Het verhuurbedrijf had een raar Amerikaans autootje voor me geregeld. Een nieuw model dat ik nog nooit eerder gezien had. Het was knalrood en had zo’n eng goedkoop plastic dashboard dat Amerikaanse auto’s altijd lijken te hebben, hoe duur ze ook zijn.

Ben hielp me met inpakken. Tenminste: hij droeg alle spullen en ik keek toe. Het ging langzaam en zorgvuldig, het leek bijna alsof hij de zaak wilde vertragen. Ik liet Ben maar even zijn gang gaan, het inpakken van de auto kun je hem beter alleen laten doen, en ging weer terug naar binnen om afscheid te nemen van de kinderen.

Sanne was nog steeds bij haar vriendje. Ik probeerde haar te bellen op haar mobieltje, maar ze nam niet op. Een berichtje achterlaten op haar voicemail ging me wat te ver, ik zou het later nog wel een keer proberen.

Patrick zat achter zijn spelcomputer en had duidelijk geen zin om daarachter weg te komen.

‘Kun je niet even stoppen met het neerschieten van marsmannetjes. Ik ga zo weg.’

‘Dit zijn geen marsmannetjes’, zei Patrick verontwaardigd en zonder op te kijken.

‘Wat zijn het dan wel?’, vroeg ik in een poging om tenminste contact te maken.

‘Dat snap jij toch niet’, zei Patrick kortaf.

‘Nou, gezellig hoor’, zei ik boos. ‘Tot morgen dan maar.’

‘Ja de mazzel, tot morgen.’

Timmy werd heel verdrietig toen ik vertelde dat ik een nachtje wegging. Na Patrick zijn koele reactie was ik bijna blij dat er tenminste iemand was die me ging missen.

‘Kom je wel weer terug?’, vroeg Timmy huilend.

Ik vroeg me geschrokken af wat hij zich nou weer allemaal in zijn hoofd haalde.

‘Natuurlijk kom ik terug. Morgenavond al.’

‘En neem je dan een cadeautje voor me mee?’

Ik moest lachen. Zo kende ik mijn Timmy weer.

‘Misschien een heel klein cadeautje.’

‘Een groot cadeautje mag ook wel hoor.’

Al mijn bagage en fotospullen pasten makkelijk in de achterbak van de huurauto, zelfs met de achterbank nog overeind. Zo klein was de auto nou dus ook weer niet. Ben zette de laatste koffer in de auto en sloeg de achterklep dicht. Met zijn handen in zijn zijde bleef hij naar de achterkant van de auto staan kijken. Hij leek diep in gedachten of een beetje de weg kwijt. Ik kreeg medelijden met hem, maar vroeg me gelijktijdig af of dat misschien ook zijn bedoeling was.

‘Dan ga ik maar, anders wordt het wel erg laat’, zei ik zo koel mogelijk.

‘Dat lijkt me inderdaad het beste’, zei Ben.

Ik geloofde er niets van.

‘Ik ga je missen’, zei Ben zacht.

‘Het is maar voor een dag. Morgenavond ben ik er al weer. En ik heb deze opdracht echt hard nodig. Dat begrijp je toch wel?’

‘Tuurlijk.’

Ik geloofde Ben nu nog veel minder. Hij was duidelijk boos op me, maar hij wilde dat niet laten merken of hij vond van zichzelf dat hij niet boos hoorde te zijn. Ik had ook geen zin in een welles nietes spelletje, dus kroop ik even dicht tegen Ben aan, om het afscheid toch een beetje goed te laten verlopen. Hij hield me lekker stevig vast en daardoor kreeg ik het gevoel dat het allemaal toch nog wel een beetje goed zat. Ik gaf Ben nog een lange zoen, zei dat ik van hem hield en stapte in de auto. Ben stond er een beetje verloren bij toen ik wegreed. Hij zwaaide wel, maar het leek alsof hij met zijn gedachten ver weg was. Ik probeerde zo min mogelijk naar hem te kijken in de achteruitkijkspiegel.

Ik wilde het voor mezelf nauwelijks toegeven, maar zodra ik de weg opdraaide voelde ik iets van opluchting. Even rust, vrijheid, tijd om na te denken. Daar konden alleen maar goede dingen uit voortkomen. Een beetje afstand zou ons allebei goeddoen, hield ik mezelf voor, maar ik twijfelde toch ook weer of dat wel zo was. Of het niet gewoon weglopen voor problemen was, wat ik aan het doen was. Natuurlijk had ik veel liever eerst de ruzie goed afgerond, met een flink pak billenkoek, een stevige vrijpartij of een combinatie van beide, maar op een of andere manier voelde het alsof dat dat er deze keer niet inzat, niet onmiddellijk tenminste.

Naarmate ik verder van huis en dichterbij mijn bestemming kwam, merkte ik dat mijn gedachten zich toch wat verplaatsten naar de fotoreportage die ik moest gaan maken. Ik had geen idee waar het over ging en wat precies de bedoeling was. Nou ja, het ging ongetwijfeld over mode en gezien de locatie was de kans groot dat het om een reportage over badkleding zou gaan. Niet de moeilijkste foto’s om te maken, zolang de modellen en het weer maar een beetje meewerkten, maar eigenlijk was het ook niet erg interessant. Somber vroeg ik me af waarom ik er ook weer voor gekozen had om mijn baan als lerares op te geven en fotografe te worden, in elk geval niet om dit soort suffe opdrachten te doen en er nog blij mee te moeten zijn ook. Nou ja, eigenlijk viel er ook niet veel te kiezen. Ben had verzorging nodig toen hij weer thuiskwam en die kon ik hem natuurlijk niet geven als ik werkte. En naar mijn oude school kon ik natuurlijk sowieso niet meer terug, vanwege datgene waarvan ik besloten had om er niet meer aan te denken. Dat was me ook heel lang gelukt, weken lang al had ik er geen seconde meer aan gedacht, maar ineens spookte het toch weer door mijn hoofd.

Ik heb er al heel vaak over nagedacht hoe het allemaal heeft kunnen gebeuren en elke keer kwam ik tot de conclusie dat de dingen niet veel anders hadden kunnen lopen dan ze gelopen zijn. Eigenlijk hoefde ik me dus niet eens schuldig te voelen, maar dat deed ik natuurlijk wel. Voor de zoveelste keer maakte ik in mijn gedachten een reconstructie van de gebeurtenissen.

In het begin toen Alwin als stagiair bij me kwam, had ik nauwelijks door dat hij er was. Ik had het veel te druk met Ben en de situatie thuis om me echt te realiseren wat er op mijn werk gebeurde. De eerste dagen had ik het waarschijnlijk niet eens opgemerkt als hij weg was gebleven en wat ik wel van hem merkte was ook weinig opzienbarend. Het werk deed hij best goed, maar als persoon vond ik hem onvolwassen, lichtelijk oversekst en vaak nogal irritant. Aan de andere kant was hij ook heel lief. Hij zorgde een beetje voor me, toonde hij begrip voor mijn situatie, zonder dat hij er ooit over sprak en juist dat was heel erg fijn. Er was een soort stilzwijgend gevoel van verstandhouding tussen ons, wat ik heel prettig en rustgevend vond. Het was bij hem soms alsof ik eventjes tijd en ruimte kreeg om adem te halen. Maar net als ik hem daarvoor begon te waarderen, maakte hij altijd weer een opmerking of een gebaar waar ik me groen en geel aan ergerde. Wat ik bij Alwin voelde, is denk ik dus het beste te beschrijven als een mengeling van ergernis, irritatie en vertedering.

Collega’s stelden me in een poging om me wat te ontlasten wel eens voor om de begeleiding van Alwin van mij over te nemen, maar daar wilde ik niets van weten. Op één of andere manier was ik toch wel aan hem gehecht. Onder normale omstandigheden had ik me ook zeker gerealiseerd dat er tussen ons niet echt sprake was van de professionele distantie die er hoort te zijn tussen een stagiair en zijn begeleider, maar op dat moment had ik te veel behoefte aan een arm om mijn schouder om me daar echt druk om te maken. Alwin had natuurlijk nog nooit van professionele distantie gehoord en ik was nou juist degene die hem dat had moeten bijbrengen, dus alles wat er gebeurd is, was helemaal mijn eigen schuld.

Ik kreeg meer dan genoeg signalen dat er in onze verhouding iets begon te verschuiven, maar ik koos ervoor om die signalen te negeren, totdat ze zo duidelijk werden dat ik er echt niet meer omheen kon. Aan het einde van een werkdag liep ik de kleedkamer in. De deur stond gewoon open, dus ik dacht dat Alwin al weg was, maar hij was nog aan het douchen. Hij stond met zijn rug naar me toe, daardoor zag hij mij niet binnenkomen, maar ik zag hem des te meer. Ik zag zijn brede schouders, zijn sterke rug en zijn kleine, gespierde kontje. Stiekem keek ik veel langer dan nodig was en zelfs nadat ik me had omgedraaid, gluurde ik nog even om het hoekje naar zijn perfecte kleine billetjes. Daar wilde ik best eens zachtjes mijn tanden in zetten, of mijn nagels.

Die nacht droomde ik over Alwin. Dat ik sliep was op zich al bijzonder in die tijd, maar de inhoud van mijn droom had voor mij een echte waarschuwing moeten zijn. Ik zag Alwin van achteren, hij was naakt en zijn kontje ging in een aardig tempo op en neer. De huid tussen zijn schouderbladen glom van het zweet. Onder hem lag een meisje dat ik verder niet kon zien. Ze genoot duidelijk van alles was Alwin met haar deed. Ineens veranderden ze van positie, Alwin ging op zijn rug liggen en het meisje klom bovenop hem. Ik kon nu duidelijk zien dat ik het zelf was. Ik zag er veel jonger uit, ongeveer zoals ik eruit zag toen ik zo oud was als Alwin, en ik had een verhit gezicht met een rode blos op mijn wangen, maar ik was het overduidelijk. De schok was zo groot dat ik in één keer rechtop in mijn bed zat. Timmy, die een beetje ziek was en daarom bij mij mocht slapen, keek me geschrokken aan. Ik vroeg me af wat voor geluiden ik in mijn slaap misschien wel gemaakt had, maar Timmy was gelukkig nog te klein om daar iets van te begrijpen.

Timmy voelde erg warm aan. Ik nam zijn temperatuur op, hij had maar een heel klein beetje verhoging. Toch leek het me beter om hem thuis te houden, maar dat was meer vanwege mezelf dan vanwege hem. Ik durfde Alwin vanwege mijn droom even niet meer onder ogen te komen en een zieke Timmy gaf me een prima excuus om thuis te blijven.

*

Het hotel dat mijn opdrachtgever voor me gereserveerd had lag zo’n beetje op het strand. Vanuit mijn kamer kon ik de zee zien. Ik legde mijn spullen op het enorme tweepersoonsbed en opende de balkondeuren. Op mooie dagen kon je hier ongetwijfeld geweldig zitten, met veel beschutting en privacy, maar die dag was het niet echt strandweer. Het motregende en er stond een stevige wind. Toch trok ik meteen mijn sportkleding aan en ging naar buiten, het strand op. Ik rende een lang stuk door het rulle zand om mijn gedachten over Alwin kwijt te raken. Hij was voor mij een gesloten boek, iets waar ik niet meer aan mocht en ook niet meer aan wilde denken. En ik wilde al helemaal niet die vreemde, ongepaste tinteling in mijn lijf voelen bij een willekeurige herinnering aan hem. Rennen over het strand leek ook al niet echt te helpen om zijn geest te verdrijven. Ik moest alleen maar denken aan die ene keer dat ik samen met Alwin over een strand gerend had.

Het ging op dat moment erg slecht met me. De zorgen om Ben, de situatie thuis, het werd me allemaal een beetje teveel en ik dreigde in te storten. Op doktersadvies moest ik er een lang weekend tussenuit, uitwaaien op Ameland. Ik wilde niet, maar ik voelde ook wel aan hoe moe mijn lichaam was, dat ik het op deze manier niet lang meer vol zou houden. En ik moest het juist wel volhouden, nog een hele tijd, zo leek het.

Iedereen bleef maar aandringen. Zelfs Ben, die tot dan toe min of meer van me geëist had dat ik elke dag aan zijn bed kwam zitten, vond het een goed idee. Uiteindelijk gaven de kinderen de doorslag.

‘Je moet nu eerst even goed voor jezelf zorgen, zodat je daarna weer voor papa en voor ons kunt zorgen’, zei Sanne wijs.

Ik was zo ontroerd dat ik een flinke huilbui kreeg, wat weer voldoende zei over mijn gemoedstoestand. Die lieve Sanne schrok enorm van mijn reactie en toen ik dat merkte, wist ik dat ze gelijk had. Er werd snel een kamer voor me gereserveerd, Sanne pakte samen met Mandy mijn koffer en Mandy bracht me met de auto naar de boot. Ze zwaaide me uit vanaf de kade en vanaf dat moment was ik alleen. Op de boot voelde ik me verschrikkelijk. Ik kon geen moment stilzitten en bleef maar naar het vasteland staren, dat steeds kleiner werd aan de horizon. De hele tijd stonden er tranen in mijn ogen, maar dat viel niemand op, omdat er een behoorlijk harde wind stond. Toen de boot aankwam bij het eiland, wilde ik eerst niet van boord gaan. Ik wilde meteen terug, maar dat kon niet meer. De eerste boot bood terug ging pas de volgende ochtend.

Ik stond een beetje verloren op de kade. Mandy had me de naam van mijn hotel wel gezegd, maar die was ik alweer vergeten. Een oudere man kwam naast mij staan en zei mijn naam. Ik keek hem verbaasd aan. Hij zei dat hij me op kwam halen en leidde me naar een busje, dat klaarstond.

‘Hoe heeft u me zo snel herkend?’, vroeg ik verbaasd.

‘Er zijn niet zo heel veel alleen reizende, knappe vrouwen’, zei de man met een glimlach.

Ik wist dat ik er op dat moment absoluut niet knap uitzag, maar toch deed de opmerking me wel een beetje goed.

‘We weten dat u het moeilijk heeft’, zei de man met een zachte, rustige stem. ‘Mijn vrouw en ik zullen heel goed voor u zorgen, als we iets voor u kunnen doen, moet u het maar zeggen.’

Ik vond de man meteen aardig en durfde nog even niet te zeggen dat ik alleen maar de eerste boot terug wilde nemen.

De ontvangst in het hotel was ook bijzonder hartelijk. De gastvrouw ontfermde zich over mij, terwijl haar man mijn koffer naar boven bracht.

‘U ziet eruit alsof u wel een borrel kunt gebruiken, wat kan ik u inschenken?’

Ik had al een hele tijd geen drank meer aangeraakt, uit angst dat als ik daar eenmaal aan begon, het hek van de dam zou zijn. Daarom zei ik ook dat ik liever iets fris wilde.

‘Onzin, van één goede borrel is nog nooit iemand slechter geworden’, zei de gastvrouw beslist.

Ze schonk een klein glaasje vol met een drankje uit een stenen kruik en zette dat voor me neer. Ik sloeg het in een keer achterover. Het brandde door mijn slokdarm en liet een lekker warm gevoel achter.

‘Dat is al beter’, zei de gastvrouw tevreden glimlachend. ‘Dan zal ik nu eens een lekkere maaltijd voor u klaarmaken.’

‘Ik heb niet zo’n honger’, protesteerde ik, maar de gastvrouw wilde daar alweer niets van horen.

‘Verdriet kost veel energie, dus u moet goed eten. Dan kunt u er beter tegen.’

Ik ging naar boven om me op te frissen en mijn kamer te inspecteren. Toen ik weer beneden kwam, stond de eerste gang al op me te wachten, een kom dampende groentesoep. De soep, gevuld met verse groenten, gehaktballetjes en soepvlees, was voor mij al een maaltijd op zich. Maar daarna volgde nog een hoofdgerecht van gebraden vlees, aardappelen en verschillende soorten groenten. Ik moest toegeven dat het allemaal prima smaakte en langzaam kwam ik een beetje tot rust. De gastvrouw kwebbelde gezellig tegen me als ze iets kwam brengen of halen en ook haar man bemoeide zich ermee als hij de kans kreeg. Ze vroegen of ik al eerder op het eiland was geweest en ik vertelde dat mijn opa en oma vroeger een hotelletje op Ameland hadden gehad, waar ik ’s zomers vaak logeerde. Ik noemde de naam van mijn opa en oma en natuurlijk waren die wel bekend. De gastheer haalde een aantal herinneringen aan mijn opa en oma op en hoewel ik zelf helemaal niet zulke goede herinneringen aan ze had, vooral mijn opa vond ik altijd een vrij norse, strenge man, luisterde ik er met veel plezier naar. Zo bleef het een gezellige avond. Ik ging vroeg naar bed, met een goed gevuld buikje. Mijn oorspronkelijke plan om de volgende dag de eerste boot terug te nemen, liet ik toen al varen.

Ik sliep uit totdat de gastvrouw me heel voorzichtig wekte. Ze bracht me ontbijt op bed en een berichtje dat de kinderen naar het hotel gemaild hadden: ‘Alles is goed hier, ook met papa. Rust maar lekker uit.’

De rest van de morgen zat ik op het terras in de zon, het was ineens heel aardig weer geworden, en ik genoot ervan dat ik op mijn gemak de hele zaterdagkrant kon lezen. Dat had ik al een hele tijd niet meer gedaan, terwijl ik het juist heerlijk vind om mijn dag zo te beginnen. Met Ben had ik de afspraak dat de zaterdagmorgen voor mij was. Ik mocht rustig koffie zetten en de krant lezen, terwijl Ben de kinderen naar hockey, voetbal of een verjaardagsfeestje bracht. Later op de dag haalde ik ze dan natuurlijk weer op, maar dan had ik mijn geliefde ochtendritueel al achter de rug. Zo hadden we samen meer van die kleine rituelen: de wekelijkse maintance spanking, vrijen op zondagmorgen en daarna uitgebreid ontbijten met het hele gezin. Het waren die kleine, gewone dingetjes, die ik misschien nog wel het meeste miste.

Voor ik het wist was het alweer lunchtijd. Ik had voor mijn gevoel nog maar net ontbeten, toch stond er alweer allerlei lekkers op tafel, volgens Oudhollands recept, dus zonder rekening te houden met allerlei moderne dieetinzichten.

‘Wat gaat u vanmiddag doen?’, vroeg de gastvrouw voordat ik aan tafel ging.

Ik wist het nog niet. Ik had geen zin om veel mensen tegen te komen en ik voelde me ook niet erg sterk.

‘Dat weet ik nog niet’, zei ik. ‘Het terras beviel heel goed.’

‘Misschien wilt u eens gaan kijken op de plekjes die u zich nog van vroeger herinnert?’

Het hotel van mijn grootouders was er niet meer, dat wist ik. Na het overlijden van mijn grootvader was het verkocht aan een projectontwikkelaar, die het had laten slopen om plaats te maken voor een appartementencomplex.

‘De duinen, het strand en het uitzicht over zee zijn anders nog precies hetzelfde als twintig jaar geleden. Daar moet u toch ook wel herinneringen aan hebben?’, vroeg de gastvrouw.

Ik had natuurlijk een heleboel mooie herinneringen aan het strand, waar we als kinderen eindeloos gespeeld hadden, en aan de duinen, waar ik voor het eerst met een jongen had gezoend en toen ik ‘het’ een paar jaar later voor het eerst deed, was dat ook weer in de duinen.

Ik had weinig zin om al die herinneringen weer op te gaan halen, omdat ze werden overschaduwd door de gedachten aan de laatste zomer dat ik bij mijn opa was. Ik was in de loop van dat jaar behoorlijk onhandelbaar geworden en uiteindelijk ook blijven zitten. Als straf hadden mijn ouders besloten dat ik niet mee mocht op vakantie naar Italië, en dat ik in plaats daarvan bij mijn opa in het hotel moest gaan werken. Mijn oma was eerder dat jaar overleden en opa probeerde het hotel zo goed en zo kwaad als dat ging alleen te runnen.

 Ik moest ’s ochtends helpen met het ontbijt, serveren op het terras en de kamers doen. ’s Middags mocht ik dan naar het strand en ’s avonds moest ik weer helpen bij het diner en achter de bar. Mijn opa was nog norser en strenger dan hij altijd al was geweest. 

Tot overmaat van ramp werd ik ook nog vreselijk verliefd op de jongen die mijn opa had ingehuurd als kok. Maar helaas voor mij zag hij mij absoluut niet staan, want hij had al een vriendin, een meisje dat maar een jaar ouder dan ik was en als serveerster in een strandtent werkte. Ze logeerden samen bij ons in het hotel en sliepen in de kamer naast die van mij. Bijna elke avond moest ik door de dunne muren heen aanhoren hoe ze het met elkaar deden. Het was een absolute kwelling, die elke keer langer leek te duren. Elke dag telde ik het aantal dagen dat ik nog moest blijven en die geluiden moest aanhoren en altijd waren het er nog veel te veel.

Het enige lichtpuntje waren de momenten dat ik vrij was en naar het strand mocht. Als daad van verzet tegen mijn opa ging ik niet naar het gewone strand, maar naar het naaktstrand. De eerste keer keek ik mijn ogen uit naar al die naakte lichamen en ik wist zeker dat iedereen ook naar mij keek. Ik vond het doodeng om me tussen allemaal vreemde mensen uit te kleden, maar ik deed het wel en ik vond het heel stoer van mezelf dat ik dat durfde.

Al snel merkte ik dat er eigenlijk helemaal niemand op mij lette. Ik werd met rust gelaten en kon ongestoord van de zon genieten en een boekje lezen, precies zoals ik wilde. Het allerliefst ging ik ’s morgens vroeg, nog voordat de hotelgasten wakker waren. Dan was er nog niemand op het strand en kon ik in alle rust zwemmen in de zee. De zee was altijd koud en fris, maar toch voelde het  heerlijk, bijna alsof alle slechte dingen van me afgespoeld werden.

‘Is het naaktstrand er nog?’, vroeg ik aan de gastvrouw.

Het bleek maar een paar kilometer verderop te liggen.

‘Maar het zeewater is nu nog erg koud, hoor’, waarschuwde de gastvrouw.

Ik zei eerlijk tegen de gastvrouw dat ik ook niet echt van plan was om op stap te gaan en dat ik vooral erg moe was.

‘Wilt u na de lunch dan misschien weer even gaan slapen? Uw bed is al opgemaakt, u kunt er zo weer in.’

Het klonk aanlokkelijk. Lekker in bed met een goed boek, ook al had ik eigenlijk helemaal geen goede boeken bij me.

‘Ik kan toch moeilijk de hele dag in bed blijven liggen’, zei ik aarzelend.

‘Als u daar nou behoefte aan heeft, waarom niet? Ik maak u wel weer wakker als u al te lang blijft slapen.’

Ik gaf me over en kroop na de lunch weer in bed. Het ontbrak er nog maar net aan dat de gastvrouw me kwam instoppen. Rond een uur of vier werd ik vanzelf weer wakker. Ik dronk thee op het terras, met een groot stuk zelfgemaakte appeltaart. Nauwelijks twee uur later was het alweer tijd voor het avondeten. Daarna had ik het gevoel dat ik de hele dag alleen maar geluierd en gegeten had, wat ook wel zo ongeveer klopte, en vond ik dat ik toch nog wat moest gaan doen.

Ik liep een stuk over het bijna verlaten strand. Eigenlijk wilde ik een flink stuk rennen, om alles er eens lekker uit te gooien, maar ik merkte al na een paar meter dat ik daar de energie nog niet voor had, dus schakelde ik over op een normaal wandeltempo.

Hij zag mij als eerste. Enthousiast zwaaide hij naar me vanaf het duin. Ik moest behoorlijk staren om te zien wie hij was, want ik had mijn bril in het hotel laten liggen, maar toen hij op me af kwam rennen, zag ik dat het Alwin was. Het was ontzettend schrikken toen ik hem herkende. Hij kwam met een stralend gezicht op me afrennen en moest zich duidelijk inhouden om me niet te omhelzen.

‘Wat doe jij hier?’, vroeg ik stomverbaasd.

‘Ik wilde even zien of het wel goed met je gaat. Je hebt tenslotte al een tijdje niets meer van je laten horen.’

‘En hoe wist je dat ik hier was?’, vroeg ik achterdochtig.

‘Dat was niet zo moeilijk. Je mailde dat je naar een waddeneiland zou gaan en ik kon na al jouw verhalen natuurlijk wel raden voor welk eiland je zou kiezen.’

Ik had hem inderdaad vrij uitgebreid verteld over de zomers bij mijn opa en oma, inclusief mijn avonturen in de duinen. En dat had Alwin natuurlijk onthouden. Hoe kon ik in vredesnaam zo stom zijn?

‘Ik ben hier juist om uit te rusten en alleen te zijn’, zei ik koel. ‘Dus ik wil graag dat je weer weggaat.’

‘Maar ik ben er net. Ben je dan niet blij om me te zien?’

Alwin keek oprecht verbaasd en ineens werd me een heleboel duidelijk: de dag dat ik thuis was gebleven, omdat Timmy ziek was en hij ’s middags ineens voor de deur stond met een bos bloemen en een autootje voor Timmy. Ik vond dat toen alleen maar heel aardig van hem. De kinderen vonden Alwin ook leuk, Sanne fluisterde zelfs dat hij best een lekker ding was, en het werd nog best gezellig. Daarna de keren dat we samen geluncht en gelachen hadden om onbenullige onderwerpen. En de keren dat ik met hem in de auto mee terug was gereden, omdat dat nou eenmaal handiger was, en de ‘diepe’ gesprekken die we tijdens die ritten gevoerd hadden. Ik had er niets achter gezocht en ook niets mee bedoeld, maar Alwin duidelijk wel.

‘Wie het eerst bij de strandtent is, betaalt een drankje’, riep Alwin.

Hij gaf me een flinke klets op mijn billen en rende voor me uit. Ik staarde hem een tijdje na, niet meer wetende wat ik moest doen. Daarna liep ik de andere kant op. Ik was niet van plan om nog iets tegen Alwin te zeggen.

Alwin had natuurlijk snel genoeg door dat ik niet achter hem aankwam. Hij rende net zo hard weer terug en vroeg wat er aan de hand was. We stonden een tijd zwijgend tegenover elkaar. Ik wist het echt niet meer. Alwin hoorde hier niet te zijn. Ik wilde alleen zijn en ik wilde dat hij wegging. Het was het beste als ik hem nooit meer zou zien. Maar ergens diep van binnen sprak ook de wilde meid die ik vroeger was. Dat deel van mij herkende de blik in zijn ogen wel en wilde weten wat er achter die blik zat. Dat deel van mij had zin in een wilde vrijpartij met een knappe jongeman.

‘Laten we maar naar mijn hotel gaan, dan kunnen we even rustig praten’, zei ik met een zucht.

‘Mij best’, antwoordde Alwin gelaten.

Ik wist nog steeds niet wat ik moest doen. Het leek me geen goed idee om Alwin mee naar mijn kamer te nemen, maar ik wilde ook niet beneden in de ontvangstruimte zitten, waar iedereen ons kon horen. De gastvrouw zag ons binnenkomen.

‘Is uw zoon gekomen, wat leuk’, zei ze hartelijk.

Ik zag Alwin in elkaar kruipen en zelf was ik ook een beetje beledigd. Zo oud was ik toch nog niet.

‘Hij is niet mijn zoon, maar een goede vriend’, zei ik snel.

Toch maar naar boven dan, besloot ik.

‘Zou ik echt jouw zoon kunnen zijn?’, vroeg Alwin.

‘Nou, dan had ik er wel heel vroeg bij moeten zijn.’

‘En dat van die vriend, meende je dat?’

‘Op je goede momenten ben je best aardig, maar ik denk niet dat ik je echt als een vriend zie, nee. Meer als gewoon een aardige jongen.’

En een erg lekker ding, ging door mijn gedachten.

Ik onderdrukte die gedachte en ging verder.

‘Je kunt beter naar huis gaan, dan zien we elkaar wel weer op school. Jij bent mijn stagiair en ik ben jouw begeleider. Daar moeten we allebei heel goed aan denken.’

‘En daarbuiten is er niet meer?’, vroeg Alwin.

‘Nee, daarbuiten kan er niet meer zijn’, zei ik nadrukkelijk.

‘Kan niet of wil niet?’

‘Kan niet.’

‘Dus je wilt eigenlijk wel?’

Ik kon geen eerlijk antwoord op die vraag geven en wilde het gesprek afkappen.

‘Het wordt tijd dat je weggaat, misschien gaat er nog een boot.’

‘De laatste is allang weg’, zei Alwin dwars.

‘Dan neem je die van morgenochtend. Er is voor vannacht vast nog wel ergens een hotelkamer te vinden. Ik betaal wel.’

‘Ik ga vannacht echt niet ergens alleen in een hotel zitten.’

‘Wat wou je dan?’

Ik begon mijn geduld te verliezen.

‘Dit’, zei Alwin.

Voordat ik iets kon doen, pakte hij me vast en gaf hij me een lange tongzoen. Ik zoende niet mee, maar verzette me ook niet erg.

Alwin liet me weer los. Ik was helemaal buiten adem en wankelde op mijn benen.

‘Zie je wel’, zei Alwin triomfantelijk.

‘Luister nou!’, riep ik in paniek.

‘Volgens mij moet jij eens naar jezelf luisteren’, zei Alwin.

Ik deed een stap achteruit, maar Alwin was meteen weer bij me. Hij pakte me vast en duwde me achteruit op het bed.

´Wat ga je doen?´, gilde ik.

´Je snapt best wat ik aan het doen ben´, bromde Alwin.´En zolang je niet heel hard ´´nee´´ roept, ga ik daar gewoon mee door.´

Ik riep een heleboel en kon me later niet goed meer herinneren wat precies, maar ik weet  nog wel vrij zeker dat ik geen ´nee´ geroepen heb.

Alwin ging dus verder en begon zijn kleren uit te trekken. Het ging allemaal heel beheerst, knoopjes los, overhemd uit, T-shirt uit, riem los, broek uit. Ik keek verbaasd toe. Het leek allemaal zo gewoon, alsof Alwin zich uitkleedde om te gaan sporten. Pas toen hij zijn boxershort omlaag schoof en zijn blote piemel tevoorschijn kwam, drong het echt tot me door dat er hele andere dingen stonden te gebeuren. Maar ik zei nog steeds geen ´nee´.

Alwin schoof zijn handen onder mijn billen. Zijn vingers haakten achter het elastiek van mijn sportbroekje en slipje. Ik hielp Alwin door mijn heupen een beetje op te tillen, zodat hij mijn broekje en slipje in een beweging omlaag kon trekken. Ik voelde de opwinding van naderende seks, mijn hart dat enorm tekeer ging en de adrenaline die door mijn lijf gierde. Met ingehouden adem wachtte ik af wat er verder ging gebeuren.

Alwin haalde een condoom uit de verpakking en rolde die snel en handig af over zijn stijve penis. Dat heeft hij vaker gedaan, dacht ik nog. Alwin duwde mijn benen uit elkaar en gleed bovenop me. Hij verkende even de weg met zijn vingers en toen hij die gevonden had, gleed hij met  een soepele beweging van zijn heupen naar binnen. Het voelde fijn en ik kreunde zachtjes.

Alwin glimlachte naar me en veegde met een teder gebaar de haren uit mijn gezicht. Het gebaar bracht me even in verwarring. Ik probeerde overeind te komen, maar Alwin duwde me zachtjes terug en begon heel langzaam op en neer te bewegen met zijn heupen. Ik sloeg mijn benen om Alwin zijn middel en legde mijn handen op zijn billen. Alwin verhoogde het tempo van zijn stoten met veel gevoel voor ritme. Ik sloot mijn ogen en gaf me helemaal over.

Alwin viel na afloop bevredigd in slaap, maar ik lag nog een hele tijd wakker. Ik kon niet geloven dat ik met iemand anders dan Ben naar bed was geweest en ik kon niet geloven dat het zo makkelijk was gegaan. Vreemdgaan had ik altijd als iets heel groots en zwaars gezien, dat dingen definitief kapot maakt, maar zo voelde het helemaal niet. Ik had seks gehad, ervan genoten en daar voelde ik me niet eens echt schuldig over. Het leek eerder alsof er een last van mijn schouders afgevallen was. Ik voelde me beter dan ik me in lange tijd gevoeld had. Krachtig en energiek, alsof ik de wereld weer aankon.

Het gevoel deed me erg aan vroeger denken, ver voordat ik Ben ontmoette. Als ik me somber of onrustig voelde, ging ik altijd de stad in, op zoek naar een leuke jongen. Ik keek rustig om me heen, totdat ik een leuke gevonden had. Dan riep ik hem met mijn ogen, testte hem uit op de dansvloer en als hij slaagde voor de test, mocht hij met me naar bed. Na zo’n nacht voelde ik me dan weer helemaal de oude, het kostte soms alleen wat moeite om de jongen weer de deur uit te krijgen.

Ik werd vroeg wakker. Alwin lag nog te slapen. Het was een heel raar gevoel om ineens zo naast hem te liggen, alsof ik weer twintig jaar oud was en na een wilde nacht wakker werd naast een jongen waarmee ik het een paar uur eerder had gedaan, maar die ik verder nauwelijks kende.

Ik voelde me nog steeds niet echt schuldig, maar wel ongemakkelijk, alsof ik iets had gedaan wat een nette vrouw niet hoorde te doen. En dat was natuurlijk ook zo, maar wie wil er nou ook haar hele leven een nette vrouw zijn?

Ik had zin om lekker lang te douchen of om in mijn blootje de zee in te gaan, net als vroeger. Maar eerst wilde ik dat Alwin wegging. Ik kon tenslotte moeilijk samen met hem aan het ontbijt verschijnen. Voorzichtig maakte ik Alwin wakker. Hij leek ook even verbaasd toen hij me zag, maar hij draaide snel weer bij.

‘Tijd om op te staan’, fluisterde ik.

Alwin knipperde een paar keer met zijn ogen en kwam moeizaam overeind.

‘Wauw, we hebben echt geneukt’, zei hij enthousiast.

‘Gevreeën, de liefde bedreven’, verbeterde ik.

‘Sorry, ik was de generatiekloof even vergeten’, zei Alwin pesterig. ‘Was het bevredigend voor mevrouw?’

Ik had helemaal geen behoefte om antwoord op die vraag te geven. Sterker nog: ik wist het antwoord niet eens. Alwin was zeker geen slechte minnaar. Hij was teder en voorzichtig genoeg in het begin, met voldoende beheersing en uithoudingsvermogen om niet binnen vijf minuten klaar te zijn, maar ook stevig en doortastend genoeg om er geen eindeloos durende toestand van te maken. Toch had ik ook sterk het gevoel dat er iets miste en het was ook wel duidelijk wat dat was of liever gezegd: wie dat was.

Ik sloeg het dekbed terug om op te staan en te gaan douchen. Alwin draaide zich meteen om en staarde ongegeneerd naar mijn borsten. Ik kon me wel ongeveer voorstellen welke gedachten er door zijn hoofd schoten. Het voelde niet prettig om zo aangestaard te worden. Ik kreeg de neiging om mijn borsten te bedekken met mijn handen, maar dat vond ik toch ook een beetje gek. Alwin had alles aan me al gezien en aangeraakt, dus waarom zou ik me nu ineens gaan schamen?

Ik stapte nu echt uit bed. Alwin keek me een beetje verstoord aan.

‘Heb je haast of zo? Ik dacht dat je hier kwam voor je rust.’

‘Ik kom hier om te doen waar ik zin in heb en nu heb ik zin om te douchen, dus dat ga ik ook doen.’

‘Alleen wel te verstaan’, zei ik er voor de duidelijkheid nog bij.

‘Flauw’, mopperde Alwin, maar hij maakte geen aanstalten om ook het bed uit te komen.

Voor de zekerheid deed ik de badkamerdeur toch maar op slot. Ik wilde even alleen zijn om na te denken, de dingen weer een beetje op een rijtje te krijgen.

Ik stapte onder de douche en probeerde Alwin letterlijk en figuurlijk van me af te spoelen. Maar zodra ik mijn ogen dicht deed, zag ik mezelf weer in een prettig standje bovenop hem zitten. Ik zag mijn handen die op zijn borst steunden, mijn heupen die in een steeds hoger tempo op en neer gingen. En ik zag vooral de uitdrukking op zijn gezicht, die van gespannen en geconcentreerd langzaam overging naar een verbaasde, gelukzalige glimlach, alsof hij het voor de allereerste keer deed. Dat was natuurlijk niet zo, maar het idee dat het voor hem een bijzondere ervaring was, gaf het voor mij ook iets heel speciaals.

Toen ik terugkwam uit de badkamer, was Alwin verdwenen. Hij lag niet meer in bed en was niet in de woonkamer. Ik keek op het balkon, maar daar was hij ook niet. Zijn kleren lagen niet meer waar hij ze had achtergelaten, op de grond naast het bed. Daaruit trok ik de conclusie dat hij van de gelegenheid gebruik had gemaakt om er stilletjes vandoor te gaan. Aan de ene kant was ik opgelucht, want het scheelde een hoop pijnlijke momenten, die er anders ongetwijfeld gekomen waren. Maar aan de andere kant was ik ook boos en teleurgesteld. Kennelijk was het allemaal toch niet zo speciaal geweest als ik gedacht had. Ik liet me op het bed vallen en wilde alweer onder de dekens kruipen, toen de kamerdeur ineens openging. Alwin kwam weer binnen met een grote glimlach op zijn gezicht en een dienblad in zijn handen.

‘Ik heb maar even een ontbijtje geregeld. Van goede seks krijg ik altijd zo’n honger.’

Ik stikte bijna van woede.

‘Dus jij bent doorleuk naar beneden gelopen en hebt om een ontbijtje met spek en eieren gevraagd om je libido weer aan te sterken. Dan is het voor hun toch duidelijk dat je hier vannacht gebleven bent.’

‘Ik heb toch niet gezegd dat ik bij je ben blijven slapen?’, zei Alwin bedremmeld.

‘Nee, maar dat hoefde ook niet, oen! Ze weten toch dat je geen eigen kamer hebt, dus dat kunnen ze zelf wel invullen.’

Oen is normaal gesproken een vrij mild en onschuldig scheldwoord, maar nu klonk het heel hard en onvriendelijk, alsof ik dat woord speciaal had gekozen om Alwin zoveel mogelijk te kleineren.

Alwin deed er het zwijgen toe en pakte een broodje van het dienblad. Hij hield het voor mijn mond, maar ik perste mijn kaken stijf op elkaar. Alwin duwde het broodje voorzichtig tegen mijn lippen.

‘Hap, hap’, fluisterde hij.

Ik schoot in de lach en nam een grote hap uit het broodje.

‘Zie je wel, dat is al beter. Ik doe mijn best om goed voor je te zorgen, maar dan moet je ook wel een beetje lief voor mij zijn hoor.’

‘Zo lief als ik vannacht voor jou was, ben ik de afgelopen jaren alleen voor mijn man geweest. Dus reken maar dat je al een hele bijzondere behandeling krijgt.’

‘Dat heb ik gemerkt’, zei Alwin verlegen.

Hij keek me ineens aan met een dromerige blik, die mij op mijn beurt weer verlegen maakte. We aten zwijgend verder, allebei niet wetend hoe we om moesten gaan met de gevoelens, die tot dan toe nog niet waren voorgekomen in onze verstandhouding. Alwin zat zich waarschijnlijk af te vragen hoe het nou verder moest en ik probeerde uit alle macht te bedenken hoe ik kon voorkomen dat het nog verder ging. Hij moest zo snel mogelijk weg, dat was voor mij wel duidelijk. Dan zou ik daarna wel bekijken hoe ik de schade die ik had aangericht kon herstellen, als er nog iets te herstellen viel tenminste.

‘Wat gaan we nu verder doen?’, vroeg Alwin ineens.

Hij keek me een beetje benauwd aan. Ik bedacht me ineens dat hij natuurlijk ook een vriendin en een relatie had, die hij misschien wel net zomin als ik op het spel wilde zetten. Misschien konden we het wel op een akkoordje gooien.

‘Ik denk dat het het beste is als jij straks terug naar huis gaat en we daarna proberen te vergeten wat er gebeurd is.’

‘Dat lijkt me moeilijk’, zei Alwin met een zucht.

Hij trok daarbij zo’n gekweld gezicht dat het mij gewoon pijn deed.

‘Dat begrijp ik’, zei ik zo zakelijk mogelijk. ‘Maar we hebben allebei een relatie. Ik ben getrouwd en jij hebt ook een vriendin. Dus lijkt het jou ook niet het beste om het hierbij te laten?’

Alwin knikte afwezig. Het leek wel alsof hij nu pas voor het eerst aan zijn vriendin dacht. En hij leek zich niet eens zo heel erg druk te maken bij die gedachte. Alwin stond op en begon het ontbijt op te ruimen, zonder te vragen of ik al klaar was met eten. Hij zette het dienblad met alle ontbijtspullen op het tafeltje naast de deur en ging languit op het bed liggen. Het leek er dus niet erg op dat Alwin inderdaad van plan was om te vertrekken.

‘Wat doe je?’, vroeg ik voorzichtig.

‘Weet je’, zei Alwin rustig. ‘Ik snap best dat een langdurige relatie tussen ons er niet inzit en ik weet ook wel dat ik dat ook helemaal niet moet willen. Vanwege het leeftijdsverschil en vanwege jouw kinderen…’

‘En vergeet mijn man niet’, voegde ik er snel aan toe. ‘Die wil ik ook echt niet kwijt.’

‘En vanwege jouw man, en vanwege mijn vriendin’, ging Alwin verder. ‘Maar eigenlijk voel ik dat helemaal niet zo en zou ik het stiekem toch wel heel graag willen.’

‘Je begrijpt toch wel dat dat niet kan?’

‘Dat heb ik toch ook al gezegd.’

‘Maar wat wil je dan?’

‘Als we elkaar niet meer kunnen zien, dan wil ik in elk geval een fatsoenlijk afscheid.’

‘En wat bedoel je daarmee, met een fatsoenlijk afscheid?’

‘Nou, gewoon. We doen het nog één keer, daarna douchen we, trekken we onze kleren aan, gaan lunchen in een strandtentje en daarna breng jij me naar de boot.’

Het klonk bijna als een zakelijk voorstel.

‘Ik heb al gedoucht en om nog een keer seks te hebben, lijkt me heel erg onverstandig.’

‘Ik heb helemaal geen zin om verstandig te doen en jij ook niet, volgens mij.’

Alwins hand gleed langs mijn been en onder mijn badjas. Op die badjas na was ik nog steeds naakt, dus Alwin kon eenvoudig op zijn doel afgaan. Ik deed een poging om hem tegen te houden, maar hij duwde mijn handen heel simpel aan de kant.

‘Alwin, niet…’, protesteerde ik, maar mijn stem smoorde in een kus.

Zijn hand gleed langs mijn dijen verder omhoog en masseerde stukje bij beetje al mijn verzet weg. De gedachte dat we dit niet moesten doen verdween naar de achtergrond. Ergens in mijn achterhoofd klonk er nog wel een waarschuwend stemmetje, maar de roep van mijn lichaam klonk veel luider. Alwin knoopte mijn badjas helemaal los en spreidde mijn benen. Hij kuste en likte me eerst voorzichtig, maar daarna steeds steviger. Ik voelde me helemaal week worden en hapte wanhopig naar adem. Een orgasme was al niet ver weg meer. Alwin kwam langzaam overeind. Hij pakte me stevig vast en zei dat ik me om moest draaien. Ik kon niets anders meer doen dan gehoorzamen. Alwin kwam op zijn knieën achter me zitten. Hij legde zijn handen op mijn heupen en nam me op zijn hondjes, langzaam, nauwkeurig en diep. Ik voelde hoe het orgasme zich aandiende. Vanuit mijn buik begon het over mijn hele lichaam te tintelen. Alwin zijn rechterhand gleed van mijn heup en gaf me een keiharde klets op mijn billen. Het was ineens alsof ik wakker schrok. Ik zag Ben opeens heel duidelijk voor me en realiseerde me wat ik aan het doen was. De betekenis daarvan drong ook meteen keihard tot me door. Alwin merkte niets en bleef met een steeds steviger wordend tempo in me stoten. Het orgasme viel niet meer tegen te houden en ik kwam klaar. Paniek en genot stroomden gelijktijdig door mijn lichaam en de tranen rolden over mijn wangen.

Alwin hield zich aan de afspraak. Hij nam een douche, kleedde zich aan en trakteerde me daarna op een lunch aan het strand. We hadden elkaar eigenlijk niets meer te zeggen. Alwin deed nog een paar pogingen om een gesprek te beginnen, maar toen ik daar nauwelijks op reageerde, gaf hij het op. Hij at zwijgend zijn hamburger en ik knabbelde wat aan een broodje gezond, maar eigenlijk had ik helemaal geen honger. Ik staarde naar mijn telefoon, waarop net een berichtje van Sanne was binnengekomen.

‘Een acht voor Engels’, stond er, met een heleboel uitroeptekens en smilies.

Ik stuurde een vrolijk sms’je terug, maar voelde me diep ellendig en ontzettend schuldig.

Ik bracht Alwin met een taxi naar de boot. Alwin vond het nergens voor nodig dat ik hem wegbracht. Hij voelde de beklemmende sfeer die was ontstaan natuurlijk ook wel aan en wilde daar waarschijnlijk het liefst zo snel mogelijk vanaf. Maar ik wilde absoluut zeker weten dat hij echt terug naar het vasteland ging. Dus zaten we zwijgend en ongemakkelijk naast elkaar in de taxi. Gelukkig lag de boot al klaar in de haven en hoefden we niet lang meer te wachten. Het afscheid was heel vreemd, een mengeling van sentimenteel en zakelijk waar we allebei niet goed raad mee wisten. Uiteindelijk kusten we wel, maar niet meer van harte. Ik staarde Alwin na terwijl hij aan boord ging en bleef staan kijken totdat de boot echt uit de haven vertrokken was.

De gastvrouw van het hotel keek me nieuwsgierig aan toen ik terugkwam van de haven, maar ze stelde gelukkig geen vragen. Ik liep zo snel mogelijk door naar mijn kamer, deed de deur op slot en liet me op het bed vallen. Gelukkig was het inmiddels verschoond en opnieuw opgemaakt.

Het liefst wilde ik onder de dekens kruipen en voorlopig niets of niemand meer zien. Ik probeerde wat te slapen, maar elke keer als ik mijn ogen sloot, zag ik Alwin nog steeds voor me. Na een half uurtje woelen stond ik maar weer op. Ik liep naar de badkamer en nam twee van de zware slaappillen die de huisarts me had voorgeschreven om tot rust te komen. Hij had er nadrukkelijk bij gezegd dat ik maximaal een tegelijk mocht nemen, maar ik wilde heel zeker weten dat ik een hele tijd zou slapen. Ik kan me nog herinneren dat ik in bed ging liggen en dat ik vrij snel daarna een licht, zweverig gevoel in mijn hoofd kreeg, maar van de uren daarna weet ik niets meer. De gastvrouw vertelde later dat ze nog even was komen kijken of het goed met me ging, dat ik toen wakker werd en dat we zelfs nog even gepraat hebben, maar dat kan ik me allemaal niet meer herinneren.

Het was al bijna middernacht toen ik weer wakker werd. Ik was een aantal minuten lang flink in de war, wist niet meer wie ik was, waar ik was en wat er gebeurd was. Gelukkig kwam het ook allemaal vrij snel weer terug, stukje bij beetje, als puzzelstukjes die vervolgens vanzelf op hun plaats vielen. Ik stond op, maar schrok toen ik voelde hoe wankel ik op mijn benen stond. Slingerend, alsof ik dronken was, schuifelde ik naar de badkamer. Ik liet het licht uit, want ik durfde niet in de spiegel te kijken. Met kleine, voorzichtige stapjes, ik voelde me nog steeds duizelig en draaierig, liep ik terug naar bed. Ik ging weer in bed liggen en sloot mijn ogen. Meteen voelde ik dat ik weer weg begon te zakken in diepe bewusteloosheid.

De volgende keer dat ik wakker werd, was het rond een uur of tien de volgende morgen. Ik voelde me nog steeds erg sloom. Het leek wel alsof mijn hoofd vol mist zat. Daardoor lukte het ook niet goed om echt na te denken. Ik wist ergens wel dat er allerlei problemen waren, die ik op zou moeten lossen, maar op de een of andere manier lukte het me niet om die problemen echt vanuit mijn gedachten naar boven te krijgen. Ik bleef een tijdlang proberen om op een rijtje te krijgen wat er allemaal gebeurd was en aan de hand was, maar ergens halverwege raakte ik elke keer weer de draad kwijt. De mist in mijn hoofd zorgde er echter voor dat ik me ook daar niet echt druk over kon maken. Ik vond het zelfs wel prettig, die gedwongen zorgeloosheid.

De gastvrouw klopte zachtjes op de deur en kwam een beetje aarzelend naar binnen. Ze leek erg opgelucht toen ze zag dat ik weer gewoon op was en begon met een bezorgd gezicht te vertellen hoe ze me afgelopen nacht had aangetroffen. Ik kon haar op dat moment niet volgen en liet haar maar gewoon praten.

‘Ik had nog bijna een dokter gebeld’, zei de gastvrouw half boos.

Ik had geen idee waarom ze dat wilde en keek haar een beetje verdwaasd aan.

‘Volgens mij bent u er nog steeds niet helemaal bij’, zei de gastvrouw en ik kon niet helemaal uitmaken of ze nou bezorgd of geïrriteerd klonk.

‘Misschien moet u gewoon even lekker naar buiten, de frisse lucht in’, suggereerde ze. ‘Het is vandaag prachtig weer. U had het laatst over zwemmen, daar is het vandaag zeker warm genoeg voor.’

Ik kon me niet meer herinneren dat we het over zwemmen hadden gehad, maar dacht wel weer aan het naaktstrand waar ik vroeger altijd naartoe ging. Daar zou het vast niet al te druk zijn. Ik kleedde me aan en ging op zoek naar spullen om te zwemmen.

‘Wat nam je ook weer mee naar een naaktstrand?’

Geen badpak natuurlijk, maar wel een handdoek, zonnebrandcrème, een flesje drinken en een paar tijdschriften. Ik deed het allemaal in een kleine rugzak. Met het rugzakje al op mijn rug ging ik de trap af naar beneden. Ik wilde al door de hoofdingang naar buiten gaan, maar de gastvrouw hield me tegen.

‘Zou u niet eerst eens wat eten?’, vroeg ze streng.

Ze had gelijk, ik had nog helemaal niet ontbeten.

Het was inderdaad heerlijk weer en op het strand was het al behoorlijk druk. Maar naarmate ik dichter in de buurt van het naaktstrand kwam, werd het steeds rustiger. Op het naaktstrand zelf waren maar een paar mensen: twee oudere mannen, waarschijnlijk een homopaar, en een jong meisje van ongeveer Sanne haar leeftijd, misschien een paar jaartjes ouder. Sanne zou nog niet dood gevonden willen worden op een naaktstrand. Ze zou het zelfs ‘stom’ vinden dat ik er wel naartoe ging, maar dit meisje had er duidelijk geen enkele moeite mee. Dit meisje lag helemaal bloot op een badlaken en vond dat zo te zien de normaalste zaak van de wereld. Ze had haar ogen gesloten en genoot waarschijnlijk van de warme zonnestralen op haar lijf en de stilte om zich heen. De twee oudere heren waren minder ontspannen. Ze drentelden heen en weer en spraken zachtjes tegen elkaar. Ik besteedde er niet teveel aandacht aan, zocht een plekje een eindje bij de anderen vandaan en begon me uit te kleden. Terwijl ik daarmee bezig was, kwam één van de mannen mijn kant op. Hij begon fluisterend tegen me te praten en deed daarbij nadrukkelijk zijn best om mijn blote borsten te negeren.

‘Dat meisje’, zei hij zacht. ‘Volgens ons is ze in slaap gevallen en we zijn bang dat ze zich zal verbranden in de zon.’

Ik vroeg me af of het meisje echt sliep. Het was niet goed te zien, misschien had de man wel gelijk. Maar ook al had hij gelijk, wat moest ik daar dan mee? Waarom stapte de man niet zelf op het meisje af om haar voorzichtig wakker te maken? Ik bekeek de man en zijn vriend wat beter en begreep het meteen: het meisje zou de schrik van haar leven krijgen.

‘Ik houd haar wel een beetje in de gaten’, beloofde ik.

De man leek niet erg tevreden met dat antwoord, maar vond waarschijnlijk dat hij zijn plicht nu wel  gedaan had. Hij draaide zich om en liep samen met zijn vriend weg in de richting van het gewone strand. Ik keek nog eens naar het meisje. Ze zag er inderdaad uit alsof ze sliep, maar met het verbranden leek het voorlopig wel een beetje mee te vallen. Ik kon eerst nog wel even gaan zwemmen. Daarna zou ik haar wel wakker maken, als het dan nog nodig was.

Ik liep het strand af de zee in. Het water was veel kouder dan ik gedacht had, maar ook lekker fris. Ik zwom een stuk de zee in, met krachtige slagen. Ineens kwam er een grote golf, die over me heen sloeg. Ik kreeg een flinke slok water binnen en probeerde geschrokken naar adem te happen. Daardoor kreeg ik alleen nog maar veel meer water binnen en ik ging kopje onder. Ik probeerde om me heen te slaan met mijn armen en benen, zodat ik meteen weer boven zou komen, maar er gebeurde helemaal niets. Mijn spieren leken niet meer naar me te willen luisteren. Ik zakte nog verder weg onder water en kreeg waarschijnlijk ook nog meer water binnen. Het werd donker en stil om me heen. Ik raakte niet in paniek, maar werd juist heel rustig. Mijn hoofd was leeg, ik dacht nergens meer aan en voelde me alsof ik zweefde. Toch was er ergens ver weg in mijn achterhoofd nog een gedachte, die voor meer en meer onrust zorgde. Ik schaam me nog steeds als ik moet bekennen dat het niet Ben of de kinderen waren, die op dat moment door mijn hoofd spookten. Het enige waar ik nog aan dacht was het meisje, dat moederziel alleen op het strand lag en dat nu zeker zou verbranden in de zon. Ineens leek het ontzettend belangrijk om daar in elk geval nog iets aan te doen. Ik concentreerde me zoveel ik maar kon op mijn armen en benen, op gewoon zwemmen in schoolslag.

‘Voeten naar de bips, wijd, sluit!’, herinnerde ik me nog van de zwemles van Timmy.

Ik herhaalde het zinnetje zachtjes voor mezelf en het leek te werken. Ik schoot omhoog naar de oppervlakte. Mijn hoofd kwam weer boven water uit en ik kon ineens weer ademhalen. Daardoor begon ik natuurlijk ontzettend te hoesten en proesten. Even ontstond een nieuwe panieksituatie.

‘Watertrappelen!’, zei ik hardop tegen mezelf.

Toen pas zag ik hoe dicht ik alweer bij het strand was. Ik voelde even met mijn voet en meteen raakte ik de grond. Half lopend, half zwemmend legde ik de laatste meters naar het strand af. Hoestend en proestend kwam ik aan de kant. Er was niemand in de buurt om me te helpen, dus strompelde ik op eigen kracht naar mijn handdoek. Ik liet me vallen en bleef een aantal minuten zo liggen om bij te komen. Het drong niet echt tot me door wat er allemaal gebeurd was. Ik vroeg me ook niet af hoe het kwam dat ik ineens niet meer kon zwemmen, ik maakte me nog steeds alleen maar druk over het meisje op het strand.

Zo gauw als ik daar weer toe in staat was, stond ik op om naar haar toe te gaan. Het meisje lag nog steeds op haar handdoekje te slapen. In de weide omtrek was verder niemand te bekennen. Ik vond het vreemd dat zo’n jong meisje daar zo helemaal alleen lag en ik kreeg er een ongerust gevoel van, alsof ik haar moest helpen en voor haar moest zorgen. Maar als eerste moest ik zien te voorkomen dat ze nog verder verbrandde. Daarom moest ik het meisje wakker maken en haar waarschuwen. Ik sloeg een handdoek om me heen, want hoewel we op een naaktstrand waren, vond ik het toch wat vreemd om een wildvreemd iemand zomaar in mijn blootje aan te spreken, en liep naar het meisje toe Vlak naast haar bleef ik staan. Ik had gehoopt dat ze vanzelf wakker zou worden, maar dat gebeurde niet, dus knielde ik naast haar en schudde voorzichtig aan haar schouder. Het meisje schrok wakker en staarde me verbaasd aan.

‘Mama?’, zei ze half vragend, half slapend.

‘Nee lieverd, ik ben Anne.’

‘Lieverd’, ik hoorde het mezelf zeggen, tegen een volslagen onbekende. Normaal zou ik dat nooit doen, maar nu leek het op één of andere manier passend.

‘Het spijt me dat ik je laat schrikken’, vervolgde ik. ‘Maar je moet echt iets doen tegen de zon, want je bent lelijk aan het verbranden.’

Het meisje knipperde nog een paar keer met haar ogen, alsof ze niet goed wist wat ze hoorde.

‘Waar bemoei je je mee gek mens, laat me met rust!’, riep ze toen.

Ik liet me niet zomaar wegsturen. Dit soort gedrag was voor mij tenslotte bekend terrein en ik wist heel goed hoe ik ermee om moest gaan: rustig laten uitrazen en ondertussen je zin gewoon doordrijven.

‘Doe niet zo raar, je voelt zelf toch ook wel dat je aan het verbranden bent? Wil je dan echt zo blijven liggen totdat je rood bent als een kreeft?’, zei ik op bestraffende toon.

‘Zal ik dat even lekker zelf uitmaken?’, zei het meisje dwars.

‘Nee, een meisje van jouw leeftijd moet gewoon doen wat volwassenen tegen haar zeggen. Dus je houdt nu op met eigenwijs doen en je smeert jezelf in of ik doe het voor je, kies maar.’

‘Sorry hoor, ik wist niet dat je kwaad werd’, mokte het meisje.

‘Nou, wat wordt het’, zei ik ongeduldig. ‘Ga je het zelf doen of moet ik je even helpen?’

‘Ik heb helemaal geen zonnebrand bij me, dus hoe kan ik me nou insmeren?’, zei het meisje boos.

‘Dat is niet zo slim hè, in je blootje gaan zonnen in de felle zon zonder zonnebrand mee te nemen’, zei ik spottend.

‘Dat weet ik toch ook wel’, zei het meisje boos. ‘Daarom is mijn vriendje naar het dorp gegaan om wat te kopen. Hij komt zo terug en dan zal ik me meteen insmeren. Nou tevreden?’

‘Ik weet niet hoe lang jouw vriendje nog wegblijft, maar als je nu niet snel iets doet tegen die zonnebrand, gaat het echt zeer doen. Dan wordt het letterlijk “wie haar billen brandt moet op de blaren zitten”. Misschien kun je beter wat crème van mij lenen.’

Ik pakte mijn tas om het meisje mijn zonnebrandcrème te geven, maar ik kon het flesje niet meer vinden. Het leek wel alsof het ineens verdwenen was. Dat kon natuurlijk niet waar zijn. Ik had het meisje uitgebreid de les gelezen en nou leek het alsof ik zelf ook geen zonnebrand bij me had. Nijdig doorzocht ik al mijn spullen, maar het flesje bleef weg. Tenslotte keerde ik mijn tas om, alle inhoud plofte in het zand: mijn portemonnee, mijn telefoon, mijn papieren, mijn bril, sleutels, sigaretten, medicijnen, een flesje water, kauwgom, maandverband, het lag allemaal verspreid over het strand. Maar het flesje zonnebrand was nog steeds nergens te bekennen.

‘Kun je het vinden?’, vroeg het meisje spottend.

Op dat moment zag ik het flesje zitten in een zijvakje van mijn tas.

‘Ja hoor’, zei ik triomfantelijk en ik gaf het aan haar.

Eindelijk begon het meisje zich in te smeren, haar armen, benen, schouders en buik.

‘Ik kan niet goed bij mijn rug en mijn kont, die doet mijn vriendje altijd’, klaagde het meisje.

‘Ga maar liggen, dan help ik je wel even’, zei ik zonder aarzelen.

Ik had allerlei bezwaren en protesten verwacht, maar het meisje ging zonder tegenstribbelen op haar handdoekje liggen. Ik druppelde langzaam wat crème op haar rug.

‘Hu, koud’, giechelde het meisje.

Ik smeerde haar voorzichtig in. Ze had nog echt het lichaam van een meisje en ook al deed ze zich voor alsof ze al bijna volwassen was, dat was ze nog zeker niet. Ik wist nu heel zeker dat ze niet veel ouder kon zijn dan Sanne, misschien zelfs nog wel jonger.

‘Zo, klaar alweer’, zei ik. ‘Nu kun je er wel weer een poosje tegen.’

Ik begon mijn spullen te verzamelen en terug in mijn tas te stoppen. Het meisje keek met belangstelling toe.

‘Mag ik een sigaretje van je?’, vroeg ze toen ik het pakje Camel filters terug in mijn tas wilde doen.

‘Mag jij al roken dan? Hoe oud ben je eigenlijk?’, vroeg ik.

‘Bijna veertien’, zei het meisje.

‘Dertien dus, nog veel te jong om te roken’, zei ik beslist.

‘Maar mijn ouders vinden het goed’, protesteerde het meisje.

‘Nou, ik niet. Je krijgt van mij geen sigaret’, zei ik.

‘Flauw hoor, straks komt mijn vriendje en die heeft zeker sigaretten bij zich. Dan kan ik zoveel roken als ik zelf wil.’

‘Dan doe je dat maar lekker, maar van mij krijg je geen sigaret’, herhaalde ik nog eens.

Het meisje keek me kwaad aan en draaide zich om, met haar rug naar me toe. Ik glimlachte even.

Die draait zo wel weer bij, letterlijk en figuurlijk, dacht ik.

Ik legde mijn handdoekje weer in het zand en ging ook liggen, op mijn buik, mijn gezicht van het meisje afgedraaid. Al snel voelde ik dat het meisje weer mijn kant op keek. Haar ogen prikkelden als het ware in mijn rug. Ik probeerde een tijd lang om haar te negeren, maar het gevoel dat er de hele tijd iemand naar me keek, begon me steeds meer te irriteren. Ik draaide me half om en keek recht in haar starende ogen.

‘Heb ik iets van je aan of zo?’, vroeg ik geërgerd.

Het meisje begon te giechelen en meteen realiseerde ik mij hoe raar mijn vraag op een naaktstrand moest klinken.

‘Je moet je wel een beetje gedragen hoor’, zei ik streng. ‘Kijken mag, maar staren is onbeleefd, zeker op een naaktstrand.’

‘Dat zei mijn mama ook altijd’, zei het meisje.

‘Daarover gesproken, waar is je mama eigenlijk? En wat doe jij hier helemaal alleen op een gewone schooldag? Voor zover ik weet is het geen vakantie’, zei ik.

‘Mijn mama is dood’, zei het meisje plompverloren. Daarna zweeg ze en ik ook, ik wist even niets meer te zeggen.

‘Sorry, dat wist ik niet’, stamelde ik na wat een hele lange stilte leek.

‘Kon je toch niet weten’, zei het meisje met een zurig glimlachje.

Ze zuchtte een paar keer met veel gevoel voor drama en de eerste tranen verschenen in haar ogen. Even twijfelde ik of haar verdriet wel helemaal oprecht was, maar die gedachte stond ik mezelf niet toe. Daarvoor was het veel te ernstig wat ze vertelde.

‘Vroeger kwam ik hier vaak samen met mijn moeder’, vervolgde het meisje met bibberende stem. ‘Dus als ik haar erg mis dan ga ik hier naartoe.’

‘Ook als je gewoon naar school moet?’, vroeg ik streng.

Ik voelde mee met het meisje, maar ik kon het gewoon niet opbrengen om het hele trieste verhaal over haar moeder aan te horen. Ze keek me verstoord aan met haar natte oogjes.

‘Nou bemoei je je alweer met mijn zaken’, snifte ze nijdig. ‘Als ik niet naar school wil en in plaats daarvan naar het strand ga, dan moet ik dat toch zeker zelf weten?’

Daar was ik het natuurlijk niet mee eens. Het leek mij duidelijk dat dit meisje al veel te veel dingen zelf mocht weten. Spijbelen, roken, een vriendje dat vast veel ouder was dan zijzelf, ik kon wel ongeveer invullen waar dat naartoe ging. En dat kon ik natuurlijk niet laten gebeuren.

‘Is er wel eens iemand die “nee” tegen jou zegt?’, vroeg ik.

Het meisje keek me niet begrijpend aan.

‘Dat dacht ik al wel’,  mompelde ik.

Op dat moment begon de telefoon van het meisje te trillen en een liedje dat ik niet kende te spelen. Het meisje keek even op het schermpje en klapte toen met een achteloos gebaar haar telefoontje weer dicht.

‘Moet je niet opnemen of zo?’, vroeg ik.

‘Nee’, zei het meisje luchtig. ‘Het is mijn moeder en daar heb ik nu geen zin in.’

Meteen daarna keek ze me geschrokken aan, alsof ze zich realiseerde dat ze zich behoorlijk had versproken. Het duurde even voordat het ook tot mij doordrong wat dit betekende, maar toen het kwartje eenmaal gevallen was, werd ik razend. Ik wist van kwaadheid niet meer wat ik moest doen en de tranen sprongen in mijn ogen. Het meisje zag ik nauwelijks meer, ze was alleen nog een vaag contour waarin ik met moeite nog een bezorgd en bang kijkend gezichtje kon onderscheiden.

Ik vloog overeind, met twee stappen was ik bij het haar. Ze maakte angstig een afwerend gebaar met haar arm. Ik sloeg meteen toe, greep die arm stevig vast en trok het meisje met al mijn kracht overeind. Ze moet geschreeuwd hebben van pijn, maar dat hoorde ik niet. Met grote passen liep ik het strand op en ik sleurde het meisje aan haar arm met me mee. Ik keek met een verwilderde blik om me heen. Aan de rand van het strand, bij de overgang naar de duinen, zag ik een houten bankje. Dat bankje werd mijn doel.

‘Laat me los, wat ga je doen?’, gilde het meisje en ze gaf me een harde schop tegen mijn schenen.

Inderdaad, wat ging ik doen? Ineens wist ik het niet meer. Ik bleef staan en keek het meisje aan. Ze staarde terug met grote, geschrokken ogen. Ik zag dat ik haar pols in mijn hand geklemd had alsof ik probeerde haar fijn te knijpen. Meteen liet ik haar los. Het meisje deed een paar stappen achteruit.

‘Jij bent helemaal gek!’, hijgde ze.

Ik keek moedeloos naar mijn blote voeten in het zand. Het meisje zou zich nu omdraaien en weglopen, dat wist ik zeker, en ik probeerde uit alle macht te bedenken hoe ik dat kon voorkomen. Uiteindelijk bedacht ik dat de aanval waarschijnlijk de beste verdediging was.

‘Ik had bijna iets heel doms gedaan’, gaf ik toe. ‘Maar jij doet ook hele domme dingen.’

Het meisje zei niets en wreef over haar pijnlijke pols.

‘Hoe kun je nou zo tegen iemand liegen? Zeggen dat je moeder dood is, terwijl ze je gewoon opbelt. Of heb jij soms een hele bijzondere provider, zodat ze vanuit de hemel contact met je kan leggen?’, vroeg ik sarcastisch.

‘Nee, en dat was niet mooi van mij om zo te liegen’, stamelde het meisje. ‘Ik weet ook niet waarom ik dat deed.’

Ik merkte tevreden dat mijn aanpak werkte.

‘Vertel me nou maar eens precies wat je hier doet en waarom. En waar blijft dat vriendje van je, of heb je die ook verzonnen?’, vroeg ik op verhoortoon.

‘Ja’, bekende het meisje onmiddellijk.

Ze keek me nog steeds aan alsof ik haar elk moment weer aan zou kunnen vallen.

‘Mooi, dat is dan tenminste eerlijk’, zei ik. ‘Nu de rest nog. Laten we maar eens met je naam beginnen, hoe heet je?’

‘Jasmine’, zei het meisje.

‘Goed Jasmine’, zei ik. ‘Ik ben Anne, maar dat had ik geloof ik al gezegd.’

Jasmine knikte. We liepen terug naar onze handdoeken en gingen ondertussen verder met het vraag- en antwoordspelletje, totdat ik het verhaal voor mijn gevoel compleet had.

Jasmine was drie dagen daarvoor na een slaande ruzie met haar moeder van huis weggelopen. Hoe ze daarna op Ameland terecht was gekomen werd me niet helemaal duidelijk, maar dat interesseerde me ook minder. In elk geval zwierf ze nu al een paar dagen rond, zonder geld, schone kleren of wat dan ook. Waar ze sliep en hoe ze aan eten kwam wilde ze niet vertellen, maar ik had natuurlijk wel een idee. En verder dacht ik vooral aan de moeder van Jasmine en hoe die zich op dat moment moest voelen.

‘Ik vind dat je nu eerst je moeder moet bellen, want die is natuurlijk doodongerust’, zei ik gedecideerd.

‘Dat wil ik niet’, zei het meisje kortaf.

‘Stel je eens voor hoe je moeder zich nu voelt. Die wordt natuurlijk gek van ongerustheid. Is het allemaal echt zo erg dat ze dat verdient?’

Jasmine schudde haar hoofd.

‘Ik durf niet’, zei ze zachtjes. ‘Mama is vast heel erg boos.’

‘Ik denk dat je moeder alleen maar heel erg blij is als ze weet dat je nog leeft en dat je gezond bent. Bel haar nou maar, hoe langer je wacht, hoe moeilijker het wordt.’

Jasmine stond een tijdje te twijfelen of misschien wel moed te verzamelen.

‘Oké’, zei ze tenslotte en ze pakte haar mobieltje.

Ik probeerde het gesprek te volgen. Jasmine zei eerst een paar woorden, maar daarna was het vooral haar moeder die aan het woord was. Af en toe mocht Jasmine ook wat zeggen, maar erg veel kans kreeg ze toch niet. Desondanks leek ze heel erg opgelucht toen ze ophing.

‘Mama komt me ophalen’, zei ze met een glimlachje.

‘Waar, wanneer?’, vroeg ik blij.

Het zou volgens Jasmine nog wel een paar uur gaan duren voordat haar moeder er was. Ik stelde voor om in de tussentijd wat te gaan eten. Zelf had ik absoluut geen trek, maar Jasmine reageerde enthousiast op het aanbod.

We kleedden ons aan en liepen naar de dichtstbijzijnde strandtent, waar Jasmine met smaak een uitgebreide lunch, die bestond uit een uitsmijter met ham en kaas, patat frites met mayonaise en een groot glas melk. Zelf raakte ik mijn broodje nauwelijks aan, maar ik keek wel geamuseerd naar Jasmine. Zelden had ik iemand zo smakelijk zien eten. Ze kon wel uitgehongerd zijn.

‘Eet jij niks?’, vroeg Jasmine met volle mond.

Voor de vorm nam ik een paar happen van mijn broodje. Het smaakte niet, te vet en te veel mayonaise. Jasmine at vrolijk verder en was zelfs eerder klaar dan ik, terwijl zij veel meer eten op haar bord had.

‘Wat zou mama zeggen als ze me straks ziet?’, vroeg Jasmine met een nerveus trekje om haar mond.

‘Dat weet ik niet, ik ken jouw moeder niet. Maar ik denk dat ik wel weet wat ik zou doen’, zei ik.

‘Wat dan?’, vroeg Jasmine.

‘Eerst zou ik je helemaal fijn knuffelen en daarna zou ik je een ongelofelijk pak voor je blote billen geven.’

Jasmine keek me aan met grote ogen en ik vroeg me geschrokken af wat ik nou weer had gezegd.

‘Niet waar’, zei Jasmine met een schaapachtig lachje.

‘Ja hoor, dat meen ik’, zei ik kalm. ‘Een meisje dat na een stomme ruzie wegloopt en haar ouders dagen in angst laat zitten, verdient wat mij betreft een paar blauwe billen.’

‘Kijk, dat vind ik eigenlijk wel tof’, zei Jasmine.

Ik keek haar verbaasd aan.

‘Jij zegt tenminste gewoon dat ik een pak voor mijn blote kont verdien als je dat vindt. Mijn moeder praat alleen maar met me mee en als ik eens wat zeg, dan is ze het altijd meteen met me eens. Als ik al de kans krijg om iets te zeggen trouwens.’

Ik glimlachte. Na het telefoongesprek met haar moeder dat ik gehoord had, kon ik me daar wel iets bij voorstellen.

‘Ach, dat zal ook wel een beetje meevallen’, suste ik. ‘Je moet gewoon een beetje geduld met je moeder hebben. Zij moet ook vaak genoeg geduld met jou hebben, geloof me.’

Ik stond op om af te rekenen en een pakje sigaretten te kopen, want die waren bijna op. Het was druk aan de kassa. Vlak voordat ik aan de beurt was, voelde ik dat mijn maag begon te protesteren tegen de vette hap die ik net naar binnen had gewerkt. Ik snelde naar de wc. Pas een minuut of tien later was ik weer terug bij ons tafeltje. Ik was stomverbaasd toen ik zag dat het leeg was. Jasmine was verdwenen en mijn tas ook.

Eerst was ik vooral bezorgd. Ik dacht aan de moeder van Jasmine, die nu misschien wel voor niets naar Ameland kwam en ik voelde me ontzettend schuldig, want ik was ervan overtuigd dat het mijn laatste opmerkingen geweest waren, die Jasmine op de vlucht hadden gejaagd. Daarna begon ik steeds meer te twijfelen. Had Jasmine wel met haar moeder gebeld of had ze gedaan alsof? Ik had de stem aan de andere kant van de lijn tenslotte niet echt gehoord.

De ernst van de situatie begon ook steeds meer tot me door te dringen. Jasmine was weg en ik was al mijn spullen kwijt. Mijn portemonnee had ik nog, maar verder was alles wat ik bij me had verdwenen. Ik miste mijn paspoort, rijbewijs, telefoon, medicijnen, huissleutels en nog veel meer belangrijke dingen. Vanuit een telefooncel belde ik mijn eigen telefoon. Nadat de telefoon een aantal keren was overgegaan hoorde ik mijn eigen stem zeggen dat ik na de toon een bericht moest inspreken. Ik begreep dat dat geen zin had en hing op. Het werd me steeds duidelijker dat Jasmine me gewoon belazerd had. Ik besloot om geen medelijden meer met haar te hebben en ging naar het politiebureau om aangifte te doen van diefstal.

De dienstdoende agent hoorde mijn verhaal rustig aan. Hij voerde al mijn gegevens in in de computer, printte het proces-verbaal uit en gaf het aan mij ter ondertekening, samen met wat folders over de gang van zaken bij gestolen identiteitspapieren, pasjes en rijbewijzen en zelfs een folder van slachtofferhulp. Daarna keek hij voor de zekerheid nog even in het register voor vermiste personen. In heel Nederland werd nergens een meisje vermist met de naam Jasmine.

‘Maar we vinden haar wel’, zei de agent optimistisch. ‘Het voordeel van dit eiland is dat je er maar op één plek afkunt. En die plek zullen we vanaf nu goed in de gaten houden.’

Ik vroeg me af of ze echt vanwege een gestolen tasje bewaking in de haven zouden neerzetten en geloofde daar eigenlijk helemaal niets van. De kans dat ze Jasmine of hoe ze ook heette ooit zouden pakken leek me heel erg klein en dat kon me ook niet schelen. Ik had genoeg van Ameland en wilde het liefst zo snel mogelijk weg, maar volgens de planning zou ik pas de volgende dag weer naar huis gaan. Toen ik zo aan thuis zat te denken, realiseerde ik me ineens dat ze me helemaal niet meer konden bereiken. Ik had immers geen telefoon meer. Als er nu iets met Ben zou gebeuren, zouden ze me dat niet eens kunnen vertellen. Vanuit de eerste de beste telefooncel belde ik naar huis.

‘Hallo, met Sanne’, zei een heldere meisjesstem.

Sanne wie?, dacht ik geërgerd. Ik had haar al zo vaak gezegd dat ze ook haar achternaam moest zeggen als ze de huistelefoon aannam, maar ik had nu ook geen zin om daar een punt van te maken.

‘Met mam, lief’, zei ik kort.

Sanne had duidelijk niet verwacht dat ik ineens op zou bellen en ze leek daardoor ook een beetje in de war. Ze stamelde wat, vroeg hoe het ging en zei dat ze blij was om mij weer eens te spreken, maar dat was ze niet echt, zoveel werd mij al snel duidelijk.

‘Hoe is het daar?’, vroeg ik.

‘Goed hoor’, zei Sanne iets te snel. ‘Mandy probeert je al een paar uur te bellen, maar je neemt steeds niet op.’

‘Mijn telefoon is gejat’, zei ik.

‘Door wie?’, vroeg Sanne snel, alsof ze dankbaar leek dat zich een ander gespreksonderwerp aandiende.’

‘Weet ik veel’, zei ik nijdig. ’Waarom wilde Mandy mij spreken?’

‘Weet ik veel’, zei Sanne op haar beurt. ‘Dat moet je haar maar vragen.’

‘Geef haar maar even dan.’

‘Dat kan niet, ze is aan het werk.’

‘Klets geen onzin Sanne, Mandy heeft helemaal geen werk.’

‘Ze is er in elk geval niet. Als je haar wilt spreken moet je haar maar even mobiel bellen.’

‘Wat doe je raar, heb je soms iets uitgespookt, jongedame?’

‘Nee hoor, er is niets aan de hand, maar ik moet nu ophangen. Dag mam.’

Ik keek stomverbaasd naar de hoorn in mijn hand, die het bekende ‘tuut’, ‘tuut’ geluid maakte. Natuurlijk wilde ik Mandy best bellen, maar haar nummer stond in mijn telefoon, die ik kwijt was. Er zat daarom niets anders op dan nog een keer naar huis te bellen. Behoorlijk geïrriteerd en vastbesloten om zodra ik weer thuis was een hartig woordje met Sanne te wisselen draaide ik nogmaals ons nummer. De telefoon ging deze keer naar de voicemail. Ik wist bijna zeker dat Sanne nog naast de telefoon stond, maar gewoon niet meer opnam. Kwaad hing ik de telefoon weer op. Ik had het even helemaal gehad met tienermeisjes.

Een tijdlang liep ik wat besluiteloos rond. Ik wilde weten wat er thuis aan de hand was, maar had geen idee meer hoe ik daar achter kon komen. Misschien wilde de politie me wel helpen, maar wat die precies zouden moeten doen wist ik dan ook weer niet. Ze konden toch moeilijk een politieauto naar ons huis sturen om daar eens een kijkje te gaan nemen.

Ineens zag ik vanuit mijn ooghoeken een meisje, gekleed in een kort spijkerrokje en een T-shirt. Ze had een rood petje op haar hoofd en een grote zonnebril, zoals een popster die niet herkend wil worden. Toch had ik haar meteen door. Zoals ze daar stond en met veel genoegen van een groot ijsje likte, was het voor mij wel duidelijk dat zij het was.

Jasmine, dacht ik meteen, degene die deze ellende allemaal veroorzaakt heeft.

Woedend werd ik en ik kreeg een soort waas voor mijn ogen. Met twee stappen was ik bij het meisje. Ik greep haar stevig bij haar arm. Het meisje keek me aan door haar zonnebril. Ze liet haar ijsje op de grond vallen. Ik rukte het petje van haar hoofd om haar definitief te ontmaskeren, maar onder het petje bleek een dikke bos gitzwart haar te zitten.

‘Mama!’, gilde het meisje in paniek.

Het was alsof ik ineens weer scherp kon zien en meteen zag ik dat het meisje van dichtbij niet eens op Jasmine leek. De moeder van het meisje, een grote, stevige vrouw van ergens achterin de veertig, kwam een winkel uitgerend. Ze zag me staan, met het petje van haar dochter nog in mijn handen.

‘Wat krijgen we nou?’, vroeg ze op een toon die niet eens kwaad of geschrokken klonk, maar vooral heel erg verbaasd.

De situatie moet er ook absurd uit hebben gezien, alsof een volwassen vrouw het petje van een jong meisje probeerde te stelen. Ik schaamde me diep, vooral ook omdat het meisje stond te huilen van schrik. Ik wist niet wat ik moest zeggen, maar begreep wel dat ik helemaal fout zat. Dus stamelde ik maar een welgemeend excuus. De moeder kalmeerde haar dochter met sussende woordjes, maar bleef verder opvallend rustig. Ik probeerde zo goed mogelijk uit te leggen wat er aan de hand was, maar ik hoorde zelf ook wel hoe raar en onsamenhangend ik klonk.

‘Ik heb geen tasje gestolen’, huilde het meisje, dat het allemaal ook maar half leek te begrijpen.

‘Dat zegt die mevrouw ook niet’, zei de moeder rustig. ‘Ze dacht dat je iemand anders was en heeft zich helemaal vergist. Mevrouw geeft je nu je petje terug. Daarna krijg je van haar een nieuw ijsje en vijftig euro voor op je spaarrekening, dan praten we nergens meer over.’

Bij die laatste zin keek de moeder mij doordringend aan. Ik vond vijftig euro veel geld voor zo’n knullig misverstand, maar ik begreep ook wel dat ik weinig keuze had en gelukkig zaten er nog twee biljetten van vijftig in mijn portemonnee.

De moeder nam de vijftig euro met een kort knikje in ontvangst. Ze keek even kritisch naar het biljet, alsof ze wilde controleren of het wel echt was, en gaf het toen door aan het meisje, dat het biljet meteen gretig aanpakte. Als bij toverslag hield het meisje weer op met huilen. Het geld maakte blijkbaar al een heleboel goed, maar nog niet genoeg in de ogen van de moeder.

‘Nu nog een nieuw ijsje en niet het kleinste’, zei ze op een toon die weinig tegenspraak duldde.

Ik vond het best, kocht een ijsje bij de dichtstbijzijnde snackbar en nam er zelf ook één. Dat had ik na al die toestanden wel verdiend.

Ik liep een stukje verder om bij het meisje en haar moeder uit de buurt te raken en ging op een bankje zitten. Het ijsje smaakte eigenlijk nergens naar, veel te zoet en te kunstmatig, maar toch genoot ik ervan. Even niets anders doen dan een ijsje eten en genieten van de zon, alsof er niets aan de hand was. Door de rust leek het alsof mijn gedachten weer een beetje op hun plek vielen en de gelatenheid waarmee ik de dag was begonnen kwam weer enigszins terug. Wat was nou het ergste wat er thuis aan de hand kon zijn? Ben kon het niet zijn, dan had Sanne wel iets gezegd. Nee, er was iets met Sanne zelf aan de hand. Iets wat ze gedaan had, maar niet durfde te bekennen. Ik probeerde te bedenken wat dat zou kunnen zijn, maar kon eigenlijk niets verzinnen. Uiteraard kon ik het standaard lijstje met angsten van een bezorgde moeder wel opdreunen en daarvan leek een zwangerschap me altijd het allerergste, maar dat kon ik me bij Sanne toch echt niet voorstellen. Min of meer ontspannen besloot ik om maar weer terug te gaan naar het hotel.

Meteen toen ik terug was in het hotel, kwam de gastvrouw naar me toe met een briefje. Ik moest naar huis bellen, het was dringend.

‘Heeft u ook een nummer genoteerd?’, vroeg ik gespannen.

‘U weet uw eigen telefoonnummer toch wel?’, vroeg de gastvrouw verbaasd.

Ik zuchtte een paar keer diep. Natuurlijk wist ik mijn eigen telefoonnummer, maar ik wist ook dat ik er nu niet zoveel aan had. Op goed geluk probeerde ik toch maar weer naar huis te bellen. Dit keer nam Mandy meteen op.

‘Waar zat je toch’, vroeg ze verontwaardigd. ‘Ik probeer je al uren te bereiken, ik heb je hele voicemail volgepraat, ik heb boodschappen achtergelaten in het hotel, maar allemaal tevergeefs.’

‘Mijn telefoon is gejat’, zei ik kort. ‘Wat is er toch allemaal aan de hand?’

‘Oh, Sanne heeft iets uitgehaald’, zei Mandy en ze deed ineens heel luchtig.

‘Wat dan?’, drong ik aan.

‘Oh, ze had vandaag blijkbaar geen zin in school, dus toen is ze maar de stad ingegaan. En daar is ze betrapt door een leerplichtambtenaar. Ik werd gebeld dat ik haar op moest komen halen op het politiebureau. Kennelijk was het niet de eerste keer dat ze op spijbelen is betrapt, dus nu krijgt ze waarschijnlijk een taakstraf en jullie een flinke boete.’

Ik was even stil. Dit was nog lang niet zo erg als een tienerzwangerschap, maar het kwam toch wel totaal onverwacht. Tot een paar minuten geleden had de combinatie Sanne en spijbelen me bijna net zo onwaarschijnlijk geleken als de combinatie Sanne en zwanger, maar daar had ik me dus flink in vergist.

‘Spijbelen’, mompelde ik. ‘Hoe haalt ze het in haar hoofd. Als ze nou allemaal tienen haalde, maar ze staat er al zo slecht voor.’

‘Ja, dat zei Ben ook al.’

Oh, dus Ben wist het allemaal ook al, eerder dan ik nog wel. Ik liet dat allemaal eens goed tot me doordringen en eigenlijk werd ik toen pas echt boos. Kennelijk vonden ze thuis al dat ze met mij nog voorzichtiger moesten zijn dan met Ben. Wie was er hier nou de zwakkere? Wie lag er hier nou in het ziekenhuis te herstellen?

‘Hoe reageerde Ben?’, vroeg ik toch wel een beetje bezorgd.

‘Nou, die was niet blij. We zijn meteen maar even bij hem langs gegaan onderweg van het politiebureau naar huis. Ben heeft onder vier ogen met Sanne gesproken en dat heeft kennelijk wel indruk gemaakt. Eerst leek het haar allemaal niet zoveel te kunnen schelen, maar toen ze weer naar buiten kwam huilde ze als een klein meisje en zei ze dat het haar heel erg speet. Ik weet niet wat hij gezegd heeft, maar blijkbaar heeft het wel indruk gemaakt.’

Ik vermoedde dat het niet zozeer Ben zijn woorden waren, die indruk gemaakt hadden. Wat hij gedaan had was tegen alle afspraken die wij over het opvoeden van de kinderen gemaakt hadden, maar toch voelde het alsof Sanne haar verdiende loon had gekregen, ik kon er niets aan doen. En kennelijk was de kracht in Ben zijn armen alweer aardig terug. Dus dat was in elk geval goed nieuws.

‘Hoe is het verder met Ben?’, vroeg ik.

‘Best goed eigenlijk. Het lopen gaat nog wat moeilijk, maar hij oefent hard en loopt ook nog elke dag samen met Timmy een rondje door de gangen van het ziekenhuis, hand in hand. Heel schattig om te zien. Praten gaat ook wel weer goed, hij zal nog even geen referaat houden voor een volle collegezaal met co-assistenten, maar hij kan zich in elk geval alweer aardig verstaanbaar maken. En hij helpt Patrick met een werkstuk voor school, over Japan geloof ik, daar kan Ben aardig in opgaan. We hebben al allerlei boeken en een laptop naar het ziekenhuis gesleept. Het lijkt alsof het meer Ben dan Patrick zijn werkstuk aan het worden is, maar dat ze samen bezig zijn en dat hij weer iets te doen heeft, scheelt wel heel veel, geloof ik.’

Het waren allemaal goede berichten over Ben, waar ik blij mee zou moeten zijn en dat was ik ook wel, maar toch voelde ik ook iets anders. In de korte tijd dat ik afwezig was, hadden ze het zonder mij kennelijk ook aardig onder controle. Zelfs de problemen met Sanne hadden ze eigenlijk al afgehandeld, zonder ook maar met mij te overleggen. Het leek bijna wel alsof ze mij niet meer nodig hadden.

‘Ik kom vandaag nog naar huis’, zei ik plotseling.

‘Doe niet zo gek’, zei Mandy meteen. Het leek wel alsof ik iets van verontwaardiging in haar stem hoorde. ‘Je hebt je hotel nog tot morgen en ik kan je vanavond niet van de boot komen halen, dus dan sta je in de haven. En dat hele eind met het openbaar vervoer is een ramp.’

‘Toch wil ik vandaag naar huis’, zei ik eigenwijs.

‘Blijf nou nog lekker één nachtje in je hotel. Dan neem je morgenochtend de boot en kom ik je ophalen. Als je aankomt sta ik in de haven op je te wachten. Zal ik Timmy meenemen? Die vindt het vast geweldig om je van de boot te zien komen.’

Het vooruitzicht van een begroeting door een juichende Timmy en de gedachte aan de urenlange reis met de bus, de trein en weer de bus die ik voor de boeg had als ik vandaag zou gaan trokken me over de streep. Ik hing op met een onbestemd gevoel in mijn maag. Later bedacht ik pas dat ik Sanne zelf niet eens gesproken had.

De rest van de dag deed ik weinig meer. Ik probeerde wat te slapen, maar daar kwam weinig van terecht. Ik was nog te druk met denken aan wat er die dag gebeurd was en met vooral niet denken aan wat er de dagen daarvoor allemaal gebeurd was. En dat laatste was nog niet zo gemakkelijk. Doordat ik de hele dag bezig geweest was, had ik nauwelijks aan Alwin gedacht, maar nu ik weer wat tijd en rust had, kwam hij weer boven op de momenten dat ik juist probeerde om even niet aan thuis te denken. Het leek wel alsof ik moest kiezen tussen twee kwaden. Ik stond maar weer op en begon mijn spullen in te pakken.

Ik had er alweer enorm veel spijt van dat ik nog een nacht op het eiland was gebleven, maar de laatste boot was al weg, dus er was niets meer aan te doen. De eenzaamheid, die ik de afgelopen dagen zo prettig had gevonden, leek me nu een beetje aan te vliegen. Maar ik zag vooral op tegen de lange nacht zonder slaappillen die nog voor me lag. De gedachte daaraan vloog me als het ware aan en greep me naar de keel. Ik moest alle zeilen bijzetten om niet verschrikkelijk in paniek te raken. Rond een uur of tien ’s avonds hield ik het niet meer vol. Ik wist zeker dat ik de hele nacht achtervolgd zou gaan worden door allerlei enge gedachten en dat ik geen oog dicht zou doen. In paniek rende ik naar beneden, waar de gastvrouw net bezig was met afsluiten.

‘Is hier ook een apotheek?’, vroeg ik.

‘Natuurlijk, voelt u zich niet goed?’, antwoordde de gastvrouw bezorgd.

‘Mijn medicijnen zijn vanmiddag gestolen. Ik dacht eerst dat ik wel even zonder kon, maar nu ben ik bang dat dat toch niet zo is.’

‘Waar heeft u dan medicijnen voor nodig, als ik vragen mag?’, vroeg de gastvrouw.

Door de manier waarop ze me aankeek kreeg ik het gevoel dat ze het niet helemaal vertrouwde.

‘Om te kunnen slapen, zonder pillen lig ik de hele nacht wakker’, zei ik zacht.

‘Daar heeft u toch geen pillen voor nodig? Dat lijkt me erg ongezond. Een glas warme melk met rum werkt ook prima.’

Ik betwijfelde of dat ook prima werkte. Sterker nog, ik geloofde er helemaal niets van. Maar ik had geen zin om met de gastvrouw in discussie te gaan. Dan ging ik wel zonder haar hulp op zoek naar een apotheek. Ik wilde langs haar heen naar buiten lopen, maar de gastvrouw hield me tegen. Ze nam me bij de arm. Door de manier waarop ze dat deed, zachtjes maar ook vastbesloten, durfde ik ineens geen weerstand meer te bieden. Er kwamen ineens allerlei associaties bij me naar boven. Ik dacht aan mijn moeder, maar ik dacht vooral aan Ben en de manier waarop hij me aan mijn arm mee kon voeren als het tijd was voor een pak op mijn billen. Ik verlangde ernaar om over het zachte schoot van de gastvrouw getrokken te worden, over de knie als een klein meisje. Een harde hand op mijn blote stoute billen. En niet voor een paar minuten, maar net zolang totdat ik het niet meer vol zou houden om mijn spieren aan te spannen en ik mijn tranen echt niet meer tegen zou kunnen houden. Ik schrok zo van deze gedachte, dat ik meteen begon te huilen. De gastvrouw drukte me meteen tegen zich aan en probeerde me te troosten. Maar ik wilde helemaal niet getroost worden, ik wilde Ben, die als enige echt begreep wat er nodig was om mijn verdriet te stoppen. Hoe meer de gastvrouw probeerde om me te troosten, hoe meer het tot me doordrong wat ik allemaal miste en hoe erger het leek te worden. Toch hield het huilen op een gegeven moment als vanzelf weer op. Niet omdat ik me getroost of beter voelde, maar omdat huilen ook vanzelf ophoudt als het maar lang genoeg duurt.

‘Nou, dat luchtte wel op zeker’, zei de gastvrouw.

Uit die woorden bleek voor mij wel dat ze er niets van begreep. Ik knikte maar wat en probeerde om mijn tranen te drogen. De gastvrouw gaf me een zakdoek. Ik veegde mijn tranen weg, maar voelde verder geen enkele opluchting. Nog steeds voelde ik het gemis, diep en pijnlijk, maar het allerergste was het onderliggende gevoel dat het gemis misschien wel definitief was, dat er dingen voor altijd veranderd waren.

Ik durfde de gastvrouw niet meer aan te kijken, want elke keer dat ik dat deed, zag ik het beeld van mijn moeder weer voor me. Het was een hele sterke herinnering aan lang geleden, toen ik nog een klein meisje was.

Ik zag mezelf staan in onze oude woonkamer. Er rolden dikke tranen over mijn wangen en ik was helemaal achter adem van het huilen. Mijn vader en mijn zus keken een beetje bezorgd, maar mijn moeder bleef kalm. Ze probeerde niet om me te troosten of te kalmeren, maar nam me over haar knie. Ik gilde en huilde natuurlijk nog steeds vanwege de pijn, maar het was toch een ander soort huilen, minder hysterisch. Ik kon me niet meer herinneren wanneer dit gebeurd was en ik wist zelfs niet zeker of het wel echt gebeurd was, maar het beeld kwam nu elke keer weer naar boven en dat maakte dat ik snel weg wilde bij de gastvrouw. Ik bedankte haar met een ongemakkelijk gevoel voor haar steun en vluchtte naar mijn kamer. Zodra de gastvrouw uit beeld was, verdween het beeld van mijn moeder ook weer. Ik wist nu bijna zeker dat het ging om een ingebeelde herinnering van iets wat nooit echt gebeurd was, maar ik nam me voor om mijn zus eens te vragen of zij zich er misschien nog iets van kon herinneren.

Ik nam een lange douche, blij om in elk geval iets te doen te hebben. Warm water en lekker geurend doucheschuim helpen altijd wel een beetje als ik me rot voel en hoewel ik me nog niet echt veel beter voelde, had de huilbui toch wel voor wat opluchting gezorgd. Ik kon de dingen weer een beetje in verhouding zien en had zowaar de eerste heldere gedachte van die dag. Het had geen enkele zin om gedachten weg te drukken, ik kon ze beter te lijf gaan. Natuurlijk waren er dingen gebeurd en natuurlijk waren er problemen, grote problemen zelfs, maar die zouden zich niet oplossen als ik zielig in een hoekje bleef zitten, hield ik mijzelf voor. Ik moest bedenken wat ik wilde en daarna moest ik een plan bedenken om dat voor elkaar te krijgen. Mijn gedachten leken nog het meest op een advies uit de Viva, maar ze gaven gaf me wel nieuwe kracht en energie.

Ik droogde me af, smeerde mijn hele lichaam lekker in met lotion en ging bloot op het bed liggen. Meteen moest ik aan Alwin denken, maar dit keer probeerde ik niet om de gedachte weg te drukken, juist niet. Laat maar komen, dacht ik dapper. Ik draaide op mijn zijde en trok mijn benen een beetje op. Met gesloten ogen liet ik de film van de afgelopen dagen nog eens afspelen. Nu ik de herinnering gewoon toeliet, leek het allemaal ineens een stuk minder erg. Ik dacht met een glimlach aan Alwin zijn vaak botte, lompe opmerkingen en zijn directe humor. Maar ik realiseerde me ook hoe lief hij vaak voor me geweest was en hoe hij had geprobeerd om voor me te zorgen, vertederend als een jongetje dat zijn uiterste best doet om een echte man te zijn. Haast automatisch begon ik mezelf te strelen. Even schrok ik toen ik me er echt van bewust werd wat ik aan het doen was. Masturberen was een heimelijk genoegen dat ik mezelf onder normale omstandigheden wel toestond, tijdens een warm bad of gewoon ’s ochtends in bed. Maar dan pas als Ben de deur uit was. Het was ook nooit als vervanging van seks met Ben dat ik het deed, maar meer als een aanvulling daarop, een soort privéfeestje als voorbereiding op het echte feest.

Sinds Ben in het ziekenhuis lag, had ik het niet meer gedaan, omdat het niet goed voelde, als een soort verraad. Ik moest nu zelf een beetje lachen om dat idee. Afgezet tegen wat ik allemaal met Alwin had gedaan, was een potje soloseks natuurlijk maar kinderspel. Ik vervolgde waar ik mee begonnen was en kwam al snel in de juiste stemming. Mijn heupen bewogen in een ritme dat aansloot bij de bewegingen van mijn vingers en ik produceerde zacht kreunende geluidjes. Ik fantaseerde dat ik thuis op ons bed lag, met mijn billen hoog in de lucht. Alwin zat achter me en nam me doggy style met zijn handen op mijn heupen. Ben zat op een stoel naast het bed. Hij keek toe met grote ogen, die glommen van opwinding. Hoewel ik met Alwin aan het vrijen was, keek ik de hele tijd naar Ben en hij naar mij. Alwin was eigenlijk niet meer dan een soort bijfiguur. Ben stond op en gaf Alwin een teken. Ze wisselden van plek en Ben ging verder waar Alwin gebleven was. Alleen deed Ben het veel beter, langzamer, met meer passie en vol overgave. Alwin verliet de kamer zonder dat een van ons het merkte. Het vrijen ging in mijn fantasie over in een andere scène, waarin ik nog steeds op het bed lag en Ben weer naast het bed zat met zijn armen over elkaar en een strenge blik in zijn ogen. Ik probeerde dit beeld vast te houden in mijn gedachten en kwam binnen een paar tellen klaar.

Met een tevreden gevoel draaide ik me op mijn rug. Ik voelde me ontspannen, voldaan en lekker moe.

Toch wist ik toen al dat ik zonder mijn tabletten weinig zou slapen. De normale zorgen waren al genoeg om me wakker te houden en daar waren de afgelopen uren nog wel de nodige zaken bij gekomen.

Ik probeerde om te bedenken hoe het nu verder moest. Daarbij begon ik maar bij de dingen die ik zeker wist, want die waren nog redelijk overzichtelijk. Het was voor mij volkomen duidelijk dat ik bij Ben en de kinderen wilde blijven, geen moment had ik serieus overwogen om iets met Alwin te beginnen of om bij Ben weg te gaan. Niet vanwege Ben zijn ziekte en de gebeurtenissen van de afgelopen dagen vond ik daarvoor ook geen aanleiding, maar dat was natuurlijk niet alleen aan mij. Ik voelde me weliswaar niet schuldig en vond ook dat ik niet vreemd was gegaan, niet echt tenminste, maar of Ben daar ook zo over zou denken? Dat durfde ik werkelijk niet te voorspellen. Misschien was het wel het beste om het Ben gewoon niet te vertellen. Maar dat ging in tegen onze afspraak om elkaar altijd alles te vertellen, een afspraak waar ik me tot dan toe altijd aan gehouden had en Ben ook, dat wist ik zeker.

Ik had dringend de behoefte om met iemand te praten. Iemand die mijn standpunt begreep of er in elk geval naar wilde luisteren. Normaal zou Mandy voor die rol in aanmerking komen, maar die leek nu op een of andere manier ook onderdeel van het probleem. En eigenlijk kon ik niemand anders bedenken die me zou kunnen helpen. Ik moest het dus alleen op zien te lossen.

De volgende morgen ging ik al vroeg richting de haven om de boot terug te nemen. Het viel me meteen op dat er twee politieagenten stonden, die de passagiers in de gaten leken te houden. Misschien waren ze wel op zoek naar Jasmine, het meisje van het strand, zoals ze beloofd hadden. Ik hoopte dat ze haar en mijn tas zouden vinden, maar verder interesseerde het me niet zo heel veel meer. Er waren andere dingen belangrijk.

Ik had de hele nacht over die dingen nagedacht en een plan bedacht. Of eigenlijk was het nauwelijks een plan, maar meer een hele sterke wens die ik uit wilde laten komen en waar ik alles voor wilde doen. Ik wilde weer samen zijn met Ben en het gezin, gewoon weer met zijn vijven, zonder Mandy of wie dan ook. Dan kwam het met Sanne allemaal ook vanzelf weer goed. Maar daarvoor was het nodig dat Ben weer gewoon thuiskwam. Vanuit huis kon hij ook prima revalideren en ik kon zelf ook heel goed voor hem zorgen. Ik zou iemand in moeten huren om te helpen, want ik begreep dat ik het allemaal niet alleen zou kunnen, maar als ik voorlopig even stopte met werken, zou het toch moeten lukken. En dan kon Mandy ook weer naar huis, want die was alweer veel te lang bij ons. Vandaag was misschien nog een beetje snel om het allemaal te regelen, maar morgen of uiterlijk overmorgen moest ik het toch voor elkaar kunnen krijgen.

*

Ik moest glimlachen bij de herinnering. In gedachten had ik het allemaal zo mooi op een rijtje, maar de werkelijkheid bleek toch een heel stuk ingewikkelder te zijn. Ben weer naar huis halen was nog niet zo moeilijk, dat had ik binnen een paar dagen voor elkaar. Maar wat er daarna allemaal moest gebeuren had ik heel erg onderschat. Iedereen om ons heen wilde ons wel helpen en steunen, maar als het puntje bij paaltje kwam, dan was ik toch meestal degene die de dingen moest opknappen. Dus kookte, waste, verpleegde, verzorgde en chauffeerde ik de hele dag voor Ben en de kinderen. En dat vond ik  ook helemaal niet erg. Ik had er tenslotte zelf voor gekozen en was al lang blij dat ik ´s avonds gewoon weer tegen mijn man aan kon kruipen. 

Dat ik naast al die activiteiten niet ook nog eens kon werken vond ik vanzelfsprekend. Ik meldde me telefonisch ziek en hoefde daarbij gelukkig weinig uit te leggen. Iedereen begreep de reden en de tweede reden, dat ik Alwin niet meer onder ogen wilde komen, kon ik voor mezelf houden. De eerste tijd had ik nog elke week contact met mijn baas, omdat het nou eenmaal zo moest volgens de regeltjes, maar na een paar maanden verwaterde het contact. Ik dacht eigenlijk alleen nog aan mijn werk als ik mijn salaris kreeg. Totdat ik op een dag een brief kreeg waarin ik werd opgeroepen voor een bezoek aan de bedrijfsarts. Ik kreeg het daar zo benauwd van dat ik meteen met een tweeregelig briefje mijn ontslag indiende, wat mijn baas vervolgens maar al te graag accepteerde. Ben kwam daar pas achter toen het allemaal al lang geregeld was en werd daar erg kwaad over. Ben zijn boosheid bleef een tijdje in de lucht hangen, maar de volgende ochtend betaalde ik met mijn pyjamabroek op mijn knieën de prijs voor mijn onbezonnen actie.

Ben nam me over de knie en begon me billenkoek te geven op mijn onderbroek. Dat was nog maar het begin, maar toch deed het erg zeer. Ik was het een beetje verleerd om straf te krijgen en daardoor reageerde mijn lichaam wat anders dan ik gewend was. Naast pijn voelde ik namelijk ook vooral onrust en opwinding. Daardoor lukte het me niet om me te concentreren op de pijn en om stil te blijven liggen. Het voelde heel vervelend, maar ik kon er niets aan doen.

Ben merkte dat er iets aan de hand was.

´Last van onrust in je kontje?´, vroeg hij.

Ben klemde me extra stevig vast tussen mijn benen en verstevigde ook zijn greep op mijn bovenlichaam. Hij deed mijn onderbroek naar beneden en voelde met zijn vingers tussen mijn benen.

´Hier moeten we eerst maar eens even wat aan doen´, zei hij rustig.

Hij ging met twee vingers bij me naar binnen en begon me te vingeren. Ik kon me niet bewegen en moest me wel overgeven aan het snel stijgende gevoel van opwinding. Het enige wat ik nog kon doen om de zaak nog een beetje onder controle te houden was schreeuwen en slaan met mijn armen.

 Ben stopte en liet me opstaan. Ik kon aan hem zien dat hij enorm opgewonden was. Snel trok ik de kleren die ik nog aan had uit. Ben deed hetzelfde.

We rolden over het bed en vreeën met snelle ongecontroleerde bewegingen. Ik voelde de opwinding snel stijgen en kwam schreeuwend klaar. Het kwam niet eens in me op dat er misschien nog iemand anders in huis was. Ik klampte me vast aan Ben en drukte hem zo stevig tegen me aan dat hij bijna geen adem meer kon halen. Ik voelde zijn hart kloppen, ik hoorde zijn snelle, hijgerige ademhaling en ik zag de blik in zijn ogen. Grote, glimmende ogen, die vonkelden van de passie die hoort bij het gevoel dat er op de wereld niets anders meer is dan hij, ik en seks. Toen ik die blik zag en herkende, voelde het alsof Ben weer terug was, alsof hij na een lange reis weer bij mij thuis was gekomen. Dat gevoel was ineens zo heftig, dat ik er niet mee om kon gaan en heel hard begon te huilen. Ben draaide zich op zijn rug en trok me dicht tegen zich aan. Ik legde mijn hoofd op zijn borst en huilde. Ben hield me vast en streelde me. Hij zei niets, maar dat was ook niet nodig.

Ik had nog dagen, weken desnoods zo willen blijven liggen en lekker blijven huilen, maar Ben vond het na een poosje wel genoeg. Hij droogde mijn tranen met het laken en kuste me een aantal keren.

´Je moet nog wel wat tranen overhouden kleintje, want je hebt nog wat tegoed´, zei Ben pesterig.

Ik begreep heel goed wat hij bedoelde.

´Je mag je even gaan opfrissen, maar daarna krijg je gewoon het pak billenkoek waar we al mee bezig waren´, zei Ben nog even voor de duidelijkheid.

Ik zuchtte een paar keer diep. Het lag zo lekker in Ben zijn armen. Ik wilde niet opstaan, maar Ben duwde me zachtjes van het bed.

´Je hoeft niets aan te trekken, ik wil je zo meteen naakt over mijn knie´, zei hij.

Ik gehoorzaamde. Het zou heel moeilijk worden om dit pak slaag te ondergaan, maar ik wilde het wel. Het paste op een of andere manier heel goed bij dit moment.

In de badkamer keek ik in de spiegel. Ik zag er gelukkig uit en verhit. Iedereen kon zien dat ik net seks gehad had, maar dat kon me niets schelen. De hele wereld mocht het weten.

Ben zat al voor me klaar op een rechte stoel. Hij was weer helemaal aangekleed en op zijn schoot lag een stevige, houten haarborstel voor me klaar. Ik bleef een beetje staan dralen bij de badkamerdeur. Met een haarborstel op je blote billen krijgen is heftig en ik had even een beetje tijd nodig om aan het idee te wennen. Maar Ben had geen geduld meer. Hij pakte me stevig vast en hielp me over zijn knie.

´Lig je goed?´, vroeg hij.

Ik knikte. Mijn hart raasde in mijn keel en mijn mond was ineens droog. Ik kon nauwelijks meer slikken van de zenuwen.

´Houd je maar vast aan de stoelpoten, dan is het iets makkelijker´, zei Ben.

Ik gehoorzaamde. Ben legde zijn hand op mijn rug en duwde  me stevig tegen zich aan. Zijn greep was nog niet zo stevig als vroeger, maar zeker stevig genoeg. Die hand op mijn rug betekende heel veel voor mij, het betekende dat Ben me erdoorheen zou slepen. Hij zou mijn billen geen moment sparen, maar verder zou hij alles doen om me te helpen.

Ben pakte de haarborstel. Ik hield mijn adem in. Hij gaf me een paar voorzichtige proeftikjes op mijn linkerbil. In een reflex kneep ik meteen mijn billen samen.

´Probeer je te ontspannen´, zei Ben. ´Dan doet het veel minder pijn.´

Ik ontspande mijn spieren. Meteen kreeg ik een keiharde klap op mijn rechterbil. Ik schreeuwde het uit. Eigenlijk had ik me zo lang mogelijk in willen houden, maar de klap en de pijn overvielen me zo dat er geen houden meer aan was. En daarmee was meteen het hek van de dam. Ik schreeuwde bij elke klap die ik kreeg. Mijn benen bewogen als vanzelf en mijn handen knepen hard in de stoelpoten, maar toch lukte het me niet lang om de tranen tegen te houden. Ik gaf me over en liet de tranen stromen.  Ben verhoogde het tempo van de slagen en richtte zich steeds meer op het zitvlees rond het midden van mijn billen. Hij wisselde ook niet meer af, maar concentreerde zich steeds vaker op een bepaalde plek. Het brandde zo erg dat ik dacht dat ik gek werd. Ik schreeuwde, huilde en probeerde met mijn billen te draaien om de slagen een beetje te ontwijken. Maar telkens als dat leek te lukken, verstevigde Ben zijn greep weer een beetje en kreeg ik een paar extra venijnige tikken om mijn ongehoorzaamheid te bestraffen.

Ben besteedde geen aandacht aan mijn geschreeuw en gehuil. Hij sloeg door totdat hij tevreden was over de kleur van mijn billen en toen dat eindelijk zo was, lag ik op zijn schoot te janken als een klein meisje. Ben liet me opstaan en gaf me toestemming om over mijn billen te wrijven. Ik raakte ze heel voorzichtig aan. Het deed nog erg zeer. Ben legde me op mijn buik op bed en liet me even alleen. Ik huilde nog een paar minuten in het kussen, toen was het over. Langzaam zakte ik weg in gedachten. Ik schrok op toen ik de steunende hand van Ben weer op mijn rug voelde. Hij kuste mijn billen en zei dat hij heel trots op me was, dat hij heel veel van me hield en dat hij me heel erg dankbaar was. Aan zijn stem kon ik horen dat de tranen ook in zijn ogen stonden.

Ik kwam overeind en kroop tegen hem aan. We knuffelden en daarna vreeën we nog een keer, iets wat we normaal gesproken nooit deden na een bestraffing, maar dit keer mocht het.

Na afloop voelde ik me rustig en vrij, bevrijd van een baan die ik niet meer wilde en van een heleboel andere dingen.

Geef een antwoord