“Wat zei hij?” vraagt Sandra gespannen als Lieze terug voor haar computer gaat zitten.

“Hij was vast erg streng,” zegt Tine meelevend. “Doet het veel pijn?”

“Nee, ik …” Lieze kijkt onzeker. Ze weet niet goed wat ze ervan moet denken. “Hij heeft me niet geslagen.” Als ze de verbaasde blikken van haar twee collega’s ziet, legt ze het verder uit. “Hij heeft me voor deze week een vrijstelling gegeven. Dan moet ik beslissen of ik hier wil blijven, op zijn voorwaarden, of niet en dan krijg ik een positieve referentie mee.”

“En wat ga je doen?” vraagt Sandra.

Lieze haalt haar schouders op. “Geen idee,” zegt ze naar waarheid.

“Zou je hier echt weg willen?” vraagt Tine stil.

“Misschien.” Ze twijfelt even. “Vinden jullie het nooit erg om zo geslagen te worden? En … Die vernedering. En de pijn.” Ze kijkt strak naar haar computerscherm terwijl ze de woorden uitspreekt. “Ik bedoel, Sandra, je kunt nauwelijks zitten nu, dat is toch niet normaal!” zegt ze dan fel. “Wil je dit echt?” Nu kijkt ze Sandra wel aan, agressief bijna.

“Ja, dit wil ik echt,” zegt Sandra rustig.

Lieze kijkt haar verbouwereerd aan. “Maar waarom dan? Heb je het geld nodig? Ik weet dat het moeilijk is om ander werk te vinden, geloof me, dat weet ik heel goed, maar … Is dit het waard?”

“Nee, het gaat me niet om het geld, of de job,” antwoordt Sandra. “Ik bedoel, ja, het verdient goed en ik vind het werk leuk, maar ik vind het ook … Sja, leuk is niet bepaald het woord.” Ze grijnst even. “Maar ik vind het … goed.”

“Het is heel bevrijdend,” valt Tine haar bij. “Je mag fouten maken zonder dat ze je wekenlang blijven achtervolgen. Of zonder dat je ontslagen wordt.” Ze kijkt Sandra veelbetekenend aan. Die rilt even.

“Precies,” zegt ze. “Wat ik deed, dat verkeerde document doorsturen, dat was echt een hele grote fout. Dat mag niet gebeuren, nooit. Bij een ander bedrijf was ik vast ontslagen, en dan had ik echt geen werk meer gevonden. Hier kreeg ik gewoon een pak slaag en nu is het voorbij, kan ik verder, krijg ik een nieuwe kans.”

Lieze twijfelt. Dat klinkt wel heel makkelijk.

“Het doet wel verdomde pijn hoor,” verzekert Sandra haar. “Geloof me, ik ga de komende tijd extreem goed opletten om geen fouten meer te maken. Dit gebeurt me geen tweede keer. En dat weet Mark ook.”

“Het werkt gewoon,” vult Tine aan.

“Ik … Ik weet niet ….” Liezes hoofd tolt nu nog meer. Haar collega’s willen dit echt. Zijn hier uit vrije wil. Laten zich slaan uit vrije wil. En zij dan? Moet zij dat dan zomaar ook willen? Wat als ze het niet wil? Dan krijgt ze een mooie referentie mee. Maar wil ze hier wel weg? Ondanks alles voelt ze zich hier goed. Het werk is leuk, de collega’s zijn tof … Alleen Mark … Als die er nu eens niet was geweest. Of als hij niet zo’n ouderwetse visie op discipline had gehad. Maar dan was de sfeer hier vast ook helemaal anders geweest, bedenkt ze. Of niet?

Ze weet het gewoon niet. Ze weet het echt niet.

“Denk er even over na,” adviseert Tine haar. “Het is in het begin niet gemakkelijk, dat is het voor niemand.”

“Jullie lijken het zo normaal te vinden,” werpt Lieze tegen.

“Wij zijn hier al lang, wij zijn het gewend. We hebben al de tijd gehad om te bedenken dat dit is wat we willen. Jij bent hier nog maar net.”

Maar tegen het einde van de week zou ze een beslissing moeten maken. In elk geval is ze voorlopig even veilig. Zij zal niet geslagen worden. Hoe moet dat dan als ze een fout maakt, vraagt ze zich plots bezorgd af. Wordt ze dan toch ontslagen? De schrik slaat haar om het hart. Nee, ze mag geen fouten maken. Aandachtig staart ze naar het scherm, probeert alle andere gedachten uit te bannen om zich op haar werk te richten. Maar in haar achterhoofd woedt de strijd tussen de twee stemmetjes voort.

De volgende dag gaat ze om 14 u. samen met de anderen naar de teammeeting. Ze heeft  geen idee wat ze moet verwachten. Mark heeft gezegd dat hij haar niet zal slaan, maar geldt dat ook voor de teammeeting? Ze vindt het maar een ongemakkelijke situatie. Waar ze vorige week het gevoel had er helemaal bij te horen, lijken de anderen nu op eierschalen te lopen in haar buurt. Gesprekken, die waarschijnlijk over zere billen of grappige situaties die daartoe kunnen leiden, gaan, worden abrupt afgesproken als ze binnen gehoorsafstand komt. Ze mist het, het gevoel van samenhorigheid, de bijna ondeugende sfeer tussen de meiden, het “samenspannen” tegen Mark, de gefluisterde waarschuwingen als hij hun richting uit komt … Ze kan er niet om heen: ze voelt zich buitengesloten.

Tijdens de teammeeting zegt ze niet zoveel. Als nieuweling heeft ze nog niet veel in te brengen in de lopende campagnes. Ze luistert vooral en probeert er wat van op te steken. Toch glijden haar gedachten steeds af. Maar als het eindelijk tijd is voor het rituele einde van de vergadering, weet ze niet wat ze moet doen. Toch maar haar broek uittrekken en mee doen met de rest? Dan hoort ze er weer bij … Maar Mark is haar voor. “Lieze, ga maar terug aan het werk, je collega’s volgen zo dadelijk.”

Zonder iets te zeggen knikt ze, en maakt ze zich uit de voeten. Ze is opgelucht dat de vernedering en de pijn haar bespaard blijven, maar een klein stemmetje zegt haar dat ze ook teleurgesteld is, dat het net wel iets heeft om zo als groep, samen, je billen te ontbloten en dat de pijn een niet-onaangename gloed gaf. Ze legt het snel het zwijgen op.

Achter haar computer hoort ze telkens drie slagen, het geluid van leer op vlees, dan even een pauze en dan weer drie slagen. Ze ziet voor zich hoe haar collega’s nu allemaal samen rond de tafel zitten en herinnert zich hoe Tine en Sandra vorige week haar handen hadden vastgenomen, om haar te steunen. Ze had zich vernederd en in de war gevoeld om wat er gebeurde, maar ook gesteund, beseft ze nu, nu ze hier helemaal alleen achter haar bureau zit.

Gisterenavond, na haar gesprek met Mark, heeft ze wat vacatures opgezocht, maar ze vond niets wat er ook maar enigszins interessant uit zag. Zelfs met een goede referentie moet er eerst een vacature zijn eer ze wordt aangenomen. Of zou ze wat spontane sollicitaties kunnen versturen? Ja, dat moet ze maar doen. De sfeer hier is belabberd, ze wil zo snel mogelijk weg.

“Het is je eigen schuld dat de sfeer zo slecht is, je hebt het aan jezelf te danken dat je er niet meer bij hoort,” zegt het stemmetje dat ze niet wil horen.

“Het is nu toch te laat,” antwoordt ze, bijna hardop.

“Nee hoor, je kunt je excuses aanbieden bij Mark, hij vergeeft het je vast wel.

“Niet zonder …”

“En zou dat dan zo erg zijn?”

Ze zucht. Ze weet het allemaal niet meer.

Even later komen Tine en Sandra samen terug.

“Hoe was het?” wil Lieze vragen, maar ze durft niet. Ze trekt zich terug achter de isolerende muur die ze zelf heeft opgebouwd.

Voor de zoveelste keer kijkt ze op de klok. Nog 37 minuten voor ze naar huis kan. Dat is te lang. Ze wil weg, uit de verstikkende sfeer die hier hangt. Ze staat op en loopt snel naar het toilet. Met beide handen leunt ze op de wastafel. Twee grote ogen omrand met blauwe kringen na een slapeloze nacht staren haar wanhopig aan. Ze draait de kraan open en vormt een kommetje met haar handen. Daar vangt ze wat water in op, dat ze vervolgens in haar gezicht plenst.

Ze schrikt op als de deur openzwaait. Elke stapt naar binnen en blijft dan staan. Verdorie … Het was niet de bedoeling dat iemand haar zo zag. Zeker aangezien iedereen haar zoveel mogelijk lijkt te vermijden. “Ik ga al,” mompelt ze dus maar.

“Gaat het wel?” vraagt Elke, terwijl ze de weg naar buiten versperd.

Lieze knikt. “Ja,” zegt ze. “Nee.” Ze zwijgt even. “Ik weet het niet,” geeft ze dan toe.

“Komt het door …” Elke aarzelt even. “Je gesprek met Mark?”

O nee, ze wil hier echt niet over praten. Niet met Elke. Als er iemand is die volledig meegaat in Marks praatjes, die zelfs naar slaag op zoek gaat, is het Elke wel.

“Ik snap het gewoon niet,” barst ze ondanks zichzelf los. “Waarom blijven jullie hier werken?” Elke doet haar mond open, maar Lieze geeft haar niet de kans om iets te zeggen. “Ja ja, ik ken het verhaaltje intussen: jullie willen het zelf, vinden het fijn. Gehersenspoeld, dat zijn jullie!”

“Vind je het zelf niet fijn dan?” vraagt Elke.

Lieze schudt haar hoofd.

“Weet je dat zeker?” vraagt Elke. “Ook niet een heel klein beetje, heel heel heel diep van binnen? In je diepste binnenste, waar je het niemand zou toegeven, ook jezelf niet?”

Lieze opent haar mond, maar er komt niets uit. Zou het?

“Maar … Hoe kan dat? Waarom zou je dat leuk vinden?”

“Er zit een heel chemisch verhaal achter, iets met allemaal fijne stofjes die vrijkomen. Endorfines, oxytocines, weet ik het. Maar om het simpeler te zeggen is het ook gewoon heel veilig.”

“Elk moment van de dag geslagen kunnen worden, op je blote billen dan nog, lijkt me niet zo veilig,” countert Lieze.

“En toch is het dat. Want uiteindelijk is het ‘maar’ een pak slaag. Halfuurtje op je tanden bijten en het is klaar. Beter dat dan een half jaar naar ander werk moeten zoeken, toch?”

“Vind je het dan echt niet erg? Vernederend?”

“Natuurlijk is het vernederend, maar het hoort er gewoon bij. En het is vernederend op een goeie manier.”

Dat snapt Lieze niet.

“Het is vernederend, maar Mark zou ons nooit belachelijk maken. Hij heeft eigenlijk heel veel respect voor ons en voor ons werk.”

“Ja, zoiets zei hij al,” mompelt Lieze. “Dat hij vindt dat ik veel potentieel heb.” Ze bloost.

“Zie je wel,” zegt Elke. “En dat potentieel wil hij ten volle benutten. Hij wil het beste in ons naar boven halen. En geloof me, na zo’n pak slaag als wat Sandra heeft gehad, zal ze niet meteen weer zo in de fout gaan en héél goed op haar tellen letten. Zal ze beter worden.”

“Ja maar, en jij dan?” vraagt Lieze opeens. “Jij wordt toch vaak geslagen voor kleine dingen? Die helemaal niet zo erg zijn?”

Elke haalt haar schouders op. “Ik heb het gewoon af en toe nodig, het helpt me om mijn focus te behouden. Mark weet dat ook. Dus liever dan wachten tot ik een fout maak, doe ik af en toe iets brutaals of maak ik een bijdehante opmerking. Dat is voor Mark het signaal dat mijn concentratie aan het verslappen is en dat ik even wat motivatie kan gebruiken. Ik zou er ook gewoon om kunnen vragen, maar dit is grappiger,” merkt ze ondeugend op.

Lieze kan het niet helpen, maar ze grijnst. Plots wordt ze weer ernstig. “En die teammeetings dan?”

“Dat gaat om het ritueel,” legt Elke uit. “Het versterkt de samenhorigheid tussen ons, als team. Dat heb je vast zelf ook gemerkt.” Met tegenzin knikt Lieze. Ja, dat heeft ze zeker gemerkt. Vooral nu zij er niet meer bij hoort. “En veel pijn doet het niet, die drie slagen met zijn riem.”

Dat klopt. “Je vond het zelfs fijn,” zegt het stemmetje in haar binnenste dat ze niet wil horen.

“Daarom kun je hier niet blijven werken als je er niet aan mee doet,” gaat Elke genadeloos verder. “Want dan ben je geen deel van het team, niet echt.”

“Dat weet ik,” fluistert Lieze. De tranen staan haar in de ogen. Ze hoopt maar dat Elke het niet ziet.

Plots zet Elke een stap naar voren en slaat ze haar armen om Lieze heen.

“Ik weet dat het veel is,” zegt ze. “In het begin had ik het er ook moeilijk mee. Maar ik denk dat jij al weet welke keuze je moet maken, alleen moet je dat nog van jezelf aanvaarden.”

Dan laat ze Lieze los en loopt ze door de deur naar buiten. Lieze blijft alleen achter en staart naar haar spiegelbeeld.

Geef een antwoord