Anderhalve week zou haar geliefde man op zakenreis zijn. Anderhalve week zou ze zijn liefde en begeleiding moeten missen. Het zou de eerste keer in hun huwelijke zijn dat ze zolang zonder elkaar zouden zijn.


 Vooral Hester heeft het er moeilijk mee. De ochtend van zijn vertrek pakt hij haar eens stevig beet. ‘Lieve schat voor je het weet ben ik weer terug. Je kan me altijd bellen dat weet je toch?’


Met een sip gezicht geeft ze hem een zoen. ‘Ik ga je missen.’


‘Ik jou ook schat. Bel je me als er wat is?’


Hester knikt. ‘Beloof je het?’


‘Ik beloof het.’


De deurbel gaat, het is zijn collega. Het gaat nou toch echt gebeuren. Vanachter het keukenraam zwaait ze hem uit. Voor hij instapt werpt hij haar een kusje toe en kijkt even, heel even maar, waarschuwend naar haar. Er vliegt een zwerm vlinders op in haar buik en met een onschuldige lach kust ze terug. Met een zucht draait ze zich om en loopt naar de badkamer, eerst maar eens een bad!

Te midden van een grote berg schuim denkt ze terug aan de eerste keer dat ze kennismaakte met die strenge blik. Op haar achttiende, nu 14 jaar geleden, leerde ze hem kennen, André de vriend van haar broer. Ze was meteen stapel verliefd, maar dat zou ze hem niet laten merken. Als André bij hun thuis kwam hing ze altijd het eigenwijze vervelende zusje uit. Haar broer, Levi, irriteerde zich er mateloos aan, maar André had haar trucjes wel door.

Op het tuinfeest wat haar broer organiseerde ter ere van zijn twintigste verjaardag, haalde ze het onderste uit de kan om haar broer en André te treiteren. Het leek erop dat Levi zijn geduld zou verliezen, maar André greep in. ‘Hester, ik wil even met je praten.’


Uitdagend ging ze hem voor naar het tuinhuisje. Daar zouden ze minder hinder ondervinden van de harde muziek. ‘Is het nou echt nodig om je zo te misdragen? Wil jij je broer echt zo zieken?’

‘Ach ik zit een beetje te dollen, niet zo moeilijk doen hoor.’

‘Moeilijk doen? Je broer zat van de week behoorlijk geëmotioneerd bij mij op de bank, om jou. Hij vroeg zich af waarom je zo raar doet, hij dacht dat jullie altijd goed met elkaar konden opschieten. Hij geeft zichzelf de schuld. Sorry dat ik dat “moeilijk” doe.’

Beschaamd had ze naar de vloer gestaard.  Ze voelde zich schuldig en wilde het goed maken met haar broer. Er welde tranen op. ‘Ik zie dat je berouw hebt. Ik weet een goede manier om dit correct af te ronden. Ben je bereid om…’

‘Ik ben tot alles bereid.’

Hij pakte haar pols en met een geheimzinnige blik in zijn ogen liet hij haar buigen over de werkbank van haar vader. Plotseling besefte ze wat zijn bedoeling was. ‘Je gaat me toch niet?’

‘Jawel dame, dat ga ik wel.’

Die avond kreeg Hester voor het eerst een pak voor haar billen en die avond gaf ze André voor het eerst hele andere aandacht.

Versuft kijkt Hester om zich heen. ‘O ja. André is weg en ik lig in bad.’ Ze doezelt nog even door in het bad en gaat er vervolgens toch maar uit. Om haar gedachten te verzetten besluit ze om de stad in te gaan. Er moeten nog wat boodschappen komen en ze vindt dat ze wel toe is aan een nieuw paar schoenen. Het winkelen doet haar goed. Het stemt haar wat milder, maar ze vindt het nog erg moeilijk om te wennen aan het idee dat André zo lang weg gaat.

Voor een etalage houdt ze halt. Er staan een paar prachtige schoenen in de etalage. Enthousiast loopt ze naar binnen. Een vriendelijke verkoopster komt op haar af en vraagt of ze haar misschien kan helpen. ‘Ja dat denk ik wel. Die zwarte schoenen met die witte streep uit de etalage, heeft u die nog in maat 39?’

De verkoopster lacht vriendelijk. ‘Ik zal even voor u kijken.’

Hester is dolblij als de mevrouw even later met een doos de winkel binnenloopt. Ze past ze aan en ze zitten als gegoten. Ze rekent ze af en loopt terug naar de auto. Vlak voor ze instapt krijgt ze een sms bericht. Het is André die even wil laten weten dat hij het vliegtuig ingaat. Haar rotgevoel is meteen weer terug. Snel stuurt ze een berichtje terug. Het lukt haar niet goed om op het verkeer te letten. Haar gedachten gaan alle kanten op. Ze vraagt zich af hoe ze zonder zijn begeleiding de komende anderhalve week doorkomt zonder te bezwijken onder de stress. Hester is van nature een stressvol en paniekerig persoon. Wanneer Hester onnodig in de stress raakt, geeft André haar een flink pak billenkoek om weer tot rust te komen. Nu zou ze het toch alleen moeten doen. Hester is zo in gedachte, waardoor ze vol door het rode licht rijdt en meteen geflitst wordt. Verschrikt kijkt ze in haar achteruitkijk spiegel. Dit had ze niet zien aankomen. De tranen stromen over haar wangen en ze is blij als ze haar huis in zicht krijgt. Met een diepe zucht ploft ze neer op de bank, maar na een rondje zappen besluit ze maar wat eten te gaan maken.

Hester probeert haar avondeten naar binnen te werken, maar het lukt niet echt. Na drie happen heeft ze het gevoel dat er niks meer in kan. Moedeloos gaat ze achter de computer zitten. Dan maar aan het werk. Hester, de schrijfster, is volkomen inspiratieloos op het moment en ook in het schrijven kan ze haar gevoel niet kwijt. Vol zelf medelijden loopt ze naar hun slaapkamer en ze laat zich op bed vallen. Een uur lang staart ze naar het plafond, maar dan gaat haar telefoon. Gehaast neemt ze op.

‘Lieverd! Wat ben ik blij je stem te horen. Heb je een goede reis gehad?….Nee ik moet je nog iets vertellen. Ik voelde me zo rot en toen was ik zo in gedachte dat ik door rood licht reed….Ja, maar schat het lukt niet om rustig te blijven zonder jou!…Oké zal ik doen. En ik hou ook van jou.’

Met een sip gezicht drukt ze de telefoon uit. Snel kleed ze zich om en stapt in bed. Het duurt niet lang voor ze in slap valt.

De tweede dag zonder André verloopt eigenlijk best goed. Het heeft haar goed gedaan dat hij even gebeld heeft. Ze eet goed die dacht, maakt het voor haarzelf gemakkelijk en gaat op tijd naar bed. Het voelt wel vreemd, zo alleen in het grote bed. Na een lange nacht wordt ze, de derde dag, uitgeslapen wakker. Hester besluit om een warm bad te nemen en daarna aan het werk te gaan. Dat is wel makkelijk, dat ze zelf haar werktijden kan bepalen. Ze ligt net in bad als haar telefoon gaat.

‘Hoi schat, ik lig net in bad….Ja het gaat goed bij jou ook?…Ik mis jou ook….Ja ik beloof dat ik bel als er wat is….Dikke kus!’

Nog even de oogjes toe en dan…? Gaat de telefoon weer. Levi? Wat zou die hebben?

‘Hé broer, hoe is het met jou?’

Hester trekt wit weg en gaat rechtop zitten. ‘In welk ziekenhuis ligt ze Levi?…Goed ik kom er meteen aan….Nee ik haal mama wel op, ga jij maar naar je dochter.’

Direct na het telefoongesprek barst ze in tranen uit. Haar nichtje van zes heeft een ongeluk gehad, aangereden door een auto. Ze ligt nu op de intensive care. Het zou toch niet gebeuren dat Levi, na zijn vrouw, ook zijn dochter verliest?

Haar moeder staat al buiten als ze de straat in komt scheuren. Snel stapt ze in en Hester rijdt snel weg. Met honderd zestig vliegt ze de snelweg over, maar haar moeder zegt er niks van. ‘Shit, weer een flitser. Nou die neem ik maar voor lief.’

Moeder en dochter rennen het ziekenhuis in. Levi staat al op hen te wachten. Hij ziet er troosteloos uit. Hester pakt haar broer beet en omhelst hem stevig. ‘Hoe is het met haar?’

Levi bars in tranen uit. ‘Ze wordt geopereerd, ze kunnen nog niks zeggen. Om half vier denken ze klaar te zijn. Ooh ze zag er zo hulpeloos uit met al dat bloed.’

Hun moeder slaat haar arm om haar zoon heen. ‘Kom jongen we gaan even wat drinken. We kunnen niks anders doen dan afwachten.’

Hester en Levi gaan zitten terwijl moeder wat drinken haalt. ‘Ik ben blij dat je er bent zus. Ze was nog even bij bewustzijn na het ongeluk. Wet je wat ze zei? Papa ik hou van jou en zeg maar tegen tante Hester en oom André dat ik van hun hou. Tot ziens in de hemel.’

Levi vervalt in heftig gesnik. Ook bij Hester stromen de tranen over haar wangen. Na de dood van Rebecca, Levi’s vrouw, hebben Hester en André een tijdje voor Elza gezorgd, totdat Levi weer in staat was de volle zorg op zich te nemen.

Zwijgzaam drinken ze hun koffie op. Al snel daarna staat Levi op. ‘Ik wordt gek hier, ik moet daarheen.’


Met zijn drieën lopen ze naar de afdeling, maar er is nog geen nieuws. Een verpleegster brengt ze naar een wachtruimte. Na anderhalf uur komt er een arts de kamer binnen. ‘De operatie is voorspoedig verlopen. Dit betekend helaas nog niet dat ze buiten levensgevaar is. We kunnen op het moment niks anders doen dan afwachten.’

‘Mag ik naar haar toe?’

‘Ja, maar alleen u, anders wordt het te druk.’    

Vanachter een raam kijken Hester en haar moeder toe hoe Levi verslagen naast Elza gaat zitten. Trillend pakt hij haar hand vast.

‘Moet jij André niet even inlichten?’

‘Nee, dan komt hij direct terug. Deze reis is belangrijk voor hem. We redden het hier wel.’

Haar moeder kijkt haar aan met een blik van, je moet het zelf weten.

Af en toe loopt Hester van de afdeling om te kijken of André niet gebeld heeft. De hele avond blijft Hester in het ziekenhuis. Pas als de nacht valt brengt Hester haar moeder naar huis.

‘Pas je goed op jezelf Hester?’

‘Ja mam.’

‘Nogmaals, ik kan je niet dwingen, maar ik vind dat je André moet bellen.’

Hester haalt haar schouders op en rijdt terug naar het ziekenhuis. De arts verteld haar dat ze nu ook wel even bij ze mag gaan zitten. Levi leunt tegen zijn zus aan. ‘Fijn dat je er weer bent, maar moet jij niet gewoon gaan slapen?’

Ze schudt haar hoofd. ‘Niks ervan, nu nog niet. Straks ga ik naar huis, slaap ik even en dan kom ik weer terug. Dan kan jij even slapen.’

Levi knikt. Zwijgzaam zitten ze bij Elza. Ze ziet er zo zielig uit en zo breekbaar. Voorzichtig drukt ze een kus op de blonde haartjes van haar nichtje. Vervolgens geeft ze haar broer een dikke knuffel en dan gaat ze naar huis. Het lukt haar niet om de slaap te vatten. Na een licht slaapje en veel woelen, besluit ze om op te staan. Het ontbijt slaat ze over en ze snelt weer naar het ziekenhuis. Voor de ingang stuurt ze nog snel een sms bericht naar André. Alles gaat goed ik mis je wel. Liefs je vouwtje.

Haastig loopt ze naar de afdeling waar Elza ligt. Levi zit nog net zo naast haar als dat Hester hem heeft achtergelaten. ‘Hé broer, wil je niet even wat eten?’

Hij schudt van niet. ‘Ga dan in ieder geval even slapen. Je kan hier even rusten op het personeelsbed, zeiden ze net tegen me.’

Vertwijfeld kijkt hij haar aan. ‘Dat is misschien wel verstandig. Maar als er wat gebeurd moet je me meteen halen, beloofd?’

‘Beloofd!’

Hester neemt plaats naast haar nichtje en neemt haar handje in die van haar. ‘Lief meisje, laat ons niet in de steek. Laat papa niet in de steek. Vecht voor hem alsjeblieft.’

Ze denkt terug aan zijn nadruk toen Levi haar vroeg om het te beloven. Diezelfde nadruk had bij André doorklonken toen hij haar liet beloven om te bellen als er wat zou zijn.

Hester voelde zich schuldig, maar ze wilde hem niet lastigvallen.

Na drie uurtjes kwam Levi terug. ‘Het wil niet, ik moet bij haar zijn.’

Een verpleegster kwam binnen. ‘Zal ik wat te eten voor u beide brengen?’

Beide schudden ze hun hoofd. Hester moet er niet aan denken om te eten. Het idee alleen al maakt haar misselijk. Tegen de avond gaat Hester, op aandringen van Levi, naar huis. André belt op het moment dat ze de voordeur heeft afgesloten. ‘Ja lieverd alles gaat goed…Nee er is echt niks…. Ik ben moe, daar zal het van komen….Nou een beetje te lang gewerkt vandaag denk ik….Ja is goed, dan ga ik nu slapen. Dag lieverd.’

Ze barst in tranen uit om haar leugens. Dit zal haar duur te staan komen. Meteen daarna belt haar moeder. Ze heeft Levi gesproken en die heeft haar gezegd, dat ze niet gegeten heeft en dat ze er vermoeit uit ziet. ‘Mam vindt je het vreemd? Ik heb nauwelijks geslapen en aan eten kan ik nu echt niet denken….Nee ik bel André niet.’

Met een zucht legt ze de telefoon neer. ‘Wat een gezeur.’ Zegt ze hardop.

Na een snelle douche, stapt ze in bed. Ook deze nacht slaapt ze nauwelijks. De dag daarop gaat ze weer vroeg naar het ziekenhuis en ook weer ontbijt ze niet. In het ziekenhuis voelt ze dat het haar begint op te breken. Haar telefoon geeft vier gemiste oproepen aan. Drie keer de uitgeverij en een keer André. Ze stuurt André een berichtje dat ze de hele dag bespreking heeft en vervolgens zet ze haar telefoon uit.

Haar moeder is ook in het ziekenhuis. Samen lopen ze naar de familieruimte om te praten. Onderweg moet Hester even stil staan, ze wordt draaierig. Bezorgd kijkt haar moeder in haar ogen. ‘Je moet even wat eten meisje.’

‘Nee ik moet niks eten!’ Gefrustreerd laat ze zich op een stoel vallen. Haar moeder probeert nog het een en ander, maar tevergeefs, Hester blijft een stijfkop.

Na het middaguur vertrekt hun moeder weer. Levi komt de gang op. ‘Wil jij even bij haar blijven? Ik moet even wandelen of zoiets.’

Hester knikt, geeft hem een bemoedigend klopje  op zijn schouder en loopt het kamertje binnen.

Meteen springen de tranen in haar ogen als ze het kwetsbare lichaampje voor zich ziet liggen. Ze laat de tranen de vrije loop. Nog steeds heeft ze niet bewogen, haar ogen niet geopend, helemaal niks.

Als Levi terug komt probeert ze snel haar tranen weg te vegen, maar hij heeft het al gezien. Samen huilen ze en vinden ze troost bij elkaar. Rond een uur of zes komt hun moeder weer terug. Hester loopt naar haar toe. Op de gang kijken ze toe vanachter het raam. Dan gebeurd het, Hester probeert haar moeder te waarschuwen, maar het is te laat. Hester zakt in elkaar.

Als ze haar ogen opent ziet ze de bezorgde ogen van haar moeder. ‘Je hebt me laten schrikken! Nu ga je wat eten, al moet ik het door je strot duwen. Nee blijven liggen! Eerst wat aansterken.’

Versuft kijkt Hester om zich heen, dan weet ze het weer. Moeizaam eet ze van de mueslireep die haar moeder in haar handen geduwd heeft. Als het weer wat beter gaat mag ze opstaan. Ze kijkt op de klok. Ze is maar even weg geweest. Haar moeder houdt haar een telefoon voor. ‘Ga je hem nu bellen?’

‘Nee.’

Haar moeder haalt haar neus op. ‘Eigenwijs!’

Haar moeder besluit weer naar huis te gaan, het wordteen beetje teveel voor haar.

Als ze weer naast Levi gaat zitten kijkt hij haar verbaasd aan. ‘Wat doe jij hier? Ga naar huis, rust uit, eet goed. Kom morgen weer terug.’

Ze schudt haar hoofd. ‘Zeg dat maar tegen jezelf.’

Hij pakt haar hand en lacht een klein beetje. ‘We lijken teveel op elkaar.’

Hester opent haar ogen, ze is in slaap gevallen naast Elza. Als ze opzij kijkt ziet ze dat Levi ook onder zeil is. Ook hij wordt wakker. Zwijgzaam staren ze naar de kleine schat. ‘Ik ga even naar het toilet hoor.’

Levi knikt. Als ze na haar toilet bezoek weer de gang oploopt, kijkt ze regelrecht in twee bekende ogen. Er draait zich een knoop in haar maag. Er staat teleurstelling in zijn blik, maar ook bezorgdheid en verdriet. André loopt op haar af en houdt haar stevig beet. ‘Lieverd.’ Dat is het enige wat hij op het moment kan uitbrengen. ‘Ik wilde je niet lastigvallen.’

‘Je hebt het me beloofd.’ De gekwetste blik in zijn ogen, de onderdrukte woede in zijn stem, zijn dreigend lichaamstaal, vertelde haar allemaal dat ze het totaal verkeerd heeft aangepakt. Met tranen in haar ogen kijkt ze hem aan. ‘Het spijt me schat, eerlijk waar.’

‘We hebben het er thuis wel over, eerst maar eens bij die kleine kijken.’

Vanachter het raam kijken ze naar binnen. Ook bij André vloeien de waterlanders.

Levi staat op en loopt de gang op, naar hun toe. André klopt Levi op zijn schouder.

‘Tegen de nacht kom ik je aflossen en dan ga jij eens goed slapen.’

Levi protesteert, maar André weet hem over te halen. Levi kan bij hun slapen en als er wat is kunnen Hester en Levi meteen samen komen. Ze zeggen elkaar gedag en dan lopen André en Hester samen naar de uitgang.

In de auto is het pijnlijk stil. ‘Het spijt me André.’

‘Dat zal het je nog meer als ik eenmaal met je klaar ben.’ Zijn stem klinkt bars.

Onredelijk vindt ze.

Bij het uitstappen pakt hij haar arm beet en knijpt er stevig in. ‘Jij gaat direct naar de slaapkamer. Daar trek je jouw nachtjapon aan en dan ga je in de hoek.’

Snel loopt ze naar de slaapkamer. Zo boos heeft ze hem nog nooit gezien en de teleurstelling in zijn ogen, die zou ze nooit meer vergeten. Als ze beseft wat ze eigenlijk allemaal heeft aangericht, begint ze te snikken. Met gebogen hoofd staat ze in de hoek als hij de kamer binnen komt. Zijn gezichtsuitdrukking is zachter geworden. Hij draait haar om en kijkt haar diep doordringend aan.

‘Wat vind ik de ergste misdraging Hester?’

‘Dat ik lieg.’ Stamelt ze.

‘Juist en wat heb jij de afgelopen dagen tegen mij gedaan jongedame?’

Haar onderlip begint te trillen. ‘Ik heb tegen je gelogen en ik heb mijn belofte verbroken.’

Hij knikt. Het liefst wil hij haar vastpakken en samen praten over Elza, maar hij moet nou consequent zijn. ‘Haal de paddle maar op.’

Ondanks dat ze er op had gerekend, schrikt ze toch. Hester heeft diep ontzag voor het strafinstrument. Tot nu toe heeft ze pas drie keer met de paddle gekregen, maar ze wist dat deze keer alle voorgaande keren zal overtreffen. Met een sterke houding staat ze voor hem en overhandigt ze de paddle. ‘Ik heb het verdient schat. Heb alsjeblieft geen genade.’

Dat was voor André een teken dat ze er zelf ook last van heeft en dat ze oprecht spijt betuigd.

Met een soepele beweging trekt hij haar over zijn knie. De paddle legt hij nog even naast zich neer. Eerst maar eens ouderwets met de hand. André stroopt tergend langzaam haar slipje naar beneden. Hij begint meteen hard, in een snel tempo op haar billen te slaan. Het lukt Hester nauwelijks om rustig te incasseren. Het liefst draait ze alle kanten op, maar ze kan zich nog beheersen. Nog wel, maar hoe lang zal ze het volhouden? De klappen komen in een vast tempo in een links-rechts-midden patroon neer op haar billen. Na ongeveer zeven minuten lukt het haar niet meer om stil te blijven liggen. ‘Je had het verdient zei je toch? Ontvang dan ook met die gedachte. Als je weer zo gaat bewegen als net ga ik gewoon een stuk langer door.’

Wanhopig knijpt ze in het kussen dat voor haar ligt. Stilliggen is haast onmogelijk.

Nu moet ze het vragen. Met alle moed die ze nog in zich heeft zitten vraagt ze: ‘Wil je me alsjeblieft helpen. Ik kan niet meer stil blijven liggen.’

André strijkt even vertederd door haar haren. Hij weet hoeveel moeite ze moet doen om dat zinnetje uit haar mond te krijgen. ‘Ik wil dat wel doen, maar het levert je wel tien extra slagen op met de paddle.’

‘André, alsjeblieft het lukt niet alleen.’

Met een snelle beweging klemt hij haar tussen zijn benen. Voor haar gevoel is al haar waardigheid verdwenen als sneeuw voor de zon. Vragen om hulp is voor haar een groot teken van zwakte.

Gelaten laat ze de hervatte straf over zich heenkomen. Nu ze zelf geen controle meer heeft over haar lichaam, kan ze niks anders doen dan ontvangen. Haar lichaam levert een strijd met haar geest. Ze wil zich volledig overgeven aan de straf, maar het lukt haar niet. Het verzet is nog te groot. André merkt haar strijd op. ‘Niet zo trots schat. Laat het los, geef het even aan mij.’

Het maakt geen verschil. Machteloos slaat ze in het kussen als ze voelt dat hij harder gaat slaan. Ze weet dat ze pas met de paddle krijgt als ze zich volledig heeft overgegeven. Geluidloos huilt ze.

Dan maar op een andere manier. ‘Wat dacht je? Elza is net zo belangrijk voor mij als dat ze voor jou is hoor. Hoe zou jij het vinden als de situatie omgekeerd was? Ik zou jou maar niet bellen als ik er eerder van wist dan jij. Als ik dan ook nog eens tegen je zou liegen, hoe zou jij je voelen?’

Die woorden snijden diep in haar ziel. Het wakkert ook opnieuw de boze gevoelens bij André aan. De intensiteit van zijn slagen is aanzienlijk hoger geworden. Verslagen hangt ze over zijn schoot. Haar verzet is opgegeven. André laat haar opstaan. ‘Liggen, met een kussen onder je buik!’

Hester zoekt naar zijn liefdevolle hulp die hij haar altijd biedt tijdens de straf, maar deze is ver te zoeken. Hij is echt kwaad en dat maakt haar alleen maar verdrietiger.

Bevend legt ze een kussen op bed en gaat liggen. ‘Lieverd het spijt me zo dat ik je vertrouwen in mij heb beschadigd en dat ik tegen je gelogen heb. Ik had beter moeten weten. Elza is belangrijker voor jou dan je werk.’

Even, heel snel, aait hij over haar rug. ‘Goed op je tanden bijten. Hoe dan ook, je blijft liggen. Ik heb besloten dat je er dertig krijgt. Geloof me, ze zullen hard zijn.’

Angstig staart ze naar  de muur. Met alle wilskracht die ze bezit doorstaat ze de eerste zes tikken. Dan houdt hij even op. Ze hoort hem hijgen. Als ze haar hoofd iets draait om zijn blik te vangen, beveelt hij haar om voor haar te kijken. Zijn boosheid heeft haar nu echt gebroken. Een groot gevoel van angst, verdriet, spijt en teleurstelling spoelt over haar heen. Ze merkt de klappen niet eens meer op. André merkt het en besluit niet door te gaan. Zo is de straf zwaar genoeg, het laatste deel had ze anders toch niet meegekregen. André neemt zijn geliefde vrouw in zijn armen en wiegt haar heen en weer. Hij fluistert lieve woordjes in haar oren en verteld haar dat het haar vergeven in.

Hij streelt haar rug en billen, net zolang totdat ze in slaap valt. Voorzichtig legt hij haar ten midden van het grote bed. Behoedzaam stopt hij haar in.

Die nacht houdt hij de wacht bij Elza en die ochtend erna, vlak nadat Hester en Levi zich bij hen gevoegd hebben doet Elza voor het eerst haar ogen open. Het ziet er goed uit voor Elza. En Hester? Die kan de eerste dagen niet fatsoenlijk zitten.