AAAAAAAAAUUUUUUUUUUUUUUW!!!
Ze schreeuwde het uit. Al haar waardigheid was verdwenen. Ze lag hier te janken als een klein kind, ze deed zelfs geen moeite meer om haar betraande gezicht te verbergen.
Het ergste was: ze wist dat ze het verdiend had. Ze had tegen hem gelogen. Ook al wist ze dat hij dat heel erg zou vinden. Maar ze deed het met zo’n goeie bedoelingen: ze wilde hem beschermen. Ze wilde niet laten merken dat ze het moeilijk had, dat ze hulp nodig had. Ze wilde sterk zijn. Dus had ze hem gezegd dat het ging, dat hij zich geen zorgen moest maken. Terwijl ze zich vanbinnen zat op te vreten. Iets knaagde in haar maag, ze voelde de bijtende pijn. Haar longen brandden door de ingehouden tranen. En toch zei ze dat het ging, dat er niets aan de hand was.
Natuurlijk had hij haar door, zo goed kent hij haar ook wel. Hij had haar even met rust gelaten. Hij voelde ook wel aan dat de muur te hoog en te breed was op dat moment. Hij zou even afwachten. Toen ze alleen was, had ze een paar tranen gelaten, het luchtte op. Maar het schuldgevoel over het liegen bleef wel. Ze had altijd haar dagboek… Maar dan moest ze de moed vinden om dat erin te schrijven… Ze twijfelde. Een paar keer deed ze het dagboek open, maar telkens sloot ze het meteen weer. Kon ze het niet beter gewoon niet zeggen? Als hij het niet wist, dan was het alsof het niet gebeurd was, toch?
De volgende dag was ze het al bijna vergeten, maar hij kwam er toch weer op terug. Heel plotseling, ze had geen tijd om haar verdediging op te bouwen. Hij viel meteen met de deur in huis. “Zo”, zei hij. “Ik wil het nog even met je over gisteren hebben. Je voelde je duidelijk niet zo goed, maar je zei dat alles ok was. Vertel nu eens wat er echt scheelde?”
Ze probeerde nog om zich te redden: “Niets, dat zei ik toch.” Ze voelde dat het ongemakkelijk klonk en dat het duidelijk was dat ze loog. “Ok, het ging misschien niet helemaal goed, maar dat maakt toch niet uit? Nu gaat het wel weer!”
“Zo werkt het niet,” zei hij. “Ik wil niet dat je tegen me liegt, dat weet je. Je weet dat je eerlijk met me moet zijn, ook over de minder leuke dingen.”
Dat deed pijn. Hij zei dat ze gelogen had. Het was waar, maar dat was niet haar bedoeling geweest.
“Het spijt me, het was niet mijn bedoeling om te liegen, ik wilde je gewoon beschermen.” Ze zei het zachtjes. Hij had duidelijk de overhand in dit gesprek. Ze voelde zich heel klein worden.
“Ik weet het, ik weet dat je dacht goed te doen, maar je zou al moeten weten dat ik er altijd voor je wil zijn, ook als het even minder goed gaat. Je bent van mij, altijd, vergeet dat niet.”
“Ja schat.” Ze was verslagen.
“Goed, dan ga ik je nog eens heel duidelijk laten voelen dat je altijd van mij bent. Haal de cane maar.”
Ze verstijfde. Niet de cane…
Hij zag haar blik. “Je hebt straf verdiend, dat weet je toch? Of vind jij van niet?”
“Ja schat…” mompelde ze.
“Wat zeg je? Luider graag: heb je straf verdiend?”
Ze slikte even, het was zo moeilijk om dit hardop te zeggen. “Ja schat, ik heb straf verdiend.” De krop in haar keel belemmerde haar om heel duidelijk te praten, maar het was goed genoeg. Ze vond ook echt dat ze straf had verdiend, alleen, tja, het is wel moeilijk om dat uit te spreken.
Ze liep naar de kamer om de cane te halen. Er zou vast niet zo heel veel straf volgen, anders zou hij het wel in de slaapkamer doen. Ze zou waarschijnlijk gewoon enkele slagen met de cane krijgen. Ze zuchtte opgelucht.
Toen ze terugkwam met de cane in haar hand, schrok ze echter even. Hij had de tafel leeg geruimd en enkele touwen klaar gelegd.
“Buig maar over de tafel,” zei hij nadat ze hem de cane had overhandigd.
Ze aarzelde een halve seconde, maar besloot dan dat het verstandiger was om te doen wat hij zei. Bovendien had ze het verdiend, ze had tegen hem gelogen…
De tafel voelde koud aan, maar dat zou vast niet lang meer duren. Hij bond haar voeten gespreid aan de tafelpoten vast. Daarna bond hij haar handen samen en trok hij daarna het touw tot over de tafel, zodat ze helemaal uitgestrekt over tafel lag, met haar billen als doelwit. Hij schoof ook nog een kussen tussen haar heupen en het tafelblad. Nu zou de tafelrand niet in haar vlees snijden, maar ze lag nu echt helemaal opgespannen en kon geen centimeter meer bewegen.
Gespannen wachtte ze af. Ze kon niet veel zien, ze kon haar hoofd enkel naar links of naar rechts draaien, en hij stond achter haar. Hij liet de cane een paar keer door de lucht zwiepen. Als de bewegingsvrijheid had gehad, was ze ineengekrompen door het geluid.
“Klaar?” vroeg hij.
Ze slikte even. “Ja schat,” mompelde ze.
De eerste slag landde meteen hard op haar onopgewarmde billen. Ze deed haar best om haar schreeuw binnen te houden, ze wilde zich niet meteen laten kennen. De tweede volgde al vlug, en de derde…
De strepen brandden op haar billen.
“Je bent van mij,” zei hij. “Vergeet dat nooit.
“Ja schat”, kermde ze.
De volgende slagen regenden op haar billen. Ze raakte al vlug de tel kwijt. Het brandde vreselijk. En hij bleef maar slaan. Ze voelde de tranen in haar ooghoeken prikken, maar ze wilde niet huilen. Was dit niet de hele reden waardoor dit begonnen was? Dat ze niet wilde huilen? Zich niet klein wilde tonen? Die gedachte zorgde ervoor dat er enkele tranen naar beneden rolden.
“Goed zo,” zei hij. Intussen bleef hij doorslaan, niet zacht, maar ook niet met volle kracht. Gewoon heel regelmatig, elke 3 of 4 seconden een slag. Haar billen stonden in brand en de tranen rolden nu vrijuit over haar wangen.
“Zul je het in het vervolg eerlijk zeggen als er iets scheelt?”
“Ja schat!” riep ze uit. “Echt waar!”
“Goed zo.” Hij stopte even met slaan. Zij stopte niet met huilen, dat ging niet. Het deed zo vreselijk veel pijn, en ze vond ook best wel dat ze het verdiend had.
“Je krijgt er nog 6 of the best.”
Ze schrok, maar knikte dapper. Door het besef dat ze nog even door moest bijten, stopte ze met huilen.
De eerste slag kwam bijna meteen. Hij was héél hard. Ze schreeuwde het uit. Hoe moest ze ooit 6 zo’n slagen opvangen?
De tweede slag kwam zo’n 30 seconden later, net op het hoogtepunt van de pijn. Ze begon weer te huilen. Dit was niet te verdragen, dit deed zo vreselijk veel pijn.
“Alsjeblieft…” smeekte ze, maar toen landde de derde slag al. De vierde slag kwam terecht waar de eerste slag ook terecht was gekomen. Daarna de vijfde. Ze schreeuwde bij elke slag.
Toen wachtte hij even. “De laatste nog. Die is het hardst.”
Ze registreerde zijn woorden nauwelijks meer, wist niet meer wat het betekende. Ze was helemaal verzwolgen door de brandende pijn in haar billen.
Toen landde de laatste slag. Heel hard. Vreselijk hard. Hij overtrof alle vorige slagen.
Ze hing slap in de touwen en huilde. Hij kwam naast haar staan. Wreef over haar haar. Kuste haar natte wangen. En zei: “ik ben trots op je, mijn meisje, helemaal van mij”.
Behalve haar gloeiende billen, gloeide er ook iets van binnen. Trots dat ze van hem was. Zijn meisje. Helemaal. Altijd.