Het duurde nog vier dagen voor Katy naar huis mocht. Dr. Freek trok zich niets van haar geklaag aan. En toen het tijd was om te gaan, kreeg ze een heel pakket aan voorschriften mee. Er werd haar weinig speelruimte gelaten. En Tom verzekerde de dokter dat hij strenge maatregelen zou nemen als ze zich niet aan de voorschriften zou houden.

‘Onmiddellijk…’, had Tom gezegd. En alle drie wisten wat hij in gedachten had. Inderdaad, dat was niets anders dan een flink pak op haar blote bips.

Tom strooide nog extra zout in de wonden door te zeggen, ‘Ik zal het haar onomwonden duidelijk maken, dokter. Sterker nog, ik zal vanmiddag een stevig onderhoud met haar hebben over het gedrag wat er voor gezorgd heeft dat ze hier is’.

‘Heel goed, Tom’, was de dokter het helemaal met hem eens. Terwijl hij Katy met een opgetrokken wenkbrauw aankeek, vervolgde hij, ‘En nadat Tom klaar met je is en je je medicijnen hebt ingenomen, is het tijd voor een middagdutje!’.

Katy kon niets anders dan met een diepe zucht uitbrengen, ‘Ja, dokter!’. Ze had de beide heren liever genegeerd, maar dat behoorde helaas niet tot de mogelijkheden. Ze moest de feiten onder ogen zien. Het was per slot van rekening haar eigen schuld. Met gebogen hoofd vocht ze tegen de opkomende tranen.

Tom liep naar haar toe en sloeg zijn arm om haar heen. Zijn stevige grip liet Katy weten dat het allemaal wel goed zou komen. Hij kuste haar op haar wang en fluisterde in haar oor, ‘Ik houd van je, liefje. Kom, we gaan naar huis’.

Tot haar verbazing nam Tom niet de kortste weg naar huis. In plaats daarvan stopte hij langs de kant van de weg om daar te gaan lunchen. ‘Het zonnetje schijnt lekker. De frisse lucht zal je goed doen. De dokter vond het zelfs goed’.

Terwijl hij reed, legde Katy haar hoofd op zijn schouder. Ze wilde niets zeggen, omdat ze bang was dat ze dan moest huilen. Tom gaf haar een kus op haar voorhoofd. Woorden waren overbodig.

‘Ik heb geen uitgebreide lunch bij me, liefje. Het is geen picknick zoals jij die altijd klaar maakt. Maar je moet maar denken dat het met liefde is klaargemaakt’, zei Tom toen hij Katy uit de auto tilde.

Katy liet een hand door zijn haar glijden. Haar andere arm lag op zijn gespierde rug. Ze gaf hem een dikke kus.

Ze keken elkaar aan en Tom zei, ‘Ik hou van je, meisje’.

‘Ik ook van jou, liefje. Ik ook van jou’.

Tom en Katy aten hun lunch en kletsten over koetjes en kalfjes. Tom had twee dekens meegenomen. Eentje werd uitgespreid voor de lunch en de ander was bedoeld om over de benen van Katy te leggen. Tom zat tegen een boomstam. Katy zat tussen zijn benen en lag met haar hoofd op zijn borst.

Ze keken om zich heen en genoten van de natuur. De bomen, de vogels en de uitgestrekte velden. Een aangenaam zonnetje maakte het allemaal compleet.

Tom’s vingers speelden met de haren van Katy. Met zijn andere arm hield hij haar stevig vast. Na verloop van tijd voelde hij hoe ze zich ontspande. Ze zeiden nog steeds niets.

Katy voelde iets drukken. Ze wist niet precies wat. Al de tijd in het ziekenhuis had ze dit drukkende gevoel gehad. Ze had er steeds de vinger niet op kunnen leggen. Katy realiseerde zich nu dat het iets met haar veiligheid te maken had.

De stilte hield aan en Katy schurkte zich tegen de borst van Tom. Toen haar ademhaling steeds dieper werd, wist Tom dat ze lag te slapen. Hij legde zijn rechterwang op haar hoofd. Hij kon haar haren ruiken. Hij slaakte een zucht van verlichting. Hij deed zijn ogen dicht. ‘Ik hou van je, schatje’, fluisterde hij en viel ook in slaap.

Katy werd in haar slaap meegevoerd naar oude herinneringen. Toen ze even later begon te huiveren, werd Tom onmiddellijk wakker. ‘Katy, gaat alles goed met je?’, zei hij toen hij haar voorzichtig door elkaar schudde.

‘Oh, Tom’, zei ze met een diepe zucht. Ze opende haar ogen en keek in zijn bezorgde gezicht. ‘Oh! Ja,… ja, alles is goed. Ik lag geloof ik te dromen’.

Tom drukte haar tegen zich aan en wreef over haar schouders. ‘Je ligt helemaal te rillen, liefje. Is het echt wel goed met je?’, vroeg hij.

‘Nee. Nee, echt. Het was maar een malle droom’, zei ze. Katy gaf hem een kneepje. ‘Het spijt me’. Ze drukte zich weer in zijn armen.

Geen van beiden zei iets. Katy was in een soort roes. Tom was bezorgd. Even later verbrak Katy de stilte. ‘Het is hier altijd mooi, Tom, het maakt niet uit wat voor tijd van het jaar het is’.

Tom merkte dat Katy van onderwerp veranderde.

‘Daar heb je helemaal gelijk in’.

Met een grijns dacht hij, ‘dat spelletje beheers ik ook’. Hij draaide haar op haar zij en gaf haar een tik op haar billen. ‘En nu gaan we naar huis, jongedame. Het is tijd voor je medicijnen en een middagslaapje’.

‘Nu al?’, klaagde Katy.

‘Ja, het spijt me het te moeten zeggen, maar het is de hoogste tijd’. Hij wreef even over haar rug en hielp haar vervolgens overeind.

Er werd niet veel gezegd toen ze de spullen weer in de auto laadden en op weg gingen naar huis. Vaak genoten Tom en Katy van de stilte. Vandaag was zo’n moment. Uiterlijk had de stilte een weldadige uitwerking, innerlijk werden beiden overspoeld met allerlei gedachten.

Tom maakte zich zorgen om Katy. Hij hield haar nu meer dan ooit in de gaten. Dr. Freek had hem gewaarschuwd dit niet teveel te overdrijven. ‘Zorg ervoor dat ze dingen zoveel mogelijk zelf doet, Tom. Ik weet dat je heel veel van haar houdt, maar als je alles van haar over gaat nemen, dan zal ze zich daaraan over gaan geven. Zo zit de mens nu eenmaal in elkaar’.

Katy maakte zich zorgen dat ze een blok aan het been van Tom zou worden. Ze dacht terug aan het zorgeloze leventje dat ze leidden voordat deze medische problemen zich voordeden. Keer op keer stelde ze zichzelf dezelfde vragen, ‘Waarom ik… waarom wij… waarom uitgerekend nu?’ Gelukkig was ze na een poosje in staat te relativeren en dergelijke vragen van zich af te zetten. Ze wist dat je met tobben niet veel verder kwam. Vandaag piekerde ze echter weer meer dan de afgelopen dagen. ‘Hoe kan ik weer een normale vrouw voor hem zijn, die hij verdiend en nodig heeft?’ Hoe meer ze er aan dacht, hoe bozer ze werd. En dan had ze ook die nachtmerries nog.

‘Katy? Liefje?’ zei Tom en stak zijn hand uit.

Katy keek op en zag dat Tom haar uit de auto wilde helpen. ‘Het spijt me, schatje. Ik denk dat ik even ergens anders was met mijn gedachten. Vroeg je wat?’

Tom schudde zijn hoofd en zij met een flauwe glimlach, ‘Ik vroeg of ik je even moest helpen? Op de een of andere manier denk ik dat je je van vertragingstactieken bediend. Ik heb geen zin om hier wortel te schieten, dus laat me je helpen, Katy. Jij gaat naar binnen en ik zal de auto uitpakken. Ik denk dat het de hoogste tijd is dat jij iets in je dagboek gaat schrijven. Daarna is het tijd om een uiltje te knappen’.

Katy pakte Tom’s hand toen ze het woord dagboek opving. Verbaasd keek ze hem aan en wilde iets zeggen. Maar zijn strenge blik en opgetrokken wenkbrauw lieten haar weten dat er geen ruimte voor discussie was. Dus hield ze haar mond.

‘Maak het niet erger dat het al is, jongedame’, hield Katy zichzelf voor. In plaats daarvan glimlachte ze en antwoordde fluweelzacht, ‘Goed, liefje. Maar als je het goed vindt, wil ik eerst even een douche nemen’.

‘Prima’, antwoordde Tom. ‘Maar niet te lang’. Hij gaf haar een kus op haar mond en een liefdevolle tik op haar billen.

Tom en Katy lieten het onderwerp verder rusten. Beiden wisten ze dat er niet langer getreuzeld mocht worden. Het was tijd om haar medicijnen in te nemen, tijd voor een middagdutje en tijd voor het beloofde pak slaag. Katy was een beetje gespannen en wilde eigenlijk geen van drieën. Maar ze wist dat ze er niet onderuit kwam. Ze had de vergeving van Tom nodig en ook die van haarzelf. Ze kon er maar beter het beste van maken.

Tom had eigenlijk behoefte aan dezelfde dingen. Vooral dat de lucht geklaard werd tussen hen. Hij wilde ook dat zijn positie als heer des huizes hersteld werd. Katy was verwend in het ziekenhuis, ook door hemzelf. Nu was het de hoogste tijd dat alles weer normaal werd en dat hun rollen als man en vrouw hersteld werden.

En toch bleef er bij Tom een zweem van bezorgdheid hangen. Hij dacht aan die gekke dromen van Katy en dat ze in frequentie steeds verder toenamen. Hij had begrepen dat dit voor een deel te danken was aan de medicijnen die ze gebruikte, maar er was nog iets anders waar hij de vinger niet op kon leggen. Er moest meer zijn dan alleen die medicijnen. Daar was hij van overtuigd. Iedere keer dat hij er bij Katy over begon, veranderde ze handig van onderwerp.

Tom liet zijn vingers door zijn haar glijden. ‘Verdomme’, zei hij hardop. ‘Hoe kan ik je nu helpen als je me buitensluit?’

Op hetzelfde moment stapte Katy onder de douche. Het water voelde weldadig aan. Ze vond het heerlijk weer thuis te zijn.

Niet lang daarna stapte ze onder de douche vandaan. Ze deed haar favoriete T-shirt aan droogde haar haren. Terwijl ze de klitten eruit borstelde, voelde ze hoe haar armen steeds zwaarder aan voelden. ‘Waar is mijn kracht en uithoudingsvermogen gebleven?’, vroeg ze zichzelf af. ‘Verdomme, wat heb ik hier een hekel aan’.

Ze realiseerde zich dat ze maar beter op kon schieten voordat Tom bij haar kwam kijken. Katy legde de laatste hand aan haar kapsel en ging op weg naar het bureautje in de woonkamer. Toen ze door de slaapkamer liep, pakte ze uit macht der gewoonte de sokken van Tom van de vloer. Ze zette zijn schoenen in de kast en trok het bed recht. Toen ze door de eetkamer liep pakte ze de kranten van de tafel. Ze moest glimlachen om het spoor dat haar echtgenoot had achtergelaten. ‘Ik ben toch wel gehecht aan een aantal van je gewoontes, Tom, ook al klaag ik er altijd over’, fluisterde ze zachtjes.

Andere zaken werden op hun plaats gelegd toen ze op weg ging naar het zijkamertje. Hier lag een hele stapel strijkgoed. Ze liep terug naar de keuken en zette de vaat die in de gootsteen en het aanrecht lag opgestapeld in de vaatwasser. Achtergelaten levensmiddelen en broodbeleg werd opgeruimd en het aanrecht schoongeveegd.

Katy hield uiteindelijk op met schoonmaken. Ze pakte een glas ijskoud water en liep naar de huiskamer. Ze moest met haar dagboek aan de slag. ‘Misschien kan ik wel opschrijven waar ik niet met Tom over heb kunnen praten’, dacht Katy en ging aan het bureau zitten. Ze sloeg haar dagboek open, pakte een pen en sloeg een schone bladzijde op.

Op hetzelfde moment was Tom bezig voer in het vogelhuisje te leggen. Toen hij opkeek kwam er een grote gestalte op hem aflopen. ‘Ha Martin, hoe staat het leven?’, vroeg Tom.

‘Prima!’, antwoordde Martin. ‘Kim en ik zijn gisteravond teruggekomen. We zijn een paar dagen weggeweest. Ik hoorde zonet dat Katy in het ziekenhuis lag. Toen zag ik je auto staan. Dus ik kwam even vragen hoe het met haar is en of ik misschien iets voor jullie kan doen. Maakt niet uit wat’.

Tom legde het laatste voer in het huisje en liep terug in de richting van de garage. ‘Bedankt voor het aanbod. Maar het gaat wel. Ik heb Katy vanochtend uit het ziekenhuis gehaald, Martin. Poe, het is een lange week geweest, dat kan ik je wel vertellen. Gelukkig gaat het weer een stuk beter met Katy. Wat dacht je van een biertje? Ik heb er net eentje voor mezelf opengemaakt, die staat op de werkbank op me te wachten’. Beide mannen liepen de garage in. Tom pakte een biertje voor Martin.

‘Laten we naar het terras gaan’, stelde Tom voor, ‘Ik heb nog amper de gelegenheid gehad te zitten’.

‘Het was niet mijn bedoeling je van het werk te houden, Tom’, zei Martin toen ze door de tuin naar het terras liepen.

‘Oh, maar dat doe je ook niet, hoor. Katy staat onder de douche en kruipt daarna een poosje haar bed in. Ze is nog erg verzwakt. Ik denk dat ze zichzelf niet eens realiseert hoeveel’. Tom legde uit wat er precies aan de hand is en Martin luisterde geïnteresseerd.

‘Ik houd haar natuurlijk wat extra in de gaten. We hebben zelfs een afspraak staan dat ik haar straks met haar gedrag ga confronteren. Die deugniet moet altijd weer op de grenzen gewezen worden’, zei Tom hoofdschuddend. ‘Hoe gaat het eigenlijk bij jullie twee sinds we elkaar voor het laatst gesproken hebben?’

‘Dat is een lang verhaal. Daar zal ik je nu niet mee lastig vallen. Ik zou het er binnenkort echter wel eens met je over willen hebben. Ik denk dat ik nog wel een paar tips kan gebruiken. Maar een ding is zeker, we gaan niet meer terug naar hoe het was, hoeveel Kim ook klaagt’. Beide mannen grinnikten en wisselden een blik van herkenning uit.

Ze praatten nog wat over koetjes en kalfjes terwijl ze hun biertje opdronken. Tom bood hem nog een aan, maar Martin excuseerde zichzelf. ‘Ik kan maar beter naar de overkant gaan en bij mijn vrouw gaan kijken, Tom. Bovendien heb ik de indruk dat jullie ook nog wat af te handelen hebben. Ik zie je over een paar dagen wel weer. En mocht je iets nodig hebben, aarzel niet om aan de bel te trekken’.

Tom gaf Martin een klap op zijn schouder. ‘Afgesproken. Fijn dat je even langskwam’.

In het huis liep Tom rechtstreeks naar de huiskamer om te kijken of Katy daar nog was. Het bureaulampje brandde nog, maar de stoel was leeg. ‘Ze zal wel in de slaapkamer zijn’. Hij draaide zich om, om daar heen te gaan, maar bedacht zich.

‘Ik kan beter eens kijken wat mijn meisje geschreven heeft. Misschien heeft ze een aanwijzing achtergelaten wat er allemaal omgaat in dat koppie van haar, zodat we het daar straks over kunnen hebben’. Haar dagboek lag open geslagen. Tom begon te lezen…

Maandag 14 juli

We zijn net thuis van een heerlijke picknick. Ik zou het op kunnen schrijven, maar dat is niet nodig. Vanmiddag staat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift. Ik hoop dat we het nog vaak over zullen doen. Ik ben me ervan bewust dat ik de gelukkigste vrouw op de hele wereld ben. Ik hoop dat ik ooit de helft terug kan doen…

In de periode tussen de 6e en nu heb ik in het ziekenhuis gelegen. Ik zou hier uitgebreid over kunnen vertellen, maar dat heeft geen zin. Ik heb zeker de helft van de tijd geslapen. Het enige wat ik me kan herinneren, zijn de onderzoeken en de injecties. Ik geef er de voorkeur aan deze niet op papier te zetten. Dr. Freek en de verpleging zullen het allemaal wel opgeschreven hebben.

Andere details blijven maar in mijn hoofd hangen. Het is allemaal begonnen met een egoïstische daad die ik begaan heb, ik deed wat ik wilde doen in plaats van wat ik zou moeten doen. Tom had me naar bed gestuurd om te rusten. Ondanks koorts en duizeligheid, heb ik zijn opdracht genegeerd, heb me aangekleed en ben naar mijn kleinzoon gereden. Dit avontuur was al een straf op zichzelf. Tegen de tijd dat ik inzag dom bezig te zijn, had ik het halve huis al opgeruimd en schoongemaakt. Toen Tom thuiskwam lag ik weer netjes in mijn bed.

Als ik er nu op terugkijk, denk ik dat ik sindsdien constant in een roes geleefd heb. Mijn lichaam was in slaap, maar mijn geest ging van het ene avontuur naar het andere. In het begin waren de dromen aangenaam. Ik heb er een paar aan Tom verteld. Sommige dromen gingen over vroeger, leuke dingen waar ik lange tijd niet aan gedacht heb.

Hoe langer die dromen echter duurden, hoe angstiger ze werden. De afgelopen vier a vijf dagen waren ze het ergst. In het begin kon ik droom en werkelijkheid maar amper van elkaar onderscheiden. Op de een of andere manier had ik het gevoel dat een naar persoon uit mijn verleden in de ziekenhuiskamer aanwezig was.

Toen ik later naar mijn lichaam keek, sloeg de verwarring pas echt toe. De afdruk van vier vingers en een duim aan de achterkant van mijn beide bovenarmen deden mij twijfelen of ik wel gedroomd had. In het begin wist ik niet eens of ze echt waren of alleen in mijn verbeelding bestonden. Ik huiverde bij de gedachte dat de stevige grip en zijn woorden en beloften echt waren.

Misschien dat de blauwe plekken het gevolg waren van de medische behandeling of van het moment dat Tom me naar het ziekenhuis heeft gebracht. Mijn gedachten maakten overuren. Af en toe heb ik mezelf geknepen om te voelen of ik wel wakker was.

Nu ben ik bang om te gaan slapen. Telkens als ik mijn ogen dicht doe, zie ik zijn gezicht voor me en hoor ik zijn woorden, beloften en gelach in mijn hoofd echoën. Ik heb er in het begin niets van gezegd omdat ik dacht dat het van de medicijnen kwam. Ik ben bang en in de war. Ik ben op de vlucht geslagen…

Nu weet ik dat ik niet alles gedroomd heb… sommige dingen wel, ja, maar niet alles. Vanochtend kwam de zuster binnen vlak nadat hij verschenen was. Gelukkig heeft de zuster hem weggestuurd voor hij weer lelijke dingen kon zeggen.

Ik ben me ervan bewust dat de medicijnen dingen teweeg brengen waar ik geen vat op heb. Ik weet ook dat ik geduld moet hebben. Verder weet ik heel goed dat ik niet bezig ben gek te worden, godzijdank!

Ik ben nu weer thuis bij mijn mannetje. Ik ben bij mijn beschermheer. Ik voel me weer redelijk gekalmeerd. Ik voel me weer veilig. Ik hoop dat de nachtmerries niet terug zullen keren en dat alles voorbij is. Misschien is het allemaal gebeurd om me in te laten zien dat ik op mijn liefdevolle echtgenoot kan vertrouwen.

Nu ga ik mijn medicijnen innemen en wat proberen te slapen. Ik heb me gedouched en ben klaar om een serieus ‘gesprek’ met Tom te hebben. Ik verlang naar zijn vergiffenis en zal mijn best doen nooit meer in herhaling te vallen. Ik ga nu mijn medicijnen innemen en op onze kamer op Tom wachten.

Katy

Tom sloeg het dagboek dicht. Zijn rechterhand rustte op het boek terwijl hij achterover zakte in zijn stoel en uit het raam staarde. Na een paar minuten pakte hij de telefoon en toetste een nummer in. Toen hij klaar was met bellen, liep Tom de kamer uit op weg naar Katy.

Toen hij op weg was naar de slaapkamer viel het Tom op wat Katy allemaal gedaan had sinds ze thuisgekomen waren. Hij glimlachte en schudde zijn hoofd. ‘Ze moest eens weten hoeveel ze voor me betekend’.

Toen Tom de slaapkamer binnenliep, zat Katy op een stoel bij het raam. ‘Verdomme’, dacht Tom, ‘ik wil haar eigenlijk helemaal niet op haar billen geven. Ik wil veel liever met haar vrijen. En toch… een man moet soms doen, wat hij moet doen’.

Hij liep naar haar stoel. Katy keek naar buiten en hoorde Tom niet komen. Hij legde zijn hand op haar schouder en vroeg, ‘Is het interessant daar buiten?’

Katy haalde diep adem en antwoordde, ‘Nee… alleen maar een buurvrouw die zich nog steeds als een helleveeg gedraagt. Ik denk niet dat haar grote mond ooit zal verdwijnen. Aan de andere kant gebeurde daarnet iets heel ongebruikelijks’.

‘Wat was dat dan?’, vroeg Tom met een brede grijns.

‘Tja, Martin was bezig iets uit de kofferbak van de auto te halen. Kim moet iets gezegd hebben, want het volgende moment schoot Martin overeind. Hij zette zijn handen in zijn zij en zei iets tegen Kim. Toen wees hij naar het huis. Kim bond onmiddellijk in. Ik zweer het, Tom, zoiets heb ik nog nooit eerder gezien, niet bij Kim tenminste’.

Tom moest lachen. ‘Misschien dat Martin het roer omgegooid heeft en wat meer op zijn strepen is gaan staan?’

Katy keek naar Tom, vervolgens uit het raam en toen weer terug naar Tom.  ‘Jij weet hier meer van, Tom! Heb jij Martin suggesties aan de hand gedaan? Oh, mijn God! Dat meen je niet. Ga je me nu vertellen dat Martin Kim tegenwoordig op haar billen geeft?’ Katy keek geschokt.

‘Misschien heb ik hem wel wat tips gegeven’, zei Tom met een brede grijns. Hij keek naar buiten en zag hoe Martin onderweg was naar de voordeur. ‘Wie weet, liefje, krijgt je vriendin Kim wel een flink pak op haar blote bips op hetzelfde moment dat jij dat ook gaat krijgen’.

Tom en Katy keken elkaar aan. Toen hij haar in zijn armen nam, voelde Tom dat Katy gespannen was. ‘Maar we moeten eerst een aantal zaken met elkaar bespreken’.

Katy verborg haar gezicht in zijn borst. ‘Oh, Tom, wees alsjeblieft niet boos op me. Het spijt me. Het spijt me zo’.

Tom pakte de kin van Katy zodat hij haar aan kon kijken. ‘Katy, ik ben niet boos op je. Ik ben bezorgd, maar niet boos. Laten we eerst een aantal dingen doornemen, dan zal ik vervolgens je bips eens flink opwarmen en kun je daarna een dutje gaan doen. Heb je je medicijnen ingenomen?’, vroeg Tom.

‘Ja Tom. Ja, ik heb mijn medicijnen ingenomen… zoals je gezegd hebt. Verdomme, je zit me wel achter mijn broek!’

‘Denk om je woorden, jongedame!’, zei Tom streng.

‘Het spijt me, schatje. Ik weet ook niet wat me bezielde’, luidde haar antwoord.

‘Ik denk dat je tegen het pak op je billen opziet. Het spijt me te moeten zeggen, dat ik er ook niet veel zin in heb. Maar vandaag zit er niets anders op’. Katy opende haar mond om iets te zeggen.

‘Laten we bij je dagboek beginnen. Ik heb het gelezen. Je hebt het allemaal duidelijk beschreven. Dankjewel dat je je gedachten met me hebt willen delen’.

Katy was verbaasd om zijn complimentje. Ze had verwacht dat hij haar een pak op haar bips zou geven zonder er verder nog woorden aan vuil te maken, zeker nu ze had opgebiecht dat ze haar ex gezien had in het ziekenhuis.

Tom vervolgde, ‘Ik ben niet boos, Katy, over je gedrag van de afgelopen week. Daarmee bedoel ik de domme dingen die gedaan hebt waardoor je ziek geworden bent en waardoor je bang geworden bent. Zoals ik het bekijk, liefje, heb je gezondigd tegen een aantal basisprincipes… gezondheid, veiligheid en respect. Ik neem aan dat je je realiseert dat je daar afgezien van vandaag, de komende tijd nog een paar keer aan zal herinneren. Ik stel voor dat je je de komende tijd goed weet te gedragen. Dat zal alleen maar in je voordeel werken’.

Tom keek Katy lange tijd aan. ‘Heb je nog iets te zeggen, afgezien van wat je in je dagboek opgeschreven hebt?, vroeg Tom.

‘Niet echt. Ik wil graag dat je me vergeeft, Tom. Als je dat kunt…’

‘Ik zal het je vergeven, liefje. Je weet dat ik dat zal doen. Maar ik verbind daar wel een voorwaarde aan. Ik zal je alleen vergeven, als je het jezelf ook vergeeft. Afgesproken?’

‘Oh, Tom, ik denk niet dat ik het mezelf vandaag al kan vergeven. Doe me dit alsjeblieft niet aan’, smeekte Katy.

‘Je kunt het niet altijd zo hebben zoals jij dat wilt, Katy. Ik wil het je alleen maar vergeven als je dat zelf ook doet. Doe je dat niet, dan ben ik bang dat ik je net zolang op je bips moet geven, tot je het wel doet’, zei Tom terwijl hij Katy voorzichtig maar beslist over zijn knie legde’.

‘Het spijt me, schatje. Dat zweer ik’, riep Katy.

‘Ik weet dat je er spijt van hebt, meisje. Het spijt mij ook. Maar je kent de regels. Ze zijn nog steeds hetzelfde als toen we trouwden. Ze zijn niet veranderd. Je weet heel goed, wat er gebeurd als je je niet aan de afspraken houdt. Het is nu aan mij om de consequenties uit te voeren. En wat de vergeving betreft, is het helemaal aan jou. Laat me maar weten wanneer je jezelf vergeven hebt. Mijn vergeving zal niet eerder plaatsvinden’.

Dit waren voorlopig zijn laatste woorden. Hij reikte naar de zoom van haar T-shirt, schoof deze omhoog en begon haar op haar bips te slaan. Katy deed haar best om niet tegen te stribbelen. Maar voor ze het in de gaten had, had Tom zijn rechterbeen over haar onderbenen gezet. Hij hield met zijn linkerhand haar rechterpols vast, zodat ze haar hand niet naar achter kon steken. Onderwijl bleef hij rustig doorslaan.

Tom sloeg niet met de zelfde kracht die hij normaal gebruikte als hij haar een flink pak op haar billen gaf. Maar Katy merkte geen verschil. De tranen stroomden over haar wangen. En als ze hem vroeg of hij haar wilde vergeven of hem zei dat het haar speet, dan vroeg hij, ‘Vergeef je jezelf, Katy’. Er kwam geen antwoord en dus ging het pak slaag door tot de billen van Katy donkerrood waren. Toen ze uiteindelijk toegaf en slap over zijn knie bleef liggen, hield Tom op.

Nadat hij haar over haar rug had gewreven en nog een paar vriendschappelijke tikjes op haar billen had gegeven, trok Tom Katy overeind en nam haar in zijn armen. Hij zette haar zo, dat er het minste gewicht op haar billen drukte en trok haar T-shirt weer over haar heupen. Katy nestelde zich met haar hoofd onder zijn kin en legde haar rechterhand op zijn borst. Haar tranen en snikken bleven nog lange tijd doorduren. Tom sloeg een deken om haar heen, die naast de stoel lag.

‘Het doet zo’n zeer, liefje’, huilde Katy.

‘Ik weet het, schatje’, antwoordde Tom.

Tussen de snikken door wisselden ze af en toe een paar woorden.

‘Ik hou van je’, zei Katy tegen hem.

‘Ik ook van jou’, luidde zijn antwoord. “Ik ook van jou!’

Tom hield haar stevig vast en stelde haar, zo goed hij maar kon, op haar gemak. Hij gaf haar een kus op haar voorhoofd. Toen de ademhaling van Katy steeds langzamer ging, wist Tom dat ze in slaap was gevallen. Hij hoopte dat ze geen nachtmerries zou hebben en dat ze flink uit zou rusten.

Uiteindelijk slaakte Tom een zucht van verlichting. Hij deed zijn ogen dicht. ‘Ik hou van je, liefje, ik hou verdomd veel van je!’, fluisterde hij. Tom legde zijn rechterwang op haar hoofd. Hij kon haar haren ruiken. Hij viel ook in slaap.

En zo verliep een dag uit het leven van Tom en Katy, een alledaags stel uit het dorp.

Geef een antwoord