is volledig het eigendom van Adam, Steven. Maak je geen zorgen, je bent hier veilig’, zei ze en duwde met die ferme uitspraak het vleugje twijfel wat ook nu bij haar ontstond, naar de achtergrond.

‘Oh, maar ik maak me ook helemaal geen zorgen, hoor’, zei hij. ‘Ik heb vertrouwen in Adam. Hee, heb je zin in een broodje?’

‘Altijd’, grijnsde ze. ‘Wat voor?’

‘Ik zou een uitsmijter kunnen maken’.

‘Klinkt goed, doe maar’. Lana dook de papieren weer in en probeerde niet meer aan de ouders van Adam te denken. Tot nu toe waren het twee missers geweest, de confrontaties met zijn familie. Ze at de uitsmijter die Steven voor haar gemaakt had, maar het smaakte haar niet echt. Tegen de tijd dat Adam weer terug was, was ze bijna klaar met het sorteren van zijn paperassen en had ze tientallen keren geoefend hoe ze hem ermee zou confronteren dat hij zijn ouders nog niet van hun verloving in kennis had gesteld.

Adam had zich er echter op voorbereid. Hij had een groot bos rode rozen meegenomen en zette dat voor haar op het bureau om haar vervolgens een dikke knuffel te geven. ‘Je hoeft het niet te zeggen’, fluisterde hij in haar nek. ‘Ik weet het, ik had het hen eerder moeten vertellen. Het spijt me. Ik wilde een geschikt moment afwachten en dat heeft zich nog niet voorgedaan’.

‘Adam’, begon Lana, maar hij nam het woord weer.

‘Mijn vader is af en toe een grote hork, maar hij is niet zo erg als mijn zuster. Maar dat is vissen met olifanten vergelijken.

Vissen met olifanten?’, slaagde Lana erin in te breken.

Adam grinnikte. ‘Ik dacht dat je ‘appels met peren’ afgezaagd zou vinden. Hoe dan ook, we gaan morgenavond bij ze eten en dan kun je zelf oordelen’.

Lana ging staan een keek hem aan. ‘Ik heb al heel wat gezien en ik weet niet of ik wel mee wil. Hij heeft zich nog niet zo lang geleden behoorlijk onbeschoft gedragen. Hij vroeg me of ik een stamboom had en deed ronduit vervelend omdat ik in jouw papieren zat’.

Adam glimlachte naar haar. ‘Neem me niet kwalijk. Het is mijn schuld. Ik had er rekening mee moeten houden dat hij vroeger of later binnen zou komen vallen. Maar ik wil heel erg graag dat je morgenavond meegaat – dat wil je toch wel? Voor mij?’

Lana moest lachen om zijn charmante pogingen en knikte. ‘OK. Maar je gaat toch niet van mij verlangen dat ik aardig blijf doen als ze onbeschoft tegen me doen?’

Adam ging zitten en legde zijn handen gevouwen op het bureau. ‘Lana, van mij hoef je niet aardig te doen als zij onbeschoft tegen je doen. Ik wil dat wij een gezin gaan stichten. Een gezin waar men lief voor elkaar is, niet grof of beledigend. Als wij ons grof opstellen tegen anderen, zullen onze kinderen dat zien en het voorbeeld volgen. Begrijp je wat ik wil zeggen?’

‘Ja. Maar we hebben nog geen kinderen. Wij zijn nog niet een goed voorbeeld voor anderen. Het is zelfs mogelijk dat we helemaal geen kinderen krijgen omdat er nog steeds een kans is dat ik HIV geïnfecteerd ben’.

‘Dat weet ik. Maar in dat geval zouden we kunnen adopteren’.

‘Adam, je zou ze dan voor een groot gedeelte alleen moeten opvoeden als ik AIDS blijk te hebben!’

‘Dat zal niet gebeuren, Lana. Ook al zou je het krijgen, dan zou je met de medicijnen van tegenwoordig nog steeds minstens twintig jaar voor de boeg hebben’.

‘Als ik geluk heb. Je weet evengoed als ik dat medicijnen soms helemaal niet aanslaan’.

‘Dat is vrij zeldzaam. Kijk, als we met alles rekening moeten houden met het slechtste scenario, kan kunnen we helemaal niets meer plannen’.

‘Ik houd gewoon overal rekening mee’, objectiveerde Lana.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

‘Je ziet het nogal somber in’, antwoordde Adam. ‘Laten we liever gaan kijken hoe we het goed kunnen laten verlopen. Aan de hand van bevindingen kunnen we altijd nog gaan herijken’.

‘Herijken? Je gebruikt vandaag wel allemaal vreemde woorden’.

‘Het was ook een vreemde dag’. Lana ging achter hem staan en begon zijn schouders te masseren. Met een zucht van genot leunde hij achterover tegen haar aan. ‘Lana, het spijt me. Alles wat vandaag gebeurd is, is het gevolg van mijn laksheid. Het spijt me dat jij er de gevolgen van hebt moeten ervaren’.

‘Het is al goed Adam’, zei ze. ‘Ik ben niet boos meer. Bovendien kun jij er niets aan doen dat je vader zo reageerde. Ik had graag gezien dat je me verteld had hoe hij in elkaar steekt, dan was ik een beetje voorbereid geweest’.

‘Dat was ik ook wel van plan, ik had niet verwacht dat je hem nu al tegen het lijf zou lopen’.

‘Kennelijk niet. Kijk, ik kan er best mee omgaan. Maar waar ik slecht mee overweg kan, is dat je me straft omdat ik van me afbijt. Je zei eerder dat ik tegen Anna wel van me af kon bijten. Waar zit het verschil in?’

Adam zuchtte. ‘Er zijn een heleboel verschillen. Om te beginnen zijn we nu verloofd. We worden een grote familie. Ik heb jouw familie ontmoet. En ook al ben je gezegend met een huisvol aardige mensen, zag ik me genoodzaakt je te straffen omdat je hen zonder dat hier een aanleiding voor was, grof behandelde. Ik vind het vreselijk als je je zo gedraagt. Ik wil niet dat mijn kinderen zich zo gedragen, dus kunnen dingen beter nu veranderen, voordat er kleine potjes in de buurt zijn’. Lana liet zijn schouders los en liep om het bureau heen.

‘Hm…’, zei ze, deed haar armen over elkaar en keek hem aan. ‘Ik denk dat dingen inderdaad wel wat anders zijn. Maar jouw familie doet gewoon niet aardig – tenzij je moeder anders is?’

Adam perste zijn lippen op elkaar en antwoordde, ‘Ze is heel aardig. Ik kan niet begrijpen hoe ze het zo lang met mijn vader uitgehouden heeft. Ze spreken amper nog met elkaar. En doen ze dat wel, dan kan ze heel fel zijn. Ze ontwijken elkaar dus zo veel mogelijk’.

‘Wat een verdrietige situatie…maar ik zie nog steeds niet in waarom ik me maar moet laten beledigen zonder dat ik iets terug mag zeggen. Dat gaat dwars tegen mijn karakter in en dat zal niet veranderen ook al geef je me iedere dag een pak op mijn bips’.

Adam trok zijn wenkbrauw op. ‘Geloof je dat echt? Je hebt nog nooit een pak slaag met de haarborstel gehad’.

Lana keek hem aan. ‘En daar ben ik ook helemaal niet nieuwsgierig naar. Kijk, ik heb het wel afgeleerd dingen achter te houden, zoals jij nu gedaan hebt, maar dat ter zijde. Ik heb het ook wel gehad met gevaarlijk gedrag vertonen, ik heb afgeleerd om me als een klein kind te gedragen of onaardig te doen tegen mijn familie. Ik verwacht dus niet dat het nodig is dat ik ooit nog gestraft moet worden!’

Adam knikte langzaam. ‘Nou goed dan. Alles wat ik van je vraag is dat je je best doet aardig tegen hen te zijn. Ik kan je op de voorhand vertellen dat het geen zin heeft de discussie met mijn vader aan te gaan. Hij houdt er irrelevante redenaties op na, heeft lak aan de basale communicatieregels. En als hij het idee heeft dat hij niet gaat winnen dan komt hij met beledigingen of niet ter zake doende argumenten om het onderwerp te veranderen. Met Anna kun je wel de discussie aan gaan, maar als ze haar punt gemaakt heeft, zal ze weer nieuwe dingen bedenken waar ze je mee om de oren kan slaan. Als je dat onthoudt dan zal het wel los lopen. Gewoon negeren wat niet belangrijk is.

Lana liet haar armen langs haar lichaam hangen, ze was niet langer boos. ‘Ik ben er jammer genoeg van overtuigd dat onze verloving en mijn geschiktheid als huwelijkskandidaat het voornaamste gespreksonderwerp zal zijn. Dat is behoorlijk belangrijk, vind je niet?’

‘Ja…maar laat mij het woord dan maar doen, dan hoef je ook geen dingen te zeggen waar je later misschien spijt van krijgt’.

Lana dacht even na en antwoordde toen ‘ik zal even afwachten tot jij het woord neemt. Doe je dat niet, dan zal ik zelf antwoorden’.

‘Dat is goed’. Adam keek omlaag naar de rozen die bovenop de dikke stapels papieren op het bureau lagen. ‘Ik ben blij dat je dat allemaal voor mij gedaan hebt, liefje. Het lijk of je al bijna klaar mee bent, of zie ik dat verkeerd?’

Lana knikte. ‘Dank je wel voor de rozen. Ik zal ze eens in een vaas gaan zetten’.

__________________________

Het was vervolgens weinig om kennis te nemen van elkaars financiële situatie. Toen ze beide wisten wat de ander tot op de cent waard was, stond Adam op en rekte zich uit.

‘Zo’, zei hij ‘en wat heeft deze exercitie nu opgeleverd?’

‘We hebben in ieder geval onze administratie weer op orde. Verder weten we dat jij tien keer zoveel vermogend bent als ik. Toch maar huwelijkse voorwaarden?’, vroeg Lana en ging ook staan.

‘Nee, dat wil ik niet’.

‘OK, goed dan, vind je dan dat we een gezamenlijk spaartegoed moeten maken, of meer gaan beleggen?’

‘Beide klinken wel goed’.

‘Nadat we getrouwd zijn, natuurlijk’.

‘En daarin ligt nog een vraag verscholen die nog niet beantwoord is…wanneer gaan we trouwen?’, grijnsde Adam.

‘De huurperiode van mijn appartement verstrijkt over twee maanden. Denk je dat we dan tijd genoeg hebben om alles voor de bruiloft te regelen? Ik heb eigenlijk geen idee wat er allemaal bij een huwelijk komt kijken, behalve dat wat ik van Elaine gehoord heb’.

Adam liep naar de kalender die aan de muur hing. ‘Over twee maanden is het kerst. Dat kan dus beter niet. Maar wat dacht je van nieuwjaarsdag?’

Lana zuchtte. ‘Dan denk ik dat ik al voor ons trouwen bij je in moet trekken…’

‘Het klinkt net alsof je dat niet ziet zitten’.

‘Ik trek liever bij je in nadat we getrouwd zijn’.

‘Misschien dat je huisbaas het goed vind het vanaf nu van maand van maand te bekijken?’

‘Daar zal ik naar informeren’. Op dat moment hoorden ze hoe buiten een motor gestart werd.

‘Wat is dat?’, vroeg Lana, maar Adam was al onderweg naar de voordeur. Toen ook Lana de deur bereikte,  zag ze hem over het gazon rennen in de richting van Steven, die met kettingzaag in de hand naast een paar dode bosjes stond. Lana glimlachte en keek toe wat er ging gebeuren.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

Adam stak zijn hand uit in de richting van de kettingzaag en Steven zette de motor af. Van een afstand kon Lana duidelijk horen wat er allemaal gezegd werd.

‘Ik had gedacht dat als we meer gebruik maken van de open haarden, dan zou er minder gebruik gemaakt hoeven te worden van de centrale verwarming’ zei Steven tegen Adam.

‘Dat klopt. Maar heb je wel eens eerder met een kettingzaag gewerkt’, vroeg Adam, terwijl hij deze van hem over nam.

‘Nee’, grijnsde hij vrolijk. ‘Maar ik heb wel eens toegekeken hoe anderen ermee werkten’.

‘Lana!’, riep Adam. ‘We gaan even hout sprokkelen – we zijn over een uurtje terug’.

 Lana zwaaide en liep weer naar binnen. Ze zouden vast koud en hongerig zijn als ze weer terug kwamen, dus ging ze alvast met de lunch aan de slag. Nadat ze de inhoud van de koelkast had geïnspecteerd, pakte ze een kookboek van de plank om een recept uit te zoeken.

Uiteindelijk viel de keuze op tosti’s en tomatensoep uit blik. Lana bedacht zich dat ze nog wel een half uurtje kon wachten voor ze aan de slag ging. Ze keek om zich heen in de sfeervol verlichte keuken en voelde voor het eerst dat het ook haar keuken was. Met een hernieuwd enthousiasme opende ze alle kastjes om te kijken wat er in stond. De glazen stonden in de buurt van het fornuis, in plaats van bij de koelkast waar ze het meest gebruikt werden. En de kruiden stonden in de buurt van de spoelbak in plaats van bij het fornuis. Lana begon de kastjes leeg te ruimen en borg ze vervolgens weer op plaatsen waarvan ze dacht dat ze thuishoorden. Toen ze na een kwartiertje klaar was, besloot ze het huis eens wat beter te gaan verkennen.

Lana liep door het stille huis naar boven en schrok op van alle piep- en kraakgeluiden. Zou ze daar ooit aan kunnen wennen? De lege slaapkamers voelden koud aan en ze probeerde zich voor te stellen wie hier gewoond hadden. Volgens Adam had sinds de dood van zijn betovergrootmoeder niemand meer in haar kamer geslapen; hoelang was dat eigenlijk geleden? Ze ging voorzichtig op de rand van het bed zitten en keek naar zichzelf in de spiegel. Het bed was hard en hobbelig, hetgeen zou kunnen verklaren waarom niemand er meer wilde slapen. Ze tilde de sprei op en zag een katoenen matras, en een gevlochten raamwerk in plaats van veren. Het matras was loodzwaar, maar ze slaagde erin deze een stukje op te tillen. Tot haar verrassing  zag ze er een klein boekje met een leren omslag liggen. Ze trok het voorzichtig onder de matras vandaan.

Lana opende het boek. Op de eerste pagina stond met vulpen ‘Dagboek van Elizabeth Hardin Hayes’. Lana’s hart ging sneller kloppen toen ze de volgende pagina omsloeg. De betovergrootmoeder van Adam was niet een begenadigd schrijver, maar iemand die de kale feiten van het leven in en om het landhuis beschreef. Op haar trouwdag had ze alleen maar geschreven, ‘Vandaag met James Hayes getrouwd, 42 bruiloftsgasten’.

Lana sloeg gretig de bladzijde om, maar die was van een maand later en er stond alleen maar ‘James heeft vandaag twee koeien gekocht. Ik heb gordijnen voor de babykamer genaaid. ‘Waarom schreef deze vrouw nooit over haar gevoelens, gedachten en verlangens? Lana sloeg de ene bladzijde na de andere om, maar kwam niet veel meer tegen dan saaie feiten zoals bijvoorbeeld geboortedata van de kinderen, tot het einde van het boek, waar het handschrift bibberig was en nauwelijks leesbaar. Ze las, ‘Vanochtend is de tweeling dood geboren. De pijn was bijna ondraaglijk. James is woedend. Ik wilde dat ik tegelijk met hen doodgegaan was’.

Lana zuchtte, en drukte het boekje tegen haar borst. Waarom was haar echtgenoot boos geweest? Zou hij haar de dood van de baby’s kwalijk nemen? Waarom wilde deze vrouw dood, zonder in haar dagboek daarvoor of daarna enige emotie over te tonen? Lana kwam overeind en schoof een van de laden van het dressoir open, in de hoop meer stille getuigen van haar leven tegen te komen. Ze wist niet eens waardoor ze zo door haar gefascineerd geraakt was. De laden waren gevuld met oud linnengoed en mottenballen, maar tussen de lakens vond ze twee foto’s. De namen stonden achterop de verbleekte kiekjes geschreven. Op eentje stonden Elizabeth en James, zittend, met vier van hun kinderen om hen heen staand. Geen van allen lachte, maar Lana wist dat het in die tijd de gewoonte was om foto’s op deze manier te maken. James zag er streng uit en Lana vond dat zijn kaaklijn overeenkomsten vertoonde met die van Adam. Hij had echter de ogen van Elizabeth. Op de andere foto stond een van de baby’s. Achterop stonden de naam John William Hayes. Lana herinnerde zich de naam van het dagboek. Ze schoof de foto’s in het boekje en nam het met haar mee toen ze de kamer verliet.

Toen ze de zolderdeur passeerde, voelde ze weer de sterke drang om het daar boven te gaan verkennen. Omdat ze wist dat dit gevaarlijk was, zou ze alleen maar een kijkje gaan nemen in de personeelsvertrekken. Met kloppend hart klom ze de smalle trap op en stapte het eerste kleine kamertje binnen. In de houten bedbak lag een met veren gevuld matras, maar er lag niets onder. Eén voor één opende Lana de kasten en laden – maar ze waren allemaal leeg. Ze ging naar het tweede kamertje, die een beetje groter was. Er stond een zelfde bed tegen de muur. Hier stonden twee ladekasten, en net toen Lana de eerste la opentrok, hoorde ze van beneden haar naam roepen.

‘Lana!”, riep Adam toen hij van de keuken naar de studeerkamer liep. Lana verstijfde. Zou hij in de gaten hebben dat ze op de zolder geweest was? Ze wilde beslist niet op de zoldertrap gezien worden en rende naar beneden. Toen ze bijna beneden was struikelde ze over een oneffenheid en viel voorover en sloeg met haar schouder tegen de deurpost aan voordat ze haar handen naar voren kon steken. Ze tuimelde verder naar beneden en stootte haar hoofd tegen een van de treden.

Door een waas van pijn zag ze hoe Adam de trap naar de eerste verdieping op rende.

‘Lana! Ben je gevallen? Gaat het wel goed met je?’ Hij hurkte naast haar neer.

‘Mijn schouder’, kreunde ze en probeerde overeind te komen, maar haar bovenlichaam lag klem tussen de deurpost en de onderste trede. ‘Ik kan me niet meer bewegen!’ Adam liet zijn handen over haar nek en schouder glijden. Vervolgens tilde hij haar bij haar heupen omhoog totdat ze los was. Er schoot een felle pijn van haar ribben tot haar nek. Lana rolde op haar rug terwijl Adam voorzichtig beide kanten van haar nek en schouders betastte. Vervolgens legde hij zijn handen op haar sleutelbeenderen om ze met elkaar te kunnen vergelijken.

‘Ik denk dat je je sleutelbeen gebroken hebt! Het begint al behoorlijk dik te worden … blijf daar liggen tot ik terug ben! Niet bewegen’. Adam sprong overeind en rende de trap af. Lana vroeg zich ondertussen af hoe ze zich überhaupt zonder hulp zou kunnen bewegen.

Geef een antwoord