Keuzes (49)

“Hey Tessa, ik heb een dagje vrij genomen. heb je zin om met me naar het strand te gaan?” Tessa hoeft daar niet lang over na te denken. Ze reageert enthousiast en niet veel later is ze onderweg naar je huis om je op te halen. In de tussentijd pak je je spullen in en ga je vast naar buiten, zodat jullie dadelijk zo lang mogelijk van het mooie weer kunnen genieten. Tessa komt voorrijden en je stapt in. “Zo, dat is een leuk idee!” zegt ze als je instapt. “Ik ben al weken niet meer naar het strand geweest.” “Waarom is dat?” vraag je onschuldig. “Hadden je billen een kleurtje?” Tessa kijkt je vuil aan. “Nee, het regende veel. Ik heb me al weken als een engeltje gedragen.” Over dat laatste heb je zo je twijfels.

In de auto wordt een hoop gekletst. Vol enthousiasme vertellen jullie elkaar verhalen en het is erg gezellig. Dan merk je dat je al een tijdje achter dezelfde auto zit. “Pff, wat rijdt die traag zeg. Hoe hard mag je hier? 100, toch?” Tessa schudt haar hoofd. “Nee, 80. We rijden nu 70.” “In dit tempo duurt het uren,” klaag je, “kun je niet inhalen?” Tessa twijfelt. “Dit is een doorgetrokken streep, dat mag eigenlijk niet.” “Pfff, onzin. Niemand gaat het zien. Kom, inhalen!” Tessa kijkt je nog eens aan, maar besluit dan in te halen. Meteen beginnen er rode en blauwe lichten te knipperen in de spiegels. “Shit, politie, wat nu!” gilt Tessa in paniek. “Stoppen, je hebt geen keus,” help je haar. Ze wordt weer iets rustiger en stopt de wagen.

“Dames, goedemorgen. Mag ik de papieren even zien?” zegt de agent op vlakke toon wanneer hij bij het raampje verschijnt. Tessa pakt haar rijbewijs en laat het zien. “En, heeft u misschien de doorgetrokken streep gezien die u net gepasseerd bent?” vervolgt hij. Tessa knikt. “Wat betekent die streep, volgens u?” Tessa is gewend aan dit soort vragen naar de bekende weg en weet zich te beheersen. “Verboden in te halen, meneer de agent.” De agent knikt goedkeurend. “En waarom deed u dat dan toch?” “Ik had haast, meneer,” bekent Tessa. “U had haast. Haastige spoed is zelden goed, mevrouw. U brengt de andere weggebruikers in gevaar. Maar volgens mij weet u dat ook wel. Ik ga een boete uitschrijven en dan mag u weer onderweg.” Hij schrijft een bekeuring uit en overhandigt die aan Tessa. “Een prettige dag, mevrouw.” “U ook, meneer!” antwoordt Tessa, maar ze kijkt zuur.

“Dit is allemaal jouw schuld!” schreeuwt Tessa naar je. “Mijn schuld? Jij zit toch achter het stuur?” pareer je. “Jij zei dat ik moest inhalen!” zegt Tessa kwaad. Je antwoord over springen in het kanaal valt ook niet in goede aarde en zo blijven jullie nog een tijdje kibbelen. “Waarom maken we eigenlijk nog ruzie, we zouden al lang op het strand moeten zitten,” zeg je in een poging de strijdbijl te begraven. Tessa is even stil. “Ja, laten we er maar niet te veel meer aan denken, het is nu toch gebeurd. En het duurt nog wel even voor Paul en Michiel hier achter komen en ons onder handen nemen.” Je slikt de vraag wat Paul hiermee te maken heeft in. Het is nu tijd om plezier te maken. Niet veel later parkeert Tessa de bij de strandovergang en lopen jullie samen over de duinen naar het strand.

Eenmaal op het strand loopt Tessa direct naar de houten hokjes achter de voorste duinenrij. “Waar ga je naartoe? We moeten een mooi plekje uitzoeken,” zegt Tessa. Je wijst naar een groot houten bord:

Familiestrand: dit is een familiestrand, geen naaktstrand. Houd rekening met de andere bezoekers.

“We kunnen beter even daar omkleden, dat is wel zo netjes.” Ze wuift het weg. “Pff, dat is niet nodig hoor, we kleden wel achter een handdoek om.” Je twijfelt nog even, is dat wel verstandig?

Omkleden in een hokje

Omkleden achter een handdoek

      Keuzes (48)

      “Hallo, Naomi? Ik heb een dagje vrij genomen en het is prachtig weer. Heb je zin om naar het zwembad te gaan?” Aan de andere kant van de lijn wordt enthousiast gereageerd. Niet veel later ben je onderweg naar haar huis om haar op te halen. Wanneer je voor het huis parkeert, staat ze al klaar met haar sporttas. Ze zwaait enthousiast. Hey Irene, wat leuk dat we gaan zwemmen! Ik ben al weken niet meer geweest. Laten we naar ‘De Duiker’ gaan. Dat is wat verder rijden, maar daar hebben ze de beste glijbanen! Je glimlacht om haar enthousiasme en haar voorspelbaarheid. Ze wil altijd naar ‘De Duiker’ en je hebt online al kaartjes gekocht. Dat scheelt toch weer 20% op de prijs. Paul zal blij zijn met je spaarzaamheid.

      In de auto praten jullie honderduit over wat je de afgelopen maanden allemaal hebt meegemaakt. Het is erg gezellig en de gesprekken worden steeds luider. Midden in een van je verhalen draait Naomi het geluid omhoog. “Dit is echt een lekker nummer!” schreeuwt ze uit. Geïrriteerd kijk je opzij. “Zo kun je me niet verstaan,” zeg je en je draait het geluid omlaag. Naomi kijkt je vlak aan en draait het volume weer omhoog. Er ontstaat een soort kleine oorlog, waarbij jullie steeds aan de knop zitten. Dan kijken jullie elkaar aan terwijl je gelijktijdig aan de knop probeert te draaien. “Pas op!” roept Naomi plots. Je kijkt naar voren en ziet nog net de flits van de foto en de rand van het verkeerslicht dat je passeert. Geschrokken trap je op de rem, maar voor je stilstaat ben je de oversteekplaats al gepasseerd. Achter je zie je een overstekend echtpaar woedend zwaaien.

      Je denkt aan wat had kunnen gebeuren en je denkt aan Paul. Die zal wel flink kwaad zijn. En dat zal hij je laten weten ook. Dat zal een heel flink pak slaag worden! Je kijkt Naomi aan en beseft dan hoe oneerlijk dat is. “Kijk nu wat je doet! Je moet de bestuurder niet afleiden. We hadden bijna een ongeluk gehad.” Naomi wordt boos. “Het is niet mijn schuld dat jij niet oplet! Je had gewoon voor je moeten kijken.” “Dat ging niet, omdat jij met de radio zat te klooien,” werp je tegen. “Dat zeg je alleen maar, omdat Paul je over de knie neemt als hij de boete binnenkrijgt,” zegt Naomi gemeen. Je blik verhardt zich. “Ik zal George ook maar vertellen dat je me aan het afleiden was. Dan zullen we eens zien of jij er zonder kleurscheuren vanaf komt.” Zonder op een weerwoord te wachten begin je weer te rijden. De rest van de rit is het ijzig stil in de auto, op de radio na dan. Wanneer je de parkeerplaats oprijdt, is de ergste spanning verdwenen. “Zullen we het maar even vergeten en gewoon plezier maken? Het duurt toch nog weken voor die boete binnenkomt, hoe dat afloopt zie ik dan wel weer.” Naomi aanvaardt je niet-uitgesproken vredesvoorstel. “Ach je hebt ook gelijk. Niet meer denken aan die gemene mannen van ons, lekker zwemmen. Ze hebben een nieuwe glijbaan, wist je dat?”

      Samen loop je naar binnen. Onlangs is er een nieuwe eigenaar gekomen en er zijn duidelijk wat veranderingen. Er staat een groot, nieuw bord met regels, dat uiteraard direct jullie aandacht trekt. Het meest opvallend is:

      9: Maximaal één volwassene per kleedhokje.

      “Zullen we samen gaan?” vraagt Naomi ondeugend. Je twijfelt even. “Zouden we dat wel doen? ‘Overtredingen worden aangepakt naar discretie van de staf’ staat hier. Straks worden we er nog uitgezet!” Naomi rolt met haar ogen. “Niet zo saai doen, een strenge badmeester achter je aan is toch leuk? Kom we gaan samen!”

      Samen in een hokje

      Alleen in een hokje

          Keuzes (47)

          Heerlijk, een dagje niets doen. Dat heb je nu nodig. Je neemt een bakje fruit en gaat op de bank wat zappen. Pff, het is duidelijk lang geleden dat je nog eens doordeweeks ’s ochtends televisie gekeken hebt. Er komt echt werkelijk niets fatsoenlijks. Netflix dan maar. Nee, ook hier alleen nietszeggende series of series die je samen met Paul kijkt. Die kun je wel vooruit kijken, maar de laatste keer dat je dat gedaan hebt, was hij niet blij en dat heeft hij laten weten ook! Eerlijk gezegd is het ook minder gezellig dan samen kijken.

          Wat dan? Je kijkt door de kamer. Of het zo rustgevend is als door sommige goeroes geschetst wordt, weet je niet, maar je zou wel een grote opruiming kunnen doen. Of misschien een boek lezen onder een dekentje. Weet je, eigenlijk is er wel tijd voor beide. De enige vraag is: waar begin je mee?

          Eerst opruimen

          Eerst lezen

              Keuzes (46)

              Wie zou je nu het best kunnen bellen? Naomi houdt het meest van het zwembad. Je bent nooit te oud voor de waterglijbaan, is haar motto. Tessa is meer van het strand. Lekker bruin worden, af en toe even het water in en dan weer lekker lui liggen. Waar heb je nu het meest zin in?

              Met Naomi naar het zwembad

              Met Tessa naar het strand

                  Column: Tandarts

                  Net als iedereen moet ik twee keer per jaar naar de tandarts. Maar waar dat voor de meeste mensen hooguit twee keer een onaangenaam half uurtje betekent, is dat voor mij een vreselijke kwelling. Ik ben namelijk echt als de dood voor de tandarts.

                  Geen idee waar die angst vandaan komt. Ik heb niet echt een slecht gebit, dankzij de fluoridentabletjes die ik vroeger van mijn moeder kreeg, ik heb altijd aardige tandartsen gehad en er zijn ook nog nooit echt grote dingen aan mij tanden of kiezen gedaan. Een trauma is het dus niet.

                  Het ligt ook niet aan mijn tandarts. Mijn tandarts en haar man zijn goede vrienden van ons en zij is echt één van de liefste personen die ik ken. Ze doet haar werk ook altijd heel voorzichtig, met heel veel geduld en met alle begrip voor mijn kinderachtige angsten.

                  Heel lang heb ik een simpele oplossing gehad voor mijn probleem met tandartsen: ik ging gewoon nooit en omdat ik wel obsessief drie maal daags mijn tanden poetste en fanatiek floste, ging dat heel lang goed. Toch kreeg ik op een gegeven moment last van kiespijn. Ik verging dagenlang van de pijn, maar ik bleef liever met veel pijnstillers in bed liggen, dan dat ik er wat aan liet doen. Pas toen het echt niet meer ging, meldde ik me trillend van angst bij de tandarts met weekenddienst, die zich op bestraffende toon afvroeg waarom ik niet eerder was gekomen.

                  Daarna ging het weer een aantal jaren goed, maar deze gang van zaken herhaalde zich toch nog wel een aantal keren, totdat ik samen ging wonen met Bill. Hij ging keurig elk half jaar naar de tandarts en vond dat ik dat ook moest doen. Ik vond dat nergens voor nodig, maar Bill was niet erg onder de indruk van mijn argumenten. Hij maakte gewoon een afspraak voor twee personen en sleepte me bijna letterlijk onder zijn arm mee. Ik protesteerde, schreeuwde, schopte en sloeg, maar het hielp allemaal niets. Het was ontzettend gênant om als een klein kind meegesleept te worden. Iedereen leek ons aan te kijken en na te staren.

                  In de wachtkamer zorgde Bill dat hij heel dicht naast me zat, zodat hij me onopvallend heel stevig vast kon houden. Hier was er niemand die op ons lette, iedereen leek veel te druk met zijn eigen zenuwen. Ik keek gejaagd om me heen en ontdekte het toilet, vlak naast de buitendeur. Dat leek me een goede kans voor ontsnapping. Ik zei dat ik naar de wc wilde, maar Bill liet me niet gaan.‘

                  Je blijft zitten waar je zit, anders leg ik je hier ter plekke over de knie’, fluisterde hij in mijn oor.De behandeling zelf viel natuurlijk erg mee. Er was weinig aan de hand met mijn gebit, de tandarts was erg begripvol en aardig voor me en zijn assistente was helemaal geweldig, zo ontzettend lief, geduldig en zorgzaam. En Bill was er natuurlijk ook, die hield de hele tijd mijn hand vast.

                  Zo is een soort ritueel ontstaan, dat we elk halfjaar herhalen. Bill maakt de afspraak, dat zal ik uit mezelf nog steeds nooit doen, en dan gaan we samen naar de tandarts. Bill hoeft me niet meer mee te slepen, maar moet nog wel mee om me te ondersteunen. Voordat ik in de stoel zit, moet ik meestal nog wel even huilen, maar ik krijg alle tijd om aan het idee te wennen en iedereen doet zijn uiterste best om me op mijn gemak te stellen. Dat helpt wel. De angst zakt een beetje weg en eigenlijk is de kwelling dan ook al weer grotendeels voorbij.

                  Toch gaat het soms nog mis, zoals laatst. We hadden onze afspraak voor de halfjaarlijkse controle, maar we hadden het ook allebei erg druk. Daarom spraken we af om niet eerst langs huis te gaan, maar allebei op eigen houtje naar de tandarts te komen en elkaar in de wachtkamer te treffen. Een half uurtje van tevoren stapte ik dapper in mijn auto. Ik was echt vast van plan om te gaan, maar hoe dichterbij ik kwam, hoe banger ik werd en toen ik er bijna was, sloeg de paniek toe. Ik nam een afslag te vroeg en in plaats van naar de tandarts, ging ik een rondje wandelen in een natuurgebied. Om mezelf te kalmeren rookte ik een sigaret. De rust en de nicotine hadden al snel hun effect en ik voelde dat ik weer wat kalmer werd. Een paar minuten lang voelde ik me ontspannen en opgelucht. Daarna dacht ik weer aan Bill en aan de tandarts, mijn goede vriendin, die op me zaten te wachten en zich misschien wel zorgen begonnen te maken. Ik liep terug naar mijn auto en zag de gemiste oproepen van Bill op mijn telefoon. Die waren op zich al genoeg om me een flink schuldgevoel te geven, maar toen ik de berichten op mijn voicemail afluisterde werd dat gevoel nog veel sterker. Bill herhaalde in zijn boodschappen een aantal keren het woord ‘kinderachtig’. Ik haat het als Bill mij kinderachtig noemt, maar in dit geval had hij gewoon gelijk. Het is sowieso al vrij kinderachtig om bang te zijn voor zoiets onschuldigs als de tandarts, maar om dan ook nog eens te vluchten, is toch bijna net zoiets als je onder het bed verstoppen voor een eng monster.

                  Ik vermande mezelf en belde Bill op. Hij beantwoordde zijn telefoon koel en zakelijk, maar ik kon wel horen dat hij probeerde om zijn bezorgdheid te verbergen. Ik bood meteen mijn excuses aan en beloofde Bill dat ik meteen naar hem toe zou komen.

                  ‘Blijf maar waar je bent’, zei Bill alleen. ‘Ik kom je nu halen.’

                  Bill was op dat moment hooguit een kwartier bij mij vandaan, maar het leek wel alsof hij er expres extra lang over deed om bij mij te komen, zodat ik extra lang de tijd had om mijn zonden te overdenken. Het was me al wel duidelijk wat er zou gaan gebeuren. Hoe en wanneer was nog even afwachten, maar dat ik een pak voor mijn billen zou krijgen stond vast. En voor het grootste deel vond ik dat ik dat ook dik verdiend had. Ik had een paar minuten mijn verstand moeten gebruiken, dan was het tandartsbezoekje zo voorbij geweest en was er waarschijnlijk ook niets aan de hand geweest. Ik ben toch echt veel te oud om me zo over te geven aan een irrationele angst. ‘Kinderachtig’, had Bill al gezegd en daarmee had hij de spijker op zijn kop geslagen.

                  Toch was er ook een deel van mij dat het allemaal een klein beetje onterecht vond. Bill weet hoe ontzettend bang ik voor de tandarts ben en daarom had hij me niet alleen moeten laten gaan. Hij had ook kunnen bedenken hoe dat af zou lopen. Dat was ook zo’n beetje het eerste dat ik tegen Bill zei toen hij voor me stond, maar hij kapte dat heel snel af.

                  ‘Dan had je me moeten bellen, in plaats van er vandoor te gaan’, zei hij kort.

                  We reden samen terug in Bill zijn auto. Ik wilde niet vragen waar we heen gingen, maar dat werd vrij snel duidelijk. We namen niet de afslag naar de tandarts, maar reden rechtdoor, richting huis.

                  ‘Ik heb onze afspraak een uurtje opgeschoven’, zei Bill. ‘Eerst moeten we even iets anders afhandelen.

                  ’Ik begreep natuurlijk precies wat dat was.

                  Nog voordat de voordeur goed en wel dicht was, lag ik al over de knie. Ik had die middag een rok en laarzen aangetrokken, omdat ik me in die outfit zelfverzekerder voel, maar met mijn rok op mijn knieën en mijn billen bloot was er van dat gevoel heel weinig meer over. Bill maakte zijn broekriem los en ik voelde me nog kleiner en banger worden.

                  ‘Dit gaat veel meer pijn doen dan de tandarts’, zei Bill nog eens ten overvloede.

                  Ik kreeg vijftien slagen met de riem, vijf links, vijf rechts en vijf in het midden. Bill deed het vol overgave, dit keer was er niet veel sprake van medelijden.

                  Ik kreeg een paar minuten de tijd om bij te komen en mijn make-up een beetje bij te werken, daarna moest ik weer mee, we hadden tenslotte nog een afspraak.

                  De tandarts was helemaal niet boos en wilde niets weten van excuses. Ik kreeg zelfs nog een uitgebreide knuffel, want ze kon nog een beetje zien dat ik gehuild had. De controle was binnen een kwartier voorbij en natuurlijk was er helemaal niets aan de hand.

                  Het leed was toch nog niet helemaal geleden, want die avond kreeg ik van Bill nog een echte straf, naakt, liggend op ons bed, met mijn handen en voeten gebonden. Bill gebruikte een grote, houten paddle, die echt pijn deed en heel diep doordrong. Ik had na afloop echt even de tijd nodig om weer een beetje tot mezelf te komen. Bill borg de paddle weer op en bewonderde mijn billen.

                  ‘Ik begrijp niet dat je hiervoor minder bang bent dan voor de tandarts’, zei hij peinzend.

                  Nee, dat begrijp ik zelf ook niet.

                  Column: Lize

                  Ik ken Lize al heel lang, vanaf de eerste klas van de middelbare school. We hebben jaren bij elkaar in de klas gezeten, zonder dat we veel contact hadden. Verder dan ‘hoi’ en ‘dag’ zijn we in die jaren eigenlijk nooit gekomen. Dat kwam vooral doordat we bij heel verschillende groepen hoorden en daarbij was Lize ook nog een heel stil, verlegen meisje dat altijd heel zachtjes praatte en het liefst alleen in een hoekje zat. Als ik nu naar klassenfoto’s uit die tijd kijk, dan was Lize één van de mooiste meisjes van de klas, maar dat zal toen niemand zijn opgevallen.

                  Een jaar geleden kwam ik Lize na jaren weer tegen, op een koude zaterdagmorgen, langs de lijn van het voetbalveld, waar onze zoontjes op een kluitje achter een bal aan liepen te rennen. Dat is het voordeel als je woont in de omgeving waar je ook bent opgegroeid (of het nadeel, het is maar hoe je het bekijkt): van tijd tot tijd kom je zomaar ineens weer een stuk van je jeugd tegen.

                  Zoals te verwachten viel herkende Lize mij wel, maar ik haar niet. Ik moet eerlijk zeggen dat ik heel diep moest nadenken voordat ik kon bedenken wie Lize ook weer was. En toen ik dat eenmaal weer wist, had ik geen idee wat ik tegen haar moest zeggen. In al die jaren hadden we hooguit tien zinnen met elkaar gesproken. Maar Lize leek daar helemaal geen moeite mee te hebben. Ze kletste, in tegenstelling tot vroeger, aan één stuk door en haalde allerlei herinneringen op. Gebeurtenissen die ik me meestal ook nog wel kon herinneren, maar waarvan ik me niet voor kon stellen dat Lize daar ook bij was geweest.

                  Ik kreeg er al snel genoeg van om herinneringen op te halen aan een gezamenlijk verleden dat er nauwelijks was, ik was veel meer geïnteresseerd in het heden. Lize leek nogal veranderd ten opzichte van wat ik me van haar herinnerde. Niet alleen dat ze veel meer praatte, haar hele voorkomen was anders: een vrolijke, flinke, vrouw die lekker in haar vel zat. En ze had gelukkig ook afscheid genomen van de vormloze soepjurken, bedoeld om elke vrouwelijke ronding te verbergen, die ze vroeger altijd droeg of waarschijnlijk moest dragen van haar ouders. Ze had nu gewoon een strakke spijkerbroek om haar ronde billen.

                  We bleken in het heden veel meer gemeen te hebben dan in het verleden. Niet alleen waren we allebei op zaterdag voetbalmama, we hadden ook allebei twee kinderen, waren allebei aan ons tweede huwelijk bezig en hielden ook allebei van paardrijden, wandelen, lezen en schrijven. Na afloop van de wedstrijd spraken praatten we verder in de kantine, onder het genot van een grote bak patat met lekkere vette mayonaise, totdat de kinderen begonnen te zeuren dat ze naar huis wilden. We spraken af om binnenkort nog eens verder bij te kletsen.

                  Ik had niet verwacht dat dat ook echt zou gebeuren, maar een paar dagen later hing Lize al aan de telefoon. We spraken af om samen te gaan paardrijden. Mensen die zelf geen paard rijden kunnen het zich misschien niet goed voorstellen, maar vanaf de rug van een paard kun je hele goede gesprekken voeren. En dat deden we ook. We hadden het weer over vroeger, maar nu echt. Over de problemen thuis die we allebei gehad hebben, zonder dat we dat toen van elkaar wisten natuurlijk. Bepaalde dingen, herinneringen kregen nu ineens een hele andere betekenis, vooral bij Lize. Het was helemaal niet zo leuk in die tijd, ook voor mij niet. Met de vaststelling dat we al die vervelende dingen nu gelukkig achter ons hadden gelaten, sloten we het onderwerp af. Lize begon over de verhalen die ze schreef. Ik luisterde vol bewondering, maar durfde zelf niet zoveel over mijn eigen verhalen te vertellen. In plaats daarvan stelde ik voor om haar wat van me te laten lezen. ’s Avonds mailde ik haar nerveus de eerste paar hoofdstukken van ‘Anne’. Lize belde de volgende dag al om me te complimenteren met de mooie, eerlijke hoofdstukken. Ze praatte over werkelijk alles, de beschrijvingen, de grapjes, de kleine, herkenbare dingen die erin verstopt zaten, maar over de billenkoek fragmenten zei ze niets, terwijl ik had verwacht dat ze daar misschien over zou vallen. Ik kon niet anders, ik moest er wel naar vragen. Lize praatte er heel luchtig overheen: ‘die fragmenten waren zo natuurlijk geschreven dat ze bijna niet opvallen. Dat aspect hoort gewoon bij de personage Anne, dus waarom zou ik of wie dan ook daar moeite mee hebben? Leven en laten leven hoor.’

                  Voor iemand die was opgegroeid met ‘hel en verdoemenis’ was dit een ongelofelijk ruimhartige opmerking, waar ik nu nog vrolijk van word als ik eraan terugdacht.Lize en ik bleven regelmatig samen paardrijden. Een paar keer kreeg ik daarbij het gevoel dat Lize wat minder soepel dan anders op en neer bewoog in het zadel. Ik vroeg of er misschien iets aan de hand was. Lize zei dat ze te fanatiek was geweest in de sportschool en spierpijn had, ik dacht echter dat ik iets heel anders herkende. Natuurlijk vroeg ik niet door, maar ik werd wel erg nieuwsgierig.

                  Een paar weken later organiseerde Lize een soort high tea voor een goed doel. Ik bood in een opwelling aan om te helpen, hoewel ik eigenlijk helemaal niet goed ben in koken, bakken en al dat soort dingen. Thee zetten kan ik gelukkig prima, dus ik kon me nog wel een beetje nuttig maken. Lize had het vreselijk druk. Ik kreeg haar die hele middag nauwelijks te spreken, maar de high tea leek een groot succes. Het publiek bestond vooral uit oudere dames die Lize haar moeder hadden kunnen zijn. Ik voelde me niet erg op mijn gemak tussen al die strenge, grijze dames en ik kreeg het idee dat dat ook voor Lize gold. Ze reageerde gespannen en kortaf, heel anders dan ik haar de laatste tijd had leren kennen. De sfeer begon me steeds meer te benauwen en na een poosje kreeg ik last van mijn ademhaling, hyperventilatie heet dat ook wel. Ik moest zo snel mogelijk naar buiten. Ik stond op om naar buiten te rennen, maar ineens waren alle ogen op mij gericht. Iedereen verwachtte een verklaring voor mijn plotselinge vertrek. Flapuit als ik ben riep ik het eerste wat in me opkwam: ‘Ik moet nu snel gaan, anders kom ik te laat thuis en dan krijg ik billenkoek van mijn man.’

                  Iedereen in de kamer, Lize ook, keek me geschokt aan. Ik verdween snel in de gang, plofte neer op de eerste de beste plaats die me daarvoor geschikt leek: de trap naar boven. Lize kwam achter me aan. Ze sloot de deur naar de kamer zorgvuldig. Met haar handen in haar zijde keek ze me aan met een blik de me heel veel vertelde en ze lachte. Ik hapte nog steeds naar adem, maar Lize kon alleen maar lachen.

                  ‘Billenkoek van mijn man’, gierde ze. ‘Hoe verzin je het!? Heb je die gezichten gezien!? Ik pies in mijn broek!’

                  Ik voelde me onbegrepen en vernederd, blijkbaar had ik me vergist. Stilletjes verdween ik door de voordeur.Het duurde daarna een tijdje voordat we weer gingen paardrijden, maar het gebeurde wel. En bij één van onze ritten had Lize weer die typische spierpijn. Ik wilde het weten, maar durfde het nog steeds niet te vragen, dus deed ik iets heel slechts. Na de rit gaan we altijd even douchen (voor wie denkt dat het paard al het werk doet: ook als ruiter transpireer je behoorlijk hoor) en terwijl Lize nietsvermoedend genoot van de hete straal, gluurde ik heel kinderachtig om het hoekje van haar douchehokje. Ik zag een paar dieprode, bijna paarse billen en ik wist genoeg. Er was maar één manier waarop haar billen die kleur gekregen konden hebben.

                  Ik gaf Lize nog een opening om over het beladen onderwerp te praten. Ik vroeg haar of ze nog spierpijn in haar billen had. Lize zei alleen dat ze helemaal geen spierpijn in haar billen had, maar in haar bovenbenen. We praatten er dus niet over, maar toch voelde ik me heel erg opgelucht. Opgelucht dat er meer vrouwen zoals ik waren, niet alleen ver weg, anoniem op het internet, maar ook gewoon om me heen en in mijn buurt. En ook al konden we er niet met elkaar over praten, die wetenschap was voor mij wel heel belangrijk.

                  Mijn hele leven zoek ik al naar mensen om me in te herkennen, mensen waar ik me aan kan spiegelen. En voor het stuk van mij dat billenkoek heet, had ik zo iemand nog niet gevonden. Ik kende alleen Helene, de laatste spanking vriendin van Bill. Een ontzettend lieve meid, maar ook een beetje een freak met een lederen halsbandje om haar hals en een kleine tatoeage van een mattenklopper boven haar billen, die ze zonder schroom laat zien als het onderwerp toevallig ter sprake komt. Zo wilde ik niet zijn. Ik wilde geen freak zijn, maar gewoon Anne. Dankzij Lize, die absoluut geen freak was, wist ik op één of andere manier ineens dat ik eigenlijk helemaal niet anders was, maar gewoon wie ik wilde zijn. Dat idee gaf me een enorme rust.

                  Een maand geleden is Lize met haar gezin verhuisd naar het buitenland. Ik heb haar nooit verteld dat ik haar die middag onder de douche gezien heb en we hebben het ook nooit meer over het onderwerp billenkoek gehad. Toch denk ik dat ook zij precies weet hoe de vork in de steel zit. Ooit ga ik er eerlijk met Lize over praten, of misschien stuur ik haar deze tekst wel. En anders leest ze dit misschien zelf. In het land waar Lize nu woont hebben ze tenslotte ook internet…

                  Naschrift: Uiteindelijk heb ik besloten dat ik dit stuk niet kon plaatsen zonder er eerst met Lize (zo heet ze natuurlijk niet echt) over te praten. Hoe ze reageerde ga ik hier niet vertellen, maar ze staat volledig achter dit verhaal.

                  Imogens straf

                  Dit verhaal is door Bill vertaald uit het Engels.

                  Ik las de fax nog een keer:

                  ‘Van: Imogen Jones, Arbuthnot Management Consulting

                  Aan: Richard Thompson, rector, St. Jacob’s School

                  Onderwerp: PRIVÉ EN STRIKT VERTROUWELIJK

                  Aantal pagina’s: 2, inclusief deze pagina

                  Boodschap:

                  Beste Richard,

                  Hierbij de brief waar ik het aan de telefoon over had. Wil je me ALSJEBLIEFT terugbellen zodra je hem gelezen hebt. Ik maak me echt zorgen.

                  Liefs,

                  Im.’

                  Imogen Jones. Ik was vergeten dat voor haar werk nog steeds haar meisjesnaam gebruikte, sinds ze getrouwd was.

                  En dan de tweede pagina: op officieel briefpapier met een logo met een indrukwekkend uitziend wapen bovenaan de pagina. ‘De Koninklijke Academie voor Management Wetenschappen’. Ik las verder.

                  ‘Geachte mevrouw Jones,

                  Ik schrijf u naar aanleiding van de examens die u onlangs heeft afgelegd om in aanmerking te komen voor lidmaatschap van de Academie.

                  Helaas moet ik u mededelen dat wij, vanwege schijnbaar ernstige onregelmatigheden met één van papers die u heeft ingeleverd, voornemens zijn om uw aanmelding af te wijzen. We willen u echter in de gelegenheid stellen om eventuele misverstanden met betrekking tot de genoemde papers weg te nemen. Daarom nodigen wij u uit om voor een hoorzitting in ons kantoor in Birmingham op het bovengenoemde adres op vrijdag 20 mei om 14.30 uur.

                  U kunt bij aankomst vragen naar de Examencommissie. Indien gewenst mag u een vriend of collega meenemen naar de hoorzitting, alhoewel een officiële juridische vertegenwoordiger bij deze gelegenheid niet nodig is.

                  Voor de volledigheid wil ik er nog op wijzen dat wij uw werkgever nog niet op de hoogte hebben gesteld van de gerezen problemen. Wij zullen dit ook niet doen, zolang de hoorzitting nog plaats moet vinden.

                  Graag zie ik u volgende week. Houdt u er alstublieft rekening mee dat dit de enige datum is, die beschikbaar is voor deze hoorzitting. Het is niet mogelijk om deze te verzetten, mocht u op de voorgestelde datum niet kunnen verschijnen, dan zullen wij helaas passende maatregelen moeten nemen.

                  Hoogachtend,

                  De Voorzitter van de Examencommissie.’

                  Ik zuchtte diep. Geen wonder dat ze zich zorgen maakte. Im was al heel lang bezig om haar registratie als professional te verkrijgen. Nu, op haar 27ste, zou ze relatief jong die registratie  krijgen, en het zou haar zeker vooruit helpen in haar carrière als Management Consultant. Maar nu die ‘schijnbaar ernstige onregelmatigheden’. Wat zou ze in vredesnaam….?

                  Ik pakte de telefoon en belde haar nummer. Een nogal koele, formele dame nam de telefoon aan.

                  ‘Arbuthnot, waarmee kan ik u van dienst zijn.’

                  ‘Ik zou graag Imogen Jones willen spreken.’

                  ‘Wat is uw naam?’

                  ‘Richard Thompson’

                  ‘Waar belt u voor?’

                  ‘Ze verwacht mijn telefoontje.’

                  ‘Ongetwijfeld, maar ik moet alle inkomende telefoontjes registreren.’

                  Ik dacht snel na. Wat moest ik zeggen? Een goede vriend? Haar voormalige schoolhoofd? Een persoonlijk gesprek?

                  ‘Eh, ik bel in verband met haar aanmelding voor het lidmaatschap van de Koninklijke Academie voor Management Wetenschappen.’

                  ‘Dank u, mijnheer Thompson. Ik verbind u door.’

                  Oef. Im had al eens had geklaagd hoe serieus en formeel het allemaal was bij haar werkgever. Als de receptioniste al zo was, hoe moesten haar bazen dan wel niet zijn.

                  ‘Goedemorgen, met Imogen Jones.’

                  ‘Im, met Richard.’

                  ‘Hallo, bedankt voor het terugbellen. Heb je gezien waarom ik me zorgen maak?’

                  ‘Waar gaat dit allemaal over, Im?’

                  ‘Ik heb geen idee. Ik heb me suf gepiekerd, maar ik weet het echt niet.’

                  ‘Is er iets dat je verkeerd gedaan zou kunnen hebben bij de examens?’

                  ‘Nee, nee, ik kan niets bedenken. Misschien heb ik iets geschreven waarmee ik de commissie beledigd heb? Maar ik weet het niet. Ik weet niet wat het zou kunnen zijn. Zou je alsjeblieft alsjeblieft met me mee kunnen gaan naar die hoorzitting in Den Haag?’

                  ‘Maar, het is examentijd. Ik kan echt niet weg van school.’

                  ‘Alsjeblieft. Ik vertrouw jou, jij bent in staat om mensen te overtuigen en je zult ongetwijfeld weten hoe je met examencommissies om moet gaan.’

                  Dit was lastig. Als rector probeerde ik altijd om geen dagen vrij te nemen in tentamenperiodes, zeker niet als het al over twee dagen was. Immers: als ik niet toestond dat de leden van mijn staf dagen vrij namen terwijl ze les moesten geven, dan moest ik dat zelf natuurlijk ook niet doen. De oudere generatie docenten, diegenen die altijd al tegen me waren geweest sinds ik een paar jaar geleden als midden dertiger tot rector was benoemd, zouden dat zeker niet accepteren. Maar Im was echt een goede vriendin. Ik kon haar ook niet in de steek laten.

                  ‘Oké, ik zal er zijn. Ik zie je buiten bij het kantoor om twintig over twee. En maak je geen zorgen Im, ik weet zeker dat het allemaal goed komt.’

                  ‘Denk je dat echt?’

                  Nee. Maar…

                  ‘Ik weet zeker dat het goed komt, Im.’

                  ‘Bedankt Richard. Ik stel dit erg op prijs.’

                  Ik legde de telefoon neer. Ze had zo bezorgd geklonken. Het deed me ergens aan denken. Ik had die paniek in haar stem één keer eerder gehoord, tien jaar geleden toen Im mijn beste studente was en ik haar moest straffen. Het was de eerste en enige keer in mijn carrière dat ik de cane heb moeten gebruiken. Die ervaring heeft denk ik voor een band tussen ons gezorgd, waardoor we jaren later nog steeds contact hadden, ook al had de tijd niet stil gestaan en waren we allebei getrouwd en succesvol in onze carrières.

                  Ik kijk in mijn agenda wat ik vrijdag allemaal voor vrijdag gepland had staan. Gelukkig hoefde ik die dag geen les te geven, alleen een paar vergaderingen die mijn plaatsvervanger ook wel kon afhandelen. Ik belde mijn secretaresse.

                  Toen ik de telefoon neerlegde, klonk de schoolbel. Ik moest weg, lesgeven. Eén van de weinige lessen die ik nog gaf, nu dat mijn leven leek te worden gedomineerd door vergaderingen en papierwerk. En nou ook nog die stomme reis naar Birmingham. Ik schudde mijn hoofd. Het leven was zwaar.

                  ***

                  Vrijdag. Drie uur in de trein naar Birmingham, grijs, naargeestig weer. Het viel allemaal niet mee.

                  Ik stak de straat over naar het kantoor van het Instituut.

                  Ze stond al te wachten. Wat zag ze er goed uit: zwart, scherp gesneden pakje, witte bloes, het rokje iets aan de korte kant. Gekleed om indruk te maken.

                  ‘Hoi Im.’

                  ‘Hoi. Bedankt voor je komst. Het spijt me echt dat je helemaal hier naartoe moest komen.’

                  ‘Maakt niet uit. Heb jij ook de hele dag vrij moeten nemen? Ik voel me net alsof ik aan het spijbelen ben.’

                  ‘Ik heb een vergadering bij één van mijn cliënten, ongeveer twintig kilometer hier vandaan georganiseerd. Een groot project waar ik mee bezig ben. Op kantoor denken ze dat ik daar de hele dag ben.’

                  ‘Zullen we dan maar naar binnen gaan?’

                  ‘Laten we dat maar doen. Nogmaals bedankt Richard.’

                  ***

                  We zaten in een klein wachtkamertje. Waarom laten mensen je toch altijd wachten?

                  Im staarde recht voor zich uit, zwijgend en duidelijk bezorgd.

                  De deur ging open en een kleine man in een tweed jasje kwam binnenlopen. Ik herkende hem onmiddellijk.

                  ‘Laurence!’

                  ‘Richard! Leuk om je te zien. Hoe gaat het met je?’

                  ‘Prima en jij ziet er ook goed uit.’

                  Dit was bizar. Laurence Peters was één van de hoogleraren in de tijd dat ik studeerde, een expert in micro-economie. Ik kende hem behoorlijk goed, hij had me nogal geholpen bij het schrijven van mijn scriptie. Ik wist ook dat hij de universiteit had verlaten, maar ik wist niet waar hij naartoe was gegaan.

                  ‘Dank je, dank je. Geef je nog steeds les?’

                  ‘Jazeker, ik ben tegenwoordig rector van de St. Jacob’s School.’

                  ‘Mijn hemel. Dan heb je het niet slecht gedaan!’

                  ‘Dank je.’

                  ‘Waarom ben je hier eigenlijk?’

                  ‘Ik ben hier met Imogen Jones.’

                  We waren Im bijna vergeten. Ze stond op.

                  ‘Ik ben haar “morele steun”. Sorry Im, ik had je voor moeten stellen. Laurence Peters was één van mijn hoogleraren op de universiteit.’

                  Hij gaf Imogen een hand, daarbij keek hij zeer streng.

                  ‘Goed. Laten we maar naar binnen gaan. Richard Thompson… hoe bestaat het. Ga zitten.’

                  Hij deed de deur achter zich dicht en wees naar een bankstel in de hoek van de kamer. Typisch de kamer van een wetenschapper: enigszins chaotisch, overal stapels papieren. 

                  Zelf ging hij in de leunstoel tegenover ons zitten. Hij pakte een kartonnen map.

                  ‘Goed. Richard, het is natuurlijk leuk om je weer eens te zien, maar wel jammer dat we elkaar onder deze omstandigheden moeten ontmoeten. Ik denk dat we maar beter ter zake kunnen komen. Mevrouw Jones…’

                  Hij keek naar Im.

                  ‘Ja.’

                  ‘Weet u waarom we u gevraagd hebben om vandaag hier te komen?’

                  ‘Nee, u had het over onregelmatigheden, maar ik heb geen idee wat die zouden kunnen zijn.’

                  ‘Nee?’

                  ‘Nee.’

                  ‘Weet u dat zeker? U kunt het beste eerlijk zijn.’

                  ‘Nee, echt. Ik heb geen idee.’

                  Hij pakte een gebonden document en opende het bij een bladzijde die hij had gemarkeerd. Hij gaf het ons. Ik keek het even snel door: het leek te gaan over projectplanning. Een paar woorden en zinnen waren rood omlijnd.

                  ‘Herkent u dit?’

                  ‘Ja, dat is mijn paper, over het project dat ik gedaan heb.’

                  Ik kon me nog herinneren dat Im het had moeten schrijven – 10.000 woorden – en inleveren voordat ze haar examens mocht afleggen.

                  ‘Juist. Er zitten nogal wat foutjes in, nietwaar?’

                  ‘Ja, maar… Een paar spelfouten, dat is toch niet ernstig?’

                  ‘Op zich niet nee. Zou u nu hier ook eens naar willen kijken?’

                  Laurence gaf ons een tweede document. Ik keek het ook snel door en keer daarna weer naar Im haar paper. Ze leken precies gelijk, zelfs dezelfde spelfouten waren rood omcirkeld.

                  ‘Herkent u iets, mevrouw Jones?’

                  Ze gaf geen antwoord.

                  ‘Kunt u mij misschien uitleggen hoe het kan dat uw paper precies dezelfde tekst en precies dezelfde spelfouten bevat als degene die Roger Cecil, van hetzelfde bedrijf waar u ook werkt, twee jaar geleden ingeleverd heeft?’

                  Im leek geschokt. Dit was ongelofelijk. Ze kon toch geen fraude hebben gepleegd? Of toch wel?

                  ‘Nou… Wij hebben een standaard aanpak voor project planning binnen ons bedrijf. Dus ik denk… Ik denk dat het dus logisch is dat onze papers op elkaar lijken als we allebei over dit onderwerp schrijven.’

                  ‘Op elkaar lijken zou kunnen, oké. Maar deze twee papers zijn exact gelijk.’

                  Ze wachtte.

                  Laurence keek haar aan.

                  ‘Precies gelijk, met zelfs precies dezelfde spelfouten.’

                  Stilte.

                  Toen begon ze te huilen, stilletjes. Ik legde mijn arm om haar heen.

                  ‘Het spijt me. Ik heb Roger zijn disk geleend en die gekopieerd naar mijn eigen computer. Hij wist daar niets van.’

                  ‘Bedankt voor uw eerlijkheid, mevrouw Jones. Ik moet u echter wel vertellen dat fraude bij een officieel examen van het Instituut een zeer ernstige overtreding is. U laat ons geen enkele andere keuze dan u te vertellen dat u gezakt bent voor uw papers en u te royeren als kandidaat lid van het instituut. En ik zal, natuurlijk, ook uw werkgever op de hoogte moeten stellen. Die zal ongetwijfeld ook passende maatregelen nemen.’

                  Im huilde nu openlijk. Ik moest iets doen. Dit kon ik toch niet laten gebeuren?

                  ‘Heb je er bezwaar tegen als Imogen ons even alleen laat, zodat wij even onder vier ogen kunnen praten, Laurence?’

                  ‘Nee. Wilt u even buiten wachten, mevrouw Jones?’

                  Ze stond op en ging naar buiten.

                  Laurence sprak als eerste.

                  ‘Slechte zaak, Richard. Zo’n slimme jongedame. Al haar andere papers waren uitstekend. Maar nu… Haar baas zal haar ongetwijfeld ontslaan en na zoiets zal het voor haar heel moeilijk worden om ergens anders een baan in management consultancy te vinden. Wat een verspilling.’

                  ‘Er moet toch wel iets zijn dat we daaraan kunnen doen?’

                  ‘Niets. Regels zijn regels. Ik bedoel, in mijn schooltijd in de jaren vijftig, kregen bedriegers twaalf slagen, terwijl de rest van de school toekeek. Dat waren nog eens tijden, toen discipline nog discipline betekende. Niet zoals vandaag de dag. We zijn te soft geworden, Richard. We laten jonge mensen er veel te makkelijk mee wegkomen. Maar wat het Koninklijk Instituut betreft…. Nee, haar royeren is het enige dat we kunnen doen.

                  Ik wachtte, luisterde naar wat hij had gezegd. Twaalf slagen… Razendsnel dacht ik na. In plaats van ontslagen te worden, de vernedering van ontmaskerd worden als een oplichter. Wat als….. Nee.

                  ‘Stel dat ….. Zouden die twaalf slagen in dit geval ook niet de oplossing zijn?’

                  Ik kon zelf niet geloven dat ik dit zei.

                  ‘Je bedoeld…’

                  ‘Nou ja…. Ik ben tenslotte een schoolmeester. Stel dat …. ik haar voor jou zou straffen.’

                  Hij keek me aan. Er kwam een lachje op zijn gezicht.

                  ‘Haar straffen?’

                  ‘Je weet wel… die “twaalf slagen” van jou. In plaats van dat ze geroyeerd wordt, zou ik haar …. een pak slaag kunnen geven en dan zou jij kunnen besluiten dat ze toch niet gefraudeerd heeft en haar laten slagen.’

                  ‘Interessant… Maar hoe zou ik kunnen controleren dat je het ook echt gedaan hebt? Ga je me foto’s sturen of zoiets dergelijks?’

                  Mijn god. Foto’s.

                  ‘Zou dat echt nodig zijn?’

                  ‘Nou ja, ik zou toch zeker moeten weten dat het grondig gebeurd is.’

                  Klootzak.

                  ‘Als je echt bewijs nodig hebt, dan zou je inderdaad foto’s moeten hebben, denk ik.’

                  Hij wachtte.

                  ‘Dit is wel erg ongebruikelijk.’

                  ‘Voor mij is dit ook niet bepaald dagelijks werk, Laurence.’

                  Hij keek me aan.

                  ‘Oké, laten we maar eens horen wat ze hiervan vindt.’

                  Hij liep naar de deur en riep Imogen weer binnen. Ze was nog steeds in tranen. De knappe, formele, succesvolle zakenvrouw was gereduceerd tot een grienend, hulpeloos klein meisje. Ze kwam naast me zitten.

                  Laurence keek haar aan met een gemeen lachje op zijn gezicht.

                  ‘Ik heb een voorstel hoe we dit op een andere manier af kunnen handelen, jongedame.’

                  ‘Alstublieft, ik zal alles doen.’

                  ‘Alles?’

                  ‘Alles, absoluut.’

                  ‘Oké dan. Vroeger, toen ik jong was, wisten we wel hoe we om moesten gaan met stoute meisjes. Weet je wat er met hen gebeurde?’

                  ‘Nee, mijnheer.’

                  ‘Die kregen een pak slaag, mevrouw Jones.’

                  Imogen zat ineens rechtop. Kaarsrecht.

                  Laurence ging verder.

                  ‘Uw vriend mijnheer Thompson is schoolmeester, dus die weet het één en ander over discipline. Dus heb ik met hem afgesproken dat als hij u een stevig pak slaag geeft, we dit kleine incident verder zullen vergeten en ik u op de lijst met geslaagden zal zetten.’

                  Ze keek verbijsterd. Haar blik bleef gefixeerd op Laurence, ze keek mij niet aan.

                  ‘En wat zou dat dan inhouden?’

                  ‘Nou, wat ik zou voorstellen is dat u vanmiddag samen een discrete plek opzoekt, dat u een geschikt instrument aanschaft – er moet wel ergens een seksshop zijn die zwepen verkoopt –

                  en dat u zich dan uitkleedt en hij u twaalf slagen met de zweep geeft, zo hard als hij kan. Daarna neemt hij een foto, om die naar mij toe te sturen. En als ik dan op basis van de foto vind dat de straf zwaar genoeg was, dan laat ik het daar verder bij. Als ik echter vind dat hij te aardig voor u is geweest, dan wordt u alsnog geroyeerd. Gaat u hiermee akkoord?’

                  Ze vermeed het nog steeds om mij aan te kijken.

                  ‘Akkoord.’

                  ‘Dan hebben we een afspraak.’

                  Hij sloeg zijn map dicht en keek me aan.

                  ‘Bedankt voor je hulp, Richard. Ik stel het erg op prijs. En ik weet zeker dat ik erop kan rekenen dat je haar genoeg zult laten lijden om deze zaak af te kunnen sluiten.’

                  Ik stond op en schudde zijn uitgestoken hand.

                  ‘Je kunt op me rekenen, Laurence. Bedankt, we komen elkaar vast nog wel eens tegen.’

                  ‘Ongetwijfeld. Goed, mevrouw Jones. Het was een genoegen om u te ontmoeten. Ik zal vanmiddag aan u denken.’

                  ‘Dag mijnheer.’

                  Ze schudde zijn hand.

                  We draaiden ons om en gingen weg, weg uit het kantoor, weg uit het naargeestige kantoorcomplex, de straat op.

                  Ze praatte al voordat ik er een woord tussen kon krijgen, assertief.

                  ‘Hier’, zei ze. Ze greep in haar tas.

                  ‘Neem mijn mobiele telefoon mee. En hier is wat geld.’

                  Ze gaf me twee twintig euro biljetten.

                  ‘Verderop is een hotel: De Zwaluw. Dat is erg goed. Ik heb er al eens gelogeerd. Clinton heeft er vorige week ook gelogeerd tijdens de G8 top. Ik ga er nu meteen naartoe om een kamer te reserveren. Ik zal je bellen op het mobieltje om het kamernummer door te geven. Ga jij die zweep halen en een direct klaar camera, dan spring je in een taxi naar het hotel en kom je meteen naar de kamer. Oké?’

                  Mijn hemel. Ze vuurde instructies af per dozijn. Ik kon begrijpen waarom ze zo succesvol in haar werk was.

                  ‘Prima. Maar… Is alles goed? Weet je zeker dat je dit wilt doen?’

                  Ze keek me aan, recht in mijn ogen.

                  ‘Als dit de prijs is die ik moet betalen om te voorkomen dat ik mijn hele carrière verkloot, dan doe ik dat. En ik wil er ook niet te makkelijk vanaf komen. Ik wil dat je….’

                  Ze twijfelde voor het eerst.

                  ‘Ik wil dat je me zo hard slaat dat die engerd me wel moet laten gaan. Kom, we kunnen maar beter opschieten. De winkels zijn die kant op. Ik neem hier een taxi. Tot over een half uurtje.’

                  En weg was ze.

                  ***

                  Watson’s fotowinkel, één direct klaar camera, met kleurenfilm, die de winkelbediende er voor mij in had gedaan, cash betaald.

                  Het kostte me wat meer tijd om mijn volgende boodschap te doen. Ik ging naar het meest sjofel uitziende gedeelte van het centrum van de stad. Loveaid Seks shop. Het raam was dichtgespijkerd, maar de deur was open. Een ongelofelijke hoeveelheid (ik was nog nooit eerder in zo’n winkel geweest) seksspeeltjes in alle soorten en maten. En in de hoek: een stapel canes, precies zoals degene die ik de vorige keer bij Im had gebruikt. Daarnaast een gemeen uitziende zweep. Ik pakte het op bij het zwart lederen handvat. Zes lange, dunne gesels, ongeveer dertig centimeter lang. Deze was wel geschikt.

                  ‘Goede keuze, vriend’, zei de man achter de toonbank. ‘Dat zal de nodige schade aanrichten.’

                  Ik betaalde weer cash en liep de winkel uit, hopend dat ik geen bekende tegen zou komen. Ook al was dat niet erg waarschijnlijk in een vreemde stad.

                  De telefoon ging toen ik weer de hoofdstraat inliep (wat haat ik die mobieltjes toch).

                  ‘Heb je alles?’

                  ‘Ja.’

                  ‘Ik ben in kamer 804, hotel De Zwaluw. Je bent er met een taxi binnen vijf minuten. Ga meteen door naar de kamer. De liften zijn links van de receptie, wij zitten op de bovenste verdieping.’

                  Zo geconcentreerd….. Zo vastbesloten om dit te doorstaan.

                  Achterin de taxi probeerde ik te geloven dat dit echt gebeurde.

                  In het hotel, meteen de lift in, voordat iemand me kon vragen of ik hulp nodig had. Met de lift naar boven, door de met pluche tapijt beklede gang. Kamer 804, de deur stond op een kier. Ik ging naar binnen.

                  Im stond daar voor me, gekleed in een witte badjas. Ze keek me aan. Ik haalde de zweep uit de tas, haar ogen werden groot van schrik.

                  ‘Weet je zeker dat je dit wilt doen?’, vroeg ik haar.

                  ‘Ik heb geen keuze.’

                  Haar stem was zachter, de bazigheid en assertiviteit verdwenen nu het moment dichterbij kwam.

                  ‘Ik vertrouw je, Richard. Ik vertrouw je meer dan wie dan ook. Weet je nog de laatste keer dat je me gecaned hebt, toen ik nog op school zat?’

                  ‘Hoe zou ik dat ooit kunnen vergeten?’

                  ‘Ik zal het ook nooit vergeten. Niets heeft ooit zoveel pijn gedaan. Maar jij was zo aardig, ook al had je me net zo hard geslagen dat ik het nauwelijks kon verdragen. Hoeveel mensen heb je daarna nog gecaned.’

                  ‘Jij was de enige.’

                  Ze beet op haar lip.

                  ‘Sorry. En nu, vandaag, ga je me redden van iets dat ik gewoon niet zou kunnen verdragen. Zorg dus dat je je werk goed doet. Ik wil geen enkel risico lopen dat het Instituut het niet goed genoeg vindt.’

                  We keken elkaar aan. Plotseling knoopte ze haar badjas los en liet die op de vloer vallen. Ze was nog mooier dan ik me herinnerde. Haar steile haar losjes in een staart naar achteren gebonden. Ze deed geen enkele poging om zichzelf te bedekken. Haar borsten, niet te groot, stevig; haar schaamhaar netjes geschoren. En haar tepels: hard. Had ze het koud? Dat moest het toch wel zijn …

                  Ze streek langs me heen, naar de badkamer, en hing de badjas aan de achterkant van de deur. Ze kwam weer naar buiten.

                  ‘Waar wil je me hebben?’

                  Ik keek om me heen. De kamer was gigantisch groot. Ze moet er een enorm bedrag voor betaald hebben. Midden in de kamer stond een prachtig bed van gevlochten ijzerwerk, opgemaakt met kraakheldere, witte lakens.

                  Dat was een idee. De ijzeren dwarsbalk aan het voeteneind van het bed, op precies de goede hoogte.

                  ‘Ik wil dat je bukt over het voeteneinde van het bed.’

                  Ze liep kalm naar het bed en drapeerde zichzelf er overheen, even huiverend toen haar blote lichaam het koude ijzer raakte. Ze vleide zich neer op de matras, haar handen voor zich uitgestrekt, haar hoofd gebogen naar één kant, haar borsten platgedrukt onder haar. De balk was zo hoog dat ze zich een beetje moest uitrekken, bijna op haar tenen moest gaan staan. Zo vormde ze een perfect doelwit voor mij.

                  Ik gooide mijn jas op de tafel in de hoek van de kamer en rolde mijn mouwen op.

                  ‘Ik ga je nu twaalf slagen geven. Je mag niet bewegen of je krijgt extra. Verder wil ik dat je helemaal stil bent, zelfs niet de slagen tellen. En zoals je gevraagd hebt: ik zal slaan zo hard als ik kan. Ben je er klaar voor?’

                  ‘Ja’

                  Een klein, bibberig stemmetje.

                  Ik positioneerde me ten opzichte van haar, tilde de zweep op, hoog boven mijn hoofd, en liet hem hard op haar billen neerknallen. De zweep gaf een harde knal. Ze schreeuwde het uit.

                  ‘Stilte.’

                  Desondanks: geen wonder dat ze gilde. De zes gesels waren uitgewaaierd over haar billen in perfecte lijnen, elk lieten ze al een pijnlijk uitziende rode striem achter. En dat was nog maar de eerste.

                  Weer liet ik de zweep neerknallen, nog harder zelfs. Je zag de klap haast door haar hele lichaam trekken. Ze balde haar vuisten stevig samen en trommelde zachtjes op het laken.

                  Daarna twee slagen vlak na elkaar, dit keer over haar bovenbenen. Hoe ze het uithield, ik weet het echt niet, maar ze bewoog nog steeds niet.

                  Ik veranderde een klein beetje van positie, zodat ik recht achter haar stond. Toen liet ik de zweep weer neerkomen, heel snel, zodat de zweep het midden van haar billen raakte, van boven naar beneden. Ze jankte als een wolf.

                  En toen de zesde en de zevende, weer snel achter elkaar. Weer haar billen van boven tot onder, één slag voor haar linker bil, de volgende voor haar rechter.

                  Ze huilde ongecontroleerd, maar ze bleef nog steeds in positie.

                  Ik ging aan haar rechterkant staan. Twee slagen met de backhand, die haar billen raakten van rechts naar links en kris kras de striemen van de zweep achterlieten.

                  De tiende en de elfde, forehand weer, sneden in omgekeerde richting over haar achterwerk. Bij de elfde sprong ze uiteindelijk overeind, schreeuwend, haar achterste wrijvend, springend van de éne op de andere voet.

                  Ze keek me toch niet aan. Ze haalde diep adem en ging weer over het voeteneind van het bed liggen.

                  ‘Nog twee te gaan’, hielp ik haar herinneren.

                  Ik dacht aan mijn instructies: ik moest ervoor zorgen dat de afstraffing er erg genoeg uitzag om het Instituut tevreden te stellen.

                  Dus deed ik een stap naar achteren en liet de zweep weer neerknallen.

                  Weer kwam ze overeind.

                  ‘Liggen.’

                  Dit keer zei ik niets, maar wachtte totdat ze weer in positie lag, en ging schuin achter haar staan. Ik richtte de zweep op de rechterkant van haar achterwerk en knalde hem hard neer, de gesels wikkelden zichzelf rond de rand van haar billen. Ze gilde, maar bleef op het bed liggen.

                  De laatste slag. De slag die ze niet zou vergeten. Ik richtte de uiteinden van de gesels op de bovenkant van haar benen, een echt luide knal van de zweep, de tongen van de gesels verkenden haar meest intieme delen, zo ver als ze maar konden.

                  Een ijselijke gil dit keer. Ze sloeg met haar vuisten op het bed, haar hele lichaam trilde.

                  Ik stapte naar achteren en gooide de zweep op de vloer.

                  ‘Het is klaar, Im. Je mag opstaan.’

                  Langzaam kwam ze overeind, ze liet zich op haar knieën op de vloer vallen, greep haar billen vast, wiegde zachtjes heen en weer. De tranen rolden over haar wangen en drupten op het tapijt.

                  Ik liep naar de badkamer, kwam weer terug met de badjas. Ik legde de jas over haar schouders, terwijl ze over de vloer kroop, als een klein, gewond dier. Daarna stond ik op en ging in de leunstoel in de hoek van de kamer zitten.

                  Ze keek me aan, het lukte haar om een heel klein beetje te glimlachen. Ze sprak zachtjes.

                  ‘Als dit is wat je kunt, terwijl je nog maar twee keer in je leven een pak slaag hebt uitgedeeld, wil ik niet meemaken wat er gebeurd als je wat meer geoefend hebt.’

                  ‘Het moet vreselijk zijn geweest.’

                  ‘Mmmmm….. Ik wordt misschien wat soft op mijn oude dag, maar het lijkt wel alsof dit veel meer pijn deed dan de vorige keer. Maar goed, ik heb tenminste als het goed is nog steeds een baan.’

                  Ze stond op en keek me aan, ze hield haar handen nog steeds op haar billen.

                  ‘Ik denk dat je me nu maar op de foto moet zetten.’

                  Dat was ik bijna vergeten.

                  ‘Waarom ga je niet op het bed liggen’, stelde ik voor, terwijl ik de camera uit de tas haalde.

                  Ze sloeg het laken terug en ging liggen, achterwerk in de lucht, ze gebruikte het laken om haar borsten te bedekken. Voor mij was ze dan misschien niet verlegen geweest, maar het was duidelijk dat ze niet van plan was om onze vriend van het Instituut meer te laten zien dan strikt noodzakelijk was.

                  Ik richtte de camera en drukte af. Een korte pauze, toen verscheen de foto. Ze draaide zich om en hield haar hand op. Ze keek hoe de foto voor haar ogen werd ontwikkeld.

                  ‘Shit! Zie ik er zo beroerd uit?’

                  ‘Laat ik het zo zeggen: ik kan me voorstellen dat je in tranen was.’

                  Ik drukte nog een keer af, een close-up dit keer.

                  ‘Denk je dat twee genoeg is?’

                  ‘Hij krijgt niet meer, de sadistische klootzak. Je kunt je wel voorstellen hoe hij hiernaar zal kijken.’

                  Ze zuchtte diep, bedekte haar billen weer met haar handen en verborg haar gezicht in de lakens.

                  ‘Oww..’

                  Ik pakte mijn jas.

                  ‘Ik moet gaan Im.’

                  ‘Nee.’

                  Ze sprong op, haar stem klonk haast paniekerig.

                  ‘Blijf alsjeblieft. Laat me nu niet alleen. Ik wil bij je zijn.’

                  Ze greep mijn hand en leidde me naar het bed, trok me omlaag naast haar.

                  ‘Im …’

                  ‘Hou me vast.’

                  Ze begroef haar gezicht tussen mijn armen. Ik drukte haar dicht tegen me aan, knuffelde haar.

                  Waar was ik mee bezig, liggend in een hotelkamer met een naakte vrouw, terwijl we allebei met een ander getrouwd waren?

                  Ineens kuste ze me. Geen vriendschappelijk zoentje, maar vol op de mond. Ze kuste me opnieuw en probeerde bovenop me te klimmen. Ik greep haar armen en duwde haar van me af.

                  ‘Ik moet nu echt weg.’

                  Maar ze reikte al naar beneden. Met haar linkerhand ritste ze mijn gulp los.

                  ‘Het voelt anders niet alsof je weg wilt.’

                  Inmiddels had ik inderdaad een ongelofelijke erectie. Ze trok mijn broek en boxershort omlaag, klom bovenop me, hield me onder haar gevangen. Ze streelde mijn penis met één hand, haar andere hand hield ze tussen haar eigen benen.

                  ‘Vrij met me Richard’, murmelde ze, terwijl ze zich wijdbeens over mijn harde geslacht heen liet zakken. Ze begon heen en weer te bewegen: ik had nog nooit zoiets heerlijks gevoeld.

                  Ik wurmde overeind, in een meer zittende positie, en reikte naar voren, omklemde haar gekwetste billen met mijn handen terwijl we vreeën. Ik streelde ze, voelde de striemen en blaren die ik had veroorzaakt met mijn zweep. Hoewel ze huiverde, leek het haar nog meer op te winden, onze bewegingen werden alleen nog maar sneller en heviger en we dreven elkaar tot een explosief hoogtepunt.

                  ***

                  We vreeën nog twee keer die avond, totdat ik uiteindelijk echt weg moest. Als ik de laatste trein had gemist, had ik dat echt niet uit kunnen leggen. We deden het met wilde overgave, elkanders lichaam tot het uiterste verkennend. Daarna douchten we samen, kleedden ons aan. En toen ging ik, na een lange gepassioneerde laatste zoen.

                  ‘Ik blijf hier vannacht’, zei ze. ‘Ik heb voor de kamer betaald, dan kan ik er net zo goed ook van genieten.’

                  ‘Gelijk heb je. Maar nog één dingetje, Im…’

                  ‘Wat?’

                  ‘Vergeet niet om de foto’s te posten.’

                  Ze lachte.

                  ‘Maak je geen zorgen, dat zal ik niet doen. Ik wil geen herhaling, tenminste, niet voor dat deel van de middag. Nou ja, voorlopig niet in elk geval.’

                  Ik opende de deur. Ze wierp me een kushandje toe, terwijl ik de hal in stapte.

                  ‘Bedankt Richard. Doe voorzichtig. En denk eraan: de volgende keer dat ik een ondeugend meisje ben, weet ik waar ik moet zijn.’

                  De Schaatstraining

                  Dit verhaal heb ik jaren geleden geschreven naar aanleiding van een interview met een bekende schaatsster op tv. Ik zal niet zeggen welke schaatsster het was, maar ik denk dat velen wel een idee zullen hebben.
                  In dat interview werd de schaatsster geconfronteerd met de uitspraak van een columnist:
                  ‘…. moet haar over de knie leggen en haar een pak onvervalste billenkoek geven.’
                  Toen de schaatsster deze woorden hoorde, keek ze alsof ze het pak billenkoek al bijna kon voelen.
                  Dit verhaal is verder natuurlijk pure fantasie, maar gelijkenis met bestaande personen berust dus niet geheel op toeval 🙂

                  Een beetje vreemd vond Maaike het wel, toen haar trainster haar vertelde dat ze op zondag moest komen voor een extra privé training. Echt veel zin had ze er ook niet in, want zondag was tegenwoordig de enige dag waarop ze Martin, haar vriendje, nog kon zien. Maar ze was net begonnen bij deze trainster, nadat ze ruzie had gekregen met haar vorige trainer. En ze had tot nu toe ook nog niet echt veel gepresteerd. Het leek Maaike dus niet verstandig om de extra training te weigeren. Martin was niet blij geweest toen ze vroeg was opgestaan, haar tas had ingepakt en haar schaatskleren had aangetrokken. Nijdig had hij zich omgedraaid om verder te slapen. Eigenlijk had ze gehoopt dat hij met haar mee zou gaan, maar daar had hij duidelijk geen zin in.

                  Dus rijdt ze nu in haar eentje richting de schaatsbaan, in haar gesponsorde auto. Onderweg vraagt ze zich af of het wel zo’n goed idee was om met deze trainster in zee te gaan. Toen de sponsor haar voorstelde, had ze meteen haar twijfels gehad. Tot nu toe had deze trainster alleen nog maar jeugd getraind. Daar had ze wel altijd erg goede resultaten bereikt, maar ervaring met echte professionals had ze nog niet. Maaike was er niet erg blij mee dat zij nu als proefkonijn mocht dienen. Maar erg veel keus had ze nou ook weer niet. De sponsor was nogal kwaad over de breuk met de vorige trainer, bij zijn ontslag hadden ze een hoge afkoopsom moeten betalen. In een indringend gesprek had de directeur haar duidelijk gemaakt dat dit haar laatste kans was. Ze moest beter gaan presteren en er mochten geen problemen meer ontstaan, anders was het afgelopen met de sponsoring. Na afloop van het gesprek had de directeur haar ingefluisterd dat ze haar gedrag maar beter kon veranderen.

                  ‘Als je mijn dochter was geweest, had ik je allang over de knie gelegd en je een pak onvervalste billenkoek gegeven’, had hij gezegd.

                  Ze was erg blij geweest dat hij haar vader niet was en had besloten om eieren voor haar geld te kiezen.

                  De eerste weken met haar nieuwe trainster waren Maaike niet meegevallen. Ze had gehoopt dat ze wat modernere ideeën zou hebben dan haar vorige trainer, maar daar was niets van gebleken. Deze trainster geloofde vooral in ouderwetse discipline. Maaike moest haar mond houden en hard schaatsen, daar kwam het tot nu toe op neer. In de wandelgangen had Maaike ook vreemde verhalen gehoord over deze trainster. Het gerucht ging dat ze haar vroegere pupillen op geheel eigen wijze discipline bijbracht. Een meisje dat niet hard genoeg trainde of lastig was, werd na afloop van de training apart genomen. Dan ging het schaatspak naar beneden voor een flink pak blote billenkoek.

                  Casandra, een vriendin van Maaike, had de trainster een keer in een kantoortje zien verdwijnen met een van de jeugdtalenten. Tien minuten later was het meisje met tranen in haar ogen weer naar buiten gekomen. Er werd beweerd dat de trainster haar billen had bewerkt met een haarborstel. Ook ging het verhaal dat andere meiden na afloop de blote billen van het meisje hadden gezien. Ze zouden knalrood zijn geweest. Een maand later werd het zelfde meisje wereldkampioen bij de jeugd.

                  ‘Ach, het zal ook wel meevallen’, denkt Maaike terwijl ze de parkeerplaats van de schaatsbaan oprijdt. ‘Mensen zeggen zoveel en Casandra zeker. Die heeft gewoon teveel fantasie. En ook al is het waar, die meiden waren kinderen. Ik ben een volwassen vrouw, die bovendien al het nodige heeft gepresteerd. Mij zal ze niet zo behandelen.’

                  Toch is Maaike er niet helemaal gerust op als ze naar binnen loopt. Ze wilde dat Martin toch maar was meegekomen.

                  De grote schaatshal is helemaal leeg als Maaike binnenkomt. Er is helemaal niemand, behalve de trainster, die al staat te wachten. Ze kijkt Maaike doordringend aan.

                  ‘Ga je maar snel omkleden in gymkleding. We gaan eerst aan je conditie werken.’, is het enige wat de trainster zegt.

                  ‘Ik geloof niet dat ik echt extra conditietraining nodig heb’. Maaike heeft het gezegd voordat ze het goed en wel door heeft.

                  Het gezicht van de trainster verstrakt.

                  ‘Ik wel en dat zal jij ook vinden als we klaar zijn. Ik wacht op je in de gymzaal’.

                  Zonder een antwoord af te wachten loopt de trainster weg.

                  In de kleedkamer is Maaike ook helemaal alleen. Ze baalt er behoorlijk van dat ze zo werd afgesnauwd.

                  ‘Dat mens had best even kunnen zeggen dat we conditiewerk gaan doen. Nu moet ik me weer helemaal omkleden’, denkt ze.

                  Een beetje trager dan nodig trekt Maaike haar trainingspak en schaatspak uit, ze heeft helemaal geen zin in conditietraining. Gelukkig heeft ze eraan gedacht om ook gymkleding mee te nemen. Ze heeft zelfs aan een slipje gedacht. Onder haar schaatspak draagt ze nooit ondergoed, maar onder gymkleding is het toch wel prettig om een broekje aan te hebben. Toevallig is ook nog haar favoriete slipje dat ze meegenomen heeft: een badstoffen stringetje, waarin je heerlijk vrij kunt bewegen. Als Maaike zich heeft omgekleed voelt ze zich weer een stuk lekkerder.

                  ‘Kom maar op met je conditietraining’, denkt ze.

                  De trainster heeft een zwaar programma samengesteld. Het bestaat uit heel veel krachttraining. Maaike doet haar best om het zo goed mogelijk af te werken, maar de trainster is niet snel tevreden. Het moet steeds nog een beetje sneller en nog een beetje meer. Na een half uurtje trekken aan gewichten en apparaten gelooft Maaike het wel. Haar slechte humeur is weer helemaal terug. In plaats van beter haar best te doen, neemt ze juist wat gas terug. De trainster probeert haar pupil te pushen door steeds meer van haar te eisen, maar ze merkt ook wel dat het niet erg veel effect heeft. Een tijdje staat ze toe te kijken hoe Maaike tergend langzaam een paar gewichten op en neer trekt. Dan grijpt ze in.

                  ‘We gaan even wat anders doen, Maaike. Kom maar even deze kant op’ , zegt ze.

                  Ze loopt naar een bankje met haltersteunen, in de hoek van de zaal. Maaike moet op haar knieën op het bankje gaan zitten en haar armen op de haltersteunen leggen, zodat het gewicht van haar bovenlichaam op haar armen komt te rusten. De trainster komt naast haar staan en inspecteert haar houding.

                  Net als Maaike zich afvraagt waar dit nou weer goed voor is, komt de trainster een stapje dichterbij. Ze legt een hand op de rug van de jonge schaatsster, alsof ze haar houding een beetje wil corrigeren. Het volgende moment schuift ze in één handige beweging haar sportbroekje en het slipje omlaag. Met haar andere hand duwt ze Maaike haar bovenlichaam stevig tegen de dwarsstang van de haltersteunen, zodat die geen kant op kan.

                  Maaike heeft niet meteen door wat er aan de hand is. Ze voelt de warme handen op haar rug en billen en even denkt ze dat ze misschien een soort massage krijgt. De sterke hand die losjes op haar blote billen rust is een prettig gevoel, als een soort streling. Dan voelt ze hoe de hand wordt opgetild en hoort ze hoe de hand door de lucht suist. Heel even voelt ze koude lucht langs haar blote kontje strijken. Het volgende moment is het alsof haar billen in brand staan.

                  Met een knal komt de hand neer op het stevige bilvlees. En nog een keer en nog een keer.

                  Maaike slaakt een gil van verbazing en pijn.

                  ‘Jezus, denkt ze. Het is dus echt waar wat ze vertellen’.

                  De hand blijft maar neerkomen. Maaike protesteert en probeert haar heupen zo te draaien dat ze aan de klappen kan ontkomen, maar het helpt niets. Overeind komen lukt ook al niet. De sterke hand tussen haar schouderbladen houdt haar stevig op haar plaats. Het lukt zelfs niet om haar arme billen met haar handen te beschermen tegen de klappen. De tikken blijven met een ijzeren regelmaat terugkomen, afwisselend op de linker en de rechter bil. Nog nooit is ze zo op haar plaats gezet, zelfs toen ze klein was heeft ze nooit zo’n pak slaag gehad.

                  De klappen komen steeds sneller. In een hoog tempo kletst de sterke hand over het blote kontje, dat steeds roder lijkt te worden. Ineens is het voorbij. Twee sterke armen schuiven het broekje weer omhoog en helpen Maaike overeind. Ze wrijft met haar handen over haar gloeiende billen. De trainster blijft er even naar staan kijken, alsof ze het resultaat van haar werk wil inspecteren. Dan loopt ze de zaal uit.

                  ‘Omkleden en over een kwartier op de baan’, roept ze tegen Maaike.

                  Maaike kan nog steeds niet goed geloven wat haar zonet is overkomen. Is het echt waar dat ze net een pak voor haar blote billen heeft gehad? Ze kan zich de laatste keer dat haar vader haar over de knie heeft gelegd niet eens meer herinneren. En ze weet zeker dat hij haar nooit voor haar blote billen heeft gegeven. De enige die dat tot nu toe ooit gedaan had, was haar moeder geweest en dat was maar één keer gebeurd. Maaike trekt haar gymkleren uit en gaat voor de spiegel staan om haar beurse achterwerk te bekijken. Het valt eigenlijk wel mee. Haar bibsje heeft alleen een licht rood blosje, alsof het iets te lang in de zon heeft gelegen. Nu ze daar in haar blootje voor de spiegel staat, vraagt Maaike zich af wat ze hiermee aanmoet. Het is natuurlijk te belachelijk voor woorden wat er is gebeurd. Ze kan zich toch niet zomaar als een klein kind laten behandelen.

                  ‘Een paar gesprekjes met de pers zullen waarschijnlijk wel genoeg zijn om hier een schandaaltje van te maken’, denk ze.

                  En ze kende genoeg journalisten die wel in dit verhaal geïnteresseerd zouden zijn. Zeker als ze bereid zou zijn om te poseren met haar roodgeslagen billetjes bloot. En daar had ze geen moeite mee. Ze had wel eerder haar schaatspakje uitgetrokken om haar zin te krijgen. En dat was tot nu toe altijd zeer effectief geweest.

                  Aan de andere kant weet ze ook wel dat ze niet op die manier door kan blijven gaan.

                  ‘Zo houd ik niemand meer over die nog met me wil praten, laat staan met me samenwerken. En misschien heb ik het ook wel een heel klein beetje verdiend, erg gemotiveerd was ik vandaag ook niet.’

                  Even schiet de gedachte door haar hoofd dat het eigenlijk ook best fijn is om iemand te hebben die duidelijk de baas is. Iemand die duidelijke grenzen aangeeft en je duidelijk corrigeert als je die grenzen overschrijdt. Misschien had het daar de laatste jaren ook wel aan ontbroken. Bij al haar trainers was zij de baas geweest in plaats van de trainer.

                  ‘Misschien is de harde aanpak bij mij wel effectiever’, denkt Maaike.

                  Maar die gedachte dwingt ze weer heel snel naar de achtergrond. Voorlopig zal ze het in elk geval nog even volhouden. Zo makkelijk geeft ze zich nou ook weer niet gewonnen. Vastbesloten om er wat van te gaan maken, trekt ze haar schaatspak weer aan. Als ze de strakke elastische stof over haar billen trekt, voelt ze een lichte tinteling. Het is geen onprettig gevoel.

                  De trainster staat al weer te wachten. Ze kijkt Maaike een beetje spottend aan.

                  ‘Zo Maaike, voel je je billen tintelen, heb ik mijn werk goed gedaan?’.

                  Maaike voelt hoe haar gezicht rood kleur. Hoe kon ze dat nou weten?

                  ‘Meid, ik weet precies hoe het voelt. En daardoor weet ik ook precies hoe effectief dit is. Dat is ook de enige reden waarom ik dit doe. Dit was je eerste pak slaag, maar het zal zeker niet je laatste zijn. Ik zou er maar vast aan wennen.’

                  Ondanks de dreigende woorden klink het niet onvriendelijk.

                  Maaike houdt wijselijk haar mond. Ze is ervan overtuigd dat ze hier en nu over de knie gaat als ze iets verkeerds zegt. En één pak slaag op een dag vindt ze meer dan voldoende. Om verdere problemen te voorkomen gaat Maaike snel het ijs op. De eerste ronden gaat het niet erg lekker. Ze krijgt het goede gevoel niet te pakken. De aanwijzingen van haar vroegere trainers spoken door haar hoofd. Ze moet veel te veel nadenken bij alles wat ze doet, haar automatismen zijn totaal verdwenen. Na een aantal ronden roept de trainster Maaike ter verantwoording.

                  ‘Ik moet veel te veel nadenken’, Klaagt Maaike. ‘Al mijn automatismen zijn weg.’

                  • ‘Onzin. Je moet gewoon doen wat je altijd hebt gedaan. Ik wil je eerst zien schaatsen, denken komt later wel eens. Je krijgt vijf ronden om je te verbeteren, anders geef ik je wel iets om aan te denken’.

                  Maaike kijkt schuldbewust naar de grond. Ze heeft geen enkele twijfel over wat dat ‘iets’ zal zijn.

                  ‘Leuk is dit’ ,denkt ze. ‘Ik moet vechten tegen de klok en tegen een pak slaag’.

                  Maaike probeert iets te vinden om haar gedachten op te concentreren. Ineens moet ze denken aan de lichte tinteling, die ze nog steeds in haar achterste voelt. Als ze vanuit haar heup een goede afzet maakt, voelt ze hoe het schaatspak zich om haar billen spant. De tinteling is dan extra goed te voelen. Maaike concentreert zich op de tinteling en merkt vrij snel dat het beter gaat. Zo goed zelfs dat de trainster redelijk tevreden is. De volgende vijf ronden moet het echter nog weer een stukje beter. Inmiddels is het wat drukker geworden in de hal. De training van de voormalige kampioene trekt wat publiek. Maaike let er verder niet op.

                  Tijdens het eerste rondje gaat het weer een stukje beter, maar als Maaike tijdens het tweede rondje met een schuin oog het publiek in kijkt, ziet ze de directeur van de sponsor staan. Meteen is ze afgeleid.

                  ‘Hoeveel zou hij weten over de methoden van de trainster? Misschien heeft hij haar wel uitgezocht vanwege die methode.’

                  Maaike herinnert zich zijn woorden maar al te goed:

                  ‘Als je mijn dochter was geweest had ik je allang over de knie gelegd en een pak onvervalste billenkoek gegeven’.

                  Misschien had hij wel afspraken gemaakt met de trainster, kwam ze regelmatig verslag doen van de gebeurtenissen tijdens de training. En misschien komt hij nog wel eens assisteren bij de training. Op het moment dat er een beetje extra discipline nodig is.

                  ‘Dat nooit’, denkt Maaike.

                  Maar ondertussen heeft ze al wel weer vier slechte rondjes gereden en de vijfde is al niet veel beter. Als Maaike bij haar trainster stopt, moet ze haar schaatsen uittrekken en meekomen naar de gymzaal. Terwijl ze zich door de trainster naar binnen laat leiden, probeert ze tussen de mensen de directeur te ontdekken. Bezorgd kijkt ze om zich heen of hij misschien haar kant op komt. Gelukkig ziet ze hem nergens.

                  Maaike is zo bezig met de aanwezigheid van de directeur dat ze zich nauwelijks realiseert wat er verder gebeurd. De trainster heeft haar stevig bij haar arm vast en leidt haar richting de gymzaal. Pas als de deur van de zaal dichtslaat schrikt Maaike op uit haar overpeinzingen. Ineens realiseert ze zich wat er gaat gebeuren. Voor de tweede keer in korte tijd gaat ze een pak slaag krijgen. Ze besluit om het geen tweede keer toe te laten en probeert haar arm los te rukken uit de greep van de trainster. Maar in plaats van los te laten, grijpt de trainster Maaike nog steviger vast. Maaike voelt hoe ze voorover getrokken wordt. Voordat ze het door heeft ligt ze al bij de trainster over de knie, voorover met haar billen hoog in de lucht. In het strakke schaatspak vormen ze een niet te missen doelwit. Maaike voelt zich weer alsof ze tien jaar oud is en bij haar moeder over de knie ligt. En net als toen is ze verstijfd van schrik en vernedering. Protesteren of tegenstribbelen komt niet meer in Maaike op. Ze ligt met ingehouden adem en samengeknepen billen te wachten op wat komen gaat, overgeleverd aan de wil van de trainster.

                  De trainster is vastbesloten om Maaike heel precies te laten voelen wat haar wil inhoudt. Ze komt niet eens echt boos over, eerder kalm en vastbesloten om te doen wat nou eenmaal moet gebeuren. Als de trainster haar arm om Maaike haar heupen slaat, voelt het bijna teder en vriendschappelijk, helemaal niet bestraffend. Maar dan pakt de trainster de stevige, houten plak, die de hele tijd al naast haar op het bankje ligt. Ze legt hem voorzichtig op Maaike haar billen. Maaike heeft de plak niet zien liggen en schrikt verschrikkelijk als ze het harde hout voelt. Ze doet haar mond open om te protesteren. De trainster tilt de plak weer op en laat hem zachtjes door de lucht zoeven. De knal waarmee de plak neerkomt is zo hard dat hij Maaike haar gil bijna overstemd. Hoewel Maaike een vrij forse kont heeft, is de plak groot genoeg om haar beide billen tegelijk te bewerken. Op het moment dat de plak neerkomt, valt de pijn nog wel mee. Meteen daarna komt echter het schrijnende, branderige gevoel opzetten en is de pijn bijna niet uit te houden. Na elke slag neemt de trainster ruim de tijd om het effect van de klap te laten inwerken. In een rustig tempo geeft ze Maaike tien rake klappen. Maaike heeft haar ogen dicht, maar ze voelt hoe de tranen over haar wangen stromen. Vergeleken hiermee stelde het vorige pak slaag helemaal niets voor. Het kan haar allemaal niet meer schelen. Ze wil alles beloven en alles doen, als dit maar ophoudt. Dan houden de slagen inderdaad op en de trainster legt de plak weg.

                  Maaike probeert zichzelf onder controle te krijgen en aan iets anders dan de brandende pijn in haar achterste te denken, maar dat lukt haar nauwelijks. De trainster gunt haar ook geen tijd om bij te komen en maakt van de gelegenheid gebruik om Maaike haar schaatspak open te ritsen en omlaag te stropen. Binnen een paar tellen ligt Maaike weer in positie, dit keer helemaal naakt. De trainster legt haar nu over een been, zodat Maaike op haar handen moet steunen om niet voorover te vallen. Met haar andere been klemt de trainster Maaike stevig vast. De straf gaat weer verder, met de vlakke hand in plaats van de plak. Maaike haar billen gloeien zo erg, dat het nauwelijks minder zeer doet. Voordeel is wel dat er nu maar één bil tegelijk bewerkt kan worden, zodat de andere steeds even rust heeft. Maar die rust duurt nooit lang. De tikken gaan klits, klets, klats achter elkaar door en op de blote billen klinken ze nog luider en verontrustender.

                  De trainster houdt Maaike nog steeds stevig vast. Het enige dat Maaike nog kan doen is haar billen samenknijpen en ontspannen. Ze probeert haar kont zoveel mogelijk stil te houden, want elke beweging doet nog weer extra pijn. De greep van de trainster wordt losser, ze laat Maaike haar benen zelfs helemaal los. Even denkt Maaike dat het voorbij is, maar niets is minder waar. Ze wordt alleen in een iets andere positie gelegd, zodat ze haar benen weer vrij kan bewegen. De slagen gaan weer verder, in een steeds hoger tempo. Heel voorzichtig komt Maaike een beetje overeind. Ze probeert over haar schouder te kijken en ziet haar vuurrode billen.

                  De trainster gebiedt Maaike om voor zich uit te kijken. Het is de eerste keer sinds ze in de gymzaal zijn, dat de trainster iets zegt.

                  Om haar woorden kracht bij te zetten, geeft ze Maaike een aantal bijzonder venijnige tikken en hoewel ze weet dat het niet helpt, spant ze al haar spieren en gilt het uit. Opnieuw springen haar ogen vol tranen. Er volgen nog vijf snelle kletsen en dan is het ineens over.

                  De trainster laat haar hand op Maaike haar billen rusten en knijpt voorzichtig in het zachte vlees. Ondanks de pijn is het een prettig, bijna erotisch gevoel. Maaike komt weer een beetje tot zichzelf. Ze voelt dat de greep van de trainster losser wordt.

                  ‘Je mag opstaan, we zijn klaar voor vandaag’, zegt de trainster. Ze legt de nadruk op de woorden ‘voor vandaag’.

                  Maaike zet haar voeten op de grond en komt voorzichtig overeind uit haar benarde positie. Een beetje verdwaasd kijkt ze om zich heen. Met haar armen probeert ze haar naakte lichaam een beetje te bedekken. In totaal heeft het pak slaag misschien tien minuten geduurd, maar het lijkt alsof het uren later is. Maaike heeft geen idee waar haar schaatspak gebleven is, maar ze heeft ook geen enkele behoefte om het strakke pak weer aan te trekken. Daarvoor is de branderige pijn aan haar vuurrode billen nog veel te erg. Maaike merkt nu pas dat ook haar

                  gezicht rood is van vernedering en schaamte. In haar ogen voelt ze het branderige gevoel van een naderende huilbui. Het pak slaag heeft behalve schaamte en vernedering ook nog een heleboel andere gevoelens losgemaakt, prettig en onprettig. Het liefst zou Maaike al haar gevoelens nu de vrije loop laten om eens lekker lang te huilen, maar die overwinning gunt ze de trainster niet. Om er zeker van te zijn dat ze nu veilig is, doet Maaike nog een paar stappen achteruit om zo ver mogelijk bij de trainster vandaan te zijn. Haar rug raakt nu bijna de deur van de kleedkamer. Ze wil het liefst zo snel mogelijk weg, maar ze durft het niet aan om de deur open te trekken en te verdwijnen. Afwachtend kijkt ze naar de trainster, die nog steeds rustig op het bankje zit.

                  ‘Ik stel voor dat je naar huis gaat’, zegt de trainster droog.

                  Maaike draait zich meteen om en zonder nog iets te zeggen rent ze de kleedkamer in, gelukkig is er verder niemand. Al haar spullen liggen er nog, zoals ze die achtergelaten heeft. Maaike pakt een grote, zachte badhanddoek uit haar tas en vouwt die op tot een soort kussen. Met de handdoek onder haar achterwerk durft Maaike voorzichtig te gaan zitten. Ze moet even tot rust komen, alles op een rijtje zetten. Het lijkt allemaal zo onwerkelijk en onwaarschijnlijk wat er vandaag gebeurd is.

                  Maaike staat voorzichtig weer op. Ze zal toch een keertje naar huis moeten en ze wil weg zijn voordat er toevallig iemand de kleedkamer in komt lopen. Maaike neemt een snelle douche. Ze ontdekt dat een voorzichtige massage met wat douchegel een klein beetje helpt tegen de pijn. Het afdrogen is echter een kwelling, hoe zacht Maaike haar handdoek ook is. Haar billen op de normale manier droogwrijven is gewoon onmogelijk. Heel voorzichtig droogdeppen is het enige dat draaglijk is. Dan komt het volgende probleem: aankleden. Gelukkig is haar trainingspak zacht en elastisch. Daarmee is de pijn nog wel draaglijk. Haar onderbroekje laat Maaike deze keer maar in haar tas zitten.

                  Maaike is enorm opgelucht al ze weer buiten staat. Ze loopt naar haar auto, gooit haar spullen in de achterbak en wil snel wegrijden. Dan ziet ze de auto van de trainster staan, een paar auto’s verder dan haar eigen auto. Maaike stapt weer uit en loopt naar de auto van de trainster.

                  Het is net zo’n gesponsorde auto als die van Maaike, alleen staat op deze ook nog heel groot de naam van de trainster. Dat kan dus niet missen. Maaike kijkt snel om zich heen of niemand haar kan zien. Dan zakt ze naast de auto van de trainster door haar knieën. Snel laat ze allebei de achterbanden leeg lopen. Maaike weet dat het heel kinderachtig is, maar de kans op wraak is te mooi om te laten liggen.

                  Maaike rijdt snel naar huis. Ze hoopt dat ze op tijd thuis is om Martin nog even te zien, maar als ze thuiskomt is hij niet thuis. Teleurgesteld ploft Maaike neer op de bank, met een extra kussen onder haar billen. Gelukkig hoort Maaike Martin even later toch weer binnenkomen. Ze staat op en begroet hem in de hal. Martin heeft een laag, houten bankje bij zich, dat zo van de Ikea lijkt te komen.

                  ‘Wat moet je daar nou mee?’, vraagt Maaike verbaasd.

                  ‘Weet ik veel’, zegt Martin. ‘Je sponsor belde net om te zeggen dat ik dit meteen op moest komen halen.’

                  ‘Maar waarom dan? Wat moeten we hier in godsnaam mee?’, vraagt Maaike.

                  ‘Dat weet ik dus niet’, zegt Martin geïrriteerd. ‘Ik ben ook al lang gestopt met vragen stellen. Voor jullie topsporters zijn soms de gekste dingen ineens belangrijk.’

                  Maaike laat het verder rusten. Ze zal morgen wel eens navragen wat ze met dat lelijke ding aanmoet. Het past niet eens in haar interieur, dat had de sponsor toch moeten weten.

                  ‘Je was vanmiddag nog op tv’, zegt Martin tijdens het eten. ‘Weet je dat je een ontzettend lekker kontje hebt in dat schaatspak?’

                  ‘Niet alleen in mijn schaatspak, hoop ik’, zegt Maaike.

                  ‘Nou, zonder schaatspak mag je er ook wel zijn hoor’, zegt Martin. ‘Daarover gesproken, zullen we nog even naar boven gaan? Ik moet over een uurtje weg.’

                  Ze gaan met zijn tweeën naar boven. Martin schrikt wel even als hij Maaike haar blote billen ziet.

                  ‘Wat is er met jou gebeurd?’, vraagt hij geschrokken.

                  ‘Gevallen’, zegt Maaike snel.

                  ‘Dat heb ik op tv gezien ja. Je maakte inderdaad een behoorlijke smak, maar dat je kont zo rood zou zien had ik niet verwacht. Best sexy eigenlijk, het lijkt net alsof iemand je heel hard op je billen heeft geslagen.’

                  Maaike gaat zwijgend door met uitkleden. Ze heeft helemaal geen zin om nog verder op Martin zijn opmerking in te gaan. Dat gesprek zou wel eens een hele vreemde kant uit kunnen gaan. Maaike kruipt snel tegen Martin aan, die al op zijn rug op het bed ligt.

                  ‘Ga eens op handen en knieën zitten’, zegt Martin. ‘Ik wil die mooie kont van je kunnen zien.’

                  ‘Een beetje voorspel was ook wel leuk geweest’, denk Maaike, maar ze zegt niets en doet wat Martin vraagt. Ze hebben tenslotte ook niet al te veel tijd meer.

                  Nadat Martin vertrokken is, laat Maaike zich weer op de bank vallen. Ze is vast van plan om daar de rest van de avond te blijven, maar ineens gaat de bel. Maaike wil eerst niet opendoen, maar de bel blijft maar gaan en na een paar minuten wordt er ook op het raam geklopt. Moeizaam komt Maaike overeind. Voor de deur staat de directeur van de sponsor, met nog twee mannen die Maaike nog niet eerder gezien heeft. De directeur heeft een lang, smal koffertje bij zich, één van de andere mannen een grotere, leren koffer.

                  ‘Heb je je biljartkeus meegenomen?’, vraagt Maaike spottend. ‘Als dat bankje dat je gestuurd hebt bedoeld was als biljarttafel, dan is er toch echt iets misgegaan.’

                  ‘Er is zeker iets misgegaan’, zegt de directeur. ‘Maar niet met het bankje. Mogen we even binnenkomen, dan wordt het hopelijk allemaal snel duidelijk.’

                  Maaike laat de heren binnen. Ze vraagt of ze koffie willen, maar dat slaan ze af. Eén van de mannen pakt het bankje uit de hal en zet het midden in de kamer. Hij zet de grote koffer er bovenop.

                  ‘We zullen het allemaal eens even haarfijn uitleggen’, zegt de directeur. ‘Laten we maar beginnen met de grote koffer.’

                  De directeur geeft een teken en één van de mannen maakt de koffer open. Er zitten vijf grote, leren riemen in.

                  ‘Kijk’, zegt de directeur. ‘Zo werkt het. Je gaat op je buik op het bankje liggen, helemaal naakt uiteraard, en dan zijn er twee riemen voor om je benen, twee voor om je armen en één voor om je middel.’

                  Maaike wenst zich dat ze de heren nooit had binnengelaten. Voorzichtig beweegt ze zich richting de deur, om er op het juiste moment vandoor te gaan. Dan maar geen sponsor en geen schaatscarrière, wat hier staat te gebeuren wil Maaike absoluut niet meemaken. Eén van de mannen heeft haar echter door en grijpt haar stevig vast.

                  ‘Een momentje geduld nog’, zegt de directeur. ‘We zijn nog niet helemaal klaar. Ik heb hier ook nog een koffertje.’

                  Hij legt het koffertje op tafel en maakt het open. Het is van binnen bekleed met rood fluweel en het bevat drie lange, dunne, buigzame canes.

                  ‘Zo’, zegt de directeur. ‘Volgens mij hebben we nu alles compleet. Ik denk dat we het maar eens moeten gaan hebben over twee leeggelopen autobanden.’

                  Theo en Maaike

                  Theo is een aardige, eenvoudige man zonder poespas. Hij is opgegroeid op een boerderij in de achterhoek, waar het heel gewoon was om hard te werken en niet te zeuren. Theo wist al snel dat hij geen boer wilde worden en dus werd hij de eerste uit zijn familie die ging studeren. Ik ontmoette hem tijdens het eerste jaar van onze studie en we mochten elkaar meteen. Net als hij kwam ik ook uit een familie waar studeren niet gewoon was, dus we hadden een gemeenschappelijke achtergrond. Automatisch trokken we naar elkaar toe en toen de kans zich voordeed werden we huisgenoten.

                  In de loop van het eerste studiejaar kreeg Theo verkering met Maaike, de verwende dochter van een rijke zakenman. Vaderlief had een flat en een autootje voor zijn dochter gekocht, terwijl alle andere studenten het moesten doen met een klein kamertje en een oude fiets. Het was echte liefde tussen Theo en Maaike. Als ze bij hem bleef slapen kon je zijn bed de hele nacht horen kraken en piepen. Het enige dat in de relatie wel eens voor spanningen zorgde was het gedrag van Maaike. Ze had tot nu toe altijd haarzin gekregen en hield eigenlijk nooit rekening met andere mensen en hun gevoelens. Tijdens een feestje was ze weer eens erg ver gegaan en een aantal mensen vreselijk voor schut gezet. Alle aanwezigen hadden gegeneerd toegekeken, maar dat was Maaike volledig ontgaan. Na afloop van het feestje dronken Theo en ik nog een laatste biertje. Het gedrag van Maaike kwam nog even ter sprake.

                  ‘Ik moet haar maar weer eens over de knie leggen, daar knapt ze van op’, merkte Theo op.

                  Hij zei wel vaker van dat soort dingen, maar ik geloofde niet dat hij er iets van meende. Kinderen legde je over de knie, maar een volwassen meid van 20….. Ik kon het me niet voorstellen. Toch hoorde ik een paar dagen later vreemde geluiden uit de kamer van Theo komen. Eerst waren er snelle voetstappen, er viel iets op de houten vloer. Het bed piepte en Maaike begon te gillen. Het gegil was alleen heel anders dan het gegil dat normaal gesproken bij het gepiep van het bed hoorde. Ik werd een beetje bezorgd en liep voorzichtig de trap op naar boven. Toen ik vlak bij de deur van Theo zijn kamer was, hoorde ik het kletsende geluid van een haarborstel op blote billen. Zelf ben ik ook met de borstel groot geworden, dus dat geluid herkende ik maar al te goed. Theo had dus echt gedaan wat hij gezegd had. Ik was geschokt. Een volwassen vrouw billenkoek geven, dat kon niet in mijn ogen. Tegelijkertijd fascineerde het idee me toch ook wel. Ik hield Maaike goed in de gaten en probeerde meer te weten te komen over dat pak slaag. Het viel me op dat ze zich anders kleedde. Normaal droeg ze altijd strakke rokjes en broekjes, maar nu had ze een wijde jurk aan. Ook streek ze vaak over haar billen streek en ze had duidelijk moeite met de harde collegebankjes. Maar na een dag werd het wrijven al minder en twee dagen later waren alle andere tekenen ook verdwenen. Alles was weer vergeten en vergeven.Theo en Maaike waren weer net zo gek op elkaar als altijd. Alleen in mijn hoofd bleef het voorval rondspoken. Ik begreep er niets van dat zoiets kon gebeuren tussen twee volwassen mensen. En dat zelfverzekerd, eigenwijs meisje als Maaike zo’n behandeling accepteerde begreep ik al helemaal niet. Maar tegelijkertijd vond ik het idee ook wel ontzettend spannend. Maaike had een paar prachtige billen en ik stelde me voor dat die billen bloot en kwetsbaar over mijn schoot lagen, volledig aan mij overgeleverd. Ik zou die billen laten trillen, laten samenknijpen en ontspannen bij elke tik. Langzaam zouden ze van kleur verschieten. Pas als ze lichtrood waren zou ik ermee stoppen. Natuurlijk waren deze gedachten pure fantasie. Ik praatte er met niemand over en al helemaal niet met mijn eigen vriendin. Het idee om haar over de knie te leggen sprak me ook helemaal niet aan. Die fantasie hoorde bij Maaike.

                  Zoals zo vaak werd mijn fantasie totaal onverwacht werkelijkheid. Het gebeurde ruim een jaar na het eerste voorval. Theo was inmiddels bij Maaike ingetrokken. Ik merkte er dus niets meer van als ze billenkoek kreeg en mijn fantasie verdween langzaam naar de achtergrond. De dag dat het gebeurde had ik met Theo en Maaike afgesproken om iets voor onze studie te gaan doen. Maaike kwam echter niet opdagen. Na bijna drie uur wachten kwam ze ineens binnen. Ze was gaan winkelen, want ze had geen zin in studeren. Theo was in de loop van de drie uur al behoorlijk geïrriteerd geraakt, maar nu was hij woedend.

                  ‘Jij gaat nu over de knie’, zei hij met een zeer besliste stem. Meteen zag ik Maaike als een blad aan een boom omslaan.

                  – ‘Het spijt me Theo’, zei ze terwijl ze naar haar schoenen staarde.

                  Ik keek verbijsterd toe, Maaike leek ineens een klein meisje.

                  ‘Je moet je excuses aan Bill aanbieden, die heeft ook drie uur zitten wachten. Eigenlijk denk ik dat Bill je maar over de knie moet leggen.’

                  Ik wist niet wat ik hoorde en ik wilde protesteren, maar Maaike was me voor. Er ontstond een ruzie tussen haar en Theo over de vraag of ze wel of niet bij mij over de knie zou gaan. Zelf had ik niets te vertellen in die discussie. Aan mij werd niet gevraagd of ik het wel wilde, maar dat wist ik zelf ook niet. Dus bleef ik zitten wachten op wat er komen ging. Maaike en Theo verdwenen even naar de gang en de deur ging dicht. Ze kwamen vrijwel meteen weer binnen, hij hield haar pols stevig vast. In zijn andere hand hield hij de haarborstel. Maaike keek mij recht aan. Ik durfde niet terug te kijken.

                  ‘Bill, ik wil graag dat je me op mijn billen geeft. Wil je dat doen?’ Ze vroeg het met een heldere stem en zonder aarzeling. Ik kon alleen maar knikken.

                  Theo leidde haar naar mij toe. Hij vleide haar voorzichtig over mijn schoot. Daar lagen die perfecte billen, nog verpakt in een strak rokje. Ik kon nauwelijks meer adem halen, zo opgewonden was ik. Het ging nu gebeuren, daar twijfelde ik niet meer aan. Ze tilde haar kontje een klein beetje op, zodat Theo haar rokje omhoog kon schuiven. In een moeite schoof hij ook haar slipje naar beneden. Voor het eerst zag ik haar blote billen. Stevige, ronde spierwitte billen. Ik zag ook haar rug, haar achterhoofd en haar lange rode haren, haar gezicht kan ik niet zien. Theo overhandigde mij de haarborstel.

                  ‘Dertig tikken, tien voor elk uur dat ze te laat was’, zei hij.

                   Dertig tikken leken mij wel erg veel, dus besloot ik om rustig te beginnen. De eerste tik was voor de linkerbil. Ik zag hoe het vlees werd ingedrukt. Er ontstond een rode vlek in de vorm van de borstel, die ook meteen weer verdween. Maaike reageerde niet. Ook de volgende tikken deden haar weinig. Ze had duidelijk getrainde billen. Voorzichtig begon ik wat harder te slaan. Ik zag de billen nu samentrekken en ontspannen, maar verder geen reactie.

                  ‘Niet aaien, maar slaan, riep Theo’.

                  Ik sloeg nog iets harder, voor mijn gevoel zo hard als ik kon. Ze liet een paar korte kreungeluiden horen, maar leek nog steeds niet erg onder de indruk. De blote bips op mijn schoot was inmiddels zo rood als ik me in mijn fantasie had voorgesteld. Nog twee tikken te gaan, dan zaten de dertig tikken erop. De borstel kletst nog twee keer, toen was het voorbij. Maaike stond op en wilde haar rokje goed doen.

                  ‘Zo makkelijk kom je er niet vanaf’, riep Theo meteen. Hij trok haar over zijn schoot en nam de borstel van mij over. Ik schrok van de knal waarmee de borstel neerkwam. Maaike begon meteen te gillen. Bij de volgende tik probeerde Maaike haar billen met haar handen te beschermen. Theo greep haar armen vast en hield ze stevig op haar rug. Bij mij had ze niet eens geprobeerd om haar handen te gebruiken. Er volgden twee extra tikken vanwege de handen. Elke tik werd met zorg toegediend: een knal van de borstel, een pauze om het effect te verwerken en een volgende knal. Zo werden alle dertig tikken overgedaan. Mijn werk stelde dus eigenlijk niets voor. Toen Maaike weer opstond was haar kontje diep rood. Ik kon me niet voorstellen dat ze nog zou kunnen zitten de komende dagen. Maar een kwartiertje later zat ze weer ontspannen op de bank, in de armen van haar Theo. Ik voelde dat ik teveel was en stapte op. Nog veel verwarder over het wonderlijke fenomeen billenkoek.

                  Dit was de enige keer dat ik Maaike over de knie heb gelegd. Ik had duidelijk niet genoeg in mijn mars om haar het gewenste gevoel te geven. Later heb ik nog wel geoefend op andere dames, maar zo’n goede straffer als Theo ben ik nooit geworden. Af en toe kom ik hem nog wel eens tegen. Hij en Maaike zijn nog steeds samen. Ik weet niet of hij haar nog wel eens een pak slaag geeft, maar ik heb zo mijn vermoedens.

                  Morgen

                  Dit verhaal is door Bill vertaald uit het Engels.

                  Danny’s handen gleden richting haar borsten en speelden achteloos met haar tepels.

                  “Was het lekker?”, vroeg hij met een tevreden glimlach. Hij wist dat hij naar de bekende weg vroeg.

                  Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder en zei:

                  “Kon je dat niet merken dan?”

                  “Het valt me mee dat de baby niet wakker geworden is.”, zei hij plagend.

                  “Ik kon er niets aan doen. Het was zo intens”.

                  Hij kuste haar in haar nek.

                  “Ik weet het.” Danny slaakte een tevreden zucht. “Ik denk niet dat ik ooit genoeg van je zal krijgen. Je daagt me uit op zoveel verschillende manieren.”

                  Annabel verstijfde in zijn armen, maar ze zei niets. Danny voelde de kou die ineens in de lucht hing.

                  “O oh, wat heb ik gezegd?”

                  “Niets”, zei ze kortaf en ze probeerde om op te staan en weg te lopen.

                  Danny kwam zelf ook overeind en ging naast haar staan.

                  “Zeg het maar, wat is er”. Hij fluisterde dicht tegen haar gezicht, zijn adem blies warm tegen haar nek. Ze schudde haar hoofd en keek de andere kant op.

                  “Ik moet iets gezegd hebben dat je van streek heeft gemaakt”, zei hij kalm. Hij was nog steeds zo dichtbij haar, dat ze zijn hete adem kon voelen tegen haar naakte huid. Ze huiverde.

                  “Vertel het me dan”, smeekte hij haar. Hij pakte haar bij de schouders en draaide haar om, zodat ze recht voor hem kwam te staan. Ze sloeg haar armen om zijn nek en drukte haar hoofd tegen zijn borst.

                  “O jee, heb ik je onzeker gemaakt ?” Hij plaagde haar terwijl hij haar rug streelde.

                  Ze knikte en staarde naar de grond, haar wangen werden rood van schaamte.

                   “Wat heb ik gezegd”, vroeg hij terwijl hij zijn vingers op en neer liet glijden over haar ruggengraat.

                  “Ik kan de gedachte van jou met een andere vrouw niet verdragen”. Ze mompelde zo zachtjes dat hij haar nauwelijks kon verstaan.

                  “Hier hebben we het toch al eens over gehad?” Ze knikte en haar voorhoofd raakte zijn schouder.

                  “Maar je zei …..”

                  “Sst, stil”. Hij keek haar streng aan. “Ik heb toch niet gezegd dat ik je zal verlaten of zoiets”. Ze probeerde iets te zeggen, maar hij onderbrak haar.

                  “Wat ik gezegd heb is juist het tegenovergestelde. Ik zei dat je me nooit zult gaan vervelen”.

                  “Maar je zei dat ik een uitdaging voor je ben, alsof dat iets slechts is.”

                  Hij nam haar gezicht tussen zijn handen en kuste haar op haar voorhoofd.

                  “Wat ik bedoelde is dat je me scherp houdt, zowel in bed als daarbuiten”, lachte hij.

                  “Ik heb je wel eens eerder verteld dat je een uitdagend karakter hebt.” Ze herinnerde het zich inderdaad en ze knikte.

                  “Wat ik daarnet bedoelde was dat je altijd openstaat voor iets nieuws in bed. Je bent altijd zo gepassioneerd. Je hebt geen idee wat een zegen dat is.

                  “Daarmee wil je zeggen dat je ex een hekel aan seks had!” Ze maakte zich los uit zijn armen en ze deed een paar stappen naar achteren. Hij liet haar begaan. Ze drukte zichzelf tegen het aanrecht en greep het aanrechtblad stevig beet. Hij zag dat haar knokkels wit wegtrokken.

                  “Dat is helemaal niet wat ik bedoelde! Jezus, wat kun jij moeilijk doen. Je verdraait mijn woorden zodat ze precies verkeerd overkomen.

                  “Dus ze was wel goed in bed?”

                  “Annie, deze discussie ga ik niet aan. Ik waarschuw je, waag het niet om daarover te beginnen.” Hij klonk dreigend.

                  “Ja dus”, mompelde Annabel in zichzelf. “Natuurlijk was ze goed in bed. Hoe kan het ook anders. Ze was toch een fotomodel? Dan had ze vast meer dan genoeg mannen om zich heen. En ze was vast niet opgesloten in een meisjesschool, zoals ik. Ik kende geen mannen, behalve mijn vader en mijn broers. Stomme, naïeve, kleine Annabel.”  

                  “Annie, houd alsjeblieft op! Ik heb helemaal geen zin in deze discussie. We hebben het hier al eerder over gehad en dit gesprek leidt nergens toe. Je legt alles wat ik zeg toch verkeerd uit. Ik blijf niet bezig om mezelf te verklaren, omdat je gewoon niet luistert!”

                  “Ik luister!!” Annabel schreeuwde.

                  “Is dat misschien de reden waarom je zo’n goede relatie met je vader had? Omdat je altijd luisterde naar alles wat hij zei? Is dat misschien waar deze middag over ging?”, vroeg hij sarcastisch.

                  “Fuck off Dan!”, gilde ze. Ze was nu echt kwaad.

                  “Oh, komen we nu te dicht bij de waarheid?”

                  “Ik haat je!”

                  “Echt waar?” Hij fronste zijn wenkbrauwen. “Waarom heb je dan net met me gevreeën, hier op de keukenvloer?” Hij wees naar de plek waar ze nog geen tien minuten geleden had gelegen. Op handen en knieën met haar kontje omhoog.

                  “Dat heb ik niet gedaan! Ik ….” Danny zijn bulderende gelach overstemde wat ze probeerde te zeggen.

                  “Houd je kop”, Gilde Annabel. “Lach me niet uit! Ik haat je!” Ze vloog op hem af en sloeg met haar vuisten op zijn naakte borstkas. Het koste hem geen enkele moeite om haar slagen af te weren. Hij greep haar beide polsen stevig vast. Annabel werd nog bozer.

                  “Ik haat je. Laat me los! Nu!”, schreeuwde ze.

                  “Annabel ik wil dit niet hebben.” Hij waarschuwde haar met een ijselijk kalme stem, waarbij hij haar volledige naam gebruikte. “Kalmeer alsjeblieft”.

                  “Nee!”, gilde ze uitdagend. Ze schopte met haar blote voet tegen zijn schenen.

                  “Okee, nu is het genoeg geweest.”, zei hij en hij sleurde haar mee richting de woonkamer.

                  “Laat me los!” Annabel protesteerde luid. Ze liep half struikelend achter hem aan, maar ze kon niets anders doen dan hem volgen. Hij leidde haar naar de lederen driezitsbank, liet zich met een plof in de kussens vallen en trok haar over zijn schoot. Met zijn onderarm hield hij haar in de juiste positie.

                  “Nee!” Gilde ze en ze schopte wild met haar benen. Haar ene been maakte een diepe afdruk in de lederen bank. Het andere been drumde wild op het tapijt.

                  Danny tilde zijn hand tot boven zijn hoofd. Met een flinke knal raakte zijn handpalm haar linker bil.

                  “Auw! Niet doen! Ga van me af!”. Annabel gilde het uit terwijl ze probeerde om van zijn schoot af te komen.

                  Danny gaf haar nog een tik, nu op haar andere bil.

                  “Ik je leren om je te beheersen en om te luisteren naar wat andere mensen je vertellen.”, zei hij. Hij liet een aantal harde kletsen neerkomen op haar achterwerk en hij verdeelde ze over de beide billen. 

                  “Ik luister !”. Protesteerde Annabel en ze begon nog harder te spartelen.

                  “Auw! Niet doen!”.

                  “Pas als jij leert om je te gedragen.”, zei hij streng en hij gaf haar billenkoek met een constante stroom slagen op haar kontje.

                  “Ow!  Het doet pijn!”

                  ”Dat is ook de bedoeling! Dit is bedoeld om je te kalmeren!” 

                  Hij ging door met het pak slaag en sloeg haar rustiger en trefzekerder. Hij maakte een kommetje van zijn hand en bewerkte elk deeltje van haar naakte achterwerk totdat het rood werd.

                  “Auw!” Annabel protesteerde iets minder luidruchtig, maar ze spartelde nog steeds en ze probeerde uit alle macht uit zijn greep te ontsnappen.

                  “Laat me gaan!” Ze schopte met haar benen tegen de bank als een vorm van protest.

                  Danny bracht zijn hand weer omhoog en sloeg zo hard als hij maar kon op haar rechter bil en daarna op haar linker.  

                  Annabel gilde het uit bij de eerste klap en bij de tweede begon ze te huilen.

                  “Yeow!” Snikte ze en ze probeerde uit alle macht om haar ademhaling onder controle te krijgen. Ze bracht een hand naar achteren om haar billen te beschermen tegen verdere aanvallen.

                  “Nee !”, riep Danny streng en hij gaf haar een tik op haar vingers. Hij hield haar arm stevig tegen haar rug gedrukt en ging verder met het uitdelen van billenkoek, waarbij hij er goed op lette dat elk deeltje van haar achterwerk aan de beurt kwam.

                  Annabel lag stil over Danny’s schoot. Ze stribbelde niet meer tegen. Haar billen gloeiden onder de voortdurende regen van slagen. Ze legde haar vrije arm onder haar hoofd en verborg haar gezicht tussen haar arm en de bank. Snikkend mompelde ze haar protesten. Haar woorden klonken gesmoord.

                  “Heb je genoeg gehad?”, vroeg Danny. Hij liet zijn hand rusten op haar gloeiende billen en keek naar haar achterhoofd, wachtend op een antwoord.

                  Ze knikte en gilde.

                  “Ja !” 

                  “Je klinkt nog steeds opstandig.”

                  “Nee!”, gilde Annabel. Ze probeerde om haar hoofd op te tillen en naar achteren te kijken, maar Danny’s arm hield haar stevig op haar plaats.

                  “Ik denk dat je nog lang niet genoeg gehad hebt”, zei hij koeltjes.

                  “Wel waar !” Annabel protesteerde luid.

                  “Laat me gaan!  Alsjeblieft Dan?  Alsjeblieft.”, smeekte ze. 

                  Hij zweeg en ging verder waar hij gebleven was. Hij sloeg haar nog zes keer op elke bil, totdat haar achterwerk zo rood als een kreeft was en ze bij elke tik overeind vloog. Haar billen hield ze stevig samengeknepen om ze te beschermen tegen het pak slaag dat maar bleef komen. Nu wist hij dat ze genoeg had gehad, voorlopig althans.

                  Hij leunde achterover en legde zijn handen losjes op haar rug. Annabel huilde te hard om te merken dat hij haar los had gelaten. Hij zweeg en keek in gedachten naar haar. Ze huilde en huilde. Alle pijn, woede en frustratie over wat hij haar had aangedaan kwam eruit. Uiteindelijk bedaarde ze. Ze kronkelde over zijn schoot en het drong tot haar door dat het voorbij was. Ze legde haar handen op haar billen en probeerde de stekende pijn weg te masseren.

                  “Ow! Ow!”, kreunde ze.

                  “Dat verdiende je.”, zei Danny streng.

                  Annebel kon als antwoord alleen nog maar “Ow!” roepen.

                  “Je zult leren om je te beheersen en om naar mensen te luisteren als ze je iets vertellen.”

                  Door Danny’s strenge woorden begon Annabel weer harder te snikken.

                  “Ga zitten en luister.” 

                  Ze schudde haar hoofd, maar deed wat hij vroeg.

                  Ze kwam voorzichtig overeind. Danny hielp haar en zorgde ervoor dat ze voor hem kwam te staan. Ze keek naar de vloer en hield haar handen op haar billen om de pijn weg te wrijven.

                  “Het kan me niet schelen dat je een moeder bent. Je gedraagt je nog steeds als een kind, een ongehoorzaam en egoïstisch kind. Zo ga je je in mijn buurt niet gedragen. Morgen gaan we de stad in en jij gaat kiezen met welke paddle ik je billenkoek ga geven als je je misdraagt.”

                  “Nee.” Annabel protesteerde zwakjes. “Dat wil ik niet.”

                  “Kan me niet schelen. Je gaat met me mee en je kiest een paddle uit. Anders stop je toch niet met dit gedrag, of wel?”

                  “Ik zal er echt mee ophouden.”, snikte Annabel.

                  “Dat doe je toch niet.  Het is je vader en mij tot nu toe nog niet gelukt, maar ik zal het eruit slaan.”, zei hij dreigend.

                  “Ik wil niet” Annabel snikte en keek Danny recht in de ogen. Ze hield haar handen nog steeds op haar pijnlijke billen.

                  “Morgen.”  Herhaalde hij vastbesloten.