Marjo kreunde toen ze haar vingers over de gloeiende en een beetje opgezette huid van haar bips. De ribbelig aanvoelende randen waar de riem was neergekomen deden zeer en voelden ruw aan. Ze ging op haar buik op bed liggen en ze koos ervoor geen schone onderbroek onder haar nachthemd aan te trekken.

‘Robert kuste me terug’, kirde ze, kneep haar ogen dicht en duwde haar gezicht in het kussen. ‘Hij kuste me terug!’

De belangrijke dingen van die dag werden verdrongen door het ongenadige pak op haar billen. En ondanks dat er veel was om over na te denken, lukte het niet lang zich tegen de slaap te verzetten. Al snel was ze in dromenland.

~ooo00ooo~

’Bananenpannenkoeken! Die lust ik zo graag’, Marjo knuffelde mevrouw de Boer toen ze de volgende morgen vlak voor zonsopgang de keuken in stapte.

‘Pak maar was stroop en wat sinaasappelsap. Je bent net op tijd voor het eerste baksel’, grinnikte de oude vrouw.

‘Lekker’, riep Marjo. Ze was op de één of andere manier nerveus. De dag voelde vreemd aan. Het zou een hele leuke dag worden of een hele slechte of misschien wel een hele vreemde.

‘Heb je goed geslapen?’

‘Mmmmmm.’ Marjo knikte bevestigend en ging op de stoel staan om een fles ingemaakte vruchtensap van de bovenste plan te pakken. ‘Ik heb heerlijk geslapen,mevrouw de Boer. En zo vast dat ik me bijna niet bewogen heb’.

‘Goed zo meisje. Op naar een nieuwe start dan’, liet Mevrouw de Boer weten terwijl ze sissend een nieuwe klont boter in de koekenpan liet glijden. Terwijl de pannenkoek in de pan lag te garen, pakte ze twee van de stapel en legde ze op een bord dat ze klaar had gezet voor Marjo. ‘Eet eerst maar lekker en ga dan de tafels voor de gasten dekken’.

Robert kwam binnen op het moment dat Marjo het eerste stuk van haar pannenkoek aan haar vork prikte en het door de stroop in haar bord haalde.

‘Een hele goede morgen!’, luidde zijn begroeting. Zijn gedachten waren bij de koffiepot.

‘Ook goedemorgen’, antwoordde mevrouw de Boer. ‘Ga lekker zitten, dan krijg je een ontbijtje van me.

‘Hm, dat klinkt als een order die ik niet kan negeren’, bromde Robert, die in een goed humeur was. Toen hij een kop koffie had weggegoten verdween langzaam de mist uit zijn hoofd en kwam hij langzaam bij zijn positieven.

Marjo genoot stilzwijgend van de pannenkoeken en keek toe hoe Robert zijn koffie dronk en langzaam wakker werd. Mevrouw de Boer boog zich over de tafel en zette nog twee borden neer. Eén voor zichzelf, de andere voor Robert.

‘Ik neem vandaag een paar gasten mee naar de andere kant van het eiland om daar cranberry’s te plukken, mevrouw de Boer. Moet ik nog iets voor je meenemen op de terugweg?’, vroeg Robert terwijl hij met een grijns over de rand van zijn koffiemok heenkeek.

Marjo sperde haar ogen ver open en haar mond viel open. ‘Hee! Dat was wat ik wilde doen!’

‘Ja maar jij zou alleen maar een paar brutale meiden meenemen, om indruk op te maken’. Robert trok zijn wenkbrauw op en wierp haar een strenge blik toe. ‘Ik bied het mijn gasten ter ontspanning aan. Het was een goed idee. Dat moet ik je nageven’.

‘Dan zou ik eigenlijk ook mee moeten’, pruilde Marjo. Ze wist dat het er niet van zou komen.

‘Jij komt het huis niet uit, tenzij mevrouw de Boer wil dat je een boodschap in het dorp voor haar doet. Misschien dat je tegen de tijd dat de jeneverbessen rijp zijn het erf weer af mag’. Robert voegde dat laatste er met een plagende stem aan toe.

‘Het is niet eerlijk!’, gromde Marjo.

‘Maakt me niet uit’, zei Robert schouderophalend. ‘Ga de tafels maar dekken en zet het buffet in de eetkamer klaar. Ik hoor boven de eerste gasten al rondscharrelen’.

‘Het was mijn idee’, pruilde Marjo. Ze duwde haar stoel naar achteren zodat ze op kon staan om aan het werk te gaan.

‘Dat klopt’, grijnsde Robert. ‘Misschien kun je later nog eens genieten van die goede ideetjes van je, zonder dat je eerst een pak op je billen krijgt’.

‘Ach, houd toch op’, gromde Marjo, die haar ergernis niet kon verbergen over Roberts opmerking over haar straf. Ze was teleurgesteld en het zorgde voor het begin van een slecht humeur. Het zou waarschijnlijk toch een slechte dag worden.

‘Breng maar wat cranberry’s mee. Dan maak ik een taart als toetje voor het avondeten’, mengde mevrouw de Boer zich in de woordenwisseling.

‘Doen we, mevrouw de Boer’. Robert stond op en legde zijn bord en mok in de gootsteen.

‘Nou aan de slag en zorg dat je geen problemen veroorzaakt’, zei Robert terwijl hij Marjo aankeek. ‘Je krijgt hulp bij het schoonmaken van de kamers vanochtend en ik verwacht dat jullie je werk serieus aanpakken’.

‘Wat?’ Marjo stopte in de deuropening. Haar handen vol met borden en servetten.

‘Carolien’, legde Robert uit. ‘Ze heeft ook huisarrest en ik verwacht dat ze het werk gaat doen dat ik haar opgedragen heb. Als dat niet het geval is, houd ik jullie daar beide verantwoordelijk voor’.

‘Geen sprake van Robert!’ Marjo’s mond viel weer open.

‘Je hebt me gehoord!’, waarschuwde Robert streng.

‘Naar mij zal ze niet luisteren! Dit is niet eerlijk!’ Marjo’s protest klonk oprecht.

‘Dan zul je je vermogen om iemand te overtuigen moeten aanspreken, is het niet Marjo?’ Robert veranderde niet van mening. ‘Volgens mij kun je dat heel goed. Deze keer wend je je talent maar aan voor iets beters dan in de problemen raken’.

 Marjo haar gezicht stond op onweer. Een hele serie van argumenten kwamen bij haar op. Maar ze kwamen geen van allen door de zelfcensuur. Huisarrest was één ding, maar om veroordeeld te worden de tijd verplicht door te moeten brengen met iemand anders was heel andere koek. Zeker als die iemand zo verwend en eigenwijs was als Carolien.

‘Aan het werk. Ik wil niets meer horen’, Robert draaide zich om en liep in de richting van de trap.

‘Aan het werk. Ik wil niets meer horen’, bauwde Marjo hem achter zijn rug na. Brutaliteit en de onweerstaanbare neiging om die te laten horen, borrelde uit al haar poriën omhoog.

‘Marjo’, liet mevrouw de Boer een voorzichtige waarschuwing horen’, toen ze de geagiteerde houding van het meisje in de andere kamer gadesloeg. ‘Zo is het genoeg’.

‘Jeetje, wat is hij toch af en toe een hork’ gromde Marjo en bond in om verdere escalatie te voorkomen.

‘Denk een beetje om je woorden, jongedame. De man houdt van je en het wordt tijd dat je hem eens laat zien dat je een volwassen meid bent die dat waard is’. De pragmatische eerlijkheid van mevrouw de Boer deed Marjo verstenen. Haar hart sloeg een slag over bij het horen van de woorden van de oude vrouw.

‘Hij houdt helemaal niet van me. In zijn ogen ben ik nog maar een kind’. Marjo herstelde zich snel en gaf een antwoord dat zou verhullen hoe vurig ze hoopte dat wat mevrouw de Boer zei, waar zou zijn.

‘Je hebt me goed gehoord’, knikte de oude vrouw. En haar gezichtuitdrukking leek te zeggen: ‘en ga me nu niet vertellen dat je daar niet van gediend bent’.

‘U bent niet goed bij uw hoofd’, besloot Marjo het gesprek en draaide zich om, om in de eetkamer aan het werk te gaan.

.~~ooo00ooo~~.

Het eerste anderhalf uur van de ochtend was Marjo druk bezig met haar gedachten en wensen, maar ook met de gebeurtenissen van de afgelopen twee dagen. Het hield haar volledig bezig, zodat ze geen notie meer had van de tijd. De gasten genoten hun ontbijt en de schoonmaak was al flink opgeschoten totdat een indringster in staat was haar aandacht volledig op te slokken. Die indringster was Carolien.

‘Er wordt van me verwacht dat ik je help’, gromde ze, terwijl ze naast Marjo opdook, die op dat moment diep in gedachten verzonken met de afwaskwast boven een bord stond te staren.

‘Oh’, knikte Marjo afwezig. ‘Pak maar een theedoek, dan kun je afdrogen’.

Carolien volgde Marjo’s blik in de richting van de theedoek die naast haar linkerheup aan een haakje hing. Ze pakte de droogdoek en nam een glas van het afdruiprekje, waar het stond uit te lekken en keek er verdwaasd naar.

‘Zo is het goed! Nu moet je droog vegen en net zolang poetsen tot je geen vegen meer ziet. Daarna kun je het in dat kastje zetten’. Marjo legde het haar zo geduldig als ze maar op kon brengen uit.

‘Hebben jullie hier nog nooit gehoord van vaatwassers?’, vroeg Carolien klagend.

‘Houd je mond en ga aan het werk!’, ontweek Marjo de vraag. Ze wilde terugkeren naar haar dagdromen. De opmerking van mevrouw de Boer en de kus van de vorige avond, maar ook de irritatie die ze van binnen voelde, maakte dat ze wist dat dat er niet inzat.

‘Hoe is het met je billen?’ Carolien schatte het innerlijke stemmetje van Marjo goed in.

‘Gaat je niks aan’, siste Marjo en wierp een vernietigende blik in de richting van Carolien’. Het meisje keek terug.

‘OK’, Carolien hief haar handen gekruist voor haar gezicht, al wilde iets wat haar bedreigde afweren. ‘Rustig maar! Ik probeer alleen maar een gesprekje aan te gaan’.

Hoe erg ze er ook naar verlangde om met rust gelaten te worden’, Marjo wist dat ze met het gezelschap van Carolien opgescheept zat en besloot om er maar het beste van te maken.

‘Sorry’, zei ze na een paar minuten. Het was niet mijn bedoeling om chagrijnig tegen je te doen. En hoe het met mijn billen is? Waarschijnlijk hetzelfde als met die van jou’.

Carolien lachte. ‘Je had me wel even mogen waarschuwen dat het zo’n zeer deed’, ze stootte met haar heup tegen die van Marjo aan om haar te laten merken dat ze haar excuses accepteerde.

’Ja hoor, net of jij geen idee had hoeveel pijn het zou doen?’ Marjo’s antwoord ging gepaard met een lach die wilde zeggen: ‘Jij idioot!’

‘Nee echt’, hield Carolien aan. ‘Dat pak slaag deed echt verschrikkelijk zeer!’

‘Je bent stapelgek!’ lachte Marjo.’Je verwacht toch niet van me dat ik geloof dat je dat niet wist, of wel?’

‘Tja, ja, dat is misschien wel een beetje zo’, gaf Carolien toe. ‘Ik weet dat je denkt dat ik gek ben of zo, maar nee, ik had niet verwacht dat het zeer zou doen. Niet op die manier in ieder geval. Weet je? Ik dacht dat heel anders zou gaan’.

Marjo keerde zich om en keek Carolien aandachtig aan. Ze zag onmiddellijk dat het meisje bloosde en zich ongemakkelijk voelde. Marjo wist precies wat ze voelde, het intrigeerde haar dat er nog iemand was die vond dat billenkoek opwindend was. Maar het beangstigde haar ook. Het kwam zo dichtbij. En Marjo hikte ook ergens anders tegenaan, en dat was een golf van jaloezie. Robert moest zich richten op haar billen!

’Wat had je dan verwacht?’, Marjo streed tegen de angst dat haar eigen geheim nu ontdekt werd.

‘Niet wat ik gekregen heb!’ Carolien haalde haar schouders op. ‘Dat zweer ik. Dat niet’.

‘Wat dan?’, drong Marjo aan. Ze zag Carolien worstelen met een antwoord. Het gezicht en de nek van het meisje waren inmiddels bedekt met een dieprode kleur. Ze wachtte lang met antwoorden. Marjo was bang dat haar eigen gevoel het meisje af te schrikken en dat ze zichtbaar twijfelde of ze het onderwerp zou moeten veranderen.

 ‘Ik weet het niet’, antwoordde Carolien op een toon die liet merken dat dit het laatste was waar ze er over wilde vertellen. ‘Het deed gewoon veel meer pijn dan ik verwacht had’.

‘Tja, je vroeg je af hoe een pak op je bips zou voelen. Nu weet je het’. Marjo probeerde luchtig een einde aan het onderwerp te maken, zodat ze beiden hun geheim konden bewaren. ‘Het zal vast wel even duren voordat je het weer met opzet uitlokt’.

‘Nu weet ik het’, knikte Carolien. ‘En nee, dat zal ik niet weer doen. Niet met opzet tenminste’.

‘Laat eens zien’, Marjo trok grijzend aan de achterzak van de spijkerbroek van Carolien. Ze zag haar kans schoon haar met gelijke munt terug te betalen.

‘Waarom zou ik dat doen?’, Carolien duwde haar neus eigenwijs omhoog. ‘Jij wilde me die van jou gisteravond immers ook niet zien?’

‘Je hebt die van mij gezien! En je hebt ook gezien hoe ik er van langs kreeg!’ pruttelde Marjo gespeeld boos. ‘Hoe dan ook, je bent me schuldig dat ik die van jou ook te zien krijg’.

Beide meiden keken elkaar aan, en schoten in de slappe lach…

~ooo00ooo~.

Carolien bleek niet de luilak te zijn die Marjo verwachtte. Ze bleek zelfs een harde werker bij wie het goed toeven was. Tegen elven waren ze klaar met het stoffen en het opruimen van alle kamers en het doen van de was. Mevrouw de Boer was druk bezig met de bereiding van de lunch.

‘Misschien zou het toch niet zo’n slechte dag worden’. Marjo ontspande zich.

Er waren nog maar vier gasten in het pension, dus aten ze soep en broodjes. Nadat alles opgeruimd was, hielpen de meiden mevrouw de Boer met het klaarmaken van een koud buffet dat de gasten die aan het bessen plukken waren ‘s avonds als diner zouden krijgen. De timing was perfect. Nog geen half uur later kwamen Ellen en Robert arm in arm de keuken binnenstappen met een grote mand vol cranberry’s.

’We hebben heel veel!’, riep ze enthousiast. ‘En we hebben nog bramen ook!’

‘Mij een zorg’, gromde Marjo. Het voelde alsof de dag eindigde zoals hij begonnen was,namelijk met een vervelend unheimisch gevoel. Toen ze Ellen binnen zag komen, stralend aan de arm van Robert met een mand vol bessen, waarvan zij bedacht had dat ze die zouden kunne  plukken, toen knapte er iets bij Marjo. Wat het ook mocht zijn, het deed pijn en maakte haar razend.


’Wat mankeert jou?’, Robert streek even door Marjo’s haar nadat hij de mand met cranberry’s voor haar op de tafel had neergezet. Even later heerste er een kakofonie van geluid in de keuken toen ook alle andere gasten opgewonden en met manden vol bessen kwamen binnenlopen.

Tegen de tijd dat alles weer rustig geworden was, stonden er twaalf emmers van tien liter vol met bessen bij het aanrecht. Mevrouw de Boer vroeg zich af wat ze met al die cranberry’s aanmoest.

‘Heb je nog wel wat voor de vogels overgelaten’, zei ze streng tegen Robert.

Robert lachte en zei geruststellend dat er nog minstens een duizendvoud aan de struikjes was blijven hangen, al hadden sommige gasten meer dan het dubbele opgegeten van wat ze meegebracht hadden.

‘En hebben deze twee zich een beetje weten te gedragen?’ Robert draaide zich om naar Marjo, die met een lang gezicht aan de keukentafel zat en keek of ze iets heel belangrijks gemist had en toen naar Carolien die bezig was de cranberry’s van de mandjes over te gieten in de emmers.

‘Primadeluxe’, verzekerde de oude vrouw hem.


’Heel mooi’, zei Robert. ‘En omdat jullie het plukken helaas gemist hebben, mogen jullie ze nu gaan wassen’.

‘Precies wat ik dacht!’, grijnsde mevrouw de Boer, terwijl ze het gezicht van Marjo zag verstrakken. ‘Kom aan, Marjo! Maak die juweeltjes eens mooi schoon, dan zal ik je straks leren hoe je er een lekkere taart van kunt maken.

‘Ik weet allang hoe ik een taart moet maken’, gromde Marjo.

‘Maar ik niet!’, glimlachte Carolien.

‘Mag ik ook helpen?’, meldde Ellen zich in het gesprek.

‘Natuurlijk mag dat’, glimlachte mevrouw de Boer. ‘Marjo wil jij de hele grote pan eens pakken en deze twee aan het werk zetten?

‘Dat doe ik liever niet als het u hetzelfde is’, zuchtte Marjo. Vanaf het moment dat ze Ellen en Robert arm in arm de keuken had zien binnenkomen, had een onverklaarbare irritatie bezit van haar genomen.

‘Jij doet gewoon wat mevrouw de Boer je vraagt, anders krijg je met mij te maken’, verbrak Robert de stilte.

Marjo beet op haar tanden om zich te beheersen. Ze voelde de woede in zich opkomen. ‘Prima!’, siste ze. ‘Ik help met taartbakken’.

‘Eruit jullie beiden!’, bemoeide mevrouw de Boer zich er mee. ‘Deze twee meiden en ik redden ons prima!’

Robert dacht na over het verzet van Marjo en had bijna de opdracht van mevrouw de Boer genegeerd. Maar hij veranderde van gedachten toen hij de vrouw aankeek en zag dat het geen zijn had. Hij hield zich stil.

‘Ik ga een eindje over het strand wandelen’, gromde Marjo en liep naar de deur.

‘Heb je al je taken af?’, bracht Robert er tegen in en herinnerde haar er aan dat ze huisarrest had.

‘Ja dat heb ik!’, reageerde Marjo feller dan de bedoeling was. Ze was er zelf verbaasd over.

Robert merkte het,maar liet het gaan en reageerde slechts door even zijn wenkbrauw waarschuwend op te trekken. ‘OK dan, maar zorg dat je op tijd weer thuis bent’.

Marjo was zo snel de deur uit als haar benen haar konden dragen. Ze was verrast door de tranen die ze op voelde wellen.

‘Wat mankeert me toch!’, ze schopte wat zand voor zich uit toen ze aan het eind van de oprit kwam. De tranen ontsnapten en biggelden over haar wangen. Ze deed geen poging ze tegen te houden of ze weg te vegen toen ze de weg overstak en het zandpad richting het strand insloeg.

Ze herkende haar gevoelens wel, maar ze kon ze niet goed plaatsen. Marjo was jaloers; jaloers op Carolien en jaloers op Ellen. Beiden hadden ze de aandacht van Robert op zich gevestigd en ondanks de wetenschap dat ze over een paar dagen weg zouden zijn, was Marjo boos en voelde ze zich gekwetst.

‘Waarom maak ik me zo druk dat Carolien een pak op haar bips heeft gekregen. Hij heeft mij per slot van rekening gekust’, probeerde ze zichzelf te overtuigen. ‘En mevrouw de Boer heeft gezegd dat hij van me houdt’.

‘Tja, die mevrouw de Boer kraamt wel meer onzin uit, dat is wel zeker. Iedereen weet dat het oude mens zo gek is als een deur. Robert denkt dat ik nog een kind ben’.

‘Dat mag wel zo zijn, maar die kus van gisteravond, is geen kus die je aan een klein kind zou geven.

‘Ach, houd je stil! Je hoop is nergens op gebaseerd. Je huilde en hij had je net een ongenadig pak op je billen gegeven. Hij kuste je om je te troosten en omdat je hem kuste. Het stelde allemaal niks voor!’

Marjo slenterde over het strand en was druk met zichzelf in gesprek. Af en toe stopte ze om een grote schelp op te rapen en die ver voor zich uitte gooien. Tranen en verwarring hielden haar de hele tocht bezig.

‘Houd er toch mee op!’, hield ze zichzelf na een poosje voor. ‘Houd op met dat gejank. Wat maakt het nu uit dat Robert die dag plezier had gemaakt met een barbiepop uit de stad. Wat maakt het uit dat hij een brutale meid, die niet kon wachten tot ze zijn handen op haar billen zou voelen, eens flink onder handen genomen heeft?’

‘Jeetje, wat ben jij erg!’, grinnikte ze nerveus over de gedachten die door haar heen schoten. ‘Zo is het helemaal niet, en dat weet je dondersgoed. Die twee betekenen helemaal niets voor hem’.

‘Wat kan mij dat schelen? Ik wil boos zijn, dus laat me boos zijn!’

‘Je wilt boos zijn? Wat dacht je van gek? Probeer dat maar eens voor de verandering. Gek, gek, gek’.

Marjo bleef het volgende uur in zichzelf pratend doorlopen tot ze de duin bereikte aan de voet van het pension van haar oom en tante. Hier ging ze zitten.

.~ooo00ooo~.

Robert zag Marjo met grote passen op weg naar het strand gaan. Er was iets in haar houding en motoriek wat hem vertelde dat ze meer overstuur was, dan waar ze reden toe had. Ze was ’s ochtends al erg prikkelbaar geweest en dat was daarnet in de keuken weer zo geweest. Er was echter niets voorgevallen dat een dergelijk humeur zou kunnen verklaren. Tenminste niet dat hij wist.

Het was ook niets voor haar om rancuneus te blijven nadat hij haar gestraft had. In tegendeel, haar humeur knapte er juist heel erg van op, om daarna wekenlang zonnig te blijven.

‘Wat is er met je aan de hand, kleine meid?, vroeg hij terwijl ze achter een duin verdween.

Robert besloot dat hij er het zijne van moest weten.

Hij gaf Marjo een voorsprong zodat er een flinke afstand tussen hen ontstond, en volgde haar. De wind droeg flarden van haar stemgeluid naar hem toe, waaruit hij kon concluderen dat ze een verhitte discussie met zichzelf voerde. Hij keek geamuseerd toe hoe ze stampvoetend langs de vloedlijn liep. Eén ding was zeker, iets had haar flink uit haar evenwicht gebracht.

Marjo leek een beetje te kalmeren toen ze in het duin ging zitten. Robert gaf haar een minuut of twintig om tot rust te komen en daarna liep hij naar haar toe.

‘Hebben we dit niet eens eerder meegemaakt?’, probeerde hij vriendelijk.

‘Verdomme!’, Marjo schrok zo dat haar hart leek stil te staan.

Robert moest er om lachen.

‘Ik schrok me dood!’, klaagde Marjo met een hoog stemmetje.

Robert lach dubbel van het lachen. Ze hadden dit werkelijk al een keer eerder meegemaakt.

‘Het is niet grappig’, zei Marjo korzelig.

‘Dat is het wel’, zei Robert die zijn lachen onder controle probeerde te krijgen. ‘Weet je nog van die dag in het vorige najaar, toen jij hier opdook en het zelfde bij mij deed?

‘Nou en?’, natuurlijk wist Marjo dat nog. Robert zijn lach had een ontwapenende uitwerking op haar. Ze kon een beschaamd gegiechel niet inhouden en haar gezicht trok open. ‘Het is nog steeds niet grappig!’

Robert knikte. Hij had nog steeds een brede grijns om zijn mond. Hij liep dichter naar Marjo toen en ging naast haar in het zand zitten.

‘Wat gaat er in dat hoofd van je om, Marjo?’, begon hij.

‘Niets’, zei ze terwijl ze hem achterdochtig aankeek.

‘Kom aan, kindje’, drong hij aan. ‘Ik zag dat je druk met jezelf in discussie was op weg hiernaar toe. Waar ging dat over?’

‘Mag ik er mijn eigen gedachten niet op nahouden?’, Marjo verstijfde en richtte haar blik op ze zee.

‘Natuurlijk mag dat. Ik maak me alleen zorgen om je. Dat is alles’, verklaarde Robert.

‘Er is niks. Dat zei ik toch? Er is niks!’

’Het klinkt of er wel iets is’, lachte Robert.

‘Laat me met rust, OK?’, Marjo verzette zich tegen de aandrang om opening van zaken te geven’.

‘Ben je nog steeds boos vanwege dat pak op je bips van gisteravond?’, bood Robert haar een opening.

‘Nee’, zei Marjo. ‘Dat is het niet’.

‘Aha’,lachte Robert toen hij zag dat ze toch meer prijs had gegeven dan ze wilde. ‘Er is dus wel iets?’

Opeens werd ze verlegen en kon haar gevoelens niet langer verbergen. Marjo wist niet goed wat ze moest zeggen. ‘Ik weet het niet Robert. Het is allemaal zo verwarrend’.

‘Wat is verwarrend, kindje?’, vroeg Robert zacht.

‘Ik ben geen kindje’, reageerde Marjo. ‘Dat ben ik niet!’

‘Is dat het?’, vroeg Robert verbaasd.

‘Nee, dat is het niet!’, Marjo grimasseerde en schopte wat zand weg.

‘Het is maar een uitdrukking Marjo, niets meer dan dat’, Robert grijnsde zelfvoldaan nu hij wist dat hij een gevoelige snaar had geraakt.

’Maar het precies wat jij denkt hè?’, reageerde Marjo fel. Gevoelens van pijn namen bezit van haar.

‘Wat denk ik?’. Robert was het spoor bijster.

‘Je denkt dat ik maar een kind ben. Je weet niet eens dat ik..’. Marjo pauzeerde even, geschrokken van haar eigen woorden.

‘Wat Marjo? Waar weet ik niets van?’ Bezorgdheid en verwarring namen de plaats over van de geamuseerde toon in zijn stem.

‘Jij denkt maar dat ik nog een kind ben!’ Tranen liepen nu over haar wangen. Ze kon ze niet langer tegenhouden,ook al had ze goed controle over wat ze zei.

’Ik denk dat je een heel aantrekkelijke jongedame bent, die in de afgelopen maanden heel volwassen is geworden. Dat is wat ik denk!’, bracht Robert er tegen in. Hij was nog steeds in verwarring,maar het begon hem langzaam te dagen.

‘Ja hoor!’, protesteerde Marjo en wendde haar gezicht af zodat hij haar tranen niet zou zien.

‘Echt waar!’ Robert draaide zich naar haar toe en pakte haar bij haar kin. ‘Ik zal nooit tegen je liegen’. Marjo probeerde los te komen van de hand die haar gezicht naar zich toedraaide zodat ze hem aan zou kijken. ‘Kijk me aan Marjo’. Robert stopte met draaien, maar hield haar kin stevig beet.

’Nee’, zei Marjo pruilend, ‘ik wil je niet aankijken!’

‘Voor iemand die niet wil dat ze als een kind bekeken wordt, gedraag je je wel als eentje?’ Geamuseerdheid keerde terug in de stem van Robert.

‘Zie! Ik zei het toch!’, snikte Marjo terwijl ze alle controle losliet. Door zijn plagerijtje gingen alle remmen los. ‘Het doet je helemaal niets dat ik van je houd. Mevrouw de Boer heeft gezegd dat je ook van mij houdt, maar ik weet dat ze liegt. Ik weet dat ik niets anders dan een kind voor je ben. Een kind dat je een pak op haar bips kan geven als het in je opkomt! In ben geen kind! Dat ben ik niet!’

Voordat Robert tot zich door kon laten dringen wat ze allemaal zei, was Marjo opgesprongen en begon ze van hem weg te rennen het strand op. Robert was pas in staat om haar honderden meters verderop in te halen. Toen hij haar te pakken had, viel ze snikkend en in elkaar gedoken in het zand.

‘Laat me met rust’, klaagde ze toen Robert probeerde haar overeind te trekken.

‘Het is goed, Marjo meisje, troostte Robert, ‘het is goed’.

‘Ik zei dat je op moest houden en me met rust moest laten’, schreeuwde Marjo. ‘Laat me met rust!’

‘Zo is het genoeg Marjo’, reageerde Robert.

‘Waarom? Je geeft helemaal niet om me’, ze schokte met haar schouders in een poging om van hem los te komen.

‘Zo is het genoeg!’ Robert liep om haar heen en ging zo zitten dat zij zijn blik niet langer kon ontwijken. ‘Mevrouw de Boer heeft niet gelogen, Marjo’.

Marjo knipperde met haar ogen en keek naar zijn gezicht. Zijn woorden hadden haar sprakeloos gemaakt. Robert knikte toen ze hem met haar ogen vroeg of dat waar was. Plotseling werd ze verlegen en wendde haar gezicht af en keek naar de zee.

‘Ik meen het’, zei Robert bevestigend en nam haar kin opnieuw in zijn hand. Deze keer verzette Marjo zich niet. Ze zag de oprechtheid in zijn ogen en die zorgden voor een nieuwe stroom tranen. Het was waar! Datgene wat ze zo vurig gehoopt had, was waar!

‘Kom mee, kleintje’, grijnsde Robert terwijl hij haar overeind trok. ‘Sta op, dan gaan we naar huis om ons wat op te knappen’.

Marjo werkte mee en liet zich gewillig overeind trekken. Ze liepen over het strand terug naar ‘Zeezicht’. Zijn arm om haar heen voelde nu heel anders en Marjo was er zeker van dat ze op haar gevoel kon vertrouwen.

Opwinding en onzekerheid maakten zich meester van haar zoals eerder de jaloezie had gedaan. Het deed haar de pas inhouden.

‘Is het echt waar?’, vroeg ze.

‘Wat is echt waar?’, Robert keek haar verbaasd aan.

‘Houd je echt van me?’, vroeg Marjo.

Robert moest lachen. De uitdrukking op het gezicht van Marjo was niet te betalen.

‘Het is niet grappig!’, klaagde ze. Ze had zin om Robert een schop te verkopen.

‘Ja Marjo’, glimlachte Robert. ‘Ik houd van je’.

‘Maar dan echt?’, vroeg ze, ‘niet zoals ouders van een kind houden, maar echt, zoals een man van een vrouw houdt’.

‘Ja heel echt’, bevestigde Robert. Hij was er stil van. Hij was onder de indruk van haar onschuld en haar eerlijkheid.

Haar ogen straalden en Robert moest lachen. En deze keer lachte Marjo met hem mee.

‘Echt waar?’, herhaalde ze. Deze keer herhaalde ze het alleen omdat ze het hem nog een keer wilde horen zeggen, in plaats van dat ze de bevestiging nodig had. ‘Zweer je het?’

‘Ik zweer het’, bevestigde Robert nogmaals.

Marjo straalde. Het was waar. Haar grootste wens was waarheid geworden. Ze wist nog niet goed hoe ze ermee om zou moeten gaan, maar dit was voorlopig genoeg.

.~ooo00ooo~.

Het is echt waar, mevrouw de Boer!’, fluisterde Marjo nadat ze de keuken hadden opgeruimd nadat ze die avond nog snacks hadden geserveerd en met een beker warme chocola aan de keukentafel zaten.

‘Wat is waar?’, vroeg de oude vrouw?

‘Robert houdt van me’, glimlachte Marjo. Echt! Zoals bij man en vrouw. Hij heeft me dat gezegd!’

‘Ja, dat doet hij inderdaad’, knikte mevrouw de Boer. Het zou ook tijd worden, anders zouden de mensen over jullie gaan praten.

Daar had Marjo nog niet aan gedacht. Maar nu ze er door de opmerking van mevrouw de Boer over nadacht, in de taal van de eilanders betekende dit dat hij met haar zou trouwen, dat leed geen twijfel. Robert zou met haar trouwen. Dat heeft hij zelf met zoveel woorden gezegd.

‘Verdomd!’, fluisterde Marjo. Het was de vreemdste en de meest verbazingwekkende dag in haar leven tot nu toe.

Geef een antwoord