Ik had mijn opdrachtgever nog nooit eerder ontmoet, maar dat zei niet zoveel. Ik kende lang niet iedereen in het circuit. Misschien was dat ook wel mijn grootste probleem, dat ik te weinig mensen in het circuit kende. Ik hoopte stiekem dat deze opdracht me via mijn opdrachtgever nog wat nieuwe contacten op zou leveren, maar toen ik haar voor het eerst zag, begreep ik wel dat zij zelf ook nog volop bezig was om het circuit te leren kennen. Ze was nog piepjong, zeker tien jaar jonger dan ik, en duidelijk nog helemaal nieuw in het vak. Misschien was dit zelfs wel haar eerste echte klus.

Ik wist nog steeds niet wat de opdracht precies inhield, maar dat ze de jongste bediende, misschien was ze zelfs nog maar een stagiaire, erop afstuurden beloofde weinig goeds. Dat betekende waarschijnlijk dat het ging om bladvulling voor een tijdschrift of foto´s voor een foldertje, gedrukt op goedkoop glanzend papier. Ik had al helemaal geen zin meer in deze opdracht, maar ik wist natuurlijk ook wel dat de opdrachten niet voor het oprapen lagen en dat ik blij moest zijn met elke klus die ik binnenhaalde.

Hoewel mijn opdrachtgeefster me zelf gevraagd, gesmeekt had om deze opdracht aan te nemen, leek ze wel een beetje te twijfelen aan mijn capaciteiten. Ze vroeg uitgebreid naar de dingen die ik tot nu toe gedaan had en daarna hoe het kon dat ik pas een jaar als professioneel fotograaf bezig was. De toon waarop ze haar vragen stelde was neutraal en voorzichtig, maar toch kwam het op mij over als een soort verhoor. Het irriteerde mij dat ik me tegenover zo´n piepkuiken moest verantwoorden en ik vond het niet eerlijk dat ze deed alsof ik pas een jaar fotografeerde. Oké, het was pas sinds een jaar echt mijn beroep, maar fotograferen deed ik al mijn halve leven en in die tijd had ik wel wat meer gedaan dan leuke plaatjes van familie en vakanties gemaakt. Dat had ze zelf ook kunnen zien als ze op mijn website had gekeken.

Toch voelde ik zelf ook wel wat twijfels. Het was me tot nu toe niet meegevallen om op commando allerlei beelden te moeten maken, waarvan een ander al bedacht had hoe ze eruit moesten zien. Dat was heel anders dan ik gewend was en ook heel anders dan ik het me had voorgesteld. Door de kritische vragen van mijn opdrachtgeefster begon de onzekerheid nog wat meer te knagen en voelde ik me min of meer verplicht om me te verantwoorden. Zij betaalde me tenslotte, dus had ze ook wel enig recht van spreken. Ik ging er goed voor zitten en legde haar in het kort uit hoe het allemaal zo gekomen was. Dat  had ze trouwens ook allemaal op mijn website kunnen lezen.

Mijn uitleg maakte maar weinig indruk. Ik kon wel raden wat mijn opdrachtgeefster dacht. Het was wel leuk dat ik al twintig jaar foto´s maakte, maar ik had geen opleiding en weinig ervaring. Ik realiseerde me ineens dat ik me zat te verdedigen, terwijl dat nergens voor nodig was. Zij had mij toch gevraagd en niet andersom en als ze liever iemand anders wilde, dan ging ik toch gewoon weer naar huis? Jammer van mijn vrije zondag weliswaar, maar dit was mijn eer toch ook te na. Het was graag of niet en dat zei ik ook precies zo. Mijn opdrachtgeefster bond meteen in. Natuurlijk wilde ze graag dat ik bleef, maar ik moest toch ook begrijpen dat….

Ik had helemaal geen zin om begrip op te brengen voor haar situatie, er moest nu maar eens iemand een beetje begrip opbrengen voor mijn situatie. Een jaar lang had ik met volle overgave voor Ben en de kinderen gezorgd en dat had ik graag en met alle overtuiging gedaan, maar nu was de tijd gekomen om te doen wat ik zelf leuk vond en waar ik zelf goed in was. Dan moest ik alleen wel de kans krijgen om dat te doen.

´Ik ben geen overjarige trut die foto´s maakt omdat ze zo nodig een hobby moet hebben’, zei ik tegen haar. ´Ik ben iemand die haar hele leven al fotograaf had moeten zijn, maar door omstandigheden het nu pas geworden is.´

Mijn opdrachtgeefster keek me verveeld aan. Ze had vast al heel veel van dit soort verhalen gehoord, want elke fotograaf en ieder ander artistiek figuur heeft wel een verhaal te vertellen dat hem in zijn ogen uniek maakt, maar in de ogen van alle anderen gewoon de zoveelste zeur die een heel punt maakt  van iets simpels als een paar foto´s.

´Laten we het zakelijk houden´, zei ze. ´Ik heb je nodig voor deze opdracht en ik ben blij dat je op zo´n korte termijn kon komen, maar in je levensverhaal ben ik verder niet zo geïnteresseerd. Het is bovendien een vrij simpele opdracht. Wel belangrijk, want zonder deze foto´s zitten we met tien lege pagina´s, maar niet echt moeilijk. Dus ik ga ervan uit dat elke fotograaf dit wel tot een goed einde moet kunnen brengen.´

Volgens mij ben jij degene die is begonnen met het stellen van allerlei vervelende vragen, dacht ik. Maar ik ging er verder niet op in en vroeg mijn opdrachtgever wat precies de bedoeling was.

´Bikini´s´, antwoordde ze kortaf. ´Een reportage van tien pagina´s voor een nieuw tijdschrift.´

Ik trok een wat moeilijk gezicht. Tien pagina´s was natuurlijk mooi, maar een nieuw tijdschrift is meestal een ondankbare taak. De meeste nieuwe tijdschriften worden namelijk geen succes. Ze verdwijnen vaak net zo snel als ze gekomen zijn en een reportage voor een tijdschrift dat niemand kent staat slecht op je portfolio, haast alsof je die opdracht zelf verzonnen hebt.

´Het gaat toch geen problemen geven?´, vroeg mijn opdrachtgeefster nu toch weer wat bezorgd.

Ik zei eerlijk dat ik liever geen foto´s van schaars geklede meiden maakte, omdat ik daar niet zoveel aan vond. Maar ook dat ik het al wel een aantal keren gedaan had. Het zou wel goed komen, zo verzekerde ik haar. Mijn opdrachtgeefster leek weer gerustgesteld. Ze gaf me een paar voorbeeldfoto´s en een plattegrondje van de locatie en liet me alleen.

*

Als meisje van dertien wist ik al dat ik later fotografe wilde worden, maar toen ik dat tegen mijn ouders zei, waren die daar op zijn zachtst gezegd niet erg blij mee. Ik kreeg nog net geen pak voor mijn billen, maar ze lieten me wel heel duidelijk merken dat er in ons gezin niemand het beroep van fotograaf uit zou gaan oefenen.

Dat ik zo graag fotograaf wilde worden, kwam vooral door tante Roza. Tante Roza was geen echte tante, maar een goede vriendin van mijn moeder. En tante Roza was fotografe. Niet helemaal professioneel, het was voor haar meer een dagbesteding zoals andere dames tennisten of handwerkten, maar toch stonden er regelmatig foto´s van haar in allerlei bladen. Niet in de Libelle of de Margriet, maar in de wat meer kunstzinnige tijdschriften die mijn moeder ook las en die wij eigenlijk niet mochten zien, omdat er wel eens blote mensen in stonden.

Tante Roza kwam regelmatig bij ons thuis en dan praatte ze met mijn moeder over allerlei dingen die ik niet begreep, maar wel opving. Ik zag tante Roza ook regelmatig als ik paardrijles had. Dan kwam ze op haar paard langs ons galopperen. Ze reed altijd zonder cap en haar lange blonde haren wapperden achter haar aan in de wind. Als ik haar zo zag, lang en slank en elegant, dan vond ik haar prachtig.

Mijn zussen en ik waren stinkend jaloers op het figuur van tante Roza, want dat was iets waar wij alleen maar van konden dromen. Alle meisjes in onze familie ontwikkelden rond hun veertiende namelijk brede, vrouwelijke heupen en vrij grote borsten.

´Ach, als wij struikelen, dan vallen we tenminste niet op ons gezicht´, zei mijn moeder altijd als wij weer eens over ons figuur klaagden en daar moesten we het dan maar mee doen.

Tante Roza luisterde altijd graag naar dat soort gesprekken aan de keukentafel en moest er ook wel om lachen.

´Jullie zullen ze tenminste nooit een gratenpakhuis noemen, dat zeiden mijn broers vroeger altijd tegen mij´, grapte ze dan.

Wij geloofden niet  dat iemand ooit zoiets tegen haar gezegd had, maar we vonden het wel aardig van haar om te doen alsof. Later kwam ik er achter dat er ook een serieuze kant aan de opmerkingen  van tante Roza zat.

´Je moet nooit van jezelf zeggen dat je dom of lelijk bent´, zei ze tegen me. ´Dat doen anderen wel voor je. Zelf kun je beter het accent leggen op je sterke kanten.´

Ik grinnikte een beetje. Het was wel duidelijk wat mijn sterke kanten waren en als ik daar het accent op zou leggen, dan zou ik zeker met mijn moeder te maken krijgen.

Tante Roza lachte hartelijk naar me.

´Ik snap wat je denkt, maar ik bedoel iets heel anders´, zei ze. ´Kom eens bij me zitten, dan praten we nog even verder.´

Ik keek tante Roza wat verward aan. Het kwam niet vaak voor dat een volwassene met mij wilde praten, echt wilde praten. Mijn ouders zaten in elk geval nog in de ´doe wat ik zeg´ modus en namen de dingen die ik zei of dacht verder weinig serieus.

´Ik vind jou een heel mooi meisje´, zei tante Roza tegen me. ´En dat vind je zelf ook wel, dat weet ik zeker. Nou moet je mij eens vertellen wat je het mooiste aan jezelf vindt.´

Ik vond het een hele moeilijke vraag, die tante Roza me stelde, en ik wist er geen antwoord op. Maar ik voelde wel aan dat het antwoord op die vraag heel belangrijk was.

´Het is geen gemakkelijke vraag, dus je mag er best even over doen om het antwoord te vinden. En ik wil je daar graag bij helpen. Wil je dat?´

Ik knikte. Natuurlijk wilde ik dat.

´Dan zal ik eerst eens een paar foto´s van je maken´, zei tante Roza.

Ik begreep niet wat de foto´s met de vraag te maken konden hebben en ik had een hekel aan foto´s van mezelf, want ik stond er nooit mooi op, maar dat tante Roza een foto van mij wilde maken was toch wel bijzonder. Tante Roza koos namelijk altijd haar eigen onderwerpen en dat ze voor mij had gekozen, niet voor mijn  moeder of een van mijn zussen maar voor mij, was een hele eer.

Het viel niet mee om voor tante Roza te poseren of eigenlijk is poseren het verkeerde woord, want dat mocht ik nou juist niet doen. Ik moest ´gewoon´doen en er niet aan tante Roza en haar fotocamera denken, maar dat bleek haast onmogelijk. Elke keer als ik merkte dat tante Roza in de buurt kwam, probeerde ik toch weer zo mooi mogelijk te zitten en zo leuk mogelijk te glimlachen.

´Jij speelt vals´, zei ze dan lachend. 

Na de eerste ´poseersessie´ was er nog geen enkele goede foto geschoten.

´Geeft niets´, zei tante Roza. ´Meestal duurt het wel even, we hebben alle tijd.´

Jij misschien wel, maar ik niet, dacht ik.

Bij de volgende sessie pakte tante Roza het anders aan. Ik moest iets meenemen om te doen en dan gewoon mijn eigen gang gaan. Verder had tante Roza nog een opmerkelijk verzoek: ze vroeg of ik mijn kleren uit wilde trekken, alleen mijn ondergoed mocht ik aanhouden.

´Dat vraag ik mensen meestal´, zei ze. ´Want zonder kleren kunnen ze zich nergens meer achter verbergen.´

Ik schudde mijn hoofd en weigerde resoluut. Er waren genoeg mensen die me wel eens in mijn onderbroek gezien hadden, mijn zussen, mijn klasgenootjes, de meiden van turnen en paardrijden, maar bij tante Roza voelde het om een of andere reden niet goed en mijn ouders zouden het vast ook niet goed vinden. Dus hield ik mijn kleren aan.

Het poseren ging wel een stuk beter nu tante Roza niet meer als een vervelende vlieg om me heen zwermde. Ik wist natuurlijk wel dat ze er was en in het begin lette ik ook wel op haar, maar na verloop van tijd ging ik op in het boek dat ik had meegenomen en begon ik te vergeten dat ze er was. Nog niet helemaal, want elke keer als de camera klikte, veerde ik weer op, maar het begin was er.

Na nog een paar sessies gaf tante Roza aan dat ze klaar was. De foto die ze zocht had ze gevonden, zei ze. Ik begreep het niet helemaal, maar was wel erg nieuwsgierig.

Een dag later kwam tante Roza langs. Ze gaf me een keurig mapje met daarin de foto´s. Ik wilde meteen kijken, maar tante Roza hield me tegen.

´Eerst wil ik iets zeggen´, zei ze.

Ze pakte het mapje weer vast.

´Als ik naar deze foto´s kijk, zie ik een meisje dat enthousiast en nieuwsgierig is. Elke dag bij het opstaan vraagt ze zich af wat er die dag allemaal zal gaan gebeuren. En ze is geïnteresseerd in mensen, maakt met iedereen die dat wil een praatje, ook als ze in de bus naast een onbekende zit.´

Tante Roza keek me strak aan.

´Dat zijn volgens mij dingen die jou zo´n mooi meisje maken. Heb ik gelijk?´

Ik wist niet wat ik moest zeggen.

´Ik heb dat kind al zo vaak aan het verstand proberen te brengen dat ze echt niet lelijk is, maar denk je dat ze naar mij luistert?´, mopperde mijn moeder, die er ook bij was komen zitten.

Tante Roza legde mijn moeder met een handgebaar het zwijgen op. Dat was bijzonder, want normaal gesproken was mijn moeder niet iemand die je makkelijk het zwijgen oplegde.

Tante Roza gaf me het mapje terug.

´Kijk zelf maar of ik gelijk heb´, zei ze.

Ik sloeg het mapje open. Het was alsof ik een wonder mocht aanschouwen. Alle lelijke onderdelen van mijn gezicht, mijn rare wipneusje, mijn grote clownsmond, mijn flaporen en die eeuwige sproeten, leken te zijn verdwenen. Ze waren er natuurlijk nog wel, maar niet meer zo storend en lelijk als ik tot dan toe altijd gevonden had. Tante Roza had ze op een of andere manier allemaal zo bij elkaar gevoegd dat het een kloppende compositie was geworden, een rustig, lief gezicht, dat je met een beetje fantasie zelfs mooi zou kunnen noemen. Het idee dat ik het was die daar op die foto stond was totaal onwerkelijk, maar heel langzaam drong het toch tot me door. Ik was eerst een tijdje sprakeloos, daarna begon ik heel hard te huilen van ontroering.

´Ach lieverdje toch´, zei mijn moeder.

Ze nam me in haar armen en wiegde me zachtjes heen en weer.

*

Ik staarde mismoedig naar de plaatjes van vrolijke, jonge modellen in kleurige bikini´s. Natuurlijk kon ik ook dat soort foto´s schieten, maar dat wilde ik niet. Ik had veel zin om mijn spullen weer in te pakken en terug naar huis te gaan. Een jaar was ik nou bezig met het opbouwen van een klantenbestand, maar tot nu toe was ik steeds blijven steken in oninteressante, nietszeggende opdrachten. Hoe lang zou het nog gaan duren voordat ik eens een beetje verder kwam?

Ik bladerde wat door de dingen die ik de laatste tijd gemaakt had. Allemaal makkelijke foto´s, die helemaal niets over het onderwerp zeiden. De enige waar ik een beetje tevreden over was, waren de foto´s van Tonny, onze oppas, die ik een paar weken eerder gemaakt had. Haar zag je zoals ik dat graag wilde: als zichzelf, maar tegelijkertijd op een manier die niemand nog van haar kende. Alsof ik een nog onontdekt deeltje van haar had blootgelegd.

De foto´s van Tonny waren niet eens een opdracht geweest, maar iets wat ik zomaar uit mezelf gedaan had. Toch kon ik er misschien wel meer mee doen, in elk geval kon ik ze gebruiken voor mijn portfolio, maar dat moest Tonny dan wel goed vinden. In een opwelling belde ik haar meteen. Ze nam direct op.

´Heb je weer een oppas nodig?´, vroeg ze vrolijk.

´Nee, ik wilde je iets anders vragen´, antwoordde ik aarzelend.

´Oh, wat dan?´, vroeg Tonny nieuwsgierig.

Ik begon voorzichtig over de foto´s, vroeg hoe het daarmee was en wat andere mensen ervan gezegd hadden. Het bleef stil aan de andere kant van de telefoon.

´Waarom zeg je niets, vond je ze niet mooi?´, vroeg ik angstig.

´Jawel, ik vond ze prachtig´, antwoordde Tonny snel. ´Ik wist niet dat ik er zo uit kon zien, zo mooi bedoel ik. Maar ik heb ze nog aan niemand laten zien.´

´Waarom niet?´, vroeg ik verbaasd.

´Ze lachen me hier vierkant uit. Wij zijn thuis niet zo van de jurkjes, crèmepjes en de poedertjes. Een trui en een spijkerbroek, dat ik meer ons ding. Sorry´, antwoordde Tonny eerlijk.

Ik hoorde aan haar stem dat ze het sneu voor mij vond, maar toch oprecht meende. Teleurgesteld hing ik op. Het was me weliswaar gelukt om een onbekende kant van Tonny bloot te leggen, maar kennelijk wilde ze die kant zelf toch liever niet kennen, dus veel schoot ik er niet mee op.

Ik pakte een van de foto’s van Tonny en een van de oude foto’s die tante Roza gemaakt had. Eerst bekeek ik ze een voor een, daarna hield ik ze naast elkaar, op zoek naar gelijkenissen. Maar ik ontdekte vooral verschillen. Ik staarde naar mijn eigen foto en voelde me ineens een beetje verdrietig worden. De foto’s hadden me veel gebracht. Ze hadden me geholpen om mezelf te ontdekken en hadden me ook een soort basis, een gevoel van zelfvertrouwen gegeven. Maar ze hadden me ook in een bepaalde richting geduwd en eraan bijgedragen dat een aantal dingen ineens heel snel waren gegaan in mijn nog jonge leven. Als meisje van veertien had ik dingen gedaan en ervaren die voor een meisje van die leeftijd misschien nog wel wat heftig waren. Sommige dingen waren leuk geweest, andere minder of zelfs helemaal niet, maar echt spijt dat het zo gelopen was, heb ik nooit gehad. Toch voelde ik me op dat moment een beetje triest en wenste dat ik vroeger een beetje meer als Tonny was geweest of een beetje meer als Sanne. Die denkt over elke beslissing drie keer na en twijfelt dan nog of ze wel de goede keuze gemaakt heeft.

‘Dat heeft ze in elk geval niet van mij, maar van haar vader’, mompelde ik. ‘Nou ja, dat nadenken dan, dat twijfelen nou net weer niet, twijfelen doet Ben bijna nooit.’

*

Ik wilde net gaan eten toen ineens de telefoon ging. In het display zag ik dat het Sanne was.

´Mama, waar ben je?´, vroeg ze met lichte paniek in haar stem.

´Aan het werk´, antwoordde ik kort.

´Maar ik moet je spreken, nu!´, zei Sanne op klagelijke toon.

´Dan zul je me door de telefoon moeten vertellen wat er aan de hand is of tot morgen geduld moeten hebben´, zei ik kalm.

´Dat kan niet!´, gilde Sanne. Haar stem trilde en ze smeekte of ik alsjeblieft naar huis wilde komen.

Verwend nest, dacht ik. Dagen laat je je gezicht nauwelijks zien, maar als het jou uit komt moet mama wel voor je klaarstaan.

´Sanne, ik ben aan het werk´, zei ik kort.

Sanne huilde aan de andere kant van de lijn. Door de telefoon hoorde ik ook Ben, die troostend bedoelde woorden tegen haar sprak, maar daar leek Sanne haar verdriet alleen maar erger van te worden. Ik probeerde snel te bedenken hoe ik dit op ging lossen. Naar huis rijden vond ik geen optie en Sanne naar mij toe laten komen evenmin, maar ik voelde wel dat er iets aan de hand was waar vandaag nog over gesproken moest worden.

´Kom maar naar Amsterdam´, zei ik ineens.

Ik was toch nog min of meer van plan om daarheen te rijden en de huurauto om te ruilen voor mijn eigen auto, dus dat kon ik dan mooi combineren.

´Oké mam´, zei Sanne dankbaar.

´Maar het treinkaartje betaal je wel zelf´, zei ik in een laatste poging om streng te zijn.

Ineens kwam Ben aan de telefoon.

´Ik kan Sanne toch ook even brengen´, protesteerde hij.

´Je hebt nog twee kinderen om op te passen, weet je nog?´, zei ik spottend. ´Laat dat kind maar mooi met de trein gaan. Kan ze best.´

´Oké, maar ik ben het hier niet mee eens Anne, als je dat maar weet´, zei Ben nijdig.

Jammer dan, dacht ik, maar ik zei het niet.

Ik reed op mijn gemak naar Amsterdam, leverde de huurauto in bij Avis op Schiphol en nam de metro naar het centraal station. Sanne stond al op het perron te wachten toen ik aankwam. Ze knuffelde me kort en bedankte me. Ik gaf haar een arm en samen liepen we de stad in.

We namen een ijsje en voerden op een bankje aan een van de grachten een echt moeder dochter gesprek over een vriendje dat iets wil wat de dochter misschien ook wel wil, maar misschien toch ook nog niet. Ik zei de dingen die van mij verwacht werden: dat Sanne nog een beetje te jong was en dat ze haar nieuwe vriendje nog maar heel kort kende. Sanne wierp tegen dat ze hem wel heel erg leuk vond en dat hij over een paar dagen weer naar huis zou gaan. Ze kreeg geen definitief antwoord op haar dilemma, want ik zei niet dat ze het niet moest doen, alleen dat ik vond dat ze beter nog even kon wachten. Maar toch luchtte ons gesprek Sanne zichtbaar op. Ik was stiekem apetrots op haar en ook op mezelf, want hoeveel moeders kunnen er nou zo´n gesprek voeren met hun tienerdochter?

Nog steeds arm in arm liepen we verder richting de stad om wat te gaan eten. Bijna als vanzelf werden we naar het buurtje getrokken waar ik ooit gewoond had. Mijn oude studentenhuis zag er zo mogelijk nog desolater uit dan een paar dagen geleden.

´Jeetje, wat een bouwval´, zei Sanne geschokt.

´Ja, en dat was toen eigenlijk ook al zo, kun je nagaan´, zei ik.

Ik wees Sanne het kleine raam van mijn vroegere kamertje.

´Is het daar voor het eerst gebeurd?´, vroeg ze ineens.

´Nee, in de duinen op Ameland´, zei ik eerlijk.

Ik wilde er even niet aan denken hoe oud ik toen was. Sanne vroeg er gelukkig ook niet naar, maar ze grinnikte wel veelbetekenend.

Ik stelde voor om iets te gaan eten in Albert zijn eetcafé. Waarom weet ik niet, maar ik was ineens benieuwd hoe het met hem was en met Sanne erbij kon ik hem veilig opzoeken. Binnen was het vrij druk, maar we vonden nog een tafeltje voor twee bij het raam. De bediening werd gedaan door twee jonge jongens, het meisje met de piercings zag ik nergens en ook Albert leek afwezig.

´Is de baas er niet?´, vroeg ik aan de jongen die ons de menukaart en een drankje kwam brengen.

´In Londen´, zei de jongen kortaf.

´En wanneer is hij weer hier?´, informeerde ik.

Hij haalde zijn schouders op.

´Denk over drie weken, moet ik iets doorgeven?´, vroeg hij.

Ik schudde mijn hoofd.

Sanne informeerde nieuwsgierig waar ik de eigenaar van het café van kende.

´Oh gewoon, een oude kennis uit mijn studietijd´, loog ik.

Sanne keek me een beetje wantrouwend aan, alsof ze wel doorhad dat er meer aan de hand was.

‘Je vroegere vriendje misschien?’, vroeg ze pesterig.

‘Zoiets ja’, zei ik snel.

Sanne grinnikte nog een keer en keek me aan alsof ze verwachtte dat ik nog veel meer details zou onthullen.

‘Zomaar een vriendje of had hij ook mijn papa kunnen zijn?’, vroeg ze.

‘Dan had je er in elk geval heel anders uit gezien’, flapte ik eruit.

Sanne wilde nog veel meer weten en bleef maar doorvragen. Ik voelde me ongemakkelijk en in het nauw gedreven, ik had geen zin om als vriendinnen over mijn geheimen te praten, ook al waren het verzonnen geheimen. Later, als ze volwassen is kunnen we misschien vriendinnen worden, maar op dat moment was zij nog gewoon een tienermeisje en ik nog gewoon haar moeder.

‘Ander onderwerp’, zei ik en gelukkig kwam de jongen op dat moment weer langs om onze bestellingen op te nemen. Sanne bestelde een vegetarische omelet, ze zat midden in een ‘medelijden met zielige beestjes’ periode, en ik nam een cheeseburger met extra uienringen, want daar had ik echt zin in. Maar ik moet toegeven dat ik het ook een beetje deed om Sanne te pesten.

‘Dat vet gaat allemaal in je billen zitten, dat weet je hè’, zei Sanne met een brutale grijns op haar gezicht.

‘Nou en. Een dikke kont is gezond’, rijmde ik en het scheen nog waar te wezen ook. Dat had ik die middag toevallig in een tijdschrift zien staan.

Sanne begon een verhaal over de zielige varkentjes die moesten sterven, zodat ik een hamburger kon eten. Ik had mijn hamburger nog niet gezien, maar vermoedde al wel dat er maar heel weinig varken in zou zitten. En ik vroeg me ook af welke dieren er gesneuveld waren voor Sanne haar laarzen, haar riem en haar jasje. Zo zaten we binnen de kortste keren weer heerlijk te bekvechten, het heikele onderwerp als afgesloten achter ons latend. Toen ons eten werd gebracht, dacht ik Sanne te kunnen betrappen op een jaloerse blik, maar toch wilde ze absoluut geen hapje proeven.

Na het eten wandelden we nog een keer langs mijn oude studentenhuis. De sloop leek nu echt aanstaande en dit was misschien wel de laatste keer dat ik het zou zien. Ik had helaas geen fototoestel bij me, dat lag nog op mijn hotelkamer. Sanne knipte snel een paar plaatjes voor me met haar mobieltje. Ik vind het iets vreselijks, van die snelle, slordige foto’s die met een slechte camera gemaakt zijn, maar ik vond het toch lief van Sanne. Ze liet me de foto’s even zien en die zagen er niet eens zo heel slecht uit. Ik gaf Sanne een complimentje, dat ze leuk vond om te horen, ze bloosde zelfs een beetje. Maar daarna wuifde ze het ook meteen weer weg met een gebaar van valse bescheidenheid.

‘Jij kunt het natuurlijk veel beter’, zei Sanne snel.

Dat vond ik nogal voor de hand liggen, maar ik vroeg me af of Sanne überhaupt een idee had van wat voor foto’s ik maakte. Vanaf het moment dat ik weer was begonnen met fotograferen had ze nooit enige interesse in mijn werk getoond, voor zover ze het al als mijn werk beschouwde en niet als een wat uit de hand gelopen hobby. Een keer had Sanne gevraagd waarom ik was gaan fotograferen en uit de manier waarop ze die vraag stelde was toen duidelijk gebleken dat ze het eigenlijk liever niet had. Ik had geen goed antwoord op die vraag, behalve dan dat ik het gevoel had dat ik ‘iets’ moest doen. Sanne had nauwelijks naar het antwoord geluisterd en de vraag daarna ook nooit meer gesteld.

‘Vind je het vervelend dat ik weer aan het werk ben?’, vroeg ik aan Sanne.

Ze keek me verbaasd aan en leek te aarzelen over het antwoord, een gewetensvraag dus.

‘Je mag eerlijk antwoorden hoor’, moedigde ik haar aan.

‘Eigenlijk wel ja’, bekende Sanne.

Ik had de vraag zelf gesteld en hoewel ik het antwoord eigenlijk al wel wist, was ik er niet blij mee. Ik werd er zelfs een beetje boos van. Wat wilde ze dan? Dat ik thuis ging zitten wachten totdat Ben of een van de kinderen me nodig had?

‘Waarom dan?’, vroeg ik en het lukte me slecht om mijn boosheid te verbergen.

Sanne deinsde achteruit.

‘Je wilde toch een eerlijk antwoord, dan moet je niet boos worden’, mokte ze en ze had natuurlijk gelijk, maar mijn handen jeukten. Het liefst had ik haar even flink door elkaar geschud en gezegd dat ze ook wel eens aan iemand anders dan zichzelf mocht denken. Maar dat had zeker tot ruzie geleid en ik wilde de goede sfeer tussen ons niet verder verpesten, dus hield ik me in.

‘Ik begrijp best dat je het fijn vindt als je moeder altijd thuis is, dat vond ik vroeger ook, maar ik kan dat gewoon niet, niet alleen maar tenminste’, zei ik

‘Het is je een hele tijd prima gelukt hoor’, zei Sanne.

‘Maar dat was anders’, zei ik.

Sanne begreep niet wat er anders was en ik kon het ook niet goed uitleggen. In de tijd dat ik niet werkte, was ik op een soort missie met als doel Ben weer gezond krijgen en het gezin zo normaal mogelijk draaiende houden. En toen die missie geslaagd was, voelde ik me zo leeg en nutteloos dat ik soms zelfs terugverlangde naar de moeilijke periode daarvoor. In een helder moment zag ik in dat het twee kanten op kon gaan: ik kon wegzakken in een diepe depressie of ik kon mezelf een schop onder mijn kont geven en wat gaan doen. Gelukkig werd het het laatste.

Ik keek Sanne aan met mijn mildste glimlach en legde een hand op haar achterhoofd.

‘Ik moet zo af en toe ook een beetje aan mezelf denken, maar ik begrijp best dat het niet altijd leuk is voor jullie. Toch ben ik er altijd als je me echt nodig heb en als je me echt moet spreken, dan valt dat altijd te regelen, dat heb je vandaag wel gemerkt’, zei ik.

‘Ja, maar als ik dan zelf mijn treinkaartje moet betalen, kost het me wel klauwen met geld. En ik heb geen eigen inkomen, zoals jij’, mopperde Sanne.

Dat eigen inkomen van mij viel helaas nogal tegen, maar toch vond ik dat Sanne wel een beetje gelijk had. Ik beloofde dat ik het kaartje terug zou betalen.

‘Nu we het toch over geld hebben….’, begon Sanne voorzichtig.

Ik voelde het zoveelste hoofdstuk in de discussie over de hoogte van Sanne haar zakgeld aankomen en zuchtte eens diep. Al discussierend liepen we richting het station. Via een aantal omwegen kwam het gesprek uiteindelijk weer op het onderwerp waar onze ontmoeting om begonnen was. Sanne deed er nu een stuk luchtiger over en het leek wel alsof ze voor zichzelf een keuze gemaakt had, al liet ze niet merken welke keuze dat was. En eigenlijk wilde ik dat ook helemaal niet weten.

De trein stond net klaar om te vertrekken toen we op het perron aankwamen. We keken elkaar even aan. Ik wilde nog van alles zeggen en Sanne leek ook te aarzelen, maar het was al laat en ze moest de volgende dag weer naar school, dus ergens vond ik het ook wel mooi geweest. Ik gaf Sanne een snelle knuffel, een kus op haar voorhoofd en een aai over de bol. Meestel heeft ze daar een hekel aan, maar nu glimlachte ze. Ik zei nog snel dat ze vooral moest doen wat goed voelde. Sanne grinnikte een beetje en bleef wat staan treuzelen. Ik zei dat ze op moest schieten en duwde haar richting de trein. Ze stapte in en ging meteen op in een grote groep jongeren, die op het balkon stonden. Ik keek toe hoe de treindeuren achter Sanne dichtschoven. Ze zwaaide nog even naar me, toen verdween ze richting een coupé.

*

Ik liep op mijn gemak terug de stad richting de plaats waar ik een paar dagen eerder mijn auto had achtergelaten. Het gesprek met Sanne speelde nog volop door mijn hoofd. Het drong nu pas tot me door hoe dubbelzinnig mijn advies ‘doen wat goed voelt’ eigenlijk was en ik begreep ineens ook waarom Sanne erom moest lachen. Verder was ik tevreden over de uitkomst, ook al was voor mij nog steeds niet duidelijk wat die uitkomst eigenlijk was, maar het had Sanne duidelijk opgelucht en dat was het voornaamste. En ik vertrouwde erop dat ze geen domme dingen zou doen.

Mijn auto stond er nog precies zoals ik hem had achtergelaten, zelfs de radio zat er nog gewoon in, en dat midden in Amsterdam. De parkeerkosten waren trouwens ook van Amsterdams niveau, mijn hotelkamer was goedkoper. Vanuit de auto belde ik naar huis om te zeggen dat Sanne eraan kwam. Ben wilde weten wat nou het dringende probleem was waarover Sanne mij zo nodig moest spreken. Ik hoorde geen boosheid of irritatie meer in zijn stem, eerder belangstelling en een beetje bezorgdheid. Ik vertelde in grote lijnen wat er aan de hand was, zonder al te gedetailleerd te worden. Sanne had tenslotte ook recht op een klein beetje privacy.

Ben reageerde bezorgd. Hij had moeite met het idee dat zijn kleine meisje nu toch echt groot aan het worden was en zei dat ook eerlijk.

‘Wat moet ik nou doen als ze straks thuiskomt, moet ik nog met haar praten?’, vroeg hij.

Ik zag dat gesprek al zo ongeveer voor me. Ben die een heleboel keren de woorden ‘je mag niet’ gebruikte en Sanne die daar steeds minder naar luisterde.

‘Laat haar maar even’, adviseerde ik. ‘En geef haar maar een lekkere knuffel, daar heeft ze denk ik wel behoefte aan.’

‘En als ze nou vraagt of Bosse mag blijven slapen?’, vroeg Ben.

‘Dat zal ze nu nog niet vragen,denk ik. Maar als ze dat toch vraagt, biedt je hem gewoon de logeerkamer aan’, zei ik.

‘En wat dan als hij ’s nachts toch naar haar toegaat?’, vroeg Ben.

‘Tja, je zou voor de zekerheid voor haar deur kunnen gaan slapen, maar ik denk dat we ze toch ook gewoon een beetje moeten vertrouwen’, zei ik.

Ben sputterde nog wat, maar legde zich er uiteindelijk bij neer dat mijn aanpak waarschijnlijk de beste was.

‘Hoe is het met de jongens?’, vroeg ik.

‘Timmy slaapt al en rekent morgen op een cadeautje’, antwoordde Ben.

Ik glimlachte, die belofte was ik al bijna vergeten.

‘En Patrick wil je graag nog even spreken’, vervolgde Ben.

Hij gaf de telefoon aan Patrick, het werd stil aan de andere kant van de lijn.

‘Patrick…. ?’, zei ik.

‘Hoi mam’, zei hij aarzelend.

‘Alles goed, lieverd?’, vroeg ik.

Het bleef weer stil aan de andere kant van de lijn. Nee hè, dacht ik. Niet nog een kind met problemen die mama moet oplossen.

‘Patrick, wat is er?’, probeerde ik.

Er kwam niet veel uit, behalve wat gesnif. Het drong tot me door dat Patrick zat te huilen aan de andere kant van de lijn. Ben nam de telefoon weer over.

‘Patrick mist je en hij heeft er spijt van dat hij niet echt afscheid van je genomen heeft’, verklaarde Ben. ‘We bellen je straks, ik ga hem eerst even troosten.’

De verbinding werd verbroken. Ik was de manier waarop Patrick en ik afscheid hadden genomen alweer bijna vergeten en het verbaasde me dat hij zich daar ineens zo druk over maakte, maar hij kon soms ineens heel gevoelig zijn of zich heel druk maken over de gevoelens van anderen en dit was kennelijk zo’n moment. De telefoon ging weer, nu kreeg ik Patrick meteen aan de lijn. Hij stamelde met beverige stem dat het hem speet. Ik zei dat het niet erg was en dat ik het enorm lief en stoer vond dat hij uit zichzelf sorry zei. Daarmee was de kous af, ook voor Patrick. Hij wenste me welterusten en hing op. Ik wilde dat ik gewoon naast hem op de rand van zijn bed zat om hem eens lekker te knuffelen.

Later op de avond, toen ik alweer terug in het hotel was, belde Ben nog een keer. Patrick sliep al en ook Sanne lag inmiddels in bed.

‘Alleen, neem ik aan’, grapte ik.

‘Ik verdenk haar ervan dat ze stiekem nog met haar knuffelbeest slaapt, maar ik denk dat we maar moeten doen alsof we dat niet door hebben’, grapte Ben terug.

Ik was blij dat hij iets luchtiger tegen de situatie aankeek.

‘En Patrick?’, vroeg ik.

‘Die slaapt. Hij had de hele dag een gezicht als een oorwurm, maar na jullie gesprekje was hij helemaal opgelucht.’

‘Dan had ie veel eerder moeten bellen.’

‘Dat gaat bij ons niet zo makkelijk, mannen hè.’

Ik vermoedde dat Ben het niet alleen over Patrick had. We praatten nog een tijdje over de kinderen en over hoe mijn dag verder was verlopen. Daarna kwam het onderwerp eindelijk op de dingen die we hoognodig moesten bespreken. Na een half uurtje was de lucht tussen ons weer helemaal geklaard. Het was dat Ben thuis zat en ik op mijn hotelkamer, anders hadden we ongetwijfeld heerlijke goedmaakseks gehad. En voor telefoonseks is Ben helaas toch net iets te puriteins. Je weet tenslotte maar nooit wie er meeluistert.

Geef een antwoord