Vlieland (6)

De storm had bijna een halve meter sneeuw achtergelaten en het had veertien dagen geduurd voor alle eilandbewoners weer over stroom en een werkende telefoonlijn konden beschikken. De spanning tussen Marjo en Robert die er heerste aan het begin van de storm in aanmerking genomen, verstreek de rest van de tijd die ze samen doorbrachten erg ontspannen. Robert leerde Marjo klaverjassen en zij liet hem wat ideeën zien voor handgeverfde versierselen die gebruikt konden worden om de badkamers en de gastenverblijven te decoreren.

Hoewel ze het eng vond Robert de volgende ochtend onder ogen te komen, lukte het haar zich weer relatief snel bij hem op haar gemak te voelen. Al snel voelde het weer als voor het pak op haar billen, maar dan beter. De sfeer tussen hen beiden was luchtig. Het kostte haar geen moeite af en toe uit volle borst te lachen. Hem ook niet trouwens. Wat aanvankelijk als sarcastisch ervaren werd, was nu alleen maar grappig. De irritatie die ze gevoeld had, was helemaal verdwenen.


Het pak op de billen had hen beiden veranderd in mensen die voor de ander de moeite waard waren.

Marjo was blij dat ze weer bij Robert in de smaak viel. De verraadster in haar had door het laatste pak slaag plaats gemaakt, voor een zoete fantasie, om nog maar te zwijgen van de nagloeiende blauwe plekken die ze af en toe inspecteerde. Nu de verraadster de benen had genomen, kon ze, in zijn nabijheid, weer de volwassen vrouw zijn.

Robert was verbaasd over de attitudeverandering die het meisje dat voor hem werkte door het pak billenkoek had ondergaan. Ook al was Marjo met haar negentien jaar nog betrekkelijk jong, op de één of andere manier was ze een stuk volwassener dan een heleboel vrouwen van zijn eigen leeftijd die hij kende. Haar neiging om zich over te geven aan puberaal gedrag wanneer zo moe of gestresst was, had niet zoveel met haar leeftijd te maken, maar veel meer met haar karakterstructuur. Robert had het idee dat Marjo zich tot op bejaarde leeftijd brutaal en tegendraads zou gedragen als ze gefrustreerd was of op haar huid gezeten werd. Die wetenschap baarde hem echter geen enkele zorgen, zeker niet nu hij wist hoe ze op een pak op haar blote bips reageerde. Haar af en toe hautaine houding had zelfs een onweerstaanbare aantrekkingskracht op hem.

Terwijl de weken dat ze samen aan het werk waren verstreken, voelde Robert zich steeds meer tot haar aangetrokken. Haar spontane lach en haar open karakter hadden een geweldige aantrekkingskracht op hem. Alles wat ze dacht of voelde was duidelijk aan haar af te lezen, aan haar houding, gedrag en de dingen die ze zei. Over het algemeen was ze vrolijk en enthousiast over de dingen die ze wou doen en de dingen die voor haar van belang waren. Robert had nog nooit iemand als haar gekend. Maar hij maakte zich in toenemende mate zorgen over de dingen die hij voor haar voelde. Het leeftijdsverschil van bijna 10 jaar was op zich nog niet zo’n probleem. Wel dat ze nog maar net uit de schoolbanken vandaan was. Een jaar geleden had ze een leerling uit zijn klas kunnen zijn. Naar het idee van Robert waren de seksuele gevoelens en de emotionele verbondenheid die hij voor haar begon te voelen, een absoluut taboe, waar hij zich niet mee in zou laten.

Robert hield de rem op zijn gevoelens. Hij had de tijd. Hij wilde zich concentreren op het renoveren en het heropenen van ‘Zeezicht’. Dit ging vooralsnog niet samen met het aangaan van een vaste relatie. Als Marjo ervoor koos voor hem te blijven werken nadat de hele renovatie klaar was, dan zou hij dit van harte toejuichen. Als dit niet het geval was en ze zou in navolging van haar leeftijdsgenoten van het eiland naar de vaste wal trekken, dan zou hij het ook wel redden. Als ze wel zou blijven, bedacht hij zich, dan zou hij over een aantal jaren er altijd nog serieus over na kunnen denken. Hij hoopte vurig dat ze zou besluiten te blijven, maar hij peinsde er niet over iemand deelgenoot hiervan te maken, uit angst dat er een rel zou ontstaan. Hij was ook niet van plan om haar dromen over het leven aan de wal, voor zover ze die zou hebben, te verstoren. Hij wist uit eigen ervaring hoe sterk de wens was bij de jeugd om het eiland te verlaten.

*********
Het niet kunnen beschikken over elektriciteit, behalve het aggregaat voor de boiler, vertraagde het proces van de verbouwing, toch bleven ze goed op schema door veranderingen in het werkschema aan te brengen en andere klussen aan te pakken. Die winter werden ze met nog drie vergelijkbare stormen verrast, hetgeen het totaal aantal dagen zonder stroom op zeventien bracht. Ondanks dat,toen het voorjaar aanbrak en alle sneeuw gesmolten was en de bomen in knop stonden, waren er nog slechts enkele kleine karweitjes aan de binnenkant van ‘Zeezicht’ te doen en hoefde aan de buitenkant alleen nog maar aandacht besteed te worden aan de markiezen en de dakveer, alvorens ze de eerste gasten zouden kunnen ontvangen.


Halverwege januari, met de ontdekking die ze op het internet had gedaan in haar achterhoofd en het verlangen een excuus te hebben om af en toe achter de computer te zitten, was Marjo met een plan gekomen een website voor het pension te maken en had net zolang doorgezeurd tot Robert hiermee akkoord was gegaan. Het gaf haar een excuus om ’s avonds een paar uur achter internet te zitten. Marjo benutte deze tijd goed en fabriceerde een uitnodigende site voor het pension. Ze bouwde subpagina’s over het eiland, haar geschiedenis en de dingen die er te beleven vielen. Ze had het idee een fotoserie te maken die het eiland in haar volle schoonheid liet zien.

Marjo maakte ook bijna dagelijks een verkennende tocht door de wereld van de billenkoek. Het bouwen van de website was een ideale dekmantel, zodat ze urenlang achter de computer kon werken. Soms verloor ze zich helemaal in de sites waar ze verhalen kon lezen en de discussies op een forum kon volgen. En als ze daarmee bezig was verzon ze uitvluchten, dat ze veel werk was kwijtgeraakt door een kleine stroomstoring, zodat ze Robert uit kon leggen waarom ze hem die avond geen nieuw werk kon laten zien.

De eerste versie van de website ging halverwege februari de lucht in en vrijwel onmiddellijk begon de site bezoekers te trekken. In het begin waren er nog niet veel reacties in de vorm van email en telefoontjes, maar nadat ze er in geslaagd waren een hyperlink op de site van de plaatselijke VVV en de waddenvereniging te realiseren, stroomden er dagelijks reacties binnen.

In de week van Pasen stond de heropening van ‘Zeezicht’ gepland en was het pension helemaal vol geboekt.

Eind maart was het souvenirwinkeltje klaar om in gebruik genomen te worden en kon de plaatselijke dames er hun intrek nemen. Robert was verbaasd geweest over zijn aanbod het winkeltje te heropenen. De dames waren erg opgewonden en dankbaar geweest. Ze beschouwden het winkeltje meteen als hun eigen bezit en hadden hun eigen inbreng omtrent de inrichting. En als Robert niet snel genoeg was met de renovatie, maanden ze hem aan tot meer spoed. Meer dan eens nam één van de dames haar man mee om te helpen met de verbouwing om de snelheid er in te houden.


Souvenirs waren een belangrijke bron van neveninkomsten voor de vrouwen van de vissers. Het vooruitzicht dat ze hun werk op één plaats konden verzamelen sprak veel van de vrouwen aan.

Toen de dames het pandje betrokken hadden begon Marjo te werken aan een uitbreiding van de website van het pension waar aandacht besteed werd aan het winkeltje. De hoop bestond dat na verloop van tijd de bezoekersaantallen zo hoog zouden zijn dat zelfs verkoop via het internet tot de mogelijkheden zou behoren.

Eén van de onbedoelde effecten van een groepje vrouwen op het terrein van het pension was dat toen Robert op zoek ging naar een vaste kok, een aantal gegadigden zich aankondigden zonder dat er geadverteerd hoefde te worden. De voorbereidingen draaiden op volle toeren en de opening van ‘Zeezicht’ kwam steeds dichterbij. In alle scenario’s die de revue gepasseerd waren,werd overigens in geen enkele gesproken of Marjo wel zou blijven als de laatste klusjes geklaard waren. Robert wachtte erop dat Marjo haar interesse zou laten blijken en Marjo was in afwachting van een aanbod van een baantje in het nieuw geopende pension.

Medio maart, was Marjo bezig met de allerlaatste loodjes van het project. Toen Robert  mevrouw de Boer had aangesteld als kok, was Marjo merkte boos en verdrietig tegelijkertijd. Waarom had Robert niet aan haar gedacht voor dat baantje? Zij had per slot van rekening veel geïnvesteerd in het opknappen van het pension en ze had al veel ervaring in het werken van het pension van haar oom en tante. Ze wist goed wat er in zo’n bedrijf allemaal kwam kijken! Toen hij besloot personeel aan te nemen had hij op zijn minst aan haar kunnen denken. Deze gedachten tezamen met anderen hadden haar is de afgelopen weken flink beziggehouden.

Het oude bekende gevoel, verloren te zijn, maakte haar boos en kribbig. Hetzelfde gevoel dat ze gevoeld had toen ze Robert voor het eerst ontmoet had. Marjo werd geconfronteerd met haar grootste angst, dat ze geen raad wist hoe ze met de grote boze buitenwereld zou moeten omgaan. Ze wilde niet gaan studeren en ze wilde ook niet in een fabriek gaan werken. En nog het meest van alles wilde ze niet terug naar het leven dat ze geleid had voor ze naar Vlieland gekomen was. Ze wilde op het eiland blijven. Sinds ze het baantje bij Robert had gehad, was de druk van de ketel geweest, ze hoefde geen ingrijpende keuzes over de rest van haar leven te nemen. Nu voelde Marjo die druk echter weer toenemen.

Toen haar oom haar vroeg hoe het met Roberts plannen stond voor het hoogseizoen nu alle verbouwingen achter de rug waren, raakte Marjo nog meer over haar theewater.

‘Ik weer er niets van, hij heeft niets gezegd’, was het enige wat ze uit kon brengen.

‘Vraag hem er dan naar of ga anders solliciteren naar een baantje in de fabriek aan de wal’, was het advies dat ze kreeg. ‘Je moet er een beetje haast mee maken Marjo. Je kunt hier niet je hele leven een beetje rond blijven lummelen. Je bent nu een grote meid. Tijd om je eigen leven op te gaan bouwen’.

Tante Bea nam het voor Marjo op door te zeggen dat er nog ‘tijd genoeg’ was, toen oom Wim er in maart voor het eerst over begon. Maar Wim had zijn vrouw het zwijgen opgelegd en gedreigd haar een flink pak slaag te geven als ze er telkens haar neus in zou steken.

Haar tante was een perfect klankbord voor Marjo voor haar zorgen op dit gebied. Ze wist niet wat ze zou moeten doen. Maar Marjo kon het niet opbrengen er uit zich zelf over te beginnen, zelfs niet tegen haar tante, dat ze het liefst op het eiland wilde blijven. Het viel niet mee dat te delen, het geheim dat ze het diepste geheim van allemaal was. Haar grootste wens was niet alleen dat ze voor Robert zou kunnen blijven werken,maar ook dat hij van haar zou gaan houden en haar als zijn vrouw zou kiezen.

Het bleef zich melden in haar dagdromen en haar fantasieën toen ze aan het werk was. De angst dat het nooit zover zou komen, beïnvloedde haar stemming steeds meer toen begin april de afronding van de verbouwing steeds dichterbij kwam.

Als ze ‘s avonds in haar bed lag, dwaalden Marjo’s gedachten af naar fantasieën en dromen over het samenzijn met Robert. Ze wilde dat hij haar zou kussen, en ze fantaseerde dat hij haar eerst een pak op haar billen gaf om daarna keer op keer de liefde met haar te bedrijven. Als ze met Robert zou trouwen kon ze niet alleen op het eiland blijven,maar dan kon ze ook steeds in zijn buurt zijn. Ze kon hem kussen en aanraken zoals ze dat zo graag wilde. Marjo wilde zo graag dat Robert van haar zou houden, dat het pijn deed.

Het feit dat hij zo onverschillig tegen haar deed en haar behandelde alsof zij zijn zusje en nog een kind was, begon haar steeds meer te irriteren.

De spanning begon zich weer aardig op te bouwen. Het begon met af en toe een brutaal antwoord als Robert haar vroeg iets te doen. Dit veranderde al snel in zwaar sarcasme. Marjo liet haar boze buien het meest spreken wanneer mevrouw de Boer in de buurt was of wanneer ze aan het eind van de dag de deur uitging. Alhoewel ze het allemaal niet bewust deed, was de boosheid die ze voelde meestal op zijn ergst aan het einde van de dag, als er weer een dag verstreken was en Robert niets had gezegd over haar toekomst op ‘Zeezicht’.

Op de woensdag voor de eerste gasten zouden komen, bereikten dingen een onvermijdelijk hoogtepunt. Het begon toen mevrouw de Boer uiteindelijk haar mond opendeed nadat Marjo Robert een grote mond had gegeven,nadat hij haar gevraagd had de laatste hand te leggen aan één van de gastverblijven,in plaats van, zoals ze zelf gedacht had, achter de computer te zitten. Marjo haar grote mond had het gewenste effect, Roberts gezicht werd rood van woede. Als mevrouw de Boer niet in de kamer geweest was, dan was de emmer overgelopen, wist Marjo. Deze wetenschap gaf haar het lef er nog een schepje bovenop te doen. De verraadster hielp haar te ontdekken hoe leuk het was om Robert boos te maken tot het punt dat hij niets liever zou doen dan haar een ongenadig pak op haar blote bips te geven, in situaties waarin hij dit niet kunnen waarmaken. Dit was veel spannender en gaf meer bevrediging dan wanneer ze dit deed in situaties waarin hij meteen tot actie over zou kunnen gaan.

‘Als ik niet beter wist, jongedame, dan zou ik denken dat je die man probeert uit te dagen je te ontslaan’, mevrouw de Boer keek Marjo aan, terwijl Robert de keuken verliet om buiten aan het werk te gaan.

‘Oh ja? Hoe zo me ontslaan? Waarvan ontslaan? Nog even en dan werk ik helemaal niet meer voor hem? En ik wil wedden om dat schamele maandsalaris van je dat hij me niet eens zal missen’. Marjo kon het niet helpen iets van haar pijn in haar antwoord door te laten klinken. De oude vrouw pikte het onmiddellijk op.

‘Iemand zou jullie beide een flink pak slaag moeten geven. Iedere domoor kan zien dat jij op hem wacht en hij op jou’.

‘Wat weet u daar nu van? Nieuwsgierigheid won het van de gekwetstheid die Marjo voelde.

‘Alles wat ik weet is dat het de hoogste tijd is dat jullie eens wat besluiten nemen voor de eerste gasten arriveren. Jullie lijken wel gek te denken dat jullie het ene moment wel weten hoe het allemaal moet en tegelijkertijd helemaal niets regelen? Een stelletje gekken zijn jullie! Het hele gezicht van mevrouw de Boer werd rood.

‘Ik ga hem niet om een baantje smeken! Hij is de baas hier!’, Marjo zette haar handen op haar heupen. Ze straalde één en al verzet uit.

‘Je stelt je op als een onhandelbaar meisje, jongedame! Het kan helemaal geen kwaad je kaarten open op tafel te leggen. Zeg wat je op je lever hebt. Jij wilt toch ook weten waar je aan toe bent?’ Mevrouw de Boer deed het geweldig. Haar overtuigingskracht deed het verzet bij Marjo breken.

‘Nee, als hij me wil hebben, kan hij me dat gewoon vragen’, was het enige antwoord dat ze kon bedenken en om het gesprek te beëindigen liep ze de keuken uit om de kwasten en de sjablonen te pakken en naar boven te gaan om het laatste karweitje af te maken.

De frustratie zat hoog en ze kookte van woede. ‘Als iedere gek het kon zien, dan was Robert wel de grootste gek die er bestond!

‘En hoe kon dat oude wijf me vertellen dat ik degene ben die mijn kaarten open op tafel moet leggen. Hij is degene die moet besluiten of hij me nog nodig heeft of niet. Het is verdomme niet aan mij om hem te vertellen dat hij hulp nodig heeft bij het huishouden en het vermaken van de gasten. Wat denkt hij wel niet? Dat hij ze binnenlaat, ze hun kamer laat zien en dat verder alles van zelf gaat? De onnozele hals zou waarschijnlijk op de bank gaan zitten met een krant en hopen dat alles verder wel vanzelf zou gaan. Alles wat hij zou moeten doen is kijken naar tante Bea en oom Wim en hij zou weten dat er meer nodig is dan een oud fossiel in de keuken om een bedrijf als dit te runnen’.

Marjo was in de volgende uren bezig om de onzichtbare mevrouw de Boer en Robert de waarheid te vertellen.

Tegen koffietijd die ochtend had Marjo een humeur om op te schieten. Tegen die tijd had mevrouw de Boer ook met Robert gesproken. Hij had samen met de oude vrouw zitten lachen en was het helemaal met haar eens dat de recente uitbarsting van Marjo bewees dat ze het er moeilijk mee had dat haar baantje binnenkort op zou houden. Hij was het er mee eens dat hij er eerder over had kunnen beginnen, wat er met Marjo moest gebeuren als de verbouwing helmaal klaar was, maar dat hij hoopte dat ze hem had laten merken wat ze zelf wilde.

‘Ik zou willen dat u haar op een even directe manier te woord staat, als dat ze momenteel zelf doet. En wel nu! Om vredesnaam en om het welzijn van mijn oude gevoelige oren, vraag ik u het met haar op te nemen. Biedt haar dat baantje aan en laat de vrede in dit huis terugkeren. Haar groffe taalgebruik en haar grote mond zitten me tot hier!’ Robert glimlachte bij het horen van de woorden van de oude vrouw. Het was lang geleden dat hij zo was toegesproken. Het zorgde ervoor dat hij niet langer twijfelde hoe hij Marjo één en ander voor zou leggen.

Ze wist het nog niet,maar mevrouw de Boer of geen mevrouw de Boer, mejuffrouw Marjo zou toch een toontje lager moeten zingen als ze zou willen blijven. Eerst zou hij de juiste omstandigheden creëren voor hij haar een baantje zou aanbieden. Hij bedacht dat dit het beste tussen neus en lippen zou kunnen gebeuren als ze samen aan het werk waren, dus toen Marjo beneden kwam voor een kop koffie, zei Robert dat hij haar hulp buiten nodig had als haar pauze erop zat.

Marjo’s antwoord klonk afgemeten. ‘Ik heb nu even pauze. Als die voorbij is kom ik naar buiten.

Ze zag dat mevrouw de Boer verstijfde terwijl ze over het aanrecht gebogen zilver stond te poetsen. De oude vrouw schudde haar hoofd, maar Marjo kon haar gezichtsuitdrukking niet zien. Robert liet het passeren. Hij zou er wel mee afrekenen als de tijd er rijp voor was.

Marjo nam alle tijd en rekte haar pauze wel een half uur, totdat mevrouw de Boer er iets van zei.

‘Het is al bijna etenstijd, ga nu eindelijk eens naar buiten om die man te helpen. Als jullie te laat zijn voor het middageten zullen jullie tot het avondeten honger hebben. Het is hier geen restaurant!

‘Ach houd je stil! Ik was al onderweg’, gromde Marjo terwijl ze haar lege koffiemok in de gootsteen neerzette.

‘Omspoelen!’, waarschuwde mevrouw de Boer, terwijl ze zich naar Marjo omdraaide die er vandoor probeerde te gaan.

‘OK! OK! U hoeft niet zo raar te doen!’, Marjo deed de kraan open en spoelde de kop om.

‘Weg!’, mevrouw de Boer joeg het brutale meisje met een dreigende handbeweging alsof ze haar een tik zou geven, de keuken uit.

Ze vond Robert op een ladder. Hij was het hek aan het schilderen.

‘Hoe ziet het er van daar uit? Riep hij naar beneden toen hij haar aan zag komen.

‘Wel goed, hoor’.

Loop eens een eindje de weg op en kijk eens hoe het er van daar uitziet. Vertel me eens of het groen van het hek wel genoeg contrasteert met het groen van het huis’.

‘Laat je me daarvoor hier heen komen? Om je schilderwerk te bekijken? Ik zei je toch al dat het er goed uit ziet!’, Marjo deed haar armen over elkaar en verschoof haar gewicht naar één been. Haar rechterbeen verraadde haar irritatie door er mee op de grond te tikken. Haar gezicht straalde arrogantie uit.

’Loop naar de weg en kijk van een afstand naar de kleuren. Het is zinloos dat ik al die tijd investeer en later blijkt dat de kleuren niet voldoende contrasteren’. Robert bleef geduldig, maar herhaalde streng zijn instructies.

Marjo zuchtte, rechtte haar rug en stampte in de richting van de weg. Toen ze daar aankwam draaide ze zich om en ervoer nog steeds dezelfde weerstand als die ze daarvoor had ervaren. Hoewel haar hoofd er niet naar stond, moest ze toegeven dat het resultaat er indrukwekkend uitzag. Het huis was zachtgroen geaccentueerd met drie verschillende soorten groen. Het stak prachtig mooi af tegen ze bomen die er achter stonden en het hek op de voorgrond. ‘Zeezicht zag er prachtig mooi uit’.

’En?’, riep Robert toen Marjo niets liet blijken.

‘Het is prachtig’, riep Marjo terug.

‘OK, kom dan maar terug hierheen’.

Marjo sjokte langzaam terug of haar bijna iets onmogelijks gevraagd werd.

De krokussen langs de oprit stonden in knop. Het was het bewijs van het veranderende seizoen. De winter was echter nog niet helemaal verslagen. Het was waarschijnlijk dat deze nog een paar laatste stuiptrekkingen zou laten zien. Maar spoedig zou het helemaal lente zijn.

Robert stak zijn kwast in de verfpot en begon de ladder af te klimmen, om tegelijk met Marjo beneden in de tuin te zijn.

‘En Marjo? Heb je bedacht hoe je je hier verder nuttig gaat maken wanneer je klaar bent met die laatste kamer?’ De vraag was helder en eenvoudig, maar bracht Marjo in verwarring.

‘Nee’, loog ze.

‘Waarom niet?, vroeg Robert enigszins verbaasd.

‘Ik heb er gewoon nog niet over nagedacht’, loog ze opnieuw.

‘Het is niet zo dat je vanaf nu alleen maar wat achter de computer kunt hangen, als dat is wat je in gedachten hebt’, de opmerking was bedoeld om haar te prikkelen maar om haar tevens te laten merken dat hij verwachtte dat ze zou blijven komen.

‘Dat denk ik ook helemaal niet’, Marjo koos de aanval als reactie op wat zij dacht dat een insinuatie was dat ze de kantjes eraf liep en dat het werk dat ze aan de website besteed had, niet telde.

‘Ik dacht dat je zei dat je er nog niet over na gedacht had?’, Robert glimlachte naar haar. Hij kon haar een beetje op de kast jagen, maar omdat hij vond dat ze toch al iets af te rekenen hadden, besloot hij het spel niet te lang laten duren.

‘Dus?’, Marjo verstrakte. ‘Ik was niet van plan om hier de luilak uit te blijven hangen. Ik heb er dus helemaal nog niet over nagedacht’.

‘Je zou willen blijven neem ik aan?’

‘Hangt er van af’.

‘Waar van af?’

Ik blijf hier niet alleen hangen om alleen het vuile werk, zoals het schoonmaken van de toiletten en het doen van de afwas’.

‘Niemand heeft gezegd dat je dat moet doen. Je hebt tot nu toe toch ook niet alleen het vuile werk gedaan, of wel?’

‘Soms wel’.

‘Oh ja? Is dat zo? Stond jij de septisch tank schoon te maken, terwijl er een halve meter sneeuw lag?’

‘Nee, maar ik heb wel bijna de hele winter al het hout gehaald’.

‘Je mag ook wel wat minder aangename klusjes doen, dat doen mevrouw de Boer en ik ook. Ik zou zeggen dat het op de lange termijn allemaal wel in evenwicht is. Ben je nu van plan om te blijven, of niet?’ Robert maakte een eind aan de discussie en ging recht op zijn doel af.

‘Ga je een scanner aanschaffen en laat je de website aan mij over?’ Marjo bracht de enige dingen ter sprake die ze als onderhandelingspunten kon bedenken.

‘Ik zal een scanner, fax en printer in één aanschaffen. Misschien wel een hele nieuwe computer, als we een goed eerste seizoen draaien. Hoe klinkt dat?’

‘OK. Dan blijf ik. Marjo knikte. Ze vond het een goede deal vanuit haar kant bekeken. Ze ontspande zichtbaar.


’Dan nog twee dingen van mijn kant’, het was de beurt aan Robert om zijn kaarten uit te spelen.

‘Wat?’ Marjo keek hem wat warrig aan. Op zijn gezicht stond een donkere ‘Ik bedoel het serieus’ uitdrukking te lezen.

In de eerste plaats kan ik je tot de eerste inkomsten binnenrollen alleen maar kost en inwoning bieden. Je zult hier ’s ochtends vroeg moeten zijn en soms tot laten moeten blijven, dus ik vind het het best als je hier je intrek neemt. Als het seizoen goed verloopt, dan betaal ik je € 200,= per maand. Ik zal je in oktober betalen. Niet eerder. OK?’

‘OK. Is dat alles?’, knikte ze.

‘In de tweede plaats, je houding. De afgelopen twee weken heb je je in toenemende mate gedragen als een brutale, over het paard getilde snotneus. Dat wil ik niet meer zien’.

Marjo’s ogen vernauwden zich. ‘Je kunt me niet voorschrijven wanneer ik kwaad kan zijn en wanneer niet’.

‘Nee, dat kan ik niet’, was Robert het met haar eens. ‘Maar ik kan en zal je wel voorhouden hoe ik het in dit huis wil hebben. En ik tolereer geen brutale mond of een hautaine houding, tenzij je wilt dat ik je over de knie leg’.

‘Afgesproken!’ Marjo zette haar handen op haar heupen en ging met zijn voorwaarden akkoord.

‘Mooi zo! Dan kun je nu naar je kamer gaan en wachten tot ik bij je kom om eens goed af te rekenen met die brutale houding van je.

‘Geen sprake van!’,Marjo voelde een schok door zich heen gaan.

‘Wel degelijk sprake van! Je hebt me gehoord en ik meen het! Bovendien ben je met mijn voorwaarden akkoord gegaan als ik het me goed herinner.

‘Dat is niet eerlijk! Ik ging akkoord met ‘vanaf nu’ niet met ‘nu’, klaagde Marjo.

Nu geldt het oude contract nog steeds, jongedame en je hebt nog wat van me tegoed!  En nu naar boven!’ Robert draaide zich om en liep terug naar de ladder. Hij ging er helemaal vanuit dat ze hem zou gehoorzamen. Hij wist dat ze nog even zou sputteren, maar wist ook dat ze in haar slaapkamer zou zijn als hij over een uurtje boven zou komen.

Als Marjo een steen onder handbereik zou hebben op het moment dat hij zijn rug arrogant naar haar toe keerde en van haar verwachtte dat ze zijn orders zou gehoorzamen, dan zou Robert wel eens gewond hebben kunnen raken. Marjo moest zich erg inhouden de ladder die hij beklom niet om te duwen.

Marjo ging terug in het huis en stampte met veel lawaai door de keuken.

’Handen wassen! Het eten is over een kwartiertje klaar!’, meldde mevrouw de Boer toen Marjo passeerde.

‘Ik hoef geen eten! Je kunt het in een plek steken waar de zon niet schijnt!’, siste Marjo. Ze rende met drie treden tegelijk de trap op. Vervolgens klapte ze de deur zo hard dicht dat het hele huis trilde. Robert voelde het zelfs buiten op de ladder en bedacht dat het geen zin had haar lang in haar vet te laten gaarkoken. Het zou haar humeur alleen maar verder verslechteren. Hij trok een grimas, klom de ladder af en liep naar het huis.

‘En? Blijft ze of vertrekt ze?, gromde mevrouw de Boer tussen haar opeengeklemde kaken toen Robert de keuken instapte en in de la bij het kooktoestel begon te rommelen.

‘Ze blijft’, gromde Robert terug en pakte een grote walnoten pollepel uit de la. Hij sloeg er mee in zijn linkerhand en draaide zich om in de richting van de trap.

Mevrouw de Boer grinnikte. Ze wist precies wat er ging gebeuren. ‘Het werd hoog tijd!’ mompelde ze voor zich uit. Ze schepte zichzelf een kop soep in en hoorde Marjo vloeken. Robert had haar kamerdeur opengedaan. De stemmen vervaagden weer toen de deur gesloten werd. Ze hoorde nog wat gestommel door het plafond en vervolgens kon het onmiskenbare geluid van hout dat op de blote billen van een erg berouwvol meisje sloeg, gehoord worden. ‘Zo voedt men de jeugd op!, knikte ze instemmend en zakte achterover en genoot van haar lunch.

‘Nee verdomme!’, vloekte Marjo, toen ze verrast werd door de binnenkomst van Robert.

‘Dit hebben we allemaal al vaker meegemaakt’, antwoordde hij. ‘Jazeker wel, doe je broek naar beneden en kom hier’

‘Klootzak!’

Robert liet haar verder geen keus. Hij deed de deur achter zich dicht en liep op Marjo af die opgesloten stond tegen haar bed. Hij trok haar aan haar trui naar zich toe en deed de knoop en de rits van haar broek los.

’Naar beneden ermee, en laten we zorgen dat het achter de rug is. Zijn vastberadenheid was een kracht op zich. Ondanks dat ze zich los probeerde te rukken, merkte Marjo dat ze meewerkte door haar shirt over haar bips omhoog te trekken toen Robert haar over de knie legde.

Het pak slaag begon meteen. Geen standje, geen inleiding, alleen maar harde en vastbesloten klappen. De grote pollepel was een machtig slagwapen. Het harde hout zorgde van de eerste keer dat het met haar billen in aanraking kwam voor kreten van pijn. Na amper een minuut probeerde Marjo wanhopig weg te komen en de pijn te stoppen. Haar gestribbel werd echter gemakkelijk gepareerd. Robert had geen moeite om haar handen te fixeren en haar benen tussen de zijne op te sluiten. Het pak slaag zou pas ophouden wanneer hij vond dat ze genoeg had gehad. Even later lag Marjo te huilen en te smeken dat hij op moest houden en weer even later keerden het stribbelen en de krachttermen terug. De strijd van de sterkste wil en het pak slaag duurden al met al ongeveer drieëneenhalve minuut. Toen het voorbij was, was Marjo’s keel schor van het schreeuwen, haar bips witheet en was ze ongecontroleerd aan het huilen.

Robert hielp haar overeind en deed haar spijkerbroek voor haar omhoog en liet haar vervolgens op zijn schoot zitten. Hij liet haar zonder een woord te zeggen uithuilen.

Nadat ze gekalmeerd was, pakte hij haar kin en draaide haar gezicht naar de zijne.

‘Geen brutaal gedrag meer, begrepen?’ glimlachte hij.

‘OK’, snikte Marjo en ze schudde haar hoofd. ‘Niet meer’.


Ze hing tegen Robert aan om even een paar minuten op adem te komen. Door zo dicht bij hem te zijn voelde zich opgewonden en erg rustig tegelijkertijd. Ze wilde zo graag dat hij van zou haar houden dat haar borst al even veel pijn deed als haar bips.

‘Tijd om te gaan eten, of we krijgen er van mevrouw de Boer van langs’, grijnsde Robert.

Marjo knikte en stond op.

‘Was je gezicht en knap je een beetje op en kom dan snel naar beneden, OK?’ zei Robert en deed de deur open om naar de keuken te gaan.

‘Marjo snikte nog een keer en knikte. Ze volgde hem naar de overloop en maakte een tussenstop in de badkamer voordat ze naar de keuken ging.

Ze genoten in betrekkelijke rust van hun lunch. Robert vol zelfvertrouwen, wetend dat mevrouw de Boer alles gehoord had, of tenminste vermoedde dat Marjo een stevig pak op haar bips had gehad. Robert en de oude vrouw wisselden af en toe een glimlach en een knipoog uit en wisten dat schaamte deels voor de stilte zorgde. Uiteindelijk besloot mevrouw de Bruin het ijs te breken.

‘Ik denk dat je je voortaan wel twee keer zult bedenken voor je weer zo hard met de deuren zult slaan, is het niet’, mejuffrouw Marjo?

Robert kon het niet helpen. Hij proestte het uit.

Marjo kon het ook niet langer houden. Een brede glimlach brak door op haar vuurrode gezicht. ‘Stop! Het is niet grappig’, klaagde ze.

Je hebt gekregen wat je verdiende en daar is de kous mee af. We hebben het er niet meer over, hoor je?’ Mevrouw de Bruin sloeg de spijker op zijn kop. En zo eindigde het.

En wederom sloeg het gedrag van Marjo als een blad aan de boom om. En het werk in ‘Zeezicht’ ging gewoon door. Over drie dagen zouden de eerste gasten komen.

Vlieland (5)

Marjo hield zich met de afwas bezig. De wind die om het huis heen huilde, hield constant aan en af en toe was er een harde windvlaag die het oude huis deed beven. In haar hoofd woedde een vergelijkbare storm. Nervositeit zorgde ervoor dat ze haar gedachten niet al te lang bij het zelfde onderwerp kon houden. Ze wenste dat er nooit een eind aan de afwas zou komen. Tegelijkertijd wakkerde het vooruitzicht haar behoefte aan.

Robert had haar al diverse keren gewaarschuwd die middag, maar zelfs na zijn laatste waarschuwing was ze nog doorgegaan. Zijn laatste woorden waren vrij kalm geweest. Ze wist niet goed wat ze moest verwachten. Zou hij haar de mantel uitvegen over haar houding? Of zou hij haar duidelijk maken hoe hij er over dacht zoals hij de laatste keer had gedaan?

De verraadster in haar vocht een strijd met haar uit, terwijl ze hard probeerde de tweede van beide opties te vermijden.

‘Als hij besluit het te doen en je weet er onder uit te komen, dan zul je daar vervolgens de hele week spijt van krijgen!’, mompelde de verraadster.

‘Maar het is zo stom! Ik kan het missen als kiespijn!’, klaagde ze terug. ‘Trouwens, hij zal het toch niet doen’.

‘Wedden? Jij kunt toch zorgen dat hij het doet?’

‘Nee!’

‘Ach, kom aan! Je wilt het! Zeg hem dat hij kan gaan fietsen met zijn opvattingen over je houding en je zult merken wat hij gaat doen’, zei de verraadster verwachtingsvol. Ze wilde een pak op haar billen, en de opwinding dat dit nu zo dicht onder handbereik was, zorgde ervoor dat Marjo er steeds heviger naar verlangde.

‘Houd toch op!’, zei Marjo hardop.’ Haar woorden werden vanuit de woonkamer beantwoord.

‘Stop met die verhalen tegen jezelf, maak je werk af en kom hier!’, de ondertoon in zijn stem deed Marjo schrikken.

‘Ik kom zo’, antwoordde ze in een reflex. Dat antwoord had ze al zo vaak aan haar oom gegeven toen hij haar een vergelijkbare vraag had gesteld.

‘Je hebt al tijd genoeg gehad om de afwas te doen van een buffet voor driehonderd personen. Ik geef je nog vijf minuten. In inhoud van zijn woorden en de toon waarmee ze uitgesproken werden gaven weinig ontsnappingsruimte.

Marjo trok een grimas en zuchtte. Ze realiseerde zich dat ze lang had staan treuzelen toen ze haar hand in het afwaswater stak en merkte dat dit al helemaal koud was.

‘Oe Bah!’, huiverde ze, bij de onaangename sensatie.

Iets bonkte tegen de muur vlak onder het raam. Onmiddellijk begon het huis te schudden als gevolg van een hele harde windvlaag. De lichten flikkerden en gingen vervolgens uit. Het was niet goed vast te stellen of de stroomstoring lokaal was of dat heel Vlieland uitgevallen was.


Voor Marjo en Robert, en alle andere bewoners, maakte het weinig uit. Er was nu toch niets aan te doen. Eerst moest de storm uitgewoed zijn. En dat kon volgens het K.N.M.I. nog wel twee of drie dagen duren.

Zoals veel huizen op het eiland had ‘Zeezicht’ zijn eigen noodaggregaat in de kelder. Maar Robert gebruikte hem niet tenzij de temperatuur in het huis te veel zou zakken. Maar nu brandde het hout en de haarden. En voor de verlichting waren er zaklampen, kerosineverlichting en kaarsen.

Marjo liet haar ogen even aan het donker wennen. In het donker zag de keuken er kil uit en geïsoleerd van de rest van het huis. Dit stimuleerde haar snel de afwas af te maken en snel naar de woonkamer te gaan.

Marjo zag dat Robert bezig was nieuwe blokken op het haardvuur te leggen en de gloeiende houtskool eronder een beetje op te poken.

‘Ik dacht wel dat je hierdoor snel klaar zou zijn’, zei hij zonder van zijn werk op te kijken. ‘Kom hier zitten’.

Marjo volgde zijn handgebaar en ging op de hoek van de grote pluche sofa zitten. Ze keek gespannen toe hoe Robert met het vuur in de weer was. Zou de stroomuitval de gang van zaken beïnvloeden?

Toen hij ging staan en zich uitrekte en zich naar haar omdraaide, had Marjo haar verhaal klaar. Roberts gezichtsuitdrukking was streng en vastbesloten.

‘Goed, laten we maar beginnen’, hij ging op het krukje zitten wat vlak voor Marjo stond. Hij leunde voorover, liet zijn ellebogen op zijn knieën rusten en zijn handen naar beneden bungelen.

‘Wat?’, de gedachte aan wat komen ging maakte haar onrustig.

Robert zag dat ze een kleur als vuur kreeg en nerveus heen en weer schoof. Hij glimlachte inwendig en dacht, ‘ze weet dus dat ze grenzen overschreden heeft’.


’Hou op met je wat. Je weet heel goed wat’, hij bleef in haar ogen kijken en zijn blik en strenge houding triggerde de verraadster in haar. Marjo voelde het verlangen en probeerde zich er tegelijkertijd hevig tegen te verzetten.

’Hoe vaak heb ik je gewaarschuwd over je gedrag en je taalgebruik?’

‘Marjo haalde haar schouders op’.

‘Dat betekent dat je aan het eind van de reeks 20 extra zult krijgen’, de manier waarop hij dat zei deed Marjo’s maag samenknijpen. Het leed geen enkele twijfel meer dan dat ze een pak op haar bips zou krijgen en eigenlijk wist ze dat al vanaf het moment dat hij haar in de keuken achterliet om de afwas te doen.

‘Geen sprake van!’, haar mond viel open als reactie op de shock en verrassing door het horen van zijn woorden. Het nette meisje in haar hield haar adem in en de verraadster haalde opgelucht adem. Haar kruis begon te kloppen en ze schoof onrustig heen en weer op de bank.

’Hoe vaak heb ik je kans gegeven en hoe vaak heb je die bedorven?, herhaalde Robert zijn vraag.

Marjo schoof heen en weer en vertrok haar gezicht. Ze kon het zich niet precies herinneren en kon ook niet bedenken of dat nu nog wat uitmaakte.

‘Ik waarschuw je niet weer je schouders ophalen, anders geef ik je twee keer een pak slaag’.

‘Ik weet het niet precies. Ik heb het niet geteld’.


’Eén keer te vaak, denk ik. Denk je dat het een goede schatting is?’ Roberts volharden was om woedend van te worden. Aan de andere kant gaf het perfecte voeding aan de strijd tussen de verraadster die een pak slaag aan het uitdagen was en het perfecte meisje dat wilde dat Robert haar als een volwassen vrouw zou zien en dezelfde dingen voor haar zou voelen als zij voor hem deed.

‘Nee’, Marjo kon het niet opbrengen om te zeggen dat hij gelijk had. Ze kon echter ook de woorden niet vinden om hem op originele wijze duidelijk te maken dat ze het niet met hem eens was.

‘Nee? Hoe vaak moet ik je dan waarschuwen, denk je’?, de vraag was beladen en Marjo wist dat. In een reflex haalde ze haar schouders op en realiseerde zich erna pas wat ze gedaan had. Terwijl ze naar woorden zocht om op de juiste manier antwoord te geven, liet Robert van zich horen.

’En zijn het 40 kletsen extra aan het eind. EN GEEF NU ANTWOORD! Je weet hoe ik denk over die arrogantie van je!’

De woorden zorgden ervoor dat de tranen hoog kwamen te zitten. Er was maar één manier om ze onder controle te houden. En die was door het gevecht aan te gaan.

‘Ik ben geen kind meer! En jij bent een verdomde klootzak!’

‘Je hebt gelijk. Je bent geen kind. Je zou beter moeten weten en je beter moeten kunnen beheersen. Reden te meer om je voor vol aan te zien, vind je niet?’ Het antwoord en de redelijkheid van Robert, gaven Marjo een klein beetje verlichting.

Marjo haalde bijna haar schouders weer op. Deze keer schoof ze wat gemakkelijk heen en weer en vertrok haar gezicht toen ze antwoordde, ‘Nee’.

‘Nee?’, het antwoord van Robert was streng en hij zuchtte geërgerd. ‘Dat is het? Je hebt er niets meer over te zeggen?’

‘Wat wil je dan dat ik zeg? Jeetje Mina! Je gaat het toch doen! Dus ga je gang!’ de verraadster nam het over en ging recht op haar doel af.

‘OK, ga staan en doe je broek naar beneden’, Robert ging recht zitten, rechtte zijn rug om zich op zijn taak voor te bereiden.

‘Geen denken aan!’ Marjo ging diep in de bank zitten en zette zich schrap.

‘Je zei zelf ‘ga je gang’ Ik ben bereid je tegemoet te komen. Als je het me nog een keer laat zeggen, dan verander ik die veertig extra in honderd’.

‘Nee”, klaagde Marjo. Maar toen ze grimmige trekken op het gezicht van Robert zag verschijnen, koos ze snel eieren voor haar geld. ‘OK! OK! Even wachten, OK?’

‘Niks niet even wachten, je hebt erom gevraagd en nu ga je het krijgen. Opstaan en je broek naar beneden’.

Pijnlijke en onplezierige elektrische sensaties trokken door haar handen en haar kruis. Net nu ze haar hard nodig had was de verraadster ervandoor gegaan. Marjo kon niets anders meer doen dan gehoorzamen, maar had het lef niet om dit te doen.

‘Alsjeblieft? Kun je me niet nog een kans geven? Alsjeblieft? Ik zal het nooit meer doen! Dat beloof ik!’ Zonder de aanwezigheid van de verraadster die een pak slaag wel zag zitten, bleef er alleen maar de angst en schaamte over die ze ook altijd voelde als ze een pak op haar bips van haar oom kreeg. Maar nu werd daar nog aan toegevoegd dat ze een nog sterkere weerstand voelde vanwege de gevoelens die ze voor deze man had.

‘Houd er mee op!’, Roberts weerwoord was streng en onverbiddelijk. ‘Ga staan en doe je broek naar beneden. Nu onmiddellijk!’

Marjo schudde nee en kroop nog dieper weg in de kussens van de sofa. ‘Ik kan het niet’, de angst en opwinding die ze voelde waren overweldigend. Als het allemaal niet snel achter de rug zou zijn, dan zou haar hart misschien wel exploderen.

Uit medelijden ontnam Robert haar de keuze om in actie te komen. Zijn rechterhand schoot vooruit, pakte haar bij haar pols en trok  haar van de bank overeind. Haar broek werd losgemaakt. Haar corduroybroek en haar onderbroek werden met één ruk naar beneden getrokken.

‘Liggen!’, Robert trok haar in de richting van zijn schoot.

‘Oh God nee! Asjeblieft!’, Marjo probeerde zich los te trekken.

‘Liggen! Nu!’, Roberts grip om haar pols werd steviger en een seconde later voelde Marjo dat ze voorover over zijn knie viel. Haar maag kwam op zijn bovenbeen terecht op hetzelfde moment dat zijn hand op haar rechterbil neerknalde.

Door de pijn en het brandende gevoel van de klap, vervlogen al haar sexy gevoelens die ze had, en gilde Marjo het uit.

‘AUW!  Niet doen!’

Robert negeerde haar protesten en begon er lustig op los te slaan.

Een minuut lang was Marjo geschokt door de discrepantie tussen haar fantasie en de werkelijkheid die ze op dat moment ervoer. Die kloof kwam overigens niet alleen door de pijn die ze voelde. Het was ook gevoelsmatig heel anders.

In haar fantasie kreeg ze een pak op haar bips omdat ze dat verdiend had, maar er was geen begin of eind. De oprechte schaamte en de oprechte spijt die ze in werkelijkheid voelde, kwam in haar fantasie helemaal niet voor. En bijna net zo erg was de echte pijn die werd aangericht door de hand van een gefrustreerde en geïrriteerde man en die geen deel uitmaakte van haar fantasie. Ja in haar fantasie werden deze dingen allemaal wel verondersteld, maar de details ervan ontbraken. De schaamte en het berouw waren intens en de pijn was afschuwelijk.

Al snel probeerde Marjo wanhopig om weg te komen en het te laten ophouden.

Robert was echter nog maar net begonnen en bedacht zich dat zo lang Marjo zich verzette tegen de consequentie, het nog niet genoeg was. Hij begon harder te slaan. Als Marjo zijn gedachten had kunnen lezen, had ze haar verzet onmiddellijk gestaakt en had ze zich aan haar straf overgegeven. Maar dat kon ze niet. Ze voelde alleen maar wanhoop. Het gaf haar oerkrachten die ze gebruikte om zich te verzetten.

‘Laat me los! Verdomme! Laat me los!”

Robert reageerde met nog hardere klappen die er alleen maar voor zorgden dat Marjo nog vastbeslotener probeerde weg te komen.

Een hele serie scheldwoorden volgden. Maar ze zorgden er alleen maar voor dat haar billen er nog meer van langs kregen.

Na wat een eeuwigheid leek, accepteerde Marjo dat de klappen niet eerder zouden ophouden totdat Robert vond dat het genoeg was geweest. Haar bips deed verschrikkelijk zeer en haar verzet begon langzaam af te nemen. Haar gestribbel hield op en ondanks haar trots begon Marjo te huilen.

‘Houd alsjeblieft op. Je doet me zeer’, snikte ze.

‘Zul je je voortaan twee keer bedenken voordat je zo gaat uitdagen?’, Robert sloeg hard op haar billen om ieder woord kracht bij te zetten.

‘Ja! Ja,  dat zal ik doen! Houd asjeblieft op’.

Robert leek haar smeekbedes te negeren. In plaats daarvan leek hij nog harder te slaan. Marjo verloor hierdoor het laatste beetje controle en begon onbedaarlijk te snikken’.

’Asjeblieft! Stop! Ik kan niet meer hebben. Alsjeblieft! Niet meer!’

‘Dat had je je moeten bedenken voordat die laatste opmerking in de keuken maakte en voor al het gevloek van daarnet. Dat zul je niet zo snel weer doen, is het wel?’

‘Nee, ik zal het niet weer doen! Ik beloof dat ik het zal proberen’.

Robert hield op met slaan.

Marjo richtte zich op om van zijn schoot op te staan. Robert beantwoordde deze actie met vijf harde klappen op haar bips.

‘Liggen blijven tot ik zeg dat je op mag staan’, gromde hij en duwde op haar rug tot ze weer in de goede positie lag.

‘Niet meer’, snikte Marjo.

‘Ja, nog wel meer! Je hebt nog 40 extra tegoed vanwege je onuitstaanbare arrogantie van daarnet’.

In eerste instantie reageerde Marjo op zijn woorden door wat halfbakken gestribbel. Ze wist dat het enkele zin had, maar had het gevoel dat ze het moest doen. Robert reageerde met tien klappen op haar billen.

‘Houd op en luister naar me, of ik begin weer helemaal bij het begin. Als ik dan met je klaar ben, zijn die 40 extra er nog steeds.

Marjo realiseerde zich dat ze er al een veelvoud van 40 kletsen op had zitten. Het aantal was afschrikwekkender dan het in realiteit zou zijn. Daarentegen voelden haar billen aan als één grote pijnlijke en brandende massa en het vooruitzicht van zelfs maar vijf extra klappen was meer dan ze kon hebben. Haar reactie was dat ze over zijn knie ineenstortte en met haar hoofd nee schudde. De enige lichaamsdelen die over spierspanning bleven beschikken waren haar vuisten. Ze waren zo stijf gebald dat haar vingernagels pijn veroorzaakten van het gespannen afwachten.

‘Morgenochtend na het ontbijt ga je aan de keukentafel een opstel schrijven over vloeken. Is dat duidelijk?’

Marjo voelde de weerstand in zich opkomen, maar wist zich op tijd in te houden. Robert sloeg haar een paar keer hard op haar billen.

‘OK! OK! Ik zal het doen! Dat beloof ik!’

‘En daarna ga je weer met het behang aan de slag. Als de badkamer en het opstel morgenavond niet af zijn, krijg je weer een pak op je blote bips. Is dat duidelijk?’

Marjo snikte, maar dit keer was ze snel genoeg met haar antwoord.

‘Ja’.

‘Mooi. Dan mag je opstaan en naar die hoek van de kamer lopen en daar gaan staan’.

Marjo stond snel op van zijn schoot. Haar eerste reactie was haar broek omhoog trekken.

‘Laat je broek met rust. Blote bips. En in de hoek waar ik hem kan zien. Nu!’. De strengheid in zijn stem was wat afgenomen, maar Marjo durfde niet tegen hem in te gaan. Hetzelfde spannende gevoel als wanneer ze de aanzegging van een pak slaag kreeg maakte zich van haar meester toen Robert haar beval haar broek omlaag te laten. Opwinding leek te ontstaan doordat de hitte van haar billen zich over andere gebieden, tussen haar benen uitspreidde.

De tocht naar de hoek was een heel gedoe. Meubels en hout blokkeerden de weg en de bundel van haar broek rond haar knieën zorgde ervoor dat ze dreigde te struikelen als ze te grote stappen nam.

De tijd ging maar langzaam voorbij. Aanvankelijk had Marjo rechtop en doodstil gestaan, maar na een minuut of vijf werden haar kniegewrichten stijf en niet lang daarna ook haar enkels en heupen. Het duurde niet lang of ze stond heen en weer te bewegen om haar gewrichten soepel te houden. Verveling was eigenlijk de echte reden, maar stijfheid leek haar een goed excuus.

‘Ga recht staan en sta stil!’waarschuwde Robert toen Marjo met haar rechterheup tegen de zijkant van de schoorsteenmantel leunde.

‘Mijn benen doen zeer’, klaagde Marjo.

‘Nog half niet zo zeer als wanneer ik het nog een keer moet zeggen’. Het antwoord maakte de verraadster weer wakker. Haar gastvrouw had een pak op haar bips gehad en het was nog niet afgelopen. In de tussentijd zorgde her ritueel in de hoek ervoor dat ze weer opgewonden werd.

Marjo sloot haar ogen en voerde zich mee naar een niveau van kalmte en rust. Het sexy gevoel tussen haar benen zorgden er bijna voor dat deze onder haar vandaan trilden. De waanzinnige stem in haar daagde haar uit om in verzet te komen tegen de man die haar daarnet zo hard op haar billen had geslagen.

‘Houd asjeblieft op’, fluisterde ze tegen haar eigen verwarrende gedachten.

‘Wat is er?’, Robert had haar gefluister gehoord.

‘Niets’, schrok Marjo.

‘Als het niets zou zijn, zou je niet zo schrikken. Wat zei je daarnet?’. De waarschuwende toon in zijn stem kon niet gemist worden.

‘Ik had het tegen mezelf. OK? Dat doe ik soms!’, siste Marjo. Ze wilde niet gedwongen worden haar intieme gedachten van het moment aan hem prijs te geven. In plaats daarvan hoopte ze dat hij met haar antwoord genoeg zou nemen. En dat deed hij.

‘Zie je die liniaal daar naast de computer?’ De vraag was impliciet de opdracht om te kijken.

Marjo deed het en zag een veertig centimeter lange lat. Ze hield haar adem in en knikte.

‘Wil je er zestig of veertig mee?’ Robert sloeg op zijn bovenbenen toen zij hem opnieuw antwoordde zonder wat te zeggen.

Marjo kromp ineen, ze kon het niet helpen. Ze schudde met haar hoofd en deed haar ogen dicht.

Robert kon haar gezichtsuitdrukking niet zien, alleen haar lichaamstaal maar lezen. Deze straalde deze keer de verkeerde boodschap uit.

‘OK. Dan doen we zestig. Ga hem halen en breng hem bij me’.

Marjo schudde haar hoofd, maar ging er niet tegen in. Haar benen gehoorzaamden en ze dribbelde naar het bureau om de liniaal op te halen. Tranen ontsnapten aan haar ooghoeken en biggelden over haar wangen. Voordat ze zich naar hem omdraaide hield Marjo op de snikken weg te slikken die ze weer op voelde komen. Het was het teken dat de verraadster haar weer had verlaten.

‘Ik moet wel helemaal gek zijn’, zei ze tegen zichzelf toen ze vocht tegen de opwinding die de verraadster achter had gelaten.

‘Robert nam de liniaal van het meisje dat voor hem stond aan.

Ze was mooi en onschuldig en had nog geen idee van haar krachten. Deze plotselinge bewustwording overspoelde hem. Het deed onmiddellijk vergeten wat ze allemaal had misdaan en liet een verlangen achter waar Robert niet aan kon voldoen.

Zonder waarschuwing was een sessie met een puur disciplinair motief veranderd. Robert was zich ervan bewust dat wanneer hij het pak slaag nu voort zou zetten, hij de relatie met Marjo op het spel zou zetten. Dat kon hij niet doen. Bleef over om een elegante en afdoende strenge uitweg te vinden.

‘Zul je me voortaan antwoorden wanneer ik je een vraag stel?’

‘Ja’, knikte Marjo. Ze voelde dat er iets veranderd was en dat ze er misschien onderuit kon komen.

‘Ik meen het, Marjo. Niet van die kinderachtige antwoorden zonder iets te zeggen, is dat duidelijk?’ Voor het eerst in het afgelopen uur was de stem van Robert mild. Marjo prees zich gelukkig.

‘Ik zal het proberen, Dat beloof ik’, antwoordde ze snikkend.

‘Het is niet best als je die belofte niet nakomt, begrijp je dat?’ waarschuwde hij.

‘Ja! Alsjeblieft! Ik beloof dat ik het zal proberen!’

‘Doe je broek omhoog en kom hier zitten’.

Toen hij dat zei keek Marjo hem aan. Het licht van het vuur weerkaatste in zijn ogen, maar ze straalden verder alleen maar een vriendelijk aura uit van de man die haar net een pak op haar billen had gegeven.

Waarom voelde ze niet de zelfde wrok die ze voelde wanneer ze een pak op haar bips van haar oom had gekregen? Waarom gaf het idee van een pak slaag van deze man alleen al een vuur ontbranden dat met zoveel enthousiasme door de verraadster was voorbereid? De gemengde gevoelens borrelden in haar omhoog, tot ze het gevoel had dat ze er bijna in stikte.

Achterover zitten op de sofa deed niet zoveel pijn als Marjo verwacht had. Ze hield in angstige verwachting haar adem in toen ze ging zitten, maar toen haar billen de kussens gevonden hadden was het ongemakkelijke gevoel maar zeer tijdig.

Bijna onmiddellijk was het pak slaag en alles wat er toe geleid had, verdwenen. Marjo genoot van het lege en schone gevoel dat over haar heen kwam de rest van de avond.

Ze aten toast en wisselden veel gedachten uit. Het grootste deel van de avond werd gevuld met twee mensen die in gedachten waren en zich realiseerden dat ze veel meer met elkaar gemeen hadden dan ze in hun stoutste dromen dachten.

Er zouden nog vier zulke avonden volgen voor Marjo weer naar huis kon gaan.

‘Ik denk dat we beter beneden kunnen slapen’, zei Robert toen de avond ten einde liep. ‘Denk je dat je de kast waar je het linnengoed uit hebt gehaald, terug kunt vinden?’

Marjo zei dat ze dat kon.

‘Mooi, ga dan naar boven met een zaklamp en haal de lakens en spreien van de twee bedden. En neem een stuk of vier of zes dekens mee.

Marjo zag hoe Robert opstond en naar de keuken liep. Hij haalde ook nieuw hout. Marjo was blij met deze taakverdeling. Ze sleepte liever met dekens dan met houtblokken voor het vuur.

Robert had twee luchtbedden neer gelegd en opgeblazen toen ze met het beddengoed beneden kwam. Ze maakten samen de bedden op. Daarna gaf Robert te kennen dat het tijd was om te gaan slapen.

Voor beiden was het een kort nachtje geweest toen ze de volgende ochtend wakker werden.


Robert was een paar keer opgestaan om de temperatuur te controleren. Tot twee keer toe had hij het aggregaat even laten draaien om bij te warmen. Marjo sliep als een blok door de hevige storm heen en was blij dat Robert een oogje in het zeil hield, terwijl zij lag te slapen.

Marjo haar gebruikelijke dromen lieten haar die nacht met rust. Voor het eerst in lange tijd droomde ze niet van een pak op haar billen. In plaats daarvan droomde ze dat ze de man kuste die haar normaal gesproken in haar dromen een pak op haar blote bips gaf. De lieve uitdrukking in de ogen van Robert de vorige avond stonden haar nog bij.

In haar dromen knuffelde hij haar en knuffelde zij hem terug. Vervolgens bedreef hij gepassioneerd de liefde met haar.

Toen Marjo vroeg in de ochtend wakker werd, had ze in haar dromen geen pak slaag gehad, ze had gevreeën. Gevreeën met Robert.

Het seksuele aspect in haar dromen en alle ervaringen van de vorige dag bleven in haar gedachten rondmalen toen ze zich probeerde te concentreren op haar opstel. Het grootste deel van de ochtend was Robert met het hout en het vuur in de weer.

Robert bande alle seksuele gevoelens uit die bij hem opborrelden ten aanzien van Marjo. Ze was een brutaaltje, maar er waren genoeg dingen in haar die hij aantrekkelijk vond.

‘Het zou een strenge winter worden’, bedacht Robert na drie dagen, toen Marjo weer een van zijn vragen had beantwoord met het ophalen van haar schouders.

Vlieland (4)

Toen Marjo die avond thuiskwam wilde Bea graag alles weten. Al snel werd duidelijk dat ze oom Wim niet had verteld dat Marjo op haar eerste werkdag al te laat was. Marjo was blij met dit nieuws en was nu helemaal in staat om zich lekker te ontspannen. Ze had niet veel zin de vragen van haar oom te beantwoorden na wat er die middag was voorgevallen.

‘Hoe laat ben je daar uiteindelijk aangekomen? Heb je die baan nog steeds? Oh, ja natuurlijk heb je die nog. Je zou ver van huis geweest zijn als hij je ontslagen had! Ga je er morgen weer heen? Hoe zien zijn plannen eruit? Het is te hopen dat hij dat oude kooktoestel niet wegdoet’.

Marjo hoorde het rustig aan en gaf af en toe antwoorden op de vragen. Het gesprek vond plaats aan het begin van de avond, nog even en Marjo zou alleen zijn met de herinneringen van die dag.

De gasten waren die avond op stap. Daarom bestond de maaltijd uit een eenvoudige stamppot. Na het eten speelden ze een spelletje ganzenbord en keken tv. Daarna was het tijd om naar bed te gaan.

‘Morgen is het weer vroeg dag, meiden’, kondigde Wim aan, ‘ik kruip er geloof ik maar eens lekker in’.

Zowel Marjo als Bea waren het roerend met hem eens, dus ruimden ze de boel op en zetten nog wat spulletjes klaar voor de gasten.


Bea liet een briefje voor ze na, dat ze nog wat lekkers in de koelkast konden aantreffen en dat er nog chocolademelk zat in de ketel die boven het kolenvuur hing. Marjo legde nog wat kaas en koekjes klaar. De vrouwen waren tevreden met de aanblik van de tafel en toen was het tijd om naar bed te gaan.

Toen ze alleen in haar kamer was gingen Marjo’s gedachten terug naar de gebeurtenissen van die dag. De gedachten in haar hoofd zorgden voor reacties in haar lichaam. De gedachten gingen vooral uit naar hoe Robert met een streng gezicht op de keukenstoel gezeten had en met de spatel in zijn hand had getikt. Marjo kromp ineen bij de gedachte en de elektrische spanning die daardoor in haar lichaam ontstond. Het idee dat ze werkelijk haar broek naar beneden gedaan had en over de knie van een man was gaan liggen –de schoot van ‘die’ man—en hem haar op haar bips had laten slaan, zorgde voor rillingen en een hoogrode kleur van schaamte. Aan de andere kant beroerde het een heel intiem deel van zichzelf. Ze voelde zich seksueel opgewonden zoals nog nooit eerder voorgekomen was. Ze was nog geschokt over haar eigen gedachten toen ze haar broek naar beneden gedaan had.

‘Ik wed dat hij het weer zal doen als ik hem kwaad genoeg maak’.

Marjo probeerde de gedachte weg te drukken, maar dat lukt niet. Ze zat er helemaal vol van. Iedere keer als ze aan iets anders probeerde te denken, keerden haar gedachten als vanzelf hierop terug. Toen ze op het bed ging zitten en de la opendeed om haar pyjama te pakken, voelde ze het na effect van de billenkoek tintelen. Ze schoof een paar keer heen en weer op de sprei van patchwork om het plezierige gevoel te versterken. Ze werd zich ervan bewust dat ze nat werd tussen haar benen. Verward en beschaamd stond ze op en liep naar de grote spiegel die tegen haar deur hing.

Ze draaide zich om en deed haar onderbroek naar beneden om het resultaat van het pak slaag te bekijken. De afdruk van de spatel was in gevlekt rood overduidelijk te zien. Maar de plekken stonden in geen verhouding met de pijn die ze gevoeld had of het brandende gevoel nadien. ‘Ziet er niet noemenswaardig uit’, mompelde ze en boog zich diep voorover en keek tussen haar knieën door. Deze houding liet haar billen van dichtbij zien. Ze liet haar vingers er over heen glijden. Het zicht bracht ook een andere sensatie die ze die middag gevoeld had terug.

De man had behalve haar blote bips ook andere plekjes gezien! Marjo sloot haar ogen toen ze de schaamte voelde die haar bij deze gedachte overviel. ‘Hoe kan ik hem weer onder ogen komen?’, ze stond op en deed haar onderbroek uit en stapte in haar pyjamabroek. De verwarrende gevoelens van schaamte, vernedering, opwinding en iets dat zich alleen liet omschrijven als een voorgevoel maakten zich van haar meester terwijl ze haar gezicht waste en zich klaar maakte voor het bed.

Op weg naar het bed stopte ze nog één keer voor de spiegel. Toen ze haar broek naar beneden deed om de schade nog een keer te bekijken kwam het kriebelende gevoel tussen haar benen weer terug. Ze stelde zich voor hoe ze over Roberts schoot lag, dit keer om zijn hand te voelen, sidderde ze door het heerlijke genot dat deze gedachte te weeg bracht.

‘Marjo, is alles goed?’, klonk de stem van oom Wim aan de andere kant van de Spiegel. Marjo schoot van schrik overeind. Het voelde alsof ze betrapt werd bij het doen van iets dat verboden was. Het hart klopte in haar keel.

‘Marjo’?, vroeg haar oom nog eens.

‘Alles is OK, oom Wim, ik ben nog een beetje aan het opruimen’, zei Marjo enigszins geforceerd. Ze hoopte dat het niet al te schuldig zou klinken. Als hij binnen zou komen zou hij een schuldige gezichtsuitdrukking zien die ze niet zou kunnen verklaren.

Ze was per slot van rekening ook schuldig. Schuldig aan stiekeme gedachten aan het krijgen van een pak op haar blote bips van de meest sexy man van de hele wereld.

‘Doe je licht nu uit. Waar je ook mee bezig bent, het kan ook tot morgen wachten. Slaap lekker’, luidde het antwoord van haar oom.

‘Welterusten’, Marjo slaakte een zucht van opluchting. Ze tilde de dekens op en liet zich tussen de lakens glijden. In het donker voelde ze zich veiliger met haar beschamende gedachten. Veilig genoeg om ze de vrije loop te laten. Veilig genoeg om zichzelf met haar hand te strelen en haar gedachten verder te stimuleren.

‘Geef me een pak op mijn billen, Robert’, fluisterde ze in het kussen terwijl ze zich op haar buik draaide. Ze duwde de lakens en dekens omlaag en deed haar pyjamabroek opnieuw naar beneden.

‘Geef me een pak slaag….’, ze duwde het tweede kussen onder haar heupen.

‘Sla me op mijn bips…’, ze ging erover heen liggen en gleed met haar vingers tussen haar benen.

Het glibberige vocht dat haar lichaam produceerde, vergemakkelijkte het werk van haar vingers. De koude lucht op haar blote billen voelde niet zo goed als de hitte die Roberts straffende hand teweeg zou brengen, maar in gedachten zag ze hoe Robert haar sloeg en haar vertelde wat ze misdaan had. Haar vingers streelden de hitte op een heel ander plekje.

‘Straf me, straf me, straf me, straf me’, Marjo’s zachte, bijna onhoorbare gefluister begeleidde het ritme van haar heupen en vingers. Een zalig ritme, waarvan ze wilde dat het nooit zou stoppen. Het duurde niet lang of het onmiskenbaar gevoel van een opkomend orgasme meldde zich. Marjo’s gefluister werd kreunen, zodat ze haar gezicht in het kussen moest draaien.

‘Straf me — straf me — straf me!’ Haar hand ging wild heen en weer tussen haar benen, haar heupen kwamen omhoog om de denkbeeldige klappen tegemoet te komen. Toen ze klaar kwam realiseerde Marjo zich dat dit was wat ze wilde. Ze zou ervoor zorgen dat Robert haar weer over de knie zou leggen. Het was niet een gewoon een verlangen, maar een deel van zichzelf dat ze niet kon ontkennen. Haar hand en de straffende hand in haar fantasie kwamen opnieuw neer, harder deze keer alsof er een deal met de krampen van haar orgasme gesloten werd.

Marjo sliep als een blok die nacht. Toen ze wakker werd, met haar pyjamabroek nog steeds rond haar enkels en een laag kippenvel, die de koele ochtendlucht op haar blote bips had veroorzaakt.

Toen de ochtend arriveerde waren haar gedachten minder krachtig. Ze zei zelfs tegen zich zelf dat ze zich niet zo aan moest stellen. Toch bleef het zich steeds weer in haar gedachten melden. Ze had er in geen maanden aan gedacht, maar nu al verschillende keren in één week, in de veilige geborgenheid van haar bed, waren de fantasieën in alle hevigheid tot leven gekomen.

***********
De eerste najaarsstorm met hevige sneeuwval joeg halverwege november over Vlieland. Volgens de weersverwachting had het ergens na middernacht moeten gaan stormen, maar halverwege de middag geselde de wind het eiland.

Marjo en Robert waren druk in de kelder van het pension aan het werk. Toen de telefoon hen naar boven lokte waren ze beiden verbaasd over het noodweer. Er had zich al meer dan dertig centimeter sneeuw verzameld.

Oom Wim was aan de andere kant van de lijn. Hij vroeg of Marjo daar kon blijven tot het ergste noodweer voorbij zou zijn. Robert vond het geen probleem. Marjo daarentegen reageerde fel: ‘geen denken aan!’ De twee mannen namen echter een besluit, zonder het zelfs maar met haar te overleggen!

Waarom ze zo reageerde kon ze niet goed verklaren, maar ze protesteerde luidkeels.

‘Ik ga verdomme gewoon naar huis als ik dat wil’, klaagde ze.

“Dat zou ik verdomme maar uit mijn hoofd laten. En ik zou verdomme maar eens op mijn taalgebruik letten’, was Roberts scherpe antwoord.

Marjo werd door de impact van Roberts woorden weer met twee benen op de grond gezet. Hij had in weken niet op haar gemopperd of zelfs maar een waarschuwend woord laten horen in de weken sinds de keer dat ze te laat op haar werk was verschenen. Het was een bijzondere felle reactie op één enkel vloekwoord.

‘OK? Jeetje? Rustig maar!’ Marjo liet haar verbazing in haar stem doorklinken.

‘Je bent tenminste gestrand op een plaats waar je je nuttig kunt maken’, gromde Robert en draaide zich om en liep naar de keuken.

Marjo liep achter hem aan. ‘Ik ben je slaafje niet, weet je? Het is niet zo omdat ik hier nu vast zit, dat ik meer werk ga verzetten als anders. Je krijgt waar je voor je betaald hebt, meneertje en niets meer!’

‘Ik zal je de komende dagen een extra maaltijd moeten verstrekken, dus ik denk dat je daar best een paar uurtjes extra voor mag werken’, grinnikte Robert.

‘Om de dooie dood niet’, reageerde Marjo.

‘Hee, ik dacht dat ik je gewaarschuwd had?’, Roberts stem had een mild waarschuwende toon.

‘Als ik een gestrande toerist zou zijn, zou je me een maaltijd voorzetten zonder me daar voor te laten werken’, beantwoordde Marjo zijn waarschuwing plagend.

‘Jij bent geen toerist, en eten kost geld’, Robert trok de koelkast open en keek wat er nog eten ten aanwezig was. We kunnen maar beter voorzorgsmaatregelen nemen voor het geval de stroom uitvalt. Loop even naar de schuur als je wilt en haal wat hout voordat het helemaal ondergesneeuwd is’.

‘Waarom maak ik het eten niet klaar en haal jij het hout?’, beklaagde Marjo zich over de taakverdeling.

‘Mijn huis, mijn woord . Hout. Vooruit slaafje’, grinnikte Robert opnieuw.

‘Het is gevaarlijk voor een klein meisje als ik om met dit weer naar buiten te gaan. Het is veel te gevaarlijk voor mij om hout te halen’, sprak Marjo tegen. Terwijl ze dit deed, stapte ze in haar laarzen en knoopte een sjaal om haar nek.

‘Doe ook je jas aan!’, riep Robert haar achterna toen ze bij de deur naar het terras aankwam.

‘Het is maar een paar stappen, het gaat wel!, negeerde Marjo zijn woorden en glipte de kamer uit.

‘Hou nu eens op met dat eeuwige tegenspreken en kom terug. NU!, baste Robert. Hij stond met een paar ferme passen achter haar.

‘Jas!”, blafte hij toen Marjo zich gehoorzaam omdraaide en terug liep.

‘Je bent nog erger als oom Wim!’, klaagde Marjo. Ze pakte haar jas van het haakje en duwde haar armen ruw door de mouwen. Er verscheen een pruillip op haar gezicht. Door zijn opstelling voelde ze zich een tien jaar oud meisje.

‘Het is maar dat je weet’, knikte Robert in de richting van de deur. ‘En niet om treuzelen’.

De kou, de nattigheid en de wind maakten het niet gemakkelijk het hout te verzamelen en het naar het huis te dragen. Marjo maakte zes stapeltjes. Ze dacht dat het extra hout zou voorkomen dat Robert ergens in de komende dagen hout zou moeten gaan uitgraven. Het moeilijkste was nog om het dekzeil weer over het resterende hout te doen dat moest voorkomen dat het hout nat zou worden. Toen Marjo klaar was en met het laatste stapeltje hout op weg was naar het huis, blies de wind haar onverwacht tegen één van de markiezen. Ze realiseerde zich dat als ze zo’n windvlaag haar op weg naar huis te pakken kreeg, ze een groot probleem zou hebben.

Deze wetenschap kon niet voorkomen dat ze nog steeds een beetje geïrriteerd was over de keuze omdat ze er zelf geen stem in gehad had. ‘En wat was er met Robert aan de hand?’ dacht ze terwijl ze tegen de wind in ploegde. Weken en weken waren zo rustig en aangenaam verstreken als je maar zou wensen. Ze voerden hele gesprekken, hij gaf haar werk te doen, ze vroeg af en toe honderduit, gaf haar mening wanneer ze dacht een beter idee te hebben dan hij en geen enkele keer had hij bezwaar gemaakt, laat staan dat hij zijn stem verheft had.

Het was een stuk rustiger dan Marjo had durven hopen als ze hun kinderachtige start in ogenschouw nam. En nu gedroeg hij zich, uit het niets, weer als de strenge brompot. En was alles wat ze gedaan had, was het gebruik van één enkel vloekwoord.

De wind die achter de deur stond zorgde dat ze een hele strijd met de deurknop moest voeren. In plaats van aan te kloppen en te schreeuwen om Roberts aandacht te trekken of het hout neer te leggen zodat ze twee handen kon gebruiken, leverde ze een heel gevecht met de deur. De deur gaf een eindje mee, maar sloeg weer dicht bij de volgende windvlaag. Marjo deed een nieuwe poging en deze keer slaagde ze erin haar heup tussen deur en post te duwen zodat ie niet weer dicht kon klappen. Maar de wind was te krachtig. Door het gewicht van de deur verloor Marjo haar evenwicht en gleed uit op de bevroren stoep. De mand met hout viel ook en de laatste portie hout werd door de wind meegevoerd. Erger dan de frustratie was de snijdende pijn in haar schenen. Deze hadden het gewicht van haar val opgevangen op het randje van de stoep.

‘Oh godgloeiende…. gloeiende…. gloeiende… verdomme nog aan toe!’, gilde ze terwijl ze het huis in kroop om daar haar beschadigde benen te bekijken.

‘Wat is er in de vredesnaam aan…?”, Robert stond boven haar in de deuropening.

‘Oh, houd je bek! Ik heb me zeer gedaan’, jammerde Marjo en ze wiegde heen en weer terwijl ze haar schenen beet hield en wachtte tot de ergste pijn zou verdwijnen. Asjeblieft, asjeblieft, asjeblieft, asjeblieft, oh auw, auw, auw!’, haar gejammer ging over in een diep gekreun toen de pijn zijn hoogtepunt gehad had en veranderde in een doffe, kloppende pijn.

‘Heb je je bezeerd?, Robert knielde naast haar neer en probeerde een indruk te krijgen van de schade.

‘Jezus! Jij bent dom! Natuurlijk heb ik me bezeerd!’ Marjo reageerde kort aangebonden als reactie op de pijn. Net als het stoten van haar elleboog of haar hoofd, was het stoten van haar scheenbenen genoeg om alle remmingen (en haar mond) los te laten.

‘Hier, laat me je helpen’, Robert pakte haar beet om haar overeind te helpen.

‘AUW! Niet doen! Raak me niet aan! Ik kan het zelf wel!’, Marjo rukte zich los en viel op haar billen’.

‘Kun je staan?’, negeerde Robert haar bezwaren en probeerde haar overeind te helpen.

‘Jezus Robert! Laat me met rust!’, Marjo schokte met haar schouders en bevrijdde zich van de greep die hij bijna had onder haar oksels. Het had succes, ze rolde van hem weg op haar buik en begon zichzelf omhoog te drukken. ‘AUW!”, jammerde ze toen de spieren haar schenen weer begonnen te branden en te prikken van de inspanning. Toch was ze in staat om op te staan.

Robert deed een stapje terug, deed zijn armen over elkaar en keek naar haar. Hij gaf haar een paar minuten de gelegenheid om op adem te komen. Als ze zich dan niet zou herpakken, dan zou hij haar daar een handje mee helpen.

Marjo zag zijn norse blik, die bij haar een woede deed opkomen.

‘Haal jij de rest van het hout maar! Dat had je eigenlijk sowieso al moeten doen!’, siste ze. In vier stappen beklom ze het trapje en stapte de deur binnen.

Robert nam even de tijd om te kalmeren. Toen ze binnen was, keek hij om zich heen, pakte wat gevallen stukken hout op en liep haar achterna.

Marjo zat op de rotan bank naast de stapel hout en deed de pijpen van haar corduroy broek omhoog om haar schenen te bekijken. Er zaten twee bulten zo groot als eieren halverwege haar knieën en haar enkels. De huid was een beetje kapot, maar afgezien van grote bloeduitstortingen die ze nog wel een week zou voelen, was er niets beschadigd.

‘Laat me raden, je probeerde de deur open te doen zonder dat je de mand neer wilde zetten, is het niet?’, Roberts commentaar had een slechte invloed op Marjo’s herstelproces.

‘Ach houd je bek!’ Marjo bedekte haar schenen met haar koude handen en deed haar ogen dicht toen ze de verlichting daarvan voelde.

‘Pijn of geen pijn, Marjo, het wordt tijd dat je een beetje afkoelt’, waarschuwde Robert.

Marjo zei niets, ze hield haar kin tussen haar knieën geklemd en wreef met haar handen over haar schenen.

‘Heb je het gehoord?’, donderde Robert.

‘Ja, verdomme, ik hoor je wel!’, Marjo wierp Robert een woedende blik toe.

’Marjo?’ Roberts stem was streng. Er klonk dreiging door in deze vraag en het was niet moeilijk te raden wat deze inhield.

’Ik zei toch dat ik je gehoord had, of niet’, Marjo liet haar slecht humeur varen toen ze zijn stem gehoord had en de uitdrukking op zijn gezicht gezien had. Toen Robert zich omdraaide en naar de keuken liep, huiverde ze. Ze had kippenvel en voelde de zo langzamerhand bekende sensatie in haar lichaam, haar kruis klopte nadat de elektrische golf weggetrokken was. Ze had hem kwaad gemaakt. Ze had de spanker in hem ontwaakt en toen ze dit had gezien, werd er ook iets in haar wakker. Zou ze het durven om te zorgen dat ze kreeg waarnaar ze verlangde?

‘Stapel het hout netjes op en neem wat mee naar binnen, zodat we genoeg hebben voor de haard vanavond’, baste Robert vanuit de keuken.

Marjo weerstond de behoefte om impulsief terug te schreeuwen wat hij met dat hout kon doen. Maar ze kookte van woede dat hij haar zo heen en weer commandeerde. Ze bleef nog een paar minuten zo zitten en liet haar pijnlijke schenen tot rust komen. Ze hoorde Robert in de keuken rommelen. Keukenkastjes gingen open en dicht. Ze kon de vloerdelen onder zich voelen bewegen als hij heen en weer liep. De tijd ging ongemerkt voorbij, terwijl Marjo in gedachten verzonken was.

’Hee? Het is tijd om in actie te komen. Doe wat ik je gevraagd heb, kom hier en doe de deur achter je dicht’, galmde Robert terwijl hij zijn hoofd om de hoek van de deur stak en zag dat ze nog niets gedaan had.

‘Ach doe toch rustig aan!”, Marjo wapperde met haar handen alsof ze een vlieg aan het verjagen was.

‘Ik zal een jas aan moeten trekken als je niet hier komt en de deur dicht doet. Kom, doe wat ik je gevraagd heb. NU!’, Robert liet het laatste woord gepaard gaan met een harde klap tegen de deurpost. Het geluid van de klap deed Marjo overeind schrikken. Zijn gezichtsuitdrukking daagde het weerbarstige meisje in haar uit.

Marjo deed haar best niet te reageren. Het resultaat hiervan was een uitdagende blik en een luide zucht terwijl ze opstond om aan zijn verzoek tegemoet te komen. Roberts reactie was het optrekken van een wenkbrauw, zijn armen over elkaar doen en achterover tegen de deurpost leunen. Marjo voelde dat ze bloosde als reactie op zijn strenge houding. Ze draaide zich snel om en begon nerveus het hout met haar voet in de richting van de muur te verplaatsen.

‘Je hebt een nare houding, jongedame! Zorg dat je jezelf weer onder controle krijgt of ik zal een lang en onplezierig gesprek met je voeren’, zei hij terwijl hij toekeek hoe zij met het hout in de weer was.

‘Ach, houd je kop’, murmelde Marjo. Het hout verplaatsen door er tegenaan te schoppen zette niet veel zoden aan de dijk, maar Marjo was niet van plan te bukken en haar bips aan Robert aan te bieden omdat ze helemaal in beslag genomen werd door de gedachte wat hij zou kunnen doen als ze in die positie stond.


’Je hebt drie minuten om jezelf te herpakken en naar binnen te komen. Als je die houding dan nog steeds hebt, ga je erge spijt krijgen’. Robert wachtte haar antwoord niet af.

Marjo zag hem uit haar ooghoeken weglopen. Toe hij veilig uit het zicht verdwenen was, stak ze haar middelvinger naar hem op. Al mopperend in zichzelf stapelde ze het hout op en liep naar de keuken, maakte een heel theater van het uittrekken en ophangen van haar jas en duwde de deur net wat harder dicht dan nodig was.

Robert deed of hij het niet merkte om haar wat ruimte te geven om zichzelf te hervinden.

Marjo liep achter hem langs de hal in. Toen ze daar aangekomen was realiseerde ze zich dat ze hier niet de gelegenheid had zichzelf te vermaken zoals ze die thuis had.

‘Mag ik je computer gebruiken of naar de televisie kijken of zoiets?’, vroeg ze.

‘Wat wil je doen op de computer?’, vroeg Robert.


’Even surfen. Je hebt internet, toch?’ Marjo wist dat dit zo was, want het behang en een deel van de ornamenten was op die manier besteld.

‘Ik heb internet. Maar ik heb maar één account’, antwoordde hij.

‘Ik heb mij eigen account. Je hebt Chello toch?’ Er is maar één kabelaanbieder op het eiland’, zei Marjo spottend.

‘Ga je gang dan maar. Vermaak je maar even. Misschien knapt je humeur er van op’, Robert stuurde haar met een armgebaar naar de voorkant van het huis, waar hij een klein kantoortje had.

Marjo logde in. Ze was blij dat de storm de internetverbinding nog niet onklaar gemaakt had. Ze had echter snel verbinding. Ze keek haar email na en surfte naar een paar sites die ze regelmatig bezocht, maar ze vond niets interessants.

Al snel dwaalden haar gedachten af. Ze werd onrustig, Robert was druk in de keuken met wist zij veel wat. Ze had geen zin om hem gezelschap te houden, met als risico dat de irritatie weer op zou lopen. De spanning die ze in zich voelde zorgde er voor dat ze al nerveus werd bij de gedachte bij hem in de buurt te zijn. Alle voorwaarden waren aanwezig. Nog een klein akkefietje en ze zou de grens overgaan en was er een gerede kans dat hij haar een pak op haar bips zou geven. Haar echte probleem was dat hoe seksueel opwindend ze die mogelijkheid ook vond, ze geen zin had om de schaamte en vernedering te ervaren als ze in die positie terecht zou komen.

Het opstandige meisje in haar zei dat ze graag wilde dat ze door zou zetten. Maar de verstandige jongedame die Robert graag mocht en die het leuk vond het hem naar de zin te maken, had er helemaal geen zin in om hem kwaad te maken.

Marjo was een beetje bang voor de gevoelens die haar overspoelden. Robert betekende inmiddels veel meer voor haar dan de aardige man, die haar een baantje had gegeven. Verder was ze zich bewust van hun leeftijdsverschil. Een volwassen man zoals hij zou vast niet geïnteresseerd zijn in een verwend meisje dat zich kinderachtig gedroeg en steeds een pak op haar billen nodig had.

En toch, de mogelijkheid dat hij haar een pak op haar bips zou kunnen geven en het verwarrende gevoel wat dit teweeg bracht, hield haar bezig. ‘Als al die randverschijnselen er maar niet bij hoorden’, zei ze tegen zichzelf. ‘Tja, en als het maar niet zo’n pijn deed!”, ze gromde tegen haar vingers op het toetsenbord. Toen keek ze naar de google zoekfunctie en verzamelde moed. Er was geen oom Wim hier die haar op haar vingers keek. Het was ook niet waarschijnlijk dat er allemaal kinderbeveiligingen op deze computer zaten omdat de enige gebruiker een volwassen man is, die leraar was.

Ze keek even in de hal om zich ervan te overtuigen dat Robert niet in de buurt was, en typte vervolgens ‘BILLENKOEK’ in de zoekregel. Vervolgens klikte ze op zoeken. Binnen enkele seconden verschenen de zoekresultaten op het scherm. Het waren er wel meer dan honderd. Een aantal ervan gingen over sites waar sportverslagen stonden en waar Feyenoord billenkoek had gekregen. Ook waren er links met sites over het opvoeden van kinderen en het verbod op billenkoek. Maar er was ook een link naar een site met de titel ‘Spankees erolog’. De plaatjes op die site deden Marjo grote ogen opzetten.

Er stonden allemaal foto’s van vrouwen die met blote billen gebukt stonden. Op sommigen ervan was een rode kleur of striemen zichtbaar. Weer keek ze om zich heen om zich ervan te overtuigen dat Robert niet in de buurt was. Een opgewonden schuldgevoel maakte zich van haar meester. Toen ze zich van overtuigd had dat ze nog steeds allen was, scrolde ze naar beneden.

‘Oh mijn god! Ze geloofde bijna niet wat ze zag. Plaatjes van meisjes die een pak op hun billen kregen. Vrouwen met hun broek naar beneden! De tijd vloog voorbij en Marjo werd helemaal in beslag genomen. Allemaal vrouwen die op hun billen kregen. Het was een wereld waarvan ze geen idee had dat hij bestond. Maar ook een wereld die ze graag zou willen ontdekken.

Sommige sites hadden alleen maar plaatjes. Een andere, ‘huiselijke discipline’, had ook verhaaltjes die met regelmaat uitgebreid werden. Marjo klikte er één aan en begon te lezen. Het was een hoofdstuk uit een vervolgverhaal met de titel, ‘Staatsbosbeheer’. Marjo was helemaal opgetogen. Haar hart bonsde en haar opwinding werd steeds sterker. Nadat ze het hoofdstuk gelezen had vond ze een link naar een forum op de site van daphne’s foundation. Marjo zag een pen liggen en begon de adressen van deze sites op te schrijven. Ze was vast van plan hier nog eens terug te komen als ze de kans kreeg. Maar op dit moment’, dacht ze, ‘ben ik nog lang niet uitgekeken’.

Ze had het meeste belangstelling voor de verhaaltjes en de plaatjes. Ze klikte er nog op een paar en toen begon het beeldscherm te flikkeren.

‘Hè, verdomme!’, Marjo sloeg met haar vuist op het bureau. De verbinding was verbroken en de computer startte zichzelf opnieuw op. Het beeldscherm begon opnieuw te fikkeren. Toen kwam Robert aanlopen.

‘De stroom uitschakelen. De verbinding is instabiel en ik wil niet dat er data beschadigd raakt. Marjo kon haar teleurstelling niet verbergen, maar Robert had gelukkig geen idee waarom.

‘Bovendien je zit er al uren achter. Het is al bijna zeven uur. De stamppot is over een paar minuten klaar. Ga je maar even opknappen’, zei Robert. ‘Je kunt de slaapkamer aan de rechterkant van de overloop nemen, direct naast de trap. Schone lakens kun je in mijn slaapkamer vinden. Pak er een paar, maak het bed op en kom dan beneden om te eten’.

Marjo zuchtte, knikte en liep in de richting van de trap.

‘En niet rondsnuffelen in mijn kamer’, riep Robert haar achterna.

‘Niet in mijn kamer rondsnuffelen’, Marjo herhaalde zijn woorden met een zeurderig toontje en trok er een lang gezicht bij, terwijl ze de trap op liep. Ze was niet meer in de stemming om er tegen in te gaan, maar ze had tevens de smoor in dat ze gestoord werd in haar zoektocht. Ze bedacht zich dat ze de volgende keer in plaats van online te lezen, dingen uit zou printen zodat ze deze later zou kunnen lezen. ‘Als er een volgende keer komt’, klaagde ze tegen de lakens terwijl ze het bed opmaakte.

‘Kom nou naar beneden en houd eens op met treuzelen’, riep Robert bij de trap omhoog.

‘Jezus Mina, war ben jij bazig!’, zei Marjo tegen de muren. ‘Wat mankeert hem toch?’

De maaltijd vond in stilte plaats. Marjo was in gedachten verzonken. Ze probeerde te bedenken hoe ze weer online zou kunnen gaan om de wereld die ze gevonden had verder te kunnen ontdekken. En Robert was niet anders gewend, dan in stilte te eten.

‘Nu is het jouw beurt om aan het werk te gaan, Marjo’, verbrak zij de stilte aan het eind van de maaltijd. ‘Ik ga even naar het weerbericht kijken en proberen of ik nog iets van het nieuw op de televisie mee kan pakken. Jij gaat opruimen en doet de afwas’.

‘Maar ik weet niet waar ik de spullen moet laten?’, klaagde Marjo.

‘Dat zoek je dan maar uit’, Robert stond op en liet haar met de rommel achter.

‘Verdomme nog aan toe, jij bazige lul!’, siste ze. Ze dacht dat hij het niet zou kunnen horen.

‘En wanneer je klaar bent, kom je naar de huiskamer. We zullen het dan eens even hebben over de plotselinge verandering in je houding en je afschuwelijke taalgebruik’, was het antwoord dat Marjo niet verwachtte. Ze huiverde en een nerveus gevoel kwam in haar maag op. Hij klonk niet kwaad genoeg om haar een pak slaag te geven. Of wel? Misschien was hij alleen maar van plan haar een standje te geven? Misschien wou hij haar alleen maar laten schrikken?

Vlieland (3)

Robert was al voor dag en dauw op en maakte een werklijst voor Marjo. Hij had bedacht dat zij de praktische klussen zou doen, die ze zelfstandig zou kunnen uitvoeren, zodat hij zijn handen vrij zou hebben voor het andere werk. De eerste stap was het aanleggen van een brainstormlijst van werkzaamheden waarvan hij dacht dat ze die wel zou kunnen doen.

Toen de klok 7 uur aanwees en er nog geen spoor van Marjo was, voelde Robert een kleine irritatie opkomen. En toen er om 8 uur nog helemaal niemand was, was hij duidelijk geïrriteerd. De telefoon van de van Veens was in gesprek toen hij om kwart over 8 probeerde te bellen. Uit armoede begon Robert uiteindelijk zelf maar aan één van de klussen die hij voor Marjo genoteerd had. Ze zou het van hem over kunnen nemen als ze uiteindelijk binnen zou komen lopen.


Uiteindelijk, om 8:30 lukte het Robert om Bea te bereiken. Ze was verbaasd dat Marjo niet allang bij Robert was. Ze was per slot van rekening om kwart voor 7 al op de fiets vertrokken. Het was niet meer dan 10 minuten fietsen naar ‘Zeezicht’.


Door zijn jarenlange verblijf in de Randstad was de eerste reactie van Robert dat hij zich zorgen maakte. Bea wuifde zijn bezorgdheid echter weg. Hoewel ze niet wist waar het meisje uit kon hangen, was ze er wel zeker van dat er geen enge dingen hadden plaatsgevonden.

‘Geef haar een beetje tijd, Robert’, grinnikte ze. Ik weet niet wat er aan de hand is, maar ze zal er wel een goede reden voor hebben.

‘Zou je me willen laten weten wanneer ze thuis opduikt, Bea?’ vroeg Robert, terwijl hij zijn best deed zijn ongeduld voor de vrouw te verbergen. ‘Misschien heeft ze zich bedacht over het hier willen werken?’

‘Nee, nee, nee, dat is het niet. Ze heeft haar zinnen juist op dat baantje gezet, weet je’, lachte Bea. Ze wist dat Marjo tijdens het ontbijt heel zenuwachtig was geweest. Ze had ook het idee dat dit sterk te maken had met wat ze voor Robert voelde, meer dan met het baantje. Ze had het idee dat ze met opzet tegen iets aangelopen was, zodat ze te laat zou kunnen komen. ‘Verveelde onverschilligheid was één van de domme vrouwelijke trucjes om de aandacht van een man vast te houden’, dacht ze.

Toen ze de telefoon opgehangen had, moest Bea glimlachen. ‘Arm meisje’, dacht ze bij zichzelf. ‘Ik denk niet dat Robert hier erg lang genoegen mee neemt. En laat je oom er ook maar niet achter komen’.

Om kwart voor tien liep Marjo de trap op voor de brede hoofdingang van ‘Zeezicht’.

******
Toen ze die ochtend even voor zevenen het huis naderde en de grote gestalte van Robert achter het keukenraam zag, kon ze haar zenuwen niet meer de baas.

‘Ik ben te vroeg’, zei ze tegen zichzelf. ‘Hij zal vast denken dat ik overenthousiast ben’. Deze gedachte bracht haar ertoe door te fietsen in de richting van het dorp.

Het telefoongesprek van de vorige avond gecombineerd met het spannende van de nieuwe baan en de nabijheid van de man die ze zo spannend vond, zorgde ervoor dat ze zich rusteloos voelde. De afgelopen nacht was gevuld met opwindende dromen dat ze op het strand achtervolgd werd door een leerplichtambtenaar en vervolgens dat ze bij het kantoor van de conrector stond te wachten. Zowel de leerplichtambtenaar als de conrector hadden het gezicht van Robert. De droom stond bol van de verlangens die voortkwamen uit de dreiging en de angst dat ze een pak op haar bips zou krijgen. Er was niet duidelijk wat ze misdaan had en de gevreesde consequenties werden niet ten uitvoer gebracht. Ze werd heel moe wakker met een vaag gevoel van frustratie en iets wat ze niet goed kon benoemen.

In de haven waren vissers druk bezig hun boot in orde te maken. Door naar al deze bedrijvigheid te kijken vond Marjo de gelegenheid om los te komen van haar gedachten. Het was vloed en de meeste boten lagen in de haven. De vissers hadden de vangst van de vorige dag al gelost. Marjo vond een rustig stekje om alles te kunnen observeren.

‘Ik moet zo maar weer eens gaan’, dacht ze bij zichzelf. Deze gedachte stemde haar niet vrolijk en bracht het nerveuze gevoel terug dat ze voelde als ze eraan dacht voor hem te werken en bij hem in de buurt te zijn. Als ze heel eerlijk was, dan wist ze wel dat ze liever niet van het eiland afging en dat ze heel diep in haar hart hier voor altijd wou blijven wonen. Maar op dat moment dacht ze nog dat dit gevoel met angst voor het onbekende te maken had en het niet weten wat ze nu eigenlijk wou. Ze zat ermee dat geen van leeftijdsgenoten er moeite mee hadden om de wijde wereld in te trekken. De meeste van hen studeerden of werkten aan de wal.

’Hee, meisje!’ Een stevige tik tussen haar schouderbladen en een ruwe stem bracht haar terug in de realiteit. ‘Waar in ’s hemelsnaam heb jij de halve ochtend uitgehangen?’

‘Hee Douwe’, Marjo hield nog even haar mond en sprak toen zachtjes. De oude visser was een bekende verschijning op dit uur van de dag op de haven. Zijn leeftijd en lichamelijke beperking, zijn ene been was korter dan het andere, hielden hem aan de wal. Hij was een goede vriend van Marjo en van nog enkele jongeren op het eiland. Hij wist waarschijnlijk zelfs meer van haar gedachten en zorgen dan ze zelf deed. Sinds ze op Vlieland woonde, was Marjo naar de haven gegaan om na te denken en om haar problemen en te ontvluchten.

‘Zit je in de knoei, meisje?’, zei Douwe met opeengeklemde kaken omdat hij net een pluk pruimtabak naar binnen had geschoven en ging naast Marjo zitten.

‘Neu, ik zit wat tijd te doden voordat ik met mijn nieuwe baantje begin bij hem van de Jong’, zei Marjo schouderophalend terwijl ze afwezig aan de rafelende uiteinden van een stuk touw plukte dat ze gevonden had. Toen ze zichzelf ‘hij van de Jong’ hoorde zeggen, brak er een glimlach bij haar door. Zo zou Robert genoemd worden als hij in één van de huiskamers op het eiland besproken werd. Op de één of andere manier was het grappig om zo over iemand te spreken die bijna tien jaar ouder was dan zij.

‘Een baantje zei je? Wat voor baantje?’, vroeg de oude man geïnteresseerd.

‘Hij gaat ‘Zeezicht’ opknappen en het daarna waarschijnlijk heropenen’, zei Marjo schouderophalend.

‘Is dat zo? Nou dat is een nieuwtje, zou ik denken’, Douwe schraapte zijn keel en spuwde op de grond. ‘Hij laat de dag nogal laat beginnen, is het niet?’

‘Nee, dat valt wel mee. Ik wil alleen niet overenthousiast lijken op mijn eerste dag’, grijnsde Marjo en knipoogde.

‘Ik begrijp het’, antwoordde Douwe en knipoogde terug. ‘Maar dat zal niet werken? Hij zal denken dat je een loopje met hem neemt?’

‘Nee. Je kent me toch. Zo gewonnen, zo geronnen’, Marjo keek weer naar het touw in haar handen en begon weer aan de rafels te plukken. Ze hoopte dat de oude man haar leugentje niet zou doorzien. Dit baantje betekende heel veel voor haar en haar te laat komen had niets met luiheid te maken.

‘Ja, meisje, dat weet ik. Ik ken je immers heel goed’, Douwe zweeg even. Als Marjo opgekeken had, dan zou ze een vragende en bezorgde blik op het gezicht van haar vriend gezien hebben. Desalniettemin kon ze het aan zijn stem horen.

‘Hoe zou je oom Wim reageren als hij hoort dat je op je eerste dag uren te laat gekomen bent?’, vroeg Douwe nadat er minutenlange stilte tussen beiden had gehangen.

Marjo haalde haar schouders op en keek op haar horloge.

‘Denk je dat die jongeman het zal vertellen?’, vroeg Douwe.

Marjo haalde opnieuw haar schouders op en begon weer aan het uiteinde van het touw te frunniken.

’Misschien dat ik het er maar eens met je oom over moet hebben?’, Douwe schoof wat dichter naar haar toe en tikte het zijn dikke gele nagel op het glas van haar horloge.

‘Als je het lef hebt, ouwe gek!’, lachte Marjo. Ze wist dat de oude man haar zat te plagen en besefte dat hij haar tegelijkertijd maande in actie te komen.

‘Je wilt misschien niet overenthousiast overkomen, toch zou ik die jongeman laten zien dat ik er zin in heb, als ik jou was. Douwe klopte Marjo bemoedigend op haar rug.

‘Hij is niet een jongeman, Douwe, hij is aan oude kant van jong als je begrijpt wat ik bedoel’, veranderde Marjo van onderwerp.

‘Ik denk dat je daar gelijk in hebt nu je er over begint. Hij was ongeveer even oud als jij nu bent toe hij wegging. Douwe knikte, gooide zijn hoofd naar achter en spuwde in het water van de haven. Maar niet te oud naar jouw idee, is het niet, meisje?’

‘Ha! reageerde Marjo hooghartig. ‘Ik ben momenteel helemaal niet geïnteresseerd in mannen’.

Douwe grijnsde en hield zijn gedachten voor zich. Hij interpreteerde haar felle ontkenning naar zijn ware betekenis: ‘kleine Marjo had oprecht belangstelling in de jongeman’.

‘Nog even en dan is het middag. Denk je niet dat je het nu ver genoeg doorgedreven hebt?’, zei Douwe tussen neus en lippen door.

Marjo keek even op haar horloge en haalde haar schouders op. ‘Het is nog maar kwart over negen, ouwe leugenaar. Ik ga daar naartoe wanneer het mij uitkomt, duidelijk?’ Terwijl ze dat gezegd had stond ze op en rekte zich eens lui uit. Ondanks dat het toneelspel was, maakte ze er een goede show van. ‘Ik heb zin in koffie, dus ik ga die kant maar eens op’.

‘Laten we maar hopen dat de man geen ouderwetse ideeën heeft over stiptheid, jongedame’, grijnsde Douwe. Hij rochelde en spuwde.

‘Ouderwetse ideeën?’, Marjo keek de oude man onderzoekend aan.

‘In mijn tijd maakte een jongedame die op de eerste dag van haar nieuwe baan te laat was, kans met de mattenklopper onthaald worden’, Douwe gooide zijn hoofd naar achter en spuwde opnieuw.

Er verscheen een dikke laag kippenvel op Marjo’s arm en een elektrische sensatie joeg door haar lichaam, toen Douwe deze woorden uitsprak. Het nerveuze gevoel waar ze al de hele ochtend mee worstelde was in volle omvang terug.

‘Tja, nou daar kan hij maar beter niet aan denken’, antwoordde Marjo rustig terwijl ze haar schouders ophaalde, maar met een gezichtsuitdrukking die veelzeggend was.

‘Als hij verstandig is, neemt hij het in overweging, jongedame’, lachte Douwe. Hij genoot van zijn plagerij en van de onzekerheid van zijn jonge vriendinnetje.

*********
Marjo repeteerde haar smoes voor de honderdste keer toen ze bij de grote voordeur van ‘Zeezicht’ stond. De zon die achter haar stond en door de raampjes scheen, zorgde voor een regenboogeffect op de vloer van de hal. Zou ze aankloppen of gewoon naar binnen proberen te lopen? Haar hand trilde toen ze hem uitstak naar de deurknop. Haar hart sloeg op hol, ze zuchtte en ze draaide zich van de deur weg.

‘Hij zal hartstikke kwaad zijn als je niet op een gegeven moment komt binnenlopen’, zei ze tegen zichzelf terwijl ze met haar vuisten op haar dijen sloeg. ‘Hij zei toch duidelijk hoe laat je hier moest zijn? Ach…het mocht wat!’


Ze zou zeggen dat hij haar gezegd had dat ze ’s morgens goed gehumeurd moest verschijnen. Toen herinnerde ze zich het telefoongesprek van de avond ervoor, ze kon niet meer bedenken of hij een tijd genoemd had. Ze zou hem zeggen dat hij helemaal geen tijd genoemd had. En als hij vol bleef houden zou ze zeggen dat ze zich er niets van kon herinneren.

‘Dit is belachelijk! Ga toch gewoon naar binnen, gekkie!’ sprak Marjo zichzelf moed in. Maar ze kon het niet opbrengen de daad bij het woord te voegen.

De volgende vijf minuten bleef ze bij de deur staan talmen en haar verhaaltje oefenen. Ze probeerde al haar acteertalent te verzamelen die ze nodig had om de leugens te verkondigen.

Dat ze iemand binnen hoorde fluiten, haalde haar over de streep. Iemand die liep te fluiten kon nooit erg kwaad zijn. De deur zat niet op slot, zodat ze niet hoefde aan te kloppen. Marjo stapte het grote oude huis binnen en keek om zich heen terwijl ze de deur achter zich sloot.


Het gefluit kwam vanuit een kamer aan de achterkant van het huis. Marjo dacht er even aan op het geluid af te lopen en de confrontatie met Robert maar meteen aan te gaan. Maar haar behoefte om even rond te snuffelen won het. Het moest ooit een prachtig en statig huis geweest zijn. Als je door de sporen van de tand des tijds, het onderhavige onderhoud en de vieze ramen heen keek, zag je een mooi statig herenhuis.


Toen ze de woonkamer betrad en er doorheen liep naar de eetkamer, hield ze even stil om van hetzelfde betoverende uitzicht op de zee te genieten als Robert de vorige avond gedaan had. Ook haar gedachte dat de tussenwand het uitzicht geen goed deed was hetzelfde. Marjo voelde zich meteen thuis in het huis. Ze herinnerde zich de uitspraak van Robert in de keuken van haar oom, ‘Als dit mijn eigendom was, zou ik het voor niets in de wereld opgeven’, zei ze hardop.

Normaal gesproken werd ze onrustig van gedachten om zich te settelen. Altijd bedacht ze dat de tijd dat ze Vlieland zou verlaten, steeds dichterbij kwam. Maar nu voelde het allemaal anders. Dit huis straalde rust uit. ‘Zelfs al was het niet van haar en zou ze het over een paar maanden weer moeten verlaten, iedere keer als ze er zou terugkomen zou het voelen als thuiskomen. En hoewel ze dit gevoel geen woorden gaf toch voelde het aan als logica.

Ze deed er ongeveer een half uur over om het hele huis te bekijken voordat ze bij de kamer aankwam waar Robert aan het werk was. Toen ze daar aankwam ging ze verveeld in de deuropening staan. Ze leunde tegen de deurpost om haar desinteresse te accentueren. Robert had haar al direct vanuit zijn ooghoeken gezien, maar wachtte met opkijken. Hij wou zien wie de eerste stap zou maken.

Nadat hij met Bea gesproken had en gehoord had dat Marjo al vroeg in de ochtend vertrokken was, had Robert nagedacht hoe hij zou reageren op haar late verschijnen. In de wetenschap dat ze al vroeg vertrokken was, vroeg hij zich af hoe het kwam dat ze er zo laat was. De meest waarschijnlijke mogelijkheid vond hij dat ze hem op een passief agressieve manier uit zijn tent aan het lokken was.

De hooghartige houding die ze aannam bewees dat hij het bij het rechte eind had. Als leraar aan een middelbare school had Robert met hele volkstammen vergelijkbare adolescenten te maken gehad.

“Ze maakt er wel een hele show van’, dacht hij bij zichzelf. Maar de ‘het kan mij allemaal niets schelen houding’ maakte weinig indruk op hem.  Als ze bij hem wilde werken, dan zou ze uit een heel ander vaatje moeten tappen en dergelijk kinderachtig gedrag achterwege moeten laten. Deed ze dat niet, dan was het allemaal verspilde moeite en kon hij veel beter iemand anders zoeken die het baantje graag wou hebben.

Marjo wachtte tot Robert iets zou zeggen. Toen hij dat niet deed schoof ze met een luide zucht met haar heup langs de deurpost, zodat hij haar wel zou moeten opmerken. Hij keek op van zijn werk in de hoek van de kamer en liet zijn blik over de gestalte in de deuropening glijden. Met een koele blik en harde gezichtsuitdrukking nam hij haar op.

Marjo rechtte onmiddellijk haar rug en nam een defensieve houding aan. Ze sloeg haar armen beschermend over elkaar.  Haar vingers speelden met de zoom van haar trui en er verscheen een beginnende pruillip. ‘Ik ben er’, zei ze. De defensieve uitstraling en de toon in haar stem was het enige dat overgebleven was van haar zo grondig ingestudeerde toneelstukje.

‘Laat’, zei Robert en richtte zijn aandacht weer op het stoomapparaat waarmee hij het behang van de muur aan het verwijderen was. Zijn houding en de toon in zijn stem gaven te kennen dat ze wel weer kon gaan. Deze boodschap kwam zo duidelijk aan, dat Marjo’s eerste reactie was te vertrekken.

Maar ze wilde helemaal niet weggaan. Het gevoel dat ze wel weer kon gaan, het nerveuze gevoel wat haar al de hele ochtend in de greep hield en het gevoel dat ze met haar houding haar eigen graf aan het graven was, deden de adrenaline bij haar lopen.

‘Je hebt helemaal niet gezegd hoe laat ik hier moest zijn’, haar antwoord klonk als een feit.

‘Neem me niet kwalijk?’, Robert keek weer op en trok zijn rechter wenkbrauw op. Zijn gezichtsuitdrukking was eerder geamuseerd dan boos, maar op zijn minst verbaasd. Niet alleen had hij haar duidelijk gezegd dat ze vroeg diende te zijn, maar had haar ook de consequenties voorgehouden als ze daar niet aan zou voldoen. Hij was er heel duidelijk in geweest. Haar onverwachte argument had een ontwapenende uitwerking op hem.

Marjo had al snel in de gaten dat het argument dat ze niets wist van een afgesproken tijd tamelijk hopeloos was. Ze had het moeten weten, maar daar was het nu te laat voor.

‘Ik moet dus maar net doen of er niets aan de hand is?’, vroeg Robert, terwijl hij het stoomapparaat terzijde legde en drukt zichzelf met zijn handen op de knieën overeind. Het knakken van zijn gewrichten doorbrak voor even de stilte.

Marjo dacht even na over wat ze nu moest zeggen. De stilte deed bij Robert de irritatie weer oplopen. Hij wachtte nog even met wat te zeggen en keek op zijn horloge. Tien uur geweest. Ze was meer dan drie uren te laat en met een humeur om op te schieten. Robert schudde zijn hoofd.

‘Wil je dit baantje nu wel of niet?’, verbrak Robert de stilte. Met deze opmerking ging hij de discussie uit de weg die Marjo overwoog te gaan voeren.

Marjo’s lichaam reageerde op de strenge toon in zijn stem voordat de woorden tot haar doorgedrongen waren. Ongerustheid nam haar in bezit en haar vingers begonnen te tintelen. Haar eerste reactie was haar schouders ophalen. Dat deed ze altijd als kind als ze niets wist te zeggen omdat ze zich ongemakkelijk voelde. Ze was zich er meestal niet eens van bewust dat ze onvermijdelijk zo reageerde als ze met autoriteit geconfronteerd werd.

‘Kan het je niets schelen? Is dat het?’, Roberts ervaring in het werken met pubers maakte dat hij zeker wist dat Marjo’s onverschilligheid gespeeld was. Hij zou haar er echter mee confronteren, Als hij de één of andere relatie met dit brutaaltje wilde opbouwen dan moest ze het arrogante masker wat ze zo graag liet zien, laten vallen.

‘Nee, dat is het niet’, bracht Marjo er tegen in.

‘Het kon zijn dat je een loopje met me nam’, Roberts stem was zacht maar streng.

‘Ik had tijd nodig om na te denken’, zei Marjo.

‘Ik heb een telefoon’.

‘Er was geen telefoon in de buurt’, antwoordde Marjo.

‘Je had hier moeten zijn. Je had ook heel veel na kunnen denken terwijl je behang aan het afweken was’, zei Robert.

‘OK, het kan zijn dat ik te laat was. Maar ik ben er nu. Wil je dat ik aan het werk ga, of niet?, vroeg Marjo. Irritatie en schaamte zorgde dat haar vingers opnieuw begonnen te tintelen.

‘Daar moet ik eerst maar eens over nadenken’, Roberts antwoord klonk als een voldongen feit en serieus genoeg om genoeg twijfel bij Marjo te zaaien of ze het baantje überhaupt nog wel zou krijgen.

Robert liep langs haar heen de gang door naar de keuken. Hij had eerst koffie nodig.

Marjo bleef in de gang staan. ‘Wat nu?’, dacht ze.

‘Kom hier maar even zitten. We moeten eens wat afspraken met elkaar maken’, zei Robert terwijl hij de koffie in het filter deed en het koffiezetapparaat vulde met water.

Aarzelend kwam Marjo op zijn stem af en stapte de keuken in.

‘Ga daar maar zitten’, zei Robert en wees op de stoel die het dichtst bij hem stond. Marjo liep het haar hoofd naar beneden langs hem heen en ging zitten. Voor het eerst kwam het bij haar op dat oom Wim niet blij zou zijn als hij hoorde dat ze al ontslagen zou zijn voordat ze aan haar nieuwe baan begonnen was. Het zou er wel eens voor kunnen zorgen dat hij wel eens harde beslissingen omtrent haar toekomst zou kunnen nemen.

‘Wil je dit baantje?’, vroeg Robert nogmaals. Deze keer met dwingende stem die duidelijk maakte dat hij een antwoord verlangde.

‘Ja’, zei Marjo snel.

‘Goed dan, dan zullen we daar afspraken over maken om daarna de draad weer op te pakken. OK?’, vroeg hij nog steeds met een strenge stem.

Marjo knikte, maar ze bleef naar haar vingers kijken en naar de suikerkorrels die over de keukentafel verspreid lagen.

‘Ik wil het je horen zeggen!”, drong Robert aan.

‘OK”, gaf Marjo toe en keek naar hem op zodat hij kon zien dat ze het meende. Onder de oppervlakte voelde ze de irritatie weer toenemen.

‘Goed’, zei Robert en ging tegenover haar zitten. ‘Ten eerste. We starten ‘s morgens om 7 uur. Dat hadden we gisteravond ook al afgesproken, of niet?’

Marjo knikte en keek hem aan op zoek naar een reactie.

‘Ten tweede. Je antwoorden bestaan vanaf nu uit woorden in plaats van hoofdknikken. Vanaf nu. Duidelijk?’

Marjo knikte.

‘Duidelijk?’, herhaalde Robert en zette een nog krachtiger stem op om zijn gezichtsuitdrukking te onderstrepen.

‘Ja’, zei Marjo. De irritatie borrelde inmiddels in haar keel.

‘Mooi zo. Ten derde, je gaat wat aan die brutale houding van je doen en toont je belangstelling voor wat er hier allemaal omgaat. Ik heb geen zin in een brutale meid die de voortgang hier alleen maar in de weg staat. Duidelijk?’

Marjo knikte.

‘Je bent verdomd traag van begrip, of niet’, bulderde Robert. ‘Of laat je nu zien hoe je je hier gaat gedragen?’

‘Wat?’, klaagde Marjo.

‘Ik vroeg je of het duidelijk was. En gaf je daar antwoord op?’

‘Oh, sorry. Ja, het is duidelijk’, antwoordde Marjo.

‘Je hebt al twee regels overtreden’, zuchtte Robert. ‘Niet een erg goede start’.

‘Ik zei toch sorry’, bracht Marjo er tegen in.

‘OK, genoeg. Dit werkt niet’, gromde Robert en duwde zijn stoel achteruit om koffie in te schenken.

‘Houd toch eens op! Het is niet eerlijk wat je doet. Stel me niet steeds vragen waar ik eigenlijk maar één antwoord op kan geven’, siste Marjo en duwde haar stoel ook achteruit.

‘Ik wil je antwoord horen geven. Ik zei je al dat ik wil dat je die onverschillige houding laat varen. En ik meen het. Je zegt gewoon ja als ik je een vraag stel. Is dat duidelijk?’ Robert draaide zich om zodat hij haar aankeek en verhief zijn stem om zijn woorden kracht bij te zetten.

‘Ja’, antwoordde Marjo ook met luide stem onder invloed van haar toenemende irritatie.

‘Dat is beter’, beantwoordde Robert haar irritatie met een grijns en draaide zich weer om naar de koffie.

‘Verdomde lul!’, mompelde Marjo binnensmonds.

‘Wat zei je daar?’, Robert hield op waar hij mee bezig was en draaide zich naar haar om. Zijn houding straalde waarschuwing uit. ‘Je begeeft je op een hele dunne grens als het klopt wat ik dacht te horen’.

‘Niets’, deinsde Marjo terug.

‘We weten beide dat het niet niets was. Ik waarschuw je voor het laatst dat je een beetje op je houding te letten’, gromde Robert. ‘Is dat duidelijk?’

‘Ja verdomme! Het is duidelijk!’, Marjo sloeg met haar vlakke handen op de tafel en schreeuwde de woorden uit.

‘Goed dan, tijd om dat serieuze gesprek waar ik het gisteravond over de telefoon over had eens te voeren’, kondigde Robert aan en reikte naar een houten spatel die te samen met vergelijkbare artikelen in een pot op het aanrecht stond. Hij woog het ding keurend in zijn rechterhand en sloeg er mee op zijn linkerhand om uit te proberen hoeveel pijn hij deed. Om te laten zien dat dit het geval was, schudde hij met zijn hand en knikte.

‘Geen sprake van!’, Marjo zette grote ogen op en een onaangename elektrische sensatie joeg door haar lichaam. Ze voelde opeens dat ze heel nodig moest plassen.

‘Wel sprake van’, knikte Robert, alsof hij aangaf dat hij suiker in zijn koffie wilde. Het is nu verbonden aan je toekomst als werkneemster hier, ben ik bang’.

’Het is niet eerlijk!’, Marjo schudde met haar hoofd van nee.

Nu was het de beurt aan Robert om zijn schouders op te halen. ‘Mijn huis, mijn baan en mijn regels’, zijn stem was beslist, zijn gezichtsuitdrukking grimmig en vastbesloten.

Marjo zag hoe hij een stoel van de tafel wegtrok en erop ging zitten en keek haar verwachtingsvol aan. Ze schudde nog steeds nee. Hetzelfde verwarrende gevoel wat ze op het strand had gevoeld was teruggekeerd. Natuurlijk wilde ze niet op haar bips geslagen worden. Het zou zeer doen en was erg vernederend. En toch was er diep van binnen een ander gevoel. Een gevoel waar ze niet blij mee was, een gevoel dat een pervers soort verlangen uitdrukte vocht een innerlijke strijd uit. Dit gevoel verlangde wel naar een pak op haar billen, zeker van deze man. Een gevoel wat zich afvroeg of hij haar broek naar beneden zou doen. Angst voor haar eigen geheim en angst voor de pijn zorgde dat haar mond en keel droog werden en zorgden ervoor dat haar hoofd als een metronoom nee bleef schudden.

‘Ja, Marjo’, gaf Robert te kennen. ‘Dit is wat er nu gaat gebeuren. Kom hier’. Hij tikte met de spatel op zijn rechter bovenbeen.

Marjo’s houding straalde een mengeling van verwarring en verzet uit.

‘Nou kom aan, we hebben nog meer te doen. Je hebt al veel tijd verspild vandaag’.

‘Ik wil niet’, sputterde Marjo tegen. ‘Kun je me niet nog een kans geven?’

‘Nee, nieuwe kansen geven een verkeerd signaal af’.

Marjo schudde opnieuw haar hoofd en keek wanhopig om zich heen. Verwarring en verbazing dat ze op het punt stond op te staan en zich te onderwerpen aan een pak slaag van een vreemde man deden haar gedachten op hol slaan. De aanblik van de keuken gaf geen verlichting en dus begon ze te handenwringen. Een prikkelende sensatie deden haar vingertoppen tintelen. Het was geen prettig gevoel.

‘Nu’, baste Robert, hij overdonderde haar. Met een zucht stond ze op en liep naar hem toe.

‘Doe je broek en je onderbroek naar beneden en kom over mijn knie liggen’, beval Robert.

Marjo schudde weer met haar hoofd en draaide zich zo dat haar ogen de zijne ontmoetten. Ze keek hem smekend aan in de hoop dat hij nog van gedachten zou veranderen. Hij meende het en was niet te vermurwen. Hij klopte weer op zijn bovenbeen en reikte naar haar rechterarm.

Marjo jammerde en kneep haar ogen dicht. Met gesloten ogen kon ze wegvluchten van de bedreigende realiteit. Een deel van haar zou het op een lopen willen zetten, een ander deel berustte in het onvermijdelijke. Haar vingers friemelden aan de knoop en de rits van haar spijkerbroek. Ze maakt haar billen bloot en ging uit zichzelf over zijn schoot liggen.

‘AUW!, gilde ze, toen Robert de spatel voor de eerste keer liet neerdalen.

‘Het lijkt erop dat je pas geleden nog een flink pak op je bips gehad hebt, hè brutaaltje? Hij verwachtte eigenlijk geen antwoord en nam deze keer genoegen met een hoofdknik. Hij glimlachte en liet er verder geen gras over groeien. Heel veel meer klappen volgden de eerste vlak op elkaar. Binnen een paar minuten lag Marjo zo tegen te stribbelen dat Robert even moest stoppen om haar goed vast te kunnen houden.

‘Alsjeblieft, laat me opstaan’, smeekte Marjo tijdens de kleine pauze.

Robert grijnsde. Hij was nog niet van plan om op te houden. Dit pak slaag verliep helemaal zo als hij het zich voorgesteld had en hij was vast van plan om het ook te laten ophouden zoals hij van plan was. Hij was zich ervan bewust dat er een zekere mate van opwinding ontstond in zijn broek, maar dat was niet zijn primaire doel van dit pak op haar billen. Misschien zou hij ooit een vrouw om een andere reden dan straf een pak op haar blote bips geven. Maar deze keer had hij een heel ander doel voor ogen dan de fysieke reacties van zijn lichaam. Zijn geest liet zich niet afleiden. Hij vond het geruststellend dat hij ondanks zijn opwinding zijn doel scherp voor ogen kon houden.

Marjo kreeg die ochtend een hard pak op haar bips. Ze vocht heel hard tegen de tranen en slaagde daar maar amper in. Toen Robert haar uiteindelijk liet opstaan was haar houding drastisch veranderd. Het pak slaag had de lucht geklaard van de nerveuze spanning die ze in zich had. Het vervelende geheim in haar was tot rust gekomen en de spanning die ze had gevoeld sinds hun eerste ontmoeting was verdwenen.

Robert zette haar de rest van de dag aan het werk met het afsteken van het behang in de achterste slaapkamers. Toen het tijd was om op te ruimen en na te denken over het avondeten nam hij de tijd om haar bij te praten over zijn plannen en de werkzaamheden waarvan hij hoopte dat zij ze voor haar rekening kon nemen.

Marjo voelde zich helemaal opgewonden en keerde met een gelukkig gevoel terug naar huis op een manier waarvan ze zich niet kon herinneren zich ooit eerder zo gevoeld te hebben. Ze had zo haar eigen ideeën over sommige plannetjes van Robert, maar over het algemeen kon ze zich helemaal in zijn plannen vinden.

Vlieland (2)

Bea en Wim praatten nog een hele poos na, nadat Robert vertrokken was. Ze waren blij dat Marjo alsnog iets om handen kreeg. Ze waren ook blij dat Robert had besloten voorlopig op Vlieland te blijven. Ze hadden beiden zijn ouders goed gekend. Bea en zijn moeder, Gerda waren zelfs dikke vriendinnen.

Bea was blij dat de voorspelling van haar oude vriendin uit zou komen. Gerda had iedereen verteld dat haar jongste zoon op het eiland thuis hoorde. Robert was zo één met Vlieland, had Gerda aan Bea verteld, dat zijn geest het eiland nooit verlaten had. Gerda zei dat ze diep in haar hart wist dat Robert op een dag terug zou keren. Ze had zijn aanwezigheid altijd in het pension gevoeld. In haar dromen zag ze hem door het huis scharrelen, een praatje makend met de gasten, het eten serverend, net zoals hij altijd gedaan had.

Wim had niet zoveel met al die beschrijvingen van de fantasieën van de dode vriendin van zijn vrouw, maar hij vond het aandoenlijk om te zien hoe ze glimlachte bij de dierbare herinneringen.

Toen Marjo de keuken binnenkwam was het tijd om het eten voor de gasten klaar te maken die Wim eerder die dag van de boot gehaald had. Alle drie staken ze de handen uit de mouwen om de klus te klaren.

‘Marjo meisje, hoe kwam je erbij om Robert mee te nemen naar huis?’, vroeg Wim tussen neus en lippen weg, terwijl hij zijn vrouw hielp het serviesgoed naar de eetkamer te brengen.

‘Ik kwam hem tegen op het strand, oom Wim’, antwoordde Marjo na een paar seconden. Zijn vraag verbaasde haar enigszins. Ze was enorm opgelucht dat Robert niet over haar brutale gedrag begonnen was, maar deze vraag had haar een gevoel van onzekerheid gegeven. Zou hij het dan toch aan haar oom verteld hebben en was dit de manier van haar oom om het ter sprake te brengen?

‘Ik wist niet dat je hem kende’, zei Wim met een licht vragende ondertoon.

‘Dat doe ik ook niet, hij was in de uitsparing tussen de duinen en we hebben een praatje gemaakt’, legde Marjo uit en hoopte dat ze geen tekst en uitleg over de inhoud van de conversatie zou hoeven geven.

‘OK’, knikte Wim met een knipoog. ‘Leuk om te horen dat je je voor de verandering eens sociaal opgesteld hebt.

Marjo kromp ineen toen ze dat hoorde, maar reageerde er verder niet op. Als haar oom wist dat ze zo onbeschoft had gedaan, dan moest hij daar zelf maar mee komen. En als hij dat niet deed, dan hoopte ze maar dat het tot het verre verleden behoorde voor hij er iets van zou horen.

‘Hij is een erg aardige vent zou ik zeggen, vind je niet?’, zette Wim het gesprek voort.

‘Zou best kunnen’, antwoordde Marjo en haalde wat onwillig haar schouders op.

‘Hij is van goede komaf. Ze wonen al generaties lang op het eiland’, legde Wim uit, alsof de familie de Jong van onbesproken gedrag zou zijn.

‘Zoals ik heb horen vertellen is hij er vandoor gegaan. Hij heeft zijn moeder alleen gelaten met al het werk in het pension en bij een man die onuitstaanbaar was’, bracht Marjo in tegen de goede referentie die oom Wim over Robert gaf.

‘De jongen is van het eiland afgegaan om te gaan studeren!’, nam Bea het woord. ‘Zijn moeder wilde dat hij dat zou doen. Hij is er echter pas heel laat toe gekomen omdat hij zijn moeder niet alleen wilde laten, als ik me goed kan herinneren. Hij wilde koste wat het kost hier blijven”.

‘Dat was pas nadat zijn vader het zat was dat hij iedere avond van kroeg naar kroeg trok om zich te bezatten, heb ik horen vertellen’, weersprak Marjo de verdedigende woorden van haar tante jegens de vreemdeling, die tot een uur geleden niet meer was dan een geest uit het verleden van het eiland.

‘Niets anders dan gemene roddel, Marjo. Ordinaire en gemene achterklap. Ik wil die woorden nooit weer horen in dit huis, heb je dat begrepen?’, zei Bea. In de toon in haar stem weerklonk ergernis.


’Weet je, ik wist tot voor kort alleen maar wat roddelverhalen over deze familie en om eerlijk te zijn ben ik in niet veel meer geïnteresseerd’, klaagde Marjo. Nu het onplezierig dreigde te worden, was ze de verhalen over Robert, zijn verleden en zijn familie helemaal beu. ‘Die man interesseert me eigenlijk helemaal niets als jullie dat maar weten!’


’Robert is een goed mens, Marjo. Je behandelt hem met respect, heb je dat goed begrepen?’, waarschuwde Wim.

Marjo reageerde niet op de waarschuwing van haar oom. In plaats daarvan hield ze zich stil en luisterde naar het prietpraat van haar oom en tante die druk waren met het dekken van de tafels.

Of ze op de geur van het eten afkwamen of op dit tijdstip waren uitgenodigd, Marjo wist niet wat de reden was, kwamen de gasten een paar minuten later de eetkamer binnendruppelen.


Vriendelijk gekeuvel over de dingen die op Vlieland gedaan en bekeken konden worden, namen de rest van de avond de plaats in van het gespreksonderwerp Robert de Jong. Marjo liet zich lui in de stoel aan het hoofd van de tafel bij het raam zakken. Als haar iets gevraagd werd gaf ze netjes antwoord maar voor de rest dwaalden haar gedachten over de in het schemer zwart lijkende Noordzee.

Een steeds terugkerende, bijna dwangmatige gedachte kwam telkens in haar hoofd op. Alle schaduwen, bootjes, vlonders, strandpalen leken de perfecte hoogte te hebben voor een man als Robert om op te gaan zitten met haar voorover over zijn knie getrokken of ze hadden de perfecte hoogte voor een meisje van haar postuur om er gebukt over heen te buigen. In beide gevallen was het eindresultaat hetzelfde, namelijk dat ze een pak op haar billen zou krijgen. Nooit eerder had Marjo dergelijke gevoelens of fantasieën gehad. Ze waren echter niet onplezierig, maar wel  verwarrend.


************


Eén van de mooiste momenten op Vlieland was om bij zonsondergang vanaf de duinen naar de haven te kijken. Het dorp op de voorgrond, de waddenzee op de achtergrond. De lucht kleurde ’s avonds vaak vermiljoen. De vissersboten vielen bij eb droog op het strand. In de slenken lagen soms vissen ten dode opgeschreven toen het water in het poeltje waar ze per toeval terecht gekomen waren, langzaam opdroogde. Anderen, die meer geluk hadden kronkelden door de slenken op weg naar het open water, hun vinnen staken boven het water uit, zodat ze net kleine haaien leken. Krabbetjes en andere schaaldieren bewogen zich tussen het drooggevallen zeewier op het strand. Na een paar uur zou de zee terugkeren en alles weer normaal worden.

Het getij hoorde helemaal bij het eiland, net zoals de lucht en de zee. Ze waren meer dan een toeristische attractie alleen. Ze zorgden voor een inkomen voor hen die uit de zee oogsten wat hij hen te bieden had. De getijden hadden ook een andere, destructieve kant. Dit was waarom Marjo en vele anderen er ambivalent tegenover stonden.

In de loop der jaren waren velen, zowel eilanders als toeristen verrast door de plotseling en snel opkomende vloed. Ze waren bij laag water de zeebodem opgelopen, op sommige plaatsen zelfs kilometers lang, om tot de ontdekking te komen dat ze vervolgens werden ingesloten door het opkomende water. Velen lieten op een dergelijke manier het leven.

Veel van de eilander mythes gingen over het getij, gestrande en zoek geraakte zeelieden en scheepswrakken. De wateren rondom de eilanden konden heel gevaarlijk zijn. Over de engte tussen Vlieland en Terschelling werd gezegd: ‘Als je een zuiver hart hebt, zal je niets overkomen, maar als dat niet zo is, kun je er beter uit vandaan blijven’.

Lang nadat ze het eten op hadden, bleven de gasten en gastheer en –vrouw aan tafel zitten. Ze praatten over het eiland, de haven en de zonsondergang. Marjo luisterde zwijgend totdat het te donker geworden was om nog door het raam naar buiten te kijken. Toen het helemaal donker geworden was, excuseerde ze zichzelf. Ze nam de vaat mee naar de keuken en begon aan de schoonmaak. Het laatste wat ze deed was het brengen van een kan hete chocolademelk en koekjes naar de tafel waar de gasten zaten.

Wim en Bea gaven hun nicht een nachtzoen en Marjo trok zich terug op haar kamertje. Robert de Jong vergezelde haar in haar gedachten. Hoe zou het zijn om voor hem te werken? Hij zag er in ieder geval aantrekkelijk uit.


********************
Toen het de volgende ochtend licht werd, was Robert al drie uren op. Hij maakte een lijst met dingen die opgeknapt moesten worden en die hij zelf ter hand zou kunnen nemen en een lijst met materialen die hij daarvoor nodig zou hebben. Hij was hier het grootste deel van de ochtend mee bezig. Tussen de middag zocht hij op internet naar prijzen en leveranciers. Verf en behang stelde niet zoveel voor, maar alle andere zaken zouden allemaal verscheept moeten worden vanaf de wal.


De volgende dag, keek Robert of er een handige vakman op het eiland te vinden was. Hij had het idee dat voor bepaalde klussen hulp noodzakelijk zou zijn.


Een kleine 48 uur nadat hij bij de van Veens zijn ruwe plannen besproken had zat Robert aan een voedzame maaltijd en overdacht zijn inmiddels uitgewerkte plan. Er waren nog wel wat kleine details waarin voorzien moest worden, maar niets zou de start nog hoeven te vertragen.

Hij zou Marjo eerst in de slaapkamers en badkamers aan het werk zetten. Eerst moest het oude behang  er afgestoken worden voordat het stukadoorswerk en de reparatie van de lambriseringen kon beginnen. Daarna moesten de hardhouten vloeren geschuurd worden, de oude ornamenten van de plafonds gerestaureerd en het linoleum in keuken vervangen. En dan nog maar te zwijgen van al het verf- en behangwerk wat zou moeten gebeuren.

Aan de buitenkant was er werk te doen aan de markiezen, de kozijnen en het dak. Dit diende te gebeuren voor de winter in zou treden en het te koud zou zijn om buiten te werken. Daarna zou het binnenwerk volgen. 


Het was maar een ruwe gok, maar als alles een beetje mee zat dan zou het pension zijn eerste gasten begin mei weer kunnen verwelkomen.

‘Laten we hopen dat kruidje-roer-me-niet even fanatiek is met werken als ze is met het geven van een grote mond’, grijnsde Robert terwijl hij de ketel pakte en vulde met water.

Hij nam het zware geëmailleerde materiaal van de oude kooktoestel in zich op terwijl hij aan de knop van het gas draaide. Al snel brandde het vuur onder de ketel. Hij vroeg zich af waar hij een geschikte vervanger voor dit toestel op de kop zou kunnen tikken.

Terwijl hij dat dacht liep Robert van de keuken naar de grote woonkamer. Hij vroeg zich af of het een groot karwei zou zijn om de afscheidingsmuur naar de eetkamer eruit te slopen. Beide kamers liepen langs de zuidoost muur van het huis en gaven een nostalgisch uitzicht op de haven. Waar de tussenwand nu stond scheidde hij de twee ramen met uitzicht op de haven. Tussen beide ramen zouden openslaande deuren niet misstaan en de uitbouw in de vorm van een serre zou de leefoppervlakte nog groter doen lijken.

Hij schreef zijn plannen op om ze later met een aannemer te kunnen bespreken.


*********************
Nadat er twee dagen verstreken waren sinds hun eerste ontmoeting en ze nog helemaal niets gehoord had van het baantje dat Robert beloofd had, begon Marjo onrustig te worden. ‘Als hij zich bedacht heeft en iemand anders voor dat baantje gevonden heeft, zou hij op zijn minst het fatsoen kunnen hebben om haar dat te vertellen’, dacht ze bij zichzelf.

Het was overduidelijk dat Marjo zat te popelen iets van Robert te horen. De middag na hun eerste ontmoeting rekende Marjo al helemaal op die baan. Een baan die haar de gelegenheid gaf veel in de buurt te zijn van de man die zulke verwarrende gevoelens bij haar teweeg bracht. Binnen de kortste keren wilde ze niets liever dan bij hem te zijn.

De eerste middag werd ze onrustig. De tweede dag ging er iedere keer als de telefoon ging een schok door haar heen. Iedere keer als het Robert niet bleek te zijn, voelde als een hevige teleurstelling. Tegen de avond van die dag was ze flink chagrijnig.

Toen ze het avondeten aan het bereiden waren, merkte Wim haar humeur op. Hij vond dat de gasten niet hoefden te lijden onder het humeur van haar gastvrouw. Als Marjo zich niet op heel korte termijn zou herpakken, dan zou hij passende maatregelen nemen om te zorgen dat ze weer wat vriendelijker zou doen.

‘Is er iets, Marjo?’, vroeg hij nadat ze voor de derde keer in korte termijn de besteklade met een luide knal dicht had geslagen.

‘Nee!’, Marjo’s antwoord was korzelig en afgebeten.

‘Ik wil die toon niet van je horen!, waarschuwde Wim.

Omdat ze de onweersbui zag ontstaan, ging Bea zich ermee te bemoeien in een poging het naderende onheil af te wenden. ‘Marjo, leg waar je mee bezig bent even aan de kant en loop even naar de kelder om cranberry’s te halen als je wilt’.

‘Er staan nog cranberry’s in de koelkast’, met een arm beweging naar de koelkast en een boze stamp met haar voet op de grond weigerde Marjo aan het verzoek te voldoen.

‘Ik weet dat daar ook nog staan, maar ik heb meer nodig’, gaf Bea weerwoord en probeerde haar eigen irritatie vanwege Marjo’s gedrag weg te slikken zodat ze geen verdere voeding gaf aan Wims oplopende ergernis.

‘Waarom haal je ze zelf niet?’, zuchtte Marjo terwijl ze haar mes neerlegde en sjokte naar de kelderdeur sjokte.

Bea draaide zich om haar een directe opdracht te geven, maar hield zich stil toen ze zag hoe Marjo wegslenterde om te doen wat haar gevraagd was.

‘Denk een beetje om je houding, meisje!’, waarschuwde Wim.


Marjo trok een lang gezicht naar hem en mompelde wat bijvoeglijke naamwoorden terwijl ze het trapje van de kelder afstommelde. Ze was bijna beneden, toen Wim haar wat achterna riep.

‘Doe de deur achter je dicht! Het is koud in de kelder en dat wil ik graag zo houden!’, foeterde hij.

‘Ja, zo meteen’, riep Marjo terug. ‘Zeurpiet’, voegde ze er in zichzelf aan toe.

‘Nu!’, bulderde Wim naar beneden.

‘Ik ben zo weer boven! Houd je gemak een beetje!, schreeuwde Marjo terug, terwijl ze mopperend langs de schappen in de kelder liep. ‘Argh! Verdomde tiran! Wat doen die vijf seconden er nu toe?’

Wim hoorde het lage binnensmonds gepruttel door de vloer heen. Hij schudde zijn hoofd. Het was een jaar of vier, vijf geleden toen ze zich ook altijd zo gedroeg. Toen waren de consequenties van dergelijk gedrag heel gemakkelijk. Nu ze negentien was, was het minder eenvoudig. Maar dat ze er niet te oud voor was, dat was wel zeker. Voor Wim was geen enkele vrouw te oud voor een stevig pak op haar billen. Hij had gedacht dat ze nu te oud was voor een pak slaag van haar opvoeders en dat het volgende stadium een taak was voor haar toekomstige echtgenoot.

‘Als je zo door gaat, dan zal ik zorgen dat je daar straks erge spijt van krijgt, jongedame!’, riep Wim bij de openstaande kelderdeur.

‘Kom Wim, ze is een volwassen meid, met veel dingen aan haar hoofd op dit moment’, zei Bea zachtjes tegen haar man.

‘Ga je dit gedrag nog vergoeielijken ook?’, Wim draaide zich om naar zijn vrouw.

Bea glimlachte. ‘Nee schat, ik zeg alleen maar dat iedereen menselijke trekjes heeft, zelfs jij’.

Wim gromde en keerde terug naar de mosselen die hij van hun schaal ontdeed voor de vissoep.

Marjo kwam weer naar boven en gaf haar tante een metalen schaal met cranberry’s. ‘Zijn dit genoeg?’, vroeg ze.

’Hartstikke goed, liefje’, zei Bea en liep met de schaal naar de spoelbak. ‘Oh jee! Ik zie een paar die er niet helemaal goed meer uitzien. We moeten ze morgen allemaal even nakijken en vervolgens inmaken voor we straks alles kunnen weggooien’.

Marjo kreunde. Ze had een hekel aan inmaken.

‘Waarom ga je niet even bezig met de salade’, zei Bea, om te voorkomen dat Marjo openlijk haar kop in de nek zou gooien.

Marjo haalde haar schouders op en begon de ingrediënten te verzamelen die ze voor de salade nodig had. Ze zocht een grote schaal, een snijplank en een groot mes. Vervolgens de olijfolie, azijn, zout en peper. Ze zette alles klaar op het aanrecht en liep vervolgens naar de koelkast.


Terwijl ze heen en weer liep tussen de koelkast en het aanrecht, keek Wim op van zijn werk naar wat ze aan het doen was. ‘Kijk nou wat je doet!’, bromde hij.

‘Wat?”, Marjo bleef staan en keek naar het aanrecht waar ze de spulletjes neergezet had.

‘Eerst de kelderdeur, nu de deur van de kast en de koelkast!’, mopperde hij.

‘Wat?’, herhaalde Marjo, ze had momenteel al een kort lontje en nu begon haar oom ook nog te zeuren over allerlei pietluttige details.

‘Je verspilt allemaal energie op deze manier en wie weet wat er nog meer gebeurt als je de warmte toelaat bij al die dingen die koud bewaard moeten worden!’, bulderde Wim. Zijn irritatie begon te groeien omdat hij deze dingen al minstens honderd keer gezegd had.

‘Oh, houd daar toch mee op, oom Wim! Wat aan flauwekul! Bovendien ben je zelf constant aan het verspillen’, sprak Marjo tegen.

‘Houd je grote mond een beetje! Je bent niet te oud om een wandelingetje met me te maken naar de schuur’, sprak Wim koeltjes en draaide zich om, pakte de grote pollepel waarmee hij in de soep aan het roeren was en zwaaide daarmee in de richting van Marjo. De soep spatte in het rond. Bea en Marjo moesten hier beiden om lachen.

Wim vroeg zich af waar de vrouwen zo om lachten. Hij raapte zijn waardigheid weer bij elkaar en pakte een mop om de troep op te dweilen. ‘Noem mij maar eens één ding dat ik in dit huis verspild heb’, mompelde hij terwijl hij stond te poetsen.

Marjo gooide de koelkast met een knal dicht en gooide een citroen op de snijplank voor ze antwoordde. Ze voerde een innerlijke met haar redelijke zelf. Die laatste verloor de strijd.

‘Je verspilt veel te veel woorden, oude man!’, siste ze.

Bea sperde haar ogen open. Hier was geen redden meer aan. Het meisje stond er nu alleen voor.

Wim kreeg een erg donkere gezichtsuitdrukking. Marjo realiseerde zich al voor ze de woorden had uitgesproken dat ze te ver was gegaan. Ze had geen idee wat er met haar aan de hand was, maar de enorme onrust in haar, die iedere keer als de telefoon ging, groter werd, deden de situatie escaleren.

‘Eruit! Nu!’, bulderde Wim. Hij wees naar de deur. Het was een oud en bekend ritueel. Het was een tijd niet toegepast, maar het was bekend genoeg. Dit gebaar betekende dat ze zich naar de schuur moet bewegen.

‘Geen sprake van!’, weigerde Marjo te gehoorzamen. Koppigheid deed haar stokstijf stilstaan met haar kin in de lucht.

Wim deed twee stappen in haar richting. Marjo deinsde achteruit, maar merkte dat ze geen kant op kon. Ze stond opgesloten in de hoek tussen de koelkast en het aanrecht. Hij had de pollepel in zijn hand en zwaaide ermee om zijn woorden kracht bij te zetten.

‘Je doet wat ik je zeg!’, sprak hij rustig. ‘Als je denkt dat je me kunt weerstaan, zul je daar erg veel spijt van krijgen’.

‘Maar oom Wim’, sputterde Marjo tegen. Spijt, boosheid en angst hadden zich van haar meester gemaakt.

‘Spreek me niet tegen, meisje! Doe wat ik je zeg!’, herhaalde Wim.

‘Nee! Dat kunt u niet doen! Daar ben ik veel te oud voor!’, sprak Marjo tegen. Ze kromp ineen. Ze kende haar oom maar al te goed. Hij zou zich niets van haar leeftijd aantrekken.

‘Ik neem aan dat je ook te oud bent om je als een klein kind van 10 gedragen?’, hoonde Wim.

‘Dat deed ik niet!’, probeerde Marjo een laatste strohalm te grijpen.

‘Eruit! Nu!’, Wim deed een stapje aan de kant om haar de kans te geven eieren voor haar geld te kiezen.

‘Nee! Dat kunt u niet doen!’, herhaalde Marjo.

‘OK, dan moet het maar anders’, Wim pakte haar bij haar arm en duwde haar met haar gezicht naar de koelkast. Hij duwde haar bovenlichaam er overheen.

‘Wim, niet hier, de gasten?’, bracht Bea voorzichtig in.

‘Wou jij soms een zelfde behandeling, vrouw?’, was het enige antwoord van Wim op de bemoeienis van zijn vrouw.

Wetend dat verder praten geen zin had, liep Bea de keuken uit en zorgde er voor dat de deuren van de keuken naar de gang en de eetkamer goed dicht waren. Gelukkig bevond de keuken zich aan de andere kant van het huis dan de woonkamer en de slaapvertrekken. Op dit moment was er niemand in de buurt zie zou kunnen horen wat de gastheer met zijn nichtje zou gaan doen.

Marjo probeerde zich uit de greep van haar oom los te worstelen. Zonder succes. ‘Alsjeblieft, oom Wim, ik ben hier te oud voor. Alsjeblieft!’, smeekte ze.

‘Dus jij voelt je hier te groot voor? Ik zal je leren je niet als een klein kind te gedragen!’, beantwoordde hij haar smeekbedes en liet de pollepel met een droge klets op haar corduroybroek neerknallen.

‘Auw!’, gilde Marjo, terwijl ze worstelde om weg te kunnen komen.

‘Laat maar zitten, je kunt toch niet loskomen!’, zei Wim en het klonk als een voldongen feit. ‘Doe je broek naar beneden!’

‘Auw! Nee!’, jammerde Marjo en begon nog harder te stribbelen.

Voor een man van in de zestig, had Wim er verrassend weinig moeite mee het meisje onder controle te houden. Wim liet weer vijf hele harde klappen neerdalen en herhaalde toen zijn order. Eén van de klappen kwam op de knokkels van Marjo terecht toen ze naar achter greep om de klappen af te weren. Marjo liet een dierlijk gehuil horen.

‘Stop! Niet meer!”, smeekte ze.

‘We zijn nog niet eens begonnen, meisje en we beginnen ook nog niet totdat je je broek naar beneden gedaan hebt’, zei Wim met een waarschuwende grijns.

‘Jij kloo…. Auw!’, gilde Marjo, toen Wim een paar kletsen op de achterkant van haar bovenbenen gaf.

“Als ik die taal nog een keer van je hoor, dan laat ik je een zwiepende tak afsnijden nadat ik je mond met zeep uitgewassen heb. En nu doen wat ik je zeg! Broek! Nu!’, Wim zette de laatste woorden kracht bij met een paar kletsen die Marjo opnieuw wanhopig deden stribbelen.

‘Auw! Nee! Alsjeblieft’, huilde ze.

Nog vijf keer daalde de pollepel neer. ‘Weet je zeker dat ik hiermee door moet gaan?’, waarschuwde Wim.

‘Nee!’, Marjo kronkelde en probeerde met haar bovenlichaam van de koelkast af te glijden.

Wim begon nu ritmisch op haar billen te slaan. Marjo smeekte en schopte met haar benen, maar was niet in staat haar straf te laten ophouden.

‘Denk je nog steeds dat je het allemaal beter weet, meisje?’ Wim sprak haar streng toe tussen de klappen door. ‘Je bent bont en blauw en je werkelijke straf is nog niet eens begonnen. Het lijkt me dat je het allemaal vaak genoeg beleefd hebt.

‘Asjeblieft! Ophouden’, klaagde Marjo.

‘Je weet wat je te doen staat, meisje! Er is in vergelijking met de afgelopen jaren niets veranderd’, zei Wim afgebeten.

Marjo stampte met haar voet en begon wanhopig te gillen. ‘Je bet een gemene ouwe kloo… Auw!’, Wim smoorde het scheldwoord in de kiem. Marjo’s benen begonnen te trillen van de inspanning van het schoppen en de verschrikkelijke pijn die de pollepel op haar bips deed.

‘OK! OK! Ik zal het doen! Stop even! Alsjeblieft, even stoppen!’, smeekte Marjo terwijl ze onder zich greep om de knoop en de rits van haar broek los te maken. Nadat ze de rits naar beneden gedaan had, keerde het verzet terug. Ze stampte met haar voet om duidelijk te maken dat ze het er niet mee eens was. ‘Je kunt dit niet met me doen!’

Wim had er schoon genoeg van. Het was bijna tijd dat de gasten zich in de eetzaal zouden verzamelen en dan moest hij klaar zijn met dit klusje. Hij haakte zijn vingers achter de band van haar broek en het elastiek van haar onderbroekje en trok ze met een ruk naar beneden. Hij deed ze ver genoeg naar beneden om haar billen bloot te maken en verstevigde vervolgens zijn greep om verder te kunnen gaan.

Op haar billen was een patroon zichtbaar van rode bladeren van een bloem, hier en daar waren blauwe plekken zichtbaar. Toch was Wim van menig dat het echte pak slaag nog niet eens begonnen was.

‘Ok, Marjo, vijfentwintig voor brutaal zijn, vijfentwintig voor vloeken en vijftig omdat je niet meewerkte. En de eerste vijfentwintig en de laatste tien meetellen, jij!’

‘Oh God! Eén!’, gilde Marjo. ‘Twee’, huilde ze toen de volgende neerkwam.

Wim toonde geen medelijden met de vijfentwintig die ze mee moest tellen. Toen deze portie erop zat, ging het tempo van het pak slaag omhoog. Marjo’s geschreeuw kon de klappen niet bijhouden. Ze was helemaal vergeten hoe zeer een pak op haar blote bips kon doen. Toen ze uiteindelijk bij de laatste tien aankwamen, die gelukkig snel voorbij waren. Tegen die tijd was het verzet van Marjo volledig gebroken.

Toen haar oom haar losliet, kwam ze langzaam overeind en deed haar broek weer omhoog. Ze weigerde te huilen en hem te laten zien dat het pijn deed. Marjo keek liever de vloer in plaats van in het gezicht van haar oom. Pruilend liep ze bij hem vandaan.

‘Heb je genoeg gehad?’, vroeg Wim haar. Marjo knikte. ‘Ga je je nu goed gedragen?’ Marjo knikte nogmaals. ‘OK, terug aan je werk dan!’

Het avondeten verliep vreedzaam. Marjo was stilletjes, maar dat was niet ongebruikelijk. Het enige wat de gasten mogelijk vreemd gevonden hebben, was de weigering van Wim toen Marjo na het eten vroeg of ze van tafel mocht. Maar als het al iemand opgevallen was, begon niemand erover en bleef de sfeer aangenaam.

Ook de avond ging rustig voorbij. Bea serveerde chocolademousse met cranberrycompote om een uur of acht. Daarna gingen de gasten spelletjes doen of keken naar de televisie. Net toen Marjo zichzelf wou excuseren om naar bed te gaan, ging de telefoon.

Bea stond op om hem op te pakken.

‘Voel je je nu beter, meisje?’, vroeg Wim zachtjes aan Marjo.

Marjo knikte, maar gaf geen antwoord.

‘Wat was er toch met je aan de hand?’, wilde Wim weten.

‘Marjo, Robert de Jong voor je’, riep Bea vanuit de keuken.

Marjo’s hart klopte in haar keel. Ze keek haar oom aan, die haar met een hoofdknik toestemming gaf van tafel te gaan.

**************

‘Hallo?’, zei Marjo in de telefoon.

‘Hallo daar’, klonk Roberts stem aan de andere kant van de lijn. Ben je er nog steeds voor in om voor me te komen werken?’

‘Ik dacht dat je van gedachten veranderd was. Je hebt lang niets van je laten horen’, zei Marjo koeltjes.

‘Ik had eerst nog wat werk te doen. Kom je, of niet”, antwoordde Robert al even koel.

‘Daar moet ik even over nadenken’, antwoordde Marjo.

‘Geen probleem. Vergeet het maar. Ik zet wel een advertentie. Er is vast wel iemand op Vlieland die het wil doen. Leuk je gesproken te hebben, wijsneus’. In Roberts antwoord had zowel geamuseerdheid als irritatie doorgeklonken.

‘Nee! Wacht even!’, zei Marjo snel. ‘Verdomme, dat hij mijn bluf zo snel door had’, dacht ze bij zichzelf.

‘Wachten?’, vroeg Robert.

‘Misschien doe ik het’, Marjo probeerde onverschillig te klinken, zodat hij niet zou merken hoe graag ze het baantje wilde hebben.

‘Nee, laat maar, ik heb liever iemand die er zin in heeft’. Goedenavond verder, doeg!’, zei Robert en maakte aanstalten om op te hangen.

‘Stop! Ik zei toch, wacht even!’, Marjo verhief haar stem en stampte uit boosheid met haar voet op de grond. ‘Ik wil die baan hebben.  OK? Ik wil die baan!’

‘Je klinkt helemaal niet als iemand die dat baantje graag wil hebben’, Robert probeerde over te komen alsof hij in verwarring was over het antwoord.

‘Ik zei je toch dat ik die baan wilde hebben? Ik zeg nooit dingen die ik niet meen!’, Marjo haar stem ging een octaaf onhoog en nam zo in volume toe dat haar oom en een paar gasten opkeken om te zien of er iets aan de hand was.

Robert begon aan de andere kant van de lijn te lachen.

‘Wat is er zo grappig?’, wilde Marjo weten.

‘Jij!’, antwoordde Robert eerlijk. 7 uur morgenochtend. Neem kleding mee die vies mag worden. OK?’

‘7 uur!’, Marjo gilde of ze weer op haar billen geslagen werd. Weer gingen een aantal ogen in haar richting.

‘7 uur’, bevestigde Robert.

‘OK’, siste Marjo. ‘7 uur’.

‘Oh en Marjo?’, zei Robert vragend.

‘Ja?’, antwoordde Marjo.

‘Als je het humeur dat je nu hebt, morgen hier mee naar toe neemt, dan hebben we snel ons eerste werkgever, werknemer conflict, Is dat duidelijk?’, waarschuwde Robert.

Marjo gaf geen antwoord, omdat het volgende dat ze hoorde de klik was die de verbinding deed verbreken. Ze voelde de boosheid in haar opkomen. Het is dat haar oom haar met een koele blik aankeek, anders zou ze een hele serie vloekwoorden de kamer ingeslingerd hebben.

Het duurde een uurtje om de keuken op te ruimen. Bea was heel benieuwd naar Marjo’s nieuwe baantje, maar Marjo gaf er de voorkeur aan de stilte van haar kamertje op te zoeken om na te denken.

Haar bips klopte in haar broek, maar in plaats van dat het hinderlijk was, maar deze keer gaf het haar deze keer in combinatie met de waarschuwing van Robert aan het eind van het telefoongesprek, een soort elektrische spanning. Opnieuw moest ze er aan denken hoe Robert haar een pak op haar billen zou geven. Op de één of andere manier was de herinnering hoeveel pijn zoiets kon doen al weer verdwenen en wond de gedachte haar op.

Vlieland (1)

De schreeuwende meeuwen maakten Robert al vroeg wakker. Voor de verandering was hij uitgeslapen die morgen. De afgelopen drie weken waren erg hectisch geweest, hij had niet veel geslapen en wanneer hij dat wel deed, voelde hij zich niet uitgerust wanneer hij zijn bed uit rolde. De begrafenis van zijn moeder was nu vier dagen geleden en afgezien van een paar telefoontjes in de afgelopen twee dagen hadden de dorpelingen hem eindelijk met rust gelaten.

Robert was verbaasd over de herinneringen die de geuren in het huis teweeg brachten. De herinneringen die eens zo pijnlijk waren, voelden nu een stuk milder aan. De oude boosheid maakte plaats voor weemoed nu zijn moeder er niet meer was en de goede herinneringen waren een stuk sterker nu hij alleen in het huis was. Het huis had veel achterstallig onderhoud, maar was nog steeds sfeervol. Het uitzicht over de schuimkoppen van de Noordzee waren nog even biologerend als ze altijd waren geweest. Aan de westkant van het huis lag een stuk grond met struikgewas en bomen. Er groeiden cranberry’s en jeneverbessen. Er liep een zandweggetje naar het dorp waar de vissersboten in de haven lagen. Er stonden veel houten huisjes. Velen wit geverfd, anderen in diverse Oudhollandse tinten.


Eigenlijk was hij helemaal niet van plan hier ooit terug te keren. Hij had zichzelf plechtig beloofd nooit meer voet op het eiland te zetten. Maar toen hij hoorde dat zijn moeder erg ziek was en weigerde haar huis te verlaten om in medische verzorging te voorzien, had hij zijn spullen gepakt en was terug naar huis gegaan. Voor jonge mensen, die de uitdagingen van de wijde wereld wilden ontdekken, viel het leven op Vlieland viel niet mee. Robert keek dan ook ambivalent terug op zijn jeugd op het eiland.

Een deel van de eilandbevolking verdiende de kost met vissen het andere deel was in het toerisme werkzaam. De helft van de bevolking genoot in de periode van oktober tot april een uitkering. De gemeenschap op het eiland was klein en erg op elkaar betrokken. Mensen wisten alles van elkaar en iedereen bemoeide zich met de kinderen. Er heersten strenge waarden en normen. En hoewel de kinderen veel ruimte hadden om op het eiland rond te dolen, was er weinig ruimte om de grenzen te verleggen. Er was op het eiland niets te doen voor mensen in de leeftijd van 16 tot 60 jaar afgezien van werken, eten en slapen.


Zijn familie had een pension ‘Zeezicht’, dat goed bekend stond dankzij zijn moeders kookkunsten. Verder had ze aan de andere kant van het terrein een klein winkeltje waar ze allerlei souvenirs verkocht. Het geheel werd door moeder en kinderen gerund, terwijl hun vader wat verdiende met vissen en soms met rondrijden van toeristen.

Robert was de laatste van de kinderen die het huis uit ging. Hoewel ze tot de meest welgestelde mensen van het eiland behoorden was dit te danken aan dag en nacht hard werken en de onredelijk hoge eisen van een vader die vond dat niks vanzelf kwam en niets voor niets was. Zijn vader was een veeleisende en compromisloze man. Alle broers en zussen van Robert waren uiteindelijk tegen hem in verzet gekomen. Ze waren allemaal naar de wal getrokken om een leven op te bouwen, zich afsluitend voor hun ouders en voor elkaar, in een wanhopige poging de verstikkende sfeer van het eiland te vergeten.

In het jaar dat Robert dezelfde keus maakte werd het bijzonder moeilijk met zijn vader. Zijn moeder was gedwongen om in de zomermaanden hulp in te huren voor de huishouding en de keuken. Dit leidde tot veel gezeur dat de kosten die hiermee gemoeid waren, een verspilling waren. Robert fungeerde als een buffer voor zijn moeder iedere keer als er weer woorden waren over verspilling en betrouwbaarheid.

Deze gevechten vonden nagenoeg dagelijks plaats, zelfs nadat het toeristenseizoen al voorbij was. De druppel die de emmer deed overlopen kwam op de dag na zijn achttiende verjaardag, toen zijn vader met de mattenklopper op hem afkwam. De ruzie was begonnen zoals alle anderen. Het ging om een klus in het huis die nog moest gebeuren. Maar op een gegeven moment veranderde hun gespreksonderwerp zich naar het beperkte leven van Robert buitenshuis en begon zijn vader te zeuren over ‘rondhangen’ en het drinken van bier als onderwerp kreeg. Zijn vader had geen kans gekregen om ook maar één klap met de mattenklopper uit te delen. Robert had deze hem afhandig gemaakt. Uiteindelijk werd de kloof tussen beiden steeds dieper.


In zijn examenjaar op de middelbare school, kreeg Robert het advies om aan de universiteit te gaan studeren. Het eerste jaar liet hij die kans lopen omdat hij zijn moeder niet met al het werk en met zijn vader wou opschepen. De laatste herfst en winter op het eiland hadden hem echter van gedachten doen veranderen. Het volgende collegejaar was hij vertrokken.


Zijn moeder had hem ook aangemoedigd zijn dromen waar te maken. Ze overtuigde hem er ten slotte van dat ze zich best zou redden toen ze hem haar appeltje voor de dorst liet zien. Verder rekende ze hem voor dat ze het pension niet open hoefde te houden omdat het geld dat ze in het winkeltje verdiende samen met de inkomsten van het vissen en de zeewier voldoende was om van rond te komen. Ondanks dat wist Robert dat ze het pension toch wel open zou houden.

Een studiebeurs en een paar parttime baantjes waren voldoende voor Robert om de zes jaar durende studie door te komen. Hij studeerde uiteindelijk af in de Nederlandse taal. Al die jaren had hij alleen telefonisch contact met zijn moeder onderhouden. Robert had zijn vader nooit meer gesproken sinds de dag dat hij het eiland verlaten had. In de afgelopen negen jaar was hij maar één keer naar Vlieland teruggekeerd, na de plotselinge dood van zijn vader.

‘Die ouwe was een enorme klootzak’, dacht Robert bij zichzelf, toen hij zich losmaakte van zijn dagdromen en naar de keuken ging om koffie te zetten.

Geen van zijn broers en zussen was naar het eiland gekomen toen zijn vader begraven werd. En het had erop geleken dat ze het eiland niet snel genoeg konden verlaten toen zijn moeder een paar dagen geleden begraven was. Toen het testament voorgelezen was en gebleken was dat het pension aan Robert nagelaten was, wisten ze niet hoe snel ze Vlieland moesten verlaten.

Er stonden geen verrassingen in het testament en er waren geen scheve ogen tussen de broers en zussen. Robert was de enige die nog contact had gehad met zijn ouders, hoe minimaal ze ook waren. En, gezien de staat van onderhoud vertegenwoordigde het pension geen grote waarde meer.

Daar was hij dan. Alleen in het grote huis, zich afvragend hoe het verder moest gaan.


Toen hij dat zijn moeder ziek was, pas een week of vier geleden, had hij een heel semester vrij genomen van de middelbare school in Den Haag waar hij de laatste vier jaar gewoond en gewerkt had. Niemand had kunnen voorzien dat ze al zo snel zou overlijden. En nu was hij hier en had een heel vrij semester voor zich.

Hij zou het huis kunnen ontruimen en terug kunnen keren naar Den Haag. Het zou geen probleem opleveren zich te melden bij de rector. Hij zou zijn lessen zo terug kunnen krijgen. Maar iets weerhield hem daarvan. Hij besloot nog een poosje op Vlieland te blijven. Hij worstelde de afgelopen dagen met een steeds terugkerende gedachte. Hier blijven? Het pension opknappen en heropenen? Alle vrouwen die producten hadden aangeleverd voor het winkeltje uitnodigen?


***********

Na het ontbijt, trok hij een trui aan en liep het pad af naar het strand. Zijn wandeling bracht hem naar het noordoostelijk deel van het eiland. Het was een heldere september ochtend. De wind van de Noordzee begon al koud te worden, maar de najaarszon gaf toch nog een aangename warmte. In de beschutting van de duinen was het zelfs te warm voor een trui, maar op het strand, aan het water, zonder beschutting, kon de zon het niet meer winnen. Robert gaf de voorkeur aan het strand boven de warmte, zodat het een verfrissende wandeling werd.


Nadat hij een paar kilometer gelopen had, kwam hij bij een uitsparing in de duinen die hij zich nog goed kon herinneren. Bovenop de duin stond pension ‘Zeelucht’. Als kind had Robert daar veel middagen weggebracht, buiten het gehoorsveld van zijn overheersende ouders en weg van de eeuwige klusjes.


In gedachten verzonken liep Robert de uitsparing in de duinen in en ging zitten kijken naar het spectaculaire spel van de zeemeeuwen boven de branding. Af en toe stak een zeehond zijn kop vanuit de golven omhoog. De wind, de vogels en het geluid van de branding vulden zijn bewustzijn. De tijd gleed voorbij zonder dat hij er erg in had.

‘Hee, wie ben jij?”. De stampende voetstappen op de vlonders achter hem versterkten de onvriendelijke woorden. Robert schrok zich een hoedje en werd ruw weggerukt uit dromenland.

Met een ruk draaide hij zich om. De dader was een meisje. Ze stond met haar armen over elkaar en een donkere uitdrukking op haar gezicht. Aan de andere kant deed haar postuur vermoeden dat ze niet veel meer dan een vlieg kwaad zou kunnen doen. Robert kon een grijns niet onderdrukken en zijn hartslag werd weer normaal. “Pittig, maar aandoenlijk’, dacht hij bij zichzelf.

‘Robert de Jong’, antwoordde hij, ‘En wie ben jij?’

‘Wat doe je hier?’, het meisje negeerde zijn vraag.

‘Ik zit mijn tijd hier een beetje te verdoen. En jij?’, grijnsde Robert vriendelijk.

‘Dit is eigen terrein. Je kunt het beste in beweging komen en maken dat je weg komt’. Haar stem klonk uitdagend.

‘Dit is openbaar terrein voor zover ik weet. Is ook altijd zo geweest trouwens. Robert beantwoordde haar toontje door beslistheid in zijn stem door te laten klinken. Iets in haar doen en laten had zijn interesse gewekt.

‘Jullie verdomde toeristen! Dit is privé-terrein. En nu maken dat je wegkomt of ik waarschuw de politie’, waarschuwde ze.


’Is dat zo?’, nam Robert haar uitdaging aan. Zijn interesse in deze brutale meid was nog verder gewekt. Hij koos ervoor om in haar spelletje mee te gaan. ‘Vertel me dan maar eens wanneer ze hebben veranderd dat dit openbaar terrein was?’

‘Wat weet jij daar nou van?’, luidde haar weerwoord.

Robert moest toegeven dat ze doorzettingsvermogen had, ze gaf geen millimeter toe. En hij ook niet. ‘Ik weet dat omdat ik hier geboren en getogen ben’, hij zag haar gezichtsuitdrukking veranderen.

‘Leugenaar! Ik ken alle eilanders en ik ken jou helemaal niet!’, haar antwoord was een nieuwe uitdaging.


Robert liet zich achterover zakken en nam het onvriendelijk meisje van top tot teen op. Hij zorgde ervoor dat zijn blik een mengeling van geschoktheid en vaderlijke strengheid uitstraalde. Ze kon niet veel ouder zijn dan een jaar of twintig. Ze was klein van postuur maar met rondingen op de juiste plaatsen. Haar vlasblonde haar was samengebonden in een staart die op haar rug hing. Ze had de bleke huid en het postuur van de van Veens, maar Robert herkende haar niet als één van de nakomelingen van Wim.


De stilte die volgde op de beschuldiging van het meisje dat Robert een leugenaar was, hing nog steeds in de lucht en werd ongemakkelijk. Robert hield de strenge lerarenblik op zijn gezicht en keek geamuseerd toe hoe ze hem op nam. Ze had niet een harde blik in haar ogen. De combinatie van haar aantrekkelijke voorkomen en pittige optreden had een invloed op hem die hij nog nooit eerder ervaren had. Hij kon de gedachte niet onderdrukken dat hij haar tegelijkertijd zou willen kussen en haar een paar flinke klappen op haar billen zou willen geven.


Na een minuutje doorbrak Robert de stilte.

‘Als ik jou was zou ik een beetje uitkijken wie ik een leugenaar zou noemen. Jij bent degene die van de vaste wal komt, jongedame, niet ik. Ik heb je verteld hoe ik heet, het zou prettig zijn als je hetzelfde zou doen’, sprak hij koeltjes. Hij moest inwendig glimlachen toen hij zag dat ze rood werd tot achter haar oren. ‘Zo’, dacht hij, ‘Ze voelt zich beschaamd als ze toegesproken wordt als een brutaal klein meisje. Van binnen weet dit meisje heel goed het onderscheid tussen beleefd en brutaal. Een klein meisje wat heel goed weet dat ze zich anders behoort te gedragen’. Robert liet met een heimelijke glimlach zijn woorden goed tot haar doordringen. ‘Misschien is ze wel een brutaal meisje, dat graag wil dat iemand haar manieren bijbrengt’, zijn gedachten dwaalden af naar een plaats waar hij zelden toestond dat ze daarheen gingen.

‘Deze duinpan is van mijn oom. Je bent dus op verboden terrein. Ik stel dus voor dat je je kont uit het zand verheft en vertrekt’, het antwoord van het meisje had nòg uitdagender geklonken. Ze was er niet zeker van of ze dat rare kriebelende gevoel dat ze in haar buik voelde, wel aangenaam vond. Ze voelde zich tot zich aangetrokken tot deze vreemdeling die zei een eilander te zijn en was tegelijkertijd een beetje bang van hem. Hij straalde zelfvertrouwen en autoriteit uit en tegelijkertijd was er iets vriendelijks in zijn ogen.


’Aan je gedrag te oordelen, zou ik zeggen dat je inderdaad een eilander bent’, knikte Robert afkeurend, terwijl hij opstond en het zand van zijn corduroybroek klopte. ‘Maar als je het nichtje bent van Wim van Veen, dan weet ik dat je onvriendelijkheden de nodige gevolgen zullen hebben. Van wie van de broers ben jij er eentje?’

‘Gaat je niks aan’, de toon in haar stem veranderde bijna onhoorbaar. Ze had er absoluut geen behoefte aan dat deze man haar gedrag met haar oom zou bespreken. ‘Bemoei je met je eigen zaken, maar doe dat niet hier’.

Robert had de subtiele verandering in haar lichaamstaal en de toon in haar stem direct opgemerkt. Het leed geen twijfel dat ze drommels goed wist hoe ze zich beter kon gedragen en de gedachte dat ze op haar gedrag aangesproken zou worden, maakte haar nerveus.


***********


In de zes jaar dat Marjo van Veen bij haar oom woonde, was haar heel duidelijk geworden hoe haar oom met het gedrag wat ze daarnet vertoonde om zou gaan. Haar houding en gedrag waren precies de reden dat men haar naar Vlieland gestuurd had. Dat tezamen met een paar akkefietjes die haar met justitie in aanraking hadden gebracht.

Haar vader was overleden toen Marjo elf jaar oud was. Hij had haar moeder met drie kleine kinderen achtergelaten. Marjo was de oudste en het meest van de kaart door de dood van haar vader. Ze had op zijn overlijden gereageerd door zich terug te trekken uit het contact met haar moeder en broertje en zusje. In een misplaatste poging om nog meer pijn op te lopen als ze hen ook zou moeten missen, trok ze zich van hen terug en raakte betrokken bij een groep pubers waar drugsgebruik en kleine criminaliteit heel gewoon was. Na drie mislukte pogingen van de Stichting Jeugdzorg om haar weer op het rechte pad te krijgen, had haar moeder Marjo naar Vlieland gestuurd, naar de oudere broer van haar overleden echtgenoot.

Marjo was niet een slecht kind, maar neigde er naar impulsief en koppig te zijn. Dit gecombineerd met een opvliegend en rusteloos karakter maakte dat ze niet een katje was dat zonder handschoenen aangepakt kon worden. Het eerste jaar op het eiland was moeilijk voor haar geweest. Haar oom was streng en soms hardvochtig. In eerste instantie had ze het idee in de hel op aarde terecht gekomen te zijn, maar er zat ook iets goeds en rustgevends in het geordende en gestructureerde leventje dat het wonen bij haar oom en zijn manier van reageren op haar, met zich mee brachten. Ondanks haar gedrag en pittige attitude leek hij oprecht van haar gecharmeerd te zijn. Het had wel een jaar geduurd voor Marjo dat onder ogen had gezien. Ze verzette zich tegen die gedachte. Veel van haar verzet kwam voort uit haar angst iets wat haar dierbaar was te moeten verliezen, zoals ze eerder haar vader had verloren. Maar uiteindelijk had ze zich gesetteld. De rust en de structuur deden haar veel goed, al zou ze dat nooit aan iemand, zelfs niet aan zichzelf, toegeven.

Niet zolang geleden was Marjo in haar oude gedrag teruggevallen. Vlak voor het eindexamen van de middelbare school had de ongehoorzaamheid en brutaliteit weer de kop op gestoken. Ze voelde zich zowel rusteloos als bang. Het was tijd dat ze besluiten ten aanzien van haar toekomst moest nemen. Tegelijkertijd moest ze aan de verwachtingen van de buitenwereld voldoen. Zes jaar lang had ze verlangd om het eiland te verlaten en terug te keren naar de ‘normale’ wereld en nu het zover was dat ze die keuze zou kunnen maken, was ze bang. Ze ging dit dilemma uit de weg door maar steeds geen keuze te maken en door anderen tegen haar in het harnas te jagen zodat ze weggestuurd zou worden. Angst en onzekerheid dat ze verkeerde keuzes zou maken gecombineerd met haar koppigheid en trots weerhielden haar ervan toe te geven dat ze het erg naar haar zin had op Vlieland en niets liever wilde dan er te blijven. Tegelijkertijd zorgden de ergernis over haar eigen passiviteit aan de ene kant en de druk om iets van haar leven te maken, aan de andere kant voor verwarring.

Die ochtend, was Robert het slachtoffer van die passief agressieve houding.


***********

‘Hoe is het eigenlijk met Wim?’, vroeg Robert.

Marjo deed net of ze die vraag niet gehoord had en zocht naar een manier om hem tegemoet te treden. De vrouw van verderop, die vorige week overleden was, heette de Jong. Misschien was dit één van zijn kinderen. Waarschijnlijk wel, omdat hij gezegd had dat hij op Vlieland opgegroeid was en zij hem niet kende. Er woonden wel meer de Jongs op het eiland, maar geen van hen op deze kant van het eiland en geen van hen zou zo snel op dit stuk strand gaan wandelen.

‘Je bent één van die deserteurs, is het niet?’ Eén van die kinderen van de Jong, die hun moeder in de steek hebben gelaten en die haar hebben laten opdraaien voor al het werk daar?’ De uitdagende toon in de stem van Marjo was teruggekeerd. Ze dacht dat ze iets gevonden had om de zelfverzekerde man die voor haar stond, van zijn stuk te brengen.

Haar woorden deden Robert meer pijn dan hij toe wou geven. Schuldgevoelens zijn een krachtige emotie, maar de meeste mensen zullen ze liever voor andere mensen verborgen houden. In plaats daarvan komen ze meestal op een andere manier aan de oppervlakte. In het geval van Robert was het in de vorm van boosheid.

‘Je bent echt een vervelend, arrogant meisje, of niet’, snauwde hij terug.

‘Nu was het de beurt aan Marjo om zelfingenomen te grijnzen. ‘Dat was een schot in de roos’, dacht ze bij zichzelf.

‘Kijk niet zo naar me!!! Ik zeg alleen maar wat ik gehoord heb! Zoals je al zei, ik kom van de vaste wal’, haar stem klonk fluweelachtig onschuldig. Ze herhaalde zijn eerdere woorden en wreef tegelijkertijd zout in de oude wonden.

‘Hoe heet je?’ Deze keer had de toon in Robert’s stem een antwoord geëist en nu ze de reactie had die ze wilde, was Marjo bereid deze te geven.

‘Marjo’, antwoordde ze. ‘Marjo van Veen’.

‘Het wordt tijd dat je eens manieren bijgebracht worden, Marjo van Veen’, zei Robert die al snel zijn autoritaire houding had hervonden, koeltjes.


’Nou en?’, Marjo haalde haar schouders op. Ze liep de inham uit het strand op.

Ze liep naar de branding en pakte daar grote schelpen op die ze met een sierlijke boog in de branding gooide.

Robert was achter haar aangelopen en keek op een klein afstandje toe. Ze was aantrekkelijk en onuitstaanbaar tegelijkertijd. Iets in haar uitdagende karakter prikkelde hem. Ze had af en toe een lesje nodig om haar houding wat op te poetsen, dat was wel zeker.

Robert glimlachte toen hij zich bedacht hoe hij die taak wel ter hand zou willen nemen. En de gevoelens die deze gedachten bij hem teweeg brachten hadden niets met ouderschap te maken.

‘Hoe oud ben je?’, vroeg hij nadat een paar minuten verstreken waren.

‘Oud genoeg’, Marjo keek hem aan en gaf een nietszeggend antwoord.

‘Veertien? Vijftien?’, vroeg Robert uitdagend.

‘Negentien als je het zo nodig wilt weten’, beet ze hem toe. Haar trots liet haar in zijn val lopen.

Robert glimlachte inwendig. Ze was nog jong, maar oud genoeg om er garant voor te staan dat zijn gedachten niet strafbaar waren.

‘Hoelang woon je al bij Wim?’

‘Je stelt wel veel vragen’, mompelde Marjo. ‘Waarom doe je niet gewoon wat ik je gevraagd heb? Bemoei je met je eigen zaken en hoepel op van mijn strand’.

‘Mijn eigen zaken?’, Robert glimlachte opnieuw. ‘Mijn eigen zaken bestaan uit een rustig ochtendje waarin ik opnieuw kennismaak met mijn thuis. Zal ik anders de duin even opklimmen en Wim begroeten?’

‘Nee’, antwoordde Marjo, eigenlijk te snel. ‘Hij is niet thuis. Hij is naar de haven om gasten van de boot op te halen’.

‘Oh prima! Dan zal Bea vast de koffie klaar hebben om ze te verwelkomen. Ik ga maar even naar haar toe, er zal vast een bakkie inzitten voor een buurman’. Robert draaide zich om naar de duin en begon de houten treden op te lopen die bedoeld waren om het beklimmen van de metershoge duin te vergemakkelijken.


’Klootzak!’, gromde Marjo binnensmonds, terwijl ze zo onverschillig mogelijk over zijn voornemen probeerde te doen.

‘Wat hoor ik daar?’, vroeg Robert. De wind had haar woorden gedragen en hij had goed verstaan wat ze gezegd had.

‘Laat maar zitten’, zei Marjo.

‘Je gaat te ver met die brutale mond van je. En dat zal je vroeg of laat bezuren’, waarschuwde Robert.

‘Nou en? Wat gaat jou dat aan?’

‘Dat is voor jou een vraag en voor mij een weet, of niet soms? Maar als je zo doorgaat zul je daar snel achter komen’. Robert zette een paar stappen in haar richting.

Marjo draaide zich om, zodat hij de blos op haar wangen niet zou kunnen zien. ‘Jeetje, wat was die vent irritant!’, dacht ze bij zichzelf. Maar hij gaf haar tegelijkertijd de kriebels. Ze liet haar gedachten afdwalen naar, ‘wat als hij zijn dreigement waar zou maken?’. Die gedachte was heel spannend.

‘Donder toch op, klootzak!’, gromde ze opnieuw binnensmonds en bukte zich voorover om weer een paar stenen op te rapen.

Robert was in een paar passen bij haar. En voordat Marjo overeind kon komen en de benen kon nemen, had hij haar bij haar sweater gepakt en haar voor zich uit geduwd. ‘Kom maar met me mee, dan kun je me opnieuw aan Wim en Bea voorstellen’, siste hij in haar oor.

‘Hee! Laat me los!’, Marjo probeerde zich los te trekken. Haar sweater was wijd en rekte flink uit, maar ze slaagde er niet in voldoende afstand tot Robert te creëren.

Robert liet zijn rechterhand hard op haar bips terecht komen.

‘Auw! Goddomme! Laat me los!’, gilde Marjo.

‘Kom mee”, zei Robert gebiedend. Hij zette zijn woorden kracht bij door nog een keer hard toe te slaan.

‘Verdomme”, gilde Marjo opnieuw, terwijl ze aan de sweater trok en hem probeerde uit te doen zodat ze aan hem kon ontsnappen. Maar voor ze uit haar trui kon glijden, verplaatste Robert zijn grip en pakte haar bij haar arm. ‘Niet doen!’, klaagde Marjo.

‘Kom mee’, herhaalde Robert.

‘Nee! Ik ben nog maar net beneden!’, hoe nietszeggend haar excuus ook klonk, ze wist niets beter te bedenken. Deze lange en sexy meneer had haar daarnet op haar billen geslagen. Deze opwindende mogelijkheid was even tevoren als een electische schok door haar lichaam gegaan en nog geen minuut later was het echt gebeurd!

‘Niets aan te doen, kom mee’, de gezichtsuitdrukking van Robert stond donker en waarschuwend. Marjo reageerde hierop, door te proberen zich uit zijn grip te bevrijden.

‘Nee!’

‘Ja’, Robert trok haar terug. Zonder noemenswaardige moeite trok hij haar tegen zich aan. Hij draaide haar om en liet zijn hand wederom vier keer hard op haar billen neerkomen.

‘Auw! Shit!’, Marjo probeerde haar heupen weg te draaien zodat hij niet meer bij haar billen zou kunnen komen. De klappen brandden op het vlees onder haar spijkerbroek.

‘Dat was voor vloeken, liefje, meekomen nu!’, herhaalde Robert. Als je nu niet vrijwillig met me meekomt, dan zorg ik dat je dat over een paar minuten wel doet, maar dan met hele zere billen. Is dat wat je wilt?’


Aangewakkerd door haar eigen koppigheid en geheime verlangens, zou Marjo een paar minuten geleden mogelijk ja gezegd hebben. Maar haar bips had nu gevoeld dat Robert geen loze dreigementen uitte. En hoe opgewonden ze ook was, Marjo besloot dat ze voor dit moment genoeg van haar fantasie beleefd had. Het deed in werkelijkheid veel te zeer!

‘Ok!’, zei Marjo klagend en begon gehoorzaam in de richting van de trap te lopen.

Robert lachte inwendig terwijl hij het brutale meisje voor zich uit de trap op leidde. Hij was bijna teleurgesteld dat ze haar verzet opgegeven had en besloten had mee te werken. Ze mocht dan een hooghartig uitdagertje zijn, hij zou zich er wel mee redden.

In het huis van de van Veens bracht Robert een paar gezellige uren door in de keuken met Bea en Wim. De tijd vloog voorbij terwijl het echtpaar Robert bijpraatte over de handel en wandel van zijn moeder in de afgelopen jaren. Ze vertelden hem ook over Marjo, hoe en waarom ze zo bij hen terecht gekomen was. Ze praatten lang over dat Marjo de laatste tijd zo’n geweldige terugval in haar gedrag had. Toen Robert later zijn plannen uiteenzette over pension ‘Zeezicht’, kwam Marjo opnieuw ter sprake.

Robert vertelde dat hij met de gedachte speelde het pension en de winkel op te knappen en het zowel voor de toeristen als voor de vrouwen die souvenirs maakten te heropenen. Bea had het idee geweldig gevonden

‘Dat zou heel erg mooi zijn Robert! En weet je? Marjo kan je mooi helpen! Ze heeft veel talent wat inrichten betreft, ook al zal ze dat niet toegeven’, leek de oudere vrouw al plannetjes te smeden.

 
Robert lachte en Wim ook.

‘Als ze hem niet eerst tot waanzin heeft gedreven!’, glimlachte Wim. ‘Marjo, schatje, kom eens hier?’

Toen ze binnenkwam verbaasde Marjo zich erover dat haar oom in zo’n goed humeur was. Ze had wel even in de rats gezeten toen de oudere man thuisgekomen was, ze zorgde dat ze een flink eind uit de buurt was, voor het geval Robert hem over haar brutale gedrag op het strand zou vertellen. Ze had wel verwacht dat ze erbij geroepen zou worden, maar was verbaasd dat ze geen standje, of nog erger, kreeg.

Het verzoek om Robert te helpen bij het opknappen en herinrichten van “Zeezicht’, kwam als een verrassing. Haar eerste reactie was om er niet op in te gaan, maar iets in haar nam haar tegen zich zelf in bescherming. Ze ging akkoord.


Toen Robert weer onderweg was naar huis, zat hij vol met plannen, die een paar uren eerder nog uiterst vaag waren. Hij liet zijn gedachten ook naar het knappe, vlasblonde meisje gaan, wiens hooghartige en irriterende houding op de één of andere manier onder zijn huid is gaan zitten.


Marjo keek Robert na toen hij in zuidelijke richting het onverharde pad, dat evenwijdig liep aan het strand, afliep. Ze vroeg zich af waarom hij haar oom niets verteld had van haar onbeschofte gedrag. Ze vroeg zich trouwens wel meer af. Er was nog een vage prikkeling voelbaar waar zijn hand op haar billen terecht gekomen was. Ook in haar buik was een prikkeling voelbaar. Dat kwam door het sexy gevaar en de autoriteit die hij uitstraalde. Ze zou het vast wel met deze Robert de Jong kunnen vinden, dacht ze.

Column: Tandarts

Net als iedereen moet ik twee keer per jaar naar de tandarts. Maar waar dat voor de meeste mensen hooguit twee keer een onaangenaam half uurtje betekent, is dat voor mij een vreselijke kwelling. Ik ben namelijk echt als de dood voor de tandarts.

Geen idee waar die angst vandaan komt. Ik heb niet echt een slecht gebit, dankzij de fluoridentabletjes die ik vroeger van mijn moeder kreeg, ik heb altijd aardige tandartsen gehad en er zijn ook nog nooit echt grote dingen aan mij tanden of kiezen gedaan. Een trauma is het dus niet.

Het ligt ook niet aan mijn tandarts. Mijn tandarts en haar man zijn goede vrienden van ons en zij is echt één van de liefste personen die ik ken. Ze doet haar werk ook altijd heel voorzichtig, met heel veel geduld en met alle begrip voor mijn kinderachtige angsten.

Heel lang heb ik een simpele oplossing gehad voor mijn probleem met tandartsen: ik ging gewoon nooit en omdat ik wel obsessief drie maal daags mijn tanden poetste en fanatiek floste, ging dat heel lang goed. Toch kreeg ik op een gegeven moment last van kiespijn. Ik verging dagenlang van de pijn, maar ik bleef liever met veel pijnstillers in bed liggen, dan dat ik er wat aan liet doen. Pas toen het echt niet meer ging, meldde ik me trillend van angst bij de tandarts met weekenddienst, die zich op bestraffende toon afvroeg waarom ik niet eerder was gekomen.

Daarna ging het weer een aantal jaren goed, maar deze gang van zaken herhaalde zich toch nog wel een aantal keren, totdat ik samen ging wonen met Bill. Hij ging keurig elk half jaar naar de tandarts en vond dat ik dat ook moest doen. Ik vond dat nergens voor nodig, maar Bill was niet erg onder de indruk van mijn argumenten. Hij maakte gewoon een afspraak voor twee personen en sleepte me bijna letterlijk onder zijn arm mee. Ik protesteerde, schreeuwde, schopte en sloeg, maar het hielp allemaal niets. Het was ontzettend gênant om als een klein kind meegesleept te worden. Iedereen leek ons aan te kijken en na te staren.

In de wachtkamer zorgde Bill dat hij heel dicht naast me zat, zodat hij me onopvallend heel stevig vast kon houden. Hier was er niemand die op ons lette, iedereen leek veel te druk met zijn eigen zenuwen. Ik keek gejaagd om me heen en ontdekte het toilet, vlak naast de buitendeur. Dat leek me een goede kans voor ontsnapping. Ik zei dat ik naar de wc wilde, maar Bill liet me niet gaan.‘

Je blijft zitten waar je zit, anders leg ik je hier ter plekke over de knie’, fluisterde hij in mijn oor.De behandeling zelf viel natuurlijk erg mee. Er was weinig aan de hand met mijn gebit, de tandarts was erg begripvol en aardig voor me en zijn assistente was helemaal geweldig, zo ontzettend lief, geduldig en zorgzaam. En Bill was er natuurlijk ook, die hield de hele tijd mijn hand vast.

Zo is een soort ritueel ontstaan, dat we elk halfjaar herhalen. Bill maakt de afspraak, dat zal ik uit mezelf nog steeds nooit doen, en dan gaan we samen naar de tandarts. Bill hoeft me niet meer mee te slepen, maar moet nog wel mee om me te ondersteunen. Voordat ik in de stoel zit, moet ik meestal nog wel even huilen, maar ik krijg alle tijd om aan het idee te wennen en iedereen doet zijn uiterste best om me op mijn gemak te stellen. Dat helpt wel. De angst zakt een beetje weg en eigenlijk is de kwelling dan ook al weer grotendeels voorbij.

Toch gaat het soms nog mis, zoals laatst. We hadden onze afspraak voor de halfjaarlijkse controle, maar we hadden het ook allebei erg druk. Daarom spraken we af om niet eerst langs huis te gaan, maar allebei op eigen houtje naar de tandarts te komen en elkaar in de wachtkamer te treffen. Een half uurtje van tevoren stapte ik dapper in mijn auto. Ik was echt vast van plan om te gaan, maar hoe dichterbij ik kwam, hoe banger ik werd en toen ik er bijna was, sloeg de paniek toe. Ik nam een afslag te vroeg en in plaats van naar de tandarts, ging ik een rondje wandelen in een natuurgebied. Om mezelf te kalmeren rookte ik een sigaret. De rust en de nicotine hadden al snel hun effect en ik voelde dat ik weer wat kalmer werd. Een paar minuten lang voelde ik me ontspannen en opgelucht. Daarna dacht ik weer aan Bill en aan de tandarts, mijn goede vriendin, die op me zaten te wachten en zich misschien wel zorgen begonnen te maken. Ik liep terug naar mijn auto en zag de gemiste oproepen van Bill op mijn telefoon. Die waren op zich al genoeg om me een flink schuldgevoel te geven, maar toen ik de berichten op mijn voicemail afluisterde werd dat gevoel nog veel sterker. Bill herhaalde in zijn boodschappen een aantal keren het woord ‘kinderachtig’. Ik haat het als Bill mij kinderachtig noemt, maar in dit geval had hij gewoon gelijk. Het is sowieso al vrij kinderachtig om bang te zijn voor zoiets onschuldigs als de tandarts, maar om dan ook nog eens te vluchten, is toch bijna net zoiets als je onder het bed verstoppen voor een eng monster.

Ik vermande mezelf en belde Bill op. Hij beantwoordde zijn telefoon koel en zakelijk, maar ik kon wel horen dat hij probeerde om zijn bezorgdheid te verbergen. Ik bood meteen mijn excuses aan en beloofde Bill dat ik meteen naar hem toe zou komen.

‘Blijf maar waar je bent’, zei Bill alleen. ‘Ik kom je nu halen.’

Bill was op dat moment hooguit een kwartier bij mij vandaan, maar het leek wel alsof hij er expres extra lang over deed om bij mij te komen, zodat ik extra lang de tijd had om mijn zonden te overdenken. Het was me al wel duidelijk wat er zou gaan gebeuren. Hoe en wanneer was nog even afwachten, maar dat ik een pak voor mijn billen zou krijgen stond vast. En voor het grootste deel vond ik dat ik dat ook dik verdiend had. Ik had een paar minuten mijn verstand moeten gebruiken, dan was het tandartsbezoekje zo voorbij geweest en was er waarschijnlijk ook niets aan de hand geweest. Ik ben toch echt veel te oud om me zo over te geven aan een irrationele angst. ‘Kinderachtig’, had Bill al gezegd en daarmee had hij de spijker op zijn kop geslagen.

Toch was er ook een deel van mij dat het allemaal een klein beetje onterecht vond. Bill weet hoe ontzettend bang ik voor de tandarts ben en daarom had hij me niet alleen moeten laten gaan. Hij had ook kunnen bedenken hoe dat af zou lopen. Dat was ook zo’n beetje het eerste dat ik tegen Bill zei toen hij voor me stond, maar hij kapte dat heel snel af.

‘Dan had je me moeten bellen, in plaats van er vandoor te gaan’, zei hij kort.

We reden samen terug in Bill zijn auto. Ik wilde niet vragen waar we heen gingen, maar dat werd vrij snel duidelijk. We namen niet de afslag naar de tandarts, maar reden rechtdoor, richting huis.

‘Ik heb onze afspraak een uurtje opgeschoven’, zei Bill. ‘Eerst moeten we even iets anders afhandelen.

’Ik begreep natuurlijk precies wat dat was.

Nog voordat de voordeur goed en wel dicht was, lag ik al over de knie. Ik had die middag een rok en laarzen aangetrokken, omdat ik me in die outfit zelfverzekerder voel, maar met mijn rok op mijn knieën en mijn billen bloot was er van dat gevoel heel weinig meer over. Bill maakte zijn broekriem los en ik voelde me nog kleiner en banger worden.

‘Dit gaat veel meer pijn doen dan de tandarts’, zei Bill nog eens ten overvloede.

Ik kreeg vijftien slagen met de riem, vijf links, vijf rechts en vijf in het midden. Bill deed het vol overgave, dit keer was er niet veel sprake van medelijden.

Ik kreeg een paar minuten de tijd om bij te komen en mijn make-up een beetje bij te werken, daarna moest ik weer mee, we hadden tenslotte nog een afspraak.

De tandarts was helemaal niet boos en wilde niets weten van excuses. Ik kreeg zelfs nog een uitgebreide knuffel, want ze kon nog een beetje zien dat ik gehuild had. De controle was binnen een kwartier voorbij en natuurlijk was er helemaal niets aan de hand.

Het leed was toch nog niet helemaal geleden, want die avond kreeg ik van Bill nog een echte straf, naakt, liggend op ons bed, met mijn handen en voeten gebonden. Bill gebruikte een grote, houten paddle, die echt pijn deed en heel diep doordrong. Ik had na afloop echt even de tijd nodig om weer een beetje tot mezelf te komen. Bill borg de paddle weer op en bewonderde mijn billen.

‘Ik begrijp niet dat je hiervoor minder bang bent dan voor de tandarts’, zei hij peinzend.

Nee, dat begrijp ik zelf ook niet.

Column: Lize

Ik ken Lize al heel lang, vanaf de eerste klas van de middelbare school. We hebben jaren bij elkaar in de klas gezeten, zonder dat we veel contact hadden. Verder dan ‘hoi’ en ‘dag’ zijn we in die jaren eigenlijk nooit gekomen. Dat kwam vooral doordat we bij heel verschillende groepen hoorden en daarbij was Lize ook nog een heel stil, verlegen meisje dat altijd heel zachtjes praatte en het liefst alleen in een hoekje zat. Als ik nu naar klassenfoto’s uit die tijd kijk, dan was Lize één van de mooiste meisjes van de klas, maar dat zal toen niemand zijn opgevallen.

Een jaar geleden kwam ik Lize na jaren weer tegen, op een koude zaterdagmorgen, langs de lijn van het voetbalveld, waar onze zoontjes op een kluitje achter een bal aan liepen te rennen. Dat is het voordeel als je woont in de omgeving waar je ook bent opgegroeid (of het nadeel, het is maar hoe je het bekijkt): van tijd tot tijd kom je zomaar ineens weer een stuk van je jeugd tegen.

Zoals te verwachten viel herkende Lize mij wel, maar ik haar niet. Ik moet eerlijk zeggen dat ik heel diep moest nadenken voordat ik kon bedenken wie Lize ook weer was. En toen ik dat eenmaal weer wist, had ik geen idee wat ik tegen haar moest zeggen. In al die jaren hadden we hooguit tien zinnen met elkaar gesproken. Maar Lize leek daar helemaal geen moeite mee te hebben. Ze kletste, in tegenstelling tot vroeger, aan één stuk door en haalde allerlei herinneringen op. Gebeurtenissen die ik me meestal ook nog wel kon herinneren, maar waarvan ik me niet voor kon stellen dat Lize daar ook bij was geweest.

Ik kreeg er al snel genoeg van om herinneringen op te halen aan een gezamenlijk verleden dat er nauwelijks was, ik was veel meer geïnteresseerd in het heden. Lize leek nogal veranderd ten opzichte van wat ik me van haar herinnerde. Niet alleen dat ze veel meer praatte, haar hele voorkomen was anders: een vrolijke, flinke, vrouw die lekker in haar vel zat. En ze had gelukkig ook afscheid genomen van de vormloze soepjurken, bedoeld om elke vrouwelijke ronding te verbergen, die ze vroeger altijd droeg of waarschijnlijk moest dragen van haar ouders. Ze had nu gewoon een strakke spijkerbroek om haar ronde billen.

We bleken in het heden veel meer gemeen te hebben dan in het verleden. Niet alleen waren we allebei op zaterdag voetbalmama, we hadden ook allebei twee kinderen, waren allebei aan ons tweede huwelijk bezig en hielden ook allebei van paardrijden, wandelen, lezen en schrijven. Na afloop van de wedstrijd spraken praatten we verder in de kantine, onder het genot van een grote bak patat met lekkere vette mayonaise, totdat de kinderen begonnen te zeuren dat ze naar huis wilden. We spraken af om binnenkort nog eens verder bij te kletsen.

Ik had niet verwacht dat dat ook echt zou gebeuren, maar een paar dagen later hing Lize al aan de telefoon. We spraken af om samen te gaan paardrijden. Mensen die zelf geen paard rijden kunnen het zich misschien niet goed voorstellen, maar vanaf de rug van een paard kun je hele goede gesprekken voeren. En dat deden we ook. We hadden het weer over vroeger, maar nu echt. Over de problemen thuis die we allebei gehad hebben, zonder dat we dat toen van elkaar wisten natuurlijk. Bepaalde dingen, herinneringen kregen nu ineens een hele andere betekenis, vooral bij Lize. Het was helemaal niet zo leuk in die tijd, ook voor mij niet. Met de vaststelling dat we al die vervelende dingen nu gelukkig achter ons hadden gelaten, sloten we het onderwerp af. Lize begon over de verhalen die ze schreef. Ik luisterde vol bewondering, maar durfde zelf niet zoveel over mijn eigen verhalen te vertellen. In plaats daarvan stelde ik voor om haar wat van me te laten lezen. ’s Avonds mailde ik haar nerveus de eerste paar hoofdstukken van ‘Anne’. Lize belde de volgende dag al om me te complimenteren met de mooie, eerlijke hoofdstukken. Ze praatte over werkelijk alles, de beschrijvingen, de grapjes, de kleine, herkenbare dingen die erin verstopt zaten, maar over de billenkoek fragmenten zei ze niets, terwijl ik had verwacht dat ze daar misschien over zou vallen. Ik kon niet anders, ik moest er wel naar vragen. Lize praatte er heel luchtig overheen: ‘die fragmenten waren zo natuurlijk geschreven dat ze bijna niet opvallen. Dat aspect hoort gewoon bij de personage Anne, dus waarom zou ik of wie dan ook daar moeite mee hebben? Leven en laten leven hoor.’

Voor iemand die was opgegroeid met ‘hel en verdoemenis’ was dit een ongelofelijk ruimhartige opmerking, waar ik nu nog vrolijk van word als ik eraan terugdacht.Lize en ik bleven regelmatig samen paardrijden. Een paar keer kreeg ik daarbij het gevoel dat Lize wat minder soepel dan anders op en neer bewoog in het zadel. Ik vroeg of er misschien iets aan de hand was. Lize zei dat ze te fanatiek was geweest in de sportschool en spierpijn had, ik dacht echter dat ik iets heel anders herkende. Natuurlijk vroeg ik niet door, maar ik werd wel erg nieuwsgierig.

Een paar weken later organiseerde Lize een soort high tea voor een goed doel. Ik bood in een opwelling aan om te helpen, hoewel ik eigenlijk helemaal niet goed ben in koken, bakken en al dat soort dingen. Thee zetten kan ik gelukkig prima, dus ik kon me nog wel een beetje nuttig maken. Lize had het vreselijk druk. Ik kreeg haar die hele middag nauwelijks te spreken, maar de high tea leek een groot succes. Het publiek bestond vooral uit oudere dames die Lize haar moeder hadden kunnen zijn. Ik voelde me niet erg op mijn gemak tussen al die strenge, grijze dames en ik kreeg het idee dat dat ook voor Lize gold. Ze reageerde gespannen en kortaf, heel anders dan ik haar de laatste tijd had leren kennen. De sfeer begon me steeds meer te benauwen en na een poosje kreeg ik last van mijn ademhaling, hyperventilatie heet dat ook wel. Ik moest zo snel mogelijk naar buiten. Ik stond op om naar buiten te rennen, maar ineens waren alle ogen op mij gericht. Iedereen verwachtte een verklaring voor mijn plotselinge vertrek. Flapuit als ik ben riep ik het eerste wat in me opkwam: ‘Ik moet nu snel gaan, anders kom ik te laat thuis en dan krijg ik billenkoek van mijn man.’

Iedereen in de kamer, Lize ook, keek me geschokt aan. Ik verdween snel in de gang, plofte neer op de eerste de beste plaats die me daarvoor geschikt leek: de trap naar boven. Lize kwam achter me aan. Ze sloot de deur naar de kamer zorgvuldig. Met haar handen in haar zijde keek ze me aan met een blik de me heel veel vertelde en ze lachte. Ik hapte nog steeds naar adem, maar Lize kon alleen maar lachen.

‘Billenkoek van mijn man’, gierde ze. ‘Hoe verzin je het!? Heb je die gezichten gezien!? Ik pies in mijn broek!’

Ik voelde me onbegrepen en vernederd, blijkbaar had ik me vergist. Stilletjes verdween ik door de voordeur.Het duurde daarna een tijdje voordat we weer gingen paardrijden, maar het gebeurde wel. En bij één van onze ritten had Lize weer die typische spierpijn. Ik wilde het weten, maar durfde het nog steeds niet te vragen, dus deed ik iets heel slechts. Na de rit gaan we altijd even douchen (voor wie denkt dat het paard al het werk doet: ook als ruiter transpireer je behoorlijk hoor) en terwijl Lize nietsvermoedend genoot van de hete straal, gluurde ik heel kinderachtig om het hoekje van haar douchehokje. Ik zag een paar dieprode, bijna paarse billen en ik wist genoeg. Er was maar één manier waarop haar billen die kleur gekregen konden hebben.

Ik gaf Lize nog een opening om over het beladen onderwerp te praten. Ik vroeg haar of ze nog spierpijn in haar billen had. Lize zei alleen dat ze helemaal geen spierpijn in haar billen had, maar in haar bovenbenen. We praatten er dus niet over, maar toch voelde ik me heel erg opgelucht. Opgelucht dat er meer vrouwen zoals ik waren, niet alleen ver weg, anoniem op het internet, maar ook gewoon om me heen en in mijn buurt. En ook al konden we er niet met elkaar over praten, die wetenschap was voor mij wel heel belangrijk.

Mijn hele leven zoek ik al naar mensen om me in te herkennen, mensen waar ik me aan kan spiegelen. En voor het stuk van mij dat billenkoek heet, had ik zo iemand nog niet gevonden. Ik kende alleen Helene, de laatste spanking vriendin van Bill. Een ontzettend lieve meid, maar ook een beetje een freak met een lederen halsbandje om haar hals en een kleine tatoeage van een mattenklopper boven haar billen, die ze zonder schroom laat zien als het onderwerp toevallig ter sprake komt. Zo wilde ik niet zijn. Ik wilde geen freak zijn, maar gewoon Anne. Dankzij Lize, die absoluut geen freak was, wist ik op één of andere manier ineens dat ik eigenlijk helemaal niet anders was, maar gewoon wie ik wilde zijn. Dat idee gaf me een enorme rust.

Een maand geleden is Lize met haar gezin verhuisd naar het buitenland. Ik heb haar nooit verteld dat ik haar die middag onder de douche gezien heb en we hebben het ook nooit meer over het onderwerp billenkoek gehad. Toch denk ik dat ook zij precies weet hoe de vork in de steel zit. Ooit ga ik er eerlijk met Lize over praten, of misschien stuur ik haar deze tekst wel. En anders leest ze dit misschien zelf. In het land waar Lize nu woont hebben ze tenslotte ook internet…

Naschrift: Uiteindelijk heb ik besloten dat ik dit stuk niet kon plaatsen zonder er eerst met Lize (zo heet ze natuurlijk niet echt) over te praten. Hoe ze reageerde ga ik hier niet vertellen, maar ze staat volledig achter dit verhaal.

Imogens straf

Dit verhaal is door Bill vertaald uit het Engels.

Ik las de fax nog een keer:

‘Van: Imogen Jones, Arbuthnot Management Consulting

Aan: Richard Thompson, rector, St. Jacob’s School

Onderwerp: PRIVÉ EN STRIKT VERTROUWELIJK

Aantal pagina’s: 2, inclusief deze pagina

Boodschap:

Beste Richard,

Hierbij de brief waar ik het aan de telefoon over had. Wil je me ALSJEBLIEFT terugbellen zodra je hem gelezen hebt. Ik maak me echt zorgen.

Liefs,

Im.’

Imogen Jones. Ik was vergeten dat voor haar werk nog steeds haar meisjesnaam gebruikte, sinds ze getrouwd was.

En dan de tweede pagina: op officieel briefpapier met een logo met een indrukwekkend uitziend wapen bovenaan de pagina. ‘De Koninklijke Academie voor Management Wetenschappen’. Ik las verder.

‘Geachte mevrouw Jones,

Ik schrijf u naar aanleiding van de examens die u onlangs heeft afgelegd om in aanmerking te komen voor lidmaatschap van de Academie.

Helaas moet ik u mededelen dat wij, vanwege schijnbaar ernstige onregelmatigheden met één van papers die u heeft ingeleverd, voornemens zijn om uw aanmelding af te wijzen. We willen u echter in de gelegenheid stellen om eventuele misverstanden met betrekking tot de genoemde papers weg te nemen. Daarom nodigen wij u uit om voor een hoorzitting in ons kantoor in Birmingham op het bovengenoemde adres op vrijdag 20 mei om 14.30 uur.

U kunt bij aankomst vragen naar de Examencommissie. Indien gewenst mag u een vriend of collega meenemen naar de hoorzitting, alhoewel een officiële juridische vertegenwoordiger bij deze gelegenheid niet nodig is.

Voor de volledigheid wil ik er nog op wijzen dat wij uw werkgever nog niet op de hoogte hebben gesteld van de gerezen problemen. Wij zullen dit ook niet doen, zolang de hoorzitting nog plaats moet vinden.

Graag zie ik u volgende week. Houdt u er alstublieft rekening mee dat dit de enige datum is, die beschikbaar is voor deze hoorzitting. Het is niet mogelijk om deze te verzetten, mocht u op de voorgestelde datum niet kunnen verschijnen, dan zullen wij helaas passende maatregelen moeten nemen.

Hoogachtend,

De Voorzitter van de Examencommissie.’

Ik zuchtte diep. Geen wonder dat ze zich zorgen maakte. Im was al heel lang bezig om haar registratie als professional te verkrijgen. Nu, op haar 27ste, zou ze relatief jong die registratie  krijgen, en het zou haar zeker vooruit helpen in haar carrière als Management Consultant. Maar nu die ‘schijnbaar ernstige onregelmatigheden’. Wat zou ze in vredesnaam….?

Ik pakte de telefoon en belde haar nummer. Een nogal koele, formele dame nam de telefoon aan.

‘Arbuthnot, waarmee kan ik u van dienst zijn.’

‘Ik zou graag Imogen Jones willen spreken.’

‘Wat is uw naam?’

‘Richard Thompson’

‘Waar belt u voor?’

‘Ze verwacht mijn telefoontje.’

‘Ongetwijfeld, maar ik moet alle inkomende telefoontjes registreren.’

Ik dacht snel na. Wat moest ik zeggen? Een goede vriend? Haar voormalige schoolhoofd? Een persoonlijk gesprek?

‘Eh, ik bel in verband met haar aanmelding voor het lidmaatschap van de Koninklijke Academie voor Management Wetenschappen.’

‘Dank u, mijnheer Thompson. Ik verbind u door.’

Oef. Im had al eens had geklaagd hoe serieus en formeel het allemaal was bij haar werkgever. Als de receptioniste al zo was, hoe moesten haar bazen dan wel niet zijn.

‘Goedemorgen, met Imogen Jones.’

‘Im, met Richard.’

‘Hallo, bedankt voor het terugbellen. Heb je gezien waarom ik me zorgen maak?’

‘Waar gaat dit allemaal over, Im?’

‘Ik heb geen idee. Ik heb me suf gepiekerd, maar ik weet het echt niet.’

‘Is er iets dat je verkeerd gedaan zou kunnen hebben bij de examens?’

‘Nee, nee, ik kan niets bedenken. Misschien heb ik iets geschreven waarmee ik de commissie beledigd heb? Maar ik weet het niet. Ik weet niet wat het zou kunnen zijn. Zou je alsjeblieft alsjeblieft met me mee kunnen gaan naar die hoorzitting in Den Haag?’

‘Maar, het is examentijd. Ik kan echt niet weg van school.’

‘Alsjeblieft. Ik vertrouw jou, jij bent in staat om mensen te overtuigen en je zult ongetwijfeld weten hoe je met examencommissies om moet gaan.’

Dit was lastig. Als rector probeerde ik altijd om geen dagen vrij te nemen in tentamenperiodes, zeker niet als het al over twee dagen was. Immers: als ik niet toestond dat de leden van mijn staf dagen vrij namen terwijl ze les moesten geven, dan moest ik dat zelf natuurlijk ook niet doen. De oudere generatie docenten, diegenen die altijd al tegen me waren geweest sinds ik een paar jaar geleden als midden dertiger tot rector was benoemd, zouden dat zeker niet accepteren. Maar Im was echt een goede vriendin. Ik kon haar ook niet in de steek laten.

‘Oké, ik zal er zijn. Ik zie je buiten bij het kantoor om twintig over twee. En maak je geen zorgen Im, ik weet zeker dat het allemaal goed komt.’

‘Denk je dat echt?’

Nee. Maar…

‘Ik weet zeker dat het goed komt, Im.’

‘Bedankt Richard. Ik stel dit erg op prijs.’

Ik legde de telefoon neer. Ze had zo bezorgd geklonken. Het deed me ergens aan denken. Ik had die paniek in haar stem één keer eerder gehoord, tien jaar geleden toen Im mijn beste studente was en ik haar moest straffen. Het was de eerste en enige keer in mijn carrière dat ik de cane heb moeten gebruiken. Die ervaring heeft denk ik voor een band tussen ons gezorgd, waardoor we jaren later nog steeds contact hadden, ook al had de tijd niet stil gestaan en waren we allebei getrouwd en succesvol in onze carrières.

Ik kijk in mijn agenda wat ik vrijdag allemaal voor vrijdag gepland had staan. Gelukkig hoefde ik die dag geen les te geven, alleen een paar vergaderingen die mijn plaatsvervanger ook wel kon afhandelen. Ik belde mijn secretaresse.

Toen ik de telefoon neerlegde, klonk de schoolbel. Ik moest weg, lesgeven. Eén van de weinige lessen die ik nog gaf, nu dat mijn leven leek te worden gedomineerd door vergaderingen en papierwerk. En nou ook nog die stomme reis naar Birmingham. Ik schudde mijn hoofd. Het leven was zwaar.

***

Vrijdag. Drie uur in de trein naar Birmingham, grijs, naargeestig weer. Het viel allemaal niet mee.

Ik stak de straat over naar het kantoor van het Instituut.

Ze stond al te wachten. Wat zag ze er goed uit: zwart, scherp gesneden pakje, witte bloes, het rokje iets aan de korte kant. Gekleed om indruk te maken.

‘Hoi Im.’

‘Hoi. Bedankt voor je komst. Het spijt me echt dat je helemaal hier naartoe moest komen.’

‘Maakt niet uit. Heb jij ook de hele dag vrij moeten nemen? Ik voel me net alsof ik aan het spijbelen ben.’

‘Ik heb een vergadering bij één van mijn cliënten, ongeveer twintig kilometer hier vandaan georganiseerd. Een groot project waar ik mee bezig ben. Op kantoor denken ze dat ik daar de hele dag ben.’

‘Zullen we dan maar naar binnen gaan?’

‘Laten we dat maar doen. Nogmaals bedankt Richard.’

***

We zaten in een klein wachtkamertje. Waarom laten mensen je toch altijd wachten?

Im staarde recht voor zich uit, zwijgend en duidelijk bezorgd.

De deur ging open en een kleine man in een tweed jasje kwam binnenlopen. Ik herkende hem onmiddellijk.

‘Laurence!’

‘Richard! Leuk om je te zien. Hoe gaat het met je?’

‘Prima en jij ziet er ook goed uit.’

Dit was bizar. Laurence Peters was één van de hoogleraren in de tijd dat ik studeerde, een expert in micro-economie. Ik kende hem behoorlijk goed, hij had me nogal geholpen bij het schrijven van mijn scriptie. Ik wist ook dat hij de universiteit had verlaten, maar ik wist niet waar hij naartoe was gegaan.

‘Dank je, dank je. Geef je nog steeds les?’

‘Jazeker, ik ben tegenwoordig rector van de St. Jacob’s School.’

‘Mijn hemel. Dan heb je het niet slecht gedaan!’

‘Dank je.’

‘Waarom ben je hier eigenlijk?’

‘Ik ben hier met Imogen Jones.’

We waren Im bijna vergeten. Ze stond op.

‘Ik ben haar “morele steun”. Sorry Im, ik had je voor moeten stellen. Laurence Peters was één van mijn hoogleraren op de universiteit.’

Hij gaf Imogen een hand, daarbij keek hij zeer streng.

‘Goed. Laten we maar naar binnen gaan. Richard Thompson… hoe bestaat het. Ga zitten.’

Hij deed de deur achter zich dicht en wees naar een bankstel in de hoek van de kamer. Typisch de kamer van een wetenschapper: enigszins chaotisch, overal stapels papieren. 

Zelf ging hij in de leunstoel tegenover ons zitten. Hij pakte een kartonnen map.

‘Goed. Richard, het is natuurlijk leuk om je weer eens te zien, maar wel jammer dat we elkaar onder deze omstandigheden moeten ontmoeten. Ik denk dat we maar beter ter zake kunnen komen. Mevrouw Jones…’

Hij keek naar Im.

‘Ja.’

‘Weet u waarom we u gevraagd hebben om vandaag hier te komen?’

‘Nee, u had het over onregelmatigheden, maar ik heb geen idee wat die zouden kunnen zijn.’

‘Nee?’

‘Nee.’

‘Weet u dat zeker? U kunt het beste eerlijk zijn.’

‘Nee, echt. Ik heb geen idee.’

Hij pakte een gebonden document en opende het bij een bladzijde die hij had gemarkeerd. Hij gaf het ons. Ik keek het even snel door: het leek te gaan over projectplanning. Een paar woorden en zinnen waren rood omlijnd.

‘Herkent u dit?’

‘Ja, dat is mijn paper, over het project dat ik gedaan heb.’

Ik kon me nog herinneren dat Im het had moeten schrijven – 10.000 woorden – en inleveren voordat ze haar examens mocht afleggen.

‘Juist. Er zitten nogal wat foutjes in, nietwaar?’

‘Ja, maar… Een paar spelfouten, dat is toch niet ernstig?’

‘Op zich niet nee. Zou u nu hier ook eens naar willen kijken?’

Laurence gaf ons een tweede document. Ik keek het ook snel door en keer daarna weer naar Im haar paper. Ze leken precies gelijk, zelfs dezelfde spelfouten waren rood omcirkeld.

‘Herkent u iets, mevrouw Jones?’

Ze gaf geen antwoord.

‘Kunt u mij misschien uitleggen hoe het kan dat uw paper precies dezelfde tekst en precies dezelfde spelfouten bevat als degene die Roger Cecil, van hetzelfde bedrijf waar u ook werkt, twee jaar geleden ingeleverd heeft?’

Im leek geschokt. Dit was ongelofelijk. Ze kon toch geen fraude hebben gepleegd? Of toch wel?

‘Nou… Wij hebben een standaard aanpak voor project planning binnen ons bedrijf. Dus ik denk… Ik denk dat het dus logisch is dat onze papers op elkaar lijken als we allebei over dit onderwerp schrijven.’

‘Op elkaar lijken zou kunnen, oké. Maar deze twee papers zijn exact gelijk.’

Ze wachtte.

Laurence keek haar aan.

‘Precies gelijk, met zelfs precies dezelfde spelfouten.’

Stilte.

Toen begon ze te huilen, stilletjes. Ik legde mijn arm om haar heen.

‘Het spijt me. Ik heb Roger zijn disk geleend en die gekopieerd naar mijn eigen computer. Hij wist daar niets van.’

‘Bedankt voor uw eerlijkheid, mevrouw Jones. Ik moet u echter wel vertellen dat fraude bij een officieel examen van het Instituut een zeer ernstige overtreding is. U laat ons geen enkele andere keuze dan u te vertellen dat u gezakt bent voor uw papers en u te royeren als kandidaat lid van het instituut. En ik zal, natuurlijk, ook uw werkgever op de hoogte moeten stellen. Die zal ongetwijfeld ook passende maatregelen nemen.’

Im huilde nu openlijk. Ik moest iets doen. Dit kon ik toch niet laten gebeuren?

‘Heb je er bezwaar tegen als Imogen ons even alleen laat, zodat wij even onder vier ogen kunnen praten, Laurence?’

‘Nee. Wilt u even buiten wachten, mevrouw Jones?’

Ze stond op en ging naar buiten.

Laurence sprak als eerste.

‘Slechte zaak, Richard. Zo’n slimme jongedame. Al haar andere papers waren uitstekend. Maar nu… Haar baas zal haar ongetwijfeld ontslaan en na zoiets zal het voor haar heel moeilijk worden om ergens anders een baan in management consultancy te vinden. Wat een verspilling.’

‘Er moet toch wel iets zijn dat we daaraan kunnen doen?’

‘Niets. Regels zijn regels. Ik bedoel, in mijn schooltijd in de jaren vijftig, kregen bedriegers twaalf slagen, terwijl de rest van de school toekeek. Dat waren nog eens tijden, toen discipline nog discipline betekende. Niet zoals vandaag de dag. We zijn te soft geworden, Richard. We laten jonge mensen er veel te makkelijk mee wegkomen. Maar wat het Koninklijk Instituut betreft…. Nee, haar royeren is het enige dat we kunnen doen.

Ik wachtte, luisterde naar wat hij had gezegd. Twaalf slagen… Razendsnel dacht ik na. In plaats van ontslagen te worden, de vernedering van ontmaskerd worden als een oplichter. Wat als….. Nee.

‘Stel dat ….. Zouden die twaalf slagen in dit geval ook niet de oplossing zijn?’

Ik kon zelf niet geloven dat ik dit zei.

‘Je bedoeld…’

‘Nou ja…. Ik ben tenslotte een schoolmeester. Stel dat …. ik haar voor jou zou straffen.’

Hij keek me aan. Er kwam een lachje op zijn gezicht.

‘Haar straffen?’

‘Je weet wel… die “twaalf slagen” van jou. In plaats van dat ze geroyeerd wordt, zou ik haar …. een pak slaag kunnen geven en dan zou jij kunnen besluiten dat ze toch niet gefraudeerd heeft en haar laten slagen.’

‘Interessant… Maar hoe zou ik kunnen controleren dat je het ook echt gedaan hebt? Ga je me foto’s sturen of zoiets dergelijks?’

Mijn god. Foto’s.

‘Zou dat echt nodig zijn?’

‘Nou ja, ik zou toch zeker moeten weten dat het grondig gebeurd is.’

Klootzak.

‘Als je echt bewijs nodig hebt, dan zou je inderdaad foto’s moeten hebben, denk ik.’

Hij wachtte.

‘Dit is wel erg ongebruikelijk.’

‘Voor mij is dit ook niet bepaald dagelijks werk, Laurence.’

Hij keek me aan.

‘Oké, laten we maar eens horen wat ze hiervan vindt.’

Hij liep naar de deur en riep Imogen weer binnen. Ze was nog steeds in tranen. De knappe, formele, succesvolle zakenvrouw was gereduceerd tot een grienend, hulpeloos klein meisje. Ze kwam naast me zitten.

Laurence keek haar aan met een gemeen lachje op zijn gezicht.

‘Ik heb een voorstel hoe we dit op een andere manier af kunnen handelen, jongedame.’

‘Alstublieft, ik zal alles doen.’

‘Alles?’

‘Alles, absoluut.’

‘Oké dan. Vroeger, toen ik jong was, wisten we wel hoe we om moesten gaan met stoute meisjes. Weet je wat er met hen gebeurde?’

‘Nee, mijnheer.’

‘Die kregen een pak slaag, mevrouw Jones.’

Imogen zat ineens rechtop. Kaarsrecht.

Laurence ging verder.

‘Uw vriend mijnheer Thompson is schoolmeester, dus die weet het één en ander over discipline. Dus heb ik met hem afgesproken dat als hij u een stevig pak slaag geeft, we dit kleine incident verder zullen vergeten en ik u op de lijst met geslaagden zal zetten.’

Ze keek verbijsterd. Haar blik bleef gefixeerd op Laurence, ze keek mij niet aan.

‘En wat zou dat dan inhouden?’

‘Nou, wat ik zou voorstellen is dat u vanmiddag samen een discrete plek opzoekt, dat u een geschikt instrument aanschaft – er moet wel ergens een seksshop zijn die zwepen verkoopt –

en dat u zich dan uitkleedt en hij u twaalf slagen met de zweep geeft, zo hard als hij kan. Daarna neemt hij een foto, om die naar mij toe te sturen. En als ik dan op basis van de foto vind dat de straf zwaar genoeg was, dan laat ik het daar verder bij. Als ik echter vind dat hij te aardig voor u is geweest, dan wordt u alsnog geroyeerd. Gaat u hiermee akkoord?’

Ze vermeed het nog steeds om mij aan te kijken.

‘Akkoord.’

‘Dan hebben we een afspraak.’

Hij sloeg zijn map dicht en keek me aan.

‘Bedankt voor je hulp, Richard. Ik stel het erg op prijs. En ik weet zeker dat ik erop kan rekenen dat je haar genoeg zult laten lijden om deze zaak af te kunnen sluiten.’

Ik stond op en schudde zijn uitgestoken hand.

‘Je kunt op me rekenen, Laurence. Bedankt, we komen elkaar vast nog wel eens tegen.’

‘Ongetwijfeld. Goed, mevrouw Jones. Het was een genoegen om u te ontmoeten. Ik zal vanmiddag aan u denken.’

‘Dag mijnheer.’

Ze schudde zijn hand.

We draaiden ons om en gingen weg, weg uit het kantoor, weg uit het naargeestige kantoorcomplex, de straat op.

Ze praatte al voordat ik er een woord tussen kon krijgen, assertief.

‘Hier’, zei ze. Ze greep in haar tas.

‘Neem mijn mobiele telefoon mee. En hier is wat geld.’

Ze gaf me twee twintig euro biljetten.

‘Verderop is een hotel: De Zwaluw. Dat is erg goed. Ik heb er al eens gelogeerd. Clinton heeft er vorige week ook gelogeerd tijdens de G8 top. Ik ga er nu meteen naartoe om een kamer te reserveren. Ik zal je bellen op het mobieltje om het kamernummer door te geven. Ga jij die zweep halen en een direct klaar camera, dan spring je in een taxi naar het hotel en kom je meteen naar de kamer. Oké?’

Mijn hemel. Ze vuurde instructies af per dozijn. Ik kon begrijpen waarom ze zo succesvol in haar werk was.

‘Prima. Maar… Is alles goed? Weet je zeker dat je dit wilt doen?’

Ze keek me aan, recht in mijn ogen.

‘Als dit de prijs is die ik moet betalen om te voorkomen dat ik mijn hele carrière verkloot, dan doe ik dat. En ik wil er ook niet te makkelijk vanaf komen. Ik wil dat je….’

Ze twijfelde voor het eerst.

‘Ik wil dat je me zo hard slaat dat die engerd me wel moet laten gaan. Kom, we kunnen maar beter opschieten. De winkels zijn die kant op. Ik neem hier een taxi. Tot over een half uurtje.’

En weg was ze.

***

Watson’s fotowinkel, één direct klaar camera, met kleurenfilm, die de winkelbediende er voor mij in had gedaan, cash betaald.

Het kostte me wat meer tijd om mijn volgende boodschap te doen. Ik ging naar het meest sjofel uitziende gedeelte van het centrum van de stad. Loveaid Seks shop. Het raam was dichtgespijkerd, maar de deur was open. Een ongelofelijke hoeveelheid (ik was nog nooit eerder in zo’n winkel geweest) seksspeeltjes in alle soorten en maten. En in de hoek: een stapel canes, precies zoals degene die ik de vorige keer bij Im had gebruikt. Daarnaast een gemeen uitziende zweep. Ik pakte het op bij het zwart lederen handvat. Zes lange, dunne gesels, ongeveer dertig centimeter lang. Deze was wel geschikt.

‘Goede keuze, vriend’, zei de man achter de toonbank. ‘Dat zal de nodige schade aanrichten.’

Ik betaalde weer cash en liep de winkel uit, hopend dat ik geen bekende tegen zou komen. Ook al was dat niet erg waarschijnlijk in een vreemde stad.

De telefoon ging toen ik weer de hoofdstraat inliep (wat haat ik die mobieltjes toch).

‘Heb je alles?’

‘Ja.’

‘Ik ben in kamer 804, hotel De Zwaluw. Je bent er met een taxi binnen vijf minuten. Ga meteen door naar de kamer. De liften zijn links van de receptie, wij zitten op de bovenste verdieping.’

Zo geconcentreerd….. Zo vastbesloten om dit te doorstaan.

Achterin de taxi probeerde ik te geloven dat dit echt gebeurde.

In het hotel, meteen de lift in, voordat iemand me kon vragen of ik hulp nodig had. Met de lift naar boven, door de met pluche tapijt beklede gang. Kamer 804, de deur stond op een kier. Ik ging naar binnen.

Im stond daar voor me, gekleed in een witte badjas. Ze keek me aan. Ik haalde de zweep uit de tas, haar ogen werden groot van schrik.

‘Weet je zeker dat je dit wilt doen?’, vroeg ik haar.

‘Ik heb geen keuze.’

Haar stem was zachter, de bazigheid en assertiviteit verdwenen nu het moment dichterbij kwam.

‘Ik vertrouw je, Richard. Ik vertrouw je meer dan wie dan ook. Weet je nog de laatste keer dat je me gecaned hebt, toen ik nog op school zat?’

‘Hoe zou ik dat ooit kunnen vergeten?’

‘Ik zal het ook nooit vergeten. Niets heeft ooit zoveel pijn gedaan. Maar jij was zo aardig, ook al had je me net zo hard geslagen dat ik het nauwelijks kon verdragen. Hoeveel mensen heb je daarna nog gecaned.’

‘Jij was de enige.’

Ze beet op haar lip.

‘Sorry. En nu, vandaag, ga je me redden van iets dat ik gewoon niet zou kunnen verdragen. Zorg dus dat je je werk goed doet. Ik wil geen enkel risico lopen dat het Instituut het niet goed genoeg vindt.’

We keken elkaar aan. Plotseling knoopte ze haar badjas los en liet die op de vloer vallen. Ze was nog mooier dan ik me herinnerde. Haar steile haar losjes in een staart naar achteren gebonden. Ze deed geen enkele poging om zichzelf te bedekken. Haar borsten, niet te groot, stevig; haar schaamhaar netjes geschoren. En haar tepels: hard. Had ze het koud? Dat moest het toch wel zijn …

Ze streek langs me heen, naar de badkamer, en hing de badjas aan de achterkant van de deur. Ze kwam weer naar buiten.

‘Waar wil je me hebben?’

Ik keek om me heen. De kamer was gigantisch groot. Ze moet er een enorm bedrag voor betaald hebben. Midden in de kamer stond een prachtig bed van gevlochten ijzerwerk, opgemaakt met kraakheldere, witte lakens.

Dat was een idee. De ijzeren dwarsbalk aan het voeteneind van het bed, op precies de goede hoogte.

‘Ik wil dat je bukt over het voeteneinde van het bed.’

Ze liep kalm naar het bed en drapeerde zichzelf er overheen, even huiverend toen haar blote lichaam het koude ijzer raakte. Ze vleide zich neer op de matras, haar handen voor zich uitgestrekt, haar hoofd gebogen naar één kant, haar borsten platgedrukt onder haar. De balk was zo hoog dat ze zich een beetje moest uitrekken, bijna op haar tenen moest gaan staan. Zo vormde ze een perfect doelwit voor mij.

Ik gooide mijn jas op de tafel in de hoek van de kamer en rolde mijn mouwen op.

‘Ik ga je nu twaalf slagen geven. Je mag niet bewegen of je krijgt extra. Verder wil ik dat je helemaal stil bent, zelfs niet de slagen tellen. En zoals je gevraagd hebt: ik zal slaan zo hard als ik kan. Ben je er klaar voor?’

‘Ja’

Een klein, bibberig stemmetje.

Ik positioneerde me ten opzichte van haar, tilde de zweep op, hoog boven mijn hoofd, en liet hem hard op haar billen neerknallen. De zweep gaf een harde knal. Ze schreeuwde het uit.

‘Stilte.’

Desondanks: geen wonder dat ze gilde. De zes gesels waren uitgewaaierd over haar billen in perfecte lijnen, elk lieten ze al een pijnlijk uitziende rode striem achter. En dat was nog maar de eerste.

Weer liet ik de zweep neerknallen, nog harder zelfs. Je zag de klap haast door haar hele lichaam trekken. Ze balde haar vuisten stevig samen en trommelde zachtjes op het laken.

Daarna twee slagen vlak na elkaar, dit keer over haar bovenbenen. Hoe ze het uithield, ik weet het echt niet, maar ze bewoog nog steeds niet.

Ik veranderde een klein beetje van positie, zodat ik recht achter haar stond. Toen liet ik de zweep weer neerkomen, heel snel, zodat de zweep het midden van haar billen raakte, van boven naar beneden. Ze jankte als een wolf.

En toen de zesde en de zevende, weer snel achter elkaar. Weer haar billen van boven tot onder, één slag voor haar linker bil, de volgende voor haar rechter.

Ze huilde ongecontroleerd, maar ze bleef nog steeds in positie.

Ik ging aan haar rechterkant staan. Twee slagen met de backhand, die haar billen raakten van rechts naar links en kris kras de striemen van de zweep achterlieten.

De tiende en de elfde, forehand weer, sneden in omgekeerde richting over haar achterwerk. Bij de elfde sprong ze uiteindelijk overeind, schreeuwend, haar achterste wrijvend, springend van de éne op de andere voet.

Ze keek me toch niet aan. Ze haalde diep adem en ging weer over het voeteneind van het bed liggen.

‘Nog twee te gaan’, hielp ik haar herinneren.

Ik dacht aan mijn instructies: ik moest ervoor zorgen dat de afstraffing er erg genoeg uitzag om het Instituut tevreden te stellen.

Dus deed ik een stap naar achteren en liet de zweep weer neerknallen.

Weer kwam ze overeind.

‘Liggen.’

Dit keer zei ik niets, maar wachtte totdat ze weer in positie lag, en ging schuin achter haar staan. Ik richtte de zweep op de rechterkant van haar achterwerk en knalde hem hard neer, de gesels wikkelden zichzelf rond de rand van haar billen. Ze gilde, maar bleef op het bed liggen.

De laatste slag. De slag die ze niet zou vergeten. Ik richtte de uiteinden van de gesels op de bovenkant van haar benen, een echt luide knal van de zweep, de tongen van de gesels verkenden haar meest intieme delen, zo ver als ze maar konden.

Een ijselijke gil dit keer. Ze sloeg met haar vuisten op het bed, haar hele lichaam trilde.

Ik stapte naar achteren en gooide de zweep op de vloer.

‘Het is klaar, Im. Je mag opstaan.’

Langzaam kwam ze overeind, ze liet zich op haar knieën op de vloer vallen, greep haar billen vast, wiegde zachtjes heen en weer. De tranen rolden over haar wangen en drupten op het tapijt.

Ik liep naar de badkamer, kwam weer terug met de badjas. Ik legde de jas over haar schouders, terwijl ze over de vloer kroop, als een klein, gewond dier. Daarna stond ik op en ging in de leunstoel in de hoek van de kamer zitten.

Ze keek me aan, het lukte haar om een heel klein beetje te glimlachen. Ze sprak zachtjes.

‘Als dit is wat je kunt, terwijl je nog maar twee keer in je leven een pak slaag hebt uitgedeeld, wil ik niet meemaken wat er gebeurd als je wat meer geoefend hebt.’

‘Het moet vreselijk zijn geweest.’

‘Mmmmm….. Ik wordt misschien wat soft op mijn oude dag, maar het lijkt wel alsof dit veel meer pijn deed dan de vorige keer. Maar goed, ik heb tenminste als het goed is nog steeds een baan.’

Ze stond op en keek me aan, ze hield haar handen nog steeds op haar billen.

‘Ik denk dat je me nu maar op de foto moet zetten.’

Dat was ik bijna vergeten.

‘Waarom ga je niet op het bed liggen’, stelde ik voor, terwijl ik de camera uit de tas haalde.

Ze sloeg het laken terug en ging liggen, achterwerk in de lucht, ze gebruikte het laken om haar borsten te bedekken. Voor mij was ze dan misschien niet verlegen geweest, maar het was duidelijk dat ze niet van plan was om onze vriend van het Instituut meer te laten zien dan strikt noodzakelijk was.

Ik richtte de camera en drukte af. Een korte pauze, toen verscheen de foto. Ze draaide zich om en hield haar hand op. Ze keek hoe de foto voor haar ogen werd ontwikkeld.

‘Shit! Zie ik er zo beroerd uit?’

‘Laat ik het zo zeggen: ik kan me voorstellen dat je in tranen was.’

Ik drukte nog een keer af, een close-up dit keer.

‘Denk je dat twee genoeg is?’

‘Hij krijgt niet meer, de sadistische klootzak. Je kunt je wel voorstellen hoe hij hiernaar zal kijken.’

Ze zuchtte diep, bedekte haar billen weer met haar handen en verborg haar gezicht in de lakens.

‘Oww..’

Ik pakte mijn jas.

‘Ik moet gaan Im.’

‘Nee.’

Ze sprong op, haar stem klonk haast paniekerig.

‘Blijf alsjeblieft. Laat me nu niet alleen. Ik wil bij je zijn.’

Ze greep mijn hand en leidde me naar het bed, trok me omlaag naast haar.

‘Im …’

‘Hou me vast.’

Ze begroef haar gezicht tussen mijn armen. Ik drukte haar dicht tegen me aan, knuffelde haar.

Waar was ik mee bezig, liggend in een hotelkamer met een naakte vrouw, terwijl we allebei met een ander getrouwd waren?

Ineens kuste ze me. Geen vriendschappelijk zoentje, maar vol op de mond. Ze kuste me opnieuw en probeerde bovenop me te klimmen. Ik greep haar armen en duwde haar van me af.

‘Ik moet nu echt weg.’

Maar ze reikte al naar beneden. Met haar linkerhand ritste ze mijn gulp los.

‘Het voelt anders niet alsof je weg wilt.’

Inmiddels had ik inderdaad een ongelofelijke erectie. Ze trok mijn broek en boxershort omlaag, klom bovenop me, hield me onder haar gevangen. Ze streelde mijn penis met één hand, haar andere hand hield ze tussen haar eigen benen.

‘Vrij met me Richard’, murmelde ze, terwijl ze zich wijdbeens over mijn harde geslacht heen liet zakken. Ze begon heen en weer te bewegen: ik had nog nooit zoiets heerlijks gevoeld.

Ik wurmde overeind, in een meer zittende positie, en reikte naar voren, omklemde haar gekwetste billen met mijn handen terwijl we vreeën. Ik streelde ze, voelde de striemen en blaren die ik had veroorzaakt met mijn zweep. Hoewel ze huiverde, leek het haar nog meer op te winden, onze bewegingen werden alleen nog maar sneller en heviger en we dreven elkaar tot een explosief hoogtepunt.

***

We vreeën nog twee keer die avond, totdat ik uiteindelijk echt weg moest. Als ik de laatste trein had gemist, had ik dat echt niet uit kunnen leggen. We deden het met wilde overgave, elkanders lichaam tot het uiterste verkennend. Daarna douchten we samen, kleedden ons aan. En toen ging ik, na een lange gepassioneerde laatste zoen.

‘Ik blijf hier vannacht’, zei ze. ‘Ik heb voor de kamer betaald, dan kan ik er net zo goed ook van genieten.’

‘Gelijk heb je. Maar nog één dingetje, Im…’

‘Wat?’

‘Vergeet niet om de foto’s te posten.’

Ze lachte.

‘Maak je geen zorgen, dat zal ik niet doen. Ik wil geen herhaling, tenminste, niet voor dat deel van de middag. Nou ja, voorlopig niet in elk geval.’

Ik opende de deur. Ze wierp me een kushandje toe, terwijl ik de hal in stapte.

‘Bedankt Richard. Doe voorzichtig. En denk eraan: de volgende keer dat ik een ondeugend meisje ben, weet ik waar ik moet zijn.’

De Schaatstraining

Dit verhaal heb ik jaren geleden geschreven naar aanleiding van een interview met een bekende schaatsster op tv. Ik zal niet zeggen welke schaatsster het was, maar ik denk dat velen wel een idee zullen hebben.
In dat interview werd de schaatsster geconfronteerd met de uitspraak van een columnist:
‘…. moet haar over de knie leggen en haar een pak onvervalste billenkoek geven.’
Toen de schaatsster deze woorden hoorde, keek ze alsof ze het pak billenkoek al bijna kon voelen.
Dit verhaal is verder natuurlijk pure fantasie, maar gelijkenis met bestaande personen berust dus niet geheel op toeval 🙂

Een beetje vreemd vond Maaike het wel, toen haar trainster haar vertelde dat ze op zondag moest komen voor een extra privé training. Echt veel zin had ze er ook niet in, want zondag was tegenwoordig de enige dag waarop ze Martin, haar vriendje, nog kon zien. Maar ze was net begonnen bij deze trainster, nadat ze ruzie had gekregen met haar vorige trainer. En ze had tot nu toe ook nog niet echt veel gepresteerd. Het leek Maaike dus niet verstandig om de extra training te weigeren. Martin was niet blij geweest toen ze vroeg was opgestaan, haar tas had ingepakt en haar schaatskleren had aangetrokken. Nijdig had hij zich omgedraaid om verder te slapen. Eigenlijk had ze gehoopt dat hij met haar mee zou gaan, maar daar had hij duidelijk geen zin in.

Dus rijdt ze nu in haar eentje richting de schaatsbaan, in haar gesponsorde auto. Onderweg vraagt ze zich af of het wel zo’n goed idee was om met deze trainster in zee te gaan. Toen de sponsor haar voorstelde, had ze meteen haar twijfels gehad. Tot nu toe had deze trainster alleen nog maar jeugd getraind. Daar had ze wel altijd erg goede resultaten bereikt, maar ervaring met echte professionals had ze nog niet. Maaike was er niet erg blij mee dat zij nu als proefkonijn mocht dienen. Maar erg veel keus had ze nou ook weer niet. De sponsor was nogal kwaad over de breuk met de vorige trainer, bij zijn ontslag hadden ze een hoge afkoopsom moeten betalen. In een indringend gesprek had de directeur haar duidelijk gemaakt dat dit haar laatste kans was. Ze moest beter gaan presteren en er mochten geen problemen meer ontstaan, anders was het afgelopen met de sponsoring. Na afloop van het gesprek had de directeur haar ingefluisterd dat ze haar gedrag maar beter kon veranderen.

‘Als je mijn dochter was geweest, had ik je allang over de knie gelegd en je een pak onvervalste billenkoek gegeven’, had hij gezegd.

Ze was erg blij geweest dat hij haar vader niet was en had besloten om eieren voor haar geld te kiezen.

De eerste weken met haar nieuwe trainster waren Maaike niet meegevallen. Ze had gehoopt dat ze wat modernere ideeën zou hebben dan haar vorige trainer, maar daar was niets van gebleken. Deze trainster geloofde vooral in ouderwetse discipline. Maaike moest haar mond houden en hard schaatsen, daar kwam het tot nu toe op neer. In de wandelgangen had Maaike ook vreemde verhalen gehoord over deze trainster. Het gerucht ging dat ze haar vroegere pupillen op geheel eigen wijze discipline bijbracht. Een meisje dat niet hard genoeg trainde of lastig was, werd na afloop van de training apart genomen. Dan ging het schaatspak naar beneden voor een flink pak blote billenkoek.

Casandra, een vriendin van Maaike, had de trainster een keer in een kantoortje zien verdwijnen met een van de jeugdtalenten. Tien minuten later was het meisje met tranen in haar ogen weer naar buiten gekomen. Er werd beweerd dat de trainster haar billen had bewerkt met een haarborstel. Ook ging het verhaal dat andere meiden na afloop de blote billen van het meisje hadden gezien. Ze zouden knalrood zijn geweest. Een maand later werd het zelfde meisje wereldkampioen bij de jeugd.

‘Ach, het zal ook wel meevallen’, denkt Maaike terwijl ze de parkeerplaats van de schaatsbaan oprijdt. ‘Mensen zeggen zoveel en Casandra zeker. Die heeft gewoon teveel fantasie. En ook al is het waar, die meiden waren kinderen. Ik ben een volwassen vrouw, die bovendien al het nodige heeft gepresteerd. Mij zal ze niet zo behandelen.’

Toch is Maaike er niet helemaal gerust op als ze naar binnen loopt. Ze wilde dat Martin toch maar was meegekomen.

De grote schaatshal is helemaal leeg als Maaike binnenkomt. Er is helemaal niemand, behalve de trainster, die al staat te wachten. Ze kijkt Maaike doordringend aan.

‘Ga je maar snel omkleden in gymkleding. We gaan eerst aan je conditie werken.’, is het enige wat de trainster zegt.

‘Ik geloof niet dat ik echt extra conditietraining nodig heb’. Maaike heeft het gezegd voordat ze het goed en wel door heeft.

Het gezicht van de trainster verstrakt.

‘Ik wel en dat zal jij ook vinden als we klaar zijn. Ik wacht op je in de gymzaal’.

Zonder een antwoord af te wachten loopt de trainster weg.

In de kleedkamer is Maaike ook helemaal alleen. Ze baalt er behoorlijk van dat ze zo werd afgesnauwd.

‘Dat mens had best even kunnen zeggen dat we conditiewerk gaan doen. Nu moet ik me weer helemaal omkleden’, denkt ze.

Een beetje trager dan nodig trekt Maaike haar trainingspak en schaatspak uit, ze heeft helemaal geen zin in conditietraining. Gelukkig heeft ze eraan gedacht om ook gymkleding mee te nemen. Ze heeft zelfs aan een slipje gedacht. Onder haar schaatspak draagt ze nooit ondergoed, maar onder gymkleding is het toch wel prettig om een broekje aan te hebben. Toevallig is ook nog haar favoriete slipje dat ze meegenomen heeft: een badstoffen stringetje, waarin je heerlijk vrij kunt bewegen. Als Maaike zich heeft omgekleed voelt ze zich weer een stuk lekkerder.

‘Kom maar op met je conditietraining’, denkt ze.

De trainster heeft een zwaar programma samengesteld. Het bestaat uit heel veel krachttraining. Maaike doet haar best om het zo goed mogelijk af te werken, maar de trainster is niet snel tevreden. Het moet steeds nog een beetje sneller en nog een beetje meer. Na een half uurtje trekken aan gewichten en apparaten gelooft Maaike het wel. Haar slechte humeur is weer helemaal terug. In plaats van beter haar best te doen, neemt ze juist wat gas terug. De trainster probeert haar pupil te pushen door steeds meer van haar te eisen, maar ze merkt ook wel dat het niet erg veel effect heeft. Een tijdje staat ze toe te kijken hoe Maaike tergend langzaam een paar gewichten op en neer trekt. Dan grijpt ze in.

‘We gaan even wat anders doen, Maaike. Kom maar even deze kant op’ , zegt ze.

Ze loopt naar een bankje met haltersteunen, in de hoek van de zaal. Maaike moet op haar knieën op het bankje gaan zitten en haar armen op de haltersteunen leggen, zodat het gewicht van haar bovenlichaam op haar armen komt te rusten. De trainster komt naast haar staan en inspecteert haar houding.

Net als Maaike zich afvraagt waar dit nou weer goed voor is, komt de trainster een stapje dichterbij. Ze legt een hand op de rug van de jonge schaatsster, alsof ze haar houding een beetje wil corrigeren. Het volgende moment schuift ze in één handige beweging haar sportbroekje en het slipje omlaag. Met haar andere hand duwt ze Maaike haar bovenlichaam stevig tegen de dwarsstang van de haltersteunen, zodat die geen kant op kan.

Maaike heeft niet meteen door wat er aan de hand is. Ze voelt de warme handen op haar rug en billen en even denkt ze dat ze misschien een soort massage krijgt. De sterke hand die losjes op haar blote billen rust is een prettig gevoel, als een soort streling. Dan voelt ze hoe de hand wordt opgetild en hoort ze hoe de hand door de lucht suist. Heel even voelt ze koude lucht langs haar blote kontje strijken. Het volgende moment is het alsof haar billen in brand staan.

Met een knal komt de hand neer op het stevige bilvlees. En nog een keer en nog een keer.

Maaike slaakt een gil van verbazing en pijn.

‘Jezus, denkt ze. Het is dus echt waar wat ze vertellen’.

De hand blijft maar neerkomen. Maaike protesteert en probeert haar heupen zo te draaien dat ze aan de klappen kan ontkomen, maar het helpt niets. Overeind komen lukt ook al niet. De sterke hand tussen haar schouderbladen houdt haar stevig op haar plaats. Het lukt zelfs niet om haar arme billen met haar handen te beschermen tegen de klappen. De tikken blijven met een ijzeren regelmaat terugkomen, afwisselend op de linker en de rechter bil. Nog nooit is ze zo op haar plaats gezet, zelfs toen ze klein was heeft ze nooit zo’n pak slaag gehad.

De klappen komen steeds sneller. In een hoog tempo kletst de sterke hand over het blote kontje, dat steeds roder lijkt te worden. Ineens is het voorbij. Twee sterke armen schuiven het broekje weer omhoog en helpen Maaike overeind. Ze wrijft met haar handen over haar gloeiende billen. De trainster blijft er even naar staan kijken, alsof ze het resultaat van haar werk wil inspecteren. Dan loopt ze de zaal uit.

‘Omkleden en over een kwartier op de baan’, roept ze tegen Maaike.

Maaike kan nog steeds niet goed geloven wat haar zonet is overkomen. Is het echt waar dat ze net een pak voor haar blote billen heeft gehad? Ze kan zich de laatste keer dat haar vader haar over de knie heeft gelegd niet eens meer herinneren. En ze weet zeker dat hij haar nooit voor haar blote billen heeft gegeven. De enige die dat tot nu toe ooit gedaan had, was haar moeder geweest en dat was maar één keer gebeurd. Maaike trekt haar gymkleren uit en gaat voor de spiegel staan om haar beurse achterwerk te bekijken. Het valt eigenlijk wel mee. Haar bibsje heeft alleen een licht rood blosje, alsof het iets te lang in de zon heeft gelegen. Nu ze daar in haar blootje voor de spiegel staat, vraagt Maaike zich af wat ze hiermee aanmoet. Het is natuurlijk te belachelijk voor woorden wat er is gebeurd. Ze kan zich toch niet zomaar als een klein kind laten behandelen.

‘Een paar gesprekjes met de pers zullen waarschijnlijk wel genoeg zijn om hier een schandaaltje van te maken’, denk ze.

En ze kende genoeg journalisten die wel in dit verhaal geïnteresseerd zouden zijn. Zeker als ze bereid zou zijn om te poseren met haar roodgeslagen billetjes bloot. En daar had ze geen moeite mee. Ze had wel eerder haar schaatspakje uitgetrokken om haar zin te krijgen. En dat was tot nu toe altijd zeer effectief geweest.

Aan de andere kant weet ze ook wel dat ze niet op die manier door kan blijven gaan.

‘Zo houd ik niemand meer over die nog met me wil praten, laat staan met me samenwerken. En misschien heb ik het ook wel een heel klein beetje verdiend, erg gemotiveerd was ik vandaag ook niet.’

Even schiet de gedachte door haar hoofd dat het eigenlijk ook best fijn is om iemand te hebben die duidelijk de baas is. Iemand die duidelijke grenzen aangeeft en je duidelijk corrigeert als je die grenzen overschrijdt. Misschien had het daar de laatste jaren ook wel aan ontbroken. Bij al haar trainers was zij de baas geweest in plaats van de trainer.

‘Misschien is de harde aanpak bij mij wel effectiever’, denkt Maaike.

Maar die gedachte dwingt ze weer heel snel naar de achtergrond. Voorlopig zal ze het in elk geval nog even volhouden. Zo makkelijk geeft ze zich nou ook weer niet gewonnen. Vastbesloten om er wat van te gaan maken, trekt ze haar schaatspak weer aan. Als ze de strakke elastische stof over haar billen trekt, voelt ze een lichte tinteling. Het is geen onprettig gevoel.

De trainster staat al weer te wachten. Ze kijkt Maaike een beetje spottend aan.

‘Zo Maaike, voel je je billen tintelen, heb ik mijn werk goed gedaan?’.

Maaike voelt hoe haar gezicht rood kleur. Hoe kon ze dat nou weten?

‘Meid, ik weet precies hoe het voelt. En daardoor weet ik ook precies hoe effectief dit is. Dat is ook de enige reden waarom ik dit doe. Dit was je eerste pak slaag, maar het zal zeker niet je laatste zijn. Ik zou er maar vast aan wennen.’

Ondanks de dreigende woorden klink het niet onvriendelijk.

Maaike houdt wijselijk haar mond. Ze is ervan overtuigd dat ze hier en nu over de knie gaat als ze iets verkeerds zegt. En één pak slaag op een dag vindt ze meer dan voldoende. Om verdere problemen te voorkomen gaat Maaike snel het ijs op. De eerste ronden gaat het niet erg lekker. Ze krijgt het goede gevoel niet te pakken. De aanwijzingen van haar vroegere trainers spoken door haar hoofd. Ze moet veel te veel nadenken bij alles wat ze doet, haar automatismen zijn totaal verdwenen. Na een aantal ronden roept de trainster Maaike ter verantwoording.

‘Ik moet veel te veel nadenken’, Klaagt Maaike. ‘Al mijn automatismen zijn weg.’

  • ‘Onzin. Je moet gewoon doen wat je altijd hebt gedaan. Ik wil je eerst zien schaatsen, denken komt later wel eens. Je krijgt vijf ronden om je te verbeteren, anders geef ik je wel iets om aan te denken’.

Maaike kijkt schuldbewust naar de grond. Ze heeft geen enkele twijfel over wat dat ‘iets’ zal zijn.

‘Leuk is dit’ ,denkt ze. ‘Ik moet vechten tegen de klok en tegen een pak slaag’.

Maaike probeert iets te vinden om haar gedachten op te concentreren. Ineens moet ze denken aan de lichte tinteling, die ze nog steeds in haar achterste voelt. Als ze vanuit haar heup een goede afzet maakt, voelt ze hoe het schaatspak zich om haar billen spant. De tinteling is dan extra goed te voelen. Maaike concentreert zich op de tinteling en merkt vrij snel dat het beter gaat. Zo goed zelfs dat de trainster redelijk tevreden is. De volgende vijf ronden moet het echter nog weer een stukje beter. Inmiddels is het wat drukker geworden in de hal. De training van de voormalige kampioene trekt wat publiek. Maaike let er verder niet op.

Tijdens het eerste rondje gaat het weer een stukje beter, maar als Maaike tijdens het tweede rondje met een schuin oog het publiek in kijkt, ziet ze de directeur van de sponsor staan. Meteen is ze afgeleid.

‘Hoeveel zou hij weten over de methoden van de trainster? Misschien heeft hij haar wel uitgezocht vanwege die methode.’

Maaike herinnert zich zijn woorden maar al te goed:

‘Als je mijn dochter was geweest had ik je allang over de knie gelegd en een pak onvervalste billenkoek gegeven’.

Misschien had hij wel afspraken gemaakt met de trainster, kwam ze regelmatig verslag doen van de gebeurtenissen tijdens de training. En misschien komt hij nog wel eens assisteren bij de training. Op het moment dat er een beetje extra discipline nodig is.

‘Dat nooit’, denkt Maaike.

Maar ondertussen heeft ze al wel weer vier slechte rondjes gereden en de vijfde is al niet veel beter. Als Maaike bij haar trainster stopt, moet ze haar schaatsen uittrekken en meekomen naar de gymzaal. Terwijl ze zich door de trainster naar binnen laat leiden, probeert ze tussen de mensen de directeur te ontdekken. Bezorgd kijkt ze om zich heen of hij misschien haar kant op komt. Gelukkig ziet ze hem nergens.

Maaike is zo bezig met de aanwezigheid van de directeur dat ze zich nauwelijks realiseert wat er verder gebeurd. De trainster heeft haar stevig bij haar arm vast en leidt haar richting de gymzaal. Pas als de deur van de zaal dichtslaat schrikt Maaike op uit haar overpeinzingen. Ineens realiseert ze zich wat er gaat gebeuren. Voor de tweede keer in korte tijd gaat ze een pak slaag krijgen. Ze besluit om het geen tweede keer toe te laten en probeert haar arm los te rukken uit de greep van de trainster. Maar in plaats van los te laten, grijpt de trainster Maaike nog steviger vast. Maaike voelt hoe ze voorover getrokken wordt. Voordat ze het door heeft ligt ze al bij de trainster over de knie, voorover met haar billen hoog in de lucht. In het strakke schaatspak vormen ze een niet te missen doelwit. Maaike voelt zich weer alsof ze tien jaar oud is en bij haar moeder over de knie ligt. En net als toen is ze verstijfd van schrik en vernedering. Protesteren of tegenstribbelen komt niet meer in Maaike op. Ze ligt met ingehouden adem en samengeknepen billen te wachten op wat komen gaat, overgeleverd aan de wil van de trainster.

De trainster is vastbesloten om Maaike heel precies te laten voelen wat haar wil inhoudt. Ze komt niet eens echt boos over, eerder kalm en vastbesloten om te doen wat nou eenmaal moet gebeuren. Als de trainster haar arm om Maaike haar heupen slaat, voelt het bijna teder en vriendschappelijk, helemaal niet bestraffend. Maar dan pakt de trainster de stevige, houten plak, die de hele tijd al naast haar op het bankje ligt. Ze legt hem voorzichtig op Maaike haar billen. Maaike heeft de plak niet zien liggen en schrikt verschrikkelijk als ze het harde hout voelt. Ze doet haar mond open om te protesteren. De trainster tilt de plak weer op en laat hem zachtjes door de lucht zoeven. De knal waarmee de plak neerkomt is zo hard dat hij Maaike haar gil bijna overstemd. Hoewel Maaike een vrij forse kont heeft, is de plak groot genoeg om haar beide billen tegelijk te bewerken. Op het moment dat de plak neerkomt, valt de pijn nog wel mee. Meteen daarna komt echter het schrijnende, branderige gevoel opzetten en is de pijn bijna niet uit te houden. Na elke slag neemt de trainster ruim de tijd om het effect van de klap te laten inwerken. In een rustig tempo geeft ze Maaike tien rake klappen. Maaike heeft haar ogen dicht, maar ze voelt hoe de tranen over haar wangen stromen. Vergeleken hiermee stelde het vorige pak slaag helemaal niets voor. Het kan haar allemaal niet meer schelen. Ze wil alles beloven en alles doen, als dit maar ophoudt. Dan houden de slagen inderdaad op en de trainster legt de plak weg.

Maaike probeert zichzelf onder controle te krijgen en aan iets anders dan de brandende pijn in haar achterste te denken, maar dat lukt haar nauwelijks. De trainster gunt haar ook geen tijd om bij te komen en maakt van de gelegenheid gebruik om Maaike haar schaatspak open te ritsen en omlaag te stropen. Binnen een paar tellen ligt Maaike weer in positie, dit keer helemaal naakt. De trainster legt haar nu over een been, zodat Maaike op haar handen moet steunen om niet voorover te vallen. Met haar andere been klemt de trainster Maaike stevig vast. De straf gaat weer verder, met de vlakke hand in plaats van de plak. Maaike haar billen gloeien zo erg, dat het nauwelijks minder zeer doet. Voordeel is wel dat er nu maar één bil tegelijk bewerkt kan worden, zodat de andere steeds even rust heeft. Maar die rust duurt nooit lang. De tikken gaan klits, klets, klats achter elkaar door en op de blote billen klinken ze nog luider en verontrustender.

De trainster houdt Maaike nog steeds stevig vast. Het enige dat Maaike nog kan doen is haar billen samenknijpen en ontspannen. Ze probeert haar kont zoveel mogelijk stil te houden, want elke beweging doet nog weer extra pijn. De greep van de trainster wordt losser, ze laat Maaike haar benen zelfs helemaal los. Even denkt Maaike dat het voorbij is, maar niets is minder waar. Ze wordt alleen in een iets andere positie gelegd, zodat ze haar benen weer vrij kan bewegen. De slagen gaan weer verder, in een steeds hoger tempo. Heel voorzichtig komt Maaike een beetje overeind. Ze probeert over haar schouder te kijken en ziet haar vuurrode billen.

De trainster gebiedt Maaike om voor zich uit te kijken. Het is de eerste keer sinds ze in de gymzaal zijn, dat de trainster iets zegt.

Om haar woorden kracht bij te zetten, geeft ze Maaike een aantal bijzonder venijnige tikken en hoewel ze weet dat het niet helpt, spant ze al haar spieren en gilt het uit. Opnieuw springen haar ogen vol tranen. Er volgen nog vijf snelle kletsen en dan is het ineens over.

De trainster laat haar hand op Maaike haar billen rusten en knijpt voorzichtig in het zachte vlees. Ondanks de pijn is het een prettig, bijna erotisch gevoel. Maaike komt weer een beetje tot zichzelf. Ze voelt dat de greep van de trainster losser wordt.

‘Je mag opstaan, we zijn klaar voor vandaag’, zegt de trainster. Ze legt de nadruk op de woorden ‘voor vandaag’.

Maaike zet haar voeten op de grond en komt voorzichtig overeind uit haar benarde positie. Een beetje verdwaasd kijkt ze om zich heen. Met haar armen probeert ze haar naakte lichaam een beetje te bedekken. In totaal heeft het pak slaag misschien tien minuten geduurd, maar het lijkt alsof het uren later is. Maaike heeft geen idee waar haar schaatspak gebleven is, maar ze heeft ook geen enkele behoefte om het strakke pak weer aan te trekken. Daarvoor is de branderige pijn aan haar vuurrode billen nog veel te erg. Maaike merkt nu pas dat ook haar

gezicht rood is van vernedering en schaamte. In haar ogen voelt ze het branderige gevoel van een naderende huilbui. Het pak slaag heeft behalve schaamte en vernedering ook nog een heleboel andere gevoelens losgemaakt, prettig en onprettig. Het liefst zou Maaike al haar gevoelens nu de vrije loop laten om eens lekker lang te huilen, maar die overwinning gunt ze de trainster niet. Om er zeker van te zijn dat ze nu veilig is, doet Maaike nog een paar stappen achteruit om zo ver mogelijk bij de trainster vandaan te zijn. Haar rug raakt nu bijna de deur van de kleedkamer. Ze wil het liefst zo snel mogelijk weg, maar ze durft het niet aan om de deur open te trekken en te verdwijnen. Afwachtend kijkt ze naar de trainster, die nog steeds rustig op het bankje zit.

‘Ik stel voor dat je naar huis gaat’, zegt de trainster droog.

Maaike draait zich meteen om en zonder nog iets te zeggen rent ze de kleedkamer in, gelukkig is er verder niemand. Al haar spullen liggen er nog, zoals ze die achtergelaten heeft. Maaike pakt een grote, zachte badhanddoek uit haar tas en vouwt die op tot een soort kussen. Met de handdoek onder haar achterwerk durft Maaike voorzichtig te gaan zitten. Ze moet even tot rust komen, alles op een rijtje zetten. Het lijkt allemaal zo onwerkelijk en onwaarschijnlijk wat er vandaag gebeurd is.

Maaike staat voorzichtig weer op. Ze zal toch een keertje naar huis moeten en ze wil weg zijn voordat er toevallig iemand de kleedkamer in komt lopen. Maaike neemt een snelle douche. Ze ontdekt dat een voorzichtige massage met wat douchegel een klein beetje helpt tegen de pijn. Het afdrogen is echter een kwelling, hoe zacht Maaike haar handdoek ook is. Haar billen op de normale manier droogwrijven is gewoon onmogelijk. Heel voorzichtig droogdeppen is het enige dat draaglijk is. Dan komt het volgende probleem: aankleden. Gelukkig is haar trainingspak zacht en elastisch. Daarmee is de pijn nog wel draaglijk. Haar onderbroekje laat Maaike deze keer maar in haar tas zitten.

Maaike is enorm opgelucht al ze weer buiten staat. Ze loopt naar haar auto, gooit haar spullen in de achterbak en wil snel wegrijden. Dan ziet ze de auto van de trainster staan, een paar auto’s verder dan haar eigen auto. Maaike stapt weer uit en loopt naar de auto van de trainster.

Het is net zo’n gesponsorde auto als die van Maaike, alleen staat op deze ook nog heel groot de naam van de trainster. Dat kan dus niet missen. Maaike kijkt snel om zich heen of niemand haar kan zien. Dan zakt ze naast de auto van de trainster door haar knieën. Snel laat ze allebei de achterbanden leeg lopen. Maaike weet dat het heel kinderachtig is, maar de kans op wraak is te mooi om te laten liggen.

Maaike rijdt snel naar huis. Ze hoopt dat ze op tijd thuis is om Martin nog even te zien, maar als ze thuiskomt is hij niet thuis. Teleurgesteld ploft Maaike neer op de bank, met een extra kussen onder haar billen. Gelukkig hoort Maaike Martin even later toch weer binnenkomen. Ze staat op en begroet hem in de hal. Martin heeft een laag, houten bankje bij zich, dat zo van de Ikea lijkt te komen.

‘Wat moet je daar nou mee?’, vraagt Maaike verbaasd.

‘Weet ik veel’, zegt Martin. ‘Je sponsor belde net om te zeggen dat ik dit meteen op moest komen halen.’

‘Maar waarom dan? Wat moeten we hier in godsnaam mee?’, vraagt Maaike.

‘Dat weet ik dus niet’, zegt Martin geïrriteerd. ‘Ik ben ook al lang gestopt met vragen stellen. Voor jullie topsporters zijn soms de gekste dingen ineens belangrijk.’

Maaike laat het verder rusten. Ze zal morgen wel eens navragen wat ze met dat lelijke ding aanmoet. Het past niet eens in haar interieur, dat had de sponsor toch moeten weten.

‘Je was vanmiddag nog op tv’, zegt Martin tijdens het eten. ‘Weet je dat je een ontzettend lekker kontje hebt in dat schaatspak?’

‘Niet alleen in mijn schaatspak, hoop ik’, zegt Maaike.

‘Nou, zonder schaatspak mag je er ook wel zijn hoor’, zegt Martin. ‘Daarover gesproken, zullen we nog even naar boven gaan? Ik moet over een uurtje weg.’

Ze gaan met zijn tweeën naar boven. Martin schrikt wel even als hij Maaike haar blote billen ziet.

‘Wat is er met jou gebeurd?’, vraagt hij geschrokken.

‘Gevallen’, zegt Maaike snel.

‘Dat heb ik op tv gezien ja. Je maakte inderdaad een behoorlijke smak, maar dat je kont zo rood zou zien had ik niet verwacht. Best sexy eigenlijk, het lijkt net alsof iemand je heel hard op je billen heeft geslagen.’

Maaike gaat zwijgend door met uitkleden. Ze heeft helemaal geen zin om nog verder op Martin zijn opmerking in te gaan. Dat gesprek zou wel eens een hele vreemde kant uit kunnen gaan. Maaike kruipt snel tegen Martin aan, die al op zijn rug op het bed ligt.

‘Ga eens op handen en knieën zitten’, zegt Martin. ‘Ik wil die mooie kont van je kunnen zien.’

‘Een beetje voorspel was ook wel leuk geweest’, denk Maaike, maar ze zegt niets en doet wat Martin vraagt. Ze hebben tenslotte ook niet al te veel tijd meer.

Nadat Martin vertrokken is, laat Maaike zich weer op de bank vallen. Ze is vast van plan om daar de rest van de avond te blijven, maar ineens gaat de bel. Maaike wil eerst niet opendoen, maar de bel blijft maar gaan en na een paar minuten wordt er ook op het raam geklopt. Moeizaam komt Maaike overeind. Voor de deur staat de directeur van de sponsor, met nog twee mannen die Maaike nog niet eerder gezien heeft. De directeur heeft een lang, smal koffertje bij zich, één van de andere mannen een grotere, leren koffer.

‘Heb je je biljartkeus meegenomen?’, vraagt Maaike spottend. ‘Als dat bankje dat je gestuurd hebt bedoeld was als biljarttafel, dan is er toch echt iets misgegaan.’

‘Er is zeker iets misgegaan’, zegt de directeur. ‘Maar niet met het bankje. Mogen we even binnenkomen, dan wordt het hopelijk allemaal snel duidelijk.’

Maaike laat de heren binnen. Ze vraagt of ze koffie willen, maar dat slaan ze af. Eén van de mannen pakt het bankje uit de hal en zet het midden in de kamer. Hij zet de grote koffer er bovenop.

‘We zullen het allemaal eens even haarfijn uitleggen’, zegt de directeur. ‘Laten we maar beginnen met de grote koffer.’

De directeur geeft een teken en één van de mannen maakt de koffer open. Er zitten vijf grote, leren riemen in.

‘Kijk’, zegt de directeur. ‘Zo werkt het. Je gaat op je buik op het bankje liggen, helemaal naakt uiteraard, en dan zijn er twee riemen voor om je benen, twee voor om je armen en één voor om je middel.’

Maaike wenst zich dat ze de heren nooit had binnengelaten. Voorzichtig beweegt ze zich richting de deur, om er op het juiste moment vandoor te gaan. Dan maar geen sponsor en geen schaatscarrière, wat hier staat te gebeuren wil Maaike absoluut niet meemaken. Eén van de mannen heeft haar echter door en grijpt haar stevig vast.

‘Een momentje geduld nog’, zegt de directeur. ‘We zijn nog niet helemaal klaar. Ik heb hier ook nog een koffertje.’

Hij legt het koffertje op tafel en maakt het open. Het is van binnen bekleed met rood fluweel en het bevat drie lange, dunne, buigzame canes.

‘Zo’, zegt de directeur. ‘Volgens mij hebben we nu alles compleet. Ik denk dat we het maar eens moeten gaan hebben over twee leeggelopen autobanden.’