1. Mr Balor

Mijn beste vriend Brent van Breukelen trok zich nooit zoveel aan van regels. “Martin, regels zijn er om gebroken te worden. Het wordt pas een probleem als je betrapt wordt,” was zijn motto.

We leerden elkaar kennen in de zandbak van de kleuterschool. De juf had zijn schep afgepakt omdat hij er andere kinderen mee achterna zat. Het spelletje zag er dolkomisch uit. Zodra ze uit het zicht was gaf ik hem mijn schep, en samen speelden we vervolgens agent en boef. Vanaf dat moment waren we beste vrienden en waren we twee handen op één buik.

Hij groeide op bij zijn vader en had twee oudere broers. Zijn moeder overleed toen hij nog heel klein was. Misschien kwam hij daardoor juist wel weg met de meeste kwajongensstreken die hij uithaalde.

Zijn oudere broers waren ook niet helemaal zuiver op de graat, want als je iets nodig had dan konden zij het vaak voor een zacht prijsje voor je op de kop tikken.

De familie van Breukelen stond weliswaar bekend als gajes, “gajes van de bovenste plank”, mopperde mijn buurman altijd als Brent weer langs was geweest, maar vanwege hun vrolijke en ongedwongen houding waren de van Breukeltjes ook erg geliefd in de buurt.

Brent was een flapuit, hield van avontuur en was een echte waaghals. Ik was verlegen, en wist hem vaak voor gevaar te behoeden. We hielden elkaar in evenwicht. Hij trok me meer uit mijn schulp, ik hield hem rustiger.

Op de middelbare school begon hij met graffiti spuiten. Hij kon heel goed tekenen en tegen de tijd dat hij klaar was met het grafisch lyceum was zijn graffiti een van de mooiste die er in de stad te zien was.

Hij had geen snel onleesbaar krabbeltje maar gebruikte “Mr Balor” in grote gekleurde letters, meestal in geel en groen. Rechts ervan een afbeelding van een kraai. Hij koos voor ‘Balor’ omdat hij zelf behoorlijk tegendraads was en de kraai omdat die net zo eigenzinnig als hijzelf was.

Brent zocht de meest bijzondere plekken uit voor zijn kunstwerkjes, en onbevreesd klom hij soms daken op om plekken te vinden waarbij zijn spuitwerk mooi in het oog zou vallen bij langskomende mensen.

We hadden een gezamenlijke hobby, freerunning, iets wat heel handig was om bepaalde plekjes te kunnen bereiken. Hij spoot, ik stond op de uitkijk. Dit ging heel lang goed, tot die ene dag, of beter gezegd ene nacht, eigenlijk.

“Martin, dat oude opslagpand van Bristol staat leeg, je weet wel, bij dat kleine bedrijventerrein langs de snelweg. Prachtige plek en er zal vast geen beveiliging zijn nu het leeg staat. Daar moeten we vanavond heen,” zei Brent die dag, met een schittering in zijn ogen.

“Oké, maar ik moet vanavond wel een beetje op tijd thuis zijn van mijn pa, hij doet de laatste tijd een beetje moeilijk.”

“Hmmm,” bromde Brent, “je bent toch oud en wijs genoeg?”

“Maar helaas moet ik me wel aan de afspraken houden zolang ik nog thuis woon. Mijn ouders zijn niet zo makkelijk als jouw vader,” hielp ik hem herinneren.

“Brave Hendrik. Zorg dat je om half tien bij het hoekje bent, tot vanavond.”

“Deze Hendrik heeft geen zin in een maand huisarrest nu het eindelijk lente is.” Ik zuchtte en maakte me uit de voeten.

‘Het hoekje’ was onze vaste ontmoetingsplek. Het lag een paar straten achter mijn ouderlijk huis, waar onze woonwijk ophield en een fietspad lag, dat langs het water via de ene kant naar het industrie terrein ging, en via de andere kant richting de grote stad. Vanaf daar konden we echt alle kanten uit.

En zo stonden wij later die avond rond half twaalf op ons gemakje even te pauzeren, een blikje Red Bull drinkend om goed wakker te blijven. Brents werk was inmiddels voor de helft af. Maar toen kregen wij de schrik van ons leven. Een felle lamp scheen in onze ogen.

“Wat moet dat daar? Zijn jullie nou helemaal gek geworden. Jullie bevinden je op privé terrein. Handen omhoog!” Mijn hart miste even een slag en begon daarna keihard te bonken. Shit! Ik had beter op moeten letten. Het was echter te laat om nu nog de benen te nemen.

“Twee jongemannen heb ik aangetroffen. Hoe oud ze zijn? Moet ik vragen… Hoe oud zijn jullie? Ik heb de eigenaresse aan de lijn en ze is not amused op dit moment. Handen omhoog zei ik.”

Brent en ik gooiden onze blikjes op de grond en hielden onze handen omhoog.

“Wie bent u?” vroeg Brent brutaal.

“Ik ben je grootste nachtmerrie. Ik heb jullie een vraag gesteld. Leeftijd?”

De lamp werd naar beneden gedraaid. Voor ons stond tot onze opluchting geen BOA of politieagent maar een wat sullige oudere man met een telefoon aan zijn oor.

“Twintig meneer,” stamelde ik.

“Twintig zeggen ze. Goed, ik zal deze twee raddraaiers meenemen. Heren, volg mij dan kunnen we de politie wellicht buiten beschouwing houden, gaan jullie hier akkoord mee?”

Brent en ik wisselden een blik. Alles beter dan te eindigen op het politiebureau en een nachtje in de cel te slapen, en dit later thuis op te moeten biechten.

En zo stapten wij uiteindelijk bij hem in de auto, terwijl we geen idee hadden waar we heen gingen of wat ons te wachten stond.

Na een half uur rijden stonden we, in één van de rijkste buurten van de stad, in de woonkamer van een zeer geïrriteerde al wat oudere dame. Ze stond op van de bank terwijl de man achter ons bleef staan.

“Zo, dus jij bent degene die oneerbiedig graffiti durft te spuiten op mijn eigendom? Weet jij wel wie ik ben, jongeman?” vroeg ze op snerende toon aan Brent.

“Ik ken jouw soort anders wel hoor.” vervolgde ze toen Brent geen antwoord gaf. “Opgegroeid zonder moeder, veel haantjesgedrag thuis en nooit eens goed gecorrigeerd op je gedrag. Misschien is het wel goed dat je mij vandaag treft, jongeman. Ja ik weet wel wie jij bent, Brent van Breukelen. Mijn neefje heeft een poosje graffiti gespoten. Je hebt een bijzondere reputatie onder de jongens. Maar goed fatsoen is ver te zoeken merk ik. En ik kan de politie er wel bij halen, maar ik denk niet dat een boete of een paar rondjes papier prikken jou op het goede pad zullen brengen. Wat heb je er zelf op te zeggen?”

Brent haalde met een ongeïnteresseerd gezicht en rollende ogen zijn schouders op. Hij zuchtte theatraal. Cillian Murphy zou er jaloers op zijn geweest.

“En jij,” zei ze en wees naar mij, “een trouwe vriend, maar hij trekt je wel mee de vernieling in. En je lijkt me slim genoeg om beter te weten. Ik geef je nog een kans je gedrag te verbeteren. Ik kom straks nog bij je terug.”

Ze wachtte niet op mijn antwoord en richtte haar aandacht weer op Brent.

“Maar jij hebt je kansen verspeeld. Ik ga jou iets geven wat je allang eerder had moeten krijgen. Een flink pak voor je billen.”

Hij schoot in de lach. “Wat, doe normaal mens.”

“Mens? Hoe durf je me zo aan te spreken. Jij hebt echt geen idee wie er tegenover je staat hè? Brutale vlegel. Kom hier.”

Brent verroerde geen vin. Ik zag aan zijn ogen dat hij haar vooral amusant vond. Het maakte hem ook echt geen drol uit wie ze was, al was ze de koningin, het kon hem verder niets schelen.

“Je hebt je naam niet gezegd. Dus ik heb geen flauw idee wie je bent.” zei hij triomfantelijk.

“Mijn naam is Lydia Ten Catens. Gaat er een belletje rinkelen bij die naam?”

Brent keek haar met opgetrokken wenkbrauwen vragend aan.

“Van het textiel merk, bekend van het duurzame ondergoed en lakens?” vroeg ik in zijn plaats. Mijn oma was altijd helemaal idolaat van het merk en prees Ten Catens altijd helemaal de hemel in, tot vervelends toe eigenlijk, vandaar dat ik er wel van gehoord had. Maar ik kon me voorstellen dat in een mannenhuishouding zoals bij de van Breukeltjes zo’n merknaam nou niet bepaald bleef hangen.

“Juist. En nu kom je hier jongeman, of ik vraag mijn trouwe chauffeur Hans of hij jou wil begeleiden, maar geloof me, dan ben je voorlopig nog niet jarig.”

Ik keek gebiologeerd naar Brent om te kijken of hij zijn hakken uit het zand zou halen. Zou hij een verstandige keuze gaan maken?

Ineens voelde ik een hand op mijn schouder drukken en Hans siste in mijn oor: “jij houdt je er verder buiten, wat er vanaf nu ook verder met je vriend gebeurd. En houdt je mobiel ook in je zak. Anders krijg je met mij én mijn riem te maken, capiche?” dreigde hij. Hij liet me los en bleef als een waakhond naast me staan.

Ik knikte en er liep een rilling over mijn rug. Hij leek misschien sullig maar hij had beslist haar op zijn tanden. Hadden we de situatie toch verkeerd ingeschat? Ik haalde diep adem om mijn zenuwen te kalmeren.

Brent koos ondertussen toch maar eieren voor zijn geld en ging voor mevrouw Ten Catens staan. Ze pakte hem bij zijn pols vast en in één beweging zat ze op de bank én lag Brent over haar knie. Dat had ze beslist vaker gedaan, dat ging zo vloeiend, dat kon niet anders.

“Doe gewoon precies wat ik zeg en hou je gedeisd, dan overkomt je helemaal niets,” fluisterde Hans op iets mildere toon in mijn oor.

Mevrouw Ten Catens ging in actie over en gaf Brent een flink aantal klappen op zijn achterste. Het harde geluid deed pijn aan mijn oren, maar hij onderging het allemaal behoorlijk rustig.

“Dit doet je nog niet zoveel hè. Kom maar overeind. Een goed pak slaag op je blote billen is hier wel op zijn plaats.” Brent krabbelde overeind. Haar handen gingen naar zijn broek maar hij deinsde achteruit.

“Wow… holy fuck… nee mens… ik doe het zelf wel.. tjezus…” mopperde Brent. En voor hij er erg in had kreeg hij een enorme oorvijg van haar.

“Au!” Brent greep verrast naar zijn wang en hapte naar adem, hem kennende waarschijnlijk een aantal verwensingen aan haar adres inslikkend. Onthutst liet hij daarna zijn broek en onderbroek zakken.

“Jij, hoe heet je eigenlijk?” vroeg mevrouw Ten Catens aan mij.

“Martin Hartman, mevrouw,”

“Martin, in mijn dressoir daar, in de bovenste la, ligt een haarborstel.” Ze wees het dressoir aan. “Wees zo lief om die borstel te halen en aan te geven.”

Ik fronste. Een haarborstel? Serieus? Maakte ze zich nu druk om haar kapsel? Deze nacht werd steeds vreemder. Ik liep naar het dressoir, vond een houten haarborstel en gaf het haar.

“Dank je wel,” zei ze met een glimlach tegen mij, “en nee, ik ga nu niet mijn haar doen. Je kunt er prima iemand een lesje mee leren. Liggen jij,” snauwde ze vervolgens tegen Brent. Brent werkte zonder tegenstribbelen mee en lag opnieuw over haar knie, zijn blote billen kleurden iets roze.

“Het is mevrouw Ten Catens voor jou. Geen mens,” berispte ze hem. “Zeg dat nooit meer tegen mij, begrepen?”

Ze vervolgde het pak slaag, nu met de haarborstel en zijn billen kleurden in rap tempo rood. Brent lag er helemaal niet meer zo rustig bij.

“Au! Teringwijf! Stop! Godverdomme, kap hier mee. Lelijke toverheks,” tierde hij. Er klonk paniek in zijn stem en hij probeerde overeind te krabbelen.

Ik had het best met hem te doen. Vaak zou ik wat meer op hem willen lijken. Maar nu was ik blij dat ik niet in zijn schoenen stond, en wel wist wanneer ik mijn mond moest houden. Spreken is zilver, zwijgen is goud.

“Wat zeg jij? Blijf liggen. Jij moet wat manieren leren, jongeman. Je vloekt als een bootwerker. Dat is onacceptabel.  We zijn voorlopig nog lang niet klaar. Mijn haarborstel gaat je dit wel afleren. Lig stil of ik moet aan Hans vragen je in bedwang te houden. Maar dan krijg je nog meer straf.”

Het pak slaag ging nog een paar minuten door. Met een toenemend gevoel van afgrijzen keek ik toe hoe mijn vriend er ongenadig van langs kreeg. Brent deed ondertussen een verwoede poging om zijn billen te beschermen met zijn hand.

Met haar vrije hand pakte Mevrouw Ten Catens zijn hand vast en pinde zonder pardon zijn arm op zijn rug. Ze trok zich niks aan van het steeds luider wordende gesnik van Brent. Zijn billen kleurden inmiddels donkerrood.

“Hoe haal je het in je hoofd zulke taal te gebruiken. Hoe ga jij mij voortaan aanspreken?” vroeg Mevrouw Ten Catens streng. “En geef fatsoenlijk antwoord jongeman.”

“Mevrouw euhm Kater?” gokte Brent.

“Mevrouw – Ten – Catens.” Bij ieder woord haalde ze nog een keer flink uit met de borstel.

“Au! Mevrouw Ten Catens,” snikte hij.

“Goed zo. Ik merk dat je al hebt bijgeleerd. Kom maar overeind. Ik denk dat je genoeg hebt gehad voor vandaag. Je zult nog wel een paar dagen moeilijk zitten. Ik wil je binnenkort terug zien, want je krijgt ook nog een pak slaag voor het bekladden van mijn nieuwe pand. Daarom was je tenslotte eigenlijk hier. En nu ga je naast het dressoir in de hoek staan, met je billen nog bloot en je armen op je hoofd,”

“Ja mevrouw Ten Catens,” zei Brent gedwee. Zo oprecht beleefd had ik hem nog nooit gehoord. Hij ging er zonder protest staan en stond zachtjes na te snikken in de hoek.

“Martin, ik ga je vriend helpen om in het gareel te komen. Ik wil hem voorlopig iedere maand zien. Laat ik er bij jou niet achter komen dat je nog een keer met hem meegaat tijdens zijn illegale praktijken. Dan zul je, net als je vriend vandaag, ook kennismaken met mijn haarborstel. Ben ik zo duidelijk?”

“Ja mevrouw Ten Catens,” mompelde ik ongemakkelijk. Die kennismaking hoefde voor mij niet zo nodig.

“Hans, zou je voor ons wat thee willen maken? Dan kunnen de heren nog even bijkomen voordat je ze veilig weer naar huis brengt.”

Vluchtig keek ik op mijn horloge. Half twee ’s nachts al. Mijn vader zou niet blij zijn dat ik pas midden in de nacht thuiskwam, terwijl ik vanmorgen nog plechtig had beloofd om op tijd thuis te zijn. Mijn huisarrest voor aankomende maand was hoe dan ook een feit.

Maar die straf viel uiteraard in het niet bij wat mijn beste vriend net was overkomen. Natuurlijk zou ik ook nog een keer bij haar over de knie belanden, maar dat is een verhaal voor later.

Keuzes (164)

Irene

Je zegt ja

Je zegt nee

      Keuzes (163)

      Irene

      Je zegt ja

      Je zegt nee

          Keuzes (165)

          Hoofdtak niet naar lyceum

          Irene

          Je zegt ja

          Je zegt nee

              Keuzes (162)

              “Nee, natuurlijk niet” probeer je vol zelfvertrouwen te zeggen. Je kijkt echter naar de grond. Wanneer je weer opkijkt zie je dat Michiel je strak aankijkt. Je probeert zijn blik te weerstaan, maar je voelt dat je flink bloost. “Weet je dat zeker?” zegt hij streng. Net wanneer je wil antwoorden, wordt er op de deur geklopt. “Binnen,” zegt Michiel met luide stem. Een jonge vrouw, je schat begin twintig, met een zandloperfiguur en een lange bruine paardenstaart doet voorzichtig de deur open. “Ah, Jasmine, kom erin,” zegt Michiel hartelijk. Even richt hij zich terug naar jou: “Je zult er nu snel achter komen dat het echt is.” Dan vestigt hij zijn aandacht weer op Jasmine. “Ik heb je hierheen laten komen omdat wij volgens mij een afspraak hadden.” Jasmine kijkt even weifelend naar jou, maar onmiddellijk pakt Michiel haar bij de kin en draait haar hoofd weer naar hem. “Hier moet je zijn. Irene is hier te gast, maar die staat buiten dit gesprek tussen jou en mij. Wat hadden wij afgesproken?” “Dat ik op tijd naar huis zou gaan gisteren,” mompelt Jasmine. “En wat is op tijd?” vraagt Michiel door. “12 uur…” En hoe laat was je thuis?” “4 uur…” “Juist, en wat zou er met jou gebeuren als je weer te laat zou zijn?” Ze kijkt hem met een smekende blik aan, maar Michiel blijft onbewogen staan. “Dan zou ik straf krijgen,” zegt ze met een klein stemmetje. “Juist,” zegt Michiel. Hij trekt een la open en haalt een leren paddle tevoorschijn, daarna neemt hij plaats op een stoel. “Broek naar beneden en over de knie,” zegt hij streng. Jasmine kijkt nog even smekend, maar maakt dan met een zucht de knoop van haar broek los. Daarna trekt ze haar ondergoed naar beneden en gaat bij Michiel over de knie. Je twijfelt of je wel moet kijken, maar zelfs als je zou willen lukt het je nog niet om je ogen van dit schouwspel af te houden. Zonder verdere woorden legt Michiel het koude leer op haar billen en begint te slaan, harde klappen vanaf het begin. Je ziet hoe het gezicht van Jasmine vertrekt. Ze steunt en kermt onder de regen van slagen, links rechts links rechts op haar snel verkleurende billen. Af en toe gaan haar voeten de lucht in, maar ze blijft liggen. Het doet zichtbaar steeds meer pijn en na een minuutje begint ze te jammeren. “Gaan je volgende week op tijd naar huis?” “Au, ja meneer!” “Moeten we dan weer dit gesprek voeren? “Aaah, nee meneer!” “Dat hoop ik ook” zegt Michiel en hij onderstreept elk van zijn woorden met een harde klap. Dan helpt hij haar overeind en geeft haar een dikke knuffel. “Dankjewel,” zegt ze oprecht, met een veel minder klein stemmetje dan hiervoor. “Ik weet dat je het lastig vindt om nee te zeggen tegen je vriendinnen, maar met een klein steuntje in de rug, gaat het soms net iets makkelijker,” zegt Michiel vriendelijk. “Denk daar nog maar even over na. Neus in de hoek, handen op je hoofd.”

              Terwijl Jasmine naar de hoek waggelt zet Michiel een timer. Daarna kijkt hij jou aan. “Zo, nu kun je zien hoe het hier echt aan toe gaat. Was dit wat je verwacht had?” Je denkt even na en knikt dan. “Ja, wel dat dit zou gebeuren als het echt zou zijn, maar ik wist niet zeker of het echt zou zijn. En iedereen is hier vrijwillig?” “Zeker,” bevestigt Michiel, “zoals ik zei, veel vrouwen, en mannen in onze andere vestiging, zijn hier om wat hulp te krijgen met het opbouwen van discipline en ritme als ze op hun eigen benen komen te staan, maar ook om hun spankinggevoelens te ontdekken. Bij wat je net bij Jasmine hebt gezien kwam weinig praten kijken, maar over het algemeen wordt hier toch meer gepraat nog dan geslagen, zowel tussen de leraren en leerlingen als tussen de leerlingen onderling.” Even pauzeert Michael, maar dan begint hij weer te praten en je voelt dat de toon een beetje anders is. “Een ding dat bij het contact heel belangrijk is, is eerlijkheid. Eerlijk zijn tegen anderen betekent eerlijk zijn tegen jezelf en dat ligt aan de basis van een juiste zelfdiscipline. Volgens mij was jij straks niet helemaal eerlijk.” “Wat bedoel je?” probeer je vol zelfvertrouwen te zeggen, maar in je buik voel je vlinders wanneer je zijn woorden hoort. De timer gaat af en Michael staat op. “Ik ga naar Jasmine, dan kun jij even nadenken over wat ik zou kunnen bedoelen.” Je hebt nauwelijks aandacht voor de knuffel die hij haar geeft voordat hij haar het kantoor uitstuurt, want je kunt alleen maar denken over zijn woorden. Dan keert hij weer terug en gaat voor je zitten. Hij lijkt wel een stukje gegroeid. “Weet je al wat ik bedoelde?” “Nee?” antwoord je zonder overtuiging. “Kijk, nu jok je alweer.” De haren op je arm gaan een stukje overeind staan van dit kinderachtige woordgebruik. “Jij zei eerder dat je nog nooit billenkoek gehad had, maar al je reacties zeggen wat anders. Zeg eens eerlijk, was het waar?” Je weet dat je nu niet meer kunt liegen. “Nou, misschien toch wel, maar dat is toch niet belangrijk?” “Nee, dat niet, maar dat had je ook kunnen zeggen. Jij besloot je te verbergen achter een leugentje. Hier leren we onze studenten dat een klein leugentje snel kan groeien tot iets groots. Een tegenvallend cijfer wordt een mislukte studie, een avondje stappen wordt een vergooid tentamen. Daarom pakken we zoiets vaak zo vroeg mogelijk aan. Lijkt je dat geen goede methode?” Je hart bonkt in je keel omdat je heel goed beseft wat er achter deze woorden schuilgaat. Dan sla je je ogen neer. “Ik denk het wel…”

              “Mooi!” zegt Michiel monter terwijl hij op dezelfde stoel gaat zitten als vanwaar hij net Jasmine aan nieuwe inzichten bracht, “dan weet je wat je te doen staat.” Om zijn woorden te onderstrepen klopt hij op zijn bovenbeen. Je staat op en je twijfelt even. “Moet ik…?” vraag je met je hand op de knoop van je broek. “Hm hm, zo wordt straf hier gegeven, dat heb je zelf kunnen zien.” Met een lichte kreun knoop je je broek los. Wanneer je weer aarzelt, komt Michiel je een klein beetje te hulp. “Laat je onderbroek maar aan en kom over mijn schoot liggen.” Ondanks alles ben je hem een beetje dankbaar. Je doet wat hij zegt en voelt al snel hoe hij de stof van je ondergoed straktrekt tussen je bilnaad. “Normaal gesproken wordt straf hier altijd op de blote billen gegeven, maar omdat je te gast bent en dit je eerste keer is, althans hier,” zegt hij met nadruk, “moet dit ook voldoende zijn. Ben je er klaar voor?” Het lukt je niet om direct antwoord te geven, maar blijkbaar is hij dat wel gewend en besluit hij zelf maar te beginnen. De klappen zijn niet hard, maar ze komen gestaag. Langzaam begint het toch wel zeer te doen. “Was het verstandig om te liegen?” “Nee..” Je voelt een harde klap op je linkerbil en je gilt even. “Nee wat?” “Nee Michiel…” Nee meneer gaat je veel te ver, maar zo te voelen was dat ook niet nodig. “Mooi, dan zijn we hier zo klaar. Nog even zorgen dat de les blijft hangen.” Nu begint hij sneller en harder te slaan en je hebt moeite om te blijven liggen. Je benen schieten omhoog. Plots voel je hoe Michiel met zijn linkerhand de bovenkant van je onderbroek strak trekt. Je voelt dat je minder goed kunt bewegen, maar het is ook gruwelijk beschamend om zo vastgehouden te worden. Je kreunt zachtjes terwijl klappen vallen, en dan is het voorbij. Hij helpt je overeind en je wrijft even over je billen. Je hebt veel pijnlijker gehad, maar om hier te staan bij iemand die je nog maar net kent voelt toch heel erg. “Laten we de hoek maar even overslaan, volgens mij is het punt wel gemaakt,” zegt Michiel glimlachend. Je wil niet dankbaar zijn, maar je bent het toch. “Mag ik je een knuffel geven?” Hij kijkt ineens een stuk vriendelijker dan net, en je staat het toe. Het voelt wel fijn, zo direct na de straf. Je doet je kleren goed, gaat weer zitten en Michiel neemt ook weer plaats. “Dat was ook wel gemeen van mij om te doen, maar ik denk dat je ook wel behoorlijk wat spanning had meegenomen hier naartoe. Volgens mij helpt dit wel om het eruit te krijgen.” Je denkt erover na en voelt dat hij wel gelijk heeft. “Misschien had ik het ook een beetje verdiend en ik had ook makkelijk nee kunnen zeggen,” geef je toe. Hij lacht nog een keer. “Kom, ik zal je de school eens laten zien.”

              Jullie staan op en Michiel gaat voor door de deur. De klaslokalen zijn modern en goed voorzien en er zijn vaak maar kleine groepjes leerlingen per leraar. Je neemt aan dat dat helpt om controle te houden. In de bibliotheek is een groepje meiden bezig met de zelfstudie, en in de hoek staat iemand die zo te zien zo net bestraft is. Aan het verre eind van het gebouw zitten zelfs verschillende kleine studentenkamers. “Hier is ruimte voor 9 studentes en zeker in deze tijden zijn de kamers zeer gewild. We maken wel duidelijk wat voor ruimtes het zijn en dat er regels met gevolgen gelden voor de bewoners, maar zolang dat je niet afschrikt is iedereen vrij om zich aan te melden.” Dan is de tour bijna ten einde. “Hier is de eetzaal en het is een mooi moment om daar naartoe te gaan. De lunch staat net klaar.”

              Tijd voor de lunch

                Keuzes (161)

                “Euhm, ja?” zeg je met een klein stemmetje. Je kijkt naar de grond, Michiel durf je nooit meer aan te kijken. “Zoiets dacht ik al,” zegt Michiel, duidelijk tevreden met zichzelf. “Dat is niks om je over te schamen hoor. Zoals ik zei: je bent de enige niet. Ben je daarom ook zo snel naar ons toegekomen?” Je haalt diep adem en probeert jezelf te herpakken. “Ja, ik zag het staan op de site, ik kon eigenlijk niet zo goed geloven dat het echt was.” Op dat moment wordt er op de deur geklopt. “Binnen,” zegt Michiel met luide stem. Een jonge vrouw, je schat begin twintig, met een zandloperfiguur en een lange bruine paardenstaart doet voorzichtig de deur open. “Ah, Jasmine, kom erin,” zegt Michiel hartelijk. Even richt hij zijn blik op jou om te zeggen dat je er snel achter gaat komen dat het echt is. Dan vestigt hij zijn aandacht weer op Jasmine. “Ik heb je hierheen laten komen omdat wij volgens mij een afspraak hadden.” Jasmine kijkt even weifelend naar jou, maar onmiddellijk pakt Michiel haar bij de kin en draait haar hoofd weer naar hem. “Hier moet je zijn. Irene is hier te gast, maar die staat buiten dit gesprek tussen jou en mij. Wat hadden wij afgesproken?” “Dat ik op tijd naar huis zou gaan gisteren,” mompelt Jasmine. “En wat is op tijd?” vraagt Michiel door. “12 uur…” En hoe laat was je thuis?” “4 uur…” “Juist, en wat zou er met jou gebeuren als je weer te laat zou zijn?” Ze kijkt hem met een smekende blik aan, maar Michiel blijft onbewogen staan. “Dan zou ik straf krijgen,” zegt ze met een klein stemmetje. “Juist,” zegt Michiel. Hij trekt een la open en haalt een leren paddle tevoorschijn, daarna neemt hij plaats op een stoel. “Broek naar beneden en over de knie,” zegt hij streng. Jasmine kijkt nog even smekend, maar maakt dan met een zucht de knoop van haar broek los. Daarna trekt ze haar ondergoed naar beneden en gaat bij Michiel over de knie. Je twijfelt of je wel moet kijken, maar zelfs als je zou willen, lukt het je nog niet om je ogen van dit schouwspel af te houden. Zonder verdere woorden legt Michiel het koude leer op haar billen en begint te slaan, harde klappen vanaf het begin. Je ziet hoe het gezicht van Jasmine vertrekt. Ze steunt en kermt onder de regen van slagen, links rechts links rechts op haar snel verkleurende billen. Af en toe gaan haar voeten de lucht in, maar ze blijft liggen. Het doet zichtbaar steeds meer pijn en na een minuutje begint ze te jammeren. “Ga je volgende week op tijd naar huis?” “Au, ja meneer!” “Moeten we dan weer dit gesprek voeren?” “Aaah, nee meneer!” “Dat hoop ik ook,” zegt Michiel en hij onderstreept elk van zijn woorden met een harde klap. Dan helpt hij haar overeind en geeft haar een dikke knuffel. “Dankjewel,” zegt ze oprecht, met een veel minder klein stemmetje dan hiervoor. “Ik weet dat je het lastig vindt om nee te zeggen tegen je vriendinnen, maar met een klein steuntje in de rug, gaat het soms net iets makkelijker,” zegt Michiel vriendelijk. “Denk daar nog maar even over na. Neus in de hoek, handen op je hoofd.”

                Terwijl Jasmine naar de hoek waggelt, zet Michiel een timer. Daarna kijkt hij jou aan. “Zo, nu kun je zien hoe het hier echt aan toe gaat. Was dit wat je verwacht had?” Je denkt even na en knikt dan. “Ja, wel dat dit zou gebeuren als het echt zou zijn, maar ik wist niet zeker of het echt zou zijn. En iedereen is hier vrijwillig?” “Zeker,” bevestigt Michiel, “zoals ik zei, veel vrouwen, en mannen in onze andere vestiging, zijn hier om wat hulp te krijgen met het opbouwen van discipline en ritme als ze op hun eigen benen komen te staan, maar ook om hun spankinggevoelens te ontdekken. Bij wat je net bij Jasmine hebt gezien kwam weinig praten kijken, maar over het algemeen wordt hier toch meer gepraat nog dan geslagen, zowel tussen de leraren en leerlingen als tussen de leerlingen onderling.” Je praat nog even door tot de timer afgaat. Michiel zegt tegen Jasmine dat ze zich weer aan mag kleden en uit de hoek mag komen. Ze wrijft even over haar billen wanneer ze glimlachend naar Michiel loopt voor een laatste knuffel en afscheid. Wanneer ze het kantoor verlaten heeft, nodigt Michiel je uit voor een volledige rondleiding door de school. De klaslokalen zijn modern en goed voorzien en er zijn vaak maar kleine groepjes leerlingen per leraar. Je neemt aan dat dat helpt om controle te houden. In de bibliotheek is een groepje meiden bezig met de zelfstudie, en in de hoek staat iemand die zo te zien zo net bestraft is. Aan het verre eind van het gebouw zitten zelfs verschillende kleine studentenkamers. “Hier is ruimte voor 9 studentes en zeker in deze tijden zijn de kamers zeer gewild. We maken wel duidelijk wat voor ruimtes het zijn en dat er regels met gevolgen gelden voor de bewoners, maar zolang dat je niet afschrikt, is iedereen vrij om zich aan te melden.” Dan is de tour bijna ten einde. “Hier is de eetzaal en het is een mooi moment om daar naartoe te gaan. De lunch staat klaar.”

                Tijd voor de lunch

                  Keuzes (160)

                  Je kunt niet zonder koffie, zeker niet met de spanning in je lijf die je voelt wanneer je nadenkt over het lyceum. Zo snel als je kan zorg je voor koffie en daarna ga je vlug richting de auto. Zodra je de snelweg opdraait begin je in jezelf te vloeken. File! Elke minuut dat je vaststaat, lijken er twee minuten extra reistijd bij te komen in je navigatie. Wanneer je eindelijk van de snelweg af bent, blijkt parkeren ook een drama te zijn. Ternauwernood weet je blikschade te voorkomen in een poging de auto in een veel te krap plekje te steken. Uiteindelijk vind je wat, maar het is zeker tien minuten lopen. Om 10 over 10 kom je het lyceum binnen, waar je direct wordt begroet door een slanke dertiger met een klein baardje. “Jij bent Irene?” vraagt hij. Je knikt en jullie schudden elkaar de hand. “Je bent te laat” merkt hij op, niet heel streng, maar toch… er is iets in zijn toon dat ervoor zorgt dat je direct naar de grond kijkt. “Ja, eum, file” mompel je. Gelukkig duurt het moment maar even. “Kom, dan gaan we naar mijn kantoor om kennis te maken.” Je volgt hem door het gebouw, een oud pand met een paar ruimtes voor klassikale instructie. In elk lokaal zitten kleine groepjes studenten, sommigen aan de zelfstudie en anderen met een leraar of lerares voor de klas. Daarnaast zijn er ook aardig wat kantoortjes, ouderwets nog met een deur en een naamplaatje. Hier is duidelijk geen plaats voor een kantoortuin. Even meen je bij het passeren van een kantoor een herkenbaar ritmisch klapgeluid te horen, maar jullie lopen snel door en je blijft onzeker over of het echt waar was of slechts verbeelding.

                  Het kantoor van Michiel is vrij ruim, met een grote kast aan de zijkant en een groot, massief houten bureau gericht naar de deur met een hoog raam in de rug. Achter het bureau staat een grote, houten stoel, aan de voorkant een kleinere en lagere variant. Het is duidelijk dat deze opstelling aardig intimiderend kan werken! Aan de andere zijkant staat ook een kleine, ronde tafel met houten stoelen. Michiel neemt daar plaats en wijst naar een stoel schuin naast hem. “Zo, wil je wat drinken?” vraagt hij vriendelijk. “Nou, een kopje koffie zou wel fijn zijn!” Hij staat op en komt even later terug met twee kopjes. “Leuk dat je ons komt bezoeken! Volgens mij weet je inmiddels al dat we een beetje een bijzondere club zijn, maar voor de zekerheid: wij hebben discipline hoog in het vaandel staan en we zijn van mening dat straf, in de vorm van een ouderwets pak slaag, helpt bij het leren. Uiteraard kan zoiets niet op een gewone school, maar alle leerlingen hier zijn volwassen en hebben zelf gekozen voor deze weg. Verder vinden we individuele begeleiding heel belangrijk. Iedereen heeft wat anders nodig: de een heeft moeite met de basisdingen zoals op tijd uit bed komen en niet het studeren over te slaan om in de kroeg te hangen, de ander kan het eigenlijk prima zelf, maar heeft een steuntje in de rug nodig voor het zelfvertrouwen of het volgen van een ritme. En, laat ik ook maar even eerlijk zijn, niet iedereen vindt het even erg om op de billen te krijgen, althans toch niet voor of na een pak slaag.” Je weet even niet wat je moet zeggen. Dit klinkt niet echt, maar toch, waarom zou iemand dit verzinnen? Je wil een vraag stellen, maar Michiel is je voor. “Je lijkt nog niet heel geschokt te zijn, dat is wel eens anders. Heb je zelf ooit billenkoek gekregen?” Je voelt dat je vuurrood wordt. Wat is dat nu voor een vraag? Nou ja, misschien is het wel relevant, maar zoiets durft toch niemand toegeven! Of, nou ja, je wil ook niet liegen natuurlijk.

                  Je zegt ja

                  Je zegt nee

                      Keuzes (159)

                      “Zo te zien haal ik het net!” zeg je vol zelfvertrouwen. Laura glimlacht, “veel plezier dan!” Je pakt gauw je spullen bij elkaar en gaat op een drafje richting de auto. Onderweg kom je langs het koffieapparaat. Sinds vorige week, toen er een nieuwe automaat is geïnstalleerd, is er heel lekkere koffie. Of ze dat op het lyceum ook hebben is nog maar de vraag. Maar ja, het is laat en je moet je al haasten.

                      Koffie pakken

                      Haasten naar het lyceum

                          Keuzes (158)

                          Het moet maar een keertje zonder koffie, besluit je. Je wil niet te laat komen voor deze afspraak, je hebt tenslotte maar één kans voor een eerste indruk. Onderweg bedenk je je dat je de juiste keuze hebt gemaakt, want het is aardig druk en parkeren is ook een hel. Om 1 voor half 10 kom je het lyceum binnen, waar je direct wordt begroet door een slanke dertiger met een klein baardje. “Jij bent Irene?” vraagt hij. Je knikt en jullie schudden elkaar de hand. “Kom, dan gaan we naar mijn kantoor om kennis te maken.” Je volgt hem door het gebouw, een oud pand met een paar ruimtes voor klassikale instructie. In elk lokaal zitten kleine groepjes studenten, sommigen aan de zelfstudie en anderen met een leraar of lerares voor de klas. Daarnaast zijn er ook aardig wat kantoortjes, ouderwets nog met een deur en een naamplaatje. Hier is duidelijk geen plaats voor een kantoortuin. Even meen je bij het passeren van een kantoor een herkenbaar ritmisch klapgeluid te horen, maar jullie lopen snel door en je blijft onzeker over of het echt waar was of slechts verbeelding.

                          Het kantoor van Michiel is vrij ruim, met een grote kast aan de zijkant en een groot, massief houten bureau gericht naar de deur met een hoog raam in de rug. Achter het bureau staat een grote, houten stoel, aan de voorkant een kleinere en lagere variant. Het is duidelijk dat deze opstelling aardig intimiderend kan werken! Aan de andere zijkant staat ook een kleine, ronde tafel met houten stoelen. Michiel neemt daar plaats en wijst naar een stoel schuin naast hem. “Zo, wil je wat drinken?” vraagt hij vriendelijk. “Nou, een kopje koffie zou wel fijn zijn!” Hij staat op en komt even later terug met twee kopjes. “Leuk dat je ons komt bezoeken! Volgens mij weet je inmiddels al dat we een beetje een bijzondere club zijn, maar voor de zekerheid: wij hebben discipline hoog in het vaandel staan en we zijn van mening dat straf, in de vorm van een ouderwets pak slaag, helpt bij het leren. Uiteraard kan zoiets niet op een gewone school, maar alle leerlingen hier zijn volwassen en hebben zelf gekozen voor deze weg. Verder vinden we individuele begeleiding heel belangrijk. Iedereen heeft wat anders nodig: de een heeft moeite met de basisdingen zoals op tijd uit bed komen en niet het studeren over te slaan om in de kroeg te hangen, de ander kan het eigenlijk prima zelf, maar heeft een steuntje in de rug nodig voor het zelfvertrouwen of het volgen van een ritme. En, laat ik ook maar even eerlijk zijn, niet iedereen vindt het even erg om op de billen te krijgen, althans toch niet voor of na een pak slaag.” Je weet even niet wat je moet zeggen. Dit klinkt niet echt, maar toch, waarom zou iemand dit verzinnen? Je wil een vraag stellen, maar Michiel is je voor. “Je lijkt nog niet heel geschokt te zijn, dat is wel eens anders. Heb je zelf ooit billenkoek gekregen?” Je voelt dat je vuurrood wordt. Wat is dat nu voor een vraag? Nou ja, misschien is het wel relevant, maar zoiets durft toch niemand toegeven! Of, nou ja, je wil ook niet liegen natuurlijk.

                          Je zegt ja

                          Je zegt nee