Slaagsleutels (3)

Ze is naar alle lessen geweest. Een keer was ze wel haar boeken vergeten (oeps) en een andere les was zo saai dat ze nauwelijks notities heeft genomen, omdat ze bijna in slaap viel. Dat ze de avond ervoor tot 2u was weggeweest, terwijl de les om 9u begon, zal daar wel niet bij geholpen hebben. Maar… Ze is naar alle lessen geweest. Matthias zal geen excuus hebben om haar opnieuw over zijn knie te leggen.
Ze wordt nog steeds rood als ze eraan terugdenkt. En straks staat ze opnieuw oog in oog met hem. Hoe moet ze zich gedragen? Welke houding moet ze zich aanmeten? Ze vindt het allemaal maar ongemakkelijk.
Vorige week, tijdens het etentje met Marie, had het zo natuurlijk geklonken. Maar nu weet ze het niet meer zo zeker. De waarheid is dat ze het nooit zeker heeft geweten. Ze zag gewoon geen andere uitweg dan die tweede afspraak maken. De zenuwen vreten zich een weg door haar buik terwijl het college compleet aan haar voorbij gaat. Ze heeft geen idee waar de professor het over heeft. Maakt niet uit, ze is aanwezig in de les. Meer had Matthias niet gevraagd. Dus hij zou niet moeilijk kunnen doen. Toch?

Iets na 17u staat ze weer in het deprimerende halletje. Ze is een beetje te laat omdat ze nog snel na de les terug naar haar kot is gegaan om een jeansbroek aan te trekken. Die heeft dikkere stof, waardoor ze minder zal voelen, en dan loopt ze ook niet het risico dat de aanzet tot haar billen te zien zal zijn, zoals vorige keer. Niet dat hij haar zal slaan, want ze is naar alle lessen geweest. Dus ze heeft geen straf verdiend.
Ze gaat de wachtkamer binnen en ploft neer op een stoel. Zenuwachtig bijt ze op haar nagels. Was het wel zo’n goed idee om terug te komen? Ze wil hier eigenlijk helemaal niet zijn. Wat als hij straks toch weer… Haar kaken zijn vast nu al vuurrood, dat ziet Matthias natuurlijk ook meteen. Ze kan zich nu al geen houding geven, wat wordt dat als ze straks oog in oog met hem staat?
Nee, nope, echt niet. Geen sprake van. Ze doet dit niet. Vastberaden neemt ze haar handtas, die ze op de stoel naast zich had gegooid, en staat ze recht. Vlak voor ze de klink van de deur wil vastnemen, vliegt deze echter open.
“Kom maar binnen,” begroet Matthias haar. Stik. Te laat. Hij kijkt haar even spottend aan, omdat ze zo vlak voor zijn neus staat en duidelijk terug op weg naar buiten was. Of verbeeldt ze zich dat nu maar?
Nu kan ze in elk geval niet meer zomaar weglopen. Gedwee volgt ze hem naar de andere kamer. Alles ziet er nog hetzelfde uit als vorige keer: hetzelfde imposante, ouderwetse bureau, dezelfde twee harde, houten stoelen, waar ze op plaatsneemt.
“Hoe is het gegaan?” steekt Matthias meteen van wal, nadat hij om het bureau heen is gaan lopen en is gaan zitten. Hij heeft zijn ellebogen op het bureau geplaatst, steunt met zijn kin op zijn handen en kijkt haar aandachtig aan.
“Ik ben naar alle lessen geweest,” antwoordt Joke snel.
“Heel goed!” Matthias kijkt haar glunderend aan. Dan verandert zijn blik. Die wordt… donkerder. “En was je daar wel telkens op tijd? Of kwam je net zoals hier te laat?”
“Ik was maar twee minuten te laat,” vaart Joke uit. “En toch moest ik nog in de wachtzaal wachten, dus wat maakt het uit?”
Ai… Dat had ze misschien beter niet gezegd. Nu wordt Matthias blik pas echt donker. Strak kijkt hij haar aan. Even doet ze een poging om terug te kijken, maar dan slaat ze toch haar ogen neer. “Het maakt uit, omdat het een vorm van respect is om op tijd te komen. Dat ik nog het dossier van de vorige persoon aan het wegstoppen was, doet er niets aan af dat jij hier op tijd had moeten zijn.”
“Het was toch maar twee minuten,” mompelt Joke tegen het donkerbruine hout van het bureau.
“Was je in de les ook telkens maar twee minuten te laat?” vraagt Matthias, met extra nadruk op het woord “maar”.
Nu zwijgt Joke.
“Kijk me eens aan.”
Ze richt haar blik op tot haar ogen de zijne ontmoeten. Wat heeft die man een enge blik. Nee, eng is niet helemaal het woord. Doorgrondend. Alsof hij zo door haar heen kijkt. En dat is eng. Maar er is ook iets anders. Het is niet alleen maar eng. Hij wil haar niet tot de grond brengen, haar vernederen om haar te vernederen. Hij wil tot haar doordringen om haar te helpen. Interesse, dat is het. Hij is oprecht geïnteresseerd in haar. Wil haar helpen om goede resultaten te bekomen. Ook als hij daarvoor even streng moet zijn. En streng is hij zeker.
Joke slikt. Hoorbaar.
“Ik was één keer een kwartier te laat,” zegt ze dan stil. “Maar ik ben naar alle lessen geweest! Daar ging het toch om, niet of ik op tijd zou zijn of niet,” windt ze zich op, terwijl ze hem nu recht aanstaart. Verdorie zeg, ze zou zich toch niet zomaar laten doen. Ze is geen klein kind!
“Jawel, daar gaat het wel om,” antwoordt Matthias rustig. “En dat weet je best. Daar gewoon aanwezig zijn en zitten te slapen, of de helft van de les missen omdat je te laat komt, daar heb je niets aan. Je moet naar je lessen gaan om er wat van op te steken. Anders kun je evengoed je boeken thuislaten en daar wat op je telefoon door Facebook gaan zitten scrollen.”
Wist hij het? Verwonderd kijkt Joke hem aan. Nee, dat kan niet, dat kan hij niet weten. Hij zegt maar wat.
Maar Matthias heeft haar verwarring al gezien.
“Wat?” vraagt hij. “Vertel me niet dat dat exact is wat je gedaan hebt…” Zijn stem klinkt dreigend.
“Eh…” Paniek. Wat moet ze zeggen? Dit gesprek gaat helemaal de verkeerde kant op.
“Joke… Kijk me aan.”
Ze doet een poging om haar blik op te richten, maar meteen als ze de strenge blik op zijn gezicht ziet, laat ze haar blik terugzakken naar het bureau.
Matthias staat op en loopt naar de andere kant van het bureau. Hij torent boven haar uit, terwijl zij kleintjes op haar stoel zit. Met zijn rechterhand neemt hij haar kin vast en tilt hij haar hoofd op, zodat ze niet anders meer kan dan hem aankijken. Dat, of haar ogen sluiten.
“Wil je me iets vertellen?” vraagt hij. Zijn stem klinkt gevaarlijk kalm.
“Eh… Ik, ehm… Ik ben één keer mijn boeken vergeten naar de les,” zegt ze. Ze zou overal willen zijn, behalve hier. Overal willen kijken, behalve naar Matthias, die er schijnbaar heel rustig onder blijft. Ze voelt de bui al hangen.
“Dat kan toch niet,” dondert hij dan. Hij laat haar kin los en neemt haar in plaats daarvan bij de arm. Joke zet zich schrap, ze denkt dat ze wel weet wat er nu gaat komen. Maar ze is verkeerd: Matthias gaat niet zitten en hij trekt haar ook niet over zijn knie. In plaats daarvan marcheert hij haar naar de hoek van de kamer tegenover het grote bureau.
“Ga hier maar even in de hoek staan,” zegt hij. “En denk maar even na over waarom je daar staat. Waarom in de les aanwezig zijn, niet genoeg is. En waarom je dat zelf had moeten weten, aangezien je toch oud genoeg bent om zover na te denken. Je studeert rechten aan de universiteit, je hoort in elk geval zover te kunnen nadenken.”
Hij duwt haar richting de muur. Joke durft niet protesteren. Met haar gezicht naar de muur gericht, blijft ze in de hoek staan. Ze hoort hoe Matthias terug achter zijn bureau gaat zitten. Daar heeft hij vast goed zicht op haar.
“Leg je handen maar op je hoofd,” hoort ze hem zeggen.
Nee… Hoeveel vernederender kan dit nog worden? Even aarzelt ze, maar de spanning in de kamer is om te snijden. Ze durft zich niet te verzetten. Dus brengt ze langzaam haar armen omhoog en legt ze haar handen op haar hoofd, dat ze naar beneden laat zakken tot ze de vloer kan zien.
In de hoek gezet als een klein kind, met haar handen op haar hoofd… Ze is verbijsterd. En ze voelt zich heel, heel, heel klein. Want Matthias heeft gelijk, ze wist best dat gewoon in de les aanwezig zijn niet was wat hij bedoelde. Ze moet opletten en notities nemen.
Na een paar minuten zegt Matthias dat ze zich om mag draaien en naar hem mag komen. Opgelucht haalt ze haar handen van haar hoofd. Ze ontwijkt zijn blik. Ze kan hem nu echt niet aankijken. Met gebogen hoofd staat ze voor het bureau.
“Waarom doe je dit, meisje?” vraagt Matthias zacht. “Waarom saboteer je jezelf zo? Je zit al in de les, dan is het een kleine moeite om ook echt op te letten. Voor mij hoef je niet naar de lessen te gaan. Je moet het voor jezelf doen. Omdat JIJ wil slagen. Niet omdat ik wil dat jij slaagt. Natuurlijk wil ik dat en ik zal er alles aan doen om je te helpen, maar je moet het vooral zelf doen. Ik kan je enkel een duwtje in de juiste richting geven.”
Een traan loopt over Jokes wang. Ze veegt hem weg met de rug van haar hand.
“Ik geloof dat de boodschap begint aan te komen,” merkt Matthias op, terwijl hij recht staat. Hij neemt plaats op de stoel naast Joke. “Volgens mij weet je wel wat er nu gaat gebeuren. Je hebt straf verdiend. Vind je ook niet?” Joke knikt. Ze is bang. Bang voor de pijn, voor de vernedering. Bang om opnieuw over zijn knie te moeten. Maar Matthias heeft wel gelijk. ZIJ heeft de kantjes ervan af gelopen. ZIJ heeft zich niet genoeg ingezet.
“Doe die broek maar uit,” hoort ze Matthias zeggen.
He, wat?! Gealarmeerd kijkt ze op. “Uit,” zegt hij ongeduldig. “Met die dikke stof ertussen voel je er toch niets van. En een echt pak slaag wordt op de blote billen gegeven.”
“Maar…”
Matthias trekt een wenkbrauw op. God, wat kijkt hij streng. “Laat het me niet nog eens zeggen.”
Ze durft niet verder protesteren. Na wat onhandig gefriemel aan de rits trekt ze haar broek naar beneden en stapt ze eruit. Ze legt hem over de leuning van de andere stoel, die waar Matthias niet op zit. Nu staat ze in haar onderbroek voor hem. Nu zou hij zeker het grootste deel van haar billen zien!
“Kom maar over mijn knie liggen,” gebiedt Matthias haar.
Moet ze… zelf? Ze had gedacht dat er niets ergers was dan over de knie getrokken worden, maar zelf moeten gaan liggen. Ze voelt zich diep vernederd. Onhandig plooit ze zich over zijn benen. Matthias wacht even tot ze goed ligt en legt dan zijn rechterhand op haar rechterbil. Ze voelt de warmte van zijn hand door de dunne stof van haar onderbroek heen. Onwillekeurig knijpt ze haar billen samen.
“Dit is straf,” spreekt Matthias haar toe. “Straf omdat je de kantjes ervan af hebt gelopen. Als je naar de lessen gaat, dan moet je opletten, notities nemen. NIET te laat komen, NIET je boeken vergeten zijn, NIET op je telefoon zitten spelen. Is dat goed begrepen?”
Joke knikt. Een harde klap landt op haar rechterbil.
“Ik vroeg: is dat goed begrepen?”
“Auw! Ja!” roept ze.
Een even harde klap landt op haar linkerbil.
“Met twee woorden spreken,” zegt Matthias onverstoord.
Joke is in de war. Twee woorden? Ze snapt het niet.
“Ja ja?” antwoordt ze vragend.
Een salvo aan klappen landt op haar billen.
“Auw auw auw auw auw!” Ze spartelt, maar Matthias heeft haar stevig vast. Ze kan niet weg.
“Dat is dus ‘Ja Matthias’,” zegt hij haar voor. “Laten we dat nog een keer proberen: is dat goed begrepen?”
“Ja Matthias,” antwoordt Joke kleintjes. Ze had kunnen weten dat hij dat bedoelde, maar ze kan niet nadenken in deze positie.
“Goed zo. Ik zal ervoor zorgen dat je dit niet meer vergeet.”
Dan voelt Joke hoe zijn twee handen de rand van haar onderbroek beetnemen en langzaam over haar billen schuiven.
“Nee…” zegt ze, terwijl ze haar handen naar achteren zwaait om haar tegen te houden.
“O jawel, een pak slaag wordt op de blote billen gegeven, dat zei ik net al.”
“Nee,” smeekt Joke weer. Maar haar onderbroek is al tot aan haar knieën afgezakt en Matthias is opnieuw begonnen met slaan. Zijn hand bewerkt elk plekje van haar billen en ook de overgang tussen haar billen en benen.
Het doet pijn. Echt pijn. Veel meer dan vorige keer. Dat was niets geweest, beseft ze nu. Slechts een voorproefje om zijn … methoden duidelijk te maken. Als het niet zoveel pijn deed, had ze gegrinnikt omwille van de pauze voor methoden, maar de situatie is daar nu echt niet naar en het doet veel te veel pijn.
Plots stopt het. Even blijft Joke liggen, daarna probeert ze recht te krabbelen. Oef, het is voorbij. Haar billen zijn vast vuurrood. Maar Matthias houdt haar tegen.
“We zijn nog niet klaar,” zegt hij rustig.
Niet? Maar… Het doet al zoveel pijn! Plots verschijnt er iets in haar blikveld. Het is een soort houten plankje waar enkele gaten in geboord zijn.
“Weet je wat dit is?” vraagt Matthias haar.
Joke schudt haar hoofd. Een harde klap landt op de overgang tussen haar rechterbil en -bovenbeen.
“Auw! Nee Matthias,” corrigeert ze zichzelf.
“Dat is beter,” klinkt het tevreden. “Dit is een paddle. Daar ga ik je nu nog twintig klappen mee geven, tien op elke bil, zodat de boodschap echt goed doordringt, zeg maar.”
Wat? Wil hij haar slaan met dat ding? Ze krijgt echter niet veel tijd om erover na te denken. Even aait het hout over haar beide billen, dan landt de eerste klap op haar linkerbil.
“AAAAUUUWWWW.” Ze schreeuwt het uit. Dit is heel wat erger dan de hand. Ze had gedacht dat het daarnet al pijn deed, maar dit is nog tien keer erger. Wat zegt ze, honderd keer erger. Twintig klappen… Dat overleeft ze nooit!
De ene na de andere harde klap met de paddle landt op haar billen. Joke gilt en kronkelt om onder de slagen uit te komen, maar Matthias houdt haar stevig vast. Ze kan geen kant op.
Eindelijk valt de laatste klap. Snikkend blijft Joke liggen. Haar weerstand is gebroken. Matthias geeft haar even de tijd.
“Sta maar op,” zegt hij dan. “Je mag je broek weer aantrekken.” Zelf loopt hij terug naar de andere kant van het bureau. Nasnikkend wurmt Joke zich in de broekspijpen. Ze grimast even als ze de broek over haar billen trekt. Nu was een rokje stukken comfortabeler geweest. Het voelt alsof haar billen behoorlijk gezwollen zijn. Ze is vast bont en blauw.
“Ga nog even zitten,” wijst Matthias naar de stoel als ze klaar is.
Heel voorzichtig laat ze zich op de harde, houten stoel zakken. Een fonkeling in Matthias ogen wijst erop dat hij een grijns onderdrukt.
“Goed, dan maken we nog een paar afspraken voor komende week,” zegt hij. “Jij gaat naar alle lessen. Je komt op tijd voor alle lessen. Je let op in de les en je neemt notities. Volgende week kom je terug en je neemt je notities mee. Dan kunnen we die samen bekijken om te zien of daar iets aan bijgeschaafd moet worden.”
Joke knikt. Ze neemt zich vast voor om het deze week goed te doen. Helemaal goed te doen. Niet meer de kantjes ervan af te lopen.
Even later staat ze buiten in de zon. Mensen lopen af en aan, komen uit winkels, gaan andere winkels binnen. Gek, hoe de wereld gewoon door is gegaan, terwijl zij daarbinnen was. Terwijl zij in de hoek stond en een pak slaag kreeg. Een blos stijgt opnieuw naar haar wangen. Haar billen gloeien en branden in haar broek. Ze kan niet wachten tot ze op haar kot is en die broek uit kan doen om de schade te inspecteren in de spiegel. Dan krijgt ze haar fiets in het oog en ze kreunt. Ze wil nu echt niet op dat zadel gaan zitten… Dan gaat ze maar te voet. Met haar fiets aan de hand neemt ze zich opnieuw voor om het de komende week echt goed te doen. Dat ze de komende dagen vast pijnlijk zal zitten, zal daar wellicht wel bij helpen om haar eraan te herinneren.

Slaagsleutels (2)

Ze gaat niet terug. Ze maakt geen tweede afspraak. Absoluut niet. Wat denkt die man wel? Haar over de knie leggen?! Dat gaat toch zomaar niet! Neenee, ze gaat echt niet terug. Ze ijsbeert heen en weer op haar kot. Is dit serieus echt gebeurd?
Plots staat ze stil. Vanavond zal haar moeder bellen om te vragen hoe het gegaan is. Wat moet ze haar vertellen? Ze kan toch moeilijk gaan zeggen dat ze als een klein kind over de knie werd gelegd. Dat gelooft ze nooit. Of erger: ze zou misschien vinden dat Matthias er goed aan gedaan had. Nee… Dat niet. Maar ze kan dit echt niet gaan vertellen. Niemand mag dit ooit te weten komen. Maar hoe legt ze dan aan haar moeder uit dat ze geen tweede afspraak wil maken? Dat kan ook niet. Ze zit vast. Geen uitweg mogelijk. En niemand die ze in vertrouwen kan nemen. Want niemand mag dit ooit te weten komen! Ze gaat door de grond als ze er alleen nog maar aan denkt. Zij, Joke, een negentienjarige vrouw, over de knie gelegd door een man die ze nog maar net ontmoet had. Omdat ze niet naar al haar lessen was geweest. Als straf. Het schaamrood stijgt haar opnieuw naar de wangen. Plots kan ze wel inzien hoe dit soort studiebegeleiding werkt. Niemand wil dit een tweede keer meemaken, dus doet iedereen netjes wat er gevraagd wordt. Zoals Marie: die is echt in elke les aanwezig, doet alle opdrachten en ze had heel goede punten bij de examens. Marie! Waarom heeft ze daar niet eerder aan gedacht? Marie weet vast hoe Matthias te werk gaat. Marie is degene die haar naar hem gestuurd heeft, nota bene! Ze moet met haar praten. Misschien kan zij haar helpen om een uitweg te vinden. Of kunnen ze elkaar helpen. Niemand gaat toch vrijwillig terug naar die schoft om een pak slaag in ontvangst te gaan nemen.
Jokes verontwaardiging groeit met elke seconde die ze er meer over nadenkt. Uiteindelijk heeft ze zichzelf zo opgewerkt dat de vier muren van haar kot op haar afkomen. Ze moet hier weg. Ze pakt haar telefoon en haar sleutels en loopt naar buiten.

Marie kijkt niet verbaasd als ze Joke voor de deur ziet staan. “Kom binnen,” zegt ze. “Ik ging eigenlijk net beginnen koken, eet je mee?”
“Eh, wat? Ja, ik… Ja, is goed.” Joke voelt zich nogal overdonderd. Ze was in een opwelling naar Maries kot gegaan en had bij haar aangebeld. Nog geen halve seconde later had ze daar spijt van gekregen, maar voor ze zich kon omdraaien en weglopen, had Marie de deur al opengedaan. Bijna alsof ze haar verwacht had, maar dat kon toch niet? Had Joke haar verteld dat ze vandaag een afspraak had bij Slaagsleutels? Ze zoekt haar geheugen af. Misschien had ze het laten vallen in de les vanochtend, ze weet het niet meer.
Joke legt haar sleutels en telefoon op tafel en laat zich op een stoel neerploffen. Ze grimast. Haar billen zijn nog wat gevoelig door de brute behandeling die ze eerder hebben moeten ondergaan.
Intussen zet Marie een pot water op het vuur en begint ze worteltjes te snijden. Ze schuift Joke een snijplank, mesje en een bundel selder toe. “Snij jij de selder? Ik maak spaghetti. Hopelijk vind je dat lekker.” Joke knikt en gaat aan het werk. Even blijft het stil, op het gehak van de messen op de houten planken na.
“Ben je al bij Slaagsleutels geweest?” vraagt Marie dan.
“Daar kwam ik eigenlijk voor,” zegt Joke. “Wist jij van zijn… “methoden”?” Ze maakt met haar vingers twee aanhalingstekens in de lucht en houdt een pauze voor het woord, net zoals Matthias had gedaan.
Marie schiet in de lach. “O wauw, dat is zo’n goede imitatie,” grinnikt ze.
Joke kan niet anders dan meelachen. Eigenlijk is het ook best grappig, zoals hij dat zegt.
“Maar dat wist je dus?” vraagt ze.
“Ja,” antwoordt Marie.
“Waarom doe je dat? Waarom blijf je daarheen gaan?”
“Omdat het werkt,” antwoordt ze eenvoudig.
Als ze Jokes blik vol onbegrip opvangt, gaat ze verder: “Kijk, jij voelt je rot over je resultaten van vorig semester, toch? En je weet zelf ook wel dat je meer had kunnen doen. Maar dat heb je niet gedaan. En je weet ook dat de kans klein is dat je dat dit semester wel zult doen.”
Joke opent haar mond om te protesteren, maar sluit die daarna weer. Marie heeft gelijk: het semester is nog geen twee weken ver en ze heeft al een les gemist en nog geen enkele opdracht gemaakt. Ze is wel al elke avond uit geweest. Het is nog maar het begin van het semester, dat haal ik nog wel in, denkt ze, maar al terwijl ze het denkt, weet ze dat ze zichzelf wat zit wijs te maken.
“En na zo’n pak slaag, dan voel je je beter. Dan hoef je je niet meer schuldig te voelen of voor de kop te slaan. Dan is het je vergeven en kun je met een schone lei opnieuw beginnen, opnieuw proberen. Al doet het natuurlijk wel verdomd zeer.” Marie trekt een lelijk gezicht.
Joke weet niet goed wat zeggen. Ze snapt wel ergens wat Marie bedoelt. Beschouw dit maar als straf omdat je er vorig semester zo’n potje van gemaakt hebt, had Matthias gezegd. En het had zeker als straf aangevoeld: de vernedering, de pijn,… Maar er was nog iets geweest. Iets wat ze op het moment zelf niet had kunnen benoemen, maar wat door Maries woorden kwam bovendrijven. Zorgzaamheid. Matthias was streng geweest. Ze rilt nog als ze terugdenkt aan zijn doordringende blik, maar hij had haar ook het gevoel gegeven dat hij er voor haar wilde zijn. Dat hij wilde dat ze zou slagen. Dat hij alles zou doen om haar daarbij te helpen en te ondersteunen. Inclusief haar straffen als ze mislukte, om haar te motiveren.
“Maar…” sputtert Joke. “Hij kan dat toch niet zomaar doen?”
Marie haalt haar schouders op. “Blijkbaar wel. Zolang er mensen zijn die naar hem toe gaan… Voor mij werkt het in elk geval. Ook al zie ik vreselijk tegen elke afspraak op,” geeft ze toe. “Het doet ook zo verdomd zeer.”
“En hij kijkt zo streng,” rilt Joke. “Net alsof hij dwars door me heen keek. Ik kon wel door de grond zakken.”
“Zie je wel, je bent er ook bevattelijk voor,” knikt Marie.
Joke wordt rood. Wil ze daar wel bevattelijk voor zijn? Dit gesprek met Marie loopt helemaal anders dan ze verwacht had.
Intussen is de spaghetti klaar. Marie schept twee borden uit.
“Heb je de prof van verbintenissenrecht nu al gemaild?” vraagt ze, het onderwerp veranderend.
“Nog niet,” Joke schudt haar hoofd. “Misschien kan ik hem volgende les gewoon aanspreken?”
“Dan moet je wel gaan,” grijnst Marie.
“Jaja, ik ben niet van plan om vlug nog een les over te slaan.”

Als Joke een uurtje later terug naar haar eigen kot wandelt, weet ze niet meer goed wat te denken. Dit was ook de eerste keer dat ze echt tijd doorbracht met Marie, buiten de lessen dan, en ze vond haar sympathieker dan ze had gedacht. Tijdens het eten hadden ze over koetjes en kalfjes gebabbeld en alle proffen even overlopen. Elk om beurt hadden ze een imitatie ten beste gegeven tot ze allebei niet meer bijkwamen van het lachen. Ja, het was geheel onverwacht een gezellige avond geworden.
Ze is net bezig haar schoenen uit te trekken als haar telefoon gaat. Haar moeder. Om te vragen hoe de studiebegeleiding gegaan was.
“Wel ok, neem ik aan,” antwoordde Joke.
“Hebben jullie ook afspraken gemaakt? Gaat hij je concreet begeleiden? Wanneer ga je terug?” Een spervuur van vragen wordt op haar afgevuurd.
“Hij wil dat ik eerst en vooral naar alle lessen ga. Als ik dan vragen heb, dan kunnen we die samen bekijken.”
“Mooi zo. Houd je er maar aan!” Even klinkt de stem van haar moeder net zo dreigend als die van Matthias. “Wanneer is je volgende afspraak?”
“Daar moest ik morgen voor bellen. Hij had zijn agenda niet bij,” verzint ze snel.
“Hmm…” Hierdoor daalt hij in de achting van haar moeder, weet Joke. Dat kan nooit kwaad… Als ze er dan toch mee wil ophouden, dan is de deur op een kier gezet. Want zonet heeft ze haar eigen lot bezegeld: morgen moet ze bellen om een tweede afspraak te maken. Daar komt ze niet meer onderuit. Ze krijgt er kriebels van in haar buik. Zenuwen. Ze kan maar beter zorgen dat ze écht naar alle lessen gaat deze week…

Slaagsleutels (1)

O-o… Joke staart naar het scherm. Al haar vakken staan opgelijst, met ernaast het behaalde cijfer. En het is niet goed. Helemaal niet goed. In paniek klikt ze de pagina dicht. Ok, dit is niet gebeurd. Ze sluit haar ogen. Dan opent ze haar webbrowser opnieuw en gaat ze naar het studentenportaal. Ze geeft haar studentennummer en wachtwoord in en klikt op “examenresultaten”. Dezelfde lijst verschijnt. De cijfers zijn niet veranderd. Natuurlijk niet. Ze had ook wel aangevoeld dat het niet zo goed was gegaan. Het was haar eerste semester aan de universiteit geweest en ze had geen idee gehad wat te verwachten. Bovendien, aan de universiteit studeren, dat was toch uitgaan, drinken en daarna lang uitslapen? Naar de lessen gaan en uren boven je boeken hangen, nah. Ze had wel een poging gedaan hoor, maar het lukte haar gewoon niet zich te concentreren. De stof was ook zo droog. Daarom heette het waarschijnlijk les-”stof”.
Het volgende semester zou ze het beter moeten doen. Veel beter. Anders zouden haar ouders de geldkraan dichtdraaien en mocht ze gaan werken. “Mocht”, alsof het een voorrecht was. Zonder diploma zou het moeilijk worden om iets te vinden. Iets wat ze wilde doen dan. Ze zou vast wel een baantje aan de kassa bij de supermarkt of als poetsvrouw kunnen vinden, maar daar haalt ze haar neus voor op. Goed dan, volgend semester beter.
“Nu weet ik waar me aan te verwachten,” zei ze tegen haar ouders. “De eerste keer als je examen aflegt aan de unief, heb je helemaal geen idee wat voor vragen er gesteld gaan worden. Veel mensen maken die fout. Maar nu weet ik het wel en zal het beter gaan.”
Haar vader had ongelovig gekeken, maar haar moeder had geknikt. Goed dan. Volgend semester beter, anders ga je volgend jaar gaan werken.
Met een steen in haar maag vertrekt ze op zondagavond opnieuw naar Leuven. Ze is niet de enige met teleurstellende resultaten, leert ze van studiegenoten die eveneens de trein nemen. Geen ramp, vinden de meesten. Dat was te verwachten. Volgende keer beter.
“Ga je straks mee nog wat drinken?” vraagt Stephanie.
“Ik weet niet,” antwoordt Joke. “Morgen heb ik om 9u al college.
“We gaan toch niet lang. En iedereen gaat! Kom gewoon mee!”
“Goed dan.” Stephanie heeft gelijk. Het semester is nog niet eens begonnen, ze kan best wat gaan drinken. Ja, ze moet betere resultaten halen, maar uitgaan is ook deel van het studentenleven.

De volgende ochtend wordt ze om 8u55 wakker. Ze heeft barstende hoofdpijn. En ze heeft al haar kleren nog aan. Blijkbaar heeft ze zonder zich uit te kleden op haar bed laten vallen. Dat bespaart haar in elk geval de tijd die ze normaal nodig heeft om zich om te kleden. Onder dreunend protest van haar hoofd, haast ze zich naar buiten. Ze neemt haar fiets uit het rek en twijfelt even, maar aangezien er geen politie-agent te zien is en ze zo al te laat is, besluit ze om toch maar tegen de richting te fietsen. Dat stomme eenrichtingsverkeer ook. Om 9u07 stormt ze de collegezaal binnen en neemt ze achterin plaats. De prof kijkt even verstoord op, maar reageert niet.

Marie zit enkele stoelen verderop en zwaait even naar haar. Zwakjes zwaait Joke terug. Auw, wat doet haar hoofd pijn. Te veel gedronken natuurlijk. Ze had niet moeten meegaan met Stephanie. Maar het klonk zo verleidelijk. En het was ook erg gezellig.
Veel kreeg ze niet mee van wat de professor vertelde. Gelukkig was het nog maar het eerste college met veel algemene informatie. Niets al te belangrijks dus.
Na de les komt Marie haar tegemoet. “Hoe gaat het?” vraagt ze.
“Koppijn,” antwoordt Stephanie nors.
Marie grijnst even.
“Ik had niet willen komen, maar mijn ouders waren woedend over mijn slechte resultaten. Ik moet het dit semester echt beter doen. Heb ik wat belangrijks gemist tijdens de eerste minuten, voor ik er was?”
Marie schudt haar hoofd. “Nee, hij heeft zichzelf gewoon even voorgesteld. Je weet wel, de gebruikelijke blabla.”
Joke knikt. Oef, dat is al iets. De eerste les heeft ze toch al niets gemist. Goed begonnen,…
“Hoe doe jij dat toch?” kreunt Joke. “Je gaat naar alle lessen, haalt goede resultaten,… Waarom kan ik dat niet? Ik had me vorig semester zo voorgenomen om het goed te doen, maar toch heb ik veel te veel lessen gemist en te weinig tijd aan mijn bureau doorgebracht. Waar haal jij de discipline vandaan?”
Marie kijkt haar even nadenkend aan. Discipline… Het codewoord.
“Tja,” zegt ze. “Mijn studiebegeleider helpt me daar wel bij.”
“Heb jij een studiebegeleider?” Joke kijkt haar verwonderd aan.
“Hij motiveert me om naar de lessen te gaan en om het werk te doen,” legt Marie uit.
“En helpt dat dan?”
“Ja hoor. Het is echt begeleiding op maat. Wacht, ik geloof dat ik zijn kaartje heb zitten.”
Ze rommelt even in haar tas. Een heleboel papiertjes dwarrelen naar de grond.
“Ach, hier heb ik het.” Ze steekt Joke het kaartje toe. “Houd het maar, ik heb het niet meer nodig. Zijn nummer staat intussen in mijn telefoon en het adres ken ik ook al.”
SLAAGSLEUTELS, leest Joke.
“Bedankt,” zegt ze, terwijl ze het kaartje in haar broekzak steekt. “Ik zal er eens over nadenken.”
“Doe dat. Nu moet ik wel naar mijn volgende les, anders kom ik al meteen in het begin van het semester in de problemen.” Met een knipoog verdwijnt Marie naar haar fiets. Joke kijkt haar even na en gaat dan op zoek naar haar eigen fiets. Misschien is die studiebegeleiding nog niet zo’n slecht idee.

De eerste week gaat redelijk goed. Enkel het college op vrijdagochtend haalt ze niet, ook al start het pas om 11u. De eerste donderdagavond van het semester betekent feest en ook Joke kon de verleiding niet weerstaan. Pas na de middag kwam ze uit haar bed gerold. Ach, wel, geen ramp.
De les van 11u is de enige van de dag, dus besluit ze vast te pakken en de trein te nemen. Op het station komt ze opnieuw Marie tegen, die dezelfde trein wil nemen.
“He, ik zag je niet vanochtend bij verbintenissenrecht,” merkt ze op.
“Klopt, ik heb me overslapen. Heb ik iets belangrijks gemist?”
“Ja, nogal. Hij heeft een hele uitleg gegeven over hoe het examen werkt. Bovendien moet iedereen een presentatie houden. We hebben allemaal onze naam op een lijst moeten zetten, zodat hij de onderwerpen kon verdelen.”
“Shit,” kreunt Joke. “Hopelijk wordt die lijst volgende week nog aangevuld.”
“Misschien,” zegt Marie, maar ze kijkt weifelend.
Verdorie, al meteen in de eerste week heeft ze haar slaagkansen voor een vak aanzienlijk kunnen doen slinken. Hopelijk kan ze het nog rechtzetten door een mailtje te sturen naar de prof. Ze kan zeggen dat ze ziek was. Niet helemaal onwaar, aangezien ze ‘s nachts een paar keer heeft overgegeven, ook al kwam het dan door de drank en niet door een virus…

“Hoe was je eerste week?” vraagt haar moeder als ze thuis komt.
“Best goed hoor,” antwoordt Joke.
“Ben je wel naar al je lessen geweest?”
Joke rolt met haar ogen. Het ondervragen begint al.
“Ja-ha. Enkel die van vanochtend niet, ik voelde me echt niet goed.”
Haar moeder kijkt sceptisch. “Te veel gedronken gisterenavond zeker? Dat begint al goed!”
“Hé zeg, heb eens een beetje vertrouwen in me.” Joke zet een beledigd gezicht op.
“Vertrouwen moet je verdienen. Je resultaat vorig semester was beneden alle peil. Dus zolang jij niet toont dat het je menens is, heb ik geen vertrouwen.”
“Wel, ik ga studiebegeleiding volgen.” Meteen nadat ze het eruit gefloept heeft, heeft Joke er al spijt van.
Haar moeder daarentegen kijkt op. Ze lijkt blij verrast. “Kijk, dat bedoel ik,” roept ze uit. “Eindelijk toon je initiatief! Wat een goed idee! Wij zullen het betalen. Maar dan moet je me beloven dat je naar elke sessie gaat.” Plots klinkt haar stem weer streng. “Eén gemiste afspraak en je kunt gaan werken. Zullen we het zo afspreken?”
“Wat? Maar…” sputtert Joke tegen.
“Neenee, geen gemaar. Jij gaat studiebegeleiding volgen. Een schitterend idee! Maak maandag maar meteen een afspraak.” En ze loopt de kamer uit. Joke blijft achter, zichzelf vervloekend om haar loslippigheid. Ze was helemaal niet van plan geweest om naar die studiebegeleiding te gaan. Dat had ze niet nodig, ze kon het best zelf. Ze wilde alleen dat haar moeder haar met rust liet. En nu hing ze eraan vast. Ze zuchtte heel diep.

Maandagavond wil ze net haar jas nemen om de deur uit te gaan, nog even wat gaan drinken met Stephanie, als haar telefoon overgaat.
“Hallo?” antwoordt ze.
“Heb je al een afspraak gemaakt met die studiebegeleider?” Haar moeder valt meteen met de deur in huis.
“Ook hallo,” antwoordt Joke. “En nee, ik heb geen tijd gehad, ik had de hele dag college.” Dat is waar, maar ze had over de middag best even kunnen bellen. Maar toen had ze er geen zin in gehad. Dat zou ze vast nooit hebben.
“Morgen wil ik dat je belt, hoor. Je mag dit niet uitstellen. Morgenavond bel ik je opnieuw en dan kun je maar beter een afspraak gemaakt hebben!”
De telefoon gaat uit. Joke moppert in zichzelf. “Ik zal een afspraak maken, voor over vijf jaar!” Maar ze weet ook dat ze daar nooit mee wegkomt. Als ze niet elke avond een telefoontje wil, dan kan ze maar beter morgen even bellen. De telefoon niet opnemen is geen optie, ze ziet haar moeder er best voor aan om de trip naar Leuven te maken om te controleren of alles wel goed gaat.
Met een binnenmondse vloek trekt ze de deur achter zich dicht. Ze kan wel een biertje gebruiken nu.

“Met slaagsleutels.” De stem is van een man en klinkt warm en vriendelijk.
“Eh goeiedag, met Joke,” stamelt ze. “Ik hoor dat u studiebegeleiding doet en eh ik zou graag een afspraak maken.”
“Dat kan zeker. Even kijken. Ik heb straks nog een gaatje zie ik. Past 17u voor jou?”
“Eh,” aarzelt ze. Vandaag al? Dat is snel. Ze had gedacht minstens twee weken uitstel te krijgen, maar dat zal nu dus niet lukken.
“Ja, goed dan,” geeft ze toe.
“Dan zie ik je straks,” zegt de man. “Zorg dat je op tijd bent!” Plots heeft zijn stem een strenge bijklank.
“Goed,” stamelt ze, maar de man heeft al neergelegd.
Wil ze dit echt gaan doen? Eigenlijk niet, maar ze heeft geen keuze. Haar moeder heeft het duidelijk genoeg gemaakt: geen studiebegeleiding, geen geld meer. En zonder geld kan ze niet verder studeren. Dus ze zal wel moeten.

Om 16u56 staat ze voor de deur. “SLAAGSLEUTELS” staat er in het groot boven. Ze doet haar fiets op slot en belt aan. Uit pure baldadigheid had ze overwogen om vijf minuten te laat te komen, maar ze besloot het toch maar niet te doen, om geen slechte eerste indruk te maken.
De deur zwaait automatisch open. Ze stapt naar binnen in de donkere gang. Een zwak peertje straalt zijn gele licht op de blauwgeschilderde muren. Wat een lelijke kleur. Er zijn drie deuren, twee ervan met een bordje: “wc” en “wachtkamer”. De derde deur heeft geen bordje. Het is net alsof je bij de dokter komt, denkt Joke. Ze legt haar hand op de klink van de wachtkamer en duwt die naar beneden. Het is eigenlijk meer een hok dan een wachtkamer. Er staan slechts vier stoelen en daarmee is de ruimte dan ook helemaal gevuld. In het midden staat nog een klein tafeltje met boeken en folders. Geen tijdschriften of strips, maar informerend materiaal. Saai.
De deur valt vanzelf weer dicht als Joke naar binnenloopt en gaat zitten. Blijkbaar is het niet de bedoeling dat ze kan zien wie er voor haar een afspraak had als die persoon naar buiten komt.
Ze zit echter nog maar net als de deur alweer openzwaait. Een man van eind de twintig met kort, zwart haar staat voor haar. Hij draagt een donkere spijkerbroek met een lichtblauw hemd erboven. De hand die hij naar haar uitsteekt, ziet er verzorgd uit met lange, elegante vingers. Geen korte stompjes gelukkig. Dat vindt Joke belangrijk. Ze verafschuwt mensen met stompige vingers en slordige nagels.
“Jij moet Joke zijn,” zegt hij, terwijl ze zijn hand aanneemt. Hij heeft een stevige handdruk. “Ik ben Matthias.”
“Hallo,” antwoordt ze. Haar stem verraadt haar zenuwen.
“Kom maar verder,” zegt Matthias. Ze mag mee door de deur zonder bordje. Deze kamer is wel ruim, en ook lichter dan de gang en de wachtkamer, ook al zijn de ramen geblindeerd.
Er staat een groot, houten bureau met een bureaustoel erachter en twee houten stoelen ervoor. Tegen de muur links van haar staat een enorme kast, uit hetzelfde donkere hout als het bureau zo te zien. De bureaustoel ziet er een stuk comfortabelder uit dan de houten stoelen, waar Matthias naar wijst om op plaats te nemen terwijl hij zelf in de bureaustoel gaat zitten. Net alsof ze in de jaren vijftig beland en bij de directeur geroepen is.
De stoel is even oncomfortabel als hij eruit ziet.
Matthias kijkt haar aandachtig aankijkt. “Vertel het eens, waarom ben je hier?” vraagt hij.
Ze merkt dat ze het moeilijk vindt om zijn intense blik te beantwoorden, dus praat ze tegen zijn voorhoofd.
“Wel, eh, mijn resultaten van het eerste semester waren niet zo heel goed, dus ik dacht dat studiebegeleiding me zou kunnen helpen.” Ze haalt haar schouders op.
“En hoe kwam het dat je resultaten niet zo goed waren? Was je naar alle lessen geweest?”
Joke voelt dat ze wat begint te blozen. Ze schudt haar hoofd.
“Had je alle opdrachten gemaakt?”
Opnieuw schudt ze haar hoofd.
“Heb je naar je eigen gevoel genoeg gestudeerd voor de examens?”
Nu haalt ze haar schouders op, terwijl ze naar het bureau kijkt. Iets aan Matthias maakt dat ze zich klein voelt. Als hij het zo stelt, klinkt het heel logisch dat ze niet geslaagd is. Maar zo eenvoudig is het nu ook weer niet!
“Het is niet dat ik niet mijn best gedaan heb, hoor,” schiet ze in de verdediging.
“Dat zeg ik ook helemaal niet,” knikt Matthias. “Maar wellicht zie je zelf ook in dat je gedrag niet bepaald voorbeeldig is geweest.”
Ze zwijgt.
“Daar kunnen we samen aan werken, daarvoor ben je hier, is het niet?”
“Ja,” zegt ze. Er klinken veel emoties door in dat ene, korte woordje: opstandigheid, vooral, maar ook iets van vernedering. Een gevoel van tekortschieten.
“Goed,” zegt Matthias. “Ik heb bepaalde… methodes. Die zijn niet voor iedereen, maar ik denk dat jij er wel vatbaar voor zult zijn. Als je na vandaag geen nieuwe afspraak maakt, dan is dat zo, daar zal ik je niet op aankijken. Maar als je na vandaag terugkomt, dan stem je ermee in dat we dit op mijn manier zullen doen. En dan zullen er ook gevolgen zijn als je je niet houdt aan de afspraken die we samen zullen maken. Kun je je daarin vinden?”
Ze heeft geen idee wat hij bedoelt, maar het zal wel zeker? “Ja,” zegt ze daarom. Niet dat ze veel keuze heeft. Als ze geen tweede afspraak maakt, krijgt ze geen geld meer van haar ouders. Dus ze zal wel moeten.
“De eerste vereiste,” gaat Matthias verder na haar bevestiging, “is dat je naar alle lessen gaat. Dat is echt de eerste stap. Als je dat niet doet, dan kun je het al bijna vergeten om te slagen.” Joke is het hier niet mee eens, maar hij klinkt zo vastberaden, dat het haar niet het moment lijkt om tegen te spreken. Ze vindt hem al bij al maar een intimiderende figuur. En toch voelt ze zich vreemd genoeg niet helemaal ongemakkelijk. Iets aan hem maakt dat ze hem wel vertrouwt. Ook al kijkt en klinkt hij best streng.
“Heb je gehoord wat ik zei?”
Geschrokken kijkt Joke op. Blijkbaar had hij het meteen doorgehad dat ze even met haar gedachten elders was.
“Eh, ik moet naar alle lessen gaan?” Het klinkt meer als een vraag dan als een antwoord.
“Klopt en nu ga ik je even een voorproefje geven van wat er gebeurt als je dat niet doet. Op die manier kun je kennis maken met mijn… methodes. Dan kun je beslissen of je nog een tweede afspraak wil maken of niet.”
Opnieuw die rare pauze voor het woord “methodes”. Joke is nu eigenlijk best benieuwd wat hij bedoelt.
Matthias staat op en loopt om het bureau heen. Hij gaat op de stoel naast haar zitten. “Wat er nu gaat gebeuren, is een voorproefje. Een waarschuwing zeg maar. Al kun je het ook als straf beschouwen omdat je er vorig semester zo’n potje van gemaakt hebt.”
Zijn woorden zijn nog niet helemaal tot Joke doorgedrongen – waarschuwing, straf, waar heeft hij het toch over? – als hij haar bij haar arm vastgrijpt en zo over zich heen trekt. Haar benen bungelen over zijn schoot, het bloed stroomt naar haar hoofd dat naar de grond wijst.
“Als je je niet aan de afspraken houdt,” zegt Matthias kalm, “dan beland je over mijn knie en dan krijg je een goed pak slaag.”
Intussen landt zijn rechterhand op haar linkerbil. En daarna op de rechterbil. De dunne stof van haar rok biedt haar niet veel bescherming. Bovendien heeft ze het gevoel dat het vrij minieme kledingstuk wat verder omhoog is gekropen dan wenselijk is, waardoor de aanzet naar haar billen vrij te zien moet zijn.
“Dit kun je niet maken!” roept Joke uit.
“Zeker wel”, zegt Matthias. “Dit is wat er gebeurt als je je onverantwoordelijk gedraagt door niet naar alle lessen te gaan. Dit is wat je nodig hebt, dit is wat je krijgt: gevolgen voor je daden, voor de keuzes die je maakt.”
Intussen slaat hij in een gestaag tempo verder. Haar billen beginnen lichtjes te gloeien. Joke probeert van zijn schoot af te glijden, maar Matthias klemt haar arm op haar rug en doet zijn linkerbeen over haar benen, waardoor ze geen kant op kan. Hij verhoogt het tempo en de intensiteit van de klappen die op haar billen neer regenen.
“Deze week ga jij naar alle lessen, is dat afgesproken?”
“Wat, maar…”
“Geen gemaar, jongedame. Jij gaat deze week naar alle lessen. Is. Dat. Afgesproken?” De laatste drie woorden worden begeleid door de hardste klappen tot nu toe.
“Auw! Ja, ja! Ik zal naar alle lessen gaan!”
Eindelijk laat hij haar los. Snel krabbelt ze overeind. Haar ademhaling gaat in horten en stoten. Haar haar hangt in wilde pieken om haar gezicht, maar ze is te druk bezig met over haar pijnlijke billen te wrijven om daar aandacht aan te besteden.
Matthias kijkt haar onverstoord aan terwijl hij weer in zijn bureaustoel gaat zitten.
“Zo, nu weet je wat ik bedoel, hoe ik te werk ga. Zoals ik daarnet al zei: het is aan jou of je nog een tweede afspraak wilt maken of niet. Je hebt mijn telefoonnummer.”
Joke knikt, helemaal in de war door wat haar net overkomen is.
“Dan mag je nu gaan.” Matthias wijst naar de deur. “En naar al je lessen gaan hoor,” knipoogt hij.

De roe

Het strafinstrument dat Roe genoemd wordt is een bos twijgen die van een boom gesneden zijn, normaal gesproken van een berk. Vers gesneden of gedroogd, met de bladeren verwijderd, is de Roe sinds mensenheugenis in gebruik als instrument om een tuchtiging uit te delen.

De geschiedenis

In het verenigd koninkrijk was het gebruik van de Roe legaal tot 1948 en werd tot 1975 nog steeds gebruikt als strafinstrument. In dat jaar verklaarde het Europese Hof van de Rechten van de Mens het gebruik van de Roe als wreed en niet van deze tijd.

The application of the birch to children in British schools has an equally long history. Our modern image of the birch is principally of the judicial birch. However, the birch rod used traditionally in many families was very different, and compares to the judicial birches as the heavy canes used for adult caning in Singapore compare to the canes used in primary school.

Een gewone Roe die voor de kinderen gebruikt werd, was klein, licht en bestond uit een paar korte twijgjes, hij deed flink pijn maar liet weinig beschadigingen achter. Het werd beschouwd als een veilig en mild instrument, die in het algemeen in de ‘over de knie’ positie gebruikt werd, alhoewel de meeste kinderen hem vreesden vanwege zijn pijnlijke eigenschappen. Toen de kids groter werden, werden de twijgen die uitgezocht werden langer en zwaarder.

De Roe was in veel gezinnen in Noord- en West Europa voor de tweede wereldoorlog te vinden, hoewel er al steeds minder gebruik van gemaakt werd. In de twintiger jaren van de vorige eeuw, was het een zeldzaam gebruikt instrument, die gereserveerd was voor zware misstappen.

De Roe werd in het Victoriaanse Engeland vervangen door het rietje, omdat de gestrafte met de billen bloot moest: de twijgen van de roe zijn alleen maar pijnlijk als ze op de blote huid gebruikt worden. In Engeland werd (en nog steeds) dit als onfatsoenlijk gezien.

True birch twigs are very flexible, knotty and gnarled. For judicial corporal punishment, the executioner would use the heavy birch like a whip, drawing the twigs over the skin. The knots and gnarls, whipped in the skin, will cut it and make the blood flow. It was considered a mild, but degrading judicial punishment often reserved for children and women, particularly “prostitutes” (being pregnant without a man claiming paternity was enough to qualify).

In de Lage Landen (Nederland, Belgie en Noord Duitsland) was een pak slaag met de Roe een typische straf voor ‘hoererij’ en bestond eruit dat het slachtoffer ontkleed werd en veertig klappen met de Roe kreg, totdat het bloed vloeide. De straf werd meestal in het openbaar uitgevoerd, op een verhoging op het marktplein, die in sommige plaatsen nog steeds te vinden is.

De pijn die door de Roe veroorzaakt is aanvankelijk verrassend mild, maar bouwt snel op bij iedere klap. Een pak slaag met de Roe laat aanvankelijk kris kras lopende rode strepen en vlekken op de huid na, evenals kleine schaafwondjes. Als er op deze plaats nogmaals geslagen wordt, zal de pijn flink geïntensiveerd worden over een groot oppervlak.

Een deel van de populariteit van de Roe was ongetwijfeld te denken aan het brede spectrum van toepassingen die hij kende: van een betrekkelijk milde afstraffing tot een flink pak slaag voor een rebellerende vrouw.

De twijg

Ik ben er van ten diepste van overtuigd dat het meest effectieve instrument om een effectief pak slaag mee uit te delen, de onvolprezen twijg is.

Het uitzoeken van de juiste twijg kent meerdere kanten. En goede twijg is en ongeveer een centimeter dik aan de handvat kant en een halve centimeter dik aan het uiteinde. Om te zorgen dat hij zo soepel mogelijk is, dient hij groen van kleur te zijn. Hij moet zo recht mogelijk zijn en ongeveer 50 tot 75 centimeter lang en er moeten zo weinig mogelijk oneffenheden aan zitten. Ik houd ervan om de sub zelf haar twijg te laten uitzoeken. Ik stuur ze erop uit met de opdracht om een paar geschikte twijgen te gaan zoeken die op haar blote billen gebruikt zullen worden. We hebben zelfs een speciale snoeischaar die alleen maar gebruikt wordt om twijgen voor dit speciale doel af te knippen. Wanneer ik deze aan mijn vrouw geef, dan is ze zich er pijnlijk van bewust dat ze een groot probleem heeft. Ik laat haar weten dat wanneer ze terugkomt met twijgen die ongeschikt zijn, dat ze er ter plekke mee op haar blote billen krijgt tot ze gebroken zijn, om vervolgens er weer op uit gestuurd te worden om nieuwe te zoeken.

Twijgen worden geprepareerd door alle zijtakjes, bladeren en oneffenheden te verwijderen. Twijgen worden door de natuur gevormd en niet in een fabriek, ze zullen nooit allemaal even groot en recht zijn. Uitstulpingen op twijgen kunnen ervoor zorgen dat het effect dat ze veroorzaken flink toeneemt. Maar ook zonder deze uitstulpingen is een twijg een niet te onderschatten instrument. Over het algemeen snijd ik wat grotere oneffenheden weg, omdat een twijg ook zonder, afdoende pijn kan veroorzaken.

Als ik er een paar uitgezocht heb, laat ik mijn vrouw de geselecteerde twijgen schoonmaken door ze te boenen met een antibacteriële zeep (ik heb maar zelden de huid kapot geslagen met een twijg – maar het kan altijd gebeuren als een van de slagen verkeerd uitpakt – dus ik wil voor de zekerheid dat de twijg goed schoon en ontsmet is). Vervolgens worden ze in een warm bad gelegd om te weken. Dit zorgt niet alleen dat ze schoon worden, maar vergroot ook de soepelheid, waardoor de effectiviteit ‘pijnlijk’ toeneemt. Ik ben van mening dat de betrokkenheid van mijn vrouw ten opzichte van het pak slaag dat haar te wachten staat, vergroot wordt wanneer ze de twijg die gebruikt zal worden, moet prepareren. Ik vraag haar over het algemeen de twijg een paar keer door de lucht te laten zoeven zodat ze het zwiepende geluid kan horen en zich een voorstelling kan maken hoe hij over haar billen zal zwiepen.

Over het algemeen kondig ik het tijdstip aan waarop het pak slaag zal plaatsvinden. Zo kunnen we bijvoorbeeld ‘s morgens in alle vroegte al op zoek gaan naar een paar geschikte twijgen voor een pak slaag wat in de loop van de middag gegeven zal worden. De vrouw kan dan gevraagd worden de twijgen in het bad goed in de gaten te houden en te zorgen dat het water goed op temperatuur blijft, zodat de ze goed soepel (en daardoor pijnlijk) blijven.

Als je het op die manier aanpakt is het heel goed mogelijk dat een vrouw al moet huilen voor het pak slaag goed en wel begonnen is. Een pak slaag met een twijg laat ik altijd vooraf gaan door een pak billenkoek met de hand. Deze billenkoek begint met niet al te harde, liefdevolle klapjes, die na verloop van tijd steeds harder worden totdat de bips van de vrouw behoorlijk rood is. Dit maakt haar billen niet alleen erg gevoelig voor de twijg, maar het stimuleert tegelijkertijd de doorbloeding in de bips waardoor de kans op blauwe plekken afneemt.

Het is wel voorgekomen dat ik op dat punt het pak slaag afgeblazen heb, omdat ik vond dat de vrouw door de spanning van de straf die haar te wachten stond, al genoeg gestraft was. Nadat ik haar de goede houding had laten aannemen en de twijg een paar keer dreigend door de lucht had laten zoeven, heb ik haar laten weten dat de volgende keer dat ze dezelfde fout zou begaan, ik de twijg daadwerkelijk zal gebruiken maar het voor deze keer zou laten bij een pak slaag met de hand. Maar het is ook voorgekomen dat ik mijn poot stijf gehouden heb en toch de twijg heb laten spreken.


Een stevig, veilig pak slaag uitdelen met een twijg vraagt een bepaalde vaardigheid. Zoals ook bij het gebruik van andere instrumenten is waar je slaat, hoe je slaat en hoe vaak je slaat van het grootste belang. Persoonlijk heb ik een Dominanten training gevolgd. Tijdens deze training droeg mijn vrouw een string. De gebieden waar geslagen mocht worden, bleven op deze manier bloot. Gebieden die door de string bedekt waren, waren verboden gebied en kunnen tot schade leiden als ze geraakt worden. Twijgen hebben niet allemaal dezelfde lengte, dikte en vorm. Extra attentie is dus geboden als de slag in voorbereiding is, het bepalen van de ideale afstand en de positie van de dominante partner zijn hierbij van belang. Voordat ik een twijg hanteer probeer ik em altijd even op een kussen, zodat ik er wat gevoel bij krijg voor ik em op een paar billen gebruik. Ik merk dat vrouwen het doorgaans ook erg op prijs stellen wanneer ze ervaren dat ik zeer voorzichtig en nauwgezet te werk ga. Het grootste gevaar van het gebruik van een twijg zit hem, naast het ‘misslaan’ waardoor  bijvoorbeeld de onderrug geraakt wordt, in het ‘ombuigen’. Tijdens het gebruik van een twijg moet je ervoor zorgen dat het midden van de twijg niet op het centrum van de bips terecht komt waardoor het uiteinde om de heup of het bovenbeen kan krullen. Hierdoor kan de snelheid van het uiteinde van de twijg flink toenemen waardoor lelijke blauwe plekken kunnen ontstaan of de huid zelfs kapot kan gaan – om maar te zwijgen van de ondraaglijke pijn die dit kan veroorzaken.


Slagen met de twijg worden niet uit alle macht toegediend, maar met een soepele polsbeweging en niet zoveel kracht. Over het algemeen houd ik de twijg op ongeveer een meter van de billen en dien de slagen met korte polsbewegingen toe.

De frequentie is belangrijk. Wanneer klappen elkaar heel snel opvolgen, is er een grotere kans op blauwe plekken, ongeacht het instrument dat gebruikt wordt. Ik geloof zelf in de ‘vier seconde regel’. Deze regel zegt dat er bij een pak slaag tenminste vier seconde tijd moet zitten tussen de neerdalende klappen, tenzij men beoogt blauwe plekken te veroorzaken. In het geval van een pak slaag met een twijg pleit ik er zelfs voor de tussenpauzes tenminste 6 seconde, en af en toe zelfs nog langer, te laten zijn. Het effect van een klap met een twijg laat zich pas na een poosje gelden. Het daadwerkelijke moment van contact met de bips doet behoorlijk zeer (over het algemeen wordt hierover gezegd: ‘hij deed mijn adem afsnijden’). In de seconden na de daadwerkelijke klap wordt deze pijn alleen maar intenser. Door tussen de klappen even te pauzeren geven we de billen de gelegenheid om het volledige effect van de klap goed te absorberen en de fysieke schade te minimaliseren.

Wanneer ik een twijg hanteer, dan zet ik het slachtoffer altijd op de één of andere manier vast. Het is voor een vrouw, hoe ervaren ze ook is,  zo goed als onmogelijk om stil te blijven liggen wanneer ze met een twijg een pak op haar bips krijgt. De veiligheid van de vrouw is van het allergrootste belang en onverwachte bewegingen of wegdraaiende billen kunnen voor onbedoelde schade leiden. Ik gebruik hier een zelfgemaakt bankje voor waar zij op kan knielen en gefixeerd kan worden. Ook een poef of een voetenbankje en een paar zachte canvasbanden kunnen goed dienst doen om iemand stil te laten liggen als ze een pak slaag met een twijg krijgen. Een twijg is naar mijn mening niet geschikt om in de ‘over de knie’ houding mee te straffen.

Ik laat een pak slaag met de twijg over het algemeen volgen door met een cooling-down pak billenkoek, vergelijkbaar met het pak slaag om op te warmen voorafgaand aan de twijg. Over het algemeen zeg ik tegen mijn partner dat ze alle tijd van de wereld mag nemen om te bekomen van het pak slaag met de twijg en dat ik haar over de knie zal leggen voor de cooling-down billenkoek op het moment dat zij aangeeft hier klaar voor te zijn. Ze kan dan even haar rust nemen tot ze er aan toe is om me beleefd te laten weten dat ze klaar is om over de knie te gaan om haar straf af te ronden. Over het algemeen is cooling-down billenkoek niet zo heftig, maar na een pak slaag met de twijg wordt het door de meeste vrouwen als behoorlijk heftig ervaren.


Nadat het pak slaag erop zit, is er tijd voor nazorg. Ik doe dit door ijs op de billen te leggen. Een eenvoudige methode is door zakjes met erwten in de vriezer te leggen. Ik leg op iedere bil zo’n zakje. Ik wacht tot het ijs helemaal ontdooit is en smeer de bips vervolgens in met Aloë zalf. Uiteraard is de mentale nazorg even belangrijk als de zorg voor haar billen. Dit doe ik door haar stevig beet te houden, te kalmeren, gerust te stellen, te vergeven, enzovoort. Je kunt hier na de intense ervaring van een dergelijk pak slaag beiden erg aan toe zijn. Omdat zo’n pak slaag over het algemeen gegeven wordt om een gedragsverandering tot stand te brengen, zal het tegelijkertijd resulteren in een sterk emotionele binding tussen beide partners.


Veel vrouwen vragen zich af of ze de pijn van de twijg wel kunnen verdragen. Zoals je hier boven kunt lezen, is een pak slaag met een twijg een heftige ervaring.  Ik vraag me daarbij af: als we het over ‘echt straf’ hebben, is het dan een issue, of de pijn te verdagen is? Ik heb vrouwen meegemaakt die door middel van een pak slaag doelen wilden behalen (bijvoorbeeld: stoppen met roken, afvallen, minder drinken, enzovoort). Na één keer, en in sommige gevallen na twee keer een pak op de billen met een soepele twijg te hebben gehad, en de wetenschap dat de twijg iedere keer als zij zich niet aan de afspraken houdt in actie komt, zal zorgen dat gedragspatronen doorbroken worden die tot dan toe heel hardnekkig gebleken zijn.

Het rietje / de cane

Het rietje (een cane) een is uitstekend instrument om een pak slaag toe te dienen. Een rietje is gemaakt van rotan, is ongeveer 75 tot 120 centimeter lang en kent een dikte variërend van 0,6 tot 1,2 centimeter. Sommige rietjes hebben een gebogen uiteinde zodat ze opgehangen kunnen worden. Anderen zijn recht en hebben een handvat van kurk of leer en hebben soms een lusje om aan te hangen.

Een rietje is erg buigzaam en kan in een koffer of een grote tas vervoerd worden of in een la bewaard worden. Zodra het rietje tevoorschijn gehaald wordt zal deze langzaam zijn oorspronkelijke vorm aannemen. Een rietje van goede kwaliteit zal vele jaren meegaan en niet uitdrogen zoals een tak van een wilg of een berk. Een rietje is een instrument wat niet veel lawaai maakt (voor de ontvangster geldt waarschijnlijk een ander verhaal) in vergelijking tot een paddle of een leren riem, zodat het een ideaal instrument is voor situaties waar de geluiden van een toegediende straf niet gehoord mogen worden.

Ik zal de discussie over de rituelen die gevolgd kunnen worden uit de weg gaan, omdat die voor iedereen verschillend zijn. Je moet er voor zorgen dat je voldoende ruimte hebt zodat het rietje geen obstakels kan raken wanneer deze gebruikt wordt. Een soepele pols is nodig om het rietje met optimale snelheid neer te laten komen. Door de buigzaamheid van het instrument kan het slachtoffer gemakkelijk op haar heupen geraakt worden. Het is daarom van belang het topje van het rietje op de billen neer te laten komen.

Normaal gesproken wordt het rietje gebruikt op de billen en de bovenkant van de bovenbenen. Het rietje is bijzonder effectief wanneer het neerkomt op de overgang tussen billen en bovenbenen. Wanneer voldoende kracht gebruikt wordt zal een witte, op de huid liggende striem op de bips van het slachtoffer ontstaan, die na ongeveer een halve minuut rood zal kleuren.

In tegenstelling tot andere instrumenten, zal de pijn na het neerkomen van het rietje in de volgende halve minuut steeds verder intensiveren. Hierdoor is het goed een pauze in te lasten tussen de slagen, om er zorg voor te dragen dat de ontvangster de voorgaande klap goed voelt.

Na verloop van tijd en afhankelijk van de kracht die gebruikt wordt, zullen de striemen een donkere kleur aannemen en zullen blauwe plekken ontstaan. Deze blauwe plekken zullen gewoonlijk na ongeveer een week verdwenen zijn. Als de striemen een probleem vormen, zal het gebruik van minder kracht nog steeds pijnlijk zijn zonder dat er blauwe plekken ontstaan. Billen die een flink pak slaag met het rietje hebben gekregen zullen een aantal parallel lopende striemen te zien geven van het midden van de bips tot de bovenkant van de bovenbenen. Als je een eerder toegebrachte striem raakt, zal een diamantvorige blauwe plek ontstaan op de plaats waar de striemen elkaar kruisen. Voorzichtigheid is geboden omdat het raken van een vorige striem bloedblaren kan geven of de huid kan breken.

De vrouw die een pak slaag met het rietje krijgt kan gevraagd worden om zich voorover te buigen met haar handen aan haar enkels, maar normaal gesproken zal ze zich over een meubelstuk zoals een bed, keukenstoel, bank, tafel of bureau moeten buigen. In enkele gevallen zullen de handen en/of de benen van de ontvangster vastgezet worden.

In Engeland is het traditie dat het aantal klappen een 6 of een meervoud hiervan bedragen, met een maximum van 24 (dit veronderstelt een krachtig pak slaag, meer slagen kunnen worden toegediend als minder hard geslagen wordt). In geval van ernstige ongehoorzaamheid kan soms het maximum van 24 worden overschreden.

Waarom het rietje?

Het rietje verving in de Victoriaanse tijd de roe. Er waren hiervoor een aantal redenen:

1. De beschikbaarheid. Engelse en Nederlandse handelaren dreven handel met het Verre Oosten en begonnen rotan, dat gebruikt werd voor het vervaardigen van meubels te importeren.

2. Zedigheid. Een pak slaag met de roe moet op de blote bips toegediend worden en de Victorianen voelden zich ongemakkelijk bij deze ontbloting. Een rietje is ook heel effectief als het op de onderbroek of zelfs op een spijkerbroek gebruikt wordt.

3. Duurzaamheid. Een bos berkentwijgen, ook als ze geweekt worden in zout water, vallen uiteen na een paar keer gebruikt te zijn. Eén enkel rietje kan letterlijk honderden billen bezoeken. Wanneer het uiteinde begint te splijten wordt het simpel een eindje ingekort en kan het rietje weer tijdenlang mee.

4. Effectiviteit. Een pak slaag met de roe dat flink indruk moet maken, duurt vele tientallen slagen. Het dankt zijn effectiviteit aan de opbouwende sensatie van honderden kleine krasjes en schrammetjes. Zes harde striemen met het rietje zijn echter voldoende voor een onvergetelijke ervaring. Ieder klap telt. De buigzaamheid van een rietje zorgt ervoor dat het topje wel 300 kilometer per uur kan halen.

5. Er is een redelijke verhouding tussen pijn en schade. Het gladde uiterlijk van het rietje, zijn ronde oppervlak, het lichte gewicht en de snelheid zorgen dat hij een ongekende indruk kan maken zonder noemenswaardige schade aan te richten. Een intense pijn en een paar dagen ongemakkelijk zitten –een prima herinnering voor de deugniet- kunnen worden toegediend en veroorzaken slechts een paar striemen die al snel zullen verdwijnen.

Een goed rietje uitzoeken

Een in de praktijk goed bruikbaar rietje is ongeveer 0,6 tot 1,2 centimeter dik. (Hoe dunner, hoe pijnlijker) en is tussen de 75 en 120 centimeter lang. Nadeel van een langer rietje is dat het veel oefening kost om hem goed te kunnen controleren. Een groot voordeel van het rietje is dat deze weinig kabaal maakt, een belangrijk aspect als je slaapkamer dunne wanden heeft en er zich nieuwsgierige buren aan de andere kant ervan bevinden (Het kabaal van het slachtoffer is overigens een heel ander verhaal).

Een goed rietje hoeft niet pijlrecht te zijn. Als je er eentje uitzoekt, laat je hand er dan overheen glijden en let op de oneffenheden. Een paar uithalen geeft je een indruk van zijn buigzaamheid. Probeer het rietje niet in een volledige cirkel te buigen, hier beschadig je hem mee.

Sommigen hechten aan een gebogen handvat zodat het rietje als een permanente waarschuwing aan de muur gehangen kan worden. Een lusje aan het handvat van een recht rietje kan het zelfde doel dienen.

Het onderhoud van het rietje

Rietjes worden gewoonlijk geschuurd om alle oneffenheden en knobbels bij de aanhechtingen weg te nemen. Een ‘geschild’ rietje, die ontdaan is van de harde buitenkant, is minder zwaar en dus minder pijnlijk en kan een goed instrument voor beginners zijn. Hij is ook fragieler en zal daarom vaker op het voorkomen van splinters onderzocht moeten worden. Omdat hij onbeschermd is, zal hij als een spons lichaamsvocht opnemen en moet daarom voorbehouden blijven voor lichte toepassingen of het gebruik moet beperkt blijven tot één bips. Het rietje behandelen met een dun laagje vernis of lak zal voorkomen dat hij lichaamsvocht opneemt. Als oneffenheden en knobbels niet worden weggenomen zal het rietje waarschijnlijk meer schade toebrengen dan bedoeld.

Rietjes moeten iedere paar maanden een etmaal met het uiteinde in een laagje water staan. De vezels zullen het water opnemen en zo zal voorkomen worden dat het rietje uitdroogt en het uiteinde gaat splijten. Het uiteinde kan afgerond worden, maar zorg ervoor dat het glad geschuurd is voor gebruik. Het tapen van het uiteinde voorkomt splijten.

Technieken in gebruik

Er is verbluffend weinig kracht nodig om te zorgen dat zij zich het rietje nog een poos zal herinneren. Neem hierbij meer een zweep dan een stok in gedachten, denk meer aan badminton dan aan tennis. Een beweging alleen afkomstig vanuit de pols (als je een soepele polsbeweging hebt) is voor de meeste billen al genoeg. Een combinatiebeweging uit pols en onderarm kan een flinke striem opleveren. Een korte polsbeweging vlak voor het moment van contact is een echte tranentrekker. Als mensen vroeger een pak slaag uitdeelden hielden ze soms een boek onder hun arm geklemd om de kracht van de slagen wat in de hand te houden.

Oefen eens op een kussen zodat je kunt zien waar de slagen neerkomen. Richt een paar centimeter van het uiteinde van het kussen omdat een flinke tik ertoe leidt dat het uiteinde omkrult. Leg het rietje op de plaats die je wilt raken, tik deze aan, haal terug en laat hem vervolgens op bijna natuurlijke terugsuizen naar de oorspronkelijke plaats zonder veel extra kracht te gebruiken. Laat op het laatste moment de snelheid toenemen door een subtiele polsbeweging. Begin iedere tik door het rietje terug te halen van het doel. Laat het laatste derde deel van het rietje op het kussen neerkomen, maar voorkom dat het uiteinde het kussen raakt. Wanneer je merkt dat je controle over het rietje begint te krijgen, is het tijd om zelf te gaan experimenteren.

Als je een goede controle over het rietje hebt, is het tijd om te gaan oefenen op de door kleren bedekte billen van je partner. Laat haar een brede leren riem dragen om haar nieren te beschermen. Sta erop dat ze je feedback geeft. Je gaat in eerste instantie voor “Mmmmmmm!” Je kunt het uiteinde van het rietje bewerken met een krijtje. Zo kun je precies zien waar de striemen terecht komen. Op Engelse scholen werd dit gehanteerd om er voor te kunnen zorgen dat er steeds op dezelfde plaats geslagen kon worden, een zeer sadistische werkwijze die extreem pijnlijk was en leidde tot diepe en langdurig zichtbare striemen. Het is beter om de klappen te spreiden.

Ga aan de zijkant en een beetje voor het doel staan, zodat de verste bil niet alle kracht te verwerken krijgt. Het ideale resultaat is een striem die mooi over beide billen verdeeld is. Omdat dit moeilijk realiseerbaar is, zou je afwisselend de forehand en backhand techniek kunnen gebruiken, om beide billen evenredig te bedelen. De plooi tussen de billen en dijen, is uiterst gevoelig, net als de achterkant van de dijen, omdat zij niet over eenzelfde natuurlijke vetlaagje beschikt als de bips. Als je van plan bent om die plekken te bewerken, is het aan te bevelen minder kracht te gebruiken.

Variatie in slagen

Er zijn hoofdtechnieken in het gebruik van het rietje. De traditionele Engelse stijl, die uitgaan van het gebruik van veel kracht, zonder opwarming, terwijl de West Coast school de gebruikte kracht voortdurend afwisselt. Velen beweren dat in het gebruik van het rietje geen tussenweg bestaat – dat er hard of zacht geslagen wordt. In mijn streven mijn partner met de juiste maat te straffen (ze is een liefhebster van het rietje maar heeft een lage pijngrens) ben ik er met enige oefening in geslaagd de gulden middenweg te bewandelen.

Een rietje heeft een natuurlijk ritme, hetgeen van pas komt voor het geven van een soort massage van hele snelle tikjes. Met een geoefende pols kun je eindeloos variëren in kracht en onverwacht hardere tikken uitdelen om haar alert te houden. Deze “massagetechniek” is een uitstekende manier om te leren de kracht te beheersen. Deze techniek is ook een goede opwarming voor de hardere klappen.

Harde klappen vragen om een bepaald ritueel, zowel in het geven als in het ontvangen. Voor sommigen, is een formeel ritueel van essentieel belang bij een pak slaag met het rietje. Het ritueel begint met de opdracht, “Doe je broek naar beneden, ga gebukt staan” Een laaghangend shirt wordt omhoog geschoven.  Het onderbroekje wordt langzaam door de partner omlaag geschoven. Of deze blijft op zijn plaats met de belofte dat hij alsnog naar beneden gaat als zij zich niet aan de regels houdt. De spanning wordt verder verhoogt als een angstaanjagend fluiten klinkt als hij het rietje door de lucht laat zoeven.

De positie is meestal voorover gebogen, zodat verdwaalde klappen niet op de rug terecht zullen komen. (Richt vooral laag om niet het risico te lopen het stuitje te raken.) Bukken spant het vlees van de billen aan, zodat de tik een scherpe pijn veroorzaakt. Op de buik liggen is een goede positie voor beginnende caners omdat neerwaartse gerichte klappen gemakkelijker te sturen zijn, en de huid van de billen niet aangespannen wordt, waardoor het natuurlijke vetlaagje meer bescherming biedt. Een kussen kan tegen de verste heup aangelegd worden om te voorkomen dat het rietje zich om de heup krult.

Harde klappen dienen langzaam toegediend te worden. De pijn is tweeledig: de pijn wordt gevoeld wanneer het rietje op de bips neerkomt en na enige tijd de brand als de samengeperste zenuwen terugveren. Voor masochisten, staat de sensatie van een perfecte tik gelijk aan een orgasme. Wacht tot de pijn tot volledige wasdom is gekomen voor je de volgende uitdeelt.

Klappen worden over het algemeen uitgedeeld in groepen van zes. Soms moet de vrouw ze hardop meetellen. “Eén. Dankjewel. Mag ik de volgende?” Extra klappen worden toegediend in het geval van verkeerd tellen, niet in positie blijven of een hand voor de bips houden. De vrouw wordt maar zelden vastgezet omdat het in positie blijven onderdeel is van het strafritueel.

Decoratieve resultaten

Het is gebruikelijk om een patroon te laten ontstaan van dicht naast elkaar liggende evenwijdige striemen. Iedere striem in het bezit van dubbele dubbele rode randen,  als bewijs van je vakmanschap. Een ervaren caner kan strepen produceren die de ontvangster uren, dagen, of weken plezier geeft. “Overlappen” is een duivelse techniek waarbij diagonaal toegebrachte striemen elkaar kruisen waarbij diepblauwe plekken ontstaan waar de lijnen elkaar snijden. (Nb, mocht er bloed ontstaan, dan moet het rietje zorgvuldig worden ontsmet, maar het uitgangspunt is dat dit vermeden dient te worden.) Na de laatste klap kan de vrouw worden verplicht in positie te blijven en is het streng verboden de bips te wrijven. In sommige gevallen is het  gebruikelijk dat zij het rietje moet kussen om haar uitdrukkelijke dank uit te spreken voor de inspanningen van haar bestraffer.

De tawse

De tawse (ook wel bekend als taws) was een traditioneel strafinstrument in de Schotse scholen van het eind van de 19e eeuw totdat het pak op de billen op school verboden werd in de periode tussen 1994 en 1998. Verder werd het instrument in de Schotse gezinnen gebruikt.

De tawse is in feite een strook leer (en in Schotland werd het woord “tawse” alleen in juridische situaties gebruikt, in het alledaagse spraakgebruik werd gerept van “de riem” of “de strap”), waarvan de laatste 25 centimeter ingesneden werd, waardoor twee tot vier smalle stroken ontstonden.

Oorspronkelijk werd de tawse gemaakt door iedere willekeurige zadelmaker, maar degene die door ene Philps in het Schotse plaatsje Lochgelly, dat ten noorden van Edinburgh ligt, werden gemaakt, werden beroemd. De naam Lochgelly werd onlosmakelijk verbonden met de tawse. Later werd het bedrijf overgenomen door de familie Dick en bleef in bedrijf tot het in 1994 gesloten werd. Zij waren natuurlijk niet de enige producenten, maar wel de meest beroemde.

Hoe de Lochgelly tawse eruit zag? Het was een strook leer, tussen de 3 en de 5 centimeter breed, 7 millimeter tot 12 millimeter dik en 50 tot 65 centimeter lang. Ze waren van de allerbeste kwaliteit en gemaakt van de beste leersoorten. Ze konden twee tot vier tongen hebben die ongeveer 25 centimeter lang waren. Aan de andere kant was een soort vernauwing waardoor een handvat ontstond en er zat een gaatje in waarmee ze aan een spijker aan de wand gehangen konden worden.

Ze werden gemerkt, afhankelijk van hun dikte met een “L” (light) “M” (“medium”), “H” (“heavy”) “X” (“ extra heavy”). Door de verschillende dikte, lengte en het aantal tongen had de firma Dick 12 verschillende modellen, waarmee de leraren in de verschillende behoeften konden voorzien qua leeftijd en aard van het gedrag van de leerlingen.

Omdat het vee steeds jonger geslacht werd en de huiden steeds dunner werden, was Dick in de laatste jaren gedwongen twee leren stroken op elkaar te stikken. Ook importeerde hij buffelhuiden uit Amerika.

Op de scholen werd de tawse over het algemeen op de handen gebruikt. De leerling moest zijn armen uitstrekken met de handpalmen naar boven, de ene hand onder de andere. De leraar legde de tawse over zijn schouder en bewoog deze vervolgens krachtig naar voren en omlaag en sloeg de leerling op zijn hand en vingers. De pijn was scherp maar trok snel weg en bleef maar een uurtje zachtjes nagloeien. Als de leraar een langer durend effect wenste, dan sloeg hij een stukje verder waardoor het uiteinde van de tawse op de pols neerkwam, waardoor blauwe plekken ontstonden. Gewoonlijk kon het kind op een extra portie rekenen als deze blauwe plekken door zijn ouders gezien werden.

Anders dan bij het rietje in Engeland dat over het algemeen alleen door de hoofdmeester gebruikt werd, hadden de Schotse leraren over het algemeen de vrijheid de tawse te gebruiken wanneer het hen goeddunkte. De leerling werd voor de klas geroepen, moest zijn straf in ontvangst nemen en kon daarna terugkeren naar zijn plaats. Soms moest een kind mee naar de gang en kreeg daar een pak slaag. Het instrument werd bij meisjes net zoveel gebruikt als bij jongens. De straf werd een “belting” genoemd.

Thuis werd de tawse over het algemeen op de billen gebruikt, in de gebruikelijke posities en meestal op de blote bips. Als het instrument op die manier gebruikt werd, had deze een behoorlijke impact, maar bracht minder schade toe als het rietje. Er waren nog een poosje blauwe plekken te zien waar de uiteinden van de tongen geland waren.

De martinet

De martinet die we hier beschrijven is een traditioneel instrument voor huiselijke discipline in Frankrijk. Hij wordt ook wel de “kinderzweep” genoemd. 

Het is een strokenzweep met een handvat van ongeveer 25 centimeter lang, met 6 tot 12 iets langere leren veters. De stroken waren soms ook van touw dat met behulp van zeep stug gemaakt was.


Tot voor kort werden ze verkocht in dierenspeciaalzaken of in de dierenafdeling van warenhuizen en supermarkten, ook al is het helemaal niet bekend dat ze ooit gebruikt zijn om huisdieren te bestraffen. Wanneer je er eentje kocht, wist iedereen waar hij voor bedoeld was.

Zijn naam zou afkomstig kunnen zijn van “marteau” hamer, waarbij martinet dus een kleine hamer was. Sommigen denken dat de naam te danken is aan Jean Martinet, Inspecteur Generaal in het leger van Lodewijk de veertiende in de 17de eeuw, een legerofficier die bekend stond om zijn strenge discipline waaraan hij zijn troepen onderwierp (en die, waarschijnlijk niet toevallig, gestorven is door vriendschappelijk vuur). Maar de martinet is te licht om als strafinstrument in het leger gediend te hebben, ook al werd zijn naam soms ook gebruikt voor “de kat met de negen staarten” die wel bekend was in het Franse leger, net zoals in de legers van de meeste Europese landen.

De martinet werd in het Franse leger wel gebruikt, maar niet voor straf. Het behoorde in het leger tot de standaarduitrusting als hulpmiddel om vuil van het uniform te kloppen. Voor thuisgebruik wordt vermeld dat de martinet gebruikt werd om kleden uit te kloppen. Net als de mattenklopper in ons land werd hij vervolgens getransformeerd tot strafinstrument omdat hij handzaam en effectief was.

Volgens schriftelijke overleveringen werd hij op scholen gebruikt om te straffen, zoals de roe en het rietje in andere landen gebruikt werd. In de Jezuïeten scholen in de zestiende eeuw moest de leerling met zijn broek en onderbroek naar beneden over een stoel buigen, waar hij door iemand in positie gehouden werd (“le teneur”) terwijl een ander (“le fouetteur”) hem een pak slaag met de martinet gaf. Het aantal slagen dat gegeven werd varieerde van 40 tot 200 en soms wel 300, terwijl een gemiddeld pak slaag bestond uit 70 tot 80 slagen, die hard en langzaam werden toegediend.

In de huiselijke omgeving werd hij vooral gebruikt om  een snelle correctie toe te dienen op de benen of de kuiten. Maar het werd ook op de bips gebruikt, bloot om schaamte aan de pijn toe te voegen en omdat hij te licht was om over de kleding toe te passen. Het schijnt dat de martinet ook gebruikt werd om de fouten van de dienstmeiden te corrigeren.


De meeste Franse volwassenen herinneren zich de martinet omdat deze in de meeste Franse huishoudens aanwezig was. Om mee te straffen of in ieder geval om af te schrikken. De meeste kinderen die er al eens kennis mee gemaakt hadden, hem aan de muur hadden zien hangen of alleen maar het dreigen ermee door een boze ouder en de spanning hoe hij aan zou voelen, zorgde ervoor dat de meeste kinderen zich keurig gedroegen.

Hetzelfde instrument heette in Duistland Klopfpeitsche en in Westfalia Siebenstriemer. Ook daar werd hij door soldaten gebruikt om het uniform uit te kloppen. Ook wordt genoemd dat hij werd gebruikt om kinderen te bestraffen.

In Nederland werd hij een kledingklopper genoemd. Hij werd over het algemeen gebruikt om stof uit te kloppen, bijvoorbeeld uit kussens. Er wordt beweerd dat deze ook gebruikt werd om kinderen mee te dreigen. Wij denken dat hij voor meer doeleinden gebruikt werd dan dreigen alleen, omdat we denken dat hij weinig indruk zou maken als het bij dreigen alleen zou blijven.

Het is goed mogelijk dat de martinet in meer landen bestond.

De naam martinet wordt in de Franse BDSM scene tegenwoordig gebruikt voor een zweep met meerdere stroken die bedoeld is voor erotische zweepsessies, zoals de flogger in Engelstalige landen, ook al hebben deze modellen veel meer stroken dan de ouderwetse martinet. Hetzelfde geldt in Duitsland voor de Klopfpeitsche.

De mattenklopper

Een mattenklopper is een gebruiksvoorwerp voor het reinigen van kleden dat uit rotan strengen opgebouwd is en qua vorm aan een tennisracket of een klaverblad doet denken. Het aantal strengen wilgentenen bepaalt hoe stug of hoe slap de mattenklopper is. Als het gevlochten deel (niet de steel) met twee wilgentenen is gemaakt, spreekt men van een 2-slag mattenklopper.

Een 2-slag mattenklopper is erg slap, een 3-slag mattenklopper met 3 strengen wilgentenen is het meest gebruikt, een 4-slag mattenklopper is stevig.

Vroeger werd de mattenklopper vaak hangend tegen de gevel van de woning of schuur bewaard. Zo kreeg deze regelmatig een fris regenbuitje te verwerken, hetgeen voorkwam dat hij uitdroogde en daardoor snel stuk ging.

Moderne mattenkloppers zijn vaak van plastic gemaakt.

Om de mattenklopper te gebruiken moet het kleed naar buiten gebracht worden, over een waslijn of droogrek gehangen worden en vervolgens krachtig uitgeklopt. Hierdoor wordt stof en ander vuil uit het kleed verwijderd.

In de tweede helft van de twintigste eeuw raakte de mattenklopper langzaam in onbruik door de opkomst van de stofzuiger. Een mattenklopper wordt niet veel meer verkocht, droogrekken zijn helemaal niet meer te vinden.

Tot de late jaren 70 werd de mattenklopper in veel gezinnen veel gebruikt om kinderen en jongeren een flink pak slaag mee te geven. Hoewel hij minder pijnlijk was als het rietje, stond hij toch als heel effectief te boek, vooral als hij op de blote billen gebruikt werd.

De mattenklopper als hulp bij de opvoeding werd vooral gehanteerd in Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Italië en de Scandinavische landen.

Getuigenis:

Zo nu en dan sloeg mijn moeder mij met haar harde handen een paar hele rode billen. Dit deed heel erg zeer maar dan kwam ik er eigenlijk nog genadig van af.

Want als ze mij streng naar boven stuurde om mijn pyjama aan te trekken dan wist ik al dat ik een ontstellend pak slaag met de mattenklopper ging krijgen. Naar boven, pyjama aan en weer snel naar beneden anders kreeg je extra. Beneden zwaaide ze dan de keukendeur open en riep dan altijd luid dat ik wel wist wat ik moest gaan halen. Heel vernederend op bijvoorbeeld een mooie zomerdag om achter in de tuin de mattenklopper uit de schuur te moeten halen. De buren konden soms fijn meegenieten, heel vernederend. Dan greep ze me bij mijn bovenarm en zonder pardon begon ze te meppen. Als ik probeerde weg te stappen (doe je automatisch als het zo erg zeer doet) kneep ze nog harder in mijn arm en beloofde extra slaag als ik niet “stil” zou staan. In een minuutje tijd (het leek altijd wel een eeuwigheid) sloeg ze mij dan enkele tientallen keren met de mattenklopper ongenadig op mijn pyjamabroek.

Als het eindelijk stopte brandden mijn billen of ze in de fik stonden en sommeerde ze mij om de mattenklopper weer weg te brengen naar het schuurtje. Nogmaals, maar nu met een behuild gezicht kon je dan nog een keer de tuin doorlopen. Vaak hadden buren enzo mee kunnen genieten van mijn geschreeuw en gesmeek om te stoppen met slaan, ik schaamde mij dan heel erg… Als het ritueel achter de rug was dan stuurde ze mij voor de rest van de dag naar bed. Brrrr, als ik er nog aan terug denk… Het gebeurde niet zo vaak, maar ik schat dat ze mij toch een keertje of 5 à 6 zo erg te pakken heeft gehad.

HD

Hoewel de mattenklopper een grote symbolische waarde heeft vanwege zijn oer-Hollandse karakter, is het niet het meest geschikte instrument om een pak slaag mee uit te delen. Dit komt vooral omdat de mattenklopper vrij groot is, waardoor de randen onvermijdbaar de onderrug of bovenbenen raken, waar hij gemene blauwe plekken kan nalaten.

Vanwege zijn afmeting is de mattenklopper vooral geschikt om een paar flink uit de kluiten gewassen billen te bewerken.

De mattenklopper is online te bestellen: http://www.kwantum.nl

De mattenklopper als symbool

De mattenklopper is het symbool geweest van het Simplisties Verbond, een fictieve organisatie waarmee Kees van Kooten en Wim de Bie op de beeldbuis verschenen. De mattenklopper stond voor het uitkloppen van stoffige zaken en het bestraffen van zaken die niet in orde zijn.

De mattenklopperring

In Surinaamse kringen wordt de zgn. mattenklopperring gedragen. Deze ring dankt zijn naam aan de vorm, die aan een mattenklopper doet denken.

De mattenklopperring van de Surinamers stamt af van de Mandinka(Mandingo) stam, deze ring staat symbool voor het volwassen worden wanneer een jongen een bepaalde leeftijd was dan onderging hij een bepaald ritueel. Bij dat ritueel was werd de mattenklopper van vader naar zoon gegeven het was toen nog geen ring maar een kleding stuk in dezelfde vorm.

De paddle

Vroeger waren houten paddles erg populair in Amerika om een pak slaag mee uit te delen. Tegenwoordig worden ze in de zuidelijke staten nog steeds voor dit doel gebruikt. Paddles zijn erg geschikt om op de kleding gebruikt te worden. Als ze op de blote bips gebruikt worden, moet erop gelet worden dat er niet te hard geslagen wordt. Een paddle geeft een grote kans op het ontstaan van blauwe plekken.

Het grote nadeel van het gebruik van de paddle dat de degene die slaat moeilijk kan bepalen of de slagen te hard of juist te zacht zijn. Ze maken altijd behoorlijk wat geluid. De mate van pijn hangt sterk af van de kleding die gedragen wordt, de afmeting en het gewicht van de paddle en hoe hard ermee geslagen wordt. Paddles waar gaten in geboord zijn, zijn pijnlijker omdat de luchtweerstand kleiner is en er geen luchtkussen ontstaat tussen de paddle en de billen.

Ze kennen verschillende afmetingen, gewicht en vorm en zijn gemaakt van verschillende houtsoorten. Je hoeft niet bijzonder handig te zijn om er zelf eentje te maken. Om geen schade te veroorzaken moeten de randen goed geschuurd worden. Na het schuren de paddle in de lak zetten om het oppervlak schoon en splintervrij te houden.

Paddles worden over het algemeen gemaakt van (duur maar duurzaam) hardhout zoals maple, mahonie of walnoot en afgewerkt met lak of teakolie; plastic laat zich meestal minder voelen dankzij een lagere dichtheid, hoewel sommige moderne paddles gemaakt zijn van lexan (fiberglas breekt te gemakkelijk, hoewel dat zelfs bij hardhout soms voorkomt).

In de huiselijke discipline worden soms huishoudelijke look-alikes gebruikt, zoals, snijplanken (van hout en in de vorm van een paddle) en natuurlijk het tafeltennisbatje.

Omdat een paddle vlak en onbuigzaam is, in tegenstelling tot een rietje of een zweep, is het te groot om striemen te veroorzaken, alleen blauwe plekken als er hard geslagen wordt. Door zijn afmeting zullen er geen blauwe plekken in de bilnaad kunnen ontstaan, waardoor de vrouw nog enige mate van bescherming geniet.

Over het algemeen wordt de lichamelijke impact niet vergroot als de paddle op de blote bips gebruikt wordt, behalve als het een paddle met gaten betreft, die veel sneller tot blauwe plekken leidt. De karakteristieke blauwe plekken die door een paddle zijn veroorzaakt, worden in jargon een “bullseye” genoemd.

Een lang model (inclusief het handvat) zal een grotere hefboom werking kennen en daarmee zal de kracht waarmee de billen geraakt worden, vergroten. Een breed oppervlak ziet er angstaanjagend uit, maar de kracht zal over een groter oppervlak verdeeld worden en zal daarom bij gelijkblijvende kracht minder hard aankomen. Een smaller model zal neerkomen op een kleiner oppervlak van de billen, waardoor ergere pijn ontstaat en grotere blauwe plekken.

Aan de andere kant, als er niet zoveel blauwe plekken mogen ontstaan, kan met zachtere tikken de tijdsduur van de straf verlengd worden. Ook kan ervoor gekozen worden de klappen beter over de billen te verdelen. Ook kan de duur verlengd worden door langere pauzes tussen de klappen in te lassen, waardoor het slachtoffer mentaal meer te verduren krijgt.

De term paddle wordt soms ook gebruikt voor voorwerpen met een gelijke vorm, maar die van flexibeler materiaal, zoals leer, gemaakt zijn.

Er is een flinke afzetmarkt voor regionen waar de paddle nog steeds (of weer) gebruikt wordt, zoals op scholen en in huisgezinnen, maar ook voor meer sensuele toepassingen.

Paddles zijn overal ter wereld, maar vooral in Amerika te koop.

Ze zijn te bestellen op verschillende internet sites zoals http://www.cane-iac.com of op veiligsites zoals http://www.ebay.com