De handdruk die hij haar geeft is stevig, te stevig eigenlijk, hij doet haar pijn. Ze grimast net niet. Ziet ze daar een twinkeling in zijn ogen? Ze kent hem natuurlijk nog niet goed genoeg om dat te kunnen inschatten. Timide als ze is, kijkt ze hem toch recht aan. Een eerste indruk is belangrijk.

“Hallo, ik ben Lieze,” stelt ze zichzelf voor. “Mark,” antwoordt de man. “Ik ben je nieuwe teamleader. Of ja, zo nieuw ben ik niet meer. Er werd me daarnet nog op een paar grijze haren gewezen.” Hij kijkt gespeeld streng naar een blonde vrouw die aan de dichtstbijzijnde computer zit te werken. Ze grijnst terug. “Het is toch zo,” merkt ze droog op.

“Dat wil nog niet zeggen dat ik oud ben …”

“Jawel hoor,” grinnikt ze. Dan staat ze recht en steekt haar hand uit naar Lieze. “Ik ben Elke,” stelt ze zich voor. “Jij bent vast de nieuwe?”

Lieze knikt.

“Ik geef Lieze even een rondleiding door het bureau,” vertelt Mark. “Lieze, dit is dus Elke.”

“Ja, dat zei ik net al,” merkt de vrouw brutaal op. “Je geheugen gaat erop achteruit Mark. Toch de ouderdom?”

Mark werpt een geërgerde blik op Elke. “Is het weer eens tijd misschien?” vraagt hij. Lieze snapt het niet. Tijd waarvoor? Maar Elke lijkt het wel te snappen. Schaapachtig schudt ze haar hoofd. “We willen Lieze niet meteen shockeren, toch?” zegt ze snel.

“Inderdaad,” antwoordt Mark. “Ik ben vast nog ongeveer een kwartiertje met haar bezig, daarna moeten jij en ik maar even in een meeting gaan.” Hij kijkt haar streng aan. Elke slaat kort haar blik neer en richt haar aandacht dan snel weer op het computerscherm voor zich.

Lieze kijkt bezorgd: heeft ze nu net per ongeluk haar collega in de problemen gebracht? Ze heeft nog nauwelijks iets gezegd!

“Trek je van Elke maar niet te veel aan,” stelt Mark haar gerust, terwijl hij haar meetroont. “Het is een beste meid en een harde werker, maar soms …” Hij zucht. “Nu ja, dat merk je vanzelf nog wel.”

Lieze luistert maar half. Ze probeert vooral om niet al te nieuwsgierig om zich heen te kijken en toch alles in zich op te nemen. Ze staat midden in een landschapsbureau, maar een open ruimte kun je het niet noemen: daarvoor staan er te veel schermen en grote planten die het zicht op de werkplekken belemmeren.

“Hier is jouw zitplek,” kondigt Mark aan. Hij wijst in de richting van een stel planten waar drie bureaus achter samengeschoven staan. “Sandra en Tine zijn je naaste collega’s. Je zult met iedereen hier moeten samenwerken, maar in de eerste plaats met hen. Zij zullen je ook wegwijs maken de eerstkomende tijd.”

Mark kijkt even in het rond. “Goed, dan moet ik maar even een babbeltje gaan doen met Elke.”

“O-o,” reageert Sandra met een ondeugende blik. Mark reageert niet en loopt weg, Lieze bij haar twee nieuwe collega’s achterlatend.

Ze gaat aan de enige vrije computer zitten en start hem op.

“Heb je al een paswoord gekregen van IT?” vraagt Tine haar.

Lieze knikt. “Ja, ik moest me vanochtend aanmelden bij IT en toen kreeg ik een hele stapel documenten. Mijn login voor de computer zit er ook ergens tussen.” Ze haalt een map uit haar tas en begint erin te bladeren.

“Aha, hier heb ik het!”

Ze typt de logingegevens aandachtig over.

“Wat vind je van Mark?” vraagt Sandra haar.

“Sja, ik heb hem nog maar net ontmoet,” haalt Lieze haar schouders op. “Dat is een beetje vroeg om me al een beeld van hem te vormen. Hij zal vast wel een goede teamleader zijn, neem ik aan. Of niet?”

De veelbetekenende blikken die Tine en Sandra elkaar toewerpen ontgaan haar niet, maar ze kan er geen wijs uit worden wat die zouden betekenen.

“O, hij is zeker een goede teamleader,” antwoordt Sandra. “Al houdt hij er wel zo zijn eigen methoden op na.” Ze grijnst.

“Hoe bedoel je?” vraagt Lieze.

“Dat merk je vanzelf nog wel,” kapt Tine haar collega snel af.

Nog even kijkt Lieze nieuwsgierig van de ene naar de andere. Het is duidelijk dat ze haar iets niet vertellen. Moet ze zich nu buitengesloten voelen? Ze weet het niet goed. Langs de ene kant is het duidelijk dat ze haar bepaalde dingen niet willen vertellen, anderzijds kennen ze haar natuurlijk nog maar net en zijn ze verder wel gewoon heel vriendelijk.

“Je kunt vandaag je tijd best gebruiken om je even wat in te werken. Dat betekent vooral veel leeswerk,” geeft Tine aan.

“Dat valt te verwachten, op zo’n eerste dag,” glimlacht Lieze.

“Mooi.” Tine toont haar welke folder ze moet openen. “Verdiep je maar even in dit project. Dat loopt nog wel een tijdje en jij zult eraan mee moeten werken. Als je vragen hebt, dan mag je ze altijd stellen!”

Dan loopt ze weer naar haar eigen computer, vanwaar ze Lieze bemoedigend toelacht.

“Dat geldt ook voor mij,” voegt Sandra eraan toe.

Dan buigen ze zich alle drie over hun werk en wordt het stil, al horen ze vanachter de planten en kasten soms gedempte stemmen opklinken.

“Waar denk jij dat je mee bezig bent?” Marks stem dondert door de ruimte. Ook in de aangrenzende “eilandjes” wordt het stil.

“Auwauwauw!” jammert Sandra, terwijl Mark zo te zien haar oor fijn knijpt. Lieze zit het met grote ogen aan te kijken. Snel kijkt ze even naar Tine om te zien hoe zij reageert, maar die zit weggedoken achter haar eigen computerscherm.

“Behoort patience spelen nu ook al tot je takenpakket?” vraagt Mark sarcastisch, zonder Sandra’s oor los te laten.

“Auw, nee, auw,” jammert ze. “Maar ik was aan het wachten tot de boel opgeladen was.”

“Dus in plaats van iets nuttigs te doen, zoals die rommelboel op je bureau wat op te ruimen, besloot je het systeem nog wat zwaarder te belasten door een spelletje op te starten?”

“Sorry Mark! Ik zal het niet meer doen!”

Eindelijk laat Mark haar oor los. “Dat denk ik ook niet, nee…” antwoordt hij. “Beschouw dit maar als een laatste waarschuwing.”

Dan loopt hij weg.

Sandra wrijft over haar rode oor. Niemand zegt iets. Lieze kijkt het met grote ogen aan. Is dit zonet echt gebeurd? Dat kan toch niet! Ze probeert zich opnieuw op haar werk te concentreren, maar op haar netvlies ziet ze nog steeds voor zich hoe Mark het oor van Sandra fijn kneep.

Na een paar minuten gespannen stilte fluistert Sandra: “Is hij weg?”

Lieze kijkt schichtig om zich heen.

“Ik zie hem niet,” fluistert ze terug.

“Hij is vast anderen gaan lastigvallen,” grijnst ze. “Ik had hem niet horen aankomen, dom van me.”

“Volgende keer sneller je tabblad sluiten,” bevestigt Tine.

“Is… Ik bedoel… Vinden jullie dit normaal dan? Dat moet toch pijn gedaan hebben!” stamelt Lieze.

“Sja, dat zijn de risico’s,” haalt Sandra haar schouders op.

“Maar…” Lieze kijkt haar ongelovig aan. Staat ze dit echt zomaar toe?

“Het is tijd om te gaan lunchen,” kondigt Tine aan. “Ga je met ons mee?” vraagt ze aan Lieze. Die knikt. Ze slaat haar werk op en staat op om Tine te volgen.

“Altijd je computer vergrendelen als je wegloopt,” waarschuwt Sandra haar. “Als Mark ziet dat er een computer onbewaakt en onvergrendelt achterblijft…” De rest van de zin blijft dreigend in de lucht hangen.

“Dan knijpt hij mijn oor ook fijn?” vraagt Lieze, quasi-luchtig.

“Zoiets…”

“Maar waarom laten jullie dat toe? Dat kan hij toch niet maken!”

“Had hij Sandra een officiële berisping moeten geven dan?” vraagt Tine. “Drie berispingen en je wordt ontslagen. Dit is best een streng bedrijf.”

Lieze kijkt geschrokken. “Zou je daarvoor al een officiële berisping gekregen hebben?” De twee anderen knikken. “Maar Mark lost het anders op, zoals je hebt gezien.”

“Waarom?”

Ze vindt het stom klinken, nog voor de vraag helemaal uit haar mond is.

“Omdat hij ons niet kwijt wil, maar hij wil ons ook niet zomaar met alles laten wegkomen. Hij moet wel resultaten op tafel kunnen leggen, tonen dat zijn team iets bereikt.”

“En wij laten het hem toe, omdat we dit liever hebben dan een officiële berisping. Dit bedrijf is misschien streng, maar ze betalen goed, het is leuk werk … Daar moet je wat voor over hebben. En zo erg is het uiteindelijk niet,” vult Sandra aan.

“Niet erg? Dat zag er toch behoorlijk pijnlijk uit!”

“Sja, ach… Het kan erger.”

“Hoe dan?”

Maar Tine schudt haar hoofd. “Daar kom je vanzelf nog wel achter. Dat is niet aan ons om het je te vertellen.”

De rest van de lunch praten ze over koetjes en kalfjes. Tine blijkt hier al vijf jaar te werken, Sandra twee. Ze maakt ook kennis met de rest van het team, dat volledig uit vrouwen lijkt te bestaan. “Girl power,” grapt Elke. “Dat hebben we nodig, om tegen Mark op te kunnen.” Hier en daar wordt er gegrijnsd, maar verder wordt er niet tegen in gegaan.

Geef een antwoord