Op kamp gaan bleek nog veel leuker dan ik me altijd al had voorgesteld. Als kind mocht ik nooit, want duur en gedoe enzo, maar nu ben ik Groot – zogenaamd – en Afgestudeerd, zelfs! Het volwassen leven met al zijn verantwoordelijkheden past bij me, maar toen ik dit padvinderskamp voor dertigers online tegenkwam kon ik de verleiding niet weerstaan. Wie weet waar ik volgend jaar ben; getrouwd, een baby op komst of middenin een volgende pandemie? Nu kan het, het voelde als een eenmalige kans, dus ik klikte en gaf me op. Terwijl ik eigenlijk niet eens goed wist waarvoor ik me precies inschreef.

Het bleek een goede beslissing. Ik geniet met volle teugen van het buiten zijn, de boswandelingen, het hutten bouwen en de spelletjes met de groep, en de saamhorigheid van ’s avonds rond het kampvuur zitten, meezingen met de gitaar, griezelverhalen vertellen en marshmellows roosteren. Mijn groepsgenootjes waarschuwen me regelmatig dat de leiding zo streng is, maar tot nu toe heb ik daar eigenlijk niets van gemerkt. Je hebt hier in mijn beleving alle vrijheid om te doen en laten wat je wilt, zolang je de natuur en elkaar maar respecteert. Oh en niet na zonsondergang in het bos rondzwerft, dat wordt wel steeds benadrukt.

“Wat is het probleem, eigenlijk? Er is hier toch geen kip – in de wijde omtrek niet?” vroeg ik Marit, het meisje waar ik deze ochtend mee op pad ben om noten en bessen te verzamelen.
“Ik weet het niet zeker, ze zijn bang voor wilde dieren denk ik. Het enige dat ik weet is dat je echt niet te laat terug wilt komen…”
“Omdat…?”
“Omdat je straf krijgt.”
Ik proestte.
“Ik meen het, nee, serieus, oprecht…”

In haar grote ogen stond ineens een ernstige blik. Ik keek geamuseerd. Wie gelooft dat nou? Ze ging stil staan, legde een hand op mijn arm en bezwoer me dat ze geen grapjes maakte. “Heus, vraag het maar aan de anderen” zei ze, “als je te laat komt ga je bij de leiding over de knie voor een pak slaag.”

We liepen verder en quasi-nonchalant bracht ik het gesprek weer op het onderwerp “bessen plukken”, maar haar woorden echoden na in mijn hoofd – over de knie voor een pak slaag – zou het echt waar zijn of weer zo’n loos dreigement dat ik al zo vaak gehoord had?

Al zo lang ik me kan herinneren heb ik een fascinatie gehad met billekoek. Als een klein meisje over de knie gelegd te worden, rokje omhoog, broekje omlaag, voor een flink pak op mijn blote billen… Hoe zou dat voelen? Ik was onwijs nieuwsgierig of Marit zelf al wel eens zo’n straf gekregen zou hebben, of dat ze misschien gezien zou hebben dat iemand anders dat moest ondergaan. Maar ik durfde er niet weer over te beginnen.

Die nacht kon ik niet slapen van de kriebels in mijn buik. En de dagen ena bekeek ik de leiding met andere ogen, vooral de hoofdleidster, Ann, die ons regelmatig vermanend toesprak, maar steeds met een knipoog. Zou zij nou werkelijk…?

Geheel onverwachts kreeg ik later die week de kans om erachter te komen. Met een wat ouder meisje – Suus – was ik takken verzamelen voor het kampvuur en we waren nog diep in het bos toen het al iets begon te schemeren. Suus had het in de smiezen (wat in de krant mag, want verder was ze nogal suf). “Oh, we moeten snel terug!” riep ze, “Dan zijn we nog precies op tijd!”. We knoopten touw om onze takken en liepen terug. En toen ineens was daar het moment waarop ik gewacht had.

Ken je dat gevoel, dat je in een gesprek als het ware op een kruispunt staat, dat je weet dat wat je op dat moment zult zeggen heel bepalend gaat zijn voor de toekomst? Nou, dat had ik dus, toen Suus en ik letterlijk bij een kruispunt kwamen en zij de weg niet meer wist. Ik wist het namelijk heel goed. Linksaf was de snelste weg, dan zouden we ruim voor zonsondergang terug bij het kamp zijn. Rechtdoor kan ook, dat is iets om, maar als we stevig doorstappen redden we dat niet. Rechts is totaal de verkeerde kant op, we zouden waarschijnlijk een rondje lopen en in het donker weer terugkomen op dit kruispunt. Gelukkig had ik mijn zaklamp bij me. “Rechts, toch?” zei ik met een vanzelfsprekendheid alsof ik wilde suggereren dat Suus dat zelf ook wel wist. “O ja, natuurlijk” lachte ze. En we sloegen rechtsaf.

Uren later kwamen we terug bij het kamp. Het was al pikkedonker en de rest zat al gemoedelijk rond het kampvuur te zingen. Toen we aan kwamen lopen werd het stil. De anderen staarden naar ons. Een van de mannelijke leiders zei: “zo, daar zijn de stoute meisjes. Dat wordt billekoek, vanavond!” en het groepje jongens naast hem begon te grinniken. Suus en ik stonden als aan de grond genageld. De leider stond op, “geef mij die takken maar, en loop naar de tent van Ann, zij zit daar al op jullie te wachten.” De jongens naast hem maakten teleurgestelde geluiden – aaaah, waarom in de tent, waarom niet gewoon hier? en meer van die strekking – en terwijl Suus en ik de takken overdroegen wendde de leider zich tot de jongens. “Oh, maak je geen zorgen, die tent is vlakbij, dus als jullie stil zijn zul je de petsen en de snikken heus wel horen… en anders loop je er straks even langs, kijk je of je ergens tussen het tentdoek door kunt spieken?”

Mijn benen voelden slap en ik was met stomheid geslagen. Meende hij dat nou? Chips. Wat had ik in godsnaam gedaan? Waarom was ik nou zo?

De tent was inderdaad vlakbij en Ann stond in de tentopening op ons te wachten. “Zo, daar zijn jullie. Gelukkig. Hebben jullie er enig idee van hoe bezorgd ik was?! Hoe vaak moet ik nog zeggen dat je niet na zonsondergang in het bos rond moet zwerven?!” Ze leek met elke zin bozer te worden, terwijl ze ons de tent in dirigeerde, en het doek dat de deur voorstelde half dicht liet vallen. “Spiekgaatjes genoeg…” dacht ik nog.

Ik keek rond in de tent van Ann. Het zag er eenvoudig maar professioneel uit, vond ik, precies wat je zou verwachten van het hoofdkantoor van een kamp als dit. Een bureau, een stoel zonder leuningen, een bed. Mijn wangen werden rood toen ik me realiseerde wat Ann op die drie meubels klaargelegd had en vooral: met welk doel. Een riem, een paddle, een bamboestokje…

Naast me hoorde ik zacht gesnuf. Ik keek naar Suus, haar gezicht lijkbleek, haar onderlip trillend. En ik voelde me ontzettend lullig. Wat een stomme trut ben ik toch, dat ik vanwege een rare kronkel in mijn hoofd nu dit meisje in deze situatie gebracht heb. Ik zuchtte en keek naar de grond. Voelde een soort moedeloosheid, van schaamte en teleurstelling in mezelf.

“Zo,” zei Ann, terwijl ze een houten paddle uit een la toverde en naar de stoel in het midden van de tent liep. “Wie wordt de eerste?” . Ze tikte met de paddle op haar open hand en keek van mij naar Suus en weer terug. Ik slikte.

“Mag ik iets zeggen?” vroeg ik voorzichtig. Ann trok haar wenkbrauwen op, geamuseerd, bijna spottend “Welja, voor de draad ermee!”, snoof ze. En voordat ik het wist kwam het hele verhaal er met horten en stoten uit. Hoe rebels ik me had gevoeld toen Marit over straf vertelde, hoe nieuwsgierig ik was, dat ik het eigenlijk toch niet geloofde en dus wilde proberen of het echt waar zou zijn en… achter het tentdoek hoorde ik de jongens naar adem happen.

“Nou… dat is fideel van je, Zofia”, zei Ann terwijl ze op haar stoel ging zitten. Ze keek geinteresseerd naar me. “En het is goed dat je er eerlijk voor uitkomt. Dan krijg jij Suus’ portie er vandaag bij – en mag zij toekijken. En me assisteren. Maar volgende keer, als je straf nodig hebt, heb ik liever dat je naar me toekomt en erom vraagt, dan dat je jezelf en een groepsgenote in gevaar brengt. Heb je dat begrepen?”

Stilte. Ik voelde mijn wangen en nek warm worden. Keek naar de grond. Knikte.

“Ik hoor je niet, Zofia?”

“Ja, ja, ik-ik begrijp het” piepte ik, terwijl ik nog steeds naar de grond staarde, alsof ik hoopte dat die zich zou openen en ik erin zou kunnen verdwijnen. Wat een genante situatie is dit… ben je in de 30, met een huis en een baan, wordt je hier toegesproken alsof je een klein kind bent. Het ergste is nog wel dat het helemaal terecht is. De seconden duurden een kleine eeuwigheid.

“Kom op! Niet zo treuzelen!” zei Ann, “Het gaat gewoon gebeuren en als ik jou was zou ik me maar niet te lang laten wachten.” Maar ik stond als aan de grond genageld.

Ann liep op me af en pakte mijn pols en trok me rustig maar beslist mee, terug naar de stoel waarop zij ging zitten en voordat ik het wist lag ik al over haar schoot. Het ging allemaal zo vlug – en zo vanzelfsprekend – dat ik het me pas realiseerde toen ik er al lag, netjes in positie, klaar voor de straf. “Wie niet horen wil, moet maar voelen”, zei ze.

Lichtjes tikte Ann twee keer met de paddle op mijn achterste en zonder waarschuwing kreeg ik daarna een ferme pets op mijn rechterbil. Ik gaf een gilletje en direct erop voelde ik dezelfde doffe dreun op links. En weer op rechts, en op links… “Dit zal je leren, met je onverantwoordelijke gedrag.”

Ann gaf me geen enkele gelegenheid om bij te komen of me voor te bereiden op de volgende. Het deed onwijs pijn en onbewust begon ik te spartelen. “Stil liggen!” commandeerde ze en bleef in hetzelfde tempo mijn billen bewerken met de harde houten paddle. “Ik ben nog lang niet klaar met jou, jongedame!”

Maar stil liggen lukte me niet – het deed zo’n zeer! – ik wiebelde en spartelde over haar schoot, terwijl ik paniekerig piepte. Het voelde alsof mijn billen in brand stonden. Ann zuchtte en legde de paddle even weg, links van zich tegen de stoel, vlakbij mijn gezicht. “Ok, nu is het genoeg geweest” zei ze streng. Met een hand om mijn middel schoof ze me weer op mijn plek en sloeg vervolgens haar rechterbeen over mijn benen.

En toen kwam het moment waar ik bang voor was: ze schoof mijn rok omhoog en trok mijn onderbroek strak in mijn bilnaad. “Zo, dame, jij gaat een flink pak voor je blote billen krijgen.” Ik kneep mijn ogen dicht van schaamte, terwijl Ann de paddle weer pakte en eventjes tegen mijn gloeiende billen legde. “Ha, dat begint al mooi rood te worden,” zei ze tevreden, “eens kijken of dat nog een tintje donkerder kan!” en direct voegde ze de daad bij het woord.

Ann hield zich niet in en in een slagenregen liet ze de paddle genadeloos op mijn blote billen vallen. Zonder het dunne beschermlaagje van mijn kleding voelde de het nog veel gemener, vooral de randjes ervan, en het duurde niet lang voordat ik begon te huilen.

Ik brak en gaf me over, de afzonderlijke slagen voelde ik bijna niet meer, alleen het pijnlijke branden. Ann verslapte haar grip en zette me weer overeind. De stof van mijn rok voelde koel tegen mijn gloeiende achterwerk. Ik voelde me een beetje suf, duizelig, en zakte half door mijn benen.

Ann ondersteunde me – “Zo, dat was een mooi begin. Nu mag je je even over het bureau buigen, Zofia”. Ze dirigeerde me naar haar werkplek en legde mij eroverheen, op mijn buik, de zere billen in de lucht. Ze sloeg mijn rok weer omhoog en liep naar haar kast, om terug te komen met de brede leren riem die ik daar al had zien liggen.

Ik voelde hoe ze mijn onderbroekje naar beneden trok, tot het vanzelf op de grond viel. “Benen iets verder uit elkaar en handen naast je hoofd”, droeg Ann me op. Ik deed direct wat ze zei, tilde een voet op en stapte uit mijn broekje.

“Zo, Zofia… dan is het nu de hoogste tijd dat jij eens flink met de riem op je blote billen gaat krijgen.” Ik slikte. Even legde Ann het koele leer tegen mijn gloeiende achterste en daarna begon ze in een rap tempo uit te halen. Slag na slag na slag striemde de riem over mijn billen.

Stil blijven lukte me niet en ik snikte en snotterde en piepte. Ann snoof. “Begint het tot je door te dringen? Mooi zo. Dan gaan we nog even door. Ik heb helemaal geen medelijden met jou, meisje, je hebt dit pak slaag dubbel en dwars verdiend.”

Ik huilde nu zachtjes, de tranen bleven maar komen. Van pijn, van schaamte. En misschien ergens diep van binnen ook wel van opluchting, dat ik nu eens kreeg waar ik eigenlijk al zo lang over gefantaseerd had.

“Nog tien, Zofia, en jij mag ze tellen,” zei Ann. “Na elke slag ga je me netjes bedanken, dan zeg je het nummer en ‘harder, alsjeblieft’ – heb je dat begrepen?” Vanachter het tentdoek hoorde ik geamuseerde geluiden. WTF… alsof dit een spelletje is, zeg. Ik voelde me enorm belachelijk gemaakt. Maar ik had geen keus.

pets – “Een, dank je wel, harder alsjeblieft”
PETS – “Tweehee… dank je… ha- harder, alsjebliehieft”

Pas na drie hervond ik mezelf, in het ritme, in de klappen en ook in mijn recalcitrantie. Dit kan ik aan – bij de tiende lachte ik zelf een beetje – en Ann had dat blijkbaar al voorzien. En de cane klaargelegd.

Na de tiende was ik buiten adem en even vergat ik dat we er nog niet zijn. Tot ik Ann tegen Suus hoorde smoezen over ‘assisteren’. Het was duidelijk de bedoeling dat Suus me zou slaan en dat zij zich hier een beetje ongemakkelijk bij voelde.

Een fluitend geluid en ik hapte naar adem terwijl de striem begon te branden. “Was dat nou alles, Suus? Volgens mij zei ik: ‘geef haar er maar goed van langs met de cane’ of niet? Deze gaat opnieuw en nu voor het echie. Ik meen het, Suus, anders mag je ernaast gaan staan en krijg je alsnog jouw portie!”

Nog een keer en nu nog heftiger. Ik stampte met mijn voet. Ann drukte me stevig naar beneden op de tafel en Suus leek steeds enthousiaster te worden. Striem na striem, steeds sneller achter elkaar. Ik kneep mijn ogen dicht, spande alle spieren in mijn lichaam. Ann liet me los.

“Klaar?” vroeg Suus, niet hoopvol, eerder teleurgesteld. “Bijna,” zei Ann. Er ging een rilling door me heen. “Nog zes en die geef ik zelf.”

Waar ik enkele luttele momenten had gedacht dat mijn billen niet meer pijn zouden kunnen gaan doen hielp Ann die gedachte snel om zeep. Ze sloeg een stuk harder en gemener dan Suus. Ik had geen keus, probeerde me te ontspannen, terwijl ik me aan het bureau vastklemde.

Eindelijk was het voorbij. Maar Ann zei niets en ik durfde niet om te kijken. Achter me hoorde ik hoe er thee gezet werd. Suus dronk nog een kopje mee en ging toen naar haar eigen tent. Langzaam voelde ik me weer op aarde landen.

Ann liep op me af, wreef mijn rug en masseerde mijn schouder. Trok me speels aan mijn haren. Ik draaide me voorzichtig om en keer ik haar lachende gezicht.

“Was dit nou wat je wou, Zofia?”

Ik kon niet anders dan teruglachen. Een grijns van oor tot oor.