Lana sloeg met haar kussen op de wekker, waardoor het schrille piepen abrupt ophield. Ze rekte zich uit en sleepte zichzelf met een kreun van tegenzin uit bed en liep naar de badkamer. Haar billen waren nog steeds een beetje rood en er zaten twee wat blauwe plekken op haar linker bil. Het zag er echter niet zo erg uit als ze verwacht had, na twee keer een pak op haar bips de vorige avond.

Het warme water van de douche ontspande de spieren van haar rug, terwijl de zoete pijn in haar billen de herinnering aan de vorige avond weer opfriste. Na een heerlijke maaltijd van gebakken zalm en een gemixte salade, had Adam haar de rest van het huis laten zien, van de zes slaapkamers op de bovenverdieping tot de donkere, vochtige kelder. Wat haar nog het meest helder voor de geest stond, was een korte blik op de zolder en de inrichting van de slaapkamer van zijn overgrootmoeder.

Een blik in de badkamer stond haar nog helder voor de geest; een prachtig mooi mahonie badmeubel waarvan het blad met ingelegde ivoren patronen, precies bij de gordijnen paste die zorgden voor een gedimd licht. Adam had een grote houten haarborstel van het meubel gepakt en deze voorzichtig door haar lange zijdeachtige haar gehaald. Ze hadden naar zichzelf in de spiegel gekeken. Adam had Lana, die daar helemaal geen zin in had, met zich mee getrokken om de rest van de verdieping te gaan bekijken.

Hij had het goed gevonden dat ze een snelle blik op de zolder zouden werpen. Ze deed haar best zo neutraal mogelijk over te komen, maar haar hart ging als een bezetene tekeer terwijl ze de trap opliepen, die achter een deur op de tweede verdieping verstopt zat. Boven was een vierkant halletje waar vier smalle deuren op uitkwamen die toegang gaven tot de vertrekken van het personeel en een grote die toegang gaf tot de grote zolder. Lana kon een kreet van verrassing niet onderdrukken toen Adam die laatste deur opende en een enorme ruimte onthulde – Het dak was minstens vier meter hoog en de balken liepen tot op het tachtig vierkante meter vloeroppervlak. De helft van de vloer lag bedekt met allerlei oude schatten – veelal meubilair, dozen en kisten. De rest was groot genoeg om een dansfeest te organiseren. De maan had door het dakvenster naar binnen geschenen en weerkaatste op de witte lakens die de meeste attributen aan het oog onttrokken. Terwijl Lana nog verbaasd om zich heen keek, had Adam haar in haar hand geknepen. Ze had zich omgedraaid en hem lachend aangekeken.

‘Laten we naar de kelder gaan!’, opperde ze en draaide zich om en fladderde de trap af.

‘Is het te eng hierboven?’, grijnsde Adam, terwijl hij haar volgde.

‘Nee! Ik ben niet zo’n bangerik’, lachte ze terug, met een stem die eerder opwinding dan angst verried.

Er ging een golf van schuldgevoel door haar heen toen ze conditioner door haar haren deed. Waarom had ze hem niet gevraagd of hij daar boven eens met haar op ontdekkingstocht wilde gaan? Waarom had ze het voorgedaan alsof het haar niets kon schelen? Lana spoelde haar haren uit en verpakte ze vervolgens in een tulband van een handdoek, deed haar ochtendjas aan en verliet de badkamer.

Ze wist het antwoord al. De kans dat hij haar één stap op de zolder zou laten zetten voordat deze gerenoveerd was, was nul. Maar ze wilde het heel graag. Zo graag dat ze het tegen zijn wil zou doen. De zolder, die gevuld was met allemaal geheimzinnige zaken uit lang vervlogen tijden,  trok haar als een magneet aan. Het was niet logisch te verklaren, er klopte niets van, maar het ergste van alles; het zou geen impulsieve daad zijn. Het zou met voorbedachten rade zijn. Toen ze in de spiegel keek, stond haar niet aan wat ze zag. Ze hield zichzelf voor dat ze nooit zonder hem naar de zolder zou gaan. Onder geen voorwaarde zou ze zelfs de toegangsdeur open doen. Lana maakte de tulband los en liet haar vochtige haar op haar rug hangen en deed haar ondergoed aan. Ze zou het best aan Adam kunnen vragen of hij de deur op slot wilde draaien, dacht ze en moest lachen toen ze zich probeerde voor te stellen hoe hij zou reageren op een dergelijk verzoek.

Een blik op haar horloge maande haar tot actie. Snel trok een wit stretchjurkje aan en trok een paar gemakkelijke schoenen aan. Vervolgens schoot ze in haar jas, greep haar tasje en haastte zich naar haar auto.

Op weg naar het huis van Adam, herinnerde zich de korte rondleiding door de kelder. Net zo groot als de zolder, maar daar eindigde meteen elke vergelijking. Het was er naar haar mening donker, vochtig en een beetje eng. Adam leidde haar over de gescheurde cementen vloer, her en der bukkend om te voorkomen dat hij zijn hoofd tegen de balken zou stoten. Zij bleef in de buurt van de trap en maakte een luchtsprong bij het geringste geluid. Hij moest lachen om haar nervositeit en leidde haar weer naar boven, terwijl hij haar geruststellend op haar rug klopte. Ze kon het ongemakkelijke gevoel niet kwijtraken totdat hij haar een paar minuten later een afscheidskus gaf. De kus was gepassioneerd, het zou alle sneeuw van de Mount Everest hebben doen smelten.

Lana draaide de laatste bocht in van de oprijlaan van Adam en voelde een huivering door zich heen gaan toen haar oog naar het zolderraam getrokken werd. Ze reed langzaam door en stelde zich voor hoe de overgrootmoeder van Adam daar in de weer was haar spullen op te slaan. Ze pakte de dozen in die door latere generaties herontdekt zouden worden.

Ze zag niet hoe een witte kat vlak voor haar auto de oprit overstak, tot het bijna te laat was. De remmen piepten toen ze hard op het pedaal trapte en ze voelde hoe de veiligheidsgordel zich om haar lichaam verstrakte. Toen ze over het dashboard gluurde zag ze tot haar opluchting dat de kat ongedeerd de bosjes inschoot. Met een zucht van verlichting reed ze verder richting huis. Ze zette de versnelling in de vrij om vervolgens geconfronteerd te worden met het boze gezicht van Adam, toen die het portier openrukte.

‘Wat is er toch met je aan de hand?’, gromde hij, ‘lette je eigenlijk wel op de weg?’

‘Sorry’, mompelde ze, en voelde hoe ze een kleur kreeg. ‘Ik was even ver weg met mijn gedachten’.

‘Doe je dat wel vaker als je achter het stuur zit?’

Lana schudde haar hoofd. ‘Ik heb de kat niet geraakt’, verontschuldigde ze zich terwijl haar blik op het dashboard gevestigd was.

‘Goed, dan zullen we dus maar zeggen dat hij een van zijn levens verbruikt heeft! Die kat is van het buurmeisje. Ze zou ontroostbaar geweest zijn als je hem aangereden had. Maar ik maak me meer zorgen dat je niet op zit te letten als je achter het stuur zit. Wat als je in het drukke verkeer weggedroomd was? Of op de snelweg?’

Hoewel ze wel wist dat ze fout zat, bleef Lana boos omdat hij haar op haar nummer gezet had. Ze kneep haar ogen samen en keek hem aan. ‘Waarom schreeuw je tegen me?’

‘Omdat je me dood hebt laten schrikken!’

X-O-X-o-x-o-X-O-X

Lana zette grote ogen op bij het horen van zijn woorden. ‘Echt waar?’

‘Misschien moet ik je vertellen wat ik gezien heb’. De toon van Adam werd wat rustig, maar klonk nog steeds ijzig. ‘Ik stond op de veranda te wachten, toen ik de kat het grasveld over zag steken. Ik kon hem over een afstand van tweehonderd meter aan zien komen, omdat ie spierwit is en dus heel erg opvalt, of het moet al in een sneeuwstorm zijn! Vervolgens zag ik jou de hoek om komen. Ik maakte me niet druk, want je reed vrij langzaam en je had alle tijd om die witte vlek aan te zien komen. Toen de kat de oprit naderde, dacht ik nog, nu gaat ze wel op de rem staan. Kan nog makkelijk. Ze heeft nog alle tijd. Toen zag ik hoe je naar mijn dak staarde! Tegen de tijd dat je uiteindelijk op de rem ging staan, had ik de kat al afgeschreven!’

‘OK, OK. Ik snap het’. Lana zette de versnelling in de vooruit en moest zich erg inhouden om niet terug te gaan schreeuwen. ‘We moeten gaan, anders komen we te laat’.

Verrassend genoeg deed Adam de veiligheidsriem om en keek strak voor zich uit terwijl zij voorzichtig naar de weg reed. De hele weg naar het werk voelde Lana zich een lesrijder die naast een instructeur zat die haar rijkunsten beoordeelde. Maar Adam zei geen woord, het bleef stil in de auto totdat ze het parkeerterrein van de kliniek opreed.

‘Lana’, hoorde ze Adam kalm, maar met een strenge ondertoon zeggen, ‘Na het werk ga ik je een pak op blote bips geven, waar de vonken vanaf vliegen. Dat is beloofd’.

Ze deed haar mond open om te protesteren, maar hij legde een hand op haar mond.

‘Heb het lef niet om me tegen te spreken. Ik ben van plan ervoor te zorgen dat je nooit weer achter het stuur gaat zitten dromen’. Met deze woorden deed hij het portier open, stapte uit en wachtte op haar om samen het parkeerterrein af te lopen.

Lana slikte haar commentaar in en stapte uit. Ze keek Adam niet aan, bang dat ze hem voor alles wat mooi en lelijk is zou maken als ze dit wel zou doen. Eenmaal binnen, borg ze haar spullen op, deed haar witte jas aan en dwong zichzelf aan de dagelijkse routine te beginnen. Maar iedere keer dat ze aan de ‘belofte’ van Adam dacht, voelde een mengeling van angst en verlangen.

Wat echter behoorlijk irritant was, was dat Adam zich nogal op zijn gemak leek te voelen. Hij maakte grapjes met de andere verpleegkundigen en deed joviaal tegen de patiënten. Hij leek een heel ander mens te zijn. En Elaine knipoogde iedere keer tegen haar als ze door de hal liep, alsof ze wist dat het stralende humeur van Adam het werk van Lana was! Elaine moest eens weten, dacht Lana terwijl ze haar maag samen voelde trekken. Tegen de lunchpauze was ze zo gespannen dat ze een heel blad met steriele verbanden op de grond liet vallen, zodat alles weggegooid kon worden.

Ze maakte een luchtsprong van schrik toen Adam zijn hoofd om de hoek van de deur stak om te vragen of ze met hem ging lunchen. Toen ze buiten waren, pakte hij haar bij haar hand en hield haar stevig beet tijdens de wandeling naar het restaurantje. Ondanks een hoofd vol emoties, voelde ze een korte triomf toen de vaste serveerster zag hoe ze naast elkaar zaten en elkaars hand vasthielden. Haar gezicht gloeide letterlijk van jaloezie. Lana zette haar liefste glimlach op toen zij haar de menukaart gaf. Impulsief bestelde Lana alleen maar een salade, om tenminste nog een ding goed te doen bij Adam.

Toen de serveerster vertrokken was keerde de angst echter in volle omvang terug op het gezicht van Lana. Ze was zich maar al te bewust van de nabijheid van Adam, de geur van zijn haar, het zachte wrijven van zijn duim over haar handpalm en de warmte die van zijn bovenbeen afstraalde op de hare.

‘Lana, ik ga ja vanavond niet straffen’.

Lana had in haar glas water zitten staren, maar haar blik schoot nu naar Adam. ‘N..niet?’

‘Nee. Je bent op van de zenuwen. Dat komt omdat ik gezegd heb dat ik je vanavond een pak op je billen ga geven, of niet?’

Ze knikte en haar ogen vulden zich met tranen van opluchting. Ze pakte een servet om ze weg te deppen.

‘Het spijt me. Ik wist niet dat het je zo aan zou grijpen’.

‘Dat wist ik ook niet’, bracht ze uit en glimlachte naar hem. ‘Maar…’, haar glimlach vervaagde, ‘Waarom was je vanochtend zo vrolijk? Verheugde je je erop?’

‘Nee, ik probeerde mezelf op te vrolijken. Maar dat lukte niet. Het was helemaal niet leuk om toe te kijken hoe jij aan het lijden was’.

Lana zou het liefst haar armen om zijn nek geslagen hebben, maar had het lef niet om dit in een openbare gelegenheid te doen. Ze kneep even stevig in zijn hand. ‘Dank je wel’.

Adam schudde zijn hoofd. ‘Je hoeft me niet te bedanken – ik heb je al behoorlijk gestraft, maar wel op een andere manier dan de bedoeling was’.

‘Ik denk dat je gelijk hebt’.

‘Ik zal me deze keer niet aan mijn belofte houden door je geen pak slaag te geven, maar dat zal ik nooit weer doen’.

‘Wat doe je nooit weer?’

‘Mijn belofte breken’.

‘Oh, maar ik vind het niet erg hoor, dat je deze belofte breekt! Echt waar niet’.

‘Maar ik wil dat je ervan op aan kunt dat ik doe wat ik zeg’.

‘Ik weet dat ik dat kan, hoor!’

‘OK’, lachte hij en zijn groene ogen schitterden. Toen werd zijn gezichtsuitdrukking weer bezorgd en hij vroeg, ‘Zou je me willen beloven dat je nooit weer achter het stuur gaat zitten dagdromen?’

‘Ja!’

‘Autorijden is een verantwoordelijke bezigheid. Het lijkt er soms wel op; hoe langer mensen autorijden, hoe sneller ze geneigd zijn dat te vergeten. Ze rijden teveel op de automatische piloot en letten niet meer op wat ze doen’.

‘Ik weet het’. Lana voelde zich weer als de lesrijder toen Adam de principes van veilig rijden aan haar uit begon te leggen. Toen hun eten arriveerde, slaakte ze een zucht van verlichting, pakte haar vork en prikte er een kerstomaatje aan. Ze aten zwijgend en genoten van elkaars aanwezigheid.

Terug in de kliniek verliep de dag een stuk prettiger voor Lana, die nu grapjes maakte met Elaine en deed kleine dingen die Adam op zijn zenuwen werkten. Hoewel ze enorm opgelucht was dat hij het pak slaag had laten vallen, voelde ze zich diep in haar hart ook een beetje teleurgesteld, maar wilde hier niet teveel aan denken. In plaats daarvan daagde ze hem uit door haar suikerzakjes en melkcupjes te laten slingeren, draaide ze de kraan van de wastafel van de onderzoekskamer niet goed dicht, schreef een aantal memootjes die zo goed als niet te lezen waren en liet een paar dossiers op het bureau liggen in plaats van ze terug te hangen in de dossierkast. Van die kleine onbetekende dingen waarvan ze wist dat hij zich eraan zou ergeren. Ze nam niet eens de moeite om erbij stil te staan waarom ze het eigenlijk deed omdat ze daar geen zorgen meer over maakte.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

Laat in de middag, keek Lana toevallig door het raam van de behandelkamer waar Cora met Steven aan de slag was en hem aanleerde hoe hij het beste met zijn ziekte kon omgaan. Hij was vandaag zwaar verkouden binnen gekomen en Adam had samen met een neusspray een antibioticum voorgeschreven om opkomende ontstekingen geen kans te geven. Cora las hem hardop uit een folder voor, maar zelfs op grote afstand kon Lana zien dat het gezicht van Steven opgezwollen en vlekkerig was, en dat hij zijn ogen stijf dichtkneep. Gealarmeerd klopte Lana op de deur van de behandelkamer en liep zonder een antwoord af te wachten naar binnen.

Steven keek op en zei met schorre stem ‘mijn handen jeuken’. Hij ademde zwaar en Lana zag hoe hij opgezwollen rode en opgezwollen plekken in zijn gezicht en nek had.

‘Cora!’, riep ze, ‘Ga een injectie antihistaminicum halen!’

Cora keek op, haar gezichtsuitdrukking stond neutraal. Lana draaide zich weer naar de deur en rukte deze open en schreeuwde de hal in. ‘WIL IEMAND DR. HAYES HIER ONMIDDELLIJK NAAR TOE STUREN! ELAINE! WIL IEMAND EEN ANTIHISTAMINICUM BRENGEN EN DE KAR VOOR NOODGEVALLEN!’

Lana greep de geschrokken Steven, rukte de boordknoop van zijn overhemd los, die hem inmiddels bijna verwurgde en liet hem op de behandeltafel liggen. Elaine kwam binnenrennen met de antihistaminicum.

Lana pakte het aan, en zei ‘Houd vol, Steven’, trok het dopje van de spuit en prikte de naald dwars door zijn spijkerbroek heen. Ze drukte de vloeistof naar binnen, terwijl Elaine de manchet van het bloeddrukapparaat om zijn arm schoof. Toen ze de naald eruit trok, zei Lana, ‘Zou je me die handdoek willen geven, Cora?’ Maar Cora stond als aan de grond genageld bij het bureau en was niet in staat zich te bewegen. Lana deed haar witte jas uit en drukte deze tegen het been van Steven en begon deze te masseren. Ze had geen handschoenen aan en er werd ter hoogte van de injectie al een bloedvlek in zijn broek zichtbaar.

De dokter kwam de hal doorrennen, schoot de hoek om en botste bijna tegen Sarah die de kar voor noodgevallen voortduwde.

‘Een allergische reactie’, liet Lana luid en duidelijk weten, toen hij om de kar heen stapte. ‘Heb net antihistaminicum gegeven. Hij ademt nog wel, maar moeizaam’.

‘Bloeddruk is 90 om 64, pols is 104, onregelmatig’, zei Elaine die een stethoscoop op de borst van Steven gedrukt hield. ‘De bronchiën vertonen een kramptoestand.

Lana pakte het versleten spijkerjasje van Steven en rolde het op om het onder zijn enkels te schuiven om zijn voeten omhoog te brengen. Onwillekeurig dacht ze dat het wel een heel dun jasje was om met dit gure weer te dragen.

‘Ik kan niet slikken’, piepte Steven, die door de jeuk zijn handen tegen elkaar wreef.

Dr. Hayes onderzocht als de weerga de keel van Steven. Hij scheen met een klein lampje naar binnen. ‘Geef me de laryngoscoop eens aan’, zei hij, en Lana rende naar het karretje. Hij luisterde aan zijn borst en schudde zijn hoofd. ‘Hij reageert niet snel genoeg. Hoelang geleden traden de eerste symptomen op? En hoelang is het geleden dat je hem de antihistaminicum gegeven hebt? Bel een ambulance! Zeg dat hij het bewustzijn dreigt te verliezen’.

Cora werd uiteindelijk uit haar droomtoestand wakker, rende naar de telefoon en belde 112

‘Het is nog geen twee minuten geleden dat ik hem de injectie gegeven heb’, antwoordde Lana, en scheurde de verpakking om de laryngoscoop vandaan en gaf deze aan Adam. ‘Ik heb geen idee wanneer de eerste symptomen zijn begonnen. Hij was al helemaal opgezet en ademde moeilijk toen ik hier binnenkwam.

‘Dien hem zuurstof toe, Lana. Wie was er dan bij hem?’, baste dr. Hayes. Vervolgens richtte hij zich tot Steven,

‘Steven, ik doe je hoofd een beetje achterover. Ik schuif dit ding in je mond, om in je keel te kunnen kijken. Zou je door je mond willen ademen? Had je niet gezegd dat je allergisch was voor bepaalde medicijnen. Heb je ooit eerder antibiotica gehad?’

‘Uh-uh’, raspte Steven, waarmee hij ‘nee’ probeerde te zeggen.

‘Cora was hier’, antwoordde Lana, net op het moment dat de verpleegster in kwestie de telefoon ophing. Lana pakte de zuurstof en sloot die aan.

‘Ze zijn onderweg’, zei Cora. Ze had een hoofd als een boei.

‘Bloeddruk is 86 om 54, pols 120’, zei Elaine luid.

Lana draaide een spanband om de bovenarm van Steven. ‘Steven, je moet je arm een beetje ontspannen proberen te houden!’ Ze trok zijn handen uit elkaar, hetgeen niet meeviel. Ze hoorden Steven kokhalzen en proberen te hoesten toen de dokter zijn tong met een spatel die aan de scope zat, aan de kant duwde. Hij duwde de scoop niet ver naar binnen, maar net ver genoeg om te kunnen zien wat er aan de hand was.

Dr, Hayes trok hem terug, legde het hoofd van Steven weer goed en zei, ‘Er zit een kleine vochtophoping, maar het is niet levensbedreigend, althans nog niet’.

Lana duwde met succes een naald voor een infuus in de ader van Stevens arm en plakte deze af. ‘Gelukkig heb ik vijf jaar ervaring met het maken van noodintubaties’, mompelde Adam, niet specifiek tegen iemand gericht en baste vervolgens, ‘Cora, ga een infuuszak met een fysiologische zoutoplossing halen’. Hij draaide zich om naar de kar en pakte er twee verpakkingen af, een slangetje voor de zuurstof en een neustube. Hij scheurde de verpakkingen open en klikte het ene uiteinde van het slangetje vast aan het zuurstofapparaat die in deze behandelkamer altijd klaar stond en de andere kant aan de neustube. Hij stelde het zuurstofapparaat in op 6 liter per minuut en plaatste het geheel in de neus van Steven en maakte de elastieken vast achter diens oren. ‘Rook je?’, vroeg hij Steven, die nee schudde. Toen pakte hij de zuurstofmeter van het karretje, schoof deze over de middelvinger van Steven en zette het apparaat aan. ‘Vierennegentig’, zei hij een paar seconde later en voegde daar aan toe, ‘maar ik weet niet hoe betrouwbaar dat is nu zijn handen zo gezwollen zijn’.

X-O-X-o-x-o-X-O-X

Ondertussen, rommelde Cora door de spulletjes op de kar, pakte een zak fysiologische zoutoplossing en gaf die aan Lana, die een infuusstandaard aanschoof om hem daaraan op te kunnen hangen. Ze koppelde het slangetje aan de naald die in de arm van Steven stak. ‘Hij staat afgesteld op 10 druppels per cc. Wil je een snelheid van 125?’, vroeg ze de dokter, die even naar het met zweet doordrenkte gezicht van Steven keek en zijn hoofd schudde.

‘Ik wil die liter in twintig minuten naar binnen. Je moet om dit te bereiken, de druppelsnelheid flink hoog zetten en er verder goed op blijven letten. Elaine, blijf de vitale functies iedere twee minuten meten. Verder hoop ik dat de ambulance hier is voor alles binnen is’.

Lana zette het infuus aan, terwijl Elaine een thermometer onder de tong van Steven schoof.

Dr. Hayes deed zijn stethoscoop in en luisterde op verschillende plekken op de borstkas en luisterde naar hart en longen. Het was doodstil in de kamer, behalve de zware ademhaling van Steven.

De blik van Lana ontmoette die van Adam, en ze voelde een grote verbondenheid met hem. Deze was een ogenblik later weer verdwenen toen hij zei, ‘Ik ga zijn luchtpijp nog een keer controleren’.

‘Bloeddruk 92 om 60. Temperatuur 37.8’, zei Elaine luid en duidelijk en iedereen glimlachte, terwijl ze met hun eigen taken verder gingen. ‘Hartslag is 200. Hij trilt wat, maar ademt een stuk gemakkelijker’.

Adam keek nog een keer in de luchtpijp van Steven, toen de jongeman plotseling omhoog schoot. ‘Ik moet overgeven’, schreeuwde hij, en Lana greep een plastic zak en hield hem die net op tijd voor om het op te kunnen vangen. Toen hoorden ze buiten  een sirene en rende Cora door de deur de hal in. Lana maakte hem zo goed en kwaad als dat ging schoon met wat papieren handdoekjes. Toen stormde het ambulancepersoneel naar binnen met een brancard. Nadat de nodige informatie uitgewisseld was, werd Steven overgeladen op de brancard, terwijl zuurstof en infuus gewoon aangesloten bleven. Zijn bloeddruk was geklommen tot 110 om 76 toen ze hem naar de gereedstaande ambulance reden.

‘Naar mijn kantoor’, zei dr. Hayes bars tegen de drie verpleegsters, die net begonnen waren de behandelkamer schoon te maken. Het zag eruit alsof er een oorlog gewoed had, met plastic verpakkingsmateriaal, papieren handdoekjes en overal medische apparatuur. ‘Willen jullie twee het hier even opruimen vroeg hij aan twee verpleegkundigen die in de hal stonden’. Ze hadden zich tijdens de hele toestand afzijdig gehouden om niemand voor de voeten te lopen.

Lana gaf Cora een bemoedigende blik toen ze met zijn allen door de hal liepen, terwijl de dokter achter hen aan liep. Ze kon er niets aan doen dat ze zich de oudere verpleegkundige over de knie van Adam voorstelde, terwijl ze een ongenadig pak op haar blote bips kreeg. Ze moest haar best doen om niet te hoeven lachen en bedacht zich dat ze nu wel hele gekke dingen zag. De ultrakorte nacht begon zijn tol te vragen.  

Toen ze op haar horloge keek, besefte Lana zich dat er nog maar een kwartier verstreken was voor ze voor het eerst de allergische reactie bij Steven opgemerkt had! Zij en Elaine stonden samen tegen de muur van het kantoor geleund, terwijl Cora op het ‘beschuldigdenbankje’, zoals Lana het noemde, voor het bureau van de dokter zat.

Dr. Hayes liep langs hen en liet zich in zijn stoel neerploffen. Hij leunde achterover, deed zijn ogen even dicht, kennelijk om nieuwe energie op te doen, ging vervolgens rechtop zitten en keek Cora, die naar de grond keek, indringend aan.

‘Ik denk dat we ons er allemaal van bewust zijn dat Steven niet zo gigantisch gedereguleerd geraakt zou zijn als we sneller ingegrepen hadden!’, de ogen van de dokter priemden naar de andere kant van het bureau. ‘Waar was je in vredesnaam allemaal mee bezig Cora, zodat zijn reactie je ontgaan is, Cora?’

Het verbaasde niemand dat de vrouw in tranen uitbarstte. Daarna stamelde ze, ‘Ik…hij had al een rode kleur toen h-hij binnenkwam, e-en hij zag er ook een beetje o-o-opgezwollen uit omdat hij v-verkouden was. Toen hij begon te h-hoesten, was ik aan het v-voorlezen. Ik heb n-niet gemerkt dat er iets aan de hand was!’.

‘En Lana… hoe heb jij het ontdekt?’ Adam liet zijn blik naar haar glijden en keek haar onbedoeld streng aan. Ze knipperde met haar ogen van verrassing. Toen verzachtte zijn blik enigszins.

Ze schraapte haar keel en sprak met heldere stem. ‘Ik keek toevallig door het raam naar binnen. De vlekken in zijn gezicht spraken boekdelen’.

Dr. Hayes draaide zich weer naar Cora. ‘Dus – je hebt hem eigenlijk nooit goed bekeken?’

‘Ik ben bang van niet’, mompelde ze, terwijl ze langzaam weer bij zinnen kwam. ‘Nadat we zijn gaan zitten, ben ik gaan voorlezen. Af en toe gaf hij antwoord en een kwartiertje later kwam Lana binnen’.

De dokter leunde tegen het bureau en begon met zijn vingers op het houten oppervlak te trommelen.

‘Het is mijn schuld; ik neem de verantwoordelijkheid op me’, bood Cora aan. ‘Ik heb er gewoon niet aan gedacht om op hem te letten omdat hij op dat moment helemaal niet behandeld werd, of zo.

‘Hij had net voor het eerst een dosis antibiotica gekregen. Rechtvaardigt dat niet dat je hem in de gaten houdt?’

‘Hij had gezegd dat hij nergens allergisch voor was. Ik heb er niet aan gedacht hem in de gaten te houden’.

Dr. Hayes leunde weer achterover en deed zijn armen over elkaar. Lana kon niet voorkomen dat ze een golf van opwinding door zich heen voelde gaan toen ze zag hoe zijn biceps zich spanden. ‘Ik wil hier eerst even over nadenken voor ik een incidentenformulier ga invullen. Jullie kunnen allemaal gaan – maak jullie rapportages en als je daar mee klaar bent, kun je naar huis gaan’.

Alle verpleegsters liepen weg, maar de dokter riep Lana weer naar binnen. ‘Lana’, hij ging staan en greep in zijn zak naar zijn sleutels, ‘Ik ga nog even bij Steven in het ziekenhuis kijken als ik hier klaar ben. Ik hing aan de telefoon met de garage toen Elaine me riep om naar de behandelkamer te gaan. Mijn auto is klaar en die brengen ze straks hier’. Adam schoof één van zijn sleutels van de sleutelhanger af. ‘Zou jij alvast naar mijn huis willen gaan en een begin willen maken met het eten? Ik heb nog gemarineerde karbonades in de koelkast liggen en er liggen nog aardappelen die ik op had willen bakken. Ik ben waarschijnlijk nog wel een paar uur bezig. Je hebt het nummer van mijn mobiele telefoon, toch?’

Lana knikte alleen maar en pakte de sleutel aan. Hun ogen ontmoetten elkaar en er ontstond zonder dat ze een woord met elkaar wisselden een afspraak tussen beiden. Ze zouden elkaar later weer ontmoetten. Ze verliet het kantoor en de sleutel brandde bijna in haar hand – de sleutel die toegaf aan alle geheimen op de zolder! Houdt er mee op!, waarschuwde ze zich zelf, je mag daar niet eens aan denken!

Geef een antwoord